GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

God verheerlijken in je lichaam

22-05-2016 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 22 mei 2016 in EH te Rotterdam
In de Korinthische ekklesia ging men prat op de vrijheid die men in Christus bezat. Alles is geoorloofd – punt uit, zo was de redenering. Maar Paulus legt uit dat deze houding nogal onvolwassen is omdat met de vrijheid die we inderdaad hebben, de goede vragen pas beginnen. Wat is nuttig? Wat verheerlijkt God? Wat bouwt op? Hoe zouden de gelovige Korinthiërs zich opstellen in een omgeving die een spreekwoordelijke faam had van losbandigheid en porneia? En wat kunnen wij daarvan opsteken, in een wereld die door en door ‘gekorinthiseerd’ is?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

In deze studie wordt benadrukt dat gelovigen in een losbandige wereld geroepen zijn tot geestelijke volwassenheid en vrijheid. Hoewel alles geoorloofd is, mag deze vrijheid nooit leiden tot slavernij aan het lichaam of seksuele immoraliteit. Het menselijk lichaam is geen minderwaardig omhulsel, maar een tempel van de Heilige Geest die door God zal worden opgewekt. Omdat de gelovige duur is gekocht en betaald, is het de uiteindelijke bestemming om God voortdurend in het lichaam te verheerlijken.

“En dus is het zo dat als ons lichaam een tempel is en dat is waar ik mij in bevind, dat betekent dat mijn hele leven dus eigenlijk gewoon tempeldienst wordt.”

De Gecorintiseerde Wereld en de Roep Om Geestelijke Volwassenheid ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen, vrienden. Ik wil u vanmorgen eens bepalen bij die woorden die we zojuist hebben gelezen; dat verbaast u natuurlijk niet. Pas aan het einde kwamen we die uitdrukking tegen die hier op de titeldia staat: "God verheerlijken in je lichaam". Maar goed, daar gaan nogal wat verzen aan vooraf en die heb je nodig om juist deze zin en deze waarheid ook te begrijpen. Het heeft een aanleiding.

Laat ik u om te beginnen eens meenemen naar Griekenland. Eigenlijk is hier ook sprake van... Nee, dat vindt u niet verkeerd, dat hoor ik al. Als ik zo naar buiten kijk, dan is dat ook helemaal geen verkeerd idee. Maar we zullen het toch echt met een tweedimensionale foto moeten doen en de beleving van de warmte aldaar moeten missen. Deze brief waaruit zojuist is voorgelezen, is gericht aan de Korinthiërs. Korinthe is nog steeds een grote stad in Griekenland, niet zover bij Athene vandaan. Het is een grote havenstad, en dat was het al in de dagen van de apostel Paulus. Ik heb me laten vertellen en in de boeken nagelezen dat die stad toen al een inwonertal gehad moet hebben van ongeveer 700.000 mensen. Dus u dacht dat Rotterdam groot was, een grote havenstad was? Dat ontken ik overigens niet, want anders krijg ik daar weer moeilijkheden over natuurlijk. Maar goed, Korinthe kon er toch ook wel mee wegkomen met zo’n inwoneraantal.

Die stad werd gekenmerkt door vele tempels. Zoals u hier ook leest, was de belangrijkste die van Afrodite, ook wel Venus, maar eigenlijk dateert zij nog uit een vroeger stadium. In de Bijbel kom je dat ook al tegen, namelijk Astarte. De godin Astarte was de godin van de liefde en van de seksualiteit en alles wat daarmee verband houdt. En dan was er nog zoiets aardigs — of ik weet eigenlijk niet of ik dat wel aardig mag noemen — maar aan die tempel van Afrodite waren duizend prostituees verbonden. Dat kan ik niet in de Bijbel nalezen, maar dat is algemene kennis. Dat verklaart dan ook in hoge mate de thema's die Paulus in deze brief aansnijdt. Men leefde in een omgeving die enorm sterk gekenmerkt werd door de dienst aan Afrodite en prostitutie. De stad had trouwens een spreekwoordelijke faam om haar losbandigheid; dat hebben havensteden wel vaker, om verklaarbare redenen natuurlijk. Er was zelfs een Grieks werkwoord dat algemeen bekend was, korinthiazoo, en dat betekende "leven als een Korinthiër", wat inhield dat men er een zeer losbandig leven opna hield.

Daarmee heb ik denk ik aardig getekend hoe Korinthe gekenmerkt werd en hoe ze bekendstond. Als je in die tijd in Korinthe een kijkje nam, dan zou je daar ook tegenaan gelopen zijn. Ik durf te beweren dat dit aspect deze brief, en ook het gedeelte dat we vanmorgen onder ogen zien, in hoge mate actueel maakt. Onze wereld is namelijk ook in sterke mate "gekorinthiseerd", als ik dat werkwoord mag gebruiken.

Dan nog even wat meer specifiek over deze brief. De klacht van Paulus — en dat is niet alleen hier het geval, maar dat lees je elders ook wel — was aan de Korinthiërs gericht. Hij zegt: "Zitten jullie nu nog steeds aan de pap, aan de moedermelk? Wordt het nu niet hoog tijd om vast voedsel tot je te nemen?" Met die uitdrukking bedoelde hij dat melk het ABC van het evangelie is; gewoon de eerste principes, de basis. Maar Paulus wilde namelijk zoveel meer kwijt. O, zelfs het podium valt uiteen in losse onderdelen! Dus als u op een gegeven ogenblik mij niet meer achter deze lessenaar ziet staan, dan weet u wat er aan de hand is.

Afijn, Paulus wilde namelijk zoveel vertellen. Hij had zoveel te melden en hij vond dat die Korinthiërs eigenlijk zo narrow-minded waren. Zo eng, zo in hun eigen leventje opgaand en zich niet bewust van de positie die ze hadden in Christus. Nog steeds waren ze heel vleselijk georiënteerd — zo noemt hij dat — georiënteerd op het vlees, op dat wat je kunt zien en voelen. De Korinthiërs hadden dan ook vele problemen. Paulus zegt: "Wordt het nu eens niet hoog tijd om daar bovenuit getild te worden, om ook volwassen te gaan denken en te gaan leven?" Want pas als je je leven echt op orde hebt, ben je ook in staat om je bezig te houden met dingen die er echt toe doen.

In 1 Korinthe 6 vers 12 tot 20, het gedeelte dat zojuist is gelezen, bespreekt Paulus enkele misvattingen onder hen. U moet weten dat de Korinthiërs een brief hadden geschreven aan Paulus. Paulus had daar ooit gearbeid; hij was daar dik anderhalf jaar geweest en heeft er gepredikt. Er was een ecclesia, een gemeente, ontstaan uit die prediking. Paulus is vervolgens vertrokken en in zijn plaats kwam na niet al te lange tijd Apollos, die daar ook onderwezen heeft. In ieder geval heeft Paulus een brief gekregen met allerlei kwesties en vragen. Paulus beantwoordt die brief en de weerslag daarvan is de eerste Korinthebrief. Het is een antwoord op vragen die aan hem waren gesteld, kwesties die aan de orde waren gesteld. We zullen dat ook in dit gedeelte zien: hij citeert hen iedere keer. Wat hij feitelijk doet, is hen herinneren aan wat hij hen ooit had verteld. Hij had hen al onderwezen in dat ABC. "Weten jullie dat dan niet?" Iedere keer herhaalt hij dat. Met die dingen vooraf lijkt het me goed om het startschot te geven en naar vers 12 toe te gaan.

Ware Vrijheid: Alles Is Geoorloofd, maar Laat Je Door Niets Knechten ↑ hoofdstukken

En dan begint hij met deze woorden: "Alles is mij geoorloofd." Ik zal eventjes nog iets zeggen over hoe ik het weergegeven heb om daarmee iets duidelijk te maken. Als de tekst cursief is en is ingesprongen, dan bedoel ik daarmee dat Paulus de Korinthiërs citeert. Ik zal dat straks ook nog nader toelichten. Onder de Korinthiërs was het motto: alles is mij geoorloofd. Dat wordt in deze brief nota bene vier keer gezegd en ik geef hier ook de verwijzing erbij. Zij hanteerden de leus: "Alles is mij geoorloofd." En daar moet ik bijzeggen dat dit een heel zinnige waarheid was waar ook helemaal niets mis mee is, want het was een volstrekt logische conclusie uit wat Paulus hun had verteld. Het is de helft van de waarheid, maar niettemin is het de waarheid.

Paulus had hen onderwezen dat ze vrij zijn. Zoals hij zegt in Romeinen 14: "Ik ben ervan overtuigd in de Heer dat geen ding onrein is in zichzelf." Hij licht dat ook toe: de gelovige is geplaatst in de vrijheid en hoeft dus niet voortdurend geconfronteerd te worden met vragen als: "Mag dat nou wel of mag dat nou niet?" Daar was Paulus gauw klaar mee, want dan is het namelijk heel simpel: alles is geoorloofd. Dat is wat die Korinthiërs heel goed hadden begrepen. Maar, u voelt hem al aankomen, het is de helft van de waarheid. Want als je eenmaal gezegd hebt dat alles geoorloofd is, dan weet je eigenlijk nog niet wat je te doen staat als je voor een keuze staat. Je kunt dan wel zeggen dat alles geoorloofd is, maar wat zijn dan de criteria die ik moet hanteren om de juiste, de rechte weg te bewandelen? Dat het geoorloofd is, is één ding, maar wat dan wel?

Kijk, "Alles is mij geoorloofd," dat was de leuze onder de Korinthiërs en Paulus bevestigt dat ook. Maar hij zegt dat dit niet het hele verhaal is. Hij voegt eraan toe: "Niet alles is nuttig." Dat wil zeggen: niet alles bouwt op, of niet alles is tot heerlijkheid van God. Paulus specificeert wat hij bedoelt met nuttig, namelijk dat wat de ander of wat je zelf opbouwt en bovenal wat Hem verheerlijkt. Kijk, dat is de echte vraag. Feitelijk is het zo – en dat klinkt misschien wat vreemd – dat die Korinthiërs dachten dat ze door te zeggen "alles is geoorloofd" een leidmotief voor hun leven hadden gevonden, maar dat is in wezen een wettisch idee. Wij denken bij wetticisme altijd aan iemand die heel streng, eng en genadeloos leeft, maar dat is niet de enige vorm. Je kunt zelfs losbandig leven en er feitelijk een wettische denktrant op nahouden. De Korinthiërs zeiden: "Nou, alles is geoorloofd, dus doen wij gewoon alles." Maar dat is geredeneerd vanuit het principe dat als iets geoorloofd is, het dus automatisch een vrijbrief is en we het daarom doen.

Paulus zegt echter dat dit slechts de helft van het verhaal is. Het is geoorloofd, oké, dus over wetten hoeven we niet meer te praten. Mag dat nou wel of mag dat dan niet? Ik vind dat zo mooi; dat is zo geweldig bevrijdend als je zo in het leven mag staan. Ik weet dat er velen zijn die zich altijd die vraag stellen in het leven: "Mag ik dat nou wel of mag ik dat nou niet?" In de theologie kun je daar heel ver mee komen; dat heet dan ethiek, wat eigenlijk altijd over die vraag gaat. Er zijn vele christenen die hun hele leven feitelijk vergallen door die vraag of iets wel of niet mag. We zijn echter in de vrijheid geplaatst. Dat neemt niet weg dat niet alles nuttig is; dat lijkt mij een duidelijke zaak. Niet alles bouwt op.

Hij citeert hen nog eens: "Alles is mij geoorloofd." Dat schrijven jullie mij, of dat zeggen jullie, dat is jullie motto. Allemaal tot je dienst; ik spreek het niet tegen, zegt Paulus. Maar hij zegt: "Ik zal mij door niets laten knechten." Want het is namelijk zo dat je op grond van dat motief zelfs een slaaf kunt worden en verslaafd kunt raken. Om een onomstreden voorbeeld te geven: je kunt zeggen dat alles geoorloofd is, dus ik kan drugs gebruiken. Vervolgens word je op grond van dat motief verslaafd aan drugs. Dus op grond van je vrijheid word je een slaaf. Nou, dat is krom natuurlijk. Dan word je alsnog een slaaf en waar is je vrijheid dan gebleven? Paulus zegt: "Ik ben vrij, ik laat me door niets maar ook door niemand knechten." In 1 Korinthe 7 zegt hij het ook: "Word geen slaven van mensen." Maar het geldt ook voor dingen. Paulus zegt: "Alles is mij geoorloofd, maar ik laat me door niets knechten." Ik laat me onder geen enkele autoriteit brengen om daarmee een slaaf te worden, een knecht van iets. Waarom? Welnu, juist omdat ik vrij ben.

Dan volgt weer een citaat. Ik geef het op deze manier weer, want in de uitleggingen wordt dit denk ik heel dikwijls misverstaan. Ook als je dit zo leest, weet je soms niet of dit een woord van Paulus is, of dat hij hen aanhaalt en citeert om daar vervolgens op in te gaan. Ik denk dat deze vier regels, zoals u die hier ziet weergegeven, weer citeren wat die Korinthiërs te berde brengen. Zij zeiden: "Kijk even..."

Afrekenen met Grieks Dualisme: Ons Lichaam Is Bestemd voor de Heer ↑ hoofdstukken

Het voedsel is voor de maag. Daar is voedsel voor bedoeld, nietwaar? Zodat het in de maag terechtkomt. En omgekeerd: de maag is voor het voedsel. Waar is het anders voor ontworpen dan om voedsel te verwerken? Onder de Korinthiërs zeiden ze erbij: "En God zal zowel het een als het ander tenietdoen." Je moet weten dat er onder de Korinthiërs – Paulus zegt dat ook in de eerste hoofdstukken – een sterke invloed was van filosofie, van de Griekse wijsbegeerte. Die is wereldberoemd tot op de dag van vandaag; ook onze westerse samenleving is in hoge mate beïnvloed door de Griekse denktrand. Wel, die Korinthiërs bevonden zich in het hart van de Griekse filosofie.

Eén van de karakteristieken van de Griekse filosofie is dat ons lichaam feitelijk onbelangrijk is. Men zei: "De mens heeft een onsterfelijke ziel." Dat is geen Bijbelse leer; de Bijbel zegt dat de ziel die zondigt, sterft. Nee, het is een Grieks idee waar Aristoteles en Plato het over hadden. De mens heeft een onsterfelijke ziel en die bevindt zich in een kerker, in een gevangenis. Op het moment dat je de laatste adem uitblaast en doodgaat, ben je bevrijd. Dan is je ziel bevrijd van die kerker, van dat lichaam. Dat lichaam was dus eigenlijk inferieur, minderwaardig. Vandaar ook dat men zei: "Het voedsel is voor de maag en de maag voor het voedsel." Ze brachten daarmee een punt naar voren dat Paulus niet weerspreekt. Hij zegt dat zij zeiden: "God zal zowel het een als het ander tenietdoen." Ja, dat lijkt me duidelijk. We leven in een vergankelijk lichaam en daar mogen we het een aantal jaren of decennia mee doen. Op een gegeven ogenblik is het over en uit en dan is het einde van dit lichaam. Ja, zegt Paulus, dat klopt, maar het is slechts de helft van de waarheid.

Voordat ik dat ga toelichten, wil ik eerst het tweede deel van vers 13 erbij betrekken. Hij zegt: "Het lichaam..." Kijk, als je zo minderwaardig denkt over het lichaam en over voedselconsumptie als iets wat er niet toe doet, sta je eigenlijk op het standpunt dat het niet uitmaakt wat je met het lichaam doet. Die Korinthiërs dachten dat zonde alleen maar te maken heeft met de geest. Wel, zegt Paulus, wat jullie naar voren brengen mag dan zo zijn, de conclusie die jullie trekken is niet terecht. Want één ding is zeker: het lichaam is niet voor de hoererij.

Het Griekse woord dat daar staat, kennen we allemaal, of in ieder geval kennen we een woord dat daarvan is afgeleid: porneia. Ik ga dat straks ook aantonen, maar ik kan nu alvast verklappen dat Paulus hiermee bedoelt – en dat is de betekenis van het woord – seksuele gemeenschap hebben met een ander dan de eigen man of vrouw. Dat is een simpele definitie waar ik straks nog even op terugkom. Maar dat is porneia en dat staat haaks op het kennen en dienen van de Heer. Ik moet er trouwens nog even iets bij zeggen – ik zinsspeelde er al even op – dat wij natuurlijk het woord 'porno' kennen, wat niet één-op-één hetzelfde is. Porno duidt op seksueel expliciete uitingen. Ik heb het even in het woordenboek nagekeken en dat is dus wat anders dan porneia.

Deze week heb ik me er nog eens mee beziggehouden. U vraagt: "Wat doe jij allemaal in de voorbereiding?" Wat heb ik nu weer gezegd! Nee, maar als je bijvoorbeeld eens kennisneemt van wat er daar in Korinthe allemaal te zien was... Wij zeggen dat onze wereld is 'gepornofiseerd'. Dat is ook zo'n mooi werkwoord. Je kunt er ook een werkwoord voor maken: 'gekorintiseerd'. Je wordt omgeven door seksueel expliciete uitingen. Vergelijk dat met dertig, veertig of vijftig jaar geleden, dan is dat explosief toegenomen. Je kunt er eigenlijk nauwelijks aan ontkomen. Dat is modern, of in ieder geval: we leven in 2016 en een jaar geleden was dat alweer anders. Maar je zou eens kennis moeten nemen van die wereld van Korinthe. Ik ben zelf nooit door die stad heen gelopen, zelfs niet door het moderne Korinthe, maar lees het er maar eens op na. Die stad was gewijd aan de bekende tempel van Astarte, van Afrodite, de godin van de liefde. Prostitutie werd daar gepromoot. Kijk maar eens op websites waar die goden worden uitgebeeld; ik kan u vertellen dat dit seksueel buitengewoon expliciet is. Daar konden de Korinthiërs zich helemaal niet aan onttrekken. Daar werden ze dagelijks in de straat en overal mee getrakteerd. Niettemin zegt Paulus – en hij zegt in 1 Korinthe 5 dat je de wereld niet uit hoeft te gaan, daar hoef je helemaal niet bang voor te wezen – maar hij zegt wel: het lichaam is niet bestemd voor de hoererij, de porneia.

Maar eerst nog even dit: "...doch voor de Heer." Waarmee is aangegeven dat porneia tegenover het kennen van de Heer en Hem toebehoren staat. 'Heer' betekent dat Hij mijn eigenaar is en ik Zijn eigendom ben. Dat is een waarheid die niet zomaar nieuw is; het dateert al vanaf het begin van de mensheid. Toen God de mens schiep, mannelijk en vrouwelijk, heeft Hij de mensheid daarover een woord meegegeven. Ik zal straks het citaat uit Genesis 2 vers 24 laten zien, waarbij je met precisie ziet hoe God daarover denkt. Hij zegt: "Het lichaam is niet voor de hoererij, voor de porneia, doch voor de Heer." Dat wil zeggen: voor Hem bestemd. En vergis je niet: ook "de Heer voor het lichaam". Dat is heel sterk geformuleerd. De Heer heeft een heel speciaal plan met dat lichaam. Je kunt wel zeggen dat dit lichaam vergankelijk is en dat God de maag en het voedsel tenietdoet, maar lees dan eens verder in vers 14.

God heeft niet alleen de Heer opgewekt, onze Heer Jezus Christus, maar Hij zal ook ons opwekken door Zijn kracht. Op de derde dag heeft God Hem lichamelijk doen opstaan uit de doden. Het graf is sindsdien leeg; de steen is weggewenteld. De Heer leefde niet verder als een onsterfelijke ziel of iets dergelijks. Nee, als een mens doodgaat, dan is hij dood. Hij blijft dood totdat God hem weer tot leven wekt en hem lichamelijk doet opstaan. Dat heeft God gedaan met Christus. God heeft Hem uit de doden opgewekt op de derde dag; dat is het Evangelie. Dat is de basis van het goede bericht dat Paulus mocht bekendmaken. Maar Paulus zegt dat dit niet alleen geldt voor onze Heer Jezus Christus, het geldt ook voor ons. Trouwens, hij gaat in hoofdstuk 15 zeggen dat dit zelfs geldt voor alle Adamieten: zoals in Adam allen sterven, zo zullen in Christus allen levend gemaakt worden. Maar ook wij gelovigen hebben daar een hele speciale bevoorrechte positie in. Hij zal ook ons opwekken door Zijn kracht. Dus je kunt wel zeggen dat God dit lichaam tenietdoet, maar Hij wekt het ook weer op! Met andere woorden: praat niet denigrerend over dat lichaam als een 'stoffelijk overschot', alsof dat eigenlijk helemaal niet telt. Nee, dat is de mens. De mens is een lichaam. Wij hebben geen ziel, wij zijn een levende ziel, inclusief ons lichaam.

God heeft niet alleen de Heer opgewekt, maar Hij zal ook ons opwekken door Zijn kracht. Dat is Gods plan met ons, met jou, met mijn lichaam. Weten jullie dat niet? Hij gaat dat hier zeggen. Trouwens, in deze hele brief formuleert hij dat tig keer. Ik heb het niet nageteld, maar het zijn er echt heel veel keren. Iedere keer herinnert hij hen daarmee aan het onderwijs dat hij hen ooit heeft gegeven. Weten jullie dan niet? Zijn jullie dat vergeten? Met andere woorden: ik wil jullie eigenlijk graag nieuwe dingen vertellen, maar ja, als zelfs de dingen die ik je verteld heb al niet meer zijn blijven hangen, dan schiet dat natuurlijk niet erg op.

Weten jullie dan niet dat uw lichamen leden van Christus zijn? Kijk, leden, dat wil zeggen eigenlijk: delen. Dat is in het Nederlands heel leuk, want het een is een anagram van het ander: leden, delen. Feitelijk is het ook zo dat mijn armen en benen de leden van mijn lichaam zijn. Dat betekent dus dat het delen van mijn lichaam zijn. En als hier staat dat uw lichamen leden van Christus zijn, dan wil dat zeggen dat onze lichamen – wij compleet, inclusief ons lichaam – deel uitmaken van Christus. Wij zijn leden van Hem.

Daarmee zinsspeelt Paulus ook op een andere waarheid die in deze brief naar voren gebracht wordt, namelijk dat wij deel uitmaken van Zijn lichaam. Wij zijn lichaamsdelen, deeltjes zo u wilt, en tezamen vormen we dat lichaam van Christus, waarvan Hij het hoofd is. Dus wij zijn leden, delen van Christus. Christus is niet alleen het hoofd; het hoofd is op zich niet compleet, toch? Nee, de Christus is hoofd en lichaam tezamen. Wij maken deel uit van de Christus. Dat is heel wat hoor, wat ik nu zeg. En daar wilde Paulus juist ook zoveel meer over vertellen, maar dat kon hij nog niet aan hen kwijt. Ze zaten nog aan de pap vast.

Afijn, weten jullie dan niet dat jullie lichamen leden – delen – van Christus zijn? Zal ik dan leden van Christus wegnemen om er leden van een hoer van te maken? Die twee staan toch helemaal tegenover elkaar. Kijk, op het moment dat je naar een hoer toe gaat... En trouwens, dat betekent niet eens alleen betaalde seks. Van die prostituees waar ik het zojuist over had in Korinthe, die deden hun diensten gratis. Ja, duizend stuks! U kunt wel nagaan wat een enorme rol dat daar speelde. Dat was dan ook religieus.

Kijk, wij begrijpen dat misschien heel moeilijk, vaak toch calvinistisch opgegroeid als we zijn. Seksualiteit en godsdienst staan dan voor ons gevoel zo ver van elkaar verwijderd. Maar van oudsher zag men wel in dat seksualiteit, de eenwording van man en vrouw en de creatie van nieuw leven, raakt aan het grote geheim van het leven. Dan praten we over liefde, over eenwording, over nieuw leven dat tot stand komt. En dat is eigenlijk gewoon een religieuze waarheid. Welnu, in die tempels werd dat ook uitgebeeld.

De gedachte op zich klopt, alleen Paulus gaat verder. Hij zegt: ik ga toch niet leden van Christus' lichaam wegnemen om ze vervolgens aan een hoer te verbinden? Want op het moment dat je gemeenschap hebt met een hoer, ben je één lichaam met haar. Paulus stelt dat als een vraag en hij geeft het bekende Paulinische antwoord: volstrekt niet! Dat is volkomen buiten de orde. Ben je nou helemaal van Lotje getikt? Of weten jullie niet – daar hebben we hem weer – dat wie zich aan een hoer hecht, één lichaam met haar is? Dat wil zeggen: wie gemeenschap heeft met een hoer, die maakt daarmee twee lichamen tot één. Dat hoef ik toch hopelijk niet uit te leggen? Want, zegt Paulus, dat is gewoon zo.

Het Fundament van Seksualiteit en het Mysterie van 'één Vlees' Zijn ↑ hoofdstukken

Paulus gaat nu terug naar het vers dat ik zojuist al even noemde, namelijk Genesis 2 vers 24. Want, zegt hij met een hoofdletter — God zelf dus in de Schrift, want er staat geschreven: "Die twee zullen tot één vlees zijn." Laten we meteen naar dat gedeelte toegaan. Toen de mens geformeerd werd, mannelijk en vrouwelijk, lees je dat God de vrouw uit de man nam. Over dat wonder gaan we het nu verder niet hebben, maar Adam merkt het op wanneer hij uit zijn diepe slaap ontwaakt. Vervolgens lees je deze woorden: "Daarom," vanwege die oorsprong van mannelijk en vrouwelijk. Van origine is dat één vlees; het vrouwelijke komt uit het mannelijke voort. Het is één vlees, het is één lichaam. Vandaar ook dat feitelijk de seksualiteit, en ook het kind dat daaruit voortkomt, het ene lichaam is dat daar weer uit ontstaat. Dan is de cirkel weer rond. Het begon bij één lichaam; de mens komt uit één, uit Adam, en vervolgens wordt hij ook weer één. Hij komt uit één en hij is bestemd tot één.

Let goed op deze woorden, want ze zijn heel simpel: "Daarom zal een man," gewoon vanwege die oorsprong, "zijn vader en moeder verlaten." Hij verlaat het ouderlijk huis en zal zijn vrouw aanhangen. Let op: zijn vrouw. Ik zou nu een aantal varianten kunnen noemen van wat je daar níet moet invullen, maar de tekst is duidelijk: zijn vrouw aanhangen. En die twee — die man en zijn vrouw, de vrouw met wie hij trouwt en die daarmee de zijne is — die twee zullen tot één vlees zijn. Dat is het idee. Op het moment dat je gemeenschap hebt en daaruit komt nieuw leven voort, dan word je weer één vlees. Dat is een wonderlijke gedachte: als een vrouw geboorte geeft aan een kind, dan zijn man en vrouw in dat kind feitelijk één geworden. Dat kind is de samensmelting van de vader en de moeder. Dit raakt aan de geheimen van het leven; dit zijn religieuze waarheden die gaan over het geheim van het bestaan.

Het punt is dit: één vlees zijn is bestemd voor een man en zijn vrouw. Dat betekent dat wanneer je met een hoer naar bed gaat, of met een vrouw die niet de jouwe is, dat dit 'porneia' is. Dan beleef je iets met iemand tegen wie je na verloop van tijd of na één nacht weer "doei" zegt. Je bent dan wel één vlees geweest, maar het is niet je vrouw. Je hebt er geen verantwoordelijkheid voor en je bent er niet mee verbonden zolang je leeft. Dat is immers wat een huwelijk is: verbonden zijn met de ander zolang je leeft, tot de dood scheiding brengt. Dat is onverbrekelijk. Voor een man en zijn vrouw is dat één-vlees-zijn bestemd.

Paulus gaat hier in 1 Korinthe 7 nog op verder. Hij zegt daar over de ongehuwden: "Indien zij zich echter niet..." — in onze vertaling staat dan "kunnen beheersen", maar dat 'kunnen' staat er niet en mag je doorkrassen — "...indien zij zich niet beheersen," wat wil zeggen: als die ongehuwden seks of gemeenschap hebben met elkaar, laat hen dan trouwen. Want dat één vlees zijn is bedoeld voor een man en zijn vrouw. Dat is een hele simpele waarheid. Paulus vroeg: "Weten jullie dat niet?" Tja, het moet je verteld worden. Een morgen als deze vond ik daarvoor een goede gelegenheid. In een 'gekorinthiseerde' wereld vergeet je dat maar al te gemakkelijk, maar dit is de Bijbelse waarheid.

In vers 17 gaat hij verder: "Maar die zich aan de Heer hecht," en dat is feitelijk wat een gelovige is. Het staat er in een speciale vorm, niet actief of passief, maar in de tussenvorm die het Grieks kent. Het heeft iets actiefs en iets passiefs: we zijn aan de Heer gehecht en we hechten ons aan Hem. Beide waarheden zijn waar: Hij heeft zich met ons verbonden en wij verbinden ons met Hem. Wie zich aan de Heer hecht — en dat is wat een gelovige doet — is één geworden met Hem en is daarmee één geest met Hem. Als je je aan een hoer hecht, word je één lichaam met haar zonder dat het je vrouw is. Maar, zegt Paulus, als je je aan de Heer hecht, dan ben je één geest met Hem. Dat wil zeggen dat je geestelijk één lichaam met Hem bent. Ik citeer nu hoofdstuk 12 vers 13: "Want in één Geest zijn wij allen" — dat wil zeggen: gelovigen. Ik bedoel niet per definitie iedereen hier in de zaal; het loutere feit dat je hier aanwezig bent maakt je nog niet tot een gelovige. Maar als je je aan de Heer hecht, als je geloof hecht aan Zijn woord en dat in je hart is, dan hoor je bij die 'allen'. Dan heeft Hij jou overtuigd en ben je in één Geest tot één lichaam geroepen. Dan ben je één lichaam, een geestelijk lichaam, met Hem.

"Vlied de hoererij." Zo zeggen we dat vandaag de dag natuurlijk niet meer; 'vlieden' is oud-Nederlands voor vluchten. Vlucht voor de ontucht, voor de 'porneia'. Paulus zegt niet dat je ertegen moet strijden — daar is een mens meestal niet toe in staat — maar dat je eroverheen moet stappen en ervoor moet vluchten. Daar is een prachtig Bijbels voorbeeld van: Jozef. Hij moet een jaar of achtentwintig zijn geweest en de Schrift vermeldt dat hij buitengewoon knap was. Dat had de vrouw van Potifar ook in de gaten. Zij probeerde hem te verleiden en in bed te krijgen. Jozef was niet van steen, en juist daarom bleef hij niet staan: hij vluchtte weg. Dat is een krachtig voorbeeld van vluchten voor de hoererij. Op het moment dat je dreigt te vallen: wegwezen. Dat is precies wat vluchten betekent. Maak dat je wegkomt, zo snel mogelijk.

Nu zegt Paulus iets wat ik lange tijd niet goed begreep, totdat ik inzag dat zijn antwoorden vaak een reactie zijn op de brief die hij van de Korinthiërs had ontvangen. Zij beweerden blijkbaar: "Elke zonde die een mens doet, gaat buiten het lichaam om." Ik heb die bewering nooit begrepen, want er zijn immers zoveel zonden die juist wél met het lichaam te maken hebben. Maar dit was wat de Korinthiërs zeiden. Zij dachten dat het lichaam slechts een omhulsel was waar je verder niets mee te maken had; zonde had volgens hen alleen met de geest te maken. Paulus haalt hun eigen stelling aan: "Elke zonde die een mens doet, gaat buiten het lichaam om." Maar dan stelt hij daar tegenover: "Maar door hoererij" — en hij had nog wel meer voorbeelden kunnen geven waarbij je je echt bezondigt aan je eigen lichaam en dat lichaam tenietdoet — "door hoererij bezondigt men zich aan het eigen lichaam."

Een Onverklaarbaar Bewoonde Tempel: Gekocht, Betaald en Gewijd aan Hem ↑ hoofdstukken

Of weten jullie niet? Dat is de derde keer in deze korte passage: weten jullie niet? Weer refererend aan onderwijs dat hij eerder gegeven had. Weten jullie niet dat uw lichaam een tempel is? Dat is mooi, hè, als je daarover doordenkt. Want kijk, wat is een tempel? Dat is de plaats, de woning van God. En wij denken dan gauw logisch aan iets wat met handen gemaakt is, een gebouwwerk met stenen enzovoort. Nee, de definitie van een tempel is een plaats, een woning waarin God zich bevindt. Nou, zegt Paulus, weet je nou niet dat jullie lichaam een tempel is? Dat wil zeggen: een woning van God. Van de Heilige Geest die in jullie woont.

Hoezo dan? Wel, je hebt die Geest ontvangen. En ik maak het voor mezelf ook heel concreet: er staat in Johannes 6 vers 63, daar zegt de Heer Jezus: "De woorden die Ik heb gesproken tot jullie, die zijn geest en leven." En op het moment dat die woorden zich hier bevinden — Zijn woord en daarmee ook geest en leven, dat zijn allemaal synonieme begrippen — dan woont God door Zijn Geest en Zijn Woord, dat is feitelijk hetzelfde, in je. Geest is leven. Als je de Geest krijgt, krijg je het leven. Maar dat betekent dus dat je lichaam een tempel is. En hij zegt: die Geest die heb je van God ontvangen. Die is van God afkomstig, dat is geen eigen verdienste. Als Hij jou overtuigd heeft, als Hij bezit van jou genomen heeft en als Hij in jou woont, dan ben je een tempel.

Vergis je niet: je bent niet zomaar een woning of zomaar een lichaam. Je bent een lichaam, een woning met de hoogste status: een tempel, een heiligdom. Hij zegt: waarom? Omdat God in je woont. En dan kun je zeggen van: ja, dit lichaam, dat is krakkemikkig en vergankelijk en daar is zoveel mee aan de hand. Ja, maar waarom is het een tempel? Omdat God erin woont. Iemand zei eens een keertje: iets kan onbewoonbaar verklaard zijn, maar wij zijn onverklaarbaar bewoond. Ja, eigenlijk is dat waar het op neerkomt. Want kun jij je voorstellen dat God in jou woont? Toch is het zo. Dat is onverklaarbaar, maar dat is de waarheid en dat maakt dit lichaam dus tot een tempel.

En dat betekent dus ook dat we niet van onszelf zijn; we zijn niet van onszelf en daarmee dus ook niet voor onszelf. Een tempel is een bouwwerk, een woning van God, maar ook gewijd aan Hem. Want, zegt hij dan in vers 20 — en we komen er wel hoor, want u zegt: die waarheid van "verheerlijk God met je lichaam" die ik op de titeldia zag, die heb ik nou nog steeds niet voorbij zien komen — nee, maar dit is de conclusie. Let op. Hij zegt, want er is nog een nader motief: jullie zijn gekocht en betaald. En ik hoop dat u begrijpt waarom ik dat plaatje erbij heb gezet. Als je wilt weten hoeveel jij waard bent, als ik wil weten hoeveel ik waard ben in Zijn ogen, dan moet ik kijken naar het kruis van Golgotha. Nou, daar werd ik gekocht. Wat zeg ik? Daar werd de hele wereld gekocht.

Er is één God, zegt Paulus in 1 Timotheüs 2, er is één God en er is één Middelaar: de mens Christus Jezus. De Middelaar van God en mensen, die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor... ja, dat zou je dan zeggen, hè, als je dan voortgaat in de algemene theologie van sommigen. Nee, zegt Paulus, die Zichzelf gaf tot een losprijs voor allen. Alle mensen zijn Zijn eigendom. Ja, alleen al om het feit dat ze Zijn schepselen zijn, maar bovendien: alle mensen zijn gekocht en betaald, geliefd door God. En wij, die nu al mogen geloven en nu al overtuigd zijn, wij hebben een bijzondere bevoorrechte positie en we zijn bovendien nu al een tempel, omdat Zijn Geest in ons woont.

Wel, zegt Paulus, jullie zijn gekocht en betaald, zo kostbaar in Zijn ogen en Zijn eigendom. Ik ben niet van mezelf, dit is een tempel. En dan staat erachter — en dat is de conclusie eigenlijk uit het voorgaande — hij zegt: verheerlijk dan God met jullie lichaam. Nou, even letterlijk staat er: verheerlijkt hoe dan ook de God in het lichaam van jullie. Even: dé God. Niet religieus, nee, dé God. Degene die alles beschikt, degene die alles bedacht heeft, die alles geschapen heeft, bij wie nooit iets misgaat en die een geweldig voornemen en een plan heeft dat Hij ook succesvol zal bereiken, want Zijn hand tast never nooit mis. Kijk, dat is de God die wij kennen: de God die Zijn liefde bewezen heeft door die prijs die Hij ooit liet betalen. De prijs die God Zelf betaalde door Zijn Zoon te geven tot een losprijs voor allen. Die God mogen wij verheerlijken.

En dan staat erbij: niet "met" uw lichaam, alsof dit een instrument is, nee: "in" het lichaam van jullie. Dat "van jullie" is trouwens niet bezittelijk, want we zijn Zijn bezit, maar dat wil zeggen dat het bij ons hoort. Maar let op dat voorzetsel "in". Kijk, waar u ook bent en hoe u ook bent, wat u ook bent en wanneer dan ook: in je lichaam bevind je je altijd, toch? U bent nu hier in deze zaal, morgen bent u op uw werk en dan bent u weer ergens anders. Je bent altijd weer op een andere plaats, maar in je lichaam zit je altijd — tot ons verdriet soms, maar niettemin, dat is gewoon zo. In je lichaam ben je. En de waarheid daarachter is, het mooie daarvan is: dat betekent dus dat wij ons voortdurend en continu in een tempel bevinden.

En dus is het zo dat als ons lichaam een tempel is en dat is waar ik mij in bevind, dat betekent dat mijn hele leven dus eigenlijk gewoon tempeldienst wordt. Ik ben niet voor mezelf, ik leef ook niet voor mezelf, zelfs niet voor de ander. Hoewel het liedje zegt dat we op de wereld zijn om mekaar te helpen, nietwaar? Nee, uiteindelijk zijn we daarvoor: we zijn een tempel gewijd aan Hem om dé God die die prijs deed betalen te verheerlijken en om van Hem te spreken. Kijk, en dan wordt je hele leven gewoon tempeldienst. Dat verbinden we niet aan prostitutie. Feitelijk is het zo dat als je meegaat in hoererij, dat dat tempelprostitutie is, als u begrijpt wat ik bedoel. Dit is een tempel en op het moment dat je het overgeeft aan de hoererij, is dat tempelprostitutie. Dan heb je je dus verlaagd, nogal.

Nee, we zijn gewijd aan Hem. En in dat lichaam spreken wij voortdurend van Hem. En wat je ook doet, waar je je ook bevindt en wanneer dan ook: wij zijn van Hem. En we mogen — dat is het grootste voorrecht wat een mens kan overkomen — gewoon tot je bestemming komen. Om de grote God — degene die heel Zijn schepping liefheeft en die leven gaat geven aan elk creatuur en die de dood overwint — om die God te verheerlijken in dit lichaam, in deze tempel. Dat voorrecht, dat is aan ons gegeven. Ik stel voor dat we een lied gaan zingen dat daar ook op aansluit.

🎧 God verheerlijken in je lichaam
Delen: