GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Eutychus

21-09-2014 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 21 september in Rotterdam

Een merkwaardige geschiedenis in Handelingen 20:5-12. Paulus arriveerde te Troas en houdt daar tot midden in de nacht een toespraak in een opperzaal. Een jongeman, Eutychus genaamd, zit in het venster en door een diepe slaap bevangen valt hij van de derde etage naar beneden. Naar het schijnt dood. Maar Paulus bemoedigt het gezelschap en weet te melden dat het weer goed komt met de jongeman. Vervolgens zet Paulus zijn toespraak boven voort tot aan de volgende morgen. En de jonge man wordt later inderdaad levend weggebracht.

Deze geschiedenis blijkt illustratief voor de lotgevallen van het volk Israël in het boek ‘Handelingen’.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de geschiedenis van de jongeman Eutychus in Troas, beschreven in Handelingen 20. Paulus spreekt daar op de dag van de eerstelingsschoof tot middernacht in een verlichte opperzaal. Wanneer Eutychus in slaap valt, uit het raam stort en sterft, verklaart Paulus dat er weer leven in hem is. De spreker legt uit dat deze gebeurtenis een typologisch beeld is van het lot van Israël: net als Eutychus is Israël in slaap gevallen en gestruikeld, maar dit is slechts een tijdelijke onderbreking totdat zij zullen opstaan in nieuw leven.

“Eutychus is een type van Israëls lot, dat kan niet missen.”

De Reis Naar Troas ↑ hoofdstukken

Ook van mijn kant een hele goede morgen, vrienden. En dat is een heel toepasselijk lied wat we zojuist gezongen hebben. Niet direct gepland, denk ik, maar opwaarts gaat inderdaad ons pad, en wel naar de derde verdieping voor morgen. Naar de bovenzaal! Nou, en dat zal ik straks nog wel nader toelichten.

Zojuist is dus dat gedeelte voorgelezen uit Handelingen 20, de eerste twaalf verzen. En het eerste gedeelte laat ik even voor wat het is; dat is ook al even een beetje toegelicht. Maar laten we dan beginnen bij het zesde vers van die geschiedenis, een merkwaardige geschiedenis. Ik heb het als titel meegegeven: gewoon de naam van de jongeman die daarin de hoofdrol speelt. Niet al te bekend – Eutychus. Ik had het eens nagevraagd zo links en rechts, maar Eutychus, wie is Eutychus? Nou, dat weet u vanaf vandaag, 21 september, voortaan altijd, denk ik zo. Een mooie geschiedenis, vooral als je ook weet wat er allemaal achter steekt. Want het verhaal, de geschiedenis, het relaas van Lucas zoals hij dat heeft opgetekend, is boeiend. Maar het roept vragen op, want je kunt je de vraag stellen: waarom staat dat er nou opgetekend? Daar moet toch een diepere zin in gelegen zijn? En dat ben ik helemaal met u eens, maar daar zullen we het later over hebben. Laten we eerst gewoon eens lezen wat er staat.

En zoals u dat misschien van mij gewend bent: in de PowerPoint laat ik ook altijd de interlineair meeklinken. Waarbij u even moet bedenken dat die eerste regel doorgaans uit wat onbegrijpelijke letters bestaat. Dat is de Griekse tekst die Paulus ooit genoteerd heeft, wat dan genoemd wordt de grondtekst. De tweede regel is de meest letterlijke woord-voor-woordweergave in het Nederlands. En daaronder de wijze waarop de NBG '51 dat heeft weergegeven, zodat u dat ook wat kunt meelezen vanuit het origineel, om zo dicht als mogelijk bij de Schriften, bij de bron te komen.

Goed, er staat in vers 6 – ik spring dus gewoon midden in dat gedeelte in: "Wij voeren..." En die 'wij', dat is Lucas, dat wil zeggen de schrijver van dit boek. Hij had al een evangelie geschreven en dit is een vervolg daarop. 'Wij' – en dat zie je heel frappant iedere keer in het boek Handelingen. Dan weet je exact wanneer de schrijver zelf erbij betrokken was als ooggetuige, want dan gebruikt hij deze wij-vorm. Lucas was hier dus zelf bij, en Paulus ook. Wij voeren na de dagen van de ongezuurde broden. Dat is het Joodse Pesachfeest, min of meer overeenkomend met ons Pasen. En een week lang vierde men feest en een week lang werden daar ongezuurde broden gegeten. Nou, na die dagen, nadat Pesach dus voorbij was, voeren wij af van Filippi.

Laat ik u even meenemen naar een kaart van het Midden-Oosten. En dan zoomen we wat in naar dit gedeelte, naar de westkant van Turkije en Griekenland. En dan zien we dit. Paulus is in het voorgaande van Handelingen 20 – wat zojuist wel gelezen is maar wat ik nu verder niet bespreek – in die streek Macedonië, die nogal een grote rol speelt. Paulus kwam vanuit Korinthe, lezen we in de eerste zes verzen. Hij kwam vanuit Korinthe en hij maakte de reis noordwaarts. Hij was aanvankelijk van plan op een heel andere manier te gaan reizen naar Syrië, maar goed, hij herzag zijn plan en hij ging noordwaarts, zo richting Macedonië. En hij komt dan dus daar in Filippi. En nu lezen we dat hij van Filippi af wegvoer en hij ging richting Troas. En die naam kent u wellicht vanuit de Bijbel, maar hij is eigenlijk op een andere manier nog veel bekender: Troje! Ja, weet u wel, met dat bekende paard.

En eigenlijk – dat is wel boeiend – Troas staat bekend om de legendarische verrassende overwinning, nietwaar? Nou ja, het verhaal bespaar ik u maar; het is redelijk bekend. Je kunt vandaag trouwens nog steeds op een hele vervelende wijze met een Trojan Horse te maken krijgen. Ja, het is spreekwoordelijk. Het is trouwens ook naar algemeen vermoeden een legendarisch verhaal, maar ik neem u mee naar een zeer verrassende overwinning die daar juist in Troas bewezen werd. Troje. Historisch gedocumenteerd.

Enfin, Paulus met Lucas trekt dus per boot naar Troas. "En wij kwamen binnen vijf dagen" – dat is vrij lang, dus de reis heeft kennelijk wat tegengezeten of ze hebben een omweg gemaakt, dat weet ik niet. "Wij kwamen binnen vijf dagen bij hen te Troas aan." Die 'hen', dat zijn namen die zojuist ook zijn voorgelezen. Ik zal ze u besparen, maar hier ziet u ze. Je breekt soms een beetje je tong erover. Maar we kennen trouwens de meeste van deze figuren vrij goed vanuit met name de brieven van Paulus. Ook elders komen we ze in Handelingen al tegen. Maar in de brieven van Paulus lezen we natuurlijk heel vaak over Tychikus en Trofimus en Timoteus, Aristarchus... nou ja, nu heb ik ze toch al bijna allemaal genoemd. Maar in ieder geval, die waren hen al voorgereisd en zij waren al daar in Troas. En we kwamen binnen vijf dagen bij hen te Troas aan.

En dan staat er nog bij... oh wacht eventjes, dat Troas moet ik er dan ook nog even bij vermelden voor de volledigheid. Nou ja, de legendarische variant, daar hadden we het al even over, dat laten we ook even voor wat het is. Maar Troas speelt in de Bijbel, in het boek Handelingen, maar ook in de brieven, nogal eens een keer een rol. Nou hier dus, in Handelingen 20. Eerder kwamen we deze plaatsnaam al tegen, namelijk dat Paulus daar in Troas is gearriveerd in Handelingen 16. En dan krijgt hij 's nachts een droom en dan is het een Macedonische man die hem in een visioen wenkt: "Kom over en help ons!" En dan maakt hij de oversteek naar Europa. Dat is de eerste keer dat dat vermeld wordt. Dan de tweede keer dus hier in Handelingen 20. En dan vervolgens komen we het in de brieven nog een keer tegen. In 2 Korintiërs 2 lezen we dat Paulus schrijft aan de Korintiërs dat hem in Troas een geopende deur was gegeven. Dat wil zeggen: een grote gelegenheid om het woord doorgang te laten vinden. Een geopende deur. En dan voor de laatste keer in de laatste brief, in het laatste hoofdstuk wat we van Paulus ook opgetekend hebben in de Bijbel, 2 Timoteus 4, daar lezen we nog een keer de vermelding van die plaats Troas. Dan lees je dat hij tegen Timoteus zegt dat zijn mantel – staat er dan in de meeste vertalingen, maar het is eigenlijk gewoon zijn omslag, en ik denk dat we dan echt moeten denken aan een boekenomslag, een kaft – en de boeken en de perkamenten had hij in Troas laten liggen.

En als u het mij vraagt – dat doet u niet, maar daarom zeg ik het nu maar gewoon even – als u het mij vraagt vinden we hier ook het begin van de totstandkoming van het Nieuwe Testament. De Schriften die Paulus zou overhandigen aan Timoteus. Hij heeft die boeken en geschriften gecompleteerd, het Woord van God volledig gemaakt, en hij heeft ze gegeven aan Timoteus. Dat is een heel boeiend verhaal, maar daar gaan we het nu verder niet over hebben. Wat er wel uit blijkt, is dat de plaatsnaam Troas toch nogal een prominente rol speelt in de geschiedenissen van het Nieuwe Testament. Dat is dus wat die naam Troas betreft.

Eén van de Sabbaten: de Dag van de Eerstelingsschoof ↑ hoofdstukken

En dan staat er nog bij dat wij daar zeven dagen doorbrachten. Inmiddels zijn we, als u goed rekent, alweer twaalf dagen voorbij het Pesachfeest. Er staat: "En toen wij op de eerste dag van de week..." Hier komen we meteen bij een nogal lastige zaak terecht. De vertalers hebben het zo weergegeven, en als u het mij vraagt, geef ik u weer ongevraagd een antwoord: ik denk inderdaad dat het de eerste dag van de week was. Maar het punt is dat er staat: "het was dag één van de sabbatten". Zo staat het er letterlijk, zoals u ook in de interlinear kunt zien. "De eerste dag van de week" is een hele vrije weergave waarin veel interpretatie van de vertalers is meegekomen. Dat is een uitgebreide kwestie waar veel om te doen is.

In ieder geval komt deze uitdrukking veel voor in het Nieuwe Testament, met name in de Evangeliën. Het is namelijk de dag waarop de Heer Jezus opstond. We vinden dit al vermeld in Leviticus 23, waar God Zijn hoogtijden en feestkalender aan Israël geeft. Hij zegt daar dat wanneer zij de oogst van de gerst binnenhaalden, de eerstelingsgarve of de eerstelingsschoof aan de Heer zou worden aangeboden op de dag na de sabbat. Vanaf die dag begint de omertelling. Het spijt me dat ik nu wat complex en misschien specialistisch overkom, maar als u met Joodse oren luistert, kent u dit allemaal wel. Dan weet je: dit is de dag van de eerstelingsschoof, waarna vervolgens zeven sabbatten geteld worden. Dan kom je 49 dagen later uit op de vijftigste dag en heb je Pinksteren, het Wekenfeest. De periode van Pesach naar het Wekenfeest is de periode waarin men zeven sabbatten moest tellen, de tijd van de sabbatentelling. Dit was de eerste dag van die periode, de dag van de eerstelingsschoof.

Het is dus de dag dat de eersteling van de gersteoogst werd aangeboden aan God. Daar was geen specifieke data voor gegeven. Nu zeg ik ook weer iets wat ik eigenlijk zou moeten toelichten, maar dat doe ik niet. Als u zegt dat ik erg kort door de bocht ben, dan weet ik dat, maar ik moet ook bij de festivalen uitkomen en ik wil mijn toespraak niet tot middernacht laten uitstrekken. In elk geval was dit de dag waarop de eerstelingsschoof werd aangeboden; een markante dag. Wat u vooral vast moet houden, is dat dit de dag is waarop Christus opstond. Het is deze dag, deze hoogtijd waaraan hier gerefereerd wordt. De dag van de verrassende overwinning op de dood, waar we zojuist ook liederen over hebben gezongen en waar eigenlijk het hele evangelie over gaat. De blijde tijding dat er in een sterfelijke wereld Leven is – met allemaal hoofdletters – dat sterker is dan de dood. Dat is ook bewezen op een plek even buiten de poorten van Jeruzalem. Het is een hoogtijdag die God al eeuwen van tevoren gefixeerd had. Over die dag hebben we het: één van de sabbatten.

Er wordt een technische uitdrukking gebruikt die verwijst naar de kalender van God. Op die dag, "toen wij op één van de sabbatten samengekomen waren om brood te breken". De uitdrukking "brood breken" heeft de reputatie een nogal ritueel gebeuren te zijn. Men denkt dan aan een klein stukje brood of een slokje wijn, maar als je dat in de concordantie nagaat, is dat helemaal niet het geval. Broodbreking is gewoon een aanduiding van een broodmaaltijd. Dat hoeft helemaal niet in een speciale sacrale of gewijde setting te zijn. Nee, het gaat om het houden van een maaltijd. Je leest dat ook in Lukas 24. Ik geef daar twee voorbeelden van om de bewijzen bij mijn bewering te leggen. De Emmaüsgangers, die op diezelfde dag ook een maaltijd hielden en brood braken. U weet wel, die vreemdeling die hen juist bij het breken van het brood bekend werd. Later lees je in Handelingen 27 dat Paulus op een schip is met een paar honderd man. Voordat het schip ten onder gaat, houden zij nog een maaltijd. Met al die honderden mannen daar op dat schip wordt het brood gebroken. Paulus dankt voor de maaltijd, breekt het brood en geeft het aan hen allemaal. Dat was geen ritueel gebeuren, het was een maaltijd.

Zij kwamen hier samen op die specifieke dag om het brood te breken, dat wil zeggen: om een maaltijd met elkaar te houden. In de Bijbel is maaltijd houden veel meer dan alleen het consumeren van wat voedsel. Wij in het Westen zijn dat erg verleerd; ik herken dat zelf ook maar al te sterk bij ons thuis. We denken dat je gewoon even wat eet wanneer je trek hebt. Maar in de Bijbel is eten niet alleen een kwestie van consumptie; het is een uitbeelding en een beleving van gemeenschap rondom één tafel. Uit één pot om het zo maar te zeggen, van één brood dat je breekt om het met elkaar te delen, waarbij je ook van gedachten wisselt. Het is dus veel meer dan een materieel gebeuren ter onderhouding van je lichaam. Je deelt ook dat waar het brood een beeld van is. Als je een beetje gevoel hebt voor symboliek en typologie, voel je dat op je klompen aan. Natuurlijk is brood een uitbeelding van het Woord van God. Als wij samenkomen om brood te breken en maaltijd te houden, waaraan denken we dan? Aan Hem die het Levende Brood is. Of zoals Paulus zegt in 1 Korinthe 10: zoals het brood één is, zo zijn wij allen één lichaam. Dat beleven we dan; we denken aan het feit dat we samen één lichaam vormen. Dat is het geweldige van een gezamenlijke maaltijd, zeker als gelovigen.

Hier lees je dus: ze kwamen samen om brood te breken. En Paulus hield een toespraak. In de interlinear ziet u dat er een woord wordt gebruikt dat meer met argumenteren te maken heeft. Het wijst altijd op een gesprekssituatie, eventueel ook van twist. In het Nieuwe Testament wordt het soms ook zo vertaald, maar in ieder geval gaat het om argumenteren; er moet iets duidelijk gemaakt worden. Paulus argumenteerde met hen, of tot hen. Hij was van plan de volgende dag te vertrekken, hoewel hij zijn plannen gedurende deze tijd nogal eens heeft moeten bijstellen. Hij wilde namelijk voor Pinksteren – dus een dag of dertig later – in Jeruzalem zijn. Dat was zijn voornemen; of het hem gelukt is, valt nog te bezien. In elk geval wilde hij de volgende dag vertrekken en om die reden zette hij zijn rede voort tot middernacht. Dat vind ik altijd leuk, want die man had zoveel te vertellen. Hij nam nu afscheid en misschien zou hij hen nooit meer zien. Eerlijk gezegd vermoed ik dat, maar uit het boek Handelingen kunnen we niet opmaken of hij hen ooit nog heeft getroffen. Als je afscheid van elkaar neemt, wat doe je dan? Dan geef je de belangrijkste dingen die je te melden hebt door en daarover hebben ze gesproken. Wij zeggen dan: "gezelligheid kent geen tijd", maar dit is nogal wat meer dan gezelligheid. Het gaat erom dat je elementaire dingen deelt waar het in het leven echt om gaat.

De Opperzaal: Verheven in het Licht ↑ hoofdstukken

Maar nog eventjes de situatiebeschrijving. Er waren verscheidene lampen. Elders wordt dit woord, dat hier vertaald wordt met lampen, weergegeven met fakkels. In elk geval komen we in Mattheüs 25 datzelfde woord tegen. Wat hier dus vertaald wordt met lampen, brandt op olie. En als u het niet geloven wilt, dan moet u dat maar eens een keertje aan die tien maagden vragen. Die tien dames, daar was nogal wat om te doen. Maar in ieder geval: olie.

En weet u, dat is ook wel bijzonder, zeker als we het hebben over de overwinning op de dood. Op dag één van de sabbattenperiode, de dag van de Eerstelingsschoof, de dag van de overwinning op dood en graf; ja, dan brandt hier licht. Er waren verscheidene lampen. Het was veel licht dat brandde door olie. Maar olijfolie is ook weer een schitterend beeld van leven, onvergankelijk leven. Het komt ook voort uit een olijfboom, weet u wel? Dat is die boom die nooit doodgaat. Olie is altijd weer een beeld van leven, van vitaliteit. Afijn, dat zie je overal in de Bijbelse symboliek weer terug. Maar in ieder geval: er waren verscheidene lampen in die bovenzaal. We weten uit een paar verzen later dat het de derde etage was.

De derde verdieping, het was een bovenvertrek en ja, als je de dingen op een rijtje zet wat daar aan de hand is, dan herken je direct ook de situatie die hier beschreven wordt; dat wil zeggen wat het aangeeft. Wat is nu typerend voor wat hier speelt? Wel, Paulus spreekt het woord van God op de hoogte en dat bedoel ik zo dubbelzinnig als u het nu kunt opvatten: op de hoogte. Hij brengt op de hoogte, jawel, maar hij stelt ons ook echt op een hoge plaats. Als er iets typerend is voor Paulus' boodschap, dan is het wel dat ons pad opwaarts gaat naar het hemelhuis. Hoe was het ook alweer? Weet u wat: omhoog, daar zijn wij geplaatst. Lees het maar eens na in de brieven: bedenk de dingen die boven zijn, waar Christus is die ons leven is. Wij zijn met Hem geplaatst, in Hem, te midden van de hemelsen. Zo staat het dan in Efeze. Nou ja, ik pluk zomaar wat teksten; het is niet moeilijk om de lijst nog langer te maken.

Maar u begrijpt, dat is precies wat er aan de hand is. Wij die mogen geloven – als de ogen daarvoor opengegaan zijn, als we geroepen zijn – bevinden ons daar in die bovenzaal, in die opperzaal. Er zijn meer mooie Bijbelse geschiedenissen die dat typeren. Ik denk ook aan de geschiedenis van de opperzaal waar Jezus de nacht voor Zijn sterven verbleef. Dat is ook een 'opperzaal-lesje', weet u wel, en dat Hij de voeten van de Zijnen waste.

In elk geval spreekt Paulus hier en ze zitten op een hoog niveau. Ik zeg het met een uitdrukking uit een lied van Johan de Heer – en sommigen kunnen daar niet zo goed tegen, maar ik houd er wel van: "Ver boven het aards gewemel." Daarboven in de hemel, ver boven het aards gewemel. Dat is er eigenlijk aan de hand. Kijk, op een hoog niveau ben je min of meer verheven; zo voel je je ook, zo ben je dan eigenlijk ook, boven al dat aardse gedoe. Ach, dat zal allemaal wel, wij denken gewoon wat hoger. We staan wat hoger, met alle risico's, maar goed: op de hoogte.

En er was veel licht. Licht van de olijf, om zo te zeggen. Licht spreekt van de duisternis die wordt overwonnen en daarmee ook van leven dat sterker is dan de dood. Want licht is leven, zoals duisternis dood is: het licht des levens. Er was veel licht om hen heen. Het was nacht per slot van rekening. Om hen heen was het donker; donker is de wereld. Maar daar in die bovenzaal waar het woord van Paulus klonk, daar hoog, daar was het licht. Er was veel licht. Daar wandel je dan in, daar zit je in onder dat gehoor, daar verblijf je in dat licht.

En daar was gemeenschap, onderlinge gemeenschap. Die broodbreking, dat is allemaal wat daar in die opperzaal aan de hand was. En het typeert feitelijk de positie van de ecclesia, dat 'uitroepsel' dat God zich vandaag verzamelt rond Zijn Zoon. Wel, het typeert de positie van dat gezelschap daar: op de hoogte, veel licht, gemeenschap. Goed.

De Val van Eutychus ↑ hoofdstukken

In die bovenzaal waren wij vergaderd. En er was daar een zekere jongeman, genaamd Eutychus. Het is wel leuk als je zulke namen dan wat gaat achterhalen. Want ja, Eutychus, je komt niet zoveel mensen tegen die zo heten. Misschien was hij zelf ook wel niet tevreden met zijn naam, maar in elk geval had die een prachtige betekenis. Eigenlijk is het, als je het goed beschouwt in het licht van wat er hier nu gaat plaatsvinden, ook wat macaber en haast ironisch dat hij zo heet. Want Eutychus, 'eu' betekent iets goeds en 'tychus' heeft te maken met overkomen, iets wat gebeurt. Wie iets goeds overkomt. Of nog wat vrijer weergegeven: wij zouden zeggen een geluksvogel, een gelukshebber.

En een zekere jongeman genaamd Eutychus, met die naam — en wat gebeurt er nou uitgerekend met hem? Hij zat in de vensterbank. Ja, heb je het over geluk hebben? Timing heet dat. Dat is ook ironisch als je het over geluk hebt. En toch, alles wat in deze situatie nu beschreven wordt, is bepaald geen geluk. Het is ronduit negatief. Hem overkwam niet iets goeds, maar op het eerste gezicht ronduit iets kwaads. Maar als je verder kijkt — dat kan ook, want als je in de opperzaal zit kun je ook verder kijken, zeker als je bij het venster zit — hij zat in de vensterbank. Een venster in ons spraakgebruik spreekt ook nog van uitzicht. Ik heb een dichtbundel in de boekenkast staan: 'Venster op de hemel', zo heet het geloof ik. Uitzicht, een venster; dat wat jou uitzicht geeft. Daar zat hij.

Nou, ik kom straks aan het eind van mijn verhaal en dan wil ik wat gaan vertellen over de typologie, de diepere betekenis. Maar houd dit alvast even in de gaten: hij zat in de vensterbank. Hij zat in het venster. Hij was een man met uitzicht. Ja, maar wat gebeurt er? Door een diepe slaap bevangen viel hij, toen Paulus zo lang sprak. Ik kan hier natuurlijk heel gemakkelijk nu een moralistisch verhaal aan vastknopen en zeggen: ziet u hoe fataal het is als u niet goed luistert naar wat de dominee of de voorganger allemaal vertelt? Ja, die betekenis ligt heel erg voor de hand, maar niets in deze hele geschiedenis riekt daar maar naar. Dat blijkt ook duidelijk uit de reactie van Paulus.

Wat zouden wij misschien doen? Kijk, als je het menselijkerwijs bekijkt, dan is dat nogal logisch. In de bovenzaal was veel licht. Misschien was het vanwege al die warmte van die lampen en een lange toespraak; al die factoren telden bij elkaar op. Dan kun je je dit zomaar voorstellen. Een jongeman, misschien had hij een drukke dag gehad... het staat er allemaal niet bij, dus waarom zou ik daarover spreken? 'Door een diepe slaap bevangen' staat in de tegenwoordige tijd, dus eigenlijk: overmand worden. Dat is een proces, je ziet het eigenlijk zo voor je. Hij ging dommelen en op een gegeven moment sliep hij. Ja, maar door de slaap overmand viel hij van de derde verdieping naar beneden.

Ja, en dat bleek dus fataal te zijn, want er staat: hij werd dood opgenomen. We moeten ons nog even realiseren dat dit wordt opgetekend door Lucas, die echt wel wist waar hij het over had. Hij was tenslotte een arts.

De Opwekking: een Bemoedigend Wonder ↑ hoofdstukken

Maar Paulus kwam naar beneden. Ik wil er in dit verband toch even op wijzen dat de naam Paulus, als je het tenminste vanuit het Grieks bekijkt, een bijzondere betekenis heeft. Paulos, dat woord heeft te maken met stoppen. Het is ook nog weer verwant aan ons woord pauze: een onderbreking. Nou, Paulus wordt hier met recht onderbroken in zijn verhaal. Dat is duidelijk, want hij gaat later gewoon weer vrolijk verder, maar Paulus heeft hier dus te maken met een onderbreking.

Paulus kwam naar beneden en wierp zich op hem. Er staat hier trouwens hetzelfde woord: hij viel op hem. Dat is hetzelfde woord als wat er met Eutychus gebeurde; hij viel. Hij viel op hem en sloeg de armen om hem heen; hij omhelsde hem. Er staat niet bij dat er iets gezegd werd; dat is enkel wat Paulus met hem deed. En dan vindt er hier wel degelijk een wonder plaats, dat kun je niet missen. Hij was immers dood opgenomen, maar wat zegt Paulus? Geen misbaar, geen rumoer. Doe niet moeilijk, want er is ziel in hem. Zo staat het er letterlijk. Met andere woorden: met Eutychus, hoe diep hij ook gevallen is, komt het weer goed. Dat heeft waarschijnlijk nog even geduurd, blijkens het vervolg, maar in ieder geval is dat het bemoedigende woord wat Paulus hier uitspreekt naar dat hele gezelschap.

En bovengekomen, zo staat er, gaat Paulus gewoon weer naar boven. Hij heeft het bemoedigende woord over Eutychus gesproken en eenmaal boven brak hij brood en hij at. Dat gaat hier dus over Paulus. En hij sprak nog lang met hen. Paulus houdt daar een betoog, wordt onderbroken, Eutychus valt dood neer, maar Paulus zegt dat het goed komt en dat er ziel in hem is. Vervolgens gaat Paulus gewoon weer naar boven en hij spreekt nog lang met hen. Weer die maaltijd en hij sprak nog lang met hen, zo staat erbij.

Ook hier wordt trouwens een Grieks woord gebruikt waarvan ons woord homiletiek, of predikkunde, is afgeleid. Dat heeft te maken met conversatie, maar dan in een informerende sfeer. Je geeft iets door, je vertelt dingen en je maakt dingen duidelijk. Dat is wat hij deed. Hij sprak nog lang met hen tot aan de morgenstond, totdat de nieuwe dag aanbrak. Dus dat is een heel lange bijeenkomst geweest waarin Paulus bijzonder veel heeft meegedeeld. En tot de morgenstond, dat wil zeggen: de nacht door. Let even op en luister nu ook even dubbelzinnig: de nacht was voorbij, een nieuwe dag brak aan en zo vertrok hij.

En dan lees je nog, in het laatste vers van deze geschiedenis: "En ze brachten de jongeman levend weg." Dat wordt dus vermeld na Paulus' vertrek. Dat suggereert dat Eutychus na zijn val niet meer aanwezig was in die bovenzaal. Met Eutychus zou het goed komen, en er wordt pas gesproken over het feit dat hij levend weggebracht wordt nadat de morgen al was aangebroken. Althans, dat wordt hier pas vermeld. En er staat dan nog bij: "En ze werden buitengewoon bemoedigd." Door wat? Nou, als ik dit lees, kan ik maar twee verklaringen vinden. Dat was vanwege alles wat Paulus daar te melden had én vanwege het geweldige wonder wat met Eutychus, die gevallen was, had plaatsgevonden. Hij stond namelijk op, juist op deze dag die zo speciaal herinnerde aan de opstanding, aan die weggewentelde steen. Op deze dag stond ook Eutychus op. Het kwam toch weer goed met hem. Nou, en nu wilt u natuurlijk weten: wat zit hier dan toch achter?

De Typologische Betekenis: het Lot en Ontwaken van Israël ↑ hoofdstukken

Ik heb nu wat verteld over de historie, maar waar is Eutychus nu een beeld van? Ik vind dat ik dat er ook bij moet vertellen. Want kijk, het thema van het boek Handelingen moet je je altijd goed realiseren. Wat is de context? Wat is de samenhang? Het thema van het hele boek Handelingen, van hoofdstuk 1 tot en met hoofdstuk 28, is de vraag die je in hoofdstuk 1 vers 6 al vindt geformuleerd. Vlak voordat Jezus definitief het aardse toneel verlaat, lees je dat de discipelen Hem de vraag stellen: "Heer, herstelt U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?" Dat is de grote vraag in dit hele boek Handelingen, en in alle toonaarden wordt daar antwoord op gegeven in een historisch relaas.

We zien hoe Israël het Evangelie ook in het boek Handelingen afwijst. Officieel ook, door het Sanhedrin, de regering. En we zien hoe vervolgens de twaalf min of meer gepasseerd worden en Paulus als dertiende apostel wordt geroepen op een heel markant moment. Hoe Paulus dan de apostel van de natiën wordt; dat is het grote thema in het boek Handelingen. Wat nu zo bijzonder is, is dat de geschiedenissen in dit relaas, in die 28 hoofdstukken, allerlei bijzondere voorvallen bevatten die allemaal illustratief blijken te zijn voor de hele ontwikkeling in het boek.

Ik zal drie korte voorbeelden geven. In Handelingen 3 lees je over die verlamde man die bij de Schone Poort zat. Ook een geweldig uitzicht. Je leest dat Petrus en Johannes tegen die man zeggen: "Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik u heb, dat geef ik u: in de naam van Jezus Christus, sta op!" En die man staat op. Er wordt veelzeggend bijgezegd dat hij bijna veertig jaar oud was. Hij staat op en wandelt zo de tempel binnen, God lovende en springende. Dat is illustratief voor wat er met Israël op dat moment zou moeten plaatsvinden. Aan deze gebeurtenis wordt een hele toespraak van Petrus gekoppeld, die dan ook zegt: "Mannen van Israël, wat er met deze man gebeurd is, dat is voor jullie een voorbeeld." Ik verzin het dus niet; Petrus legt dat in een toespraak gewoon zelf toe.

Dan gaan we van het begin naar halverwege het boek. Daar lees je over de Jood Elymas, die Paulus tegenwerkte omdat hij zich wendde tot de heidenen. Je leest dat die Elymas, die Joodse tovenaar, voor een tijd lang blind gemaakt wordt. Ook dat is weer illustratief voor wat er op dat moment in het boek Handelingen aan de hand is.

Nog een voorbeeld; nu zijn we inmiddels aan het einde van het boek. Ik refereerde al eventjes aan die schipbreuk in de laatste hoofdstukken van Handelingen. Je leest dat Paulus op dat schip zit, maar dat het schip ten onder gaat in de zee. Waarom? Omdat de stuurlui niet hadden geluisterd naar de raad van Paulus. Paulus was voor sommigen misschien een amateur, jazeker, maar hij had het wel bij het rechte eind. Ik ga die geschiedenis nu niet nader toelichten, maar ik wil alleen maar even aanstippen dat al die geschiedenissen heel duidelijk verhaald worden juist omdat ze illustratief zijn. Ze tekenen en typeren wat er aan de hand is, namelijk Israël dat ten onder zou gaan in de volkerenzee. Dat wordt op een schitterende wijze uitgebeeld. Ik geef nu drie voorbeelden, maar ik zou er veel meer kunnen geven. Iedere keer weer wordt het thema van het boek op een verhalende wijze toegelicht.

Dat is hier ook weer aan de hand, want laat ik u dit zeggen: Eutychus is een type van Israëls lot, dat kan niet missen. Het past helemaal in de betoogtrant van het boek Handelingen. Hij is gezeten in het venster; laten we daar eens mee beginnen. Dat wil zeggen: het was een man met uitzicht. Ik neem u een paar keer mee naar Romeinen 9, 10 en 11. U weet wel, dat zijn de hoofdstukken waarin Paulus in zijn brief uitleg geeft over de positie van Israël en wat daarmee aan de hand is. Aan de hand van die hoofdstukken wil ik gewoon de link leggen met Eutychus en zijn lotgevallen. Van Israël lees je dat zij ook uitzicht hadden; zij zaten in het venster. "Zij zijn Israëlieten," zegt Paulus in Romeinen 9. "Hunner is het zoonschap en de heerlijkheid en de verbonden" – let op: niet alleen het oude, ook het nieuwe – "en de wetgeving en de eredienst en de beloften. Hunner zijn de vaderen en uit hen is, althans wat het vlees betreft, de Christus, de Mashiach, die is boven alles, God te prijzen tot in de aeonen. Amen." Dat is het venster, het uitzicht waarin Eutychus zit als uitbeelding van Israël.

Vervolgens: wat gebeurde er met Israël? Dat is wat het boek Handelingen ook laat zien. God gaf hun een geest van diepe slaap; ogen om niet te zien en oren om niet te horen tot op de dag van heden. Dat kunnen we in 2014 nog steeds zo zeggen. Hoewel de tijd van de opstanding, de derde dag, nu echt nabij is, is dat nog steeds de situatie. Israël is in ongeloof, in een geest van diepe slaap. Trouwens, aan het einde van Handelingen 28 wordt dat ook nog zo gezegd: ogen om niet te zien, oren om niet te horen.

Vervolgens zijn ze gevallen. "Ja, door hun val," zegt Paulus in Romeinen 11 vers 11 – makkelijk te onthouden – "is het heil, de boodschap van redding, tot de natiën gekomen." Als je het gewoon van bovenaf bekijkt, en dat is niet zo moeilijk als je in de bovenzaal zit, dan is dit de situatie: hij is gevallen. Geen woord van verwijt in dit verband, maar zo is het gegaan. Waarom? Opdat daardoor, door hun val, het heil tot de natiën zou komen. Het was een onderbreking, want God pakt de draad later gewoon weer op. Dat is wat Eutychus laat zien.

En dan tenslotte: wat gebeurt er met Eutychus? Hij is gevallen, maar is dat het einde? Nee. Wat Paulus weet te melden is dat het nog even duurt, maar dat die val, dat ongeloof van Israël, een "totdat" heeft. Totdat die geest van slaap zal worden beëindigd. Totdat ze wakker zullen worden gemaakt. Totdat ze zullen opwaken. Totdat ze zullen – ik blijf in de beeldspraak – opstaan. Nieuw leven, dat is die derde dag. Indien hun verwerping, dat is vandaag, de verzoening der wereld is; dat is de boodschap van redding die vandaag klinkt: de verzoening van de wereld. Als hun verwerping die boodschap nu heeft ingezet – het is een onderbreking, dat is waar, en dat is waar de naam Paulus ook helemaal aan gekoppeld is – wat zal het dan zijn? Wat zal hun aanneming wezen als zij weer worden aangenomen? Maar ook als zij de Messias zullen aannemen, want dat gaat gelijk op. Wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden? Ziet u? Zodat Israël hier schitterend in Handelingen 20 wordt getekend. Je kunt het zo parallel leggen met wat Paulus beschrijft in Romeinen 11 en de voorgaande hoofdstukken. Het is niet zomaar vermeld; nee, het is illustratief in de hele geschiedenis. En kijk, dat vind ik nou zo geweldig.

Een Boodschap van Hoop in een Donkere Wereld ↑ hoofdstukken

En daar wil ik dan ook mee afsluiten. We leven in een donkere tijd. Zojuist, voordat ik hier op het podium stond, is het ook al gememoreerd: er is heel veel aan de hand, ook in het Midden-Oosten, juist en vooral in verband met Israël. Maar wij weten: de dag gaat komen. Het komt goed. Een woord van bemoediging. Ze werden zeer bemoedigd; nou, wij ook. Weet u waarom? We zitten daar in die bovenzaal en we luisteren naar de woorden van Paulus. Er is veel licht. Er is leven. Juist de dag waarop dat allemaal plaatsvond, spreekt daar ook van. Leven. Uitzicht.

En wij luisteren naar die woorden. We verblijden ons daarin en we mogen wandelen in dat licht. We mogen in een donkere wereld getuigen van dat licht. Want als er aan één ding behoefte bestaat, dan is het licht. Ze willen je laten geloven dat er aan van alles en nog wat behoefte is, en dat zal allemaal wel waar wezen, maar fundamenteel gaat het om één ding en dat is die boodschap. Mensen hebben hoop nodig die gefundeerd is. Dat is wat de Schrift heeft. En dat is het lied dat Paulus liet klinken. En daarom zijn wij mensen met hoop. Met een venster, licht.

Ik stel voor dat we daarover zullen zingen. Een lied over opstanding: "Daar juicht een toon". Die toon gaat straks juichen in heel Jeruzalem, als de Opgestane acte de présence zal geven. "Daar juicht een toon, daar klinkt een stem die galmt door gans Jeruzalem", en wat verder volgt.

🎧 Eutychus
Delen: