GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Dag Dagon!

25-01-2015 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 25 januari 2015 in Zoetermeer.

Bij drie gelegenheden wordt de tempel van Dagon in de Bijbel vermeld. In de geschiedenis van de buitgemaakte ark van het verbond. Bij het sterven van Simson en de derde keer i.v.m. de dood van koning Saul.

Waar spreekt dit alles van? Wat hebben Dagon en “de god van deze aeon” gemeen? Wat hoort bij Dagon? Wat is zijn lot en vanaf wanneer is dat lot bezegeld? Wat hebben deze geschiedenissen ons te zeggen?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

In deze studie worden drie oudtestamentische geschiedenissen rondom de Filistijnse afgod Dagon behandeld als typologische illustraties. Dagon en zijn tempel fungeren als een beeld van de god van deze aeon, de Satan, die de volkerenzee beheerst. Aan de hand van de ark van het verbond, de dood van Simson en het lot van koning Saul toont de spreker Gods soevereiniteit. Deze oude gebeurtenissen wijzen in de kern allemaal vooruit naar de overwinning van Christus. Hij behaalde, juist door Zijn dood en opstanding op de derde dag, de definitieve overwinning op de god van deze wereld.

“Al die verhalen en geschiedenissen blijken te spreken van Hem die stierf, maar wat meer is: van Hem die is opgewekt uit de doden en daarmee de grote overwinning heeft behaald.”

Inleiding: Gods Plaatjesboek over Dagon ↑ hoofdstukken

Ik hoop niet dat u het erg vindt, vrienden, maar wij gaan vanmorgen naar de Filistijnen. Ik zou niet weten hoe ik het eigenlijk anders moet zeggen en dan nog kunnen beweren dat het in deze bijeenkomsten gaat over het goede bericht. En toch klopt het wel! Ik heb het deze titel meegegeven: 'Dag Dagon'. Dat is een woordspeling natuurlijk die alleen in Nederland zo opgaat: dag-dag! Maar over dat woord Dagon en die naam Dagon is nog wel wat meer te melden.

Laat ik eerst even een paar dingen op een rijtje zetten. Dagon — voor degenen die destijds op de zondagsschool niet zo goed hebben opgelet. Misschien hebt u helemaal niet die achtergrond en dan weet u dat niet, dat kan. Maar Dagon was een beroemde, bekende godheid van de Filistijnen; tenminste, zo kennen we hem in de Bijbel. Die Dagon en zijn tempel worden in de geschiedenissen drie keer vermeld in de Schrift. Al die drie geschiedenissen wil ik vanmorgen kortweg voor het voetlicht werpen — althans, dat is mijn poging, want het is uiteindelijk nog weer een heel verhaal aan het worden.

Als u nou denkt: ja, dat is de god van de Filistijnen, dat moet toch al heel lang geleden zijn... dan klopt dat. We hebben het over geschiedenissen van pakweg ruim drieduizend jaar geleden. Dan kun je zeggen: wij leven nu in 2015, wat hebben wij daarmee te maken? Dat is een goede vraag. Bovendien zou je kunnen zeggen: dit behoort dan allemaal tot de vaderlandse geschiedenis van het Joodse volk, van het volk van Israël. Wat hebben wij, mensen uit de natiën, daarmee te maken? Nou, die woorden zijn ook aan ons toevertrouwd.

En daar komt nog een argument bij. Dat is dat die geschiedenissen in het Oude Testament — ik heb het nu over Dagon en zijn huis, zijn tempel, maar eigenlijk alle geschiedenissen in de Bijbel, daar word je voortdurend weer in bevestigd — spreken van één iemand. Altijd weer. Namelijk degene die centraal staat in heel de Schrift: Christus. Dat is geen bewering die ik zomaar op voorhand doe, maar het is een bewering die zich heel gemakkelijk laat bewijzen. De Bijbel stelt het, en al die boeken van de Bijbel — al die zeventig boeken, het is een complete bibliotheek — vormen een geweldig Godswonder. Al die verhalen en geschiedenissen blijken te spreken van Hem die stierf, maar wat meer is: van Hem die is opgewekt uit de doden en daarmee de grote overwinning heeft behaald.

Ik wil dat ook laten zien, want je zou inderdaad kunnen zeggen dat de Bijbel feitelijk... iemand zei het ooit eens zo, het mag misschien wat kinderachtig geformuleerd zijn, maar het slaat volgens mij wel precies de spijker op de kop: eigenlijk is het Oude Testament met al die verhalen niets anders dan Gods plaatjesboek. Het zijn allemaal illustraties van de grote waarheid waar het in de Bijbel over gaat, waar het God om gaat: namelijk te wijzen op Zijn Zoon en op dat wat Hij in en door Hem gedaan heeft en nog gaat doen.

De Betekenis van Dagon: de God van Deze Aion ↑ hoofdstukken

Even over die naam Dagon. Dat is namelijk een Hebreeuws woord, dat zal u niet verbazen, maar het is het Hebreeuwse woord voor vis: daq. Als je modern Hebreeuws spreekt, dan zul je dat kunnen bevestigen. Ik heb ooit een cursus Ivriet gevolgd en inderdaad, in Israël, in het Ivriet, zeggen ze voor een vis: een dag. En dat is dit woord, Dagon. Eigenlijk is deze godheid daarmee een Filistijnse variant op een figuur die eigenlijk ook wat beter bekend is. Oh, ik zeg hier Grieksenland, maar dat is natuurlijk een fout; het is Griekenland, pardon. Het is een variant op een godheid die heel bekend is in het hele Griekse pantheon, namelijk Poseidon. En de Romeinen, in het Latijn, kennen we hem als Neptunus, de god van de zee. Zoals u hem hier ook ziet afgebeeld, weet u wel, met die drietand.

Als ik het zo zeg, dan is het ook niet zo moeilijk om in die Dagon, Neptunus of Poseidon een type te zien van de god van deze aeon. En daarmee bedoel ik inderdaad de grote tegenstander die de volkerenzee beheerst. Ik zeg het expres even zo: de volkerenzee. Hij is de god van de zee, maar in de Bijbel is de zee een beeld van de volkerenwereld. Vandaar dus de volkerenzee. Hij beheerst de volkerenzee en dat is precies ook de aanduiding van de tegenstander. Satan is het Hebreeuwse woord voor tegenstander, de diabolos. Hij beheerst deze wereld achter de coulissen en hij heet daarom ook met recht de god van deze aeon. Eigenlijk is het dus zo dat Dagon verwijst naar Satan. Daar is hij een type van; dat is niet zo moeilijk.

Ik kan u trouwens nog een paar dingen hierover laten zien. Hier ziet u een afbeelding van een mozaïek die is gevonden in Ashkelon. En u weet, of u weet het niet, maar dat was een van de vijf beroemde steden van de Filistijnen. Die Filistijnen hadden destijds — trouwens, dat is nog steeds zo, nou ja, tegenwoordig heten ze niet Filistijnen maar Palestijnen... Maar even voor de goede orde: als je het in het Hebreeuws zegt, kan ik het verschil niet eens maken. Filistijnen is namelijk exact hetzelfde woord als Palestijnen. Wij maken een verschil, maar Filistijnen zijn Palestijnen, gewoon puur qua woordgebruik.

De Filistijnen hadden zo'n strook daar bij Gaza. Ik zou gewoon zeggen de Gazastrook, maar u weet de Gazastrook is het gebied bij uitstek van de Palestijnen. Het is zo wonderlijk. Waarmee ik trouwens niet beweer dat de huidige Palestijnen afstammelingen zijn van de Filistijnen, maar het zijn wel hun erfgenamen. Ze erven hun naam van destijds, ze hebben het gebied en ze spelen ook helemaal de rol. De huidige Palestijnen spelen de rol van de Filistijnen van destijds, zodat die hele strijd van duizenden jaren geleden gewoon in de afgelopen eeuw weer opnieuw — na duizenden jaren niet gespeeld te hebben — volstrekt actueel is geworden op een wonderbaarlijke wijze. Die oude stukken zijn gewoon weer op het schaakbord gezet. Een moderne variant, maar zelfs nog met dezelfde namen. De Gazastrook, nou ja.

Eén van die steden in die strook is Ashkelon. Daar heeft men deze oude mozaïek gevonden en dit is dus Dagon. Hij wordt afgebeeld als een, zoals wij ook zeemeerminnen kennen, halfmens. Alleen is dat dan vrouwelijk. Hoe noem je dat dan als een mannelijke zeemeermin? Een zeemeerman? Bij de zeeman, ja. Dat klinkt wel goedkoop, zeemeerman. Daar hebben we het nog eens over, ik heb daar niet van tevoren over nagedacht. Maar in ieder geval: half mens, half vis, met dat vissenonderend. We zullen dat straks ook nog tegenkomen, dat dat inderdaad zo is.

We kennen trouwens ook nog deze afbeelding. Dit is een hele oude sculptuur die men gevonden heeft in Mesopotamië. Daar wordt hij nog anders afgebeeld: ook inderdaad als een mens met een vissenonderend, maar ook met een vissenbek op zijn hoofd. Die is heel bekend gebleven en daarmee is het ook heel actueel. Want weet u, hij heeft een vissenbek... Dat is hem? Ja, we kennen hem. De laatste jaren is er natuurlijk heel veel discussie geweest over Sinterklaas, of liever over Zwarte Piet. Ik heb er helemaal geen problemen mee; ik leef er al 53 jaar mee dat Piet zwart gemaakt wordt. Daar heb je mij nooit over gehoord. Maar laten we het nou eens hebben over die mijter van Sinterklaas, want dat is dan echt duister. Dat heeft een zwakke achtergrond hoor. U kunt dit trouwens allemaal op internet terugvinden: die mijter en de achtergronden daarvan. Dat heeft een heel religieuze lading.

Het is gewoon de bek van een vis. En dat is dus al duizenden jaren oud. Dagon, hier afgebeeld met die vissenbek op zijn kop. Nou kijk je voortaan altijd anders naar bisschoppen en naar de paus, en dan denk je meteen aan Dagon. Ah, daar hebben we Dagon! Dan weet je ook meteen — we gaan die geschiedenis nog lezen — hoe het ermee gaat aflopen. De bekende mijter... Nou ja goed, laat ik dat niet zeggen, dan wordt het een beetje banaal.

We gaan verder. Wij hebben namelijk nog een heel traject te gaan. Ik neem u mee naar de eerste geschiedenis. Dat is niet helemaal juist, maar ik heb de volgorde even niet chronologisch gepland vanmorgen.

Samuël 5: de Ark van God Onthoofdt Dagon op de Derde Dag ↑ hoofdstukken

Maar ik neem u eerst mee naar 1 Samuël 5. Waarom doe ik dat? Omdat daar het meest uitgebreid gesproken wordt over Dagon en die tempel. Ik zei al: drie geschiedenissen wil ik even kort aanstippen en vermelden. Wat is die tempel van Dagon? Welke rol speelt hij in de Bijbel? In deze geschiedenis wordt de ark van God buitgemaakt. Bij een eerdere gelegenheid, die we straks nog zullen zien, was hij nog in... Die geschiedenis kent u allemaal? Laat ik eens vragen hoe bijbelvast u bent. We gaan het nu hebben over 1 Samuël 5, waar die ark buitgemaakt wordt en in de tempel van Dagon neergezet wordt. Maar er is nog een andere geschiedenis: die van Simson, die aan zijn eind kwam in de tempel van Dagon. Dat is de tweede geschiedenis. De derde geschiedenis is erg onbekend: dat is namelijk Saul, wiens hoofd vastgemaakt wordt in de tempel van Dagon. Het is geen overbodige luxe dat we deze dingen eens bespreken. Ik had het net over de zondagsschool, maar een heleboel dingen worden daar niet verteld. Dat kan ook niet, dat begrijp ik wel.

In 1 Samuël 5 lezen we in het eerste vers dat de Filistijnen de ark Gods hadden buitgemaakt. Dan praten we echt over een fataal gebeuren, want u moet weten dat de ark het allerheiligste was voor Israël. De ark van God, de ark van het verbond, stond in het Heilige der Heiligen, waar nooit een mens mocht binnentreden. Slechts eens per jaar mocht de hogepriester daar binnengaan op Yom Kippur. Daar stond die kist. Want dat was het namelijk: een houten kist. De eerste keer dat het woord 'ark' vermeld wordt in de Bijbel is in de geschiedenis van Jozef. Dan gaat het over de doodskist van Jozef. Dat is hetzelfde woord als wat elders vertaald wordt met 'ark'. Het is gewoon een kist, een doodskist. Denk daar even over na. Het is een houten kist, voortkomend uit de aarde, wat ook te maken heeft met vergankelijkheid. Maar zo zag je hem niet, want hij was overtrokken met louter goud. Dat wil zeggen: het was weliswaar een houten kist, maar hij was overtrokken met goud. En goud, u weet het, is een uitbeelding van onvergankelijkheid. Het is een edelmetaal dat zich niet verbindt met zuurstof; het vergaat niet en het roest niet, zoals ijzer en de meeste andere metalen. Het is een beeld van onvergankelijkheid en van de heerlijkheid van God. Goud spreekt van God. In het Nederlands is dat heel makkelijk te onthouden.

Je zou een hele aparte bijbelstudie, of zelfs een hele serie studieavonden, kunnen wijden aan die ark en al die attributen. Denk aan de cherubs die daarop geplaatst waren, het verzoendeksel waar het bloed op gesprenkeld werd door de hogepriester — de bedekking, eens per jaar. Dan had je de gouden kruik met het manna daarin, de stenen tafelen waarop de door God met de hand geschreven 'tien woorden' stonden, en dan had je ook nog de staf van Aäron die gebloeid had. Ik ga het nu niet allemaal toelichten, want dat zou echt te ver van het onderwerp afvoeren, maar die ark in al zijn onderdelen — of je het nu hebt over het verzoendeksel, de gouden kruik, de staf, of de woorden die in het binnenste waren; of over het feit dat daar bloed gesprenkeld werd waar de verzoening plaatsvond — die ark spreekt in al zijn onderdelen onmiskenbaar van de gestorven en de opgewekte Christus. Houd dat vast. Het is een geweldige verwijzing. Die ark spreekt van Hem die stierf, maar wat meer is: die opgewekt werd uit de doden. De ark is slechts een type, maar het spreekt in werkelijkheid over Hem.

Houd dat even in gedachten. Ze hadden die ark Gods buitgemaakt. Ik bespreek vandaag de geschiedenis, maar ik houd haar tegen het licht, zodat je ook meteen ziet wat erachter zit: de achtergrond waar het werkelijk van spreekt. Zo wordt zo'n geschiedenis heel transparant. In elke zin, in elke vermelding krijg je eigenlijk een doorkijkje en zicht op Hem. Dat maakt de Schrift ook inderdaad levend. Al die dode lettertjes blijken geen lettertjes te zijn; ze spreken van een levend Iemand.

Ze hadden de ark Gods dus buitgemaakt en haar van Eben-haezer naar Asdod gebracht. Dat was ook een van die vijf steden in het Filistijnse land. Toen namen de Filistijnen de ark Gods en brachten haar in de tempel van Dagon. Ik zie dat mijn horloge is stil gaan staan, en ik vrees dat het dan heel erg lang gaat duren. Het is nog half elf en dat is het over een uur nog steeds, dus ik heb vandaag de tijd. Goedemorgen Esther, welkom. Ah, dankjewel. Kijk, die houd ik: een gouden horloge. Goed, dankjewel. Zij brachten haar in de tempel van Dagon en zetten haar neer naast Dagon, hun god. Hiermee was het een aanvulling op hun pantheon, want zij hadden heel veel goden; hoe meer, hoe beter. Wij weten dat er maar één God is, maar zij hadden er vele. Ze zetten de ark neer naast Dagon. Dat gaat niet goed; dat kunt u op voorhand eigenlijk al weten. De God van Israël verdraagt het niet om naast Dagon geplaatst te worden.

Toen de Asdodieten de volgende morgen — dat is de tweede dag, we gaan tellen — vroeg opstonden, zie: Dagon was op zijn gezicht ter aarde gevallen voor de ark des Heeren. Dat is een mooie geschiedenis hoor: in aanbidding! Ze hadden hem er naast geplaatst, maar wat Dagon deed, bleek de volgende morgen. Hij lag daar op zijn aangezicht als een daad van aanbidding voor de God van Israël en Zijn embleem: die ark. In plaats van dat de Filistijnen hun les leerden, dachten ze dat er iets fout was gegaan en zetten ze hem gewoon weer op zijn sokkel. Maar toen zij de volgende morgen — en nu gaat het gebeuren, als u goed telt weet u dit op voorhand — vroeg opstonden, was het de derde dag. In de Bijbel wordt hier niet expliciet geteld, maar wij worden verondersteld met aandacht te lezen. Waar gaat het over? Toen zij de volgende morgen wederom vroeg opstonden, zie: Dagon was op zijn aangezicht ter aarde gevallen voor de ark des Heeren. Dat is een herhaling, maar nu was het echt definitief. Want wat blijkt? Er staat namelijk dat het hoofd van Dagon en zijn beide handen afgehouwen op de drempel lagen. Daarmee was Dagon niet alleen maar gevallen, maar hij was onthoofd en onthand. Daar zijn ze in die streek ook erg goed in trouwens, dat weet u. Dit was de complete ontluistering van Dagon. Ze hebben toen hun les nog niet getrokken. Want hoewel u zou denken dat op deze derde dag de overwinning feitelijk behaald is — wat ook wel blijkt, want ze halen vervolgens die ark uit de tempel — begrepen ze het nog niet.

Ze hebben hem weer gerestaureerd, dat weten we. Maar de ark is niet linea recta teruggegaan naar Israël. Dat zou wel gaan gebeuren, maar daar is nog een hele tijd overheen gegaan. Ik zeg dat er even bij, want dan moet je meteen denken aan Hem die op de derde dag verrees en daarmee ook een lange neus trok naar de god van deze aeon en de overwinning op hem behaalde. Maar voordat de ark op zijn plaats kwam, namelijk in het land, zou daar nog een hele tijd overheen gaan. Die ark maakt nog allerlei omzwervingen daar in het Filistijnse land en dat kwam hun ook duur te staan. Ik bedoel dit te zeggen: wat er toen gebeurde met de ark, is een uitbeelding van wat er gebeurd is met Christus, Die op de derde dag verrees, waarmee de vijand is verslagen. Dit is D-Day, decision day.

Daar lag het hoofd van Dagon. Hij was geen hoofd meer, hij was onthoofd en bovendien kon hij niks: hij was onthand. De handen lagen afgehouwen op de drempel; slechts de romp was nog over. Ja, maar nou moet ik u even ergens op wijzen. Daar staat niet "de romp", dat hebben de vertalers ervan gemaakt. Er staat gewoon: "slechts Dagon". Maar in het Hebreeuws is dat woord gerelateerd aan "vis". Dat was wat er nog over was. U ziet het hier ook in de interlineaire vertaling; er staat gewoon "Dagon". De NBG heeft dat weergegeven met "de romp", maar er staat gewoon dat de vis nog over was. Als je weet wat voor godheid Dagon was, is dat niet zo moeilijk te begrijpen. Het visdeel stond nog overeind. Zijn hoofd was eraf, gebroken. Hij was gevallen en zijn hoofd lag daarnaast. Ook de handen, het mensengedeelte, lagen eraf. Alleen het visdeel, het onderste gedeelte, stond nog overeind of was in ieder geval nog heel.

Dit is een beetje het idee. Nee, dit plaatje staat niet in de Bijbel, maar dit is de artistieke weergave. Zeg maar: dit visdeel was nog intact, maar die handen en die kop lagen eraf. Wij praten daar natuurlijk niet met veel eerbied over. Ik weet wel, vandaag de dag moet je altijd met groot respect spreken over andere religies, want het is al gauw beledigend, maar dan had deze geschiedenis ook niet in de Bijbel gestaan hoor. Het is zeer beledigend. Laten we het daar maar even bij houden.

In ieder geval, wie het vatten kan, die vatte het. Het gaat om de God van Israël en Hij wil maar niet een gerespecteerde plaats naast Dagon hebben. Nee, dat zijn geen verhoudingen. Maar weet u wat het mooie is? Wij hoeven die God ook niet te verdedigen. Dat doet Hij namelijk Zelf. Buitengewoon! En dat zie je hier dus. Het is geen mens die Dagon onthooft; dat is geen mensenwerk. Dat is goddelijk werk, dat was onmiskenbaar.

En dan lees je er nog bij: "Daarom treden de priesters van Dagon en allen die de tempel van Dagon binnengaan niet op de drempel van Dagon te Asdod tot op de huidige dag." Dat wil zeggen: toen dit ooit opgetekend werd, was het nog steeds zo dat ze over de drempel heen stapten en niet op de drempel zelf. Hier in het boek Samuël wordt even aangegeven wat de oorsprong daarvan is. Om die reden dus. De ark, die op de derde dag de god van deze aeon, Dagon – de beheerser van deze eeuw, van de volkerenzee – definitief de nederlaag heeft toegebracht. Dat is waar deze geschiedenis van spreekt.

We gaan even terug in de geschiedenis, want ik heb nu eerst deze geschiedenis vermeld. U moet rekenen dat dit was in de dagen van de richteren, vlak voordat Saul gezalfd en gekroond zou worden.

Richteren 16: Simson en de Overwinning Door de Dood Heen ↑ hoofdstukken

Nu gaan we naar Richteren 16, in de tweede plaats. En dat is de beroemde geschiedenis van Simson. Hij was altijd mijn favoriete figuur destijds, toen ik jong was, in de kinderbijbel. Ik heb dat stuk gelezen uit de kinderbijbel, zo’n groot exemplaar met prachtige tekeningen van W.G. van de Hulst. Nou ja, de tekeningen waren niet van W.G. van de Hulst zelf, maar het was de kinderbijbel daarvan. En die geschiedenissen van Simson, over de aankondiging van zijn geboorte, over wat er gebeurde met die leeuw die hij versloeg, waar later die honing in gevonden werd, en dat raadsel dat hij opgaf... Dat hij gevangengenomen werd in Gaza en dat hij die poortdeuren op zijn nek neemt en een heel eind verderop brengt, op de berg. Het zijn schitterende verhalen. En dat hij met een ezelskaak duizend man verslaat, werkelijk schitterende verhalen.

Maar die verhalen zijn prachtige, spannende geschiedenissen, maar ja, ook hier moet ik weer zeggen: ze komen echt tot leven wanneer je weet dat het spreekt van Iemand die vandaag leeft. Oké, Hij is verborgen, en ook dat blijkt uit deze geschiedenissen. Richteren 16 vormt het einde van de geschiedenis van Simson. Dat eindigt feitelijk heel tragisch. Trouwens, ik zeg er nog even bij: van Simson lezen we... dat wordt ook gezegd bij de aankondiging voordat hij geboren wordt. Want u weet, Simson werd geboren terwijl dat eigenlijk helemaal niet kon naar de mens gesproken. Zijn moeder was namelijk onvruchtbaar. Daar zijn nog wel meer voorbeelden van in de Bijbel, maar zijn moeder was onvruchtbaar. En dan komt de engel bij hen en zegt: "Jij zult zwanger worden." Waar denk je dan aan? Maar dan staat erbij, en er worden allerlei bijzonderheden over hem gezegd, dat hij een nasireer zou zijn en dat hij zijn haar zou moeten laten groeien. Daarom is Simson natuurlijk vooral bekend. Dat hij nooit van de vrucht van de wijnstok alcohol zou drinken. En er staat bij: hij zou een begin maken met de verlossing van Israël. Zo staat het er: hij zou een begin maken met de verlossing van Israël.

Dan stel je de vraag: wie zou die verlossing dan completeren, afmaken? Ja, dat is niet zo moeilijk: de echte, definitieve Verlosser. Welnu, daar spreekt Simson van. Hij is slechts het begin ervan, een verwijzing daarnaar. Die nasireer... zulke dingen ga je dan ook nog door elkaar halen. We hebben het op deze plaats ooit ook al over hem gehad, over dat raadsel dat hij opgaf. Prachtige geschiedenissen. In ieder geval, u weet hoe het met hem afliep. Heel tragisch. Op een gegeven ogenblik geeft hij zijn geheim prijs aan Delila, die hoer. En u weet hoe het gegaan is. Zo worden ook zijn ogen uitgestoken en wordt hij gevangengenomen. Zijn haar is afgeknipt en hij is van al zijn macht ontdaan. En dan hebben ze de overwinning behaald. Ja.

Dan staat er in vers 23 van Richteren 16: "Daarop..." En dat is dus na de gevangenneming van Simson. Nu had hij geen kracht meer en nu hadden ze hem inderdaad te pakken. Nu hadden ze eindelijk deze man gevangengenomen en overwonnen, dachten ze. Want dan staat er: "Daarop kwamen de stadsvorsten van de Filistijnen bijeen om een groot offerfeest te vieren voor hun god Dagon en om vrolijk te zijn." En dat werden ze, want er staat in het vervolg dat ze zeiden: "Onze god Dagon gaf Simson, onze vijand, in onze macht." U weet, de richter van Israël. Degene die een begin zou maken met de verlossing van Israël. Welnu, hun god heeft gewonnen, dat is wat ze dachten. En toen het volk hem zag, loofden zij hun god, terwijl zij riepen: "Onze god gaf onze vijand in onze macht, de verwoester van ons land, die velen van ons gedood heeft."

En toen zij in een vrolijke stemming gekomen waren, zeiden zij – want het was een enorm massaal gebeuren, we zullen straks ook lezen dat er duizenden mensen op de been waren gekomen om dit geweldige grote feest te vieren – ze zeiden: "Roep Simson erbij om ons te vermaken." Dat was gewoon puur amusement. Hier staat "vermaken", om plezier met hem te hebben. Hier staat eigenlijk een woord dat wij nog kennen in een naam, namelijk Izak, Yitzchak. "Lachen" betekent dat. Om hem uit te lachen. Hier gaat het natuurlijk om uitlachen, maar het woord betekent "lachen". Yitzchak betekent lachen, Izak. Nou, dat woord wordt hier gebruikt: roept Simson erbij om ons te vermaken. Nou, dat gaat een groot feest worden. Ze hadden al heel veel plezier en nu komt Simson er ook bij. Ze lieten Simson uit de gevangenis halen en hij vermaakte hen. Hij vermaakte hen voor hun aangezicht. Ze lieten hem waarschijnlijk ook allerlei dingen doen waardoor hij nog bespottelijker leek. Dus de vernedering was hier compleet. Geen oog had hij om te zien, hij was gevangengezet en nu ook dit. Want hij had eerst nog daarvoor in de molen gedraaid, staat er. Was hij daar werkzaam geweest. De vernedering was hier echt compleet, tot het uiterste vernederd, laat ik het zo zeggen. De verlosser van Israël: zijn vernedering is hier compleet.

Nou ja, men gaf hem een plaats tussen de zuilen. En dat blijkt een fundamentele vergissing. Ik bedoel die zuilen, dat zijn die vormen natuurlijk... Oh, wacht even, hij zit er een beetje... Sorry. Veel beter? Wat een gerommel zeg. Want die zuilen zijn natuurlijk het fundament van dat enorme bouwwerk. Er waren ook nog heel veel mensen daar op het dak. En nu wordt hij daar neergezet. En dan lees je: "Toen zeide Simson tot de jongen die hem bij de hand hield: laat mij los en laat mij de pilaren tasten waarop het gebouw rust, om daartegen te kunnen leunen." Het staat er nog bij: "Het gebouw nu was vol mannen en vrouwen; alle stadsvorsten..." Het was dus niet alleen maar een geweldig volksvermaak, een volksfeest. Iedereen was daarbij gekomen, maar ook nog eens een keertje de potenten, de echte mensen die het voor het zeggen hadden, die waren daar allemaal vertegenwoordigd. Alle stadsvorsten van de Filistijnen waren daar. En op het dak bevonden zich ongeveer drieduizend mannen. Je praat dus inderdaad over een gigantisch bouwwerk, die tempel. Drieduizend mannen en vrouwen die naar het spel van Simson keken – naar dat lachen.

En Simson voelt dat natuurlijk tot op het bot: deze vernedering. Je leest trouwens – dat hebben we nu niet gelezen, maar vlak voorafgaand aan deze verzen die ik zojuist toonde – wordt er nog gezegd: "En zijn haar begon weer te groeien." Dan zou je zeggen: dat lijkt me een vrij overbodige opmerking. Want dat is toch wat haar gebruikelijk doet als het afgeknipt is? Ja, wacht even, maar daar hadden de Filistijnen even niet aan gedacht. Ik zeg: zijn haar begon weer te groeien. En Simson riep tot de HEER en hij zei: "HERE, HERE, Adonai Yahweh, gedenk toch mijner en maak mij nog slechts ditmaal sterk." Hij weet: dit wordt met recht de genadeslag. "Maak mij nog slechts ditmaal sterk."

Je moet je even een voorstelling vormen van wat hier aan de hand is. Een gigantisch bouwwerk, een enorm feest, duizenden mensen op de been. Alleen al op het dak drieduizend mensen. En daar staat zo'n man – het moet een bom van een vent geweest zijn – blind, wordt daar uitgelachen, uitgejouwd, bespot, belachelijk gemaakt. En hij leunt daar tegen die grote pilaren. Nou, en dan roept die man nog één keer. Hij riep tot de HEER, jawel, Adonai: "Gedenk toch mij, en maak mij nog slechts ditmaal sterk, o God" – dat is eigenlijk gewoon ha Elohim, de God – "opdat ik mij met een wraak voor mijn beide ogen op de Filistijnen wreke."

Wreken heeft in de Bijbel ook te maken met – dat is niet zomaar je gram halen of even je agressie kwijt willen – maar dat heeft te maken met rechtsherstel. Dat is wat hier gebeurt, daar bidt hij om: "opdat ik mij met een wraak voor mijn beide ogen op de Filistijnen wreke." Ik heb het nu verder niet over de motieven van Simson, of dat allemaal zo vroom is geweest; het gaat mij erover hoe het vermeld wordt, maar bovenal om wat God heeft gedaan.

God wordt hier aangeroepen in die tempel van Dagon. En dan lees je al – en dat vind ik zo geweldig, u zegt: dat is misschien sentimenteel – moet je je voorstellen wat er toen gebeurde. Daarop greep Simson, nadat hij dat uitgeroepen had. Vergis u ook niet, want ik zei net wel wat over die motieven van Simson, maar daar weten we niet zoveel van. Wij kunnen dat natuurlijk allemaal heel gemakkelijk zo neerzetten: "die Simson, die deugde natuurlijk voor geen meter, kijk maar naar zijn vorige geschiedenis en hoe dit allemaal zo is gekomen doordat hij bij een hoer kwam, die Filistijnse hoer, die man deugt niet." Maar ik zal u dan even dit vermelden, denk erom: hij wordt wel vermeld in Hebreeën 11 als één van die mensen die leefden uit geloof. Dan kun je zeggen dat op die man een heleboel aan te merken was, maar één ding kan ik in elk geval wel zeggen: hij was een man die geloofde in God en in Zijn woord. Met al zijn gebreken – en dat vind ik prachtig – met al je gebreken, al je toestanden en je sores. Je kunt van Simson zeggen dat het allemaal zijn eigen schuld is, maar hij was een man die, als het erop aankwam – en hier kwam het er echt op aan – op één ding steunde en wist dat hij het van God moest verwachten. Die man heeft geroepen tot God en hij wist: nu gaat het gebeuren.

Daarop greep Simson de beide middelste zuilen waarop het gebouw rustte, met zijn rechterhand tegen de ene steunende en met zijn linkerhand tegen de andere. Dus dit. En Simson zei – dat moet hij geroepen hebben, dat kan haast niet anders – "dat mijn ziel met de Filistijnen sterve." Dat ik met de Filistijnen sterve. Toen boog hij zich met kracht en het gebouw stortte in boven de stadsvorsten en boven al het volk dat daarin was. En dan staat er nog dit bij: de doden die hij in zijn sterven gedood heeft, waren talrijker dan die hij in zijn leven gedood had. Er is toch heel wat conflict geweest tussen de Filistijnen en de Israëlieten en Simson moest vele keren opdraven, maar geen overwinning was zo groot als toen hij stierf.

Laat ik het dan meteen maar zo zeggen, dan krijg je ook meteen de opening en zie je het venster naar het Nieuwe Testament. Dat lijkt me onmiskenbaar. Door zijn dood behaalde deze verlosser van Israël – want zo heette hij – de grootste overwinning. Daarmee is deze Simson ook hier een type van de Verlosser, van Hem die de verlossing van Israël zou voltooien en afmaken. Daar spreekt zo’n geschiedenis van. Dit was daarmee ook de tempel van Dagon die vernietigd en verwoest werd. Dag Dagon! Vandaar dus ook die titel. Dat is de tweede keer, of nou ja, als je chronologisch telt is dit de eerste keer dat dit vermeld wordt. Maar hier manifesteert de God van Israël Zich in Zijn verlosser en proclameert daarmee ook de overwinning op de god van deze wereld, op de volkerenzee, op Dagon.

Er is nog een vers dat ik in dit verband genoemd wil hebben, 1 Korinthe 2 vers 8. Daar staat: "en geen van de beheersers van deze aeon..." Ik laat de hele context even voor wat het is; het gaat hier trouwens over de wijsheid van God. Paulus spreekt daarover tot de Korinthiërs; hij spreekt over de wijsheid van God die voor de wereld dwaasheid is, en vice versa trouwens, want ook de wijsheid van de wereld is voor God dwaasheid. Dat matcht niet. En dan schrijft Paulus: "en geen van de beheersers van deze aeon heeft van haar (dat wil zeggen: de wijsheid van God) geweten. Want indien zij van haar geweten hadden, zouden zij de Heer der heerlijkheid niet gekruisigd hebben."

Dat wil zeggen: bij de kruisiging dachten de beheersers van deze aeon, en daarmee ook de god van deze aeon – want die is niet alwetend – dat zij de overwinning behaald hadden. Maar dat was een fundamentele vergissing. Als ze hadden geweten wat er zou volgen, dan hadden ze de Heer der heerlijkheid niet gekruisigd. Zij dachten de overwinning te behalen, net als die Filistijnen die Simson hadden buitgemaakt en daar in die tempel van Dagon hadden neergezet: "Dit is onze overwinning." Net als trouwens bij die eerdere geschiedenis: "Wij hebben de ark, dit is onze overwinning", dachten ze. Ze hadden geen rekening gehouden met het feit dat Simson juist door zijn dood de grootste overwinning zou behalen. Dit werd hun definitieve nederlaag. Door zijn dood – en daarmee ook verwijzend naar de derde dag – zie je dat die beide geschiedenissen een geweldig zicht geven op het grote onderwerp van de hele Bijbel. Nu neem ik u nog even mee naar de laatste geschiedenis die ik in dat verband genoemd wil hebben, maar heel kort trouwens. En hier komt het.

Koning Saul: het Einde van de Oude Orde in de Tempel van Dagon ↑ hoofdstukken

Saul, koning Saul aan zijn einde. U kent de geschiedenis; laat ik even kort neerzetten waar het om gaat. Saul, dat was die koning – weten we wel – die Israël voor zich begeerde, en toen kregen ze een koning naar hun eigen hart. Het was op voorhand al de bedoeling dat hij het niet zou blijven. Hij werd ook niet gezalfd – het was heel tekenend – hij werd ooit gezalfd met olie uit een kruik. Later, als David gezalfd wordt, wordt hij gezalfd met olie in een hoorn. Dat is een beeld van koningschap.

Afijn, deze Saul, u weet het, daar is hij vooral ook bekend om: dat hij de verklaarde tegenstander was van David. Die Saul die David vervolgde. Eigenlijk ook een type van... laat ik het zo zeggen, we hebben er wel vaker op deze plaats over gehad: Saul is een type van het oude verbond, de heerschappij van het oude verbond die niets moest hebben van de zoon van David. Eigenlijk kennen we iemand die het embleem daarvan in levenden lijve is. En dat is iemand die dezelfde naam heeft: Saul, Saul, wat vervolg je mij? Die man, weet u wel, die orthodoxe man, die Jood, maar die zich verzette tegen de Messias en hem niet wilde hebben. Nou, die Saul, daar is koning Saul ook een uitbeelding van. Hij moet plaatsmaken voor de echte koning.

Die Saul komt ook op een hele tragische manier aan zijn eind, eigenlijk door zelfmoord. Hij wilde gedood worden door zijn wapendrager, maar die durfde dat niet aan en toen heeft hij zichzelf in het zwaard voorover gestort. Een heel tragische geschiedenis. Trouwens, een helemaal tragische figuur; een man die ook dikwijls in zijn leven depressief was. Maar dan lees je dit. En dan komen ze... hij vindt zijn einde daar op het gebergte van Gilboa. En dan lees je: toen de Filistijnen de volgende dag... Dat wil zeggen, nadat het hele huis van Saul... want niet alleen Saul komt om bij die strijd tegen de Filistijnen. Ook hier weer: het gaat over een strijd tegen de Filistijnen. Saul komt om, maar ook zijn hele huis. Al zijn zonen worden gedood, ook Jonathan.

Toen de Filistijnen de volgende dag de verslagenen kwamen plunderen, vonden zij Saul en zijn zonen liggen op het gebergte Gilboa. En ze plunderden hem. Ja, dat betekent niet alleen maar dat ze hem uitkleden, want het staat er nog bij: ze namen zijn hoofd en zijn wapenrusting mee. Een heel luguber gebeuren. Maar lees even verder nog: en ze zonden boden rond in het land van de Filistijnen om de goede tijding te melden aan hun afgoden en het volk. En de attributen daarvan hebben ze meegenomen om dat allemaal ook te laten zien, dachten ze. Maar in elk geval, dan lees je nog dit: zijn wapenrusting, die legden zij neer in de tempel van hun god, maar zijn schedel hechtten zij aan de tempel van Dagon. En dat is nou boeiend.

Want ik weet niet of u het wel eens... dus wij hebben stilgestaan, maar er zijn nogal wat geschiedenissen in het Oude Testament die twee keer vermeld worden, maar vanuit twee verschillende oogpunten. Want deze geschiedenis komen we ook tegen in 1 Samuël 31. Maar wat lezen we daar? En dan zie je ook hoe de Bijbel zichzelf uitlegt, maar ook aanvult. Want je leest hier dus wat er met het hoofd van Saul gebeurde, maar in 1 Samuël 31 gaat het niet over het hoofd van Saul, maar over zijn lichaam. Daar lees je namelijk – het gaat over dezelfde geschiedenis: "En zij legden zijn wapenrusting neer in de tempel van Astarte." Dus als hier staat dat ze hun wapenrusting neerlegden in de tempel van een god, dan gaat het over Astarte. "En zijn lijk, zijn lichaam, hingen zij aan de muur van Bet-san." Ja, dan weet je meteen dus hoe het gegaan is. Ik geef toe, dat is allemaal niet smakelijk, maar ik wil eventjes ook laten zien hoe feitelijk dit allemaal wordt opgetekend. De ene geschiedenis spreekt over wat er met zijn hoofd gebeurde, de andere geschiedenis spreekt erover wat er met zijn lichaam gebeurde.

Want ik zeg dit er ook even bij omdat dit nogal eens opgevoerd wordt als tegenstrijdigheid van de Bijbel, terwijl het precies juist de precisie van de Schrift aangeeft. Men zegt dan van: "Ja, de ene geschiedenis zegt dat zijn lijk hing aan de muur van Bet-san, en die andere zegt dat het in de tempel van Dagon terechtkwam. Zie je wel dat het niet klopt? Twee geschiedenissen in diezelfde Bijbel die elkaar tegenspreken." Nou, ze spreken elkaar niet tegen. Integendeel, ze completeren elkaar. Met zijn lichaam deden ze dit: dat hingen ze aan de muur. En zijn hoofd hechtten zij aan de tempel van Dagon. En daarmee... ik hoop dat u het wel aanvoelt. Na die twee geschiedenissen die we hebben gelezen over de tempel van Dagon en wat daar gebeurde, dan begrijp je wel dat wat er nu met Saul gebeurde, eigenlijk hetzelfde lot is als wat ooit Dagon zelf onderging. Namelijk: onthoofd.

Ja, dat hebben ze later nog weer gedaan – ik ga niet zo ver in die geschiedenis, dus dat laat ik nog even voor wat het is. Het geeft aan wat er nog weer later mee gebeurde. Maar goed om eventjes bij mijn punt te blijven nu ook: hij werd dus onthoofd. Dat hoofd van Saul, dat is wat je nu ook moet weten. O, in die tempel van Dagon! O, dat is die tempel waar Dagon zelf zijn hoofd kwijtraakte. Eigenlijk wat Saul hier overkwam, dat was het lot destijds al van Dagon zelf. Moet ik trouwens ook nog even bijvermelden, weet u wat hier staat in 1 Samuël 9 vers 2? Soms is er ook wel humor onder de oppervlakte. Oké, soms wat macabere humor, maar daar lees je dat als Saul... dat is de introductie van Saul. Als die geroepen wordt, dan lees je dat die man opviel door zijn postuur, want hij stak een hoofd boven het hele volk uit. Zo wordt hij dan genoemd: hij stak een hoofd erbovenuit. Ja, nou... en hij eindigt een kopje kleiner.

Maar dit is Saul. Saul, u weet wel, dat is hij, die tegenstander van David. Want nu, als u even verder leest in ditzelfde 1 Kronieken 10, dan lees je dat het David is die vervolgens koning wordt. Saul moet plaatsmaken voor David. Oftewel: het oude verbond moet plaatsmaken voor het nieuwe verbond. Oftewel: de heerschappij van deze wereld en daar waar de wereld haar keuze, haar hart op gezet heeft, dat komt ten einde en moet plaatsmaken voor de enige echte ware dynastie, namelijk de troon van David. En vandaar dat je zou kunnen zeggen – en die spreuk is bekend eigenlijk vanwege hele andere geschiedenissen – maar: "De koning is dood, leve de Koning!", maar dan met een hoofdletter. De echte Koning. Want die wordt vervolgens hier geïntroduceerd.

Conclusie: de Overwinning op de Dood en de Troon van David ↑ hoofdstukken

Zodat... en nu kom ik aan mijn samenvatting toe, want ik kan me voorstellen, als u al deze geschiedenissen gehoord hebt en al deze diverse feitjes zo overwogen hebt: waar ging het nu eigenlijk om? Welnu, het ging dus over het einde van Dagon. Drie geschiedenissen die op de een of andere wijze spreken van de god van deze aeon, die het in deze wereld voor het zeggen heeft, en de beslissende nederlaag die aan hem werd toegebracht op die derde dag. Als u dat onthoudt, dan heeft u al heel veel begrepen, want dat is namelijk precies waar het in de hele Bijbel over gaat.

En waarom is dat zo belangrijk? Dat zal ik heel kort zeggen, want dit mag u niet ontgaan. Waarom is het zo belangrijk om te weten wat er op die derde dag gebeurde? Wel, toen werd de overwinning op de dood behaald. En wat betekent dat? De dood zal worden tenietgedaan. Dat is een goed bericht, een blijde tijding voor iedereen. Daar hoef je niets aan te doen en daar kun je ook niets aan afdoen. Dat is een feit, mensen. Het is een feit dat Hij is opgestaan en dat de dood wordt tenietgedaan, of je het nu gelooft of niet. Dat is de blijde tijding. Alle mensen zullen dat leven ontvangen, ieder in zijn eigen rangorde. En wij mogen dat geloven. Dat is de blijde tijding. De God van Israël, Hij triomfeert!

Al die geschiedenissen, hoe oud en antiek en hoe merkwaardig ze soms ook mogen zijn, ze wijzen altijd daar naartoe. Juist door de dood van Israëls verlosser – dat is die tweede geschiedenis waar we het over hadden – juist door de dood van Israëls verlosser, Simson, vond de grootste overwinning plaats, in dit geval ook op Dagon en al zijn consorten, zeg maar.

En dan tenslotte nog Saul, als type van de beheersers van deze aeon. Hij gaat – mooie beeldspraak – naar de Filistijnen. God zij dank, om plaats te maken voor het enige echte Hoofd, namelijk de dynastie die blijft: de troon van David. We gaan daar straks trouwens ook over zingen: de troon van David. Want in deze wereld gaat God orde op zaken stellen. De koninkrijken van deze wereld – het staat zo prachtig in Openbaring 11 – die gaan plaatsmaken voor het koninkrijk van Hem. En ook op de enige juiste locatie: daar in het Midden-Oosten, in Jeruzalem, daar zal Zijn troon gaan staan en daar zal de echte David, de Zoon van David, heersen.

Het lot van Saul is hetzelfde als dat van Dagon, zodat u inderdaad kunt zeggen – en ik hoop dat u die conclusie ook volledig met mij deelt: "Dag Dagon!". Daarmee hebben we aangegeven hoe het afloopt met de dood, met de god van deze aeon, met de leugen, enzovoort. En we zien hoe de enige echte Ark van het Verbond, de echte Ark – ik bedoel Christus, de opgewekte Christus – de grote triomf aanvoert.

🎧 Dag Dagon!
Delen: