“door geloof” – een beperking?
18-12-2022 - Geplaatst door Andre Piet18 december 2022, Rotterdam (Gezonde Woorden)
Een mens wordt gerechtvaardigd door geloof, niet door werken. Dit is één van de grote waarheden die tijdens de Reformatie weer op de kandelaar is gezet. Of lijkt dat maar zo? Heeft het protestantisme ‘geloof’ stiekem ook weer niet tot een ‘werk’ verklaard? Een daad die van de mens gevraagd wordt en een voorwaarde om te worden gerechtvaardigd. Maar hoe anders spreekt Paulus daarover?! Wat verstaat hij onder ‘geloof’? Bij hem betekent “door geloof” bepaald géén beperking..!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- "door Geloof" – Is Dat een Menselijke Voorwaarde?
- Romeinen 3:21 – Gods Rechtvaardigheid Is het Vervullen van Zijn Belofte
- Niet Geloof In, maar het Geloof van Jezus Christus
- Allen Zondigden Én Allen Worden Om Niet Gerechtvaardigd
- Waar Blijft het Roemen? Uitgesloten Door de Wet van Geloof
- Romeinen 4 – het Voorbeeld van Abraham Die God Simpelweg Beaamde
- Hem Die Niet Werkt: de God Die de Goddeloze Rechtvaardigt
- Romeinen 5:18 – de Absolute Formule van Rechtvaardiging voor Álle Mensen
"door Geloof" – Is Dat een Menselijke Voorwaarde? ↑ hoofdstukken
Vanmorgen wil ik jullie graag meenemen naar het onderwerp dat achter mij geprojecteerd staat: "Door geloof". Die term "door geloof" vind je heel dikwijls in de Bijbel, maar ik ben er eigenlijk wel zeker van dat je die uitdrukking met name bij de apostel Paulus heel vaak aantreft. In de titel heb ik meteen de vraag meegegeven: is dat een beperking? Want in de praktijk, vooral in de theologische praktijk – dat klinkt wat hoogdravend, maar ik bedoel gewoon in de beleving van de christelijke wereld – geldt dit inderdaad als een beperking.
Kijk, ik bedoel dit te zeggen: in de Reformatie, dat is natuurlijk al enige eeuwen terug, in 1517 begon dat, waren er een aantal items die door Maarten Luther enorm voor het voetlicht gebracht werden. Dat heeft een drietal slogans opgeleverd: alleen de Schrift, alleen genade – sola gratia, sola Scriptura – maar ook alleen geloof, ofwel: alleen door geloof. Die waarheid van "alleen door geloof" is in de Reformatie weer herontdekt, waarbij Luther zich met name afzette tegen de rooms-katholieke praktijk en de leerstellingen. Hij verzette zich tegen de gedachte dat een mens gered zou worden door rituelen of door de kerkelijke praktijk; denk aan wat de priester aan de stervende toebedeelt, zoals het laatste sacrament. Al dat soort werken, maar ook in meer algemene zin de gedachte dat een mens aan bepaalde kwaliteiten moet voldoen en bepaalde werken moet verrichten, omdat hij zonder die werken niet gerechtvaardigd kan worden.
Daartegenover plaatst Paulus de waarheid, en Luther herontdekte die waarheid: het is alleen door geloof. En tegenover de kerkelijke leer van "het is ook wat de kerk zegt", zei Luther: "alleen de Schrift". Je gelooft haast niet dat Luther dat zo zei en dat daar het protestantisme uit voortgekomen is, want het protestantisme veranderde in no time weer in slogans als "Schrift en belijdenis". Dit is vooral de frase in de calvinistische wereld, waar men altijd zo spreekt: Schrift en belijdenis. Men bedoelt dan de zogenaamde Formulieren van Enigheid. Met andere woorden: het is niet alleen de Bijbel, maar ook de wijze waarop die in de belijdenissen van de kerk is geformuleerd. Zo is in de praktijk sola Scriptura weer volledig aan de kant geschoven. Als je nu zegt dat alleen de Schrift de autoriteit is, dan ben je een "biblicist". Dat schijnt iets ergs te zijn, maar ik beschouw het eerder als een eretitel.
Het feit dat een mens gerechtvaardigd wordt, niet door werken maar door geloof alleen, is een geweldige ontdekking. Maar ik moet er meteen bij zeggen – geheel in lijn met wat ik zojuist over die belijdenissen aangaf – dat het protestantisme eigenlijk in no time weer is afgeweken van de dingen die het had herontdekt. Want toen werd geloof via een achterdeurtje, stiekem dus, alsnog weer tot een werk verklaard. Want hoezo? Nou kijk, als je zegt dat een mens niet door werken wordt gerechtvaardigd, niet door iets van een menselijke bijdrage, maar door geloof, maar als dat geloof dan vervolgens weer iets is wat een mens moet doen – een menselijke prestatie – dan heb je de definitie slechts iets opgeschoven. Dat betekent dat geloven een werk is geworden, want ja, er wordt wel geloof gevraagd van een mens.
Dat is dan de protestantse versie, en als ik zeg "protestants", dan bedoel ik dat in de breedte: eigenlijk alles wat niet rooms-katholiek is, zowel in de lutherse als in de calvinistische wereld, maar ook in de evangelische wereld. Die laatste kent weliswaar niet zozeer kerkelijke belijdenissen, maar ook daar zegt men inderdaad: "Niet door werken wordt een mens gerechtvaardigd, maar je moet wel geloven." En dat is dan de beperking die alsnog wordt ingesteld. Er wordt namelijk iets gevraagd van de mens; er wordt een voorwaarde gesteld. Een voorwaarde is – ik heb het gisteren nog even in het woordenboek nagezocht, dus ik weet waar ik het over heb – een beperkende bepaling vooraf. Nou, zo geldt geloof in de praktijk dikwijls. Men zegt: "Een mens wordt gerechtvaardigd, ja, en dat is door geloof. Prima." Daar gaan we het nog uitgebreid over hebben. Maar wat men daar vervolgens over zegt is: "Ja, maar dat is dus wel een beperking."
Nou, die vraag... u voelt hem natuurlijk al zitten. En degenen die hier gewend zijn samen te komen, die weten eigenlijk op voorhand al het antwoord. Maar het punt is wel dat je je bewust moet zijn van hoe dat werkt in de praktijk. Hoe men spreekt over "door geloof" en hoe men het inderdaad als een beperking, als een voorwaarde en als een prestatie van de mens introduceert en leert. En hoe geniepig dat is.
Daar wil ik graag eens over doorspreken. En ja, hoe zou ik dat anders doen dan gewoon een passage uit te kiezen? Nou, dat is eigenlijk nauwelijks een keuze, want de passage dringt zich aan je op. We beginnen in Romeinen 3, vanaf vers 21, en dan lezen we door tot in hoofdstuk 4, waarin Paulus dit zo geweldig naar voren brengt. Hij geeft daarin zo duidelijk antwoord op deze vraag: wat is dat voor geloof dat God rekent tot rechtvaardigheid?
Laten we bij het begin beginnen, of in ieder geval bij de passage waar ik het zojuist over had.
Romeinen 3:21 – Gods Rechtvaardigheid Is het Vervullen van Zijn Belofte ↑ hoofdstukken
Vers 21 van Romeinen 3 markeert een enorme ommekeer. Dat blijkt ook wel uit de wijze waarop Paulus dat formuleert, zoals in die aanvang: "Nu echter, los van wet, is rechtvaardigheid van God openbaar gemaakt." Dat "nu echter" demonstreert een contrast, want tot dusver is het de hele tijd gegaan over de "kwaliteiten" – tussen aanhalingstekens – van de mens. Het bekende gedeelte dat daaraan voorafgaat in Romeinen 3 stelt dat er niemand is die goed doet; allen zijn ze afgeweken en tezamen zijn zij onnut geworden. Er is niemand die goed doet, zelfs niet één. Het is een totale aanklacht aan de mensheid waarbij de hele mensheid wordt ingesloten, zodat geen vlees zou roemen voor God. Dat wil zeggen: de mens heeft van zichzelf helemaal niets. Dat is de vaststelling, en die donkere achtergrond is door Paulus juist zo geschilderd om te dienen als het decor voor dat geweldige licht, voor dat juweel van het evangelie dat hij wil gaan uitstallen.
En daarom staat er: "Nu echter, los van wet" – dus ook los van wat er geëist wordt – "is rechtvaardigheid van God openbaar gemaakt." Die term "rechtvaardigheid van God" of "gerechtigheid van God" wordt heel vaak op een specifieke manier uitgelegd. Het is zelfs nog sterker in de vertaling van Luther. Luther spreekt niet over de gerechtigheid van God, maar over de gerechtigheid die voor God geldt. Het idee daarbij is: God eist gerechtigheid en nu is daar een gerechtigheid die voor God geldig is, waardoor voor de mens alsnog een mogelijkheid geopend wordt om te ontkomen aan de veroordeling. Meestal denkt men er dan aan dat wij de wet niet konden houden. Dat is de gangbare uitleg: de mens in het algemeen is niet in staat om de wet te houden, maar zie daar, er is Iemand die de wet wél gehouden heeft: Jezus. Hij zou dat plaatsvervangend voor ons gedaan hebben en dat zou dan de gerechtigheid zijn die voor God geldig is, zodat Jezus’ wetsbetrachting de mens wordt toegerekend. Maar dat is het niet, want dat zou alsnog weer een menselijke gerechtigheid zijn, namelijk dat wat een ander heeft verdiend of plaatsvervangend voor ons doet.
Nee, de rechtvaardigheid van God betekent dat Hij zelf rechtvaardig is en dat Hij dat in dit geval ook openbaart. Als je het hebt over de barmhartigheid van God, dan wil dat zeggen dat God barmhartig is; Hij bewijst barmhartigheid. Of als we het hebben over Gods liefde, dan is dat de liefde die Hij zelf heeft. De rechtvaardigheid van God is dat Hij zelf rechtvaardig is. Hij eist geen rechtvaardigheid, maar Hij gaat nu zelf rechtvaardig handelen. En dan staat er vervolgens in de rest van het vers: "...waarvan getuigenis gegeven wordt in de wet en de profeten." Dus aan de ene kant staat het los van de wet en wordt er niets geëist, maar aan de andere kant is er het getuigenis van de wet en de profeten. Dat is de verzamelnaam voor wat wij het Oude Testament noemen, de Tenach of de Hebreeuwse Bijbel: de vijf boeken van Mozes en de profeten, soms ook nog aangevuld met de geschriften. Dáár wordt al getuigenis gegeven van dat rechtvaardig handelen van God. Het is dus tevoren aangekondigd; in de Hebreeuwse Bijbel vind je dit al: dat God zelf Zijn rechtvaardigheid zou bewijzen.
Nu zou je in eerste instantie kunnen denken: "Maar als de mens niet deugt en God gaat Zijn rechtvaardigheid bewijzen, dan betekent dat dus dat een mens veroordeeld wordt." Nee, het is juist de introductie voor het evangelie. De rechtvaardigheid van God die geopenbaard wordt, spreekt niet van veroordeling of van onze schuld. We komen hier op een van de grootste ontdekkingen die ik heb gedaan over die rechtvaardigheid van God: het heeft te maken met het feit dat God Zijn belofte vervult. Altijd wordt er bij de rechtvaardigheid van God gedacht aan de schuld van de mens, maar in de Bijbel is de rechtvaardigheid van God juist dat Hij recht doet aan dat wat Hij beloofd heeft. Dan praten we niet over de schuld van de mens, maar over de "schuld" van God. Ik weet het, in sommige oren klinkt dat misschien blasfemisch, maar u weet net zo goed als ik: belofte maakt schuld. Als God belooft iets te zullen doen, dan is Hij aan Zichzelf verschuldigd dat ook te vervullen.
Zijn belofte wordt heerlijk vervuld vanaf de aanvang al, vanaf de eerste hoofdstukken van het boek Genesis. Eigenlijk al vanaf het eerste hoofdstuk, toen God sprak over het licht; dat was in feite al een aankondiging van Hem die zou komen, het zaad van de vrouw dat de kop van de slang zou vermorselen. Hij zou komen en Hij zou alles oplossen. Dat is wat God beloofd heeft en God doet recht aan wat Hij gesproken heeft. Dáárvan is tevoren getuigenis gegeven in de wet en de profeten, en God doet daar recht aan. Wanneer Hij Zijn beloften vervult, dán is de gerechtigheid van God geopenbaard. Ik weet het, zulke termen zijn zo zwaar getheologiseerd en er hangt in de praktijk zo'n dogmatische lading aan dat het soms lastig is om erdoorheen te komen. Maar als je eenmaal ziet dat de rechtvaardigheid van God niets anders is dan dat God recht doet aan wat Hij tevoren in de wet en de profeten heeft beloofd, dan is dat op zichzelf een evangelie. In feite is het evangelie niets anders dan de verkondiging van het feit dat God Zijn belofte inmiddels vervuld heeft. In het boek Handelingen zie je dat iedere keer weer: het evangelie is de blijde tijding dat God inderdaad heeft vervuld wat Hij heeft aangekondigd. Dat is bij dezen vastgesteld.
Niet Geloof In, maar het Geloof van Jezus Christus ↑ hoofdstukken
Maar er staat bij: de echte rechtvaardigheid van God door geloof van Jezus Christus. In feite wordt er eerder al in ditzelfde hoofdstuk, in Romeinen 3 vers 3, gesproken over het geloof van God, de trouw van God. God gelooft in Zijn woord. Ja, als er één gelooft in dat woord van Hem, dan is Hij het zelf, want Hij weet dat Hij het gaat doen. Daarom heeft Hij het ook beloofd en Hij is ook bij machte dat te vervullen.
Maar nu wordt dus de rechtvaardigheid van God geopenbaard. Hoe? Wel, door geloof van Jezus Christus. En dan krijg je de ellende al, want wat heeft men daarvan gemaakt? Kijk het maar na. De Statenvertaling heeft het correct. Hoe het zit met de Herstelde Statenvertaling, dat weet ik niet. Iemand merkt op dat ze het veranderd hebben. Ja, ik gebruik hem nooit, maar ik meen al zoiets gehoord te hebben. Ze hebben het bediscussieerd en ze vinden dat ze daar een weloverwogen, terechte keuze in gemaakt hebben. Oké, nou, dat het overwogen is, dat geloof ik wel. Maar of het weloverwogen is en terecht...
Het staat gewoon in een tweede naamval. Natuurlijk kun je dan weer zeggen dat dit soms ook wel iets anders betekent, of je kunt er allerlei redeneringen aan vastknopen. Maar de praktijk is dat je gewoon iets wat zo kostbaar en zo elementair is, wegredeneert. Je kunt daar allerlei mooie argumenten voor bedenken, maar het is toch diep triest dat je daarmee zo'n geweldige waarheid laat ontfutselen.
Er staat hier inderdaad: door het geloof van Jezus Christus. De simpele verklaring van die frase is: Jezus Christus geloofde. Maar dat is toch wat we in het Nieuwe Testament zo overduidelijk vinden? Hij ging de weg van geloof. Hij zegt: "Zie, hier ben ik, in de boekenrol staat van mij geschreven." Hij is die weg gegaan en je leest in de Filippenzenbrief zo prachtig dat Hij gehoorzaam werd — Hij gaf gehoor — tot de dood, ja, tot de dood van het kruis. In Hebreeën 12 staat dat Hij het kruis op zich nam, ziende op de vreugde die Hem voorgesteld was. Ja, en God heeft Hem uit de doden opgewekt. Hij wist dat en in geloof is Hij weggegaan. God had beloofd dat Hij Hem uit de doden zou opwekken en de Heer Jezus wist dat. In de evangeliën leest u dat Hij dat ook meerdere malen tevoren heeft gezegd en aangekondigd hoe, en zelfs hoe en wanneer dat zou plaatsvinden.
Hoe wist Hij dat? Wel, Hij wist wat er in de boekenrol geschreven stond. Via die route en via dat geloof van Jezus Christus wordt Gods rechtvaardigheid — namelijk dat wat Hij beloofd heeft — vervuld. En dan staat erbij: "tot in allen die geloven". Er zijn nog wat vertalingen die daar de frase "en over allen" bij hebben, maar in de meeste handschriften ontbreekt dat. Dus ik kies ook gewoon voor deze weergave.
De rechtvaardigheid van God is dus geopenbaard. Hoe? Wel, door het geloof van Jezus Christus, niet door geloof in Jezus Christus. U begrijpt hopelijk het grote verschil. Het geloof van Jezus Christus is dat Hij geloofde. Het geloof in Jezus Christus betekent dat wij geloven in Hem. Daar heb ik niks op tegen, wij geloven in Hem, maar de rechtvaardigheid van God wordt geopenbaard door het feit dat Hij de weg van geloof is gegaan. Dat is de basis en daar geloven wij in. Dat is waar, maar de rechtvaardigheid van God wordt geopenbaard door Zijn geloof. Het is niet moeilijk; wel moeilijk gemaakt, dat wel.
Maar het staat erbij: "en tot in allen die geloven, want er is geen onderscheid." Eigenlijk staat hier: voor wie het maar geloven wil. Het is namelijk geen beperking. Dat is wat we straks ook nog zullen zien: iedere keer weer dat "door geloof" en hier ook "tot in allen die geloven". Dat is geen beperking. Als gezegd wordt dat God dat doet door geloof, dat een mens gerechtvaardigd wordt door geloof, dan wordt daarmee het instrument aangewezen hoe God dat doet. Hoe rechtvaardigt Hij een mens? Wel, inderdaad door geloof. Is dat een beperking? Nee, helemaal niet. Hij zegt alleen daarmee hoe Hij elk mens gaat rechtvaardigen. Het is het aanwijzen van de methode, de wijze waarop, of het instrument dat Hij daarvoor kiest: door geloof. Er is geen andere weg. Dat is waar.
En er staat hier ook bij: "tot in allen die geloven". Als je het heel letterlijk neemt: die mededeling van Gods rechtvaardigheid, die openbaar is gemaakt door het geloof van Jezus Christus, dat is een mededeling, een bericht. Het is trouwens geen aanbod; dat is ook een typisch protestantse term: "het aanbod van de genade". Nee, het is geen aanbod, het is een mededeling. En waar komt dat binnen? "Tot in allen". Hoe komt een mededeling of een bericht naar binnen? Ik vind het wel mooi dat hier inderdaad staat "tot in allen", letterlijk uit het Grieks. Ik neem dat eventjes heel letterlijk. Hoe komt een bericht nou binnen bij een mens? Via het gehoor. Je moet een bericht eerst horen en dan komt het binnen. Je kunt het horen waarbij het er hier in gaat en daar weer uit, dat kan ook. Maar als het echt binnenkomt — en dan bedoel ik in het hart — dan is dat door geloof. Dat het landt, zeggen we dan, dan komt het binnen. Als een woord echt binnenkomt, dan zeg je: "Amen."
Hoe komt die mededeling van Gods rechtvaardigheid, van Jezus Christus, binnen? Wel, door geloof. Ook dat is geen hogere wiskunde; dat is hoe we weten dat een bericht überhaupt bij iemand binnenkomt, namelijk via het oor normaal gesproken en dus door gehoor te geven. Dat is eigenlijk ook wat gehoorzamen is. Gehoorzamen betekent niet dat je iets doet wat gezegd wordt — dat is weer de wet — maar dat je gehoor geeft aan wat beloofd is of aan een mededeling die gedaan wordt. Je geeft daaraan gehoor. En wie opent oren? Het oog dat ziet en het oor dat hoort, beide heeft de Heer gemaakt. Oké.
Allen Zondigden Én Allen Worden Om Niet Gerechtvaardigd ↑ hoofdstukken
"...tot in alle die geloven, want er is geen onderscheid." Paulus hoeft dat hier niet meer toe te lichten, want dat had hij in het voorgaande al gedaan: allen zijn afgeweken, allen zonder enige uitzondering. Vandaar ook dat er staat: "want allen zondigden." Dat is een toelichting op het feit dat er geen onderscheid is. Want allen zondigden. Wie dan? Nou, wij allen. En dat betekent inderdaad gewoon iedereen, zonder uitzondering of onderscheid.
Want allen zondigden en hebben tekort van de heerlijkheid van God. Andere vertalingen zeggen vaak zoiets als "derven", maar het komt er op neer dat ze tekortkomen. Daarbij is de vraag niet hóéveel ze tekortkomen. In feite wordt hier gewoon iets aangewezen: of je nu zwaar gezakt bent voor een examen of een klein beetje, je bent gewoon gezakt. Of je nu bijna geslaagd bent – ik heb daar ooit een mooi verhaal over gehoord, maar bijna geslaagd betekent simpelweg dat je gezakt bent. Dat is de tragiek van de mensheid. Er zijn sommigen die misschien bijna geslaagd zijn, gesteld dat dat zo is (ik weet niet eens of het waar is wat ik nu zeg), maar eigenlijk doet het niet ter zake. Je bent gezakt. Dus we zijn allemaal gezakt en we komen tekort. Waaraan? Aan Gods heerlijkheid. Hoeveel tekort maakt niet uit, je komt tekort en vandaar ook dat je je doel mist. Dat is eigenlijk wat zondigen in de kern is: je doel missen. Iedereen, of je er nu ver naast zit of er dichtbij bent, we hebben allen tekort van de heerlijkheid van God.
En dan staat erbij: "...en worden om niet gerechtvaardigd in de genade van Hem door de verlossing die in Christus Jezus is." Verlossing is hier de vrijkoping, de losprijs. Maar neem deze zin gewoon zoals hij zich aandient. Het is dus: allen zondigden, allen hebben tekort van Gods heerlijkheid, en allen worden om niet gerechtvaardigd. Oftewel: om niet rechtvaardig verklaard. "Om niet", en als je dat nog niet begrepen had, dan staat er vervolgens: "in de genade van Hem." Maar genade betekent ook "om niet", zodat dit feit een geweldige bekrachtiging is: het is om niet! Vandaar ook dat het niet door werken is. Om niet betekent gratis; je kunt daar niets aan toe- of afdoen. Zoals allen zondigden, zo zullen allen worden gerechtvaardigd. Daar zijn geen voorwaarden aan verbonden.
Dit is zo'n geweldige mededeling, dit is de essentie van het goede bericht. Dit is wat wij vertellen. We vertellen van een God die deze wereld verzoent. Allen zijn zondaren, zonder enige uitzondering, en iedereen – al die miljarden mensen – wordt om niet gerechtvaardigd. Wanneer? Dat is nu even niet aan de orde, maar het feit wordt gesteld. In de praktijk blijkt dus dat God daar de tijd voor neemt en dat de voltooiing van Zijn plan nog even duurt. God heeft de tijd. Hij heeft zelf de tijden, de aionen, de wereldtijdperken gecreëerd. We zijn immers ook niet allemaal tegelijk geboren en we zondigden ook niet allemaal tegelijk. Er zijn generaties voor en achter ons; het is een proces. Maar het feit staat: allen zondigden en allen worden om niet gerechtvaardigd in de genade van Hem, door de verlossing die in Christus Jezus is.
Dat is de mededeling. Sommigen geloven dat, maar de meesten niet. En ik moet erbij zeggen: de meesten horen het ook niet. En degenen die geacht worden het te vertellen, degenen die het evangelie kennen en die speciale diensten organiseren – ik heb het gewoon over de kerk, de christenheid die samenkomt om het evangelie te vertellen – vertellen zij dan dit geweldige bericht dat allen die zondigden ook allen om niet worden gerechtvaardigd? Nee, dat is daar vaak verboden. Als er één categorie is (en nu ga ik het heel onaardig zeggen) die ongelovig is op dit punt, dan zijn zij het wel. De meeste mensen daarbuiten zijn onwetend hierover, want ze hebben het nooit gehoord. En strikt genomen: als je dit nooit gehoord hebt, ben je niet ongelovig. Je kunt pas iets geloven als je het gehoord hebt, maar je kunt ook pas iets níét geloven als je het gehoord hebt. Als je het nog niet gehoord hebt, ben je onwetend. De meeste mensen zijn onwetend, maar er is een categorie die inderdaad niet gelooft, die dit absoluut niet wil horen omdat het bijvoorbeeld als een ketterij wordt gezien. Dat is scherp, ja, maar dit is kraakhelder opgetekend.
De kracht zit hem juist in het feit dat het zo simpel is en dat je het ook zo simpel en zwart-wit moet vertellen als het er staat: allen zondigen, allen derven de heerlijkheid Gods en allen worden om niet gerechtvaardigd in de genade van Hem door de verlossing die in Christus Jezus is. Hij heeft de prijs betaald. En dat is dus dat geloof van Jezus Christus. Moeilijker is het niet. Ik ben nu bij vers 24 en ik sla nu even een paar verzen over, want het zou te ver voeren om die er ook nog bij te betrekken. Je moet natuurlijk ook weer niet al te gek maken met de tijd. Het gaat mij deze morgen puur even om die kwestie van "door geloof". Door geloof, ja, maar wat voor geloof is dat dan? En is dat een beperking? Daarom slaan we een paar verzen over en komen we nu aan bij vers 27.
Waar Blijft het Roemen? Uitgesloten Door de Wet van Geloof ↑ hoofdstukken
Wat feitelijk die andere verzen betreft: die kon ik in dit verband ook wel skippen. En dan stelt Paulus de retorische vraag: waar blijft dan het roemen? Dat wil zeggen: het roemen in zichzelf, in dat wat de mens zelf kan. Paulus zegt erbij – en dat zegt hij wel vaker, hij wordt eigenlijk niet moe om het te herhalen, want in de Korintiërsbrief zegt hij iets dergelijks en in de Efeziërsbrief zegt hij dat ook – daar zegt hij ook: "Want door genade bent u gered, door geloof, en dat niet uit uzelf". Dat "niet uit uzelf" slaat zowel op de redding als op het geloof. Dat is niet uit uzelf. En dan staat erbij: "opdat niemand roeme". Want als het namelijk wel iets van jezelf is, dan heb je toch enige roem. Nee, dat is juist uitgesloten. De clou voor het evangelie is dat er niets van de mens bij is. En dat is wat wij geloven; dat is de essentie van dat geloof.
Waar blijft dan het roemen? Het is uitgesloten! Door welke wet? Van de werken? Werken is dus verdienen. Dat is heel essentieel als definitie voor werken: werken betekent altijd iets doen voor loon. Dat is werk. Je kunt op je gat zitten – en de meeste mensen doen dat tegenwoordig de hele dag achter hun bureau bij de computer – maar het is wel werk, want je doet het namelijk voor loon. Dan kom je 's avonds thuis en dan ga je vervolgens een eind rennen en zweten, maar dat is geen werk. Want dat doe je nou weer niet voor je geld; dat doe je voor de aardigheid of om andere redenen. Of omdat de kerst eraan komt en je gisteren zoveel gegeten hebt dat je vooraf maar even ruimte gaat maken. U begrijpt mijn punt: werken betekent iets doen voor loon.
Oké, door welke wet dan? Van de werken? Nee. Maar als je dan toch echt van "wet" wilt spreken, dan noemt Paulus de "wet van geloof". Dat wil zeggen: de wetmatigheid. Paulus speelt in de hele Romeinenbrief nogal met het woord "wet" en de term "wetmatigheid". De wet van geloof. En over welk geloof heeft hij het dan? Wel, de erkenning dat God onvoorwaardelijk, "om niet", geeft. Dat is geloof. Geloof is dus niet een prestatie of iets wat van de mens gevraagd wordt; nee, het is de wijze waarop God de dingen doet en het is ook de erkenning dat Hij om niet geeft. Want anders zou het inderdaad iets zijn wat uit de mens voortkomt en wat afhankelijk zou zijn van onze actie. Dan hebben wij toch wel degelijk roem. Dan kun je wel zeggen: "Maar dat is geloof", maar als je daar dan alsnog weer een werk van hebt gemaakt – dat wil zeggen dat jouw rechtvaardiging afhankelijk zou zijn van wat jij doet, en als je dat niet doet, heb je daar geen deel aan – dan kun je het wel geloof noemen, maar dan is het ongeloof. Dat bedoel ik met "stiekem". Het is eigenlijk heel sneaky. Dat je daarin stinkt, dat is tragisch. De hele protestantse wereld zegt: "Ja, nee, een mens wordt niet gerechtvaardigd door werken, er is niets van een mens bij, maar je moet wel geloven. Heb je niet geloofd? Ja, dan komt het nooit meer goed." Dat betekent dus dat je alsnog weer van geloof een werk hebt gemaakt. Doei evangelie! Want dat is daarmee volstrekt weg en verdwenen.
Want, zegt Paulus, wij rekenen dat een mens gerechtvaardigd wordt in geloof, los van werken van wet. Namelijk geloof in de God die allen om niet rechtvaardigt. Dat geloof, los van werken van wet. Of is Hij alleen, zegt Paulus dan, de God van Joden? Hij is inderdaad de God van Israël, zo wordt Hij dikwijls genoemd. Is Hij het ook niet van de natiën? Jazeker, zegt Paulus, ook van de natiën. Hij heeft Israël uitverkoren om alle natiën te zegenen, maar Hij is de God van de hele wereld. En dan vervolgt hij: "Wanneer er namelijk één God is, die de besnijdenis zal rechtvaardigen vanuit geloof en de voorhuid door het geloof". De grap bij dit vers is dat het nogal wat problemen heeft opgeleverd in de uitleg, omdat men heel vaak het accent legt op het voorzetsel. Maar dat is nu juist niet het punt. Ik wil daar wel wat over zeggen, maar het gaat erom dat er één God is en één methode, instrument of kanaal waardoor rechtvaardiging plaatsvindt, namelijk geloof.
Waarom zegt hij dan in het ene geval "vanuit" en in het andere geval "door"? De besnijdenis is een technische term voor het volk dat besneden is: voor Israël, de Joodse voortrekkersrol. Ik denk dat het loutere feit dat daarvan gezegd wordt "vanuit geloof" komt doordat de besnijdenis zich bij de bron bevindt. Vandaar: vanuit geloof. En de natiën komen daar indirect bij, en vandaar: door geloof. Als u het mij vraagt, is dat de strekking van het verschil tussen die beide voorzetsels. Maar nogmaals: het gaat erom dat er één God is, ongeacht of dat nou de besnijdenis is of de voorhuid, en ze worden gerechtvaardigd door geloof in die God die om niet rechtvaardigt. Het is een bericht, onvoorwaardelijk voor iedereen, en vandaar dus om niet en in genade. Dat is dat geloof. Israël zit daar dicht bij de bron, en de natiën of de "voorhuid" – ook weer zo’n technische term voor degenen die niet besneden zijn en dus de voorhuid nog hebben – zij hebben het via-via en vandaar dat zij door geloof worden gerechtvaardigd.
Dan roept Paulus zelf de vraag op – dat doet hij voortdurend, hij is eigenlijk in gesprek met zichzelf met een soort retorische vragen: stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Met andere woorden: hebben wij daarmee die boeken – misschien bedoelt hij heel het Oude Testament of meer specifiek de Torah, de boeken van Mozes – stellen wij die buiten werking doordat we nu zeggen dat het niet om de wet gaat maar om geloof? Dan zegt hij: absoluut niet! Hij zegt: we houden de wet staande. Kijk, het is in feite net als wat we al eerder in vers 21 lazen (dit is vers 31): het is los van wet en het is wel degelijk al aangekondigd in de wet. Vandaar dat Paulus vanaf het volgende hoofdstuk, hoofdstuk 4, teruggaat naar het boek Genesis.
Het interessante is dat hij vanaf hier het voorbeeld van Abraham gaat geven. Dat staat in de Torah, maar het gaat vooraf aan de wet. Dat is misschien wat moeilijk, maar ik bedoel dit: Paulus legt dat in de Galatenbrief ook uit. Van Abraham lees je al dat hij werd gerechtvaardigd. Dat staat in de wet, in de Torah, jazeker. Maar het werd van Abraham gezegd eeuwen voorafgaand aan de wetgeving op de Sinaï. Paulus legt dat in Galaten 3 ook zo uit. Hij zegt: ja, de wet werd gegeven op de berg Sinaï, maar eeuwen daarvoor al lees je dat een mens – in dit geval Abraham – gerechtvaardigd werd. Hoe? Dus niet door de wet, want die zou nog eeuwen op zich laten wachten. Mensen hebben heel vaak de indruk dat de wet het Oude Testament is en dat alles voorafgaand aan Christus "onder de wet" was. Dat is niet waar. De wetgeving was 2500 jaar na Adam – ik denk zelfs letterlijk op het jaar 2500. Tweeënhalf millennium heeft de mensheid het zonder wet moeten stellen, of mogen stellen, ik weet niet hoe ik het zeggen moet. En toen de wet gegeven werd, werd deze ook niet aan de mensheid gegeven, maar werd ze aan één volk gegeven dat uit Egypte was uitgeroepen. Dus de hele wereld is niet onder de wet.
Romeinen 4 – het Voorbeeld van Abraham Die God Simpelweg Beaamde ↑ hoofdstukken
In onze hoofdstukindeling begint nu een nieuw hoofdstuk. Wat zullen we dan zeggen? Dat Abram – het is een wat letterlijke weergave – dat Abram, onze voorvader naar het vlees, heeft gevonden? Hij doelt hier op rechtvaardiging, want dat was namelijk het onderwerp. Vond hij dat naar het vlees, in de zin van: vond hij dat door dingen te doen, door dingen te verdienen of door werken? Eigenlijk moet ik nu gewoon doorlezen, want Paulus licht vervolgens toe waar hij het over had. Want indien Abraham uit werken werd gerechtvaardigd, dan heeft hij roem. Maar niet naar God toe. Dat wil zeggen: als van Abraham zou zijn gezegd dat hij rechtvaardig is omdat hij dingen deed, omdat hij werkte of omdat hij dingen verdiende, ja, dan kon hij zeggen: "Dat staat op mijn conto." Dan zou hij zich daarin kunnen beroemen. Maar dat zou dan eigen roem zijn. U weet het hè? Dat stinkt. Het is geen roem naar God toe en daar gaat het nu juist om. Het evangelie is zwart-wit: niets van de mens, alles van Hem. Zonder kleine lettertjes, zonder uitzonderingen. Dit is het universele principe. Indien Abraham uit werken werd gerechtvaardigd, heeft hij roem, maar niet bij God.
Want, zegt Paulus dan: wat zegt de Schrift? Ik kan het u verklappen, dit is zo elementair, want wat hij nu aanhaalt komt nogal eens terug in het Nieuwe Testament. Het drukt voor een heel belangrijk deel de essentie uit van wat hij te melden heeft. Wat zegt de Schrift? Er staat in Genesis 15 vers 6 – dat was nog voor de geboorte van Ismaël – dat Abram naar buiten werd geroepen. Toen was het trouwens nog Abram; hij had die 'H' in zijn naam nog niet gekregen, dat zou pas later gebeuren, evenals bij Sarah. Abram werd naar buiten geroepen en hij moet naar boven zien. "Kun je die sterren tellen?" Nou, het antwoord is nee. En dan zegt God: "Zo zal jouw nageslacht zijn." Hij duizelde onder die enorme hoeveelheid lichten die hij aan de donkere hemel zag en dan krijgt hij de verzekering van God: als de sterren des hemels – later lees je ook nog: als het zand aan de oever van de zee – zo zal jouw zaad zijn. Moet je nagaan: een kinderloze Abraham, wiens vrouw onvruchtbaar was. Dat hadden we al eerder gelezen. Ik weet het, dat krijgt in de loop van de geschiedenis allerlei wendingen; hulpmiddelen worden ingezet, Hagar, Ismaël, allemaal tot uw dienst. Maar hier staat: God zegt "zo zal jouw nageslacht zijn."
En dan staat er: en Abraham geloofde God. Letterlijk in het Hebreeuws: hij beaamde God en het werd hem tot rechtvaardigheid gerekend. Dat is een wat vreemde manier van formuleren in onze beleving, maar dat betekent gewoon dat God Abraham rekende als een rechtvaardige. Waarom? Ook dit wordt nogal eens misverstaan. In verband met bijna elk onderwerp zijn er misverstanden, maar zeker ook hier. Als het gaat over het woordje 'rekenen', wordt dat heel vaak puur administratief opgevat. God rekende Abraham tot rechtvaardige en dan zegt men: "Ja, Abraham was geen rechtvaardige, maar God rekende hem zo." Dat is trouwens heel inconsequent, want een paar verzen later wordt er gesproken over: "Welgelukzalig is de mens wie de Heer zijn ongerechtigheid niet toerekent." Is dat dan ook: "Je bent niet onrechtvaardig, maar zo rekent God je"? Nee, natuurlijk niet. Hij rekent jou rechtvaardig, Hij verklaart jou rechtvaardig.
Voor God is er maar één ding wat telt: dat we Hem op Zijn woord geloven. Van Abraham werd niets gevraagd. Dit is zo belangrijk. Als Abraham naar buiten wordt geroepen en hij kijkt naar boven en God zegt: "Zo zal jouw nageslacht zijn," dan zou Abraham wellicht allerlei vragen hebben gehad over hoe dat zou gaan gebeuren, maar dat staat er niet. Hij beaamde God: "U zegt het." En dan staat er: voor God was hij een rechtvaardige. Wat maakt een mens rechtvaardig? Als je God restloos vertrouwt: "U zegt het." Er werd niets gevraagd en er werden ook geen voorwaarden gesteld. Dat is logisch: er werd niks gevraagd, dus er werd ook niks geëist. God zei niet: "Als jij nu accepteert wat Ik beloof, dan ga Ik mijn belofte vervullen." Helemaal niets. God zegt: "Zo zal het zijn." De essentie hiervan is dat het een mededeling was aan Abraham: "Zo zal dat gebeuren." En Abraham geloofde die onvoorwaardelijke mededeling. Dat is wat geloof is: vertrouwen op God. U belooft het en U gaat het vervullen. In feite drukt Abraham met dat geloof uit: mijn geloof doet helemaal niet ter zake, want U heeft het beloofd.
Het klinkt wat vreemd, maar wie het vatten kan, vatte het: geloof dat God tot rechtvaardigheid rekent, is juist dat geloof waarin ons geloof niet ter zake doet. Dat geloof. Ik geloof in Zijn geloof. Een mens wordt gerechtvaardigd doordat God gelooft en Hij recht doet aan dat wat Hij belooft. Dat doet Hij door Jezus Christus, door het geloof van Jezus Christus. Daar geloven wij in en dat is het geloof wat voor God telt. Dat is ook inderdaad Hem vertrouwen. Ik durf rustig te zeggen dat een heleboel mensen in God geloven, niet omdat ze Hem vertrouwen, maar juist omdat ze Hem wantrouwen. Dat is ook wat mensen zeggen: "Dit is de boodschap, maar wat ik nu vanmorgen hier vertel, dat zou wel erg makkelijk wezen." Dat is altijd de standaardkritiek. "Nee, je moet wel... je moet hel en verdoemenis prediken. Je moet vertellen dat een mens wel moet geloven." Je hoeft er bijna niks voor te doen? Nou, op het moment dat je dat zegt – "Je hoeft er bijna niks voor te doen, je hoeft alleen maar te geloven" – dan zijn dat dus weer die kleine lettertjes.
Het hele begrip 'gratis', wat je in allerlei reclames ziet: "Gratis!" En dan blijkt er in de kleine lettertjes altijd dat er toch allerlei voorwaarden aan verbonden zijn. Dat is hetzelfde gedoe en dezelfde leugens die ons verkocht worden in de christenheid. Men heeft de mond vol over genade en dat het "om niet" is, maar "je moet wel..." Wat is dat? De wereld heeft echt wel door dat dit huichelarij is. In Romeinen 2 wordt dat van Israël gezegd: dat de naam van God gelasterd wordt vanwege hun huichelarij. Ze zeiden het ene, maar in werkelijkheid belasterden ze God. Ik durf te zeggen dat de hele leer van hel en verdoemenis en de voorwaardelijkheid van geloof niets anders is dan het lasteren van God. Je hebt namelijk dat wat Hij gezegd heeft – "Dit ga ik doen, om niet, voor allemaal, zonder uitzondering, iedereen" – helemaal om zeep geholpen door via een achterdeurtje te zeggen: "Ja, maar toch..."
Abraham geloofde en het werd hem gerekend tot rechtvaardigheid. En dan zegt Paulus: "Nu wordt hem die werkt het loon niet toegerekend naar genade, maar naar schuld." Dat is logisch. Als je werkt, dan krijg je geld en dat is niet "om niet". Nee, daar heb je gewoon recht op. De ander is jou dan verschuldigd dat te geven. Dat is toch logisch? Dit stemt ook precies overeen met wat ik zojuist bedoelde met werk.
Hem Die Niet Werkt: de God Die de Goddeloze Rechtvaardigt ↑ hoofdstukken
Maar hem die niet werkt... het is essentieel, hier staat het zo krachtig. Alleen al dit ene vers doet alles teniet van wat er over dit onderwerp in het algemeen traditioneel, mainstream of hoe je het ook maar zeggen wilt, beweerd wordt. Hem die niet werkt — zoals Abraham die de mededeling kreeg: "zo zal jouw nageslacht zijn" en Abraham geloofde dat. Hem die niet werkt, maar geloof vertrouwt op Hem, of geloof vestigt op Hem, die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.
Dit is essentieel. Wij geloven in Hem die de goddeloze rechtvaardigt. Hoe doet Hij dat? Door geloof, ja, want zo werkt God altijd. Maar als hier staat dat God de goddeloze rechtvaardigt, dan rechtvaardigt Hij dus iedereen. Want dat was toch waar Paulus mee begon in Romeinen 3? Er is niemand die God zoekt, zelfs niet één. Dat zijn dus de onvromen eigenlijk, degenen die God niet de eer geven. God rechtvaardigt allen, om niet. En vandaar dat Paulus ook zegt: "hem die niet werkt maar gelooft". Hij verklaart zich nader; hij zegt het expres zo sterk: God rechtvaardigt de goddelozen.
Natuurlijk, de wijze waarop is altijd hetzelfde: Hij brengt de mens tot erkenning. Dat is toch wat de Schrift zegt, dat elke tong gaat belijden en elke knie gaat buigen? Dat heeft te maken met het feit dat God iedereen inderdaad tot die erkenning brengt. En elke tong zal belijden dat Hij Heer is. Ja, dat is waar. Het loutere feit dat er vandaag mensen zijn die mogen geloven, dat komt omdat Hij jou daarvoor — dat is Romeinen 8 trouwens weer — geroepen heeft. Hij heeft je tevoren gekend, tevoren bestemd, en degenen die Hij bestemt, die roept Hij; en die Hij roept, die rechtvaardigt Hij; en die Hij rechtvaardigt, die verheerlijkt Hij. Wat is daar van de mens bij? Niks.
Dat wat wij nu als uitzondering, in feite als eerstelingen mogen beleven — dat is trouwens ook Romeinen 8, eerstelingen — dat heeft Hij voor de hele schepping weggelegd, maar niet allemaal tegelijk. Het is een voorrecht, maar het is ook eenzaam om een uitverkorene te zijn, want dat is in feite exclusief: jij wel, de rest nog niet. Nog niet... dat vind ik ook wel erg mooi. Als ik het heb over ongelovigen, dan kun je zeggen: ze geloven niet of ze weten het niet, maar je kunt ook zeggen: ze geloven nog niet. Elke ongelovige is een nog-niet-gelovige. Oké, je moet soms wat geduld hebben.
Het is geweldig hoe Hij zo tegen de mensheid aankijkt. God zegt: allen zondigden en allen worden om niet gerechtvaardigd. En hier ook: hem die niet werkt maar geloof vestigt op Hem die de goddeloze rechtvaardigt, die wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid. Dit is positief geformuleerd. Als ik nu dezelfde waarheid negatief formuleer, dan krijg je: wie niet gelooft dat God de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof niet gerekend tot rechtvaardigheid. Als ik het zo doe, zeg ik hetzelfde, maar dan heb ik het contrast denk ik wat sterker neergezet.
Vraag het maar eens. Je kunt wel zogenaamd het evangelie vertellen, maar vraag eens een keertje: "Geloof jij dat God de goddeloze, ongeacht wie, rechtvaardigt?" Dan hoor je het wel. Maar jij gelooft dat wel. Kijk uit, beroem je er niet op hoor! Maar het is zo'n machtige waarheid.
Romeinen 5:18 – de Absolute Formule van Rechtvaardiging voor Álle Mensen ↑ hoofdstukken
Als klap op de vuurpijl – dit was Romeinen 4 – ga ik u nu nog een vers noemen waar dat gewoon zo expliciet staat: Romeinen 5 vers 18. Romeinen 5 is zo geweldig, omdat Paulus zijn betoog daar zo logisch opbouwt. Vanaf vers 12 pakt hij het heel universeel aan. Heel inclusief, als ik het moderner mag zeggen: het gaat over heel de mensheid, alles wat ademhaalt. Door één mens is de zonde in de wereld gekomen, en door de zonde de dood, waarop alle mensen zondigen. De hele mensheid wordt hier ingesloten.
Paulus doet dat wel vaker; hij gebruikt wat omwegen en tussenzinnen. Uiteindelijk gaat hij de vergelijking afmaken. Dat doet hij pas in vers 18, en hij doet het als een wiskundige formule. Ik vind vers 18 prachtig, ook qua vorm. Wist u dat deze zin in het Grieks niet eens een werkwoord bevat? Er staat geen werkwoord in; het is een pure formule. En die formule is zo absoluut. Juist omdat ze zo absoluut is en geen uitzonderingen kent, is het ook zo simpel. Dat is wat formules in het algemeen vaak ingewikkeld maakt: de uitzonderingen erop. In dit geval niet.
Ik lees het: "Zo dan, zoals door één misstap..." Het gaat hier dus om het maken van een vergelijking. Een 'overtreding' is letterlijk een misstap, als je ergens overheen stapt. Zoals door één misstap – en het is duidelijk waarop gedoeld wordt: de misstap van Adam – voor alle mensen tot veroordeling was. Het Nederlands vereist natuurlijk een werkwoord, vandaar dat ik 'was' er tussen haakjes bij heb gezet. Zoals door één misstap voor alle mensen tot veroordeling was, zo ook... Die tweede helft verwacht je nu, want als je begint met een vergelijking, moet je hem ook afmaken. Eén misstap, en alle mensen zijn veroordeeld. Tot wat?
Nou, we zijn allemaal Adamieten en dus zijn we veroordeeld om zondaars en stervelingen te zijn. Dat was u al, dat was ik al, en dat was iedereen al vanaf het moment dat we ter wereld kwamen. "Wat een schattig kind," zegt men dan. Ja, maar het is wel een zondaar en een sterveling. Dat weet je al. Zelfs als hij nog niet dood is, is hij een sterveling, want het stervensproces is gaande. Dat geldt voor alle mensen, zonder uitzondering. U zegt misschien: "Dat is oneerlijk, ik heb er helemaal niet voor gekozen." Hij daar ooit, zesduizend jaar terug, beging die misstap. Dat is een geschiedenis apart. Wij zijn nu allemaal veroordeeld; we zitten allemaal in hetzelfde schuitje omdat we Adamieten zijn. En daardoor zijn wij daartoe veroordeeld.
Maar wacht even, dat is pas de helft van de waarheid. Nu wordt het juist zo mooi: "...zo ook door één rechtsuiting voor alle mensen tot rechtvaardiging van leven." Of: "door één daad van gerechtigheid." Ik denk dat het hier gaat over dat geloof van Jezus Christus, waardoor Gods rechtvaardigheid geopenbaard werd. Er staat dus twee keer "alle mensen". De ene kant is: één misstap, alle mensen, universele veroordeling. De andere kant is: één rechtsuiting, alle mensen, rechtvaardiging voor leven.
Wilt u het simpele? Dit kan een klein kind begrijpen. Het is zo schoon en zo mooi in zijn eenvoud. Dit is het Evangelie. Op het moment dat je hier mitsen en maren bij gaat zetten, help je de vergelijking om zeep. Dan klopt de formule namelijk niet meer. De gangbare leer zegt: "Ja, alle mensen zijn wel zondaars, daar zijn we inderdaad allemaal toe veroordeeld, maar niet alle mensen worden gerechtvaardigd. Nee, want je moet wel geloven." Terwijl men dat zegt, demonstreert men juist dat men het niet gelooft. Als je zegt: "Ja, maar je moet het wel geloven," dan zeg je feitelijk: "Ik geloof er geen barst van."
Ja, zo werkt dat. Maar laten wij hier een uitroepteken zetten. Daar wil ik het ook echt bij laten, want hier valt zo weinig aan toe te voegen. De rest is slechts een voetnoot; dit is de basis, de essentie. Dit is wat wij geloven: Zijn geloof. En dat is absoluut afdoende en universeel. Amen.
UltimateGoodNews