De Openbaring Van Johannes?
28-09-2014 - Geplaatst door Andre PietPresentatie gehouden op 28 september in Zoetermeer.
Een boek dat een naam draagt dat reeds in de eerste zin van het boek weersproken wordt, is dat niet eigenaardig? Zou dat typerend zijn? Hoe kan het dat voor de meeste mensen dit een gesloten boek is terwijl het een openbaring heet?
‘Openbaring’ heeft alom de reputatie een moeilijk boek te zijn. Hoe zou dat komen? En is die reputatie terecht? Tot wie richt het boek zich? En waarover gaat het?
In deze samenkomst een bespreking van de eerste acht verzen van dit imposante boek.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- De Weerspreking van de Titel van het Bijbelboek
- Apokalyps: de Onthulling van Jezus Christus
- Hetgeen 'in Snelheid' (niet Weldra) Moet Geschieden
- Gelukkig Is Hij Die de Woorden van de Voorzegging Bewaart
- Het Joodse Terrein: Johannes aan de Zeven Ecclesia's
- Genade en Vrede van Yahweh (die Is, Was en Komt)
- Jezus Christus als de Eerstgeborene Der Doden
- Israël Gesteld tot een Koninkrijk van Priesters
- Elk Oog Zal Hem Zien bij Zijn Komst
- De Alfa en de Omega: Gods Werkelijke Almacht
De Weerspreking van de Titel van het Bijbelboek ↑ hoofdstukken
Ik wil u vanmorgen, beste vrienden, eens meenemen naar het laatste Bijbelboek: het boek De Openbaring van Johannes. Zo staat het als titel boven in mijn Bijbeltje en ongetwijfeld ook in dat van u. En dan maakt het wellicht geen verschil of u een Engelse King James, een Statenvertaling of een NBG-vertaling hebt; dat staat er zo boven.
Nu, dat is al een stuk beter. Hier wordt geroepen dat het bij sommigen tussen haakjes staat. Maar het vraagteken dat ik hier in de titeldia van deze presentatie heb laten zien, is veelzeggend. Waarom? Omdat ik daarmee natuurlijk al heel suggestief aangeef dat het toch wat anders ligt. Ik begrijp wel waarom men dat zo genoemd heeft: de openbaring, geschreven door Johannes. Dat is wellicht de strekking, maar de wijze waarop men het op deze manier weergeeft als naam van het Bijbelboek, zit er echt falikant naast. Waarom? Omdat de aanhef van dit boek meteen een luide weerspreking is van de naam die men het gegeven heeft.
Laat ik meteen maar de koe bij de horens vatten. Ik wil u dus meenemen naar het eerste gedeelte. Wellicht dat er nog wat meer delen gaan volgen, misschien wel een hele serie; ik weet het niet. Iik plan nooit teveel wat dat betreft als het gaat om de zondagse bijeenkomsten. Ik wil ook een beetje de handen vrij houden om andere onderwerpen te bespreken, mocht dat nodig zijn. Maar in ieder geval beginnen we vandaag bij Openbaring 1. De meest logische manier om dat aan te pakken is gewoon bij het eerste woord, het eerste vers, de eerste zin te beginnen. Dan zullen we vanzelf wel ontdekken wat we daarin allemaal tegenkomen.
Zoals gezegd is de titel van het boek 'De Openbaring van Johannes', maar wat zegt de aanhef? Openbaring van Jezus Christus! En dat weerspreekt dus de naam die het gekregen heeft. Het is niet de openbaring van Johannes. Het zijn ook geen 'openbaringen' in het meervoud, want dat is een andere titel die je heel vaak hoort. Heel vaak hoor ik mensen zeggen: het boek de Openbaringen. Ook dat klopt niet. Het is de Openbaring van Jezus Christus.
Zit ik nu misschien al te veel zout op alle slakken te leggen? Ik denk het niet. Waarom? Omdat het heel essentieel is en eigenlijk meteen de clou van het hele boek. Het valt daarmee echt met de deur in huis: de essentie van dit hele boek wordt meteen in dit eerste zinsdeel weergegeven. Namelijk dat in dit boek Jezus Christus openbaar wordt. Het zijn niet slechts mededelingen of visioenen die hier zijn opgetekend. Dat is wel zo, maar dat is niet de essentie. Dat is ook niet zoals het hier staat. Het is de onthulling. En dan moet ik er nog iets bij zeggen.
Apokalyps: de Onthulling van Jezus Christus ↑ hoofdstukken
Het woordje 'openbaring' is in het Grieks—u kent dat wellicht—de apokalyps. 'Apo' betekent 'vanaf' of 'weg van' en 'kalyps' heeft te maken met een bedekking, een sluier. Feitelijk zie je in dat woord, als je dat vanuit het Grieks bekijkt, dat er een beweging is: er wordt een sluier, een bedekking weggenomen. Vandaar ook dat de Concordante Interlineair, die u hier ziet, het weergeeft als 'de onthulling'. Er wordt iets onthuld. Degene die nu verborgen is, wordt in dit boek openbaar of, beter gezegd, onthuld; ontsluierd, zo u wilt. Dat is wat er in dit boek aan de hand is.
Trouwens, je kunt zeggen dat dit hele boek wordt gekenmerkt door onthulling. Ja inderdaad, onthullingen aangaande toekomende dingen, maar alles wordt openbaar. Dat wat voorheen verhuld en verborgen was, dat komt hier allemaal weer aan het licht. Ja, ik zeg 'weer'. Dat is bij nader inzien wel een juiste uitdrukking. Ook allerlei dingen die bijvoorbeeld in het Oude Testament gelezen worden. Als je de profeten leest—het maakt niet uit welke—dan lees je dat zij aankondigingen doen aan het adres van Jeruzalem, Judea en Israël, maar ook aan naburige volkeren: Egypte, Assyrië, Damaskus en Babel niet te vergeten. Wel, dat hele volkenpatroon zoals we dat kennen vanuit het Oude Testament... Eigenlijk betreden we in dit boek ook weer in zekere zin oudtestamentische bodem. We staan ook echt op Joodse grond. Ik zal dat later vanzelf ook nog wel nader uiteenzetten en laten zien.
Het bijzondere is echter ook dat alles wat de profeten hebben gesproken, weer wordt gereconstrueerd. Het komt weer opnieuw aan het licht. Petrus spreekt in zijn toespraak in Handelingen 3—ook in Jeruzalem trouwens—over de wederherstelling van alles waarvan de profeten gesproken hebben. Dat wil zeggen: alles waar de profeten ooit melding van maakten, waar ze zich toe richtten, dat wordt weer hersteld en gereconstrueerd.
En wat zien we in onze dagen? Dat maakt dit boek in toenemende mate actueel. Het staat niet direct in Openbaring, maar vanuit andere profetieën weten we inderdaad dat de termijn zo goed als vervuld is. We hadden dus ook niet anders kunnen verwachten. Het bijzondere is dat we nu al allerlei aanzetten zien: alles waarvan de profeten ooit gesproken hebben, wordt weer hersteld en gereconstrueerd. Het komt weer aan het licht. De profeten maakten ooit melding van de Filistijnen en waarachtig, wat zien we vandaag weer? De Filistijnen in Jeruzalem. Nou, noem het maar op. Dat hele volkenpatroon zoals we dat ooit kenden in de dagen van het Oude Testament en zoals de profeten daarover spraken, dat zien we gewoon weer aan het licht komen. Alles komt weer terug. Al die stukken die ooit op het schaakbord stonden, om zo te zeggen, die komen nu weer op het schaakbord. Het spel is trouwens nog niet begonnen—de eindstrijd—maar die stukken worden allemaal al klaargezet. Dat vind ik ook zo bijzonder. Alles komt weer aan het licht. Het is in die zin ook een onthulling.
Ik hoef dat toch verder niet toe te lichten, wat er aan de hand is? Ik bedoel, u leest toch ook de krant? U weet toch ook wat de actualiteit is en hoe de actualiteit, zelfs hier in dat veilige Westen en in ons veilige vaderlandje, momenteel direct gekoppeld is aan de gebeurtenissen en de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Dat is het centrum. Uiteindelijk heeft het allemaal te maken met dat piepkleine landje dat je nauwelijks kunt vinden als je een globe pakt; zo'n speldenprik. En daar ook weer een speldenprik in: dat stadje Jeruzalem. Ja, maar dat is het centrum. Elders spreken de profeten over de navel der aarde. Het is zo bijzonder om in onze dagen inderdaad te beleven dat alles weer hersteld wordt. Ja, er achterin gebeurt geloof ik het een en ander, maar wij gaan gewoon dapper door zolang ze ons niet te zeer storen.
Hoezo een hint? Het is de openbaring, de apokalyps. Dat is de essentie van Jezus Christus. Hij die vandaag verborgen is. Ik kan me heel goed voorstellen dat als je de boodschap van de apostel Paulus kent, je je op heel vreemd terrein begeeft zodra je dit boek opent. Dat is eigenlijk ook zo. Als je de geschriften van Paulus kent, dan weet je dat Christus vandaag verborgen is en dat God in genade met deze wereld omgaat. Een boodschap van genade en niet ingrijpen; dat is nog steeds karakteristiek voor onze dagen. In het boek Openbaring wordt echter alles anders. Jezus Christus wordt onthuld. Hij die nu verborgen is, wordt dan openbaar. En dan gaat Hij ook spreken. Nu zwijgt Hij in Zijn liefde, maar straks gaat Hij spreken in Zijn toorn en korte metten maken. Deze boze aion gaat verwisseld worden voor een totaal nieuwe aion. Hij gaat Zijn koninkrijk vestigen. Hij is de Koning-Priester en dat gaat er niet zachtzinnig eraan toe; dat zie je ook in het boek Openbaring. Maar het is allemaal de onthulling van Hem die nu verborgen is.
Je zou je nu kunnen afvragen—en dat wordt van alle kanten dan ook gedaan: "Jezus Christus, ach ja, die leefde hier tweeduizend jaar geleden." Ja, dat is ook zo, maar Hij wordt weer onthuld. Hij zal onthuld worden; dat is waar dit boek over gaat. En de God die nu al zo lang afwezig lijkt... De hemel is van koper, Hij doet niet van Zich horen, Hij grijpt niet in en dat wordt Hem hoogst kwalijk genomen. Wel, straks zijn er geen atheïsten meer, dat kan ik u wel vertellen. En dat duurt niet zo heel lang meer: dat er geen mens meer zal twijfelen aan het bestaan van God, die dan ook inderdaad gaat spreken. Daarmee zijn ze nog niet voor Hem gewonnen, want het gaat niet allemaal in één slag en stoot, maar niettemin: het atheïsme heeft zijn langste tijd gehad.
Ik wil naar vers 8 toe, dus we moeten toch echt wat sneller gaan dan nu, maar dit vind ik wel heel belangrijk. Dit is de aanhef van het boek: de onthulling van Jezus Christus. Soms ga ik er wat sneller doorheen, dat moet u me maar niet kwalijk nemen. Bij een andere gelegenheid moeten we maar wat meer in de details treden. Maar daar staat: "welke God Hem gegeven heeft." Letterlijk staat dit trouwens in een speciale werkwoordsvorm, en dat is 'zonder horizon'. Het gaat er niet zozeer om dat dit in het verleden heeft plaatsgevonden, maar: "welke God Hem geeft". Namelijk: God geeft Hem de gelegenheid; God geeft Hem dat Hij Zich zal openbaren.
En dan staat er nog bij: "om Zijn dienstknechten...". Eigenlijk staat er in het Grieks gewoon het woord 'slaven'. En een slaaf, dat is niet zomaar een werknemer die voor zoveel uur een bepaald contract heeft afgesloten. Het is een lijfeigene, het eigendom van. Dit boek is niet zomaar bestemd voor nieuwsgierigen; dit boek is bestemd voor slaven. Slaven die het eigendom zijn van en ook luisteren naar. Dat is het enige wat een slaaf geacht wordt te doen, nietwaar? Te luisteren naar zijn heer en naar wat hij te melden heeft. Wel, dat is waarom dit boek gegeven is: om Zijn slaven te tonen. Dat is trouwens ook nog bijzonder: niet alleen maar te vertellen, maar dit wordt allemaal gedemonstreerd. Het is ook een heel visueel boek. Johannes ziet voortdurend: "en ik zag", "en ik zag". En dan staat er nog bij: "hetgeen weldra moet geschieden". Dat vind ik nou weer zo mooi. Want u ziet natuurlijk—en ik zeg dat eventjes voor degenen die deze studies niet kennen—dat hier onderin het scherm een interlineair wordt getoond. Dat wil zeggen: tussen de regels. De eerste regel is de Griekse grondtekst.
De onderste tekst is de wijze waarop de NBG dat heeft weergegeven. De weergave daartussenin, in het groen, dat is de meest letterlijke weergave – concordant, zo u wilt. Eensluidend, zoveel als mogelijk één op één. Dat brengt hele bijzondere dingen aan het licht, zodat je ook zo dicht mogelijk bij de Schriften komt, bij het originele. Bij de bron.
Maar dan zie je: dat woord wat hier weergegeven wordt met 'weldra', daar staat letterlijk dat de dingen die moeten geschieden, zullen gebeuren – niet weldra. Het idee is niet 'binnenkort', maar het idee is 'in snelheid'. Je leest dit woord bijvoorbeeld ook als Johannes en Petrus naar het graf toe rennen; in Johannes 20 lees je dat. Dan lees je dat de een sneller rende, dat Petrus sneller rende. Sneller – dít woord. In snelle. Het idee daarbij is niet dat het binnenkort gaat gebeuren. Dat is trouwens ook in zekere zin wel degelijk waar, maar dat is niet wat hier staat.
Hetgeen 'in Snelheid' (niet Weldra) Moet Geschieden ↑ hoofdstukken
Er staat dat hetgeen beschreven wordt "in snelheid" moet geschieden. Het idee is dat wanneer deze dingen gaan gebeuren, op het moment dat Hij onthuld zal worden, dat in snelheid zal plaatsvinden. Met een enorme vaart zal er vaart achter worden gezet. Dat is een heel ander idee, waardoor je in het boek Openbaring ook een voortvarende, snelle voortgang van ontwikkelingen vindt. Het ene is nog niet gebeurd of het volgende vindt alweer plaats. God grijpt in en dat doet Hij zeer ingrijpend. Dat doet Hij ook met snelheid; dat is typerend. Het geldt ook voor Zijn oordelen. God oordeelt snel. Het idee van een eindeloos oordeel kent de Schrift niet, en God dus ook niet. Nee, áls Hij dat doet, dan doet Hij dat snel. Een ogenblik duurt Zijn toorn — een leven lang is immers niet snel, dat gaat langzaam en blijft maar voortbestaan — maar een leven lang duurt Zijn goedertierenheid uit. In elk geval zullen deze dingen die in dit boek beschreven worden, in snelheid plaatsvinden.
En wie is de 'Hij' die dit te kennen geeft? Dat is Jezus Christus door de zending van Zijn engel, Zijn boodschapper. Hij heeft een boodschapper afgevaardigd. Jezus Christus heeft dit dus niet hoogstpersoonlijk doorgegeven, maar Hij heeft daartoe een boodschapper gestuurd. Aan Zijn slaaf Johannes heeft Hij dit alles te kennen gegeven en getoond. Het is een heel breed begrip waarmee Hij dat aanduidt. Johannes heeft getuigd van het Woord van God. Letterlijk staat er ook hier weer die tijdloze weergave: deze getuigt van het Woord van God, wanneer dan ook, en van het getuigenis van Jezus Christus. Dat getuigenis van Jezus Christus kun je heel breed opvatten, maar hier in dit boek is dat vooral wat er opgetekend staat. Het is het getuigenis dat Hijzelf getuigt.
Johannes getuigt van deze dingen. Hij getuigt van dat wat Jezus Christus Zelf middels Zijn afgevaardigde boodschapper te kennen heeft gegeven. Hij getuigt van alles wat hij waarnam, gezien en gehoord heeft; bij gelegenheid is hij zelfs weggevoerd. Ik wil daar even op wijzen, hoewel het misschien net buiten het bestek van deze presentatie valt, maar in vers 10 lees je dat Johannes werd weggevoerd "in de geest", zo staat er, "tot in de dag des Heren". Vandaar dat dit boek in de christelijke geschiedenis en de theologie de reputatie heeft gekregen dat de openbaring op een zondag plaatsvond. Immers, dat is 'de dag des Heren'. Nou, ik kan u vertellen: dat is niet de dag des Heren.
Kijk het maar na in uw Bijbel. Eventueel zou je de sabbat kunnen noemen, en dat klopt trouwens weer wel, maar dan vooral in typologische zin. Hij wordt verplaatst naar de grote sabbat, de grote dag des Heren. Dat is een profetische term: de dag des Heren. Johannes wordt als het ware verplaatst in de tijd. Over tijdreizen gesproken: dat lijkt sciencefiction, maar dat is precies waar Johannes over spreekt. Hij zegt: "Ik werd verplaatst" — u ziet het in Openbaring 1 vers 10 — tot in de dag des Heren. Het is de heerlijke dag waar de profeten altijd over spraken, de dag waarop de Heer openbaar zal worden. Johannes is verplaatst naar die periode en vanuit die periode beschrijft hij de dingen die hij heeft waargenomen. Dat is wat hier staat.
Gelukkig Is Hij Die de Woorden van de Voorzegging Bewaart ↑ hoofdstukken
Zalig. Eigenlijk houd ik veel meer van het gewone Nederlandse woord 'gelukkig', want het woord 'zalig' is een begrip dat zo misbruikt is; de een verstaat er weer iets heel anders onder dan een ander. Als je een katholieke achtergrond hebt, dan is alles zalig, maar dan weet je eigenlijk niet meer wat het betekent. Sommige mensen denken dat het hetzelfde betekent als behouden zijn: "Ben je zalig? Ben je zeker van je zaligheid?" en dat soort dingen. Dat is een, zoals dat zo mooi heet, poly-interpretabel begrip. Dat wil zeggen dat je er alle kanten mee uit kunt. Daar houd ik nooit zo van, want de betekenis van het woord is gewoon dit: gelukkig. Zo wordt het bij gelegenheid trouwens ook door de vertalers elders weergegeven.
"Gelukkig hij die voorleest." Dat ben ik toevallig nu, hier. Trouwens, er staat niet zozeer 'voorlezen', er staat: "Gelukkig hij die leest." Maar lezen in de Bijbel is altijd hardop lezen. In het Hebreeuws al helemaal. Het Hebreeuwse woord voor lezen is qara, en dat betekent eigenlijk roepen. Als je leest, dan is het eigenlijk ondenkbaar dat je dat zachtjes doet; dan spreek je dat ook daadwerkelijk uit. Gelukkig hij die leest, maar dat niet alleen: "En zij die horen." Dat bent u toevallig nu. Zij die horen de woorden van de profetie. Profetie betekent letterlijk vanuit het Grieks: voorzegging. Dat is een heel concrete betekenis. Er is meer over te zeggen dan ik nu meld, maar dat is de primaire betekenis vanuit het Grieks. God presenteert hier niet een glazen bol van wat er mogelijk zou kunnen gebeuren. Het is geen sciencefiction ofzo. Nee, God voorzegt: zo zal het gaan.
Gelukkig degene die dit leest, gelukkig degene die de woorden van deze voorzegging hoort. Wat alleen God kan doen, is namelijk voorzeggen. Een mens weet niets over de toekomst; zelfs over vijf minuten kunnen we absoluut geen enkele zekerheid hebben. Alles wat je daarover kunt doen, is gebaseerd op statistieken of extrapolatie, zoals wiskundigen dat dan weer noemen. Maar het is allemaal gissen en er zitten altijd onzekerheidselementen bij. Maar God, die het heden kent en de toekomst overziet, die van het begin – er staat in Jesaja: "Ik die van den beginne de afloop reeds verkondigt" – dat is de God met wie wij te doen hebben. Daarom is er niets wat werkelijk waarde heeft dan gewoon je te richten tot deze woorden. Dat is wat vast is. Dat is als een poolster in de nacht; het mag dan duister in de wereld zijn, maar daar kun je je op oriënteren.
Daar kun je met recht blind op varen. Of dacht u dat u kon blindvaren op de kranten? Of op experts, op het nieuws? Nee toch. Die zeggen maar wat. Ik bedoel dit met alle waardering en respect voor hun deskundigheid, maar een mens is maar een mens. Alles wat vanuit expertise gesproken wordt, is menselijke expertise; altijd waar tot op een bepaalde hoogte, met een slag om de arm. Maar God neemt geen slagen om de arm. Hij voorzegt: zo zal het gaan. Vandaar ook dat je gelukkig bent als je dit leest, als je dit hoort en "bewaart", staat er dan nog bij.
U weet wel waar je het bewaart, hè? Maria wist het in ieder geval wel. Zij hoorde de woorden en zij bewaarde deze woorden in haar hart, zich afvragende wat al die dingen betekenen mochten. Want als je het in je hart bewaart, betekent dat dat je eraan denkt. Je gaat overleggen en je stelt je vragen: "Wat betekent dat?" Je bent ermee bezig. Fixeer je niet meteen op bepaalde uitleggingen. Nee, wees open-minded. Wat staat er nou eigenlijk? Laat je corrigeren. Als je altijd in een bepaalde trant dacht en het blijkt anders te zijn dan wat er geschreven staat, wees dan ook open. Bewaar die woorden zoals ze gesproken zijn en zoals er geschreven staat. Bewaar dat in je hart.
"En bewaart hetgeen daarin geschreven staat, want de tijd..." of eigenlijk: hier staat niet het woordje chronos, waar ons woord chronologie van afgeleid is, maar hier staat een ander Grieks woord. Dat is een beetje lastig, maar het betekent de gelegenheid: de kairos, het tijdstip. De tijd is nabij. De kairos, de gelegenheid waarover deze dingen spreken, is nabij. Dat is dus niet zozeer een chronologisch gegeven van: het duurt niet lang meer. Nee, het betekent dat de gelegenheid zich zomaar kan aandienen.
Zoals ik dit plaatje erbij heb gepakt; in het Engels zeggen ze het zo, maar in het Nederlands kun je dat ook zeggen: er is slechts één hartslag tussen... U vindt dat misschien wat zwartgallig als ik dat zeg, maar u kunt niet ontkennen dat het waar is. Er is slechts één hartslag tussen u en mij en de dood. Eén hartslag, meer niet. Dat zegt David ook met een woord tegen Jonathan: "Er is slechts één schrede tussen mij en de dood." In die zin is de dood ook altijd nabij. Dat is geen chronologisch gegeven, maar het betekent dat er maar één ding hoeft te gebeuren, één gelegenheid zich hoeft voor te doen, één tijdstip zich hoeft te presenteren en het is zover.
Ik zit nu naar een zwangere vrouw te kijken – hoogzwangere vrouwen weten daar alles van – dan hoeft er maar één ding te gebeuren. Ik moet nu nog aan iets anders denken, en dat is de verwijzing naar Zacharia 13. Daar lees je dat Israël de naam van Yahweh zal aanroepen. Iets wat ze nooit gedaan hebben, ook wat een Jood niet mag doen. Dat zal een keer gaan gebeuren. En wat gebeurt er dan? Dan zal Hij komen. Als de nood het hoogst is, dan zullen ze uiteindelijk nog maar één ding kunnen doen. Als alle volkeren – want in die context staat het – zich zullen verzamelen daar in dat Joodse land; de hele VN als het ware samengeklonterd is daar in dat Midden-Oosten, dan zal men de naam van Yahweh aanroepen en dan zal Hij ook verschijnen en onthuld worden. Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg.
Er is eigenlijk maar – en dat is in wezen ook de boodschap die Petrus destijds al had – één roep verwijderd tussen Zijn komst en het nu. Dus de gelegenheid is inderdaad nabij. Dan laat ik nog maar even helemaal in het midden dat er inmiddels tweeduizend jaar gepasseerd zijn – voor de Heer trouwens twee dagen, wat ook weer veelzeggend is. Dat betekent dat nu toch echt, ook in chronologische, menselijke zin, de tijd nabij is. Het hangt er dus maar net vanaf hoe je het bekijkt, maar in elk geval is het waar op allerlei niveaus: de tijd is nabij. Johannes zegt dan, zo vangt hij vervolgens aan in een nieuwe pericoop.
Het Joodse Terrein: Johannes aan de Zeven Ecclesia's ↑ hoofdstukken
Johannes aan de zeven ecclesia's in Asia. Dat zijn Joodse gemeenten. U moet zich realiseren: dit is geen geschrift van Paulus, maar van Johannes. En weet u wat het grote verschil is? Ik ga u niet eens meenemen – ik heb er geen diaatje van of zo – maar ik wil u wel even wijzen op Galaten 2, waar zowel Paulus als Johannes in één adem genoemd worden. Ze hebben elkaar ontmoet en dan lees je dat zij de afspraak hebben gemaakt, bezegeld met de rechterhand der gemeenschap, dat Paulus met het evangelie van de voorhuid naar de natiën zou gaan, ongeacht wie, inclusief trouwens de Joden onder de natiën. En er staat bij dat Jakobus, Kevas en Johannes zich zouden wenden tot de besnijdenis. Daar hebben ze zich aan gehouden; dat is een officiële afspraak.
Dat zie je dus ook weer weerspiegeld in hun geschriften. Johannes richt zich tot de besnijdenis. Dat wil niet zeggen alleen maar binnen de grenzen van het land, want hier gaat het over Asia, maar wat dacht u daarvan? Daar had je ook vele Joden, synagoges, enzovoort. Johannes richt zich hier tot zeven ecclesia's, Joodse gemeenten. Ik heb er expres nog een paar verwijzingen bij gedaan, naar hoofdstuk 2 vers 9 en 3 vers 9, waar je dat ook heel duidelijk ziet: dat de schijnjoden die claimen Joden te zijn, als het ware in de hoek gezet of ontmaskerd worden. In elk geval staan we hier, zoals ik al eerder zei, in dit boek echt op Joodse bodem.
En dan staat er nog bij: "Genade zij u en vrede van Hem." Dat vind ik prachtig. Zo vangen natuurlijk de geschriften in het Nieuwe Testament aan en je kunt zeggen: ja, dat was gewoon de manier waarop men elkaar begroette. De Grieken zeiden "genade zij u" of "vreugde", en de Joden zeiden "shalom" – dat zeggen ze nog steeds. Dit was een samentrekking: genade en vrede, met genade voorop.
Maar weet u, in deze context heeft het nog iets heel bijzonders. Dit is namelijk geschreven met het oog op de Dag des Heren, waarin zo enorm veel turbulentie is en waarin God zo duidelijk en hardhandig ingrijpt. En dan klinken juist deze woorden bij aanvang: "Genade en vrede van Hem." Laat ik dat meteen maar doorlezen. Genade en vrede van wie dan? Welnu, van Degene die hier openbaar wordt, maar nog meer van God.
Genade en Vrede van Yahweh (die Is, Was en Komt) ↑ hoofdstukken
Er staat hier over Hem Die van Zichzelf zegt: Die Is en Die Was en Die Komt. En als u een klein beetje op de hoogte bent van de Naam van God en ook de Hebreeuwse betekenis, Yahweh, dan weet u dat deze zin daar ook direct naar verwijst. Yahweh betekent: 'Ik ben Die Ik ben', of 'Ik ben Die Ik zijn zal', of 'Ik zal zijn Die Ik was'. Dat is in het Hebreeuws allemaal wat breed, maar dat is de gedachte: Die Is, Die Was en Die Komende is in de tegenwoordige tijd; Die bezig is te komen. Dat is de Naam van God, zoals Hij zich ooit al aan Mozes bekendmaakte.
De zesentwintigste generatie – ik vind het altijd leuk om dat erbij te zeggen. Want de Naam van God is Yahweh, maar die naam Yahweh is een Hebreeuwse naam, en Hebreeuwse letters zijn ook Hebreeuwse cijfers. Die Naam is onderverdeeld in vier letters en dat komt exact overeen met de geslachten die er sinds Adam tot Mozes geweest zijn. In totaal is dat het zesentwintigste geslacht. Nou ja, ik geef het zomaar even door; bij een andere gelegenheid wil ik dat nog eens nader toelichten. Maar dit is het: de Naam van God, Die Is en Die Was en Die Komt.
Er staat nog bij: 'en van de zeven geesten die voor Zijn troon zijn'. Meestal zegt men: 'Ja, dat is de Persoon, de goddelijke Persoon of de derde Persoon van de heilige Drie-eenheid.' Nou, dat soort terminologie ken ik niet; vanuit de Schrift is dat onbekend. Er wordt hier gesproken over de zeven geesten. En weet u wat ik denk? Dat zijn zeven geesten. Dat denk ik zomaar. Ja, waarom? Nou, zou het misschien niet zijn omdat dat er gewoon zo gezegd staat? Die zeven geesten zijn zeven geesten die voor Zijn troon staan, en even later in hoofdstuk 8 kom je ze weer tegen als de zeven engelen, die trouwens bij gelegenheid zeven engelen worden. 'Zijn zij niet allen gedienstige geesten?', zegt Hebreeën 1. Dus engelen zijn geesten; dat is wat je niet kunt zien, dat is het kenmerk van geest.
Maar waarom worden die hier nu ten tonele gevoerd, terwijl die straks de bazuinen laten klinken? Te midden van al die instabiliteit, in het midden van al dat ingrijpen, de oordelen, de gerichten en de turbulentie, wordt hier gezegd: genade en vrede van Hem Die Is en Die Was en Die Komt. En ook van de zeven geesten die voor Zijn troon staan. Die gaan straks ingrijpen en de bazuin blazen met alle gerichten van dien. Niettemin, omdat Hij Die Is en Die Was en Die Komen zal alles in Zijn handen heeft, is er genade en vrede. Ondanks die bazuinen en ondanks die zeven engelen die van alles aan zullen kondigen, is er genade en vrede. Waarom? Ja, dat is niet zo moeilijk: dat is vanwege Hem. Hij is Degene die de regie voert en Hij weet wat Hij doet. Hij gaat ingrijpen, dus verlies je niet in de details. Kijk ook naar het grote plaatje en naar de grote uitkomst.
Ik lees even verder: 'genade zij u en vrede van Hem Die Is en Die Was en Die Komt, en van Jezus Christus'. Jezus, Die bewezen is te zijn de Christus, de Messias, de Gezalfde. De getrouwe getuige. Dan kun je denken aan Zijn verblijf hier op aarde, dat Hij getuigenissen afgelegd heeft en betrouwbaar is geweest aan Zijn God. Hij heeft gesproken en gezegd: 'Zie, hier ben Ik, Heer, in de boekrol staat van Mij geschreven.' Daar heeft Hij getuigenis van gegeven. Maar dat is Hij tot op dit moment. Als Hij zich hier in het boek de Openbaring presenteert, als Hij daar onthuld wordt, dan is Hij Degene die getrouw getuigenis geeft van de dingen die gaan gebeuren. Hij spreekt, Hij voorzegt: zo zal het gaan. Een getrouwe getuige is niets anders dan iemand die betrouwbaar is in dat wat hij getuigt, in wat hij gezien en waargenomen heeft. En er staat nog bij: Jezus Christus, Hij is de getrouwe getuige en de eerstgeborene der doden.
Jezus Christus als de Eerstgeborene Der Doden ↑ hoofdstukken
Het begrip 'eerstgeborene' is een typisch Bijbels begrip. In andere volkeren en culturen speelt dat een veel grotere rol dan bij ons; bij ons speelt het eigenlijk nauwelijks meer een rol, behalve misschien een klein beetje bij het erfrecht en het eerstgeboorterecht. Maar een eerstgeborene is de eerste erfgenaam, degene die een dubbel deel krijgt van de erfenis, de hoogste erfgenaam. De wijze waarop dit gepresenteerd en opgetekend wordt door Johannes, refereert aan allerlei passages in het Oude Testament.
Ik haal hier niet voor niets een citaat uit Psalm 89 aan, omdat het zo mooi parallel loopt met Openbaring 1. Daar staat dat God zegt over de zoon van David — kijk het maar na in Psalm 89, ik ga het nu niet ter plekke aantonen —: "Ik zal hem tot een eerstgeborene stellen." Dat is heel bijzonder. Je zou zeggen: "Hoezo? Je bent een eerstgeborene of je bent het niet." Maar in de Bijbel is dat heel anders. Een eerstgeborene is degene die het eerstgeboorterecht heeft. Kijk het maar na in het boek Genesis, het is daar eigenlijk standaard: de eerstgeborene is nooit de eerstgeborene. Het is een recht dat je krijgt en dat ook verleend kan worden. Vraag het maar na aan Abraham, Isaac, Jakob, Jozef of Efraïm. Stuk voor stuk werden zij gesteld tot eerstgeborenen, maar geen van allen waren zij letterlijk als eerste geboren. Ze kregen dat recht. Soms moet je er een bord soep voor neertellen, zoals in het geval van Jakob die dat aan Ezau gaf. Dat was trouwens heel dom, want hij had die soep gewoon kunnen houden; hij had het recht immers toch wel gekregen, dat had God van tevoren al gezegd. Maar goed, dat is misschien erg Nederlands gedacht.
Er staat: "Hij zal gesteld worden tot eerstgeborene." Wel, dat is Jezus Christus. Is Hij de eerstgeborene? Nee, maar Hij is gesteld tot eerstgeborene en tot de eerstgeborene van de doden. In die zin is Hij trouwens ook letterlijk de eerstgeborene, want Hij is de eersteling uit de doden om nooit meer te sterven. Er staat ook nog bij — en daarom citeer ik het nu ook —: "tot de hoogste van de koningen der aarde." Nu zijn we weer terug in Openbaring 1. Want wat lees je daar? Jezus, de beloofde Messias, de getrouwe getuige. Hij is de eerstgeborene van de doden, de eersteling van een nieuwe schepping. Hij heeft de dood overwonnen en Hij is degene die het hoogste erfrecht heeft, dat Hij ook nooit meer kwijtraakt. Want dat is het mooie: als je nieuw leven aan het licht hebt gebracht als eersteling, hoef je het nooit meer over te dragen, want je sterft niet meer. Dat is echt leven, eens voor altijd. Geen sterven, maar leven.
Hij is de eerstgeborene van de doden en de overste van de koningen der aarde. Dit zijn zulke karakteristieke zaken in het boek Openbaring. Het gaat in dit boek over twee onderwerpen. Ik hoorde laatst iemand dat erg leuk formuleren: ze zeggen altijd dat als je het gezellig wilt houden op een verjaardag of onder collega's, je over twee onderwerpen nooit moet praten: godsdienst en politiek. En waar gaat het boek Openbaring over? Over godsdienst en over politiek. Over religie die aan de kaak wordt gesteld, terwijl God de waarheid daarvan aan het licht brengt. En het gaat over macht. Laat ik het anders zeggen: Jezus Christus is de Koning-Priester naar de ordening van Melchizedek. Dat is een hele mond vol, maar Koning-Priester houdt in dat het koningschap te maken heeft met Zijn ambt als machthebber, als de Koning der koningen. Zo wordt Hij in dit boek openbaar. Maar Hij is ook de Koning-Priester; ook godsdienstig staat Hij aan het hoofd in Jeruzalem, in de tempel die straks weer herbouwd gaat worden. Hij gaat de waarheid over politiek en over godsdienst aan het licht brengen. Dat is het boek Openbaring: dat wordt onthuld. Dit staat in een heel andere verhouding dan Zijn positie als het Hoofd van het Lichaam in de verborgenheid; dit is een heel nieuw hoofdstuk, een nieuw boek.
Dan staat er: "de overste van de koningen der aarde, Hem die ons liefheeft." Ik kom straks nog even terug op dat woord 'ons', want dat is erg belangrijk. Hem die ons liefheeft — agape, onvoorwaardelijk. Dat is Gods liefde. Er zijn geen condities aan verbonden; het kan door je prestaties niet meer worden en door je wanprestaties wordt het niet minder. Dat is het geweldige van de liefde van God. Hem die ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door Zijn bloed. Let op: er staat niet dat Hij ons van onze zonden verlost heeft. Daar zit vaak een heel klassiek theologisch idee achter, de vergeving van zonden, maar het gaat hier over Hij die ons losmaakt, die ons verlost uit de zonden, uit al die doelmissingen waarin we waren. Hij trekt je eruit en verlost je daaruit. En dat is wat hier van Israël wordt gezegd — nu verklap ik het al, want het gaat over Israël. Die 'ons', dat is Israël. Hij verlost ons uit de zonde en uit ons leven dat gekenmerkt werd door zonden en doelmissen. Hij verlost daaruit en geeft een leven dat wel doel, zin en inhoud heeft.
Hoe dan wel? In Zijn bloed. U ziet het: dat bloed verwijst altijd naar het slachtoffer. Wij denken bij bloed en bij een slachtoffer vaak aan zwakheid, maar de Schrift niet. Ik denk dat verreweg de meeste mensen daar geen idee van hebben, hoewel er een lied is dat ik vroeger vaak zong: "Er is kracht in het bloed van het Lam." Het is waar, alleen vraag ik me af wie weet waarom. Waarom is er kracht in het bloed van het Lam? Juist in het boek Openbaring speelt het slachtoffer een grote rol. Jezus Christus heeft in dit boek vele prachtige namen, zoals de Leeuw uit de stam van Juda, maar Hij is ook het Lammetje. In het Grieks staat er een verkleinwoord; een lam is al klein, maar hier staat 'het lammetje'. En wie overwint er over al die machten en over al dat geweld? Het lammetje. In Openbaring 5 of 6 staat: "en ik zag een lammetje, staande als geslacht." Hij was geslacht, maar dat is niet de normale positie van een geslacht lammetje; die ligt normaal gesproken dood neer. Maar Hij niet. Hij is het lammetje dat geslacht is, maar Hij staat. Dat kan maar één ding betekenen: Hij is opgestaan uit de doden. Zie daar meteen weer de verwijzing naar het feit dat Hij verrezen is uit het graf. Hij stierf in zwakheid, maar Hij verrees drie dagen later uit de doden. Dat bloed spreekt inderdaad van de slachting, maar wat dacht u? Het gaat om het slachtoffer dat geslacht werd en vervolgens opsteeg tot God, verrezen uit de doden. Dat is dat bloed, dat is de kracht daarvan: leven uit de dood. Daar verwijst het bloed naar, en dat heeft een verlossende kracht.
Israël Gesteld tot een Koninkrijk van Priesters ↑ hoofdstukken
Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt. En daar moeten we even goed op letten. Want wie heeft Johannes hier op het oog? Tussen de regels door heb ik het al gezegd, maar het is buitengewoon belangrijk. Ik zei zojuist al wat over de adressering van Johannes: Johannes richt zich tot de besnijdenis, tot Israël. Het antwoord ligt dus al voor de hand, maar ik ga nu ook echt een extra bonnetje daarvoor geven. Er staat: "Hij heeft ons tot een koninkrijk en tot priesters gemaakt voor de God en Vader van Hem," van Christus.
Wie zijn die "ons"? Deze uitdrukking, "een koninkrijk tot priesters", is een verwijzing naar Exodus 19. Het zijn woorden die aan de voet van de berg Sinaï gegeven werden, en ik zal het u laten zien. Daar lees je, vlak voordat de Tien Woorden gegeven worden, wat God tegen Mozes zei; hij moest dat overbrengen aan Israël: "Nu dan, indien jullie aandachtig naar Mij luisteren en Mijn verbond bewaren, dan zullen jullie uit alle volkeren Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij. En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn."
Over wie gaat dit? Over Israël. Dat zijn de woorden die hij moest doorgeven aan het volk. Dat volk zou uit alle volkeren een volk worden dat een koninkrijk was, een koninkrijk van priesters; een koninklijk priesterschap dus. U zegt: "Hé, dat herinnert mij weer aan woorden in de Petrusbrief." De Bijbelkenners onder u hebben gelijk. Dat bevestigt exact waar we het over hebben, want ook Petrus – Kefas – richt zich tot de besnijdenis. Eén en één is twee.
Ik lees even verder: "En gij zult Mij – Israël zult Mij – een koninkrijk van priesters zijn. Een heilig, dat wil zeggen een apart gezet volk. Dit zijn de woorden die gij tot de Israëlieten spreken zult." Einde van alle tegenspraak. Punt. Dat is het. Dáár gaat het boek Openbaring over. Die "ons", die gemaakt worden of gemaakt zijn tot een koninkrijk en tot priesters, dat gaat over niets anders dan het volk, dat apart gezette volk van Israël. Het zijn woorden die aan dat volk gericht zijn. Israël is bestemd tot een koninkrijk, een koninklijk priesterschap. We bevinden ons hier in het boek Openbaring dus op Israëlitische bodem.
En dan staat erbij: "Hem zij de heerlijkheid en de kracht." Dat blijkt dan ook wel vervolgens in dit boek, "tot in de aeonen der aeonen". Er staat niet "tot in alle eeuwigheden"; er staat "tot in de aeonen der aeonen". Dat zijn die aeonen. Trouwens, aankomende zaterdag – dat mag ik alvast even zeggen, en waar kan dat beter – is er een studiedag, een Refago-conferentie. Ik zit nu een beetje voor mijn eigen hachje te praten, maar je kunt je er vandaag nog voor opgeven. Dit is de laatste dag. In Leusden is er een conferentie met een viertal sprekers. Ik mag daar één van zijn en mijn thema is toevallig "de overtreffende aeonen". Daar ga ik het dan speciaal over hebben.
Die aeonen die gaan komen, die overtreffend zijn. Waarom? Omdat dat de aeonen zijn waarin Christus Zijn heerschappij, Zijn koninkrijk zal vestigen en zal manifesteren, overtreffend in heerlijkheid. Kracht en heerlijkheid; het is onvoorstelbaar wat we nog gaan beleven. De huidige aeon en de aeonen die voor ons liggen... deze wereldtijdperken waren boos, maar die toekomstige aeonen worden gekenmerkt door een overtreffende heerlijkheid vanwege een Koning-Priester die aan het hoofd staat.
Goed. En dan staat er "Amen". Maar ik ga nog even verder, want ik moet even snel zijn. Dit moet ik nog ter bevestiging zeggen: "Zie," staat er dan, "Hij komt." Het zal gezien worden. Niet overdrachtelijk, want dit boek heeft wat te lijden gehad onder alle menselijke uitleg. "Ja, dat moet je figuurlijk zien, dat moet je geestelijk zien..." Er is heel veel allegorie toegepast. Maar het boek geeft zelf de verklaring aan. Als er staat: "De zeven sterren, dat zijn...", dan wordt het ook uitgelegd. De Schrift legt zichzelf uit. "Zie," staat er, "Hij komt met de wolken."
Elk Oog Zal Hem Zien bij Zijn Komst ↑ hoofdstukken
Zoals Hij ooit onttrokken werd door een wolk, zoals we lezen in Handelingen 1, zo zal Hij straks ook verschijnen met de wolken. Dat heeft volgens mij alles te maken met de Shechina; die wolk, die mobiele Godstroon om zo te zeggen. Welnu, Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem zien. Hoe kan dat nou weer? vroeg men zich vroeger af. Hoe kan elk oog Hem straks tegelijk zien? Sinds een aantal tientallen jaren is dat natuurlijk al geen vraag meer. Met alle media van tegenwoordig is dat geen enkel punt: elk oog zal Hem zien.
Er staat ook bij — en nu komt het — ook zij die Hem hebben doorstoken. Wie zijn dat? Daar wordt heel specifiek verwezen naar het volk Israël. Dit is bovendien een verwijzing naar Zacharia, en daar wil ik u even mee naartoe nemen. In Zacharia 12 vers 10 lees je dat. Want, dat moet ik er even bij zeggen, het boek Openbaring is het sluitstuk van de profetie. Het is het laatste Bijbelboek, maar feitelijk word je geacht de rest te kennen. Dat is natuurlijk ook waarom het vaak als een moeilijk boek wordt gezien. Mensen zeggen: "Het is een gesloten boek." Moet je nagaan, het heet een Openbaring, maar het is een gesloten boek.
Maar hoe vreemd is dat? Het is een sluitstuk. Dit boek wemelt van de tientallen, ik maak me sterk honderden citaten uit de boeken van de profeten. Dit brengt het allemaal bij elkaar. Dit is de bezegeling, de bekroning van de profetie. Je wordt dus feitelijk geacht dat als je Openbaring leest — en dat is toch niet zo gek — dat je de voorgaande hoofdstukken kent. Als je het laatste hoofdstuk van een boek leest, dan word je toch geacht de voorgaande hoofdstukken te kennen? Nou, als je het boek Openbaring leest, dan word je geacht het voorgaande te kennen. Dat is niet zo vreemd.
Wanneer er dan in Openbaring 1 staat: "Zie, elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem hebben doorstoken", dan denk je: wacht even, dat is Zacharia 12 vers 10. Bij elk vers zou je zulke verwijzingen met gemak kunnen laten zien. In Zacharia 12 — en ik kan ook nog naar Mattheüs 24 gaan, want bij schriftstudie kom je van het een op het ander, u bent gewaarschuwd — daar staat: "Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest van de genade en der gebeden." Dat is God zelf die aan het woord is. "En zij zullen Mij aanschouwen die zij doorstoken hebben." Hier hoor je het, dit wordt gezegd door de profeet Zacharia, eeuwen voordat de Messias zou komen en gekruisigd zou worden. Hier wordt dit al voorzegd.
Ze zullen Hem aanschouwen die zij doorstoken hebben en over Hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over hun enig kind. Dat is geen vreemde uitdrukking als we denken aan de eniggeboren Zoon van God. Ja, ze zullen over Hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene. Maar we zagen al: hoezo "als"? Het ís de Eerstgeborene. Hij zal straks komen en ze zullen Hem zien en herkennen. Als zij de Naam aanroepen, dan zal Hij verschijnen. Hij, die het beeld is van God, het beeld van de onzienlijke God, zal dan verschijnen.
En alle stammen der aarde zullen over Hem weeklagen. "De stammen der aarde" is in het Grieks hetzelfde als "de stammen van het land". Kijk, het zijn de volkeren van het land, de stammen van Israël die bij het land horen: Eretz Yisrael. Wel, hier zie je het ook weer: het gaat om het volk Israël, dat volk dat bestemd is tot een koninkrijk van priesters. Zij zullen Hem zien. Om dat volk gaat het allemaal; dat is het grote centrum en het terrein waarin we hier verplaatst worden. Alle stammen van het land Israël zullen over Hem weeklagen. Middels die gebeurtenis zal het Koninkrijk zich wereldwijd gaan vestigen, maar het begint bij Israël. Ja, amen. Dat is het laatste vers waar ik inderdaad wilde komen, en zie daar: we zijn er nu. Ik vind het een schitterend slot waar God dit zegt.
De Alfa en de Omega: Gods Werkelijke Almacht ↑ hoofdstukken
Ik ben de alfa. Dat is de Griekse eerste letter, de eerste letter van het Griekse alfabet: de alfa. Sommige mensen hebben meer met bèta, maar goed. Ik ben de alfa, de eerste, het begin. En dat niet alleen; ik ben niet alleen de eerste, de eerste letter, ik ben ook de omega, de laatste letter. Sowieso 'mega'. Maar ik ben de eerste, ik ben de laatste. Bij mij begint het, bij mij loopt het ook allemaal weer af.
Of zal ik het nog anders zeggen? Nu haal ik Paulus er weer bij, ik kan het niet nalaten. Uit Hem zijn alle dingen, maar ook – dat wil zeggen – het komt uit Hem voort. Hij is het begin, Hij is de initiator. Maar bij Hem is ook de afloop gefixeerd; het staat vast. Het komt uit Hem voort, maar het komt ook allemaal weer bij Hem terecht. Dat komt allemaal terecht bij Hem, en in Hem, en door Hem. In Hem, of uit Hem, door Hem, tot Hem. Heb je zo'n beetje alle voorzetsels die daarin van belang zijn... die hebben daarmee te maken: uit Hem, door Hem, tot Hem.
"Ik ben de alfa en de omega," zegt de Heere God, "die is, die was en die komen zal," of de komende. De Almachtige. Schitterende uitdrukking. God is de Almachtige. We hadden het er laatst in de auto met de jongens over wat dat betekent. Meestal zeggen ze: "Ja, almachtig betekent dat God alles kan." Nee, almachtig betekent niet dat God alles kan. Ik kan u zo een aantal dingen noemen vanuit de Bijbel die God niet kan. Het is onmogelijk, zegt Hebreeën 6, dat God liegen kan. Dat kan God niet.
Maar weet u wat almachtig betekent? Alles wat Hij wil. Of zal ik dat zeggen met de woorden van een lied: "Wat Zijn liefde wil bewerken, dat ontzegt Hem Zijn vermogen niet." Dat wat Hij zich voornemt, daar is niets wat Hem daarin beperkt. Hij is alvermogend. Hij kan niet alles – God zij dank niet – maar Hij is in staat te doen wat Hij gesproken heeft. En Hij is in staat te doen wat Zijn hart Hem ingeeft.
En Hij verlaat nooit de werken van Zijn handen. En dat is de garantie die elk schepsel heeft. Het Boek Openbaring begint daarmee en dat moet je goed in de gaten houden. Het gaat hier over de God die alles begonnen is en ook alles op Zijn tijd en wijze – door harde hand, door crisis, door oordelen – tot een goed einde gaat brengen.
UltimateGoodNews