from the river tot the sea
19-11-2023 - Geplaatst door Andre Piet19 november 2023, Den Haag
From the river to the sea, Palestine will be free (=van de rivier tot de zee, Palestina zal vrij zijn). Deze leuze gaat terug naar de dagen van de PLO o.l.v. Yasser Arafat maar sinds 7 oktober van dit jaar is ze bekender en beruchter dan ooit. Ten diepste gaat het daarbij om de vraag wie rechten kan laten gelden op het land tussen de rivier de Jordaan en de Middellandse Zee. De Bijbel is hier duidelijk over: God heeft dit gebied beloofd aan het nageslacht van Jakob, maar… alleen God is en blijft de Eigenaar. Niemand, Jood of Palestijn, kan eigenmachtig dit land claimen. Wie dat niet erkent zal beschaamd uitkomen.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- De Actualiteit en Context van 'from The River To The Sea'
- De Grote Vraag Beantwoord: van Wie Is Dit Land?
- De Onvoorwaardelijke Landbelofte aan Abrahams Nageslacht
- Israëls Verstrooiing en Gods Initiatief tot Terugkeer
- De Blinde Ogen van Israël en de Komende Verwoesting
- Natuurlijke Liefde, het Zionisme en Gods Eigen Reddingsplan
- De Messiaanse Vrede: van Zee tot Zee
- Een Wereldwijde Zegen: de Eenheid van Israël, Egypte en Assur
De Actualiteit en Context van 'from The River To The Sea' ↑ hoofdstukken
Een hele goedemorgen allemaal hier in Den Haag, hartelijk dank ook weer voor de uitnodiging en u weet hoe ik daarover denk. Ik vind het altijd weer een feest om hier te vertoeven en dat meen ik zeer diep. Vanmorgen wil ik jullie graag bepalen bij dit Engelse thema. Ik had het meteen kunnen vertalen, maar dan had het misschien wat minder tot de verbeelding gesproken: from the river to the sea.
Als u de afgelopen maanden niet helemaal onder een steen heeft geleefd, dan zal het u niet ontgaan zijn dat deze frase heel vaak in de actualiteit voorbijgekomen is. Ja, vooral sinds 7 oktober. Om eventjes voor de helderheid te spreken: de frase betekent dus 'van de rivier tot de zee'. De frase gaat in het Engels ook verder en dan rijmt het ook: from the river to the sea, Palestine will be free. Palestina zal vrij zijn. Deze leuze verwijst uiteraard naar het gebied tussen de rivier — de Jordaan wel te verstaan — en de Middellandse Zee.
Ik heb er uiteraard wat onderzoek naar gedaan, maar als je het historisch bekijkt, is het al in de jaren zestig in zwang gekomen. Dat was met name vanwege de organisatie de PLO, waar je tegenwoordig eigenlijk nooit meer over hoort. Maar u weet vast nog wel van de leider die decennialang zo dominant in het nieuws is geweest als het gaat over het Midden-Oosten: Yasser Arafat. In die dagen was dit in de kringen van de Palestijnen en van de Palestijnse bevrijdingsorganisatie — want dat is waar PLO op zijn Engels voor staat — de leuze. Tegenwoordig is hij vooral nog erg in zwang bij organisaties als Hezbollah en Hamas. Juist die clubs, die organisaties, hebben de afgelopen maanden in hoge mate het nieuws gestempeld.
Ik moet er meteen ook bij zeggen dat als deze leuze voorbijkomt, je meteen op een enorm heftig gebied komt. Er is een enorme polarisatie juist over deze dingen. In die zin zou je kunnen zeggen dat ik mijn hand eigenlijk in een gigantisch politiek wespennest steek. Want op het moment dat je je over deze dingen gaat uitlaten... ja, daar is zo enorm veel controverse, om niet te zeggen polarisatie. Ook over heel wat onderwerpen. Met name de laatste maanden zie je dat dit internationaal natuurlijk enorm omstreden is. Er was zelfs hier in Den Haag, in de Tweede Kamer, bij wet besloten dat de leuze niet meer in het parlement mocht worden uitgesproken. Ook dat was trouwens erg omstreden. Maar de leuze mocht niet meer gebruikt worden omdat het, zo meende het parlement, in ieder geval een oproep tot geweld is.
Dat was dus ook de vraag, want strikt genomen zou je in een neutrale interpretatie kunnen zeggen: vanaf de rivier de Jordaan tot aan de Middellandse Zee heet dat gebied Palestina, nou, en dat zal vrij zijn. Is dat een oproep tot geweld? Op zich strikt genomen niet. Maar de hele context waarin deze uitdrukking ontstaan is en hoe die ook gebezigd wordt — en hoe juist organisaties als Hamas en Hezbollah en al die aanverwante organisaties daarmee de boer op gaan — laat zien dat zij heel uitdrukkelijk de vernietiging beogen van de Joodse staat, die juist dit jaar haar 75-jarig bestaan viert. Dus ja, in die context en met die achtergrond lijkt het toch vrij duidelijk, tenminste voor de meesten, dat het toch wel degelijk een oproep is tot geweld en tot de vernietiging van de Joodse staat.
Wat geeft mij nou de moed om dit politieke item — want dat kun je toch moeilijk ontkennen — dan toch te bespreken? Wij openen de Bijbel en we houden ons toch niet per definitie zomaar bezig met politieke aangelegenheden. Dat lijkt me een hele verstandige invalshoek. En waarom nu dan toch wel? Omdat dit toch wel een heel bijzonder onderwerp is dat ons brengt bij een vraag die zo uitdrukkelijk wordt beantwoord door de Bijbel.
De Grote Vraag Beantwoord: van Wie Is Dit Land? ↑ hoofdstukken
De grote vraag is: van wie is dit land? Van de rivier de Jordaan tot aan de Middellandse Zee. Want in feite is dat de grote kwestie waar het om draait: wie kan nou met recht eigendomsrechten claimen op dat gebied? In het algemeen zou je daarbij al kunnen zeggen dat er schriftplaatsen zijn die daarover spreken. Psalm 24 is een hele bekende, waarin over de hele aarde wordt gezegd: "De aarde is des Heren en haar volheid." Dat wil zeggen dat heel de aarde van Eén is: van God. Er zijn meer van dit soort schriftplaatsen die over de hele schepping vragen: aan wie behoort de schepping toe? Ja, aan degene die het zelf gemaakt heeft natuurlijk. Aan wie anders? Doorgeredeneerd zou je dan ook kunnen zeggen dat dit stukje land Hem ook toebehoort; als heel de aarde van Hem is, dan behoort dat stukje land Hem ook toe. Dat is zonder meer waar, maar dit stukje land is ook heel apart gesteld. En dat bedoel ik in de meest Bijbelse zin des woords: geheiligd. Vandaar ook de term 'het heilige land'. Dat wil zeggen dat het niet zomaar een land is zoals de andere landen. Nee, het is een bijzonder land. Apart gesteld, oftewel geheiligd door God. Juist van dit stukje land wordt gezegd: het is van God. Dat is eigenlijk het eerste grote antwoord dat we heel uitdrukkelijk moeten onderstrepen. Van wie is het? Specifiek van dit land zegt God heel uitdrukkelijk: "Het is van Mij."
Dat willen we eens aan de hand van Leviticus 25 zien. Ik vind dat altijd een prachtige schriftplaats. Het staat in de hoofdstukken waar gesproken wordt over de sabbatsjaren en vervolgens over de jubeljaren. U weet hoe dat ging bij Israël: ze hadden niet alleen op de zevende dag een dag die speciaal aan God gewijd was — Zijn dag, de sabbat — maar ook in de cyclus van jaren kenden ze een soortgelijk fenomeen. Na zes jaren het land te hebben bewerkt, volgde het zevende jaar: het sabbatsjaar. In dat jaar moest het land met rust gelaten worden; dat was de bepaling die u in die hoofdstukken leest. Tijdens het sabbatsjaar werd het land niet bewerkt en er werd dus ook geen oogst van gehouden. Dat wordt gemotiveerd met soortgelijke bewoordingen: het is het land van God en Hij eist van het land Zijn sabbat. Vervolgens lees je de bepaling van het jubeljaar. Na zeven sabbatsjaren — rekent u maar uit: zeven maal zeven is negenenveertig jaar — volgde het vijftigste jaar. Dat jaar, na het zevende sabbatsjaar, was het jubeljaar.
In dat verband wordt daarover gesproken in Leviticus 25. Het land werd verloot onder de stammen en de families van Israël, maar dan zegt God: "Het land zal niet voor altijd verkocht worden, want het land is van Mij." En tegen de Israëlieten die het land zouden intrekken — dat zou nog even duren, maar niettemin — zei Hij: "Daarin zijn jullie vreemdelingen en bijwoners bij Mij." Dat wil zeggen: het is niet van jullie. Het is dus niet van de Israëlieten; nee, het is Mijn land. Ik denk dat dit buitengewoon belangrijk is als je de controverse scherp wilt krijgen die de internationale politieke verhoudingen op scherp zet: van wie is dit land? God zegt: "Dat is van Mij." Het eerste antwoord is dus: het is niet van de Palestijnen, de Arabieren of de Turken. Zij hebben daar natuurlijk lange tijd gezeten; eeuwenlang was het hun mandaatgebied of in ieder geval de plek waar zij verbleven. Het land heeft gedurende de laatste tweeduizend jaar immers zoveel vreemde overheersers gehad. Maar van wie is het? Niet van de Palestijnen en niet van de Arabieren. Maar ik moet er ook bij zeggen, als je het vanuit Leviticus 25 beziet: het land is ook niet van Israël. Ik bedoel: niet van het volk uit het huis van Jakob. Dat zou je misschien denken en het wordt ook vaak gezegd: "Het land is van Israël." Nee, zei God: "Jullie mogen er wonen, Ik ga het jullie ook geven" — daarover straks meer — "maar blijf dit goed weten: het is van Mij."
Dat had ook in de praktijk moeten functioneren, althans, zo was de regel. Maar in de praktijk heeft het juist helemaal niet gefunctioneerd. Al die sabbatsjaren hebben ze nooit gehouden. Dat was ook de reden waarom God op een gegeven ogenblik, nadat de sabbatsjaren zeventig keer niet waren gevierd, zei: "En nu gaan jullie er zeventig jaar uit." Dat is de Babylonische ballingschap. Hij zei: "Als jullie het land dan geen rust geven, dan eis Ik Mijn rust zelf op. Dan vertrekken jullie maar naar Babel." Na zeventig jaar mochten ze dan weer terugkeren. Dat was heel uitdrukkelijk een verrekening van de sabbatsjaren die men niet gehouden had. Maar goed, het gaat erom hoe God dat geregeld had. Het was ook zo dat als land verkocht werd — bijvoorbeeld omdat iemand verarmd was geraakt — het uiteindelijk in het jubeljaar weer terugging naar de oorspronkelijke eigenaar. Het land werd dus nooit blijvend verkocht. Dat staat er ook: "Het land zal niet voor altijd verkocht worden." In het vijftigste jaar gaat het allemaal weer terug naar de oorspronkelijke eigenaar. Dat gaf natuurlijk bepaalde consequenties voor de prijs; bij de koop maakte het veel verschil hoeveel jaar je het land nog kon houden. De vraag was feitelijk altijd: wanneer is het volgende jubeljaar? Als dat al aanstaande was, bracht de verkoop niet veel op, omdat je het maar voor korte tijd zou hebben. Economisch gezien zou u dat eigenlijk aan Reitse moeten vragen, want die heeft daar veel meer kijk op.
Dit heeft zulke geweldige consequenties. Het gaat me nu even om deze claim: "Het land is van Mij." Daarom lees je in de profetieën ook heel dikwijls dat God zegt: "Het is Mijn land." Ik noem hier een paar schriftplaatsen waar dat heel uitdrukkelijk wordt gezegd. "In Mijn land..." Vaak klinkt daar verontwaardiging in door: wat doen buitenlandse naties die dit land opeisen? Hij zegt: "Hoezo? Het is Mijn land!" In de laatste verwijzing, Ezechiël 38 vers 16, lees je over Gog en Magog — u kent die profetie misschien wel. Daar wordt beschreven dat volkeren uit het uiterste noorden zullen optrekken naar het heilige land. Daar worden ze trouwens volledig van bovenaf 'in de pan gehakt', om het zo maar even te formuleren. Maar dan lees je ook dat God zegt dat zij zullen optrekken tegen "Mijn land". Nou, dan weet je het wel. God eist dat zo op en Hij neemt dat uiterst serieus. Het is Mijn land. Je leest in de profetieën ook de uitdrukking: "Het is het land van JAHWEH." Natuurlijk is heel de aarde van Hem, maar dit land is apart gezet; het is Zijn land. Ik denk dat we dat niet genoeg kunnen benadrukken. En dan komen we bij een ander punt: als het land van Hem is, dan heeft Hij uiteraard ook de rechten om dat te geven en te vergeven aan wie Hij wil.
De Onvoorwaardelijke Landbelofte aan Abrahams Nageslacht ↑ hoofdstukken
De andere term die we vooral ook kennen vanuit de Bijbel als het gaat over dat land – dat stukje land ‘from the river to the sea’ – is ‘het beloofde land’. Ja, beloofd door wie? Nou, door God beloofd. En aan wie dan? De eerste keer dat we dat trouwens vinden, is in Genesis 15. Nou ja, niet helemaal, eigenlijk moet je al teruggaan naar Genesis 11, maar in Genesis 15 wordt het uitdrukkelijker.
Helemaal aan het einde van dat hoofdstuk lees je daarover. Abram – hij heette hier nog Abram, want Ismaël was er nog niet en Izak dus al helemaal niet, dat was allemaal nog niet in de picture – krijgt daar de belofte. God had in ditzelfde hoofdstuk al gezegd dat Abraham naar buiten moest gaan. Hij was eigenlijk een beetje vertwijfeld: hoe zit dat nou? Hij was kinderloos, Sara was onvruchtbaar en in de nacht wordt hij naar buiten geleid. God zegt dan tegen hem: "Kijk eens omhoog en probeer de sterren te tellen." En dan zegt God: "Zo zal jouw nageslacht zijn."
Dan staan er die geweldige woorden bij: "En Abraham geloofde JAHWEH en het werd hem tot rechtvaardigheid gerekend." Abraham was een rechtvaardige. Waarom? Omdat hij zijn vertrouwen stelde op een belofte die God onvoorwaardelijk aan hem had gegeven. Want God had niet gezegd: "Als jij nou zus of zo doet, dan beloof Ik jou dat en dan zal je het..." Nee: "Zó zal jouw nageslacht zijn." Moet je nagaan. Dan ben je kinderloos, is je vrouw onvruchtbaar; eigenlijk spraken alle omstandigheden en alles wat zijn zintuigen hem ingaven het tegendeel.
En dan is het de Almachtige die zegt: "Zo zal jouw nageslacht zijn." Ik denk dan dat Abrahams geloofslogica ging redeneren: "Als de Schepper van hemel en aarde dit aan mij toezegt, ook al heb ik geen idee hoe Hij dit in vervulling gaat brengen, so what? Is mijn beperkte verstand, of mijn onvermogen om in te zien hoe Hij dat gaat doen, een reden om Hem een handicap toe te schrijven? Nee, toch? Hij is niet gehandicapt, Hij is niet beperkt. Hij vervult wat Hij belooft." Abraham vertrouwde daarop. Hij zei letterlijk 'amen'; hij zei amen op wat JAHWEH sprak.
Aan het einde van dat hoofdstuk, in vers 18, lees je: "Te dien dagen sloot JAHWEH een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht – eigenlijk staat er ‘aan uw zaad’ – zal Ik dit land geven. Van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat." Dit is nog even andere koek, hè? Dit is niet ‘from the river to the sea’ in de zin van de Jordaan tot aan de Middellandse Zee. Hier wordt de belofte gegeven dat aan het zaad van Abraham – en dan moet je Ismaël in feite niet eens meerekenen; nu zegt u misschien: "Ja, maar dat is ook zaad van Abraham?", jawel, maar dat was niet het kind van de belofte, dat is een kwestie apart waar ik straks nog op terugkom – dit enorme gebied zal worden gegeven.
Ik moet er ook bij zeggen dat dit tot dusver in de geschiedenis nog nooit volledig is vervuld. In de dagen van Salomo kwam het er dichtbij, maar dit is nooit echt helemaal de werkelijkheid geweest. Deze woorden vind je nog vaker, maar om de kaart er even bij te halen: aan de westkant heb je daar de Nijl die door Egypte loopt en dan heb je de Eufraat, de zuidelijke rivier in het tweestromenland, Mesopotamië. Nou, dat gebied van de Nijl tot de Eufraat, dat is gerekend van west tot oost. Van noord tot zuid staat hier niet eens bij, maar dat is het land dat aan Abram en zijn zaad zal worden gegeven. Die belofte staat nog steeds. Ze is 4000 jaar geleden gegeven en tot op de dag van vandaag is dit met deze grenzen nog nooit vervuld geweest. Maar het gaat gebeuren en we zullen dat straks ook nog zien. Laten we even verder gaan, want nu komen we op een ander punt.
Israëls Verstrooiing en Gods Initiatief tot Terugkeer ↑ hoofdstukken
Kijk, het is volstrekt helder dat het land van God is. Hij heeft het beloofd aan het nageslacht van Abraham en dat spitst zich heel specifiek toe. Dat wil zeggen: niet Ismaël, maar Isaak. In de volgende generatie krijg je Jakob en Ezau, en dan gaat het niet om Ezau, maar de lijn gaat via Jakob verder. Het huis van Jakob, zij zouden het land gaan bezitten.
Nu zijn we inmiddels weer 430 jaar verder. Het volk van Israël, het huis van Jakob, bevindt zich in de woestijn en ze staan op het punt om het beloofde land in te trekken. In Deuteronomium – wat 'tweede wet' betekent – geeft God Zijn belofte en Zijn instructies, maar Hij zegt ook hoe het zal gaan. Het is heel apart, want in de hoofdstukken die hieraan voorafgaan, lees je al dat God zegt: "Jullie gaan nu het land intrekken, maar Ik geef jullie nu al te kennen dat jullie uiteindelijk Mijn woord zullen verwerpen." God kondigt aan dat Hij hen dan ook weer uit het land zal zetten en dat hen ontzettend veel onheil zal treffen. "De hemel zal van koper zijn", die uitdrukking wordt in dat verband gebruikt, en drama op drama zal er plaatsvinden.
Maar er staat ook bij dat er een tijd komt dat God niet alleen straft. Hij zegt: "Ik zal jullie uit het land zetten en Ik zal jullie verstrooien onder alle natiën." Dan gaat het dus niet eens alleen over die Babylonische ballingschap. "Ik zal jullie verstrooien onder alle natiën," en dan staat erbij: "Ik ga jullie dan ook weer terugbrengen." Er wordt hier in feite een enorme periode overbrugd.
In Deuteronomium 30 vers 1 lezen we: "Wanneer dan al deze dingen over u komen, de zegen die Ik toezeg, maar ook de vloek die Ik u voorgehouden heb..." Hier wordt dus al gezegd: dat gaat jullie overkomen. Hij zegt: "Wanneer dat dan gebeurt en jullie dit ter harte nemen te midden van al de volkeren naar wier gebied JAHWEH, uw God, u verdreven heeft..." Let op hoe het hier staat: God Zelf zet hen uit het land. Want het is waar dat God het land belooft aan het nageslacht van Jakob – en niet aan de Britten of de Amerikanen, en ook niet aan de Arabieren of Palestijnen of hoe ze ook mogen heten – aan het huis van Jakob belooft Hij dit land. Maar trek daar niet de conclusie uit dat zij als Israël dus zomaar eigendomsrechten kunnen claimen. Want als jullie niet luisteren naar Mijn stem, dan zet Ik jullie er achter elkaar ook weer uit. En daar komt nog iets bij: op Mijn tijd verzamel Ik jullie ook dan weer terug. Ook dat is niet op eigen initiatief. De voorwaarde is dat je het inderdaad ter harte neemt te midden van al de volken naar wier gebied JAHWEH, uw God, u verdreven heeft. God heeft hen niet alleen in het land gebracht, Hij zet hen er ook weer uit.
Als Hij hen dan verdreven heeft onder de natiën, komt er een moment dat ze tot inkeer zullen komen. Ik moet erbij zeggen – dat staat hier ook – dat zij tot bekering en inzicht zullen komen wanneer ze in de verstrooiing zijn. Dus niet eerst terugkomen naar het land en dan tot bekering komen; nee, in het buitenland zullen jullie tot bekering komen. "Wanneer gij u dan tot JAHWEH, uw God, bekeert" – dat wil zeggen: omkeert, eigenlijk ook weer terugkeert – "en naar Zijn stem luistert overeenkomstig alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel, dan zal JAHWEH, uw God, in uw lot een keer brengen en Zich over u erbarmen. Hij zal terugkeren en u bijeenbrengen."
Ik heb dit in de presentatie cursief gezet omdat ik hier even afwijk van de NBG-tekst, maar hier staat het ook letterlijk zo. Als u de kanttekeningen van de Statenvertaling erbij neemt, ziet u dat daar ook vermeld wordt dat er letterlijk staat: "Hij zal terugkeren." In de gewone vertalingen staat meestal: "Hij zal u wederbrengen uit alle volkeren", maar letterlijk staat er dat Hij zal terugkeren. Het is dus een wederkomst. Hij zal terugkeren en u bijeenbrengen uit al de volkeren naar wier gebied JAHWEH, uw God, u verstrooid heeft. God heeft hen verstrooid onder de natiën en waar zouden zij tot inkeer komen? Onder de natiën. En dan, in het buitenland, zal Hij inderdaad terugkeren en bij Zijn terugkeer zal Hij hen bijeenbrengen uit al de volkeren naar wier gebied JAHWEH, uw God, u verstrooid heeft.
In vers 6 staat vervolgens: "En JAHWEH, uw God, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden." Hier gaat het dus niet over een fysieke besnijdenis, maar over de besnijdenis van het hart. Daar wordt vaker over gesproken: de besnijdenis der harten. Wat vindt er bij een besnijdenis eigenlijk plaats? Dan wordt de bedekking weggenomen. Dat is precies wat de besnijdenis van het hart is. Je leest in 2 Korinthe 3 dat Paulus daar ook een toespeling op maakt. Hij zegt daar: "Ja, tot heden toe ligt, wanneer Mozes voorgelezen wordt – en dat gaat hier juist over de synagoge, over het jodendom, over het Joodse volk – tot heden toe ligt er een bedekking op hun hart." Dat zei Paulus al in de eerste eeuw en nu, in de 21e eeuw, is dat nog steeds zo. Maar, zo stelt Paulus: "Wanneer het zich tot de Heer bekeert" – het volk als geheel, niet alleen individueel; het is een profetie – "dan wordt de bedekking weggenomen." Dat is de besnijdenis van het hart. Moeilijker dan dat is het niet, maar het is wel Zijn werk. Dan zullen zij ook gaan begrijpen waar die boeken van Mozes allemaal over gaan; dat het niet alleen maar wetten en bepalingen zijn over wat ze moesten doen, maar dat het allemaal spreekt van Hem die zou komen: van hun Messias. Wat een geweldige sprake zal er van die gebeurtenis uitgaan. Dat is ongekend.
Er staat ook bij: "En JAHWEH, uw God, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, zodat gij JAHWEH, uw God, liefhebt met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leeft." Ze ontdekken dan dat dat Woord geen dode letters zijn, geen dorre bepalingen; nee, het spreekt van leven. Ze gaan ontdekken hoe God leven aan het licht heeft gebracht in de Messias. Ze gaan inzien dat al die bepalingen van "gij zult" en "gij zult niet" niet betekenen "je moet" of "je mag niet", maar dat het beloften zijn: "jullie zullen". Op het moment dat je gaat realiseren dat al die bepalingen in werkelijkheid beloften zijn – niet wat zij moeten doen, maar wat God doet – dan wordt alle last en de bedekking die op je hart drukt weggenomen. Je kijkt omhoog en je weet dat het allemaal van Hem is. Dan ga je Hem liefhebben met heel je hart en met heel je ziel, want het hangt dan niet meer van jezelf af, maar Hij doet dat. Dat is trouwens een universeel principe: dat is geloof. Geloof is: Hij doet het, en daar zeg ik amen op. Zijn belofte is daarin onvoorwaardelijk.
Dit zal dus gebeuren. De reden dat ik deze schriftplaats aanhaal, is om aan te geven dat God inderdaad het land beloofd heeft aan één volk, maar ik moet er meteen bij zeggen: dat is wel onder Gods voorwaarde. Dat wil zeggen: wanneer jullie luisteren naar Mijn stem. Goed, we gaan naar nog een andere schriftplaats en dat is Jesaja 6.
De Blinde Ogen van Israël en de Komende Verwoesting ↑ hoofdstukken
En daar wordt ook dat nieuwe begin dat God zal maken gemarkeerd. Wanneer is het nou dat God, wanneer zal het zijn dat God het hart van dit volk gaat besnijden? Wanneer gaat Hij hen terugbrengen in het land en wanneer gaat Hij een nieuw begin maken? Jesaja 6, dat is het hoofdstuk waarin Jesaja als profeet ook geroepen wordt, en daar staat in vers 10 iets dat trouwens heel dikwijls in het Nieuwe Testament wordt aangehaald — in Mattheüs 13, Johannes 12 en Handelingen 28. Het speelt een grote rol en het heeft allemaal te maken met het ongeloof van Israël in onze dagen.
En dan staat er dit: "Maak het hart van dit volk vet. Maak zijn oren doof. En doe zijn ogen dichtkleven, opdat het met zijn ogen niet zie en met zijn oren niet hore en opdat zijn hart niet versta, zodat het zich niet bekere en genezen worde." Dit is een hele, hele bittere pil. Want hier wordt dus tegen Jesaja gezegd: dit volk zal niet het vermogen hebben om te zien wat er staat geschreven. Het zal niet alleen niet horen, het zal niet kúnnen horen. En het zal ook niet met zijn hart kunnen verstaan — daar heb je het weer. Waarom? Omdat de ogen bedekt zijn of omdat het hart bedekt is. Het volk is daardoor niet eens in staat zich te bekeren, zodat het genezen zou worden.
Ook hierin zie je weer: als het volk zich bekeert, dan komt dat omdat God de eerste zet geeft. Hij doet dat. Dus uiteindelijk is alles van Hem. Maar hier wordt ook gezegd dat dit volk dus ongelovig zal zijn en zich ook niet zal kunnen bekeren. Paulus haalt dit ook aan om aan te geven dat dít de dagen zijn waarin wij nu leven. Nu is Israël ongelovig. Je leest ook in Romeinen 11 dat God zegt: "Ik heb de ogen van dit volk blind gemaakt." En voordat wij nu gaan denken: "Haha, Israël is ongelovig en bij ons is het nu terechtgekomen", dan zegt Paulus: "Ja, dat is zo, maar waarom zijn zij vijanden van het evangelie? Om uwentwil. Vanwege jullie." In de dagen waarin wij nu leven, waarin het heil naar de natiën is gegaan, is Israël op een zijspoor gezet, maar dat heeft een reden: namelijk opdat het nu een omweg zou maken.
Maar, er staat bij — en ik zal het u vertellen — er wordt een limiet gesteld. Let maar op vers 11. Toen vroeg ik, Jesaja: "Hoe lang, Heer?" Nu zou je kunnen denken dat God een datum gaat geven of een tijdstip gaat aanduiden. In feite doet Hij dat ook wel, maar niet door een jaartal te noemen. Overigens vind je dat cryptisch ook wel, wanneer dat gaat gebeuren, namelijk "na twee dagen". Dat is wel degelijk ook een aanduiding van de termijn die daarmee duidelijk benoemd wordt.
Maar nu wordt het hier in Jesaja 6 op een andere wijze beschreven. De vraag was: hoe lang, Heer? Hoe lang is het eigenlijk dat Israël in ongeloof zal zijn en niet in staat zal zijn om te zien en om te horen, en met het hart niet zal verstaan? Hoe lang gaat dat duren? Hij kreeg van de Heer dit antwoord: "Totdat de steden verwoest zijn, zodat er geen inwoner meer is. En de huizen, zodat er geen mens meer in is en het bouwland verwoest is tot een wildernis. En JAHWEH de mensen ver verwijderd heeft." In feite wordt het volk naar het buitenland gebracht en is het verlaten gebied in het land groot.
En er staat bij: "Is daarin nog een tiende deel" — dat wil zeggen: wat nog overgebleven is — "dan zal dit weer verwoest worden." En evenals van een terebint — dat is een eikenboom en bovendien een beeld van Gods trouw en belofte — "evenals een terebint en een eik na het vellen een tronk overblijft, zo zal zijn tronk een heilig zaad zijn." Dat wil zeggen: er is een klein overblijfsel waarmee God weer een nieuw begin zal maken. Maar dat is een tronk, weet je wel? Die boom wordt als het ware afgehouwen en er blijft een tronk over, en daaruit zal weer nieuw leven komen. Maar let hier even op wat er in Jesaja 6 gezegd wordt: die tijd van Israëls ongeloof, hun onvermogen om te zien en te horen en te verstaan, dat zal voortduren en dat zal pas eindigen op het moment dat het hele land verwoest is. En dat is een buitengewoon ernstig woord.
Natuurlijke Liefde, het Zionisme en Gods Eigen Reddingsplan ↑ hoofdstukken
Want als er iets is — en dat geldt voor ons allemaal zoals we hier zitten, dat kan niet anders — als je de God van Israël liefhebt en je hebt het volk lief waaraan de beloften gegeven zijn, dan heb je een natuurlijke liefde voor dat volk. Uiteraard! Het is het volk van het Boek, het volk van de belofte. God heeft Zijn zegen aan hen verbonden, ook de zegen voor de hele wereld; dat verloopt via dat volk. Daar ligt onze natuurlijke liefde, heel vanzelfsprekend.
En dan is het heel lastig om dingen aan te wijzen, maar ik moet gewoon vaststellen dat een heleboel mensen zich hier echt zand in de ogen laten strooien. Zij denken: "Wacht even, er is nu al 75 jaar een Joodse staat en God heeft Zijn belofte gegeven aan het volk van Israël, dus God staat achter Israël." Maar dat is niet waar. Hij gaat het volk weer terugbrengen in het land, maar dat is op een hoogst dramatisch moment. Dat zal zijn — elders in de profetie lees je dat ook — na een grote verdrukking.
Dan stel je de vraag: hebben ze al niet genoeg verdrukking gehad? In mijn beleving wel. Is dat ook niet de reden geweest dat de Joodse staat drie jaar na de Tweede Wereldoorlog in het leven is geroepen? Dat was juist vanuit de gedachte: "Dit nooit weer." Er moet een veilig onderkomen zijn en toen heeft het zionisme internationaal natuurlijk een boost gekregen. Maar heel het streven van het zionisme is een streven zonder God. Dat zeg ik niet alleen; er zijn ook een heleboel Joden die dat vanaf de oorsprong, vanaf het moment dat de zionistische beweging opkwam, heel uitdrukkelijk hebben gezegd. Altijd was daar de wetenschap onder het volk: God heeft ons verstrooid onder de natiën en pas op Zijn tijd, als de Messias komt, dan zal Hij ons terugbrengen.
Toen kreeg je aan het einde van de 19e eeuw Theodor Herzl en de zionistische beweging, die zei: "Daar gaan we niet op wachten." Dat is een puur seculiere beweging. De Joden moesten een veilig thuisland krijgen. Nou, daar is natuurlijk heel wat om te doen geweest en uiteindelijk was het in 1948 gerealiseerd. Maar het is allemaal eigen initiatief. Het is op een wonderbaarlijke wijze gegaan, tegen zoveel tegenstand in, en nu, meer dan 75 jaar later, bestaat die Joodse staat nog steeds. Een heleboel mensen trekken daaruit de conclusie dat het loutere feit dat dit er is, een vervulling is van de profetie. God heeft het voorzegd. Maar is dit het werk dat God beloofd heeft te zullen doen? Is dít het land en de wijze waarop dit opgebouwd is, Zijn werk?
Om even bij Jesaja 6 te blijven: uit Deuteronomium 30 wisten we al dat wanneer het volk zich bekeert onder de natiën, God hen inderdaad bij de wederkomst zal terugbrengen. Als Hij terugkeert, zal Hij Zijn uitverkoren volk verzamelen. En hier staat: wanneer zal dat zijn? Nou, dat zal op een moment zijn dat het land compleet verwoest is. Dat lees je ook in verband met de grote verdrukking. Er gaat in het land Judea en in Jeruzalem nog een verdrukking plaatsvinden waarvan de Schrift zegt — dat zeg ik niet zelf, en sommigen vinden dat heel hard, maar we verzinnen dit niet — de Schrift zegt gewoon: er zal een verdrukking zijn, specifiek daar in het land, zoals er nooit geweest is en er ook nooit meer wezen zal.
Het hele idee dat dit een veilig land is waar ze eindelijk rust vinden, is niet wat de Bijbel zegt. Er komt een moment dat er zelfs niets van dat land meer overblijft. En wat er nog in overgebleven is, zal gevlucht zijn naar de bergen. Want als de Heer Zijn voeten zal zetten op de Olijfberg, dan lees je dat er ter plekke een vluchtweg gecreëerd wordt. Het overblijfsel zal vluchten naar de woestijn. Kortom: geen levende inwoner is dan meer in het land. Van wie is dat land? Van Hem en van Hem alleen. En Hij geeft dat inderdaad aan het volk van Israël, maar Hij heeft ook bepaald wanneer dat zou zijn. Daarmee bedoel ik niet alleen de tijdsbepaling, maar ook de omstandigheden waaronder dat zal plaatsvinden.
In Mattheüs 24 lees je inderdaad dat wanneer de Messias zal terugkeren na de verdrukking van die dagen, de Ben Adam zal verschijnen. Zijn voeten zullen staan op de Olijfberg en dan zal Hij Zijn uitverkoren volk verzamelen uit alle hoeken van de aarde en van alle windrichtingen. Dan zal Hij Zijn volk — via de woestijn, moet ik erbij zeggen — terugbrengen naar het land. Dat is het scenario zoals de Schrift dat schildert. Dat is geen eigen werk. Dat is niet omdat wij dat doen; nee, God Zelf gaat dat doen op Zijn tijd en op Zijn wijze. Dan gaat Hij trouwens ook het land zegenen en in veiligheid brengen. Dan zal geen buitenlandse mogendheid meer in staat zijn om dat volk en dat land aan te tasten. Ook dat wordt beloofd. Absoluut.
Als dat eenmaal gebeurt, zullen Gog en Magog alsnog de poging wagen om "Mijn land" binnen te vallen, maar dan lees je dat die legers volledig vernietigd zullen worden. Gewoon van Godswege. God zal vanaf de hoogte neerhouden. Armageddon — dat is die vlakte van Megiddo daar in het noorden van Israël — betekent eigenlijk letterlijk ook "vanuit de hoogte neerhouden". Dat wil zeggen: God gaat het volk en het land dan zodanig beschermen, maar dan van bovenaf. Niet door militaire kracht. We hebben natuurlijk allemaal de grootste bewondering voor wat het Joodse volk in die 75 jaar in de Joodse staat tot stand gebracht heeft. Je ziet die hele enthousiaste ansichtkaarten van wat er gebeurt in de woestijn: "de woestijn zal bloeien". Dat is geweldig; wat een inventiviteit heeft men getoond op het gebied van landbouw en tuinbouw.
Maar als God straks het land gaat zegenen, dan is dat niet door irrigatiewerken. Dat staat er heel uitdrukkelijk bij: het is niet door jullie kunstvaardigheid, maar doordat Ik dan regen ga geven. Dan zal de woestijn gewoon één grote vruchtbare vlakte worden. Dat is niet door menselijke inventiviteit. Dat geldt ook voor de bescherming van het land. Dat is niet doordat ze zo'n geavanceerd leger en geweldig wapentuig hebben, of zo'n Iron Dome — hoe heet dat ook alweer? Dat is buitengewoon knap, maar ik moet er meteen bij zeggen: dat is niet de bescherming die God gegarandeerd heeft over Zijn volk. Je moet die verschillen heel goed uit elkaar houden. Het loutere feit dat wat er nu gebeurt in overeenstemming is met de profetie, is waar. Maar denk nou niet dat dit al een vervulling is van Gods belofte. Die twee moet je heel goed uit elkaar houden. En uiteindelijk, om dan toch even bij die uitdrukking terug te komen...
De Messiaanse Vrede: van Zee tot Zee ↑ hoofdstukken
In Psalm 72 lees je over de Messias. Dat is trouwens een psalm gewijd aan of opgedragen aan Salomo. Of een psalm van David, nee pardon, van Salomo. En dan staat er: "In zijn dagen zal de rechtvaardige bloeien en grote vrede, totdat er geen maan meer is." Dat is de Bijbelse manier om te zeggen: zolang de maan er is. En Hij — dan gaat het over de Messias — Hij zal heersen van zee tot zee en van de Rivier tot aan de einden der aarde. Die einden der aarde betekenen gewoon de aarde. God noemde het droge land "aarde", en het einde van de aarde is dus de kustrook; daar waar de aarde eindigt en de zee begint. Kortom, Hij zal wereldwijd regeren.
In Zacharia 9 lees je iets soortgelijks. Daar staat: "En Ik zal de wagens uit Efraim en de paarden uit Jeruzalem tenietdoen." Wagens en paarden staan in de Bijbel altijd model voor iets; het is een frase die staat voor wapentuig. God zegt: "Ik ga dat wapentuig allemaal tenietdoen." Je leest in Jesaja zelfs hoe God dat gaat doen en laten doen: Hij zal zwaarden om laten smeden tot ploegscharen. Precies, tot ploegscharen. Dan maakt Hij er vreedzame werktuigen van; het wordt wel weer ingezet, maar dan voor vrede. Ik zal de wagens uit Efraim en de paarden uit Jeruzalem tenietdoen, ook de strijdboog wordt tenietgedaan. Kortom: geen oorlog meer, geen wapentuig, dat wordt allemaal compleet ontmanteld.
En Hij, de Messias, zal de volkeren vrede verkondigen. Zijn heerschappij zal zich uitstrekken van zee tot zee en van de Rivier tot aan het einde der aarde. In feite is dat iets soortgelijks als in Psalm 72. Maar dit zijn de dagen dat de Messias eenmaal hier op aarde zal zijn gekomen en Zijn volk in het land gebracht zal hebben. Via een gelovig Israël gaat de zegen dan over de hele wereld.
Nou, dan heb ik er nog één. Heb ik nog tijd? Ja, ik neem gewoon die tijd. Zo brutaal ben ik dan ook wel weer.
Een Wereldwijde Zegen: de Eenheid van Israël, Egypte en Assur ↑ hoofdstukken
Jesaja 19, over die belofte waar we het al in het begin over hadden: namelijk van de Eufraat tot de Nijl. Van de ene rivier tot aan de andere rivier. Dat wordt in Jesaja 19 ook beschreven, en dan gaat het ook weer over dat Messiaanse Rijk. Te dien dage zal er een heerbaan — letterlijk betekent dat dus een hoofdweg — wezen; gewoon een hoogweg, precies zoals het er staat, van Egypte naar Assur. En Assur zal in Egypte komen en Egypte in Assur, en Egypte zal met Assur JAHWEH dienen. Ook die tijd gaan we krijgen.
Uiteraard, je ziet wel, hier worden ook ontwikkelingen beschreven. Dit gebeurt niet allemaal op een late namiddag. Ik bedoel, er gaat nog een schijnvrede komen, ook dat lees je in de Bijbel. Er gaat ook nog een tempel daar in Jeruzalem komen, die trouwens ook weer verwoest zal worden. En dan komt er nog een enorme verdrukking, die heel duidelijk wordt gelimiteerd tot 42 maanden, drieënhalf jaar. De Heer zal verschijnen en Zijn voeten zetten op de Olijfberg. Er zal nog een enorme strijd met de volkeren plaatsvinden, maar dan, via al die wegen, zal God door Zijn Messias inderdaad de hele wereld gaan regeren. En dat land wat hier beschreven wordt, zal speciaal aan Hem toegewezen zijn.
En dan zal Assur — Syrië, even voor het gemak, al is het wat breder dan wat ik nu zeg — en Egypte, die beide volken zullen JAHWEH dienen. Je leest zelfs in deze hoofdstukken van Jesaja 18 en 19 dat er vijf steden in Egypte zullen zijn waar men Ivriet zal spreken. Dus men zal daar de Hebraïos spreken. Moet je je voorstellen! En dan staat er nog bij: te dien dage zal Israël de derde zijn naast Egypte en Assur, een zegen in het midden der aarde.
Hoezo een derde? Ik denk dat dit te maken heeft — maar u mag er anders over denken, ik houd me voor andere opties aanbevolen — met de grootte. Dat wil zeggen dat in het hele gebied dat hier beschreven wordt, van Assur tot Egypte, het land van Israël een derde zal zijn ten opzichte van die andere twee. Maar in ieder geval zal dat hele gebied van Egypte en Assur, inclusief Israël, een zegen zijn in het midden van de aarde. Omdat JAHWEH van de legerscharen — want God heeft ook een leger — het gezegend heeft met de woorden: "Gezegend zij Mijn volk Egypte".
Wat een totale verandering van het Midden-Oosten, joh. Het is toch onvoorstelbaar hoe God dit zo al toezegt. Hier staat: "Gezegend zij Mijn volk Egypte". Egypte zal een overblijfsel zijn, maar zij zullen God gaan dienen. "Mijn volk Egypte en het werk van Mijn handen, Assur, en Mijn erfdeel" — dat is een heel specifiek erfdeel — "Israël". En dan begrijp je trouwens ook hoe die belofte die ooit aan Abraham gegeven was, van de Nijl tot de Eufraat, vervuld wordt. Want dan krijg je dus Egypte, Israël en Assur, waarbij Israël qua grootte de derde is. Dit hele gebied zal wereldwijd een gebied worden dat niet alleen gezegend wordt, maar waardoor God de zegen gaat verspreiden over de hele wereld.
Nou, dat is heel wat als je dat zo allemaal bedenkt. Ik realiseer me ook dat er natuurlijk heel veel vragen over te stellen zijn, maar ik denk dat dit buitengewoon belangrijk is om je deze dingen te realiseren. Te midden van al het gekonkel, de strijd en het touwtrekken over de vraag van wie dat land is, ben je zomaar geneigd — laten we wel wezen, ik weet er alles van — dat christenen in deze hele kwestie politiek een keuze gaan maken. Het is pro-zionistisch of pro-Palestijns. Dat onze natuurlijke liefde naar Israël uitgaat, is volstrekt vanzelfsprekend. Maar wees niet blind. Men zegt: liefde is blind. Maar liefde zou niet blind moeten zijn. Integendeel, als je de Schrift kent, dan zou je moeten weten dat God Zijn zegen gaat verbinden aan een volk dat Hém herkent en het Woord verstaat.
Er komt dus een moment dat al het eigen werk van Israël, ook hun eigen kracht en militaire kracht, niet zal blijken te volstaan. En pas dan, als ze zeggen: "Onze hoop is vervlogen" — in Ezechiël 37 lees je dat ook: "Onze hoop is vervlogen, het is met ons gedaan" — dan gaat God iets totaal nieuws beginnen. Maar dan ook met succes. Dan gaat Hij het ook doen. En het volk zegt: amen.
UltimateGoodNews