GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

feestelijk & ongezuurd!

21-04-2024 - Geplaatst door Andre Piet
21 april 2024, Rotterdam (EH)

In de avond van deze 21e april begint voor de Joden 14 Aviv/Nisan, dat is de dag van Pascha. De dag erna, de 15e dus, begint het feest van het ongezuurde. Paulus refereert daaraan in 1Korinthe 5. Ons Pascha is geslacht en wat volgt is het feest. Het ongezuurde verwijst naar de nieuwe schepping, waarin het oude van zonde en vergankelijkheid voorbij is. Zuurdeeg daarentegen spreekt van dit oude (van gist-eren) en van al wat verzuurt. Voor wie feest wil vieren is voor dit zuurdeeg totaal geen plaats. Want reeds “een beetje zuurdeeg, maakt het hele deeg zuur”.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie behandelt de geestelijke en profetische betekenis van het Pascha en het feest van de ongezuurde broden. Aan de hand van de eerste brief aan de Korinthiërs wordt uitgelegd dat 'zuurdeeg' symbool staat voor menselijke trots, bederf en eigen roem. Gelovigen worden opgeroepen om dit oude zuurdeeg weg te doen, omdat zij in Christus al een nieuwe, ongezuurde schepping zijn. Feestvieren doen we niet vanuit eigen prestaties of vroomheid, maar vanuit de zekerheid dat ons Pascha, Christus, is geslacht en als Eersteling is opgewekt.

“En dat vind ik het geweldige: dat ongezuurde is niet een ideaal, dat is een feit.”

Introductie: Feestelijk en Ongezuurd op Gods Kalender ↑ hoofdstukken

Een hele goedemorgen allemaal. Zo, dat is volume! Over volume gaan we het trouwens straks uitgebreid hebben, maar dan in een andere betekenis. Het is mijn genoegen om weer in jullie midden te mogen zijn en u ziet het: een feestelijk onderwerp. Hoewel het schriftgedeelte dat zojuist werd voorgelezen misschien niet direct die indruk wekte. Dat zou heel goed kunnen, maar daar gaan we het nog over hebben: feestelijk en ongezuurd.

Ik weet niet in hoeverre u op de hoogte bent van de verschillende kalenders die er zoal rondgaan, maar vandaag is het de 21ste april. Op de Joodse kalender — of misschien bent u eerder geneigd om te zeggen op de kalender van God zelf, de Hebreeuwse kalender — is het vandaag, na zonsondergang, de veertiende Nisan, of zoals de maand ook wel heet: de veertiende Aviv. Aviv is trouwens het Hebreeuwse woord voor lente. Denk maar aan Tel Aviv, wat lenteheuvel betekent. Het is dus de lentemaand, maar dat hoeft ons niet te verbazen.

Als ik zeg dat de veertiende Aviv vanavond aanbreekt, dan meld ik daar direct bij dat Joodse etmalen, of de data, worden gerekend van avond tot avond. Wij rekenen van twaalf uur 's nachts tot twaalf uur 's nachts, maar in de Hebreeuwse gewoonte is het gebruikelijk om van avond tot avond te rekenen. Vandaar dus dat vanavond de veertiende Nisan of Aviv aanbreekt. Dat betekent dat het ook de aanvang is van een hele belangrijke week op de Hebreeuwse kalender, namelijk de week van Pesach.

De veertiende van deze maand — de data die u hier ziet geprojecteerd zijn de data op de Hebreeuwse kalender — is de dag van het Pascha. Dat is de dag waarop het lam geslacht wordt. Dat dateert al vanaf de uittocht uit Egypte en was het begin van de verlossing van het volk van Israël uit de slavernij van Egypte. Het begon allemaal met de slachting van het lam en daarna kreeg je het feest van de ongezuurde broden. Strikt genomen was er op de veertiende ook al geen zuurdesem meer te vinden, maar dan begon het feest van de ongezuurde broden. Strikt genomen hoort het Pascha op die veertiende nog niet bij het feest. Het is een beetje vergelijkbaar met het fenomeen dat Goede Vrijdag niet het feest is; het feest, dat is Pasen.

Het feest begint na het Pascha en dat duurt zeven dagen, een hele week. Dus vanaf de vijftiende tot en met de eenentwintigste, ook weer tot de avond, viert men het feest van het ongezuurde. Als je in Israël bent — ik weet dat uit eigen ervaring, het is alweer veertig jaar geleden, in 1984 toen ik tijdens een Pesach in Israël was — dan zijn alle producten die in de supermarkt te koop zijn: matzes. Ongezuurde broden. Brood dat dus niet gerezen is, zonder gist, zonder zuurdesem. Dat staat heel sterk centraal. Het gaat natuurlijk om de symboliek die daarvan uitgaat en ook daar willen we het nader over hebben.

Als ik dit onderwerp van 'feestelijk en ongezuurd' naar voren breng, dan zou ik daar op elk willekeurig tijdstip van het jaar over kunnen vertellen, maar nu is het echt actueel. Het is helemaal in lijn met de kalender; het hoort eigenlijk bij deze tijd van het jaar. Overigens is het heel interessant dat de brief aan de Korinthiërs waar we straks naartoe gaan, ook rond deze tijd is geschreven. Dat weten we uit de hele samenhang; het was in de aanloop naar Pinksteren. In ieder geval is dat de setting van deze tijd.

Nogmaals even voor de goede orde: het Pascha is eigenlijk de dag van de veertiende, waarna het feest van het ongezuurde volgt. Maar Pesach is in het gewone spraakgebruik de aanduiding voor het hele feest. Dat begint dus met dat lam dat geslacht wordt en vervolgens die matzes, die platte koeken, die ongezuurde broden die dan gegeten worden. Dat herinnert allemaal aan wat er ongeveer 1500 jaar voor Christus heeft plaatsgevonden toen God Zijn volk verloste uit Egypte. Maar ik zal u vertellen dat dit toen gebeurde en dat die data ook gefixeerd zijn op Gods kalender. Het heten ook de hoogtijden van Yahweh zelf. Welnu, die dagen hebben niet alleen betekenis in verband met het verleden, maar ze zijn ook wel degelijk profetisch en ook dat gaan we zien. Juist dat is voor ons zo belangrijk. Je zou natuurlijk kunnen verdedigen: 'Ja, hoor eens even, dat gebeurde bij het volk van Israël dat werd verlost uit Egypte, maar wij zijn toch geen Joden of Israëlieten? Wat hebben wij daar nou mee te maken?' Nou, meer dan u denkt!

Korinthe 5: Hoererij in de Havenstad Korinthe ↑ hoofdstukken

Goed, wij gaan naar 1 Korinthe 5. Hoofdstuk 15 was ook een goed idee geweest in dit verband. U weet, dat is het hoofdstuk van de opstanding, over de Eersteling die uit de doden opstond. Maar ook dat komt nog wel even aan de orde. Ja, we gaan nog een heleboel bespreken vanmorgen. Maar 1 Korinthe 5 is een hoofdstuk waaruit Ed zojuist een achttal verzen heeft voorgelezen. Daarin wijst Paulus inderdaad ook — als u goed hebt opgelet bij het voorlezen — op dat Pascha en op dat ongezuurde, en vooral ook op de typologische of symbolische betekenis daarvan.

Hij heeft daar een aanleiding toe, en laten we dat gewoon maar eens even bezien. Het is niet het eigenlijke onderwerp, maar ik vind het wel van belang om het goed in je achterhoofd te hebben, zodat we weten waar het over gaat en dat Paulus dit niet zomaar in het wilde weg aanvliegt. Hij zegt dan in vers 1 — ik lees in principe voor uit de NBG-vertaling, en als het anders is, dan wijs ik daar wel even op. Inderdaad, zo begint het hoofdstuk: "Men spreekt van hoererij onder u, en zulk een hoererij als zelfs onder de natiën niet voorkomt."

Dat is op zich eigenlijk ook wel eigenaardig, want Korinthe had de reputatie, zo weten we uit buitenbijbelse bronnen... maar eigenlijk blijkt het in de Bijbel zelf ook al: Korinthe was net als Rotterdam een havenplaats. Nou, dan weet je het wel, hè? Of nou moet ik een beetje uitkijken natuurlijk met mijn woorden, in het hol van de leeuw, nietwaar? Maar een havenplaats en het was een stad die juist heel sterk gekarakteriseerd werd door immoraliteit. In alle varianten, prostitutie en hoererij dus, speelde daar een enorm grote rol.

Het schijnt dat er in de Griekse wereld zelfs een spreekwoord was: "leven als een Korinthiër". Dat betekende dat je... nou, hoe zullen we dat eens even netjes zeggen? Je stond in elk geval niet model voor een fatsoenlijk leven. Dat was dus de gedachte. Paulus zegt: "Men spreekt zelfs..." In het algemeen was er dus sprake van, dat was hem ter ore gekomen. Paulus heeft anderhalf jaar in Korinthe gearbeid, dat weten we uit het boek Handelingen. Hij schrijft naar aanleiding van kwesties die daar speelden, vragen die daar leefden. Men had Paulus daarvan op de hoogte gesteld via een brief en Paulus schrijft nu een brief terug. We hadden er nog één en waarschijnlijk nog één, maar in ieder geval gaat hij daarop in.

Naar aanleiding daarvan brengt hij een heel nieuw onderwerp ter sprake: "Inderdaad, men spreekt van hoererij onder u." Dat woord hoererij kennen we eigenlijk allemaal wel. Als ik zeg dat hier in het Grieks porneia staat, dan ligt de associatie erg voor de hand, want ons woord porno komt direct of indirect van dat Griekse woord. Dat is heel gemakkelijk te herkennen. Waarbij ik moet zeggen dat porneia niet zomaar het kijken naar seksuele afbeeldingen of zoiets is. Nee, porneia is het woord dat zeker in de Bijbel de betekenis heeft van seksuele gemeenschap of, op een andere wijze Bijbels gezegd: één vlees worden met iemand die niet jouw man of vrouw is.

Later in deze brief, in hoofdstuk 6, komt dat ook aan de orde, dat Paulus het erover heeft dat iemand die zich met een hoer verbindt, één vlees met haar is. Dat herinnert weer meteen aan het begin van de Bijbel, waar je al leest over God die man en vrouw schiep. Later staat er: "Zo zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn." Dat is de lichamelijke eenwording, dat is de gedachte.

Welnu, hoererij is een item dat daar in Korinthe heel sterk speelde. Paulus bedoelt het bepaald niet als een compliment als hij zegt: "Er is sprake onder u, in uw midden, van hoererij die zelfs onder de natiën ongewoon is, die daar niet voorkomt." Dat is toch wel heel kras, want dan moet je het wel erg bont maken als dat zelfs in Korinthe zo op die manier geformuleerd kan worden.

Er staat trouwens ook bij wat het was. Voor de rest kennen we niet zozeer de ins en outs, maar het gegeven zoals het wordt geformuleerd behoeft verder ook niet al te veel toelichting: "dat iemand leeft met de vrouw van zijn vader." Of eigenlijk staat er: "de vrouw van zijn vader heeft." Kennelijk niet zijn biologische moeder, want dan zou het anders geformuleerd worden, maar dus zijn stiefmoeder, de vrouw van zijn vader. Feitelijk concurreert hij dus met zijn vader. Dit is toch echt wel ongekend, dat je het houdt met — zo zouden wij het zeggen — de vrouw van je vader. Paulus doet niet eens moeite om aan te geven dat dat niet kan en dat dat alle morele perken te buiten gaat. Hij gaat daar op voorhand eigenlijk al vanuit. Dat is hoererij en wel van een heel kwalijke vorm, zoals zelfs de natiën met hun lage morele standaard die zelfs al zouden afkeuren. Zo in die geest wordt dat hier dan gezegd.

Opgeblazen in Tolerantie: Zuurdezem als Symbool van Bluf ↑ hoofdstukken

En Paulus zegt dan: "En jullie zijn opgeblazen, in plaats van u veeleer te bedroeven." En opgeblazen, dat wil zeggen... ik had het net over volume, maar dat is eigenlijk wat hier ook staat. Dat is iets wat je opblaast; daarmee creëer je lucht. Maar de Korinthiërs waren daar trots op. Waarom? Ze waren opgeblazen in plaats van dat zij de situatie zouden afkeuren en zouden communiceren dat dit niet kan. Nee, zij waren op de een of andere wijze daar trots op en het doet mij denken aan de tijd van nu.

Tegenwoordig zijn er tal van kerken die graag een vlag uithangen. Ik zeg regenboogvlag, maar wist u trouwens dat het geen echte regenboog is? U vindt het misschien een beetje spijkers op laag water zoeken, maar dit is eigenlijk geen regenboog. Een regenboog heeft zeven kleuren en dit is een vlag met zes kleuren. Ik vind het, laat ik het zo zeggen, niet het meest kwalijke van de vlag, maar het is wel heel illustratief. Zeven is het getal van God, de volheid, en zes is het getal van de mens. Dat is heel karakteristiek. Het loutere feit dat de wereld daar tegenwoordig voortdurend op hamert en christenen daar helemaal in meegaan — in dat hele LHBT-denken en het idee dat alles maar normaal is — maakt dat je trots kunt zijn op je tolerantie. Men noemt het tolerantie of ruimdenkendheid, maar in werkelijkheid is het onverschilligheid. Men wil inclusief zijn.

Kijk, de boodschap die Paulus mocht verkondigen onder de natiën, dat is een zeer inclusieve boodschap. Want hij zegt: onze God is de Redder van alle mensen en Christus Jezus gaf Zichzelf tot een losprijs voor allen. Wie je ook bent, wat je ook bent of wat je ook doet; slechte en goede, hoge en lage, wie dan ook: iedereen! Dat is een feit en dat is een zeer inclusieve boodschap. Maar dat betekent niet dat alles dus normaal is.

De Bijbel zegt... ik had het zojuist al even over porneia. Want dat heeft niets te maken met Israëls wetgeving of zoiets, maar dit is een universeel principe. Toen God de mens schiep, schiep Hij hen mannelijk en vrouwelijk. De Bijbel kent maar twee genders, twee geslachten. Ik herhaal eigenlijk wat ik zojuist al even zei: een man zal zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn. In feite is daarmee alles gezegd, want alles wat daarbuiten valt, valt onder de noemer porneia. Ongeacht in welke vorm of relatie dan ook. Daar is meer over te zeggen dan ik nu doe, maar in ieder geval is het vergelijkbaar.

In Korinthe waren ze, ik weet niet op grond van welke gedachte, opgeblazen. Men was eigenlijk trots op het feit dat zo'n man een plekje kreeg in hun samenzijn. Maar in plaats van dat ze bedroefd daarover waren en het afkeurden — want dit kan toch helemaal niet? — en dat ze dat naar zo iemand zouden communiceren zodat dat woord zou klinken, waren ze opgeblazen.

Ik moet daar nog iets bij zeggen: dat woord is in feite al een opstapje naar wat Paulus straks gaat vertellen over dat zuurdezem, want dat komt exact met elkaar overeen. Want opblazen, dat is precies wat zuurdezem of gist doet. Een klein beetje zuurdezem in het deeg doet het deeg rijzen. De massa wordt niet zwaarder, het gewicht neemt niet toe, maar het volume wel. En ja, in feite spreken wij daar ook over: het is lucht en het is ook bluf. We hebben het dan, en nu ga ik iets onaardigs zeggen over Den Haag natuurlijk, over de "Haagse bluf". Waarom dat altijd gecombineerd wordt met Den Haag heb ik wel zo mijn ideeën over, maar daar hebben we het nu niet over. Bluf, weet u wel; het lijkt groot, maar het is in wezen gewoon lucht.

Ik zei al: in feite is deze associatie van opgeblazen zijn al, als u het mij vraagt, een opstapje naar wat hij straks gaat vertellen over dat zuurdezem. Paulus zegt: "Jullie zijn opgeblazen." Ze waren er trots op, in plaats van u veeleer te bedroeven. En dan staat erbij...

Gezonde Ecclesia: het Passief Wegnemen van de Boosdoener ↑ hoofdstukken

En nu moet ik op iets heel kwalijks wijzen, dat wil zeggen: iets kwalijks in onze vertaling, in de gangbare vertaling. Want er staat daar — en dus over de bedrijver van die daad waar hij het over had, die man die leefde met de vrouw van zijn vader: "Uit uw midden te verwijderen". Fout. Ik heb er een streep door die woorden gezet, want dat is niet wat er staat. Het staat hier namelijk passief en dat maakt voor de betekenis een groot verschil. In de Concordant Version of in de NCV zul je ook inderdaad zien dat dit in de passieve vorm staat. Dus niet "verwijderen".

Kijk wat Paulus zegt: als jullie nou niet trots en opgeblazen zouden zijn, maar bedroefd, dan zou de bedrijver van die daad weggenomen worden. Voelt u het verschil met wat hier in de NBG-vertaling of de Statenvertaling staat: "te verwijderen"? Het idee is over het algemeen dat 1 Korinthe 5 de reputatie heeft dat zo iemand in de ban gedaan zou moeten worden. Vroeger betekende dat heel veel hoor. Als je in de kerkelijke ban werd gedaan, in de tijd dat kerk en staat nog één waren, dan werd je gewoon een beetje vogelvrij verklaard of kwam je zelfs op de brandstapel terecht. Tegenwoordig hebben we daar wat aardiger varianten voor: dan word je uit de ledenlijst geschrapt. Maar dat kent de Bijbel dus niet.

Nee, de gemeente is een organisch geheel. De gemeente is een lichaam. We zijn leden van het lichaam. Hoe? Niet doordat we ingeschreven staan in een register, maar doordat we gelovigen zijn. Het staat in 1 Korinthe 12 dat wij in één geest tot in één lichaam gedoopt zijn. In één geest; dat is geen ritueel, maar in één geest zijn we tot in één lichaam. We zijn één organisch geheel. Hij is het Hoofd en Hij heeft ons aan elkaar gesmeed, en dat is een geestelijke realiteit. Dat kun je sowieso niet ongedaan maken; je kunt niet iemand uit de Ecclesia zetten. De Ecclesia is nogmaals dat lichaam.

Wanneer de Korinthiërs bedroefd waren geweest, als zij een juiste geestelijke instelling hadden gehad, dan waren ze bedroefd geweest over dat wat er plaatsvond. En in dat geval zouden zij niet de boosdoener verwijderen met sancties van: "dat mag niet en nu ga je eruit en daar is het gat van de deur". Nee, helemaal niet. Hij zou zelf vertrekken. Hij zou weggenomen worden. En als je daar even over doordenkt, is dat ook een hele logische gang van zaken. Als daar in Korinthe het woord doorgegeven werd en men was daarvan overtuigd en dat zou klinken, denkt u nou werkelijk dat die boosdoener — laten we hem zo maar eventjes noemen, zo noemt Paulus hem eigenlijk zelf ook — dat die boosdoener het daar uitgehouden zou hebben?

Nee, er zijn twee opties. Als het woord met kracht klinkt, bijvoorbeeld in dit geval ook in verband met hoererij en met seksualiteit en hoe dat normaal is, dan zijn er twee opties. Je bevindt je in hun midden en je hoort dat en je verandert in je denken. Je wordt overtuigd en je verandert in je denken en daarmee pas je je praktijk ook aan. Dat is het gunstige geval. Als je daar niet aan wilt, wat gebeurt er dan? Als je dat iedere keer hoort en je hoort dat dat leeft in de kring, dan houd je het daar niet lang uit.

Een atheïst zal het in dit gezelschap niet lang uithouden, om even een heel neutraal voorbeeld te geven dat nogal evident is. Waarom niet? Nou, als een atheïst komt... iedereen is welkom. Al de bozen, iedereen is welkom. Maar je predikt een bepaalde boodschap. En of je wordt door die boodschap overtuigd, en dan blijf je en dan verander je ook. Je wordt veranderd van binnenuit. Niet omdat het opgelegd wordt, omdat je "moet". Nee, dat is die overtuiging die dan zijn werk doet. Of als je je daarentegen verzet, wat gebeurt er dan? Nou, zoals we dat dan zeggen: dan stem je met je voeten en dan vertrek je gewoon. Dat is een gezonde gang van zaken.

Ik zou het in tal van gezelschappen ook echt niet lang uithouden. Dan ga je meteen weg. Je wilt dat gewoon niet horen. Het is zelfs een algemeen principe, maar in feite is het ook in de gemeente, in de Ecclesia, heel gezond. Om even de beeldspraak van een lichaam te gebruiken: een gezond lichaam stoot met gezonde weerstand vreemde elementen die daar niet in thuishoren af. Zo hoort dat ook. Als een gezond woord gebracht wordt, dan overtuigt dat degenen die daar in het midden zijn, of niet, en dan vertrekken ze.

Dat is wat Paulus hier zegt. In feite is wat Paulus in 1 Korinthe 5 zegt geen tirade tegen die boosdoener. Trouwens, het is sowieso geen tirade. Maar Paulus stelt wel vast, hij zegt: als jullie nou gewoon de rechte houding hadden gehad en we hadden geweten wat hier aan de hand is, en net als ik je oordeel daarover had gegeven, dan had die man gewoon uit jullie midden weggenomen geworden. Nou ja, dat is gezonde Bijbelse tuchtigheid. Dat heeft dus niks te maken met sancties en maatregelen; dat zijn geestelijke werkingen. Hoe dan ook — want nu sla ik even een paar verzen over, dat moet ik vanwege de tijd, en niet alleen vanwege de tijd maar ook om het onderwerp van het feestelijke en het ongezuurde goed voor het voetlicht te kunnen brengen — nu hebben we even de achtergrond en de hele context waarom Paulus dit ter sprake brengt.

Geen Vlees Zou Roemen: Gods Dwaasheid Beschamt de Wereld ↑ hoofdstukken

En nou sla ik een paar verzen over en dan zegt hij: uw roem, jullie roem deugt niet. Hier krijg je weer dezelfde gedachte als wat hij in vers 2 ook zei, namelijk dat jullie opgeblazen zijn. Hij zegt: jullie roemen wel, en er bestaat zoiets als gezonde, goede roem, maar deze roem stinkt. Eigenroem stinkt. In feite was dat ook het geval: jullie roem deugt niet.

Laten we even in deze brief blijven en een paar hoofdstukken teruggaan naar het eerste hoofdstuk. Het is midden in een passage, maar Paulus brengt naar voren dat de boodschap die hij brengt weliswaar de wijsheid van God is, maar hij zegt er meteen bij: Korinthe was, net als Athene, een stad die behalve bekend vanwege zijn immoraliteit ook bekendstond vanwege zijn wijsheid en het ophemelen van filosofie. Dat speelde een hele grote rol. En Paulus — u moet nagaan, hij was een erudiet man, een buitengewoon geleerde en belézen kerel — hij zegt: wat ik breng, dat is in de ogen van de wereld dwaas. Ik breng de boodschap van een man die aan een kruis genageld is, en ik zeg dat heel de verlossing van deze wereld van Hem afhangt. Sorry, maar dat is bizar. Trouwens, hij vertelde natuurlijk ook — dat is daar direct aan gekoppeld — van de opstanding uit de doden. Nou, dat was in de Griekse wereld ook een absurd idee. Men geloofde wel in een onsterfelijke ziel, maar opstanding uit de doden nam men niet waar; dat was dwaasheid.

Maar Paulus zegt: dat is nou juist het hele verhaal. God redt altijd op een wijze en handelt op een wijze die haaks staat op wat een mens zou bedenken. In feite is dat ook logisch. Het niveau van God is nu eenmaal oneindig veel hoger en ook zoveel anders dan dat van een mens. Wees blij, ik zou zeggen: dank God op je blote knietjes dat Hij niet is als een mens, want dan zouden we er beroerd aan toe zijn. Maar kijk, het werkt naar twee kanten. Aan de ene kant is de boodschap van God in de ogen van de wereld dwaasheid. Dat is het nu eenmaal, daar moet je ook mee leren leven en dealen. Maar omgekeerd is het natuurlijk net zo, want als je eenmaal met de bril van God — als ik het zo mag zeggen — vanuit het Woord naar de dingen gaat kijken, dan wordt diezelfde wereld in jouw ogen ook hartstikke dwaas. Dus dat kan soms best wel lastig communiceren worden.

En dan zegt hij in vers 27 — de strekking wordt vanzelf helder als ik het voorlees: "Integendeel, wat voor de wereld dwaas is, dat heeft God uitgekozen." God heeft dus een voorkeur voor, en dan zegt hij: "God heeft het uitverkoren om de wijzen te beschamen. En wat voor de wereld zwak is, dat heeft God uitverkoren om wat sterk is — of wat sterk denkt te zijn of claimt te zijn — te beschamen." Zo, lange neus! Jullie dachten zo wijs te zijn en God zet het gewoon volkomen te kijk. De Bijbel wemelt van de voorbeelden. Daar heb je een grote Goliath en dan heb je een David die komt met de slinger van een herder. Dat is dwaas; dat vond Goliath ook. Of dat je een schip bouwt op het droge... in de dagen van Noach dacht men: "Je bent van Lotje getikt." Maar ook hier geldt weer: wie het laatst lacht, lacht het best.

God heeft een liefde om het heel anders aan te pakken dan de wereld. In feite zet Hij de mensen altijd op het verkeerde been, maar ook om alle eigen roem — alle grond voor eigen roem — weg te vagen. Dat heeft geen enkele betekenis. En wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is, dat heeft God uitverkoren om aan wat niets is, omdat het zogenaamd wél iets is, zijn kracht te ontnemen. Opdat — en daar komt hij — geen vlees zou roemen voor God. Zodat niemand zou kunnen zeggen: "Kijk, dat hebben wij gedaan. Wij zijn toch wat beter?" Dat hele morele idee van "wij zijn iets beter of godsdienstiger of vromer", dat is totaal niet aan de orde. God kiest dat juist uit. Hij zegt dat trouwens ook tegen de Korinthiërs; dat zegt hij eigenlijk daarvóór al. Hij zegt: kijk nou eens een keertje in jullie eigen gezelschap. Dat zijn niet veel aanzienlijken, hoor. Misschien een paar wel die het ver geschopt hadden, maar de meesten stelden niet veel voor. Niet vele aanzienlijken, niet vele wijzen, niet vele verstandigen.

Integendeel. Hij zegt: maar dat is nu juist karakteristiek. Dat de boodschap van God niet aansluit en aanslaat bij de mensen die veel en hoog over zichzelf en hun eigen wijsheid en ideologieën en filosofieën denken, dat is logisch. Want daar blijft in de Bijbel helemaal niks van heel. Zie daar hoe God opereert: opdat geen vlees zou roemen voor God.

Maar, zegt hij dan — die moet ik er ook bij lezen: "Maar uit HEM" — dat wil zeggen uit God — "is het, dat jullie in Christus Jezus zijn, die ons van God wijsheid is geworden." Het staat er iets anders dan in de meeste vertalingen: Christus is voor ons wijsheid geworden. En wat is dat? Wel, dat is rechtvaardiging en heiliging en verlossing. Ik denk dat het slaat op het verleden (we zijn gerechtvaardigd), het heden (we worden geheiligd) en straks de verlossing van ons lichaam, de vrijkoping. Dus verleden, heden en toekomst: het is allemaal in Christus Jezus en het loutere feit dat je in Christus Jezus bent, dat is uit Hém. Dus ook het hele idee dat je zicht mag krijgen op wie God is en dat je in Christus Jezus bent en dat je oog hebt gekregen voor dat geweldige goede bericht van God... ga nou niet denken dat dit komt omdat je zo wijs en verstandig bent of een goede keuze hebt gemaakt. Nee, uitgesloten. Dat is gewoon een lot uit de loterij. Je krijgt het gewoon om niet. Het is uit Hem dat jij in Christus Jezus bent.

Nu, als jij het nu al mag weten... Natuurlijk, we weten allemaal hier in dit gezelschap — Gode zij dank — dat God ieder mens op de knieën gaat brengen en dat iedereen met de tong van harte zal belijden dat Hij Heer is. God redt alles en iedereen op Zijn tijd en wijze. Maar nu zijn er maar een handjevol mensen die dat geloven. Bijna niemand, joh. Vertel het maar eens een keertje. Vertel maar eens dat het helemaal om niet is en dat je er niks — ik bedoel níks — aan kunt doen en ook trouwens niks aan af kunt doen. Nou, dat is het. En waarom is dat? Er staat bij: "Opdat het zij, zoals geschreven staat." Dat wil zeggen: elders in de Hebreeuwse Bijbel vind je dat net zo goed: "Wie roemt, prima, roeme in de Heer." Dat wil zeggen: als er al reden is om te roemen — en die is er — dan is het niet het roemen op jezelf. Nu zijn we weer terug bij af, want dat is waar Paulus zei: jullie roem deugt niet. Eigenlijk had hij dat in hoofdstuk 1 ook al gezegd, maar hier ook weer. Jullie zijn zo inclusief en tolerant, maar jullie roem deugt niet. Echt niet.

Een Weinig Zuurdeeg: de Bedervende Werking van Judaïsering ↑ hoofdstukken

Paulus vraagt: "Weten jullie niet dat een weinig zuurdeeg het hele deeg zuur maakt?" Dat weinige zuurdeeg is van groot belang. Daarmee doelt Paulus namelijk niet op die boosdoener, maar op de roem die de Korinthiërs hadden. Dat is het zuurdeeg: het feit dat ze zo opgeblazen waren. Die eigen roem is funest, want het heeft de neiging om alleen maar groter te worden.

Bederf werkt altijd zo bij bederfelijke dingen. We kennen allemaal het beeld van de rotte appel; er is een oud-Nederlands spreekwoord over dat ik gisteren nog las en waarvan ik dacht: dat moet ik onthouden. "Eén rotte appel in de mand maakt de gehele vrucht tot schand", of zoiets dergelijks. Het hele idee is dat wanneer je één rotte appel hebt, binnen de kortste keren alle appels eromheen worden aangetast. Dat effect doet razendsnel zijn werk. Zo werkt bederf.

Vandaar ook dat dit beeld elders in het Nieuwe Testament dikwijls wordt gebezigd. Zuurdeeg heeft altijd een negatieve betekenis: zuur. Het is namelijk bederf, en dat bederf heeft de neiging om voort te woekeren. Ik zie dat ik het al op de dia had gezet; ik word echt ouder, merk ik. Ook dat is weer een verschijnsel van bederf, hè? Ouder worden is eigenlijk niets anders dan een proces van bederf. Maar goed, dan weten we dat ook weer: alle roem is uitgesloten.

Paulus schrijft dit namelijk ook in verband met de judaïsering van de Galaten. Dat moet ik even toelichten. In de brief aan de Galaten lezen we dat daar mensen waren binnengekomen nadat Paulus daar het evangelie had gebracht. Zij zeiden: "Ja, dat is allemaal mooi, jullie zijn nu behouden, maar als je echt rechtvaardig wilt leven, dan heb je toch echt die wet nodig." Zij wilden de Joodse gebruiken onder de natiën introduceren; hij spreekt dan over judaïseren.

In Galaten 5 lezen we erover. Paulus is verbijsterd. Hij vraagt zich af hoe het in de hemelsnaam mogelijk is dat daar, waar zo'n geweldige tijding heeft geklonken die hij mocht doorgeven en waar zij zo gelukkig mee waren, dit gebeurt. Hij vraagt: "Wie heeft jullie betoverd? Zijn jullie helemaal gek geworden?" Er waren mensen in hun midden gekomen—en dat speelde trouwens niet alleen in Galatië, maar in tal van die kringen, de ekklesia, waar Paulus de boodschap had gebracht.

Hij vraagt: "Wie is jullie in de weg gekomen?" Daarmee doelt hij op die verjoodsers, de judaïzeerders. Hij gebruikt die term judaïzeren in hoofdstuk 2 vers 14. Eigenlijk betekent het gewoon: de boel verjoodsen. Alle gebruiken van de Joden overnemen, omdat je dan zogenaamd beter en rechtvaardiger bent. Dat is het verhaal dat daar werd verkocht. "Wie is jullie in de weg gekomen dat gij aan de waarheid niet meer gehoorzaamt?" Dat ze zich daardoor hadden laten overreden. Die overreding kwam echter niet van Hem die hen roept.

Paulus had hen de boodschap gebracht, maar feitelijk had God die boodschap via zijn mond in hun midden gelegd. God had hen geroepen en hen daarvan overtuigd. Hoe was het dan in hemelsnaam mogelijk dat zij nu zo afweken? Dan ben je binnen de kortste keren het evangelie weer helemaal kwijt. We hebben het recentelijk nog gehoord: een weinig zuurdeeg maakt het hele deeg zuur. Als je je oor laat luisteren naar zulke geluiden, dan is dat bederf, en dat heeft een zeer snelle werking. De leer van de judaïseerders is dat zuurdeeg en het doortrekt het geheel. Vandaar dat Paulus er zo radicaal afstand van neemt.

Dat dit inderdaad bederfelijk was, is interessant om op te wijzen. Hij spreekt over de "vreugde om niet", wat een ander woord is voor genade. Het woord genade betekent: blij zijn om niets. Je krijgt iets zomaar. Je wordt rijk gemaakt en blij gemaakt zonder dat je er iets voor hoeft of kunt doen. Je hoeft er niet voor te betalen; het is "om niet". Dat maakt blij. Maar als je vervolgens weer allerlei dingen moet gaan doen—deze Galaten hadden een heidense achtergrond en werden nu verjoodst met allerlei gebruiken, hoogtijden en de besnijdenis—dan verdwijnt de vreugde.

Het accent kwam immers weer te liggen op wat de mens moet doen. Wanneer de vreugde verdwijnt, krijgen we wat wij noemen "zure gezichten". Je bent blij om iets wat je zomaar hebt gekregen, zeker als je weet dat het een rots is waar je werkelijk op kunt bouwen. Maar die vreugde verdween; het was met recht ook "zuur". Het was bederfelijk. In hoofdstuk 5 lees je dat ze elkaar gingen "bijten en vereten". Dat is wat zuur doet. Niet alleen zure regen, maar de werking van zuur in het algemeen: het vreet de dingen aan.

Dat is wat er ook in Korinthe gebeurde. Het heeft een heel logisch effect wanneer je elkaar de maat gaat nemen: "O, die is al verder", en dan ontstaat er competitie. De één is beter dan de ander die "nog niet zo ver" is. Die hele mindset zorgt er niet alleen voor dat de vreugde verdwijnt, maar ook dat de onderlinge verhoudingen verzuren. Het is alleen maar ruzie, strijd en gedoe. Dat is het "bijten en vereten" waar hij het over heeft. Dat is het zuurdeeg. En Paulus zegt—nu keren we weer terug naar 1 Korinthe 5:

Jullie Zijn Ongezuurd: de Realiteit van de Nieuwe Schepping ↑ hoofdstukken

Doet het oude zuurdeeg weg. Hij heeft het natuurlijk hier niet letterlijk over echt zuurdeeg. In de Joodse wereld was dat letterlijk en dat wordt heel serieus genomen, ook in het hedendaagse Jodendom. Als het feest van het Ongezuurde aandrekt, dan wordt echt met een lampje alles nagegaan of er niet nog een klein kruimeltje brood van gisteren ligt. Maar dat is zuurdeeg dus, en dat moet allemaal verwijderd worden. In feite was dat ook een grote schoonmaak. Ik denk ook dat de grote schoonmaak in het voorjaar daarvandaan komt. Dat is wat je doet: al dat zuurdeeg wordt verwijderd.

Doet het oude zuurdeeg weg, en dat is het deeg van gisteren. Wij spreken over gist, maar dat is een stukje deeg van de vorige dag; vandaar dus 'gisteren'. En wat is dat, doe dat oude zuurdeeg weg? Paulus bedoelt hier—dit is typologie—de eigen roem van de mens; dat is dat oude zuurdeeg. In feite zijn dat ook alle eigen baksels. Nou heb ik nog een andere link, want nu moet ik ineens weer denken aan wat er gebeurde daar in Egypte. Waar bestond de slavernij van Israël in Egypte uit? Ja, ze moesten stenen bakken. En toen werd het nog verzwaard en moesten ze zelf hooi en stro eraan toe gaan voegen; dat lees je allemaal in Exodus. Allemaal eigen baksels, maar je wordt er dood- en doodmoe van. Het is gewoon pure slavernij, die eigen baksels. Dat is wat ze in Egypte deden.

Ik vind het zo geweldig, er zit een geweldige symboliek achter. Maar dat oude zuurdeeg heeft dus alles te maken met die eigen roem, dat accent op de mens. Doet het oude zuurdeeg weg. Waarom? Wel, omdat je een vers deeg, een nieuw deeg, ongezuurd mag zijn. Jullie zijn immers, zegt Paulus, jullie zijn immers ongezuurd. Die is mooi! Want wat hij hiermee zegt is dat jullie praktijk niet overeenkomt met jullie identiteit. Kennelijk werd dat onvoldoende naar voren gebracht en gepredikt, en dus accentueert Paulus dat: jullie zijn immers ongezuurd.

En wat bedoelt hij daarmee? Nou, hij bedoelt daarmee dit te zeggen: in Christus zijn wij inderdaad het bederf voorbij. We hebben onvergankelijkheid ontvangen. En let op, hij zegt dit tegen die Korinthiërs waar hij een heleboel op aan te merken heeft. Maar hij zegt: jullie zijn ongezuurd. Niet omdat ze dat hadden geprobeerd, maar dat is wat ze wisten. Dat is nu juist wat het evangelie inhoudt. En dat vind ik het geweldige: dat ongezuurde is niet een ideaal, dat is een feit.

Het is niet zo dat we dat proberen te bereiken. In feite is dat proberen juist weer dat 'zuurdesemen'. We moeten dit doen, we moeten dat proberen, zus en zo moeten we zien te bereiken... En weet je wat het is? Als je dan een bepaald ideaal voor ogen hebt, dan ga je niet alleen elkaar de maat nemen, maar je raakt ook heel gefrustreerd, want je komt altijd tekort. Hoe hoger je de lat legt, hoe meer zal blijken dat je het niet of net niet bereikt hebt, en dan ben je nog gefrustreerder. Nou, dat probleem hebben wij in Christus totaal niet.

Als je je realiseert wat Paulus zegt: "Jullie zijn ongezuurd." Hij zegt—we hadden het over 1 Korinthe 5—en nu verwijs ik even naar 2 Korinthe 5, waar hij dit zegt: "Zo is dan wie in Christus is" —de Opgewekte uit de doden— "een nieuwe schepping. Het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen." Dat is de werkelijkheid. In Christus... ik bedoel, Hij verrees uit het graf en Hij heeft onvergankelijk leven aan het licht gebracht, en in Hem worden wij gerekend. God ziet ons nu al zoals wij daadwerkelijk straks ook zullen zijn. En Christus is de Eersteling, Hij is de garantie. In Hem zijn wij dat al. En zo rekenen wij. Nou, dat is dat ongezuurde: een nieuwe schepping, onvergankelijkheid. Dat is dus niet meer aan bederf onderhevig. Ja, dat is een geweldige blije tijding. En dan zegt hij: "Want ook ons Pascha is geslacht: Christus."

Ons Pascha Is Geslacht: de Ware Reden Om Feest te Vieren ↑ hoofdstukken

Dus Paulus brengt dat ongezuurde ter sprake, dat zuurdeeg met de symbolische betekenis ervan. Maar dat doet hij niet voor niks; hij zegt ook: ons Pascha is geslacht. En ik zal u dit vertellen: als wij het hebben over het kruis van Christus, toen Hij op Golgotha stierf, dan was dat de dag van Pascha, vlak voorafgaand aan het feest. Dat is een heel verhaal apart, daar gaan we nu verder niet de puntjes op de i zetten, dat is ook nergens voor nodig, maar dit is een bekend gegeven.

Daar zie je trouwens dat het Pascha niet alleen maar verwijst naar het verleden, naar wat er 1500 jaar voor Christus gebeurde bij de exodus. Nee, het verwijst naar... In feite had God daarmee al een datum geprikt: dan gaat het gebeuren. Het echte Pascha, dat is Hij die is gekomen. Hij is voorzegd en Hij is gekomen en Hij is geslacht. Israël en de priesters van Israël hebben geen idee gehad wat ze eigenlijk deden, namelijk dat ze uitgerekend op de dag die God had vastgesteld hun eigen Pascha, het echte ware Pascha, slachtten. En het moest zo zijn; ook hier geldt: het is uit God. Het moest zo zijn dat Israël er blind voor was. Ze zagen het niet.

Ook ons Pascha is geslacht. Laten wij — dat is vers 8, het laatste vers wat ik nu nog onder de aandacht wil brengen — laten wij derhalve, als logisch vervolg en conclusie daarop, feest vieren. Niet met oud zuurdeeg, noch met zuurdeeg van slechtheid en boosheid. Dan zie je dat zuurdeeg inderdaad altijd die negatieve associatie heeft. Laten wij derhalve feest vieren. Hoezo? Wel, Christus stierf op de veertiende en vervolgens op de dag van de eerstelingsschoof... ja ja, we gaan nu niet op de details in. Maar Hij rees. Ik had het over 1 Korinthe 14 eerder nog, weet u nog? Per ongeluk, maar nu bewust. In 1 Korinthe 15 zegt hij: Christus is ten derde dage opgewekt uit de doden als eersteling.

En raad eens wat: toen Christus opstond uit de dood, was dat de dag van de eerstelingsschoof. Toen, uitgerekend toen! En toen rees Hij uit de dood. Sindsdien is de garantie er: leven en onvergankelijkheid zijn aan het licht gebracht. En dus hebben wij reden om feest te vieren. Niet met oud zuurdeeg van slechtheid en boosheid, maar met ongezuurde broden van zuiverheid en waarheid.

Hoezo? Wij hebben alle reden, lieve mensen, om feest te vieren als we Hem kennen die Zijn leven gaf als het ware Pascha en door God werd opgewekt ten derde dage als eersteling. En je weet dat je volmaakt bent in Hem. Het is niet een ideaal dat je moet zien te bereiken met zus of zo, nee, dat is een gegeven. Dat is genade, je krijgt dat. Zo rekenen wij. Dat is de zuivere waarheid.

En zo mogen wij elke dag... Je staat 's morgens op — hoe mooi is dat hè? — je staat 's morgens op, de nacht is voorbij, een nieuwe dag breekt aan. En we weten: het leven wint. Sterker nog, het leven heeft eigenlijk al gewonnen. De eersteling is er al. En de dood gaat totaal tenietgedaan worden en dan is er alleen nog maar leven. En wij nemen al een voorschot daarop. Dat is de werkelijkheid. Daar staan we op en daar leven we uit. En daarom hebben we zoveel reden om feest te vieren. Ongezuurd. Amen!

🎧 feestelijk & ongezuurd!
Delen: