GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Effata!

01-02-2015 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 1 februari 2015 in Rotterdam.

In Marcus 7:31-37 wordt de merkwaardige geschiedenis beschreven van een doofstomme man die bij Jezus gebracht werd opdat deze hem de handen zou opleggen. Jezus neemt hem echter apart, stopt zijn vingers in diens oren, spuugt en raakt zijn tong aan. Dan Jezus kijkt omhoog, zucht en zegt: effata. Dat betekent: wordt geopend. En ter plekke worden de oren van de man geopend en spreekt hij correct! En terwijl Jezus de omstanders vervolgens waarschuwt geen ruchtbaarheid aan dit wonder te geven, doen zij het des te meer.

Wat valt er uit deze korte geschiedenis te leren? Heel veel…!

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De genezing van de doofstomme man in het heidense Dekapolis wordt in deze Bijbelstudie typologisch geduid. Hoewel de aardse bediening van Jezus primair gericht was op Israël, vormt dit wonder een illustratie van Gods werk onder de natiën in de tegenwoordige tijd. De ogenschijnlijk vreemde handelingen, zoals het spuwen, verwijzen geestelijk naar het levende Woord dat mensen de oren opent en de tong losmaakt. De ultieme boodschap is een onomkeerbaar goed bericht: God opent harten en maakt uiteindelijk alle dingen wel voor iedereen.

“Het Evangelie is de boodschap: God maakt alle dingen wel. Alles voor iedereen.”

Inleiding: de Onlogische Route Naar Decapolis ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen ook van mijn kant, vrienden. En we doen graag straks nog een keer een beroep op het koor om wederom te luisteren naar alle mooie liederen die jullie ten gehore willen brengen. Want het is een voorrecht om naar muziek en mooie dingen te kunnen luisteren. De hoofdrolspeler van het gedeelte wat we zojuist hebben voorgelezen en gehoord, die kon over zulke dingen in elk geval niet meespreken. Want die was namelijk doof. Sterker nog, hij was dubbel gehandicapt. Dat is meestal een combinatie: hij was doofstom. Niet helemaal, maar dat scheelde niet veel.

Het gedeelte dat ik vanmorgen voor u heb uitgekozen, is te vinden in het boek Marcus. Ik heb begrepen van Mirjam dat ze geen moeite had met de naam van dit Bijbelboek, dus wellicht dat dat dan ook een rol gespeeld heeft. Al was het niet bij mijn keuze, zal ik u vertellen, maar toeval bestaat niet. Daar ga ik dan vanuit. EFFATA heb ik als titel meegegeven en u hebt het, als u goed geluisterd hebt, zojuist bij de voorlezing gehoord dat dat dan ook een van die woorden is die doorklinken in dit verhaal, in deze geschiedenis. In Marcus 7 vindt u het dus.

Laten we eerst eens eventjes naar de context kijken, de samenhang waarin dat geplaatst is. Als u het voorgaande leest, dan lees je dat de Heer actief was in het noorden van Israël – of eigenlijk zeg ik het op deze manier weer niet helemaal goed: ten noorden van Israël, in wat we tegenwoordig Libanon noemen. Daar had de Heer Zich teruggetrokken en dan lezen we in vers 31 – laat ik daar meteen maar gewoon aanhaken in Marcus 7 vers 31: "En toen Hij weder uit het gebied van Tyrus vertrokken was, kwam Hij door Sidon naar de zee van Galilea, midden in het gebied van Dekapolis."

Dat lijkt een wat onlogische route en dan vervolgens staat er: "midden in het gebied van Dekapolis." U zegt: hoezo onlogisch? Nou, dat zal ik u laten zien. Kijk, dit is de landkaart van Israël. U ziet de Dode Zee en daar in het noorden het Meer van Galilea. Maar als we dan wat meer inzoomen, dan zie je dus nu wat beter dat Meer van Galilea. Daarboven, in het huidige Libanon dus, ligt Tyrus. Wel, daar was de Heer. We lezen ook inderdaad in Marcus 7, in het voorgaande, dat de Heer daar ook een genezing – eigenlijk een beetje tegen wil en dank – heeft uitgevoerd van de zogenaamde Syro-Fenicische vrouw.

Vervolgens gaat Hij dus – laat ik eventjes de route tekenen: Hij gaat van Tyrus naar Sidon, dat is een afstand van pakweg 35 kilometer. En dan gaat Hij vervolgens weer naar het zuiden, naar het Meer van Galilea. En dan niet naar de Joodse kant, maar juist naar het niet-Joodse gedeelte in het gebied van Dekapolis. En dat woord Dekapolis, je hoeft niet eens een heel groot Griekskenner te zijn om het te kunnen ontleden en te herkennen dat dat iets te maken moet hebben met tien steden. Deka betekent tien en polis is het woord voor stad. Dus het was het gebied van de tien steden, een tienstedenbond waar onder andere Damascus ook nog een deel van uitmaakte. Je leest ook over Gadara en de Gadarenen; ook in de Evangeliën speelt dat een rol. Maar in elk geval was dit, net als waar de Heer zojuist vandaan kwam – Tyrus en vervolgens Sidon – allemaal buiten het eigenlijke Joodse gebied. Ik denk dat dat van belang is om ook dit gedeelte en bepaalde aspecten daaruit te verstaan.

De Doofstomme Man Buiten de Scharen ↑ hoofdstukken

Laten we het eens lezen, gewoon zinsdeel voor zinsdeel. Er staat: "En zij brachten tot Hem een dove, die moeilijk sprak." Daarom zei ik zojuist al dat er in mijn gedeelte ook boven staat: 'de genezing van een doofstomme'. Dat klopt niet helemaal, want bij een stomme hebben wij natuurlijk weer een dubbelzinnige betekenis; dan denken wij aan dom of stomzinnig. Maar 'stom' betekent eigenlijk: niet vermogend te spreken. Dat is niet helemaal waar als het gaat over deze man, want hij sprak moeilijk. Dat is ook logisch als je jezelf niet hoort spreken. Misschien is hij op latere leeftijd doof geworden, dat weten we niet, dat kun je allemaal invullen, maar hij was in elk geval doof. Hij hoorde niets, daar ga ik gewoon van uit, want dat is wat de tekst zegt. En hij sprak moeilijk, dus hij was zo goed als stom.

Dat verklaart wellicht ook de reden waarom ze hem bij Jezus brachten. Je zou je kunnen afvragen: die man kon toch gewoon zelf ook lopen en naar de Heer toe komen? Jawel, maar hij kon in ieder geval niet zijn verhaal doen, althans erg moeilijk. Dat zal de reden zijn dat ze hem brachten. En dan staat er: "en zij smeekten Hem". Dat kon hij in ieder geval heel moeilijk zelf doen. Ze smeekten, of letterlijk staat er: ze moedigden Hem aan. Dat is het eigenlijke woord wat daar gebruikt wordt in het Grieks. U ziet het in de interlinear voor degenen die dat kennen. Als het even kan, geef ik mijn presentaties op die manier, zodat ik u laat zien wat er ook echt in de grondtekst staat en u het woord voor woord kunt volgen. Waarbij de eerste regel de Griekse grondtekst is, zoals Marcus het ooit heeft opgetekend. De tweede regel is de meest letterlijke, zogenaamde concordante weergave, zoveel als mogelijk één op één weergegeven. Daaronder staat die grijze weergave; daar moet u niet te veel op letten, als ik het even oneerbiedig mag zeggen, want dat is namelijk de wijze zoals het in de vertalingen is weergegeven, wat vaak wat vrijer is. In elk geval kunt u het zo een beetje meelezen en kunt u ook de spreker kritisch volgen. Dat is altijd een hele goede tip, niet alleen voor deze spreker, maar dat geldt in het algemeen, zodat je als een Bereër ook na kunt gaan of wat er gezegd wordt overeenkomt met dat wat er staat geschreven.

Zij smeekten of moedigden Hem aan, dat wil zeggen Jezus, om deze de hand op te leggen of hem aan te raken. Hoe vaak lezen we niet in de evangeliën dat de handen worden opgelegd om zich één te maken met iemand? Dan gebeuren er dikwijls grote wonderen. Dat doet de Heer ook, maar dan wel op een andere manier. Eigenlijk legde Hij hem niet zozeer de hand op; wij denken bij handoplegging meestal dat de hand op het hoofd gelegd wordt, maar dat hoeft niet. Je kunt een hand ook op iemands hand leggen of op de schouder. Dikwijls lees je bij bepaalde gelegenheden ook dat de Heer de hand legde op de bewuste plek die genezen moest worden: de vinger op de zere plek, zoals wij dat dan noemen. Dat is hun vraag, met de verwachting dat als dit gaat gebeuren, er ook daadwerkelijk een wonder zal plaatsvinden. Daar rekenden zij op, want anders zouden zij dat verzoek niet hebben gedaan.

En Jezus nam hem terzijde, buiten de schare. Dat is eigenaardig. Als je even doorleest in het Markusevangelie, dan kom je in Marcus 8 en daar lees je dat de Heer op een gegeven ogenblik arriveert in Bethsaïda. Daar lees je een soortgelijke geschiedenis, alleen gaat het dan niet om een dove maar om een blinde, en dan doet de Heer eigenlijk ook min of meer dezelfde dingen: Hij neemt hem ook buiten de schare. Hier lijkt me dat niet zo moeilijk te verklaren. De Heer was niet uit op sensatie. Sterker nog, de Heer was juist noordwaarts getrokken om Zich terug te trekken, om alleen te zijn met Zijn leerlingen en om hen onderwijs te geven. Hij wilde eigenlijk niet actief zijn in de openbare dienst. Als er dan ook een beroep op Hem gedaan wordt, dan zegt Hij: "Wacht even, Ik ben alleen maar gezonden tot de verloren schapen van het huis van Israël."

Dat is een gedachte die een heleboel mensen zich niet realiseren als ze de Bijbel lezen, maar het is echt zo. Als er dan een heiden – ik bedoel een niet-Jood, iemand van de natiën – een beroep deed op Jezus, dan was de Heer daar helemaal niet enthousiast over. Ik zeg het nu nog eigenlijk zachtjes, want die Syro-Fenicische vrouw waar ik het over had, dat was dus kort daarvoor. Die kwam bij de Heer Jezus en deed ook aanspraak op een wonder. Dan reageert de Heer, in onze oren misschien hard, en zegt: "Ik ben uitsluitend gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls." Hij zegt: "Het is niet goed om het brood van de kinderen om dat aan de hondjes te geven." U kunt het nalezen in Marcus 7, maar ook in het parallelle gedeelte in Mattheüs 15. Het is niet goed om het brood dat bestemd is voor de kinderen Israëls aan de hondjes te geven. Maar die vrouw had een geweldig geloof, want zij spreekt Hem niet tegen. "Nee," zegt ze, "maar de hondjes eten toch ook van de kruimeltjes die van de tafel vallen? U hoeft het brood ook helemaal niet aan ons te geven, maar de kruimeltjes, laat die dan voor ons zijn." En dan geeft de Heer haar ook de erkenning en zegt: "Groot is dat geloof, dat heb Ik in Israël niet gevonden." In elk geval vindt die genezing plaats.

Wat ik er eigenlijk ook mee wil zeggen: de Heer was er niet op uit om daar in die streek het Woord door te geven. Wees je daar goed van bewust als je de evangeliën leest. Dat is brood voor de kinderen Israëls; het is niet voor de hondjes, het is niet voor de natiën. U zegt: maar wat doen wij daar dan mee? Welnu, we vinden hier dus dat de Heer daar in dat heidense land is, en daar kunnen wij eigenlijk wel wat van opsteken. Dat betekent dat dit feitelijk een uitbeelding is van de tegenwoordige tijd. Dat moet ik even toelichten, want wij hebben namelijk wel een Woord dat speciaal juist voor ons is. U moet weten: de Heer maakt vandaag feitelijk een omweg. Buiten Israël om, door hun val, zoals Paulus dat later in de Romeinenbrief zegt. Door hun ongeloof is het heil, de boodschap van redding, naar de natiën gegaan. Denk nou niet dat dat allemaal buiten Gods plan valt; integendeel, zo moest het gebeuren. En nu is daar ook een speciaal iemand, een apostel van de natiën, die geroepen is om de boodschap aan de heidenvolkeren te vertellen. Zodat we vandaag in wezen in de situatie zitten dat de Heer buiten Israël om opereert en Zich beweegt onder de natiën. Laat ik het zeggen met de woorden van de apostel Paulus uit de Colossensenbrief. Daar zegt hij: het geheim van de tegenwoordige tijd, wat God vandaag doet in deze huishouding, dat is Christus onder jullie, natiën, de hoop der heerlijkheid. Als u het niet geloven wilt, moet u het even in Colossensen 1 vers 25, 26 en 27 nakijken. Daar staat het. Dat is het geheim van de tegenwoordige tijd. En er is één speciale apostel die een bediening heeft voor de heidenvolkeren.

Daar moet je feitelijk niet in de evangeliën voor wezen. Dat heb je misschien nog nooit zo gezien, anderen wel, maar in elk geval, laat ik het zo zeggen: over het algemeen is het erg onbekend.

Maar goed, we hebben het over Marcus 7, dus we gaan weer even terug. Want dit was nog steeds... Dat is ook zo, soms zou ik zelf als spreker de draad kwijtraken. Waar hadden we het ook alweer over? Hij nam hem terzijde, buiten de schare. Waarom? Omdat de Heere er helemaal niet op uit was om in dat gebied, in die tijd, op dat moment Zijn bediening te verrichten. Vandaar dus dat Hij er niet op uit is – we zullen dat later ook zien in dit gedeelte – om hier bekend te worden.

De Typologische Betekenis van Jezus' Handelingen ↑ hoofdstukken

Vandaar dus die afzondering buiten de scharen, en dan staat er: Hij stak Zijn vingers in zijn oren. Nou, laat ik u dit vertellen, dit is geen medisch handelen. Ja, ik zeg het er maar eventjes bij, want ik kijk zo af en toe ook, als ik zoiets voorbereid, in allerlei verklaringen. En soms vind ik dat als je... ik zit dan alleen, dus je houdt je in, maar het is eigenlijk soms echt lachwekkend wat je leest hoor. Neem me niet kwalijk. Want dan lees je dat de Heer vervolgens spuwde en dan zei men: "Ja, dat kwam omdat men in die dagen ook aan speeksel een gezondmakende werking toekende." Dan denk ik: ja, en als dat dus niet waar is, dan conformeert de Heer zich daaraan en vervolgens geneest Hij juist daardoor? Hebt u de logica? Ik vind het een vreemd verhaal.

Maar in ieder geval lijkt me toch duidelijk, mensen, dat als de Heer bij deze dove man de vingers in de oren steekt, dat geen medisch handelen is. Dat lijkt me nogal klaar; dat is duidelijk. Het is geen medisch handelen, laat ik het zo zeggen, het is typologisch handelen. Met typologie bedoel ik dat daar een "type" in ligt. Het verwijst naar iets, er zit een diepere zin in. En dat is in het algemeen trouwens met de wonderen die de Heer doet: dat zijn geen wonderen aan zich. Natuurlijk is dit een wonder, een groot wonder, zowel buiten zichzelf als dit plaatsgevonden heeft, maar het is een teken. En een teken betekent dat het een betekenis heeft.

Dat zie je heel vaak. Ik verwijs naar een geschiedenis in Johannes 9 over een man die blind geboren is. Die man wordt dan ook genezen, trouwens ook met speeksel en zelfs nog met modder. Heel merkwaardig allemaal. Maar dan ontstaat er vervolgens een hele discussie met de Joodse leiders en dergelijke, en dan zegt de Heer: "Begrijpen jullie niet wat hier aan de hand is? Jullie zelf zijn blind." Ja, niet fysiek, maar in de geestelijke zin des woords zijn jullie blind. En elders wordt daar ook inderdaad gesproken over: jullie zijn doof. Doof namelijk in die zin dat jullie niet bij machte zijn te verstaan wat het Woord zegt. Horende zijn jullie doof. Dat kan.

Daarom gaat dit gedeelte er niet alleen over dat iemand werkelijk fysiek doof en zo goed als stom was — wat ook zo was — maar het gaat om de geestelijke betekenis. In dat wat de Heer doet, zit een geestelijke betekenis. Dat was dus de echte betekenis. En dan blijkt de toepassing ineens ook veel breder te zijn. Want ik zal u vertellen: er zijn heel veel dove mensen in de wereld. Dan horen ze misschien het Woord, maar ze zijn er volstrekt doof voor. En ze zien de dingen in de Schrift, maar ze zijn er blind voor. Ziet u dat daar gewoon een laag onder zit?

Hij stak Zijn vingers in zijn oren. In dit geval is dat ook niet zo moeilijk te herkennen, want je leest in Psalm 40 vers 7 — dat is een speciaal verband, dat doet er nu even niet toe — maar dan lees je dat het ook gaat om iemand gehoor geven: "Gij hebt mij de oren doorboord." Er staat hier later trouwens ook letterlijk dat er gesproken wordt over de gehoorgang van deze mens. De Heer doorboort zijn oren, zodat hij werkelijk in staat is om te horen. Niet letterlijk, niet in medische zin des woords, maar in typologische zin. In de geestelijke, dat wil zeggen in de echte betekenis, ten diepste.

Hij stak Zijn vingers in zijn oren. Laten we even verder gaan. Hij spuwde. Dan zeg je: nou, dat is lekker smakelijk. Ja, maar ook hier moet je dan weer eventjes doorheen prikken. Dat spuwen heeft ook hier een figuurlijke betekenis. Ik noemde zojuist die geschiedenis van de blindgeborene in Johannes 9, daar lees je dat ook. En we vinden bij de geschiedenis in Marcus 8 over de blinde van Bethsaïda dat de Heer ook iets soortgelijks doet, ook spuwen. Maar de betekenis daarvan is: het speeksel dat uit de mond komt, is in feite een beeld van het Woord. Kijk, wat komt er uit je mond? Dat is woord. Ja, en sommige mensen spreken nog met consumptie, u weet het hè. U zit op veilige afstand van mij, dus het valt voor u wel mee. Maar met het woord geef je meteen ook water mee. Je hebt ook spraakwater nodig trouwens — nu ik het erover heb, krijg ik er dorst van. Maar om te spreken heb je water nodig, en dat is speeksel.

Water in de Bijbel is zo dikwijls een beeld van Woord. Het water des levens. "Ik geef u het water des levens." En wie Mijn Woord hoort, het zal ontspringen als een fontein. Nou ja, er zijn tal van voorbeelden in de Bijbel te geven waarbij water inderdaad voortkomt uit een fontein; dat is een uitbeelding van Woord. Als de Heer spuwt, dan is dat een uitbeelding van het Woord dat uit Zijn mond komt. Dat wat uit de mond voortkomt. Het eerste waarbij je dan denkt, fysiek gezien, is speeksel. Dat komt uit de mond voort, ja, maar het is een uitbeelding van Woord. En dan Woord niet met een kleine letter, maar met een hoofdletter: Zijn Woord.

Hij spuwde — hou hem even vast — en vervolgens staat er nog bij: Hij raakte zijn tong aan. Ook hier weer met recht de vinger op de zere plek. Ik stel me zo voor dat Hij spuwde en hem zo met Zijn vingers zijn tong aanraakte. Zoals het hier beschreven wordt, is het heel "filmisch", heel zintuiglijk. Degene die dit heeft opgetekend, geeft het getuigenis van een ooggetuige weer. De wijze waarop het beschreven wordt, de details... Marcus was trouwens zelf geen ooggetuige, maar hij heeft het wel opgetekend uit de mond van een ooggetuige, namelijk Petrus. Hoogstwaarschijnlijk — dat ga ik nu niet uitleggen — heeft hij het van Petrus vernomen. Petrus heeft hierbij gestaan, hij heeft dit gezien en heeft dit allemaal in zich opgenomen. Hij herinnerde zich de kleinste details nog en zo heeft Marcus het vervolgens ook opgeschreven.

De Heer raakte zijn tong aan. In het Grieks staat hier trouwens een woordje dat we ook wel kennen. We kennen veel meer Grieks dan je zou denken. Hier staat het woordje "haptomai". Bent u wel eens bij een haptonoom geweest? Dat woord heeft hiermee te maken: met aanraken. Haptomai. In ieder geval,

De Blik Omhoog en het Woord 'effata' ↑ hoofdstukken

Dan staat er vervolgens nog bij: Hij zag op naar de hemel. Dat is een goede richting, kan ik u vertellen, als je die kant op kijkt. We hebben zojuist een lied gehoord van het koor: I lift my eyes. Het is ontleend aan Psalm 121. "Ik hef mijn ogen op naar de bergen", en dan staat er in de NBG-vertaling: "Van waar zal mijn hulp komen?" met een vraagteken. Daar ben ik het niet mee eens, met dat vraagteken. Sorry koor, maar ik moet het dan toch maar even gezegd hebben. In de Statenvertaling staat het mooier – ik geef het ter overweging – maar daar staat dat niet met een vraagteken, maar gewoon met een punt of een uitroepteken: "Ik hef mijn ogen op naar de bergen, van waar mijn hulp komen zal." Dat wil zeggen: waar komt mijn hulp vandaan? Het is niet de vertwijfeling van: "Ik weet het niet meer, waar komt mijn hulp vandaan?" Nee, ik kijk omhoog, niet omdat ik denk: "Waar komt het nu wel vandaan?" Die hulp komt hier in ieder geval niet, van de mensen om mij heen. Zelf ben ik er in elk geval niet toe in staat, maar de mensen om mij heen evenmin.

En wat doet een mens dan, als hij tenminste verstandig is? Daar moet je ook dikwijls op gewezen worden, maar bij deze gelegenheid doe ik dat dan ook naar aanleiding van dit vers: kijk omhoog! Daar is een Helper. Vroeger zong ik het regelmatig: "Daar is een Helper, groot van kracht, steeds bereid." Ja, dáár. Die hulp van mensen valt vaak vies tegen, laten we wel wezen. Maar als u werkelijk hulp verwacht: kijk omhoog. De Heer wordt in dit evangelie ook heel sterk getekend als een dienstknecht, als een slaaf die afhankelijk is van zijn hemelse Opdrachtgever. Daarom kijkt Hij ook omhoog: daar heb ik mijn hulp van te verwachten.

Hij zag op naar de hemel. Dat is precies wat een mens ook tot een mens maakt. Volgens mij ben ik niet origineel als ik dat op deze plaats zeg, maar de gelegenheid dient zich nu wel erg aan om het dan toch nog maar eens te herhalen. Het woordje 'mens' in het Grieks, de taal waarin dit is opgetekend, is anthropos. Als je dat ontleedt, dan betekent dat letterlijk: iemand die naar omhoog kijkt. Dat is een mens, anthropos, zo’n Grieks woord dat we allemaal wel kennen. En dus zou ik de vraag aan u willen stellen: bent u een mens? Zeg dan niet te gauw 'ja'. Zeg niet: "Ik behoor inderdaad tot de homo sapiens." Nee, ik vroeg: bent u een anthropos? Bent u een mens die naar omhoog gekeerd is? Of denkt u het nog steeds te verwachten van uzelf, van uw omgeving, van de wereld of van de overheid en de politiek? Of bent u daar allang in gedesillusioneerd? Ik hoop het maar wel, maar laat het niet bij die desillusie blijven, want daar is Iemand. De Heer wist waar Hij het van moest verwachten: Hij zag op naar de hemel.

Hij zuchtte. En dat is mooi. De Heer wist waar Hij de hulp vandaan moest verwachten, maar Hij zuchtte. En zuchten in de Bijbel staat altijd in verband met het ondervinden en het beleven van moeite. De Heer deed dit niet zomaar eventjes zo van: "Er komt er weer iemand als een serienummer en dan doen we dit maar weer." Nee, Hij zuchtte; Hij ondervond en beleefde de moeite van die man, en ook Zijn eigen onmacht daarin. Ja, ik zeg het rustig zo: de Heer kon niets van Zichzelf. Hij was volledig afhankelijk van Zijn God en Vader. In Romeinen 8 leest u dat de ganse schepping zucht in barensnood. U weet wat een zwangere vrouw doet? Ik heb het een paar keer van nabij meegemaakt, en dan is het altijd zuchten; je krijgt er zelfs trainingen in.

Trouwens, wat de Heer ook doet, Hij zegt ook zoiets. Let u maar eens op die klank. Hij zuchtte en Hij zei tot hem: "Effata." Dit is opmerkelijk. Het klinkt ook als een zucht. Dit is overigens Aramees. Juist in het Marcus-evangelie vind je vaker terug dat de Aramese uitspraak, dat wat de Heer gezegd heeft, opgetekend wordt. Waarom wordt het hier gezegd? Ik zei al: dit is typisch het verslag van iemand die een ooggetuige is, of in ieder geval opgetekend vanuit de mond van een ooggetuige. Heel die zintuiglijke vastlegging wijst daarop. Maar dan ook hier dat 'Effata'. Petrus hoort het als het ware nog steeds: ik hoor de stem nog zeggen: "Effata."

Je leest een paar hoofdstukken eerder dat Hij, juist in het Marcus-evangelie, tegen dat meisje zegt: "Talitha koemi." Dat wil zeggen: "Meisje, sta op." In Handelingen vind je ook nog Tabitha, maar dat is weer in een andere geschiedenis van Petrus. Als dit nu een beetje abracadabra voor u is: laat maar zitten. Maar in elk geval: "Talitha koemi." En later, als de Heer in Gethsemane is, hoort Petrus zijn Heer nog zeggen: "Abba. Vader, Abba." Het wordt eerst in het Aramees gezegd, gewoon zoals het oorspronkelijk gezegd is, en vervolgens wordt het voor de Griekse lezer vertaald. Bekend is natuurlijk ook dat woord dat de Heer heeft uitgeroepen in die uren van duisternis: "Eloï, Eloï, lama sabachtani?" Ook hier dus, in Marcus 7, die woorden die de Heer heeft geuit: "Effata."

Word Geopend: de Oren Ontsloten en de Tong Los ↑ hoofdstukken

En wat betekent dat: wordt geopend? Dat is imperatief, zoals dat heet. Dat wil zeggen: gebiedende wijs. Wordt geopend! En als de Heer spreekt, dan gebeurt het. Zo is het: Hij spreekt en het gebeurt. Hoe staat dat ook alweer? Hij gebiedt en het staat er, en Hij spreekt en het gebeurt. Het is een vrije weergave, maar het staat ergens in de Psalmen ook zo beschreven. Word geopend! Het is een commando aan de oren en de mond. De oren moesten geopend worden en de mond van deze man moest geopend worden. En de Heer zegt: word geopend. En het gebeurt ook ter plekke, zonder revalidatie.

Want er staat: en zijn oren werden geopend. En terstond – dat is een typisch woord uit het Markusevangelie. Je struikelt er gewoon over dat het Marcus in de mond bestorven ligt om iedere keer te zeggen: terstond. Dat geeft vaart aan de hele verhaaltrent. Terstond! Het is maar niet zo van: na verloop van tijd... Nee, terstond werden zijn oren geopend en werd de band van zijn tong los. Die tong zat vast en nu werd hij losgemaakt.

Trouwens, de Heer maakt – laat ik het dan eens zo zeggen, en dat begrijpen we allemaal – de Heer maakt tongen los. Dat wat Hij doet, maakt ook tongen los. Als je met Hem in aanraking komt... Nou, dat was met deze man wel heel letterlijk het geval: met recht 'in aanraking met'. Maar dan maakt Hij ook werkelijk de tongen los.

Trouwens, je leest dat dit ook een vervulling is van wat we in de Messiaanse profetieën vinden. In Jesaja 35 wordt er gezegd – en dat gaat over de Messiaanse tijd, de tijd die met de Messias mee zal komen, t.z.t. – dan zullen de ogen der blinden geopend worden. Nou, daar vinden we ook vele verhalen en geschiedenissen van. En dan zullen de ogen der blinden geopend en de oren der doven ontsloten worden. Denk nog aan die vingers in die oren. En dan zal de lamme springen als een hert en de tong van de stomme zal jubelen. Die wordt losgemaakt. Degene die onvermogend is om te spreken, die wordt hier ter plekke, terstond ook sprekend gemaakt. Wat zeg ik? Jubelend!

En dat staat er inderdaad ook bij in Marcus 7: hij sprak goed. Letterlijk staat er: recht. Laat ik dan mijn verhaal meteen maar even afmaken over wat ik al zei over al die Griekse woorden die u al kent. Als je tanden niet recht staan, dan ga je naar de orthodontist, zodat ze weer recht gaan staan. En als het met de opvoeding een beetje misgaat... Dan ga je naar de – is het niet zo, Naomi? – dan ga je naar de orthopedagoog. En hij sprak recht. Dat is een groot voorrecht als je dat mag doen, want er wordt wat krom gesproken. In een verdraaid geslacht, staat er ergens in de brieven van Paulus.

Afijn, dit is trouwens ook een vervulling van een Messiaanse profetie. Want als je even terugbladert in datzelfde boekje Jesaja waar ik zojuist uit citeerde: dan zullen de ogen der zienden niet meer verblind zijn en de oren der horenden zullen opmerken. Het hart van de onbezonnenen zal inzicht en kennis verkrijgen en de tong van de stamelaar – dit was een stamelaar, hij sprak moeilijk – zal in staat zijn tot duidelijk spreken. Dat is precies wat hier gebeurde.

Een Onbedwingbaar Goed Bericht ↑ hoofdstukken

En Hij gebood hun – dat is wat vervolgens gebeurt – het niemand te zeggen. Dat is eigenaardig. Maar het staat in verband met wat we zojuist al zagen. De Heer was hier in een heidense omgeving. Dat was niet Zijn missiegebied; daar was Hij niet toegezonden. Hij was immers gezonden naar het huis van Israël. Hij zocht de sensatie niet. Het was hier niet de juiste plaats en trouwens ook nog niet de juiste tijd om dit wereldkundig te maken. Hij waarschuwt dan ook – dat lees je bij meerdere gelegenheden – dat men absoluut niet bekend mocht maken dat Hij de Christus is. Dat zou ook prematuur zijn. Pas na Zijn opstanding zou Hij daadwerkelijk en definitief verklaard worden tot de Christus. Dus voor die tijd mocht dat niet al te zeer bekend worden, of zelfs helemaal niet.

Hij gebood het hun niemand te zeggen, maar dat vind ik dan weer zo leuk: hoe meer Hij het hen gebood, des te meer maakten zij het ruchtbaar. Er hoefde geen evangelisatiecommissie in het leven geroepen te worden om te bepalen hoe dit vervolgens verteld moest gaan worden. Ik zal u dit vertellen: als je een goed bericht echt kent, dan is het onmogelijk om het voor je te houden. Dit is daar een schitterend voorbeeld van, een prachtige illustratie. Waarom? Een goed bericht vertelt zichzelf. Dat is gewoon een algemeen principe. Het gaat me nu niet alleen om de boodschap die je van God hoort, hoewel dat natuurlijk het échte goede bericht is. Maar in het algemeen: stel, je bent geslaagd voor je examen. Je dacht dat je het niet zou halen, maar je bent geslaagd. Houd dat dan maar eens voor je. Dat lukt je niet. Je moet moeite doen om het níét te vertellen.

Ik ben altijd zeer argwanend als mensen dit aangeleerd wordt. Ik heb het heel vaak in kerken en gemeenten gehoord dat er wordt gezegd: "Wij moeten wel het evangelie vertellen." Dan denk ik: houd alsjeblieft je mond! Want als het er op die manier uitkomt, dan komt er geen evangelie uit. Dat kan ik u vertellen. Want als je echt een goed bericht kent, dan kun je verbieden wat je wilt, maar dan gaat het er toch wel uit. En als je geen goed bericht kent en je gebíédt om het te vertellen – of vindt dat het eigenlijk zou moeten – dan komt er geen goed bericht uit. Dat blijkt dan ook vaak wel. Maar goed, breng me de bek niet open, denk ik dan.

Echt een goed bericht, daar zorgt de Heer voor. Hij opende hier de oren van deze man en Hij maakte de tong los. En niet alleen van die man zelf, maar kennelijk ook bij de omstanders die dit hebben gezien. Zij kunnen daar niet over zwijgen. Gisteren schreef ik nog een stukje op mijn website over de uitdrukking "tot geloof komen". In de moderne bijbelvertalingen wordt heel vaak de uitdrukking gebruikt dat mensen tot geloof kwamen. Ik zal u dit vertellen: in de grondtekst staat het niet. Je komt niet tot geloof; je gelooft gewoon. Als je interlineair kijkt, dan staat er gewoon dat mensen geloofden. Ze kwamen niet tot geloof. Ik zal het u vertellen, het is precies omgekeerd: je komt niet tot geloof, maar het geloof komt tot jou.

Het is een geschenk, een Godsgeschenk. Hij opent oren, Hij opent harten. Hij opent de ogen van blinden, zodat je ineens kunt zien. "Het oog dat ziet en het oor dat hoort, beide heeft de Heer gemaakt," staat er in het boek Spreuken. Dat is geen verdienste. Het feit dat ik u kan zien en u mij, is toch geen verdienste? Wat een prestatie dat ik kan kijken, dat ik iets kan zien! Als je de rijkdom van het Woord kunt zien, als je dat kunt verstaan, dank God dan op je blote knietjes dat dat kan. Dat Hij jou dat vermogen geeft, is geen prestatie. Wat een onzin.

Ik werd vanmorgen een beetje getriggerd toen ik daar ergens stond en dit zag: "Creativity is a choice, not a gift." Nou, over creativiteit zullen we het maar niet hebben, maar over geloof is dat in ieder geval niet waar. Geloof is een gift. Een gave. Mocht u hier nu zitten, of jij, en je zegt: "Het is me allemaal niet helemaal duidelijk wat je nu vertelt. Ik versta het allemaal niet, maar ik zou het eigenlijk wel willen verstaan," dan heb ik een hele goede tip. Vervoeg je bij diezelfde Man als waar deze mensen zich bij vervoegden. Zeg dan: "Ik wil horen." Hij laat je niet staan, dat kan ik u vertellen. Hij opent je ogen en je oren voor Zijn Woord. En dan kun je er niet meer over zwijgen. Ze maakten het ruchtbaar; des te meer maakten ze het ruchtbaar. Dat houd je niet voor je. Dat vind ik het geweldige van werkelijk een blijde tijding.

En dan staat er in het laatste vers... Ik moet echt opschieten. Oh, ik dacht dat ik geïnterrumpeerd werd. Maar er staat in vers 37...

Het Evangelie Samengevat: Hij Heeft Alles Welgemaakt ↑ hoofdstukken

En ze waren buiten zichzelf van verbazing. Ja, kun je het je voorstellen? Een man die ze kennelijk allemaal goed gekend hebben en bij wie dit wonder gebeurde. Hij was doof en hij kon nu horen, maar dat niet alleen: hij sprak zo moeilijk en nu sprak hij in één keer recht. Als je dat ziet, dan is deze reactie toch niet zo gek? Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zij zeiden: "Hij heeft alles welgemaakt." Nou, als u het mij vraagt, is dat ongeveer de samenvatting van het Evangelie, van het echte goede bericht: Hij maakt alle dingen wel.

Waarom? Hij is God. Ik bedoel, God deed dit door Zijn Zoon en Hij maakt alle dingen wel. Alles is in Zijn hand. En zelfs het loutere feit dat deze man doofstom was, heeft een betekenis. Dat was ook niet zomaar. Want sommige mensen denken: de Heer geneest, maar de Heer maakt niet ziek. Nou, dat staat te bezien. Je leest ergens in het boek Exodus, bij de roeping van Mozes, dat Mozes ook bezwaar maakte tegen zijn roeping. Dan zegt hij: "Ik kan helemaal niet spreken." En dan zegt de Heer tegen Mozes: "Wie maakt stom en wie maakt spreken? Wie maakt blind en wie doet zien? Ik ben het." De Heer doet het een en het ander.

En die man die blind geboren was – dat lees je in Johannes 9, dat is de derde keer dat ik er nu naar verwijs – daar lees je ook: waarom is die man nou blind? Waarom is die man blind geboren? Nou, opdat de Heer hem ziende zou kunnen maken. Dat was het oogmerk: opdat de werken Gods in hem openbaar zouden worden. Als die man niet ooit blind was geweest, of als deze man niet doofstom was geweest, had ik hier vanmorgen niet over de geschiedenis van Effata gesproken en over de wonderen van God gesproken. Waarom? Nou, daarom. Dat kwaad is alleen maar de donkere achtergrond waardoor het licht van Zijn goedheid gaat stralen.

Zo moeilijk te begrijpen is het niet. Maar we hebben een God, en omdat Hij God is, heeft Hij alles in Zijn hand. Er gaat nooit iets mis en Hij brengt alles dus ook tot een goed einde. Waarom? Hij is God. Er is niets wat Hem verhindert om dat te doen wat Hij beloofd heeft en wat Hij voornemens is. En Hij maakt echt alles goed. Ik bedoel alles. Niet alleen met deze man, want als we nu het hele plaatje uitvergroten, dan is dit een universele waarheid. Het Evangelie is de boodschap: God maakt alle dingen wel. Alles voor iedereen. En er staat ook nog bij: "Ook de doven doet Hij horen en de stommen spreken."

Laten we het nu inderdaad breed trekken en het niet alleen betrekking laten hebben op mensen die fysiek doof en stom zijn, maar in het algemeen op de mens die doof is voor het Woord en voor wat God te zeggen heeft. Ik zal u dit vertellen: ja, dat is logisch, als je daar doof voor bent, dan ben je dus ook niet vermogend om daarvan blij te getuigen. Maar God opent oren, God opent harten. En ik zal u vertellen wie Jezus is. Als je dat nu al mag weten, dan is dat een groot voorrecht. Dat komt omdat Hij – dat is niet de 'choice', dat is een 'gift' – dat komt omdat Hij jouw oog en oor en hart daarvoor geopend heeft.

Eén ding weet ik zeker: er komt een moment dat iedereen dat zal weten en ervan zal getuigen ook. Dan zullen ze verstaan wat God te zeggen heeft. Dan zullen ze weten: Hij is inderdaad Jezus. Dat wil zeggen: Yahweh redt. Wie? Hij redt. Zo, zonder limits. Iedereen, alles op zijn tijd. En elke tong – ja ja, elke tong wordt losgemaakt. Dat is geen lippendienst, hè? Dus niet alleen de lippen gaan openen, want met een lippendienst kan er zoveel gefaket worden. Nee, de tong, dat zit van binnen. Van binnenuit zal men zeggen: Jezus, Hij is Heer! Hij is de kurios. Hij heeft alles in handen. En zo zie je dat Hij inderdaad alle doofheid in de breedste, diepste en meest fundamentele zin des woords gaat opheffen en alle tongen los gaat maken tot eer van Zijn naam. Laten wij ook een lied daarover gaan zingen.

🎧 Effata!
Delen: