GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de verhoogde slang

15-01-2023 - Geplaatst door Andre Piet
15 januari 2023, Alblasserdam

Aäron was op de berg Hor overleden, waarna het volk via een omweg verder trekt, zo lezen we in Numeri 21. In ongeloof loochent men keihard het water en het brood dat men van Godswege had ontvangen. God antwoordt daarop door vurige slangen te zenden die velen onder het volk dodelijk treffen. Schuldbewust komt het volk daarna tot inkeer en Mozes krijgt de opdracht een koperen slang op een vaandelstok te plaatsen. En ieder die daarop zag, zou in leven blijven. Vijftien eeuwen later verwijst Jezus in een nachtelijk gesprek met “de leraar van Israël” naar deze gebeurtenis. De verhoogde slang spreekt van de Ben-Adam die verhoogd zou worden!

timestamps
2:45 welkomstwoord Gerard
5:51 presentatie Art: vissen
26:18 presentatie André de verhoogde slang

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de geschiedenis van de koperen slang uit Numeri als een typologisch beeld van de overwinning op de dood. Waar de vurige slangen het oordeel en de dood brachten, bracht de verhoogde koperen slang redding en leven voor ieder die ernaar opkeek. Dit is een voorafschaduwing van de verhoging van de Zoon des mensen. Deze verhoging verwijst niet naar het kruis, wat Zijn uiterste vernedering was, maar naar Zijn opstanding en verheerlijking. De kern van het evangelie is dat geloven gelijkstaat aan omhoog kijken naar de levende en verhoogde Christus, wat resulteert in onvergankelijk leven.

“Het is het evangelie in een notendop: het gaat in de Bijbelse boodschap altijd om de overwinning op de dood.”

De Historische Context: Israëls Omweg en de Dood van Aäron ↑ hoofdstukken

En nu gaan we dus verder met de Verhoogde Slang, een geschiedenis die we aantreffen in Numeri 21. Het zijn maar een paar verzen die we daar aantreffen naar aanleiding van deze toch wel redelijk bekende geschiedenis. Voordat we daar nu naartoe gaan, wil ik nog even iets zeggen over de context en de samenhang waarin dat geplaatst is, want het hoofdstuk wordt voorafgegaan door een twintigtal andere hoofdstukken.

Direct voorafgaand vind je in hoofdstuk 20 de geschiedenis dat Israël — je moet je realiseren, ze stonden op het punt om het beloofde land in te gaan — zich in het veertigste jaar van de woestijnreis bevond, zo lezen we. Maar dan mogen ze een bepaalde route niet bewandelen, namelijk de koninklijke weg. Ik kom daar straks nog even op terug. Juist daarom wordt het volk verplicht om een andere weg te gaan. Israël kwam dus vanuit de woestijn en wilde richting het beloofde land gaan, maar dan moet ze ook het gebied van Edom passeren. Edom weigert dat echter. Eigenlijk was Edom gewoon een broedervolk, de nakomelingen van Ezau. Maar tussen die twee, tussen Jakob en Ezau, was er altijd hommeles. Vanwege de weigering van Edom moest Jakob — Israël dus — een omweg maken.

Eigenlijk is dat iets wat al zo vaak had plaatsgevonden. Het begon ooit in de geschiedenis al toen Jakob naar het buitenland moest gaan voor twintig jaren, allemaal vanwege conflicten met Ezau, met Edom. Dit heeft trouwens nog veel meer parallellen met allerlei andere geschiedenissen. Waarom zeg ik dat? Omdat het zo apart is dat Israël de koninklijke route niet mag gaan, maar een omweg moet maken. Ik zeg dit uiteraard met een typologische reden — en in dit gezelschap zal dat geen verrassing zijn. Er zit een gedachte achter: in feite speelt dit in op de huidige tijd waarbij Israël een omweg moet maken. Ze komt wel bij het beloofde land, maar uiteindelijk is dat toch via een andere route dan aanvankelijk gepland.

Dat was het eerste punt wat ik nog even wilde maken als het gaat over de zetting: Israël moest dus een omweg maken. Dan lees je ook nog dat vlak voorafgaand aan die geschiedenis van de koperen slang Aäron komt te overlijden bij de berg Hor. Hij draagt daar letterlijk zijn functie en zijn kledij over aan zijn zoon Eleazar, in feite de tweede priester. Ook dat is weer zo veelzeggend, want het spreekt ervan dat Aäron, de eerste hogepriester, sterft en terzijde geschoven wordt, en de tweede hogepriester, Eleazar (waar Lazarus de Griekse versie van is), neemt dat over. Dat spreekt logischerwijs van de tweede hogepriester. Eigenlijk gaat de hele Hebreeënbrief over dat fenomeen: dat het hele Aäronitische priesterschap plaats moet maken voor een nieuw priesterschap van een heel andere orde. Dat is gebaseerd op de opstanding van Jezus Christus: het priesterschap van Melchizedek, de koning-priester.

Ik zeg dit dus om even aandacht te vragen voor de hele samenhang van die geschiedenis: die omweg van Israël en de dood van Aäron. Dan pak ik hier de geschiedenis op bij Numeri 21 vers 4. Er staat: "En zij reisden vanaf de berg Hor." Dat gaat uiteraard over het volk van Israël. Eigenlijk is dat wel grappig, want Hor of Har betekent in het Hebreeuws beide berg of hoogte. Ze reizen vanaf de berg Hor op weg naar de Schelfzee. Eigenlijk gingen ze weer terug. Ze waren ooit uit de Schelfzee getrokken, over het water, 'out of the blue' zeg maar, en nu moesten ze na het overlijden van Aäron weer terug.

Om even een idee te hebben: de Schelfzee is hier, als je het mij vraagt, de Rode Zee, deze uitloper ervan. Vanaf de Rode Zee loopt er een route linea recta naar Syrië en dat heet nog steeds de Koninklijke Weg, 'The King's Highway' of 'The King's Way'. Die route passeert ook Petra, de beroemde rotsstad. Ik ben er zelf trouwens nooit geweest — ik ben erg vertrouwd met Petra, maar dan mijn vrouw Petra — maar daar in de rotsstad ben ik nog niet geweest. Een paar weken terug werd ik echter geattendeerd op een uren durende video, geweldig hoe dat op video is vastgelegd. Je hoeft er echt niet zelf naartoe te gaan om het prachtig te kunnen zien.

Anyway, die plaats Petra komt overeen — wat ik nu zeg is niet algemeen geaccepteerd, maar het wordt wel veel aangegeven — met de plaats Kades of Kades-Barnea. Gedurende de hele woestijnreis komt die plaats geregeld terug en vermoedelijk is dat hetzelfde of ligt het in ieder geval vlak bij elkaar. Die koninklijke weg loopt dus eigenlijk naar het noorden richting Syrië, zo langs de Dode Zee. De berg Hor heb je daar ook vlakbij, en net daarboven heb je het gebied van Edom. Dus als Israël de koninklijke weg wil bewandelen, maar Edom weigert dat, dan moeten ze een omweg gaan maken. Dat is de gedachte die daar in Numeri 20 wordt neergelegd.

Ze reisden dus vanaf de berg Hor en ze gingen weer terug, eerst op de weg naar de Schelfzee om het land van Edom heen te trekken. Dus niet de weg van de koning, maar een omweg. Het is mooi om daarbij stil te staan, vooral als het gaat om de diepere betekenis: ze konden eigenlijk zo het beloofde land in, maar er vindt een omweg plaats. De weg van de koning konden ze niet gaan vanwege het conflict met Ezau. Vandaar.

Het Volk Moppert en de Straf van de Vurige Slangen ↑ hoofdstukken

Oké, en dan staat er: "en de ziel van het volk werd ongeduldig onderweg". In de grondtekst staat er letterlijk dat de ziel "kort" werd. Ik vind dat eigenlijk wel een mooie woordspeling, want de weg was juist langer en de ziel werd kort. De lontjes werden kort, er ontstond kortsluiting. Ze werden kort aangebonden. "Ongeduldig" noemen we dat dan; je hebt dan niet meer de ruimte in je hart om de dingen te dragen. Dat blijkt ook wel uit wat er vervolgens in vers 5 staat: "En het volk sprak tegen God en tegen Mozes: Waarom hebben jullie ons doen optrekken uit Egypte?" Let op dat "jullie"; dat slaat hier dus op God én Mozes. Deze klacht die ze hier uiten, is een soort refrein dat we gedurende de hele geschiedenis terugzien. Iedere keer zie je dat weer terug: "opdat we zouden sterven in de woestijn". Ze werden natuurlijk buitengewoon goed verzorgd gedurende die jaren, maar het blijft een woestijn, en vandaar ook die klachten.

Ik heb het even nagezocht, maar iedere keer dat zij klagen dat ze hier in de woestijn zijn gebracht om te sterven, zie je dat gemopper terugkomen. Het lijstje dat ik hier geef, waarin dat telkens weer terugkeert in vrijwel dezelfde bewoordingen, is nog niet eens compleet. Ze zeggen: "hier is geen brood en ook geen water". Dat is feitelijk onzin. Ze moesten soms misschien even wachten, maar altijd was daar die voorziening. En dan: "onze ziel walgt over dit zeer lichte brood". Daarmee doelen ze op het manna, dat blijkbaar te "licht" werd bevonden; ze vonden het flauw. Natuurlijk kun je allerlei argumenten bedenken waarom daar eigenlijk wel wat voor te zeggen was en waarom ze erover mopperden, maar laten we wel wezen: ze hadden het aan zichzelf te danken dat de reis zo enorm lang duurde. Bovendien werden ze zo geweldig verzorgd. Eerst klagen dat er geen brood is, en als er dan vervolgens brood uit de hemel komt, gaan ze dáárover klagen. Paulus spreekt daar later over in de Korinthiërsbrief. Waardoor kon men niet ingaan in het beloofde land? Wel, vanwege ongeloof. In feite is dit allemaal ongeloof; de bezorgdheid dat het niet goed komt, terwijl God gedurende al die jaren telkens weer vooruitlopend zorgde. Soms is het logisch dat je denkt: hoe gaat dit nou weer goedkomen? Maar je hebt de garantie dat God zorgt en geeft wat je nodig hebt.

Wat Israël deed, is zo menselijk. Ik heb vandaag nog een dagstukje daaraan gewijd naar aanleiding van de brief aan de Filippenzen, waarin staat dat we alles moeten doen zonder "mopperen en redeneringen". Dat gedrag wordt in de Statenvertaling "murmureren" genoemd. Mopperen, klagen, zeuren, zaniken — er zijn heel wat woorden voor. Het loutere feit dat er zoveel woorden zijn voor hetzelfde fenomeen, is eigenlijk al veelzeggend voor de Nederlanders. Mensen zijn altijd maar aan het mopperen, altijd maar aan het denken dat ze tekortkomen, dat het zo moeilijk is en dat het niet goed gaat komen. Maar God zegt: "Ik zorg voor je en Ik geef je alles wat nodig is". Mopperen is in feite ongeloof; denken dat God niet alles onder controle heeft en dat Hij jou niet geeft wat jij nodig hebt. Als Hij de weg wijst, ga dan die weg. Dan kun je gerust gaan, want dan geeft Hij ook altijd wat je daarvoor nodig hebt. Overvloedig zelfs; je komt niets tekort. Dat is geloof: daarop vertrouwen.

Dat het volk iedere keer weer in deze fout vervalt, geeft wel aan dat dit een typisch menselijk fenomeen is. Dat was dus hun klacht: "onze ziel walgt over dit zeer lichte brood". En God antwoordt, maar niet verbaal. Dat had Hij in het verleden wel gedaan bij monde van Mozes, maar na veertig jaar, wat valt er dan nog te zeggen? Dus lees je: "Toen zond JAHWEH vurige slangen onder het volk en die beten het volk". In het Hebreeuws staat hier "serafiem". Dat woord kennen we omdat het een bepaald soort hemelwezens aanduidt. Letterlijk betekent seraf of het meervoud serafiem: vurig of vurigen. Als zelfstandig naamwoord: de vurigen. We kennen ze ook uit Jesaja 6, waar ze de troon van God omcirkelen. Waarom "vurig" het embleem is voor de bewakers van Gods troon, is niet zo moeilijk te begrijpen, maar dat is dus de betekenis van het woord.

Waarom het hier "vurige slangen" heet, is interessant. Slangen of vissen hebben in de Bijbel nooit een specifieke eigennaam; ze worden meestal beschreven naar hun eigenschap of formaat. Ik heb de uitleg gelezen dat "vurige slangen" een bepaald soort slang zou zijn, maar dat werd door anderen weer tegensproken. Voor mij moet één ding duidelijk zijn: het is een uitdrukking van wat de beet uitwerkte bij de mens. De beet was brandend, vurig en giftig. Het was ook inderdaad dodelijk, want er staat bij: "en er stierf veel volk van Israël". Over exacte aantallen wordt in dit verband niet gesproken, maar het is aanzienlijk geweest. Er stierf veel volk vanwege die slangen.

Als je hier over doordringt, zie je de symbolische gedachte erachter. Het is natuurlijk een letterlijke geschiedenis, maar het raakt aan het algemeen menselijke probleem: dat de dood ooit in de wereld is gekomen door een slangenbeet. De slang, die in Openbaring 12 "de oude slang" wordt genoemd, verleidde de mens met zijn spreken en zijn dubbele tong, waardoor de mens at van de verboden vrucht. In feite is dat wat de mensheid getroffen heeft. De zonde is in de wereld gekomen en daardoor is de dood geïntroduceerd; in feite is dat een slangenbeet. Hoe dan ook, je leest dat die vurige slangen dat onheil aanrichtten onder het volk daar in de woestijn.

Het Volk Komt tot Inkeer en de Slang Wordt een Banier ↑ hoofdstukken

En daarom kwam het volk tot Mozes. Al snel komen zij tot inkeer, want ze zeggen dan: "Wij hebben gezondigd omdat wij tegen JAHWEH en tegen u gesproken hebben." Al gauw realiseert men zich: wie niet horen wil, die moet maar voelen. Dat deden ze dus. Men realiseerde zich dat ze God Zelf hadden tegengesproken. Vanuit die erkenning spreken zij Mozes aan als middelaar. Ze vragen of hij tot JAHWEH wil bidden dat Hij de slang van hen wegneemt. In de vertalingen staat hier vaak een meervoud, maar er staat letterlijk ‘de slang’. Het volk vraagt dus of de slang wordt weggenomen, wat trouwens niet gebeurde. De slang werd niet weggenomen; de slang werd overwonnen. Dat is de bede van het volk. Mozes wordt als middelaar aangesproken: "Bid JAHWEH dat Hij de slang van ons wegneemt." Verlos ons van de boze, of in ieder geval: verlos ons van de slang.

En JAHWEH zei tot Mozes: "Maak u een vurige." Het woord ‘slang’ staat er eigenlijk niet expliciet, er staat: "Maak u een vurige." Hier staat dus weer dat woord voor een seraf – niet ‘serafiem’, maar in dit geval enkelvoudig: "Maak u een seraf." In de Griekse vertaling, de Septuagint, lees je trouwens wel ‘een vurige slang’, en dat Mozes inderdaad een slang zou maken, blijkt ook uit het volgende vers. Maar hij moet dus, terwijl zij gebeten werden door vurige slangen, nu zelf zo’n seraf maken. Vervolgens wordt er gezegd: "En plaats hem op een vaandelstok." In de NBG-vertaling staat ‘een staak’, maar eigenlijk staat hier het Hebreeuwse woord voor vaandel of vlag: nes.

Dit woord nes wordt meestal vertaald met banier. Een banier is een vlag of een vaandel. Ik vond het trouwens wel grappig, want als je dat etymologisch bekijkt, heeft ‘vaandel’ weer te maken met een ‘faan’, wat weer te maken heeft met wat heen en weer gaat en geleid wordt door de wind. Fladderen, flakkeren en een windvlaag hebben daar ook mee te maken. Ik ken dat woord nes eigenlijk al heel lang. Ik ben er nog eens een paar dagen geweest in het noorden van Israël: de kibboets Nes Ammim. Nes Ammim betekent ‘banier der volkeren’. Die uitdrukking komt in Jesaja een paar keer voor, waar gesteld wordt dat Hij tot een banier van de volkeren zal zijn, een Nes Ammim.

In het algemeen is het vrij evident waar een vlag voor dient: als een symbool van triomf, van overwinning en van verhoging. Een vlag staat op een staander zodat hij inderdaad wappert. Dat is in feite ook een beeld van leven, want het wordt bewogen door de wind, door een beeld van de Geest. En dat is leven. Als je de Geest krijgt, dan ga je leven en kom je in beweging. Dat is een aardige inleiding, want ik ga straks nog even naar Johannes 3, waar je leest dat de wind waait waarheen hij wil, en dat dit geldt voor ieder die uit de Geest geboren is. De Geest geeft leven; dat zijn zelfs synonieme begrippen.

In ieder geval is het eigenlijk heel eigenaardig wat Mozes moet doen. Ze worden getroffen door vurige slangen en wat hij moet doen, is een seraf maken, een vurige slang, en die moet hij verhogen. Dus datgene waar ze door getroffen werden – wat dodelijk was – dat werd nu gebruikt. Dat moest nu verhoogd worden en dat zou inderdaad de oplossing geven. Eigenlijk is dat ook het idee van een vaccin. Ik weet niet of het erg omstreden is wat ik nu ga zeggen, ik denk het wel, maar het is in ieder geval het principe van een vaccin: je kopieert de kwaal, het virus of de bacteriën in zodanige mate dat je bestand bent tegen een veel ernstiger aanval. Het creëert weerstand. In feite is de seraf die hier gemaakt en verhoogd wordt, een soort ‘Gods-vaccin’. Ik zie hier allemaal kritische gezichten van "wat zeg je nu weer?", maar oké.

En het zal geschieden: "Plaats hem op een vaandelstok, en het zal geschieden dat al wie gebeten is en hem – die vaandel, die nes – aanziet, die zal leven." Men moet dus opzien naar de verhoogde. In het algemeen hebben sommige mensen daar wat problemen mee, met het feit dat men zou moeten zien op een slang. Onlangs kreeg ik nog van iemand de vraag: "Hoe kan dat nou? Want een slang heeft in de Bijbel toch een negatieve betekenis en spreekt toch van Satan, van de diabolos met zijn gespleten tong?" Dat is waar, maar het is slechts gedeeltelijk waar. Dan hebben we het over de vernederde slang, de oude slang. Maar in feite is er ook een ‘nieuwe slang’. Als er een oude slang is, dan is er ook een nieuwe slang, toch? En dat is de slang die verhoogd is. Die staat inderdaad. Dat is niet de normale positie van een slang, want een slang kruipt; hij heeft geen poten. Maar deze slang heeft wel een ‘poot’, hij staat, hij is opgestaan en is daardoor verhoogd. Dat is de nieuwe slang.

Het eerste wat er van een slang gezegd wordt, en dat is ook in positieve zin, is dat het te maken heeft met voorzichtigheid, met slimheid en vernuft. Dat is waar een slang om bekendstaat, en dat is niet per se een negatieve betekenis. Je kunt dat negatief inzetten, maar hoe staat het er ook alweer? We hadden het al over vissen en slangen, maar Jezus zegt ook: "Wees argloos als de duiven en slim als de slangen." Die slang heeft dus niet per definitie een negatieve betekenis. We zullen straks trouwens ook zien dat een slang een beeld is van wedergeboorte; daar komen we zo nog op terug. Hier is het in ieder geval zo dat die slang verhoogd moest worden, en dat spreekt van de overwinning op de dood. Want allen die zouden zien – je moet je dat realiseren – die zouden blijven leven. Mozes moest dus zo’n vurige slang maken, hem verhogen op zo’n vaandelstok, en ieder die opzag naar boven, die zou daardoor blijven leven. Dat is de overwinning op de dood. En wat Mozes opgedragen werd, dat doet hij dan ook. Want dan lees je in vers 9...

De Koperen Slang: Gods Vaccin en de Overwinning op de Dood ↑ hoofdstukken

En Mozes maakte een koperen slang en plaatste die op een vaandelstok. In het Hebreeuws ontgaat ons dat helemaal als je het in het Nederlands leest, maar daar zeg je eigenlijk twee keer hetzelfde: nechoshet nachash. U ziet het hier trouwens ook staan; het zijn twee keer nagenoeg dezelfde woorden, alleen de uitgang van het woord koper is nog met de laatste letter, de taf, maar voor de rest is het exact hetzelfde. Het woord voor koper en het woord voor slang is in de kern hetzelfde.

Het idee bij koper is wel gezegd dat het het uiterlijk van vuur heeft, maar eigenlijk heeft koper vooral alles met vuur te maken in de zin dat het vuurbestendig is. Zo wordt het als metaal ook in de Bijbel ingezet. Neem het brandofferaltaar bijvoorbeeld; dat was van hout, maar het was overtrokken met koper. Dat is vrij logisch, want als dat een plek is waar voortdurend vuur brandt, dan moet dat altaar daar wel tegen bestand zijn. Vandaar ook dat koper de betekenis heeft van vuurbestendigheid: het doorstaat het vuur. Daar zie je ook meteen weer waarom aan de ene kant die vurige slangen die de mens dodelijk treffen, worden beantwoord door een verhoogde slang, maar die is van koper. Die is vuurbestendig en beeldt de overwinning op de dood uit.

Er is trouwens nog iets heel opmerkelijks met dat woord, en dat is dat het woord voor slang in het Hebreeuws, nachash, dezelfde getalswaarde heeft als het woord voor mashiach, namelijk 358. In onze taal maken we daar geen gebruik van, maar in het Hebreeuws zijn letters ook cijfers, zodat een woord ook een getal is. Het woord voor slang, nachash, heeft dus gewoon hetzelfde getal als het woord voor mashiach. Daarmee is ook gezegd dat de Messias ook een slang is, alleen dan van een andere soort. Een veel hogere soort in de meest letterlijke zin van het woord: Hij is namelijk verhoogd en Hij zorgt er ook voor dat het vuur en het dodelijke effect worden overwonnen. En daarop te zien, dat garandeert het leven. Dat is wat hier wordt gezegd.

Er staat dan ook in de geschiedenis dat als de slang iemand beet – ook hier weer in het enkelvoud – hij bleef leven. Je zou kunnen zeggen dat het hier gaat over de slangen als collectief, het slangengeslacht, maar ik vind het enkelvoud ook heel logisch als je de typologie erbij betrekt. Het verwijst naar de oude slang. Het geschiedde dus dat als iemand gebeten werd en deze koperen slang aanzag, hij bleef leven. Dus aan de ene kant de slang op de grond die daar krioelt en die zijn vurige, dodelijke uitwerking heeft, de vernederde slang, en aan de andere kant de verhoogde slang die staat. Als ik het zo zeg, vraagt u zich misschien af: hoezo een slang die staat? Ja, hij is voornamelijk verhoogd. Die slang staat, is opgestaan en hij is die vaandel. Het wordt een nes genoemd. Waarom? Omdat hij de triomf uitbeeldt.

Het is het evangelie in een notendop: het gaat in de Bijbelse boodschap altijd om de overwinning op de dood. Wat is het probleem van de mens? Nou ja, hij is gebeten door de slang, verleid ook door de slang met die dubbele tong. Daardoor is de dood ook in de wereld gekomen. Het grote probleem van de mens is dat we zondaren zijn, we zijn doelmissers. En wat is het grootste probleem van het feit dat we doelmissers zijn? Dat we sterfelijk zijn. We lopen met de dood in de schoenen. De Bijbelse boodschap is dat er werkelijk een goed bericht is, namelijk: er is leven dat sterker is dan de dood. Dat is de boodschap, de mededeling. Geen aanbod van 'als jij dit of dat doet', maar de mededeling is: Hij overwint de dood. En dat leven wordt, ieder in zijn eigen rangorde, het deel van heel het mensengeslacht. Onontkombaar. Dat is wat hier gezegd wordt. Ieder die daarop ziet, ontvangt dat leven. In feite is dat gewoon de hele Bijbelse boodschap: op het moment dat je daarop ziet, ontvang je het leven. Maar vroeg of laat gaat iedereen daarop zien. Er zijn mensen die daar nu al op zien. Ja, in een fixe vereniging, out of the blue. Hij blijft mooi hè, out of the blue.

De Koperen Slang Wordt een Relikwie en Door Hiskia Vernietigd ↑ hoofdstukken

Om nog even iets te vertellen over de geschiedenis: je leest dat – en dit moet eeuwen later geweest zijn – als de geschiedenis van die koperen slang ongeveer vijftien eeuwen voor Christus plaatsvond en de geschiedenis van Hizkia zo’n zeven of acht eeuwen later is, dan lees je dat die koperen slang wordt vernietigd. Ik neem u even mee naar 2 Koningen 18. Daar lees je dat Hizkia een van de weinige koningen was, een van de zeven koningen van het tweestammenrijk, die in de wegen van God wandelde. Hizkia was er één van en van hem lees je dat hij de offerhoogten verwijderde die zijn vader ooit allemaal had toegestaan en had laten maken. Die waren afgodisch dus.

De zoon, Hizkia, verwijderde de offerhoogten en hij verbrijzelde de gewijde stenen en hieuw de gewijde palen om. Dat waren allemaal fallussymbolen, om het zo te zeggen. En die gewijde palen hieuw hij om. Ook sloeg hij de koperen slang stuk die Mozes gemaakt had. Die koperen slang was een soort van relikwie geworden, want zo staat het er: omdat tot op die tijd de Israëlieten daaraan plachten te offeren. Men noemde haar Nechustan. Daar zit weer het woordje 'nachash' in, hè? Ze noemden haar Nechustan en het was een relikwie geworden. Men dacht dus dat de genezing, het herstel of het leven in die koperen slang op zich zat, in dat ding. Terwijl het nu juist erom gaat om de boodschap die God daarin heeft gelegd. Maar goed, dat zag men niet.

En zo zie je dat zelfs met zoiets geweldigs, waar zo'n enorme historie aan verbonden is, de mens daar toch weer mee aan de haal gaat en er afgoderij mee gaat bedrijven. Daarom heeft Hizkia die koperen slang vernietigd, want dat was niet de bedoeling. Maar het geeft ook aan dat pakweg zeven of acht eeuwen later die koperen slang daar nog steeds in Israël bewaard werd. En dat begrijp ik wel, het heeft historische betekenis als er zoiets gebeurd is. Maar goed, dat is dus de afloop.

Johannes 3: het Hemelse Vs. het Aardse in het Gesprek met Nikodemus ↑ hoofdstukken

Ik kan het natuurlijk niet nalaten, en het zou ook volstrekt incompleet zijn als ik u ook nog even zou meenemen naar Johannes 3. Want daar verwijst Jezus in zijn nachtelijke gesprek met Nikodemus naar diezelfde geschiedenis. U weet, Nikodemus komt in de nacht. Nikodemus maakte deel uit van het Sanhedrin en in het geheim had hij veel bewondering voor Jezus. Hij wilde Hem een bepaalde vraag stellen, maar hij durfde daar niet openlijk voor uit te komen. Hij bleek ook nogal onkundig te zijn. De Heer Jezus zegt tegen hem in vers 10 – want ik sla nu even die eerste verzen over, waar de Heer had gezegd dat men van bovenaf geboren zou moeten worden en de vergelijking gebruikte waar ik zojuist op doelde: de wind waait waarheen hij wil, en zo is eenieder die uit de Geest geboren wordt. Nikodemus begreep het niet: 'Geboorte? Hoezo? Zou een mens dan weer terug moeten in de moederschoot?' Het kwartje viel niet bij hem.

En dan verwijt Jezus hem dit: 'U bent de leraar van Israël...' Moet u nagaan wat voor status hij had. Er staat: 'U bent dé leraar van Israël'. Die man had zijn cv echt wel op orde, hij had die status. 'U bent de leraar van Israël en deze dingen weet u niet?' Want in de Hebreeuwse profeten wordt er ook gesproken over het feit dat Israël opnieuw geboren zou worden. Er is in de geschiedenis zelfs een woord dat de betekenis heeft van wedergeboorte: Gilgal. Denk even met me mee, het is dubbelzinnig. Toen Israël door de Jordaan was gegaan – door de Oost-Jordaan – kwam men bij de plaats Gilgal. Waarom werd dat zo genoemd? Omdat het te maken heeft met wentelen. Daar werd het verleden afgewenteld. Dat is Gilgal. Daar werd het volk ook besneden, wat trouwens ook weer een beeld is van wedergeboorte: het oude wordt weggedaan en het nieuwe wordt aan het licht gebracht. Dat is wat dat woord zegt: een heel nieuw bestaan wordt gecreëerd. Jezus zegt: 'Jij bent de leraar van Israël en deze dingen die Ik vertel over een nieuw leven, over water en Geest waar de profeten gewoon over spreken, die weet jij niet?'

Amen, amen, voorwaar, voorwaar, Ik zeg je dat wij weten wat we spreken en wij getuigen van wat we gezien hebben. Met 'wij' doelt Hij uiteraard op Zichzelf en in dit geval ook op Johannes de Doper. Waarom dat zo is? Als u even terugbladert in hetzelfde boek, dan ziet u dat dit zo wordt gezegd. Jezus en Johannes de Doper getuigden van wat ze hadden gezien: dat de hemel was geopend en dat de stem van God had geklonken. Dat was met recht een ooggetuigenis. 'Wij weten wat we spreken en we getuigen van wat we gezien hebben, en ons getuigenis nemen jullie, de leidslieden van Israël, gewoon niet aan.' En dan zegt Hij erbij: 'Indien Ik tot jullie sprak van het aardse en jullie geloven niet...' Met het aardse bedoelde Hij de dingen waar Hij zojuist over sprak: over het feit dat Israël een nieuw hart zal krijgen, een nieuw bestaan, een nieuwe creatie. Dat zou hier op aarde plaatsvinden. Israëls wedergeboorte is een aards ding. Hij zegt: 'Indien Ik u van het aardse sprak', doelend op de wedergeboorte die Israël ooit zou meemaken.

Ik kan het niet nalaten: Israël was ooit door de wateren geboren. Een geboorte vindt toch altijd plaats wanneer de wateren breken? Dat vond plaats bij de Schelfzee, maar dat vond nóg een keertje plaats, namelijk bij de Jordaan. Toen braken de wateren weer, zodat ze feitelijk wedergeboren werden. Vandaar ook dat ze daarna bij Gilgal komen, wat ook 'wedergeboorte' betekent. Mooi hè? Maar niettemin: die wedergeboorte van Israël is aards, dat zal hier op aarde plaatsvinden. Hij zegt: 'Als Ik tot jullie sprak van het aardse en jullie geloven dat niet, hoe zullen jullie geloven wanneer Ik tot jullie spreek van het hemelse?' Out of the blue, gewoon over dat wat daarboven is en daarmee ook wat verhoogd is. Aards is hier beneden; hemels heeft te maken met wat daarboven is. Het Griekse woord voor hemel betekent eigenlijk ook gewoon 'daarboven', maar ook dat wat verborgen is.

En dan zegt de Heer Jezus erbij: 'Niemand is opgestegen tot in de hemel dan degene die uit de hemel neerdaalt.' Voordat ik verderga, moet ik daar even iets bij zeggen, want dit wordt vaak niet goed begrepen. Hoe kan er staan: 'Niemand is opgestegen tot in de hemel dan degene die uit de hemel neergedaald is'? Het gaat hier inderdaad over de Zoon des mensen. Maar hoe zit het dan met Henoch en Elia? Ik wil het kort houden, maar dat was dus geen hemelvaart. Dat kan niet, want de Heer Jezus zegt: 'Er is maar één... niemand is naar de hemel opgestegen dan degene die uit de hemel neergedaald is.' Waarmee dus gezegd is dat alles wat hemelvaart genoemd wordt bij bijvoorbeeld Elia en Henoch, geen hemelvaart was. Dat klopt ook, want het wordt wel vaak zo genoemd, maar in feite voeren zowel Henoch als Elia niet op ten hemel, maar zij werden overgezet. Dat wil zeggen dat ze niet naar een plaats gingen om daar vervolgens boven te blijven. Nee, ze gingen misschien wel naar boven, maar dat was alleen maar om verplaatst te worden. Zoals u dat ook doet als u in het vliegtuig stapt: dan vaart u ook ten hemel, maar in feite landt u ook weer; u wordt gewoon verplaatst van de ene plek naar de andere. Van Henoch lees je dat trouwens ook letterlijk: hij werd overgezet. Ik ga het nu verder niet toelichten, want dat zou echt te ver voeren. Ja precies Herwin, je hebt helemaal gelijk, dat zou veel te ver voeren.

Maar ik wil er alleen maar op benadrukken dat wat wij de hemelvaart van Henoch of Elia noemen, ten onrechte is. Want er is maar één ten hemel gevarene en dat is degene die uit de hemel neerdaalde, namelijk als het Woord van God, dit Woord dat vlees werd: de Zoon des mensen die in de hemel is. Waarmee ik trouwens wil zeggen dat dit vers geen verslag is, maar het latere commentaar van Johannes die dit optekende. Dat is heel logisch, want er staat: 'Niemand is opgestegen tot in de hemel', maar toen de Heer Jezus met Nikodemus sprak, was Hij toch nog helemaal niet opgestegen ten hemel? Toen was Hij toch nog niet in de hemel? Nee, maar toen Johannes dit optekende wel. Dus dan kan Johannes als toelichting zeggen – als een voetnoot of een kanttekening: 'Niemand is opgestegen tot de hemel dan degene die uit de hemel neerdaalde, de Zoon des mensen die nu in de hemel is.' Dit is dus het latere commentaar van Johannes. De Ben Adam, de Zoon des mensen, is opgestegen tot in de hemel, en eerder was Hij neergedaald.

De Verhoging van de Zoon Des Mensen: Opstanding en Heerlijkheid ↑ hoofdstukken

Nou, en waarom kom ik nu bij Johannes 3? Wel, omdat er in vers 14 door Jezus wordt vermeld: "En zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogde, zo moet ook de Zoon van de mens worden verhoogd." En hier bijt de slang als het ware weer in zijn eigen staart. Om een andere uitdrukking te gebruiken: hier zijn we eigenlijk gewoon weer terug bij af. Namelijk, hier wordt gewezen op de betekenis van die verhoogde slang ooit in de woestijn.

De verhoogde slang spreekt dus inderdaad van de Ben Adam. Zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogde, zo moet ook de Zoon van de mens worden verhoogd. Hoe staat het ook alweer in Psalm 8? "Wat is de mens, dat U zijner gedenkt, en de zoon van de mens – de Ben Adam – dat U naar hem omziet?" Een korte tijd beneden de engelen gesteld, maar nu met eer en heerlijkheid gekroond. Eerst vernederd, vervolgens verhoogd.

Nu moet ik er nog iets bij zeggen, want ik ben daar de afgelopen week in de commentaren weer in bevestigd: het is inderdaad een heel gangbare uitleg dat de verhoging van de Zoon des mensen altijd wordt betrokken op het feit dat Hij aan een kruis is geplaatst. Daarbij zou die staak dan een uitbeelding zijn van het kruis. Maar dat is niet de Bijbelse gedachte. De verhoging van de Ben Adam is niet het kruis. In feite is het precies omgekeerd: het kruis is Zijn uiterste vernedering. Hij heeft Zichzelf vernederd, zo staat er ook in Filippenzen 2, tot de dood; ja, tot de dood des kruises. En daar staat vervolgens direct achter: "Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en hem de naam gegeven boven alle namen."

De verhoging van de Ben Adam is dus niet het kruis, want dat is Zijn uiterste vernedering. En dat is ook logisch, want het leven en de overwinning op de dood zijn niet gelegen in het kruis, maar in het feit dat Hij na het kruis, na Zijn uiterste vernedering, is verhoogd door God. Hij is opgewekt, 'out of the blue' inderdaad, uit de doodswateren. Als de eerste vis is Hij verrezen en opgestaan. De Eersteling; Hij betaalt de prijs. En dat is de verhoging die moest plaatsvinden. Niet het kruis, want nogmaals: dat is de uiterste vernedering.

De Slang als Symbool van Wedergeboorte: de Esculaap en de Slangendrager ↑ hoofdstukken

Ik heb nog een paar van die symbolen. Deze kennen we allemaal, want de aardigheid is dat het idee van de verhoogde slang niet alleen in de Bijbel bekend is, maar ook in de Griekse mythologie. We kennen dit symbool nog altijd als het teken van de geneeskunde. En weet u trouwens waarom dat het geval is? De gangbare uitleg is — en ik vind hem heel logisch — dat de slang een uitbeelding is van wedergeboorte, van herboren worden.

Ik heb ooit tussen de slangen gewerkt. Je gelooft het niet hè? Maar er staat hier echt een held voor je! Dat was op een biologische kwekerij. Daar werden slangen ingezet om muizen op te eten; dat waren van die korenslangen. Ik heb daar met eigen ogen gezien hoe dat gaat, en dat is een prachtig beeld. Op een gegeven moment wordt zo'n slang heel dof. Dan denk je: dat ding gaat dood. Maar vervolgens vervelt hij. Dan komt hij in een totaal nieuwe huid tevoorschijn. Hij is dan inderdaad weer alsof hij helemaal opnieuw gecreëerd is. Herboren komt hij tevoorschijn en laat hij zijn oude huid achter zich. Het is een heel nieuw bestaan waarbij hij glanst en weer blinkend is in al zijn kleurenpracht. Hij krijgt dan weer zo'n schitterend gezicht.

Maar goed, de esculaap is dus een symbool van wedergeboorte. En ook hier zien we weer de verhoogde slang op een staak. Hoe komt men toch aan dat soort symboliek?

En dan heb ik er trouwens nog één, want we hebben hem ook aan de sterrenhemel staan. Dan moet je dus ook omhoog kijken. Er zijn achtenveertig oude sterrenbeelden en één daarvan is de Slangendrager. Dat is iemand die staat en die slang draagt. Dit komt overeen met allerlei mythes en oude volksverhalen. Maar ja, waar komen die verhalen vandaan? Hoe dan ook, die slang wordt gedragen door iemand. Het is opnieuw de slang die staat.

In het sterrenbeeld vind ik het helemaal mooi, omdat hij zijn voet zet op een ander sterrenbeeld: de giftige Scorpio, de schorpioen. Daar zet hij zijn voet op. Dat doet meteen weer denken aan de oerbelofte die ooit aan de mensheid is gegeven. Dan weet u meteen waar zulke verhalen vandaan komen: het is gewoon openbaring. Ooit is tegen Adam en Eva al gezegd dat er iemand komt, het zaad van de vrouw, dat de kop van de slang zal vermorselen.

Die gift is weer een ander deel — de Scorpio of de slang — maar dat wat zo dodelijk is, of het nu een schorpioen is of een slang, het tast de hiel aan. Het zaad van de slang zou de hiel vermorselen, de verzenen, maar de Zoon zou de kop vermorselen. "Gij zult hem de kop vermorselen en het zal u de hiel vermorselen." Hij zou dodelijk of fataal getroffen worden in zijn wandel, maar niettemin zou het de doodsteek worden voor de slang. In ieder geval is het de overwinning op de slang. Nou ja, en dat...

Conclusie: Ieder Die Omhoog Kijkt Naar de Verhoogde Ontvangt Leven ↑ hoofdstukken

Dat sluit dan aan als het laatste vers wat ik noem: "Opdat een ieder...". Ik kom er even op terug. Zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogde, zo moet ook de Ben Adam, de Zoon van de mens, worden verhoogd. Opdat een ieder die in Hem gelooft — die naar Hem opziet — niet verloren zou gaan, maar aeonisch leven zou hebben.

Je vindt daar leven in de overwinning op de dood, en in dit geval het leven van de toekomende eeuw. Daarmee is in feite gezegd dat geloven niets anders is dan opzien naar boven; dat wil zeggen naar de Verhoogde. Degene die nu verborgen is, maar de levende Christus.

De boodschap is dus heel eenvoudig als je hem wilt samenvatten. Ik kan me voorstellen dat wanneer je straks thuiskomt en men vraagt: "Wat is er allemaal gezegd?", je denkt: "Nou, het is vrij veel." Dat is het ook wel, maar het is tegelijkertijd ook heel simpel. De boodschap is namelijk: kijk omhoog. Dat is ook wat een mens is: een naar omhoog kijker. Dat maakt je mens. Het is een uitbeelding van hoop, van leven en een met recht gegronde verwachting. Kijk omhoog!

En dat geldt niet alleen voor Sammy. Dat doen wij allemaal, want hoe was het ook weer? Zo eindigt dat lied, dat was de laatste zending: "Want er is nog één die van je houdt."

🎧 de verhoogde slang
Delen: