Elia op de Karmel (2)
10-09-2023 - Geplaatst door Andre Piet10 september 2023, Benthuizen
Toen Elia’s God zich zojuist en public had bewezen, kon het volk niet anders dan op haar aangezicht vallen en erkennen: JAHWEH, die is God! Op een theocratische wijze laat Elia Baäls priesters ombrengen en kondigt hij koning Achab aan dat de stortregen er aankomt. “Een wolkje als eens mans hand” stijgt op uit de zee en blijkt de voorbode van een gigantische hoosbui. Een droogte van drie en half jaar wordt afgesloten met Israëls bekering en zegen voor het land. Deze geschiedenis is een onmiskenbaar prototype van wat in de nabije toekomst zich zal voltrekken.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Samenvatting: de Triomf van Yahweh op de Karmel
- Het Oordeel over de Baälpriesters bij de Beek Kison
- De Aankondiging van Regen en de Zegen van Dankzegging
- Zeven Keer Uitkijken Naar de Wolk uit de Zee
- De Stortregen en Elia Snelt Vooruit Naar Jizreël
- Profetisch Perspectief: de Verwachte Komst van Elia
- De Twee Getuigen en Komende Stromen van Zegen
Samenvatting: de Triomf van Yahweh op de Karmel ↑ hoofdstukken
Wij gaan vanmorgen verder met de geschiedenis die we twee weken geleden ook aan de orde stelden, dat prachtige verhaal uit 1 Koningen 18. Ik heb het als titel meegegeven, nogal voor de hand liggend: Elia op de Karmel. We hebben inmiddels een flink gedeelte van dat hoofdstuk besproken, maar voor degenen die er toen wel waren en nog even opgefrist willen worden in hun geheugen, en voor degenen die er niet bij waren en nu bij deze tweede samenkomst invallen: voor jullie beiden wil ik nog even kort samenvatten waar het over ging in een zeven- à achttal punten.
Deze geschiedenis van Elia op de Karmel speelt zich af in de tijd van koning Achab. Een koning die vooral bekendheid heeft omdat hij zo’n grote rol speelt in het leven van Elia. Het is eigenlijk meer een bijrol die hij vervult, want de hoofdrol speelt de profeet Elia. Koning Achab is de zevende koning na Salomo; de zevende koning van Israël, de tien stammen om zo te zeggen. Achab speelt een rol, maar ook zijn vrouw Izebel, die uit het buitenland kwam en de afgoderij nog eens een flinke push gaf. De vader van koning Achab had namelijk al heel veel afgoderij geïntroduceerd onder het koninkrijk van Israël.
Toen heeft Izebel, die iedere keer de meest prominente rol speelt in dat huwelijk van Achab, op een gegeven ogenblik alle profeten van JAHWEH laten ombrengen. Dat waren er vele, maar ze heeft daarbij een aantal profeten over het hoofd gezien. Die waren namelijk in veiligheid gebracht door Batja — nee, dat was geen profeet, maar een hofmaarschalk — die een aantal in veiligheid heeft gebracht in een grot waar ze werden onderhouden. In ieder geval, de profeten van JAHWEH waren omgebracht en Elia bleef alleen over, maar hij was naar het buitenland gevlucht.
Elia was naar koning Achab gegaan als een gezondene van Gods wege om droogte en hongersnood in het land aan te zeggen. Hij had daarbij gezegd: "Er zal geen druppel water uit de hemel komen, tenzij op mijn woord." Dus pas wanneer ik weer tot je kom en het ga zeggen, dan pas zal er weer regen zijn. Dat gaat dan ruim drie jaar zo door — ik ga de termijn straks nog iets specifieker maken — maar in het derde jaar van de droogte wordt Elia naar Achab gezonden. Waarom? Omdat God had gezegd dat er nu een einde zou komen aan de droogte en die afschuwelijke hongersnood.
Met die boodschap die Elia bij koning Achab zou brengen, heeft hij nog iets anders aangezegd: heel het volk zou komen naar de berg Karmel, inclusief de 450 profeten van Baäl. Zij waren officieel in loondienst van Izebel; ze aten van Izebels tafel, wat wil zeggen dat ze werden onderhouden door Achab en Izebel. Zij moesten allemaal bij elkaar geroepen worden. Elia geeft dat als een commando op en Achab kon niet anders dan daar gehoor aan geven, te meer omdat hij wist dat dit alles door Elia kwam. Achab geeft Elia de schuld van de droogte: "Jij bent degene die Israël in het ongeluk gestort heeft, want jij hebt gezegd dat er alleen weer regen komt op jouw woord." Elia corrigeert hem fijntjes: "Nee, het is precies omgekeerd, want jullie hebben het woord en het verbond van jullie God verlaten."
Zo was het. In ieder geval, het volk wordt bij elkaar gebracht en Elia laat twee altaren bouwen: één voor de Baäl en één voor JAHWEH, zijn God. Hij zegt: "De God die met vuur zal antwoorden, die bewijst daarmee ook God te zijn." Het hele volk gaat met dat voorstel akkoord. Dan lees je dat de Baäl-priesters de stier bereiden op het altaar en dan begint het. Van de morgen tot de middag roepen zij hun god aan. Het wordt steeds gekker; er kwam geen gehoor of reactie van de Baäl en ze hinkten om het altaar in een rituele dans.
Elia steekt de draak met de hele vertoning en maakt het compleet belachelijk, maar de priesters worden eigenlijk steeds gekker. Ze maken insnijdingen in hun lichaam zodat ze aan alle kanten bloeden en raakten geheel in trance, in geestvervoering. Maar wat ze ook doen, er volgt geen antwoord. Tegen de tijd van het avondoffer — rond drie uur in de middag, het negende uur, een bekend tijdstip in de Bijbel — doet Elia openlijk een beroep op de God van zijn vaderen: de God van Abraham, Isaak en Israël, om het bewijs te leveren.
Hij herstelt het altaar dat afgebroken was met twaalf stenen, wat staat voor het herstel van Israël, van de twaalf die bij elkaar gebracht worden. Elia doet een beroep op zijn God en zegt: "Bewijs nu dat U inderdaad de God bent." Direct kwam er vuur vanuit de hemel. Het is een schitterende geschiedenis waarin God echt demonstreert wie Hij is. Dit is niet meer de tijd van een God die Zich verborgen houdt. Nee, God bewijst God te zijn, zodat er geen twijfel meer is over wat de waarheid is.
Wat wij ons in onze dagen nauwelijks kunnen voorstellen, was in die tijd zo, en straks gaat dat ook weer komen. Binnenkort breekt er een tijd aan waarin het volstrekt openlijk duidelijk zal zijn wie God is. Er moet nog wel wat water door de Rijn stromen voordat het zover is, maar het bewijs zal dan geleverd zijn. Dan zijn er geen atheïsten meer; die bestaan dan niet meer. Daar zijn we dan ook weer vanaf — ja sorry, zo mag je het natuurlijk niet zeggen — maar direct kwam vanuit de hemel vuur, verteerde het brandoffer en verdampte zelfs al het water.
O, dat was ik nog vergeten te vermelden: weer een diaatje weg! Ik had namelijk nog een dia waarin staat dat Elia het zodanig maakte dat hij drie keer vier waterkruiken over het offer liet gieten. Hij had ook een brede goot om het altaar gemaakt die, nadat alles overgoten was, helemaal vol was met water. Met andere woorden: nu zou God het bewijs moeten leveren. En dat komt dan. Als het vuur uit de hemel neerdaalt, het brandoffer verteert en al het water verdampt, lees je dat heel het volk zich op het aangezicht werpt en uitroept: "JAHWEH, Hij is God!"
Het Oordeel over de Baälpriesters bij de Beek Kison ↑ hoofdstukken
Maar de geschiedenis is daarmee nog niet af. Het langste gedeelte, misschien wel het belangrijkste gedeelte van de geschiedenis, wordt nog voltooid doordat de regen die nog moest komen aan het slot van het hoofdstuk wordt vermeld. We pakken hier bij vers 40 de draad weer op. Ik had de vorige keer al beloofd dat ik nog in zou gaan op de profetische betekenis – en dat wil ik straks ook zeker gaan doen. Ik heb al wat hints in die richting gegeven, maar het gaat om de profetische betekenis van deze gebeurtenis. Het heeft ooit plaatsgevonden, zoveel eeuwen voor onze jaartelling, zeker, maar de geschiedenis zelf spreekt van dat wat er in de nabije toekomst gaat gebeuren. Dat is overduidelijk, juist ook in zo'n passage. Maar daarover later meer.
Eerst maken we de bespreking van de geschiedenis compleet. Er staat: "Daarop zei Elia tot hen" – tot het volk dat zich zojuist op het aangezicht had geworpen en had uitgeroepen: "JAHWEH, Hij is God!". Elia zegt: "Grijpt de profeten van de Baäl, laat niemand van hen ontkomen". En zij grepen hen en Elia liet hen afdalen naar de beek Kison. Die beek is een bescheiden stroompje; als het erg droog is, staat hij bijna droog. Hij loopt over een lengte van een kilometer of zeventig langs de vlakte van Jizreël in de richting van Haifa. Daar hadden trouwens meer veldslagen plaatsgevonden, zoals de bekende veldslag van Debora, waarbij zij het leger van Sisera versloeg. Dat was ook bij deze beek Kison. Elia laat die profeten vangen en hij laat hen afdalen naar de beek Kison. En dan staat er: "en hij slachtte hen daar".
Daar slik je natuurlijk even bij. Dit was overigens wat Izebel ook gedaan had met de profeten van JAHWEH; die had ze ook allemaal omgebracht. Of je hieruit moet afleiden dat Elia het eigenhandig heeft gedaan, weet ik niet. Er staat dat Elia hen slachtte, maar we zeggen ook dat Poetin Oekraïne aanvalt. Ik noem maar wat, terwijl hij daar zelf niet fysiek aanwezig is om dat te doen. Het gebeurt onder zijn verantwoordelijkheid en leiding. Zo zou dit ook gelezen kunnen worden. Ik laat dat in het midden, maar in ieder geval worden deze profeten onder zijn leiding omgebracht.
In onze beleving is dat vreemd, maar in een theocratie – dat wil zeggen in een tijd waarin God openlijk regeert, want dat is wat een theocratie is – is dit niet vreemd. Daar waar het volstrekt duidelijk is wie God is en dat Zijn woord de waarheid is, treden zulke regels in werking. Afgoderij wordt daar absoluut niet getolereerd, omdat het in strijd is met de openlijk bekende waarheid. Vandaar ook dat u dit leest.
Trouwens, ook dit is profetisch. Want als God straks opnieuw het bewijs gaat leveren dat Hij God is, vindt daar ook weer een enorme slachting plaats. Het boek Openbaring en vele andere profetieën spreken daarover. Velen zullen daarin omkomen. Daar moet je niet gering over denken. Ik lees even verder.
De Aankondiging van Regen en de Zegen van Dankzegging ↑ hoofdstukken
Vervolgens zei Elia tot Achab — daar is natuurlijk nog wel wat tijd overheen gegaan — "Ga, eet en drink, want daar is het geruis van een stortregen." Ik heb opgemerkt dat uitleggers verschillende ideeën hebben over hoe je dat precies moet opvatten, maar het meest voor de hand liggende lijkt mij dat koning Achab, die ook zojuist tot de erkenning was gekomen — want hij hoort ook bij dat volk dat tot de erkenning was gekomen: "Jawel, Hij is God" — dat hij feest mocht vieren. Elia zegt: "Ga, eet en drink." Met andere woorden: vier feest, want de regen is na al die tijd eindelijk in aantocht. Er komt een stortregen aan.
Toen ging Achab heen om te eten en te drinken. Elia echter klom naar de hoogte, naar de top van de Karmel. Hij boog zich ter aarde en legde zijn aangezicht tussen zijn knieën. Hij buigt zich dus echt heel diep neer. Het is trouwens opmerkelijk dat in het Hebreeuws het woord voor knie, en daarmee ook voor knielen, identiek is aan het woord voor zegen. Je hebt zelfs mensen die zo heten in de Bijbel, Berechja bijvoorbeeld. Je moet de klinkers even wegdenken, want in het Hebreeuws spelen die geen rol; als je de medeklinkers houdt, dan zie je dat dit exact hetzelfde woord is. Wie 'knie' of 'knielen' zegt, zegt daarmee in het Hebreeuws ook 'zegen'.
De gedachte die daarachter ligt, vind ik werkelijk geweldig: de zegen zit hem juist in het feit dat je voor God knielt. Dat zie je trouwens ook in het Nieuwe Testament via een andere lijn terug, namelijk dat de dingen dankzeggend gezegend worden. Je leest bijvoorbeeld dat de Heer Jezus de maaltijd zegent. In het ene evangelie lees je dat Hij het brood dat Hij brak zegende, en in het andere evangelie staat dat Hij dankte voor de maaltijd. Dan zouden we kunnen denken: in het ene geval zegent Hij, in het andere dankt Hij. Nee, dat zijn geen twee verschillende dingen. Dat is hetzelfde. Als je dankt, dan is dat de zegen. Het idee daarbij is dat een gezegende maaltijd — en breid dit gerust uit naar welke activiteit je ook doet — gezegend is omdat je Hem dankt.
De zegen is gelegen in het feit dat je dankt. Een gezegende maaltijd is dus niet per definitie een maaltijd die lekker smaakt. Ik weet van mensen die zeggen: "Bij ons bidden wij altijd voor het eten, want mijn moeder kan niet zo lekker koken." Nou, ik wil niemand zijn gewoonte afpakken hoor, maar in de Bijbel vind je niet de gewoonte van bidden vóór het eten in de zin van vragen óm een zegen; je dankt voor het eten dat er namelijk al staat. Het danken, dát is juist de zegen.
Dit betekent — misschien even een klein zijpaartje — dat alles een zegen kan worden. We hadden dat op een andere manier bij het zingen van het vierde couplet van dat lied: "Dank U voor vele moeilijkheden." Als je dankt in en zelfs voor de moeilijkheden — want Hij maakt alle minnen tot plussen — dan worden zelfs die moeilijkheden zegeningen. Omgekeerd is het dus ook zo: als je welvaart hebt en een goede gezondheid, is die gezondheid dan een zegen? Het antwoord is: als je God dankt, wel. Maar de parallelzijde daarvan is: is ziekte een zegen? Het antwoord is: als je God daarin dankt, dan wordt het een zegen. De zegen is weg wanneer je God niet dankt. Dat geldt voor heel veel dingen. Is dit een gezegende dag? Als je God daarin dankt: ja, absoluut, dan is het een zegen. Alles wat je aanraakt met dankzegging, verandert in een zegen. Dat is een geweldige Bijbelse gedachte.
Hoe dan ook, even terug naar de geschiedenis. Elia maakt zich heel klein voor zijn God met zijn aangezicht tussen zijn knieën en natuurlijk brengt hij God dank. Waarom? Hij wist dat God regen zou geven, want God had het namelijk gezegd.
Zeven Keer Uitkijken Naar de Wolk uit de Zee ↑ hoofdstukken
En daarop zei hij tot zijn knecht – dit is trouwens de eerste keer dat hij hier om de hoek komt kijken om het zo te zeggen. Elia blijkt dus niet alleen te zijn; er waren twee getuigen. De formulering is dubbelzinnig, dat weet ik, maar daar hebben we het straks nog over. Elia blijkt dus met een ander te zijn tegen wie hij zegt: "Klim omhoog en zie uit naar de weg van de zee." Zo staat het er letterlijk in de NBG-vertaling. Daar waar ik het cursief aangeef, wijk ik wat af: "naar de kant van de zee" of "over de zeekant". Trouwens, in het Hebreeuws is het woord voor zee hetzelfde als het woord voor westen. Wat niet zo gek is als je naar de landkaart van Israël kijkt; dan is het westen de Middellandse Zee. Logischerwijs is west daarmee dus ook identiek aan de zee.
Daar zit denk ik nog meer aan vast. Ik houd me trouwens aanbevolen, want ik heb er heel lang over nagedacht. U zegt misschien: "Hoor eens even, jij geeft de Bijbelstudie, dus jij moet vertellen hoe het zit." Maar ja, zo ligt het dus niet altijd. Ik heb hier heel lang over nagedacht: waarom moest hij nou naar het westen kijken? U zegt: "Dat is toch logisch?" Weerkundig begrijp ik het verhaal wel, want die wolken komen uit het westen, dat snap ik. Maar daar moet meer achter zitten. Het westen heeft ook te maken met de ondergang; de zon komt op in het oosten, dat is de oorsprong, en gaat onder in het westen. Maar goed, ik heb de vraag nu voorgelegd. Er moet meer achter zitten en ik heb de vinger er nog niet achter kunnen krijgen. Ik denk dat mijn mailbox deze week heel erg volstroomt met suggesties. Er zijn soms van die losse eindjes. Ik vind het trouwens mooi; ik doe het niet zo vaak, maar af en toe deel ik wel eens meer een vraag die ik heb. Ik vind het altijd erg mooi om met elkaar dingen te ontdekken.
Oké, hij zegt dus: "Kijk uit naar de weg van de zee." En de knecht van Elia klom omhoog en zag uit, maar hij zei: "Er is helemaal niets." Daarop zei Elia: "Ga weer." En dat ging maar zo door, tot zeven keer toe. Maar dan moet je wel weten, zeker ook als je de geschiedenis van Elia en Elisa kent: nu gaat het gebeuren. Ik kan het niet bewijzen, maar Elia heeft dat ook geweten. Want dat 'zeven keer' bij God, dat vind je nogal wat, hè? Zeven keer om de stad Jericho heen trekken, u weet waar ik nu op doel.
Dat was overigens een andere geschiedenis in de tijd van Elisa, bij de Sunammitische vrouw van wie de zoon was overleden. Op het moment dat hij weer tot leven komt, lees je dat hij zeven keer niest. Ik wist het niet, hoor! U weet ook wel eens dat u iets over het hoofd ziet. Gezondheid! Oh ja, ik had wel even in de lijn moeten blijven. Later lees je die geschiedenis van de opvolger van Elia. Die twee zijn altijd heel moeilijk uit elkaar te houden omdat de namen al op elkaar lijken: Elia en Elisa. Maar ook hun bediening – de één volgde de ander op – blijkt in veel opzichten een herhaling te zijn. Elisa deed bijvoorbeeld het dubbele aantal wonderen van wat Elia heeft gedaan; hij kreeg ook een dubbel deel van de geest van Elia. Daar moeten we het ook nog maar eens over hebben.
Denk ook aan Naäman, die zeven keer kopje onder moest in de Jordaan. En dan heb je ook nog de 7x70. Dan kun je denken aan de 7x70 jaarweken in Daniël, maar ook aan de 7x70 keer dat je een ander vergeeft; dat wil zeggen: overvloed. Of wat dacht u van de zeven zegels in het boek Openbaring? Bij het zevende zegel verschijnt de Heer – daarom noem ik hem nu ook even – en dat komt overeen met een antwoord hier op de berg Karmel. En dan heb je ook nog de zeven bazuinen en de zeven schalen. Het is maar een greep uit de keur van voorbeelden die je uit de Bijbel kunt halen: allemaal zeven. Het Hebreeuwse woord voor zeven heeft ook de betekenis van 'volkomen'. Dan weet je inderdaad dat zeven het getal van de volmaaktheid is. En dan is acht het getal van wat daarna komt: als zeven vol is, dan is acht het getal van het nieuwe. Er begint weer een nieuwe reeks; na zeven dagen krijg je de achtste. Maar het is ook het getal van overvloed, ook weer logisch.
Oké, bij de zevende maal zei de knecht: "Zie, een wolkje als eens mans handspalm stijgt op uit de zee." Zo staat het er eigenlijk letterlijk: een opgeheven hand, een opstijgende hand die opstijgt uit de zee. Dat is ook een teken, een signaal. Een opgeheven hand is immers altijd een signaal. Maar het was een wolk, een klein wolkje dat uit de zee opsteeg. Dat was een goddelijk signaal.
Toen zei Elia tegen zijn knecht: "Ga heen, zeg aan Achab: Span in en daal af, laat de stortregen u niet ophouden." Dat zou namelijk wel gebeuren, dat zullen we straks laten zien. Met paard en wagen is het heel moeilijk verplaatsen in het Kisondal als het regent. Daarom zegt hij: "Span in, daal af en ga naar je paleis toe daar in Jizreel."
De Stortregen en Elia Snelt Vooruit Naar Jizreël ↑ hoofdstukken
En dan lees je in vers 45: "Toen, in een oogwenk, werd de hemel zwart van wolken en van wind, en er viel een zware stortregen." Dit is het antwoord. Het wordt zo kort en summier genoemd, terwijl hier zo lang naar was uitgekeken. Eindelijk, na drieënhalf jaar, regen! En dan niet zo'n beetje ook, maar echt een zware stortregen.
Vervolgens lees je dat Achab wegreed en naar Jizreël ging. Ik noemde de naam Jizreël zojuist al eventjes, maar ik vind het opmerkelijk genoeg om er nog een keer op te wijzen. Op het kaartje ziet u hier de Karmel liggen, het huidige Haifa. En dan heb je hier Megiddo liggen en de berg Tabor. Vlakbij de Tabor ligt trouwens ook Nazareth. En daar ligt de grote vlakte van Jizreël, een enorme vlakte die ook wel de vlakte van Megiddo wordt genoemd. Omdat je daar ook een heuvel hebt, wordt de naam 'Har-Magedon', ofwel Harmagedon.
Als ik dat zo zeg, heeft u in de gaten dat ik nu refereer aan een hele bekende plaats, namelijk Harmagedon. Je leest in Openbaring 16 vers 16 — makkelijk te onthouden — dat de volkeren daar worden verzameld. Dat zal straks gebeuren wanneer de Heer inmiddels al Koning zal zijn in Jeruzalem. De volkeren zullen dat niet zomaar accepteren; integendeel, ze zullen ten strijde trekken. In feite worden ze daar verzameld. De legers van de volkeren verzamelen zich in de vlakte van Megiddo, een enorme en zeer vruchtbare vallei in de vlakte van Jizreël.
De naam Harmagedon kan ook worden afgeleid van 'Har', wat berg of hoogte betekent, en 'Megiddo', wat te maken heeft met neerhouden. Moet u zich voorstellen wat daar gebeurt. Harmagedon is de plek waar de Heer zal optreden. Vanuit de hoogte zal Hij letterlijk 'neerhouden'. Dat is een enorme slachting die daar plaatsvindt, zoals je ook in Openbaring 16 leest. In de naam Harmagedon zit de gedachte — en wat ik nu zeg is niet zo bekend — dat God optreedt vanuit de hoogte en de verzamelde legers daar een finale slag zal toebrengen. Dat is hier, in de streek van Jizreël.
Ziet u trouwens ook hoe concreet deze dingen zijn? Dit heeft in de geschiedenis plaatsgevonden in die streek, maar het gaat in de toekomst opnieuw gebeuren. De plaatsnamen worden allemaal vermeld; het staat vast waar het daadwerkelijk gaat plaatsvinden. Moet u zich voorstellen dat de Heer daar zal regeren in Jeruzalem, dat het Koninkrijk daar begonnen is, en dat de volkeren dan zullen optrekken tegen JAHWEH en Zijn Gezalfde. Het is in feite een invasie. Het klinkt heel vreemd, maar het is echt zo: de Koning zal acte de présence geven, Hij zal verschijnen in Jeruzalem en zelfs een koninkrijk daar gaan herbouwen. De volkerenwereld accepteert die vreemde indringer niet en ze zullen daadwerkelijk tegen Hem gaan optreden, mede ook vanwege alle ellende die in die tijd zal plaatsvinden. Ja, nou ja, jongens, dat is een heel uitgebreid onderwerp.
Waarom ik de vlakte van Jizreël noem? De naam Jizreël betekent 'God zaait'. Mooi hè? Maar Jizreël is niet alleen de naam van een vlakte; het is ook de naam van een heuvel van zo’n zeventig of tachtig meter hoog die ook Jizreël heet. Daar stond trouwens het paleis van Achab en Izebel, op de heuvel van Jizreël.
Terwijl de zware stortregen valt en Achab terugrijdt naar zijn paleis, lees je: "Maar de hand van JAHWEH was over Elia." Dat is in de Bijbel meestal een aanduiding — je vindt die uitdrukking wel vaker — voor de kracht die je van God ontvangt. Als de hand van God op je is, wat kan er dan gebeuren? Dan krijg je kracht van Hem en zendt Hij jou uit. De hand van JAHWEH was over Elia, zodat hij zijn lendenen gordde. Over die gegorde lendenen van Elia is al veel te doen geweest. Hij had een leren gordel om, waar hij ook om bekendstond. Weet u waar hij nog meer om bekendstond als het gaat over zijn kleding? Een haren mantel, ja. Daar kom ik straks nog even over te spreken.
Maar goed, hij gordde zijn lendenen, wat wil zeggen dat hij zich klaarmaakte voor de reis, en hij snelde voor Achab uit. Wacht even, dat kan maar één ding betekenen als je het letterlijk leest: Elia was kennelijk sneller dan Achab met zijn paard en wagen. Een wagen is misschien wel erg luxe, maar het gaat niet per definitie sneller, en Achab kan oponthoud hebben gehad in die stortregen. In ieder geval snelt Elia voor hem uit, kilometers lang, tot waar men de richting naar Jizreël inslaat. Elia is hier de voorloper van de koning van Israël, letterlijk een voorbode. Hij gaat naar Achab toe en getuigt heel triomfantelijk: dit woord wat ik gesproken heb, is bewaarheid geworden. Elia is hier inderdaad de voorloper van de koning van Israël. Als ik het zo zeg, begrijpt u ook precies waarom dit ook weer zo profetisch is. Want daarover moeten we het dan nu echt even heel uitdrukkelijk gaan hebben.
Profetisch Perspectief: de Verwachte Komst van Elia ↑ hoofdstukken
De geschiedenis biedt ons hints van wat destijds plaatsvond, maar die gebeurtenissen zullen zich in de toekomst opnieuw gaan voltrekken. Laten we daar eens op inzoomen aan de hand van een drietal schriftplaatsen. De eerste die ik noem is Maleachi 4, het laatste hoofdstuk in onze Bijbels en zelfs de laatste verzen. In Maleachi 4 – Maleachi betekent ‘mijn bode’ – lees je de oproep van God: "Gedenk de wet van Mozes." Het gaat om de tora van Mozes, Zijn knecht, die Hij hem op de Horeb geboden heeft voor gans Israël, met al haar inzettingen en verordeningen.
Waarom is dat gedenken zo belangrijk? Om de Christus te kunnen herkennen. In de wet van Mozes wordt namelijk getuigd van de Christus. Dat is in feite het hele verhaal wanneer Jezus Christus verschijnt in het Nieuwe Testament. Zowel in Zijn optreden in de evangeliën als later in het boek Handelingen is de boodschap telkens: kijk maar in de wet van Mozes, daar zie je aangekondigd Wie nu is verschenen, namelijk de Messias, Yeshua HaMashiach. Hij is de vervulling daarvan en vanuit de wet van Mozes wordt bewezen dat Hij de Messias is. Daarom wordt Israël opgeroepen de wet van Mozes te gedenken; al die inzettingen en verordeningen spreken van Hem Die zou komen.
"Zie," zo staat er vervolgens, "Ik zend u de profeet Elia." Het is overigens de enige keer dat de Bijbel hem zo noemt. Het gaat hier naar mijn overtuiging niet over de letterlijke persoon Elia. Wanneer het over de historische Elia gaat, wordt hij meestal aangeduid als Elia de Tisbiet, omdat hij uit Tisbe kwam. De verwachting onder het Joodse volk was, en is nog steeds, dat Elia zal komen voordat de Messias verschijnt, voorafgaand aan de dag van JAHWEH. Dat is de dag waarop JAHWEH een einde maakt aan de duisternis en in het daglicht zal treden. Voorafgaand aan die dag zal Elia worden gezonden.
De eerste vervulling hiervan is volstrekt helder: dat is Johannes de Doper. Hij werd gekenmerkt door een kameelharen kleed en een leren gordel, precies zoals ooit Elia. In zekere zin was Johannes de Doper Elia; niet letterlijk, maar hij kwam wel in de geest en kracht van Elia. Zijn hele optreden ademde in alles de sfeer van Elia uit. Zal Elia dan in de toekomst nogmaals komen? Jazeker, maar dan profetisch, niet als de letterlijke persoon.
De Heer Jezus zegt in Mattheüs 17 over Johannes de Doper: "Als jullie het hadden aangenomen, dan is hij Elia." Hij stelt het dus voorwaardelijk. Als zij hem hadden aangenomen, dan zou hij de Elia zijn geweest. Dat betekent dus dat er in de toekomst nog eens iets dergelijks gaat gebeuren. Johannes de Doper was de voorloper om de weg van de Heer te bereiden voordat de Messias kwam. Die rol van Johannes de Doper als vervulling van Elia is vrij evident, maar dat neemt niet weg dat Elia alsnog zal komen voordat de grote en geduchte dag van JAHWEH aanbreekt.
Er staat ook nog iets bij wat tamelijk cryptisch is: "Hij zal het hart van de vaderen terugvoeren tot de kinderen en omgekeerd het hart van de kinderen tot hun vaderen." De betekenis hiervan is volgens mij het geloof van de aartsvaders Abraham, Isaac en Jacob. Terwijl de kinderen van Israël eigenlijk ver verwijderd waren van het geloof van de aartsvaders, zal Elia die kloof herstellen. Ze komen weer bij elkaar. Hoewel er zo’n grote kloof was met het geloof van de vaderen, zal die breuk worden geheeld of overbrugd, "opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban." Dat is het laatste vers en de laatste regel in onze Bijbels – overigens niet in de Hebreeuwse Bijbel.
Aan het einde van Elia’s optreden zal heel het overgebleven volk getuigen: "JAHWEH, Die is God!" Dat gaat straks vervuld worden en daar wil ik graag nog wat meer over zeggen. Maar laten we eerst kijken naar Jacobus 5. Jacobus was een broer van de Heer Jezus, een halfbroer eigenlijk, die een brief schreef aan de twaalf stammen in de verstrooiing. Het is dus heel uitdrukkelijk een brief aan het volk van Israël.
In het laatste hoofdstuk van die brief staat een passage waar altijd veel over te doen is: "Als er iemand ziek is in de Ecclesia of in de synagoge, laat hij dan de oudsten roepen en het gelovige gebed zal de zieke genezen." Er is vaak veel gedoe over omdat dit vandaag de dag niet lijkt te werken. De reden is simpel: het is niet voor vandaag en het is niet geschreven aan ons. Het heeft betrekking op een specifieke tijd waarin dit werkelijkheid zal worden, namelijk de tijd waar we het nu over hebben.
Jacobus schrijft: "Elia was slechts een mens zoals wij." Dat is waar. Hij bad een gebed dat het niet regenen zou, en het regende niet op het land gedurende drie jaar en zes maanden. Diezelfde termijn van drie jaar en zes maanden, oftewel 3,5 jaar of 42 maanden, komen we ook in de evangeliën tegen. En na die 3,5 jaar bad hij opnieuw: "En de hemel gaf regen en de aarde deed haar vrucht uitspruiten." Dat is precies de tijd waarin de Jacobusbrief weer heel actueel zal worden: wanneer het volk verzameld gaat worden in de tijd van de grote verdrukking. Die periode zal worden afgesloten met een stortvloed van zegen vanuit de hemel, waarmee God zal bewijzen Wie Hij is. Dat zal tevens de tijd betekenen waarin de twaalf stammen terugkomen uit de verstrooiing, uit het westen, uit de zee.
Het is heel opmerkelijk, want dit is misschien wel het bewijs bij uitstek dat de geschiedenis van Elia in 1 Koningen 18 inderdaad profetisch is. Dat brengt ons bij Openbaring 11, de derde schriftplaats.
De Twee Getuigen en Komende Stromen van Zegen ↑ hoofdstukken
In Openbaring 11 lees je in vers 2 over de natiën die de heilige stad tweeënveertig maanden lang zullen vertreden. Ik heb nog niet zo heel lang geleden op Urk een serie van drie of vier Bijbelstudies gegeven over de twee getuigen in Openbaring 11, dus ik moet mezelf echt even inhalen om dat nu in tien minuten te vertellen. Maar we zien daar die termijn van tweeënveertig maanden waar we het net over hadden. Er staat: "En Ik zal mijn twee getuigen last geven om, met een zak bekleed, te profeteren." Dat bekleed zijn met een zak wijst op rouw en grote ernst. Het optreden vindt plaats in de meest tragische periode, een diepe, zware en moeilijke tijd van grote verdrukking. Zij zullen daar op het tempelplein in Jeruzalem profeteren, in de stad waar ook hun Heer gekruisigd is. Dat doen zij 1260 dagen lang. Als u het narekent, ziet u dat dit precies dezelfde termijn is: 1260 dagen is namelijk exact tweeënveertig maanden van dertig dagen.
Er staat ook bij dat indien iemand hun schade wil toebrengen – en dat zullen er op dat moment erg veel zijn – er vuur uit hun mond komt dat hun vijanden verslindt. Zelfs als je dit figuurlijk opvat, is het duidelijk: zij zijn onaantastbaar. Indien iemand hun schade wil toebrengen, moet hij op die wijze de dood vinden. Zij treden op in het hol van de leeuw, precies in de periode dat er een afgodsbeeld in de tempel zal staan. In die tweeënveertig maanden zal een overblijfsel al gevlucht zijn naar de woestijn om daar een veilig onderkomen te vinden, maar deze twee getuigen treden met recht op in het hol van de leeuw. Het zal een grote ergernis zijn voor de wereld, maar ze zijn niet te stoppen.
Deze getuigen hebben de macht om de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt gedurende de dagen van hun profeteren. Drieënhalf jaar lang treden ze op en in die gehele periode valt er geen regen; de hemel is gesloten. Dit is een exacte herhaling van wat we gelezen hebben in 1 Koningen 18. Daarnaast hebben zij macht over de wateren om die in bloed te veranderen en om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen. Wat hier uitgebeeld wordt, is hun volstrekte onverzettelijkheid. Wat men ook onderneemt, deze twee getuigen zijn niet te houden en blijven onaantastbaar. De macht om de hemel te sluiten herinnert direct aan Elia, en de macht om water in bloed te veranderen herinnert aan Mozes.
Wie zijn deze twee getuigen dan? Ik zeg niet dat dit in persoon Mozes en Elia zijn, maar zij treden wel op in diezelfde geest en kracht. Zij representeren Mozes en Elia; feitelijk Mozes en de profeten, oftewel de Wet en de Profeten. Zij treden daar op in Jeruzalem en aan het einde van hun termijn van drieënhalf jaar lees je dat het beest dat uit de afgrond opkomt hun de oorlog verklaart en hen doodt. Eindelijk, denkt de hele wereld op dat moment. De mensen op aarde sturen elkaar geschenken en cadeautjes, want ze zijn eindelijk verlost van die vreselijke figuren. De getuigen krijgen geen begrafenis; heel de wereld zal zien dat hun lijken daar drieënhalve dag op het plein in Jeruzalem liggen. Denkt u maar niet dat de CNN of de NOS daar niet bij zal zijn. Heel triomfantelijk laat men hen daar liggen.
Maar aan het einde van die drieënhalve dag – wat ook samenvalt met het einde van de drieënhalf jaar – staan zij op. Dat markeert het einde van de grote verdrukking. Zij varen ten hemel in een wolk en dat is het moment dat de Heer zal verschijnen. Er vindt dan een grote aardbeving plaats in Jeruzalem. Dit valt samen met het moment dat de Heer zal verschijnen op de Olijfberg, die dan in tweeën zal scheuren. Dat is de grote ommekeer. Alle overgebleven inwoners van Jeruzalem zullen de God des hemels eer geven. En dan komen er stromen van zegen.
Natuurlijk moet er op dat moment nog veel gebeuren. Israël is dan weliswaar onderworpen, maar de rest van de wereld moet dan nog aan de beurt komen om tot erkenning te komen. Dat is de periode van de zeven bazuinen en dat heeft ook weer te maken met de vlakte van Jizreel. Ik hoop hiermee duidelijk gemaakt te hebben dat de geschiedenis van Elia op de Karmel in hoge mate profetisch is. Het is in feite een kopie van wat in de toekomst groots en definitief vervuld zal worden. De meesten van u zijn er zich wel van bewust dat wij aan het einde van de termijn van 'twee dagen' leven en dat Hij binnenkort zal verschijnen. Deze dingen zullen dus binnen niet al te lange tijd daadwerkelijk in deze wereld hun beslag krijgen.
Samengevat wat betreft de profetische strekking van 1 Koningen 18: de drie jaren en zes maanden staan model voor de droogte en daarmee voor de tijd van Israëls grote verdrukking. In die tijd zullen straks Elia en Mozes optreden als twee getuigen in Jeruzalem. Aan het einde van die termijn zal Jeruzalem vallen en het overblijfsel in de stad zal de God des hemels eer geven. Je leest in Joël 2 dat wanneer de Dag des Heren aanbreekt voor Jeruzalem, God Zijn Geest zal uitstorten op al wat leeft. In eerste instantie gaat dat specifiek over Israël en de inwoners van Jeruzalem. Dat uitstorten is de werkelijke vervulling van wat in de dagen van Elia werd uitgebeeld door die enorme stortregen. Ik stel voor dat we daar ook nog een lied over zingen. Ik heb het een klein beetje profetisch aangepast: Er komen stromen van zegen. Dat heeft Gods Woord ons beloofd. Dat is de rol van de Verkwikkelaar.
UltimateGoodNews