de magiërs uit het Oosten (1)
08-01-2023 - Geplaatst door Andre Piet8 januari 2023, Benthuizen
De traditie wil ons doen geloven dat dertien dagen na Jezus’ geboorte drie koningen bij Hem op bezoek kwamen in Bethlehem. Maar zo goed als alles wat daarin doorgaans beweerd of verondersteld wordt is onjuist en/of gefantaseerd. De vraag in deze miniserie is: wat zegt de Schrift over het bezoek van de magiërs aan Jezus? Wat was de bijzondere ster waardoor zij werden geleid? En waar bracht deze hen? En welke typologische sprake gaat er uit van deze geschiedenis?
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding en de Mythe van Drie Koningen
- Mattheüs 2: de Historische Timing en Herodes de Grote
- De 'magoi' en de Openbaringskennis uit Babel
- De Geboren Koning Der Joden en Bileams Profetie
- Het Evangelie in de Sterren: Jupiter en Venus in de Leeuw
- Meer Dan een Ster: een Begeleidend Goddelijk Licht
- Paranoia bij Herodes en het Sanhedrin in Jeruzalem
- De Ster Leidt Naar het Huis in Nazareth
- Bezoek aan de Peuter: de Schatten in Contrast met het Armenoffer
- Goud, Wierook en Mirre: Beelden van Opstandingsheerlijkheid
- Typologie: het Heil Naar de Natiën Buiten Jeruzalem Om
Inleiding en de Mythe van Drie Koningen ↑ hoofdstukken
Evenals de vorige keer sluit het onderwerp van vanmorgen weer perfect aan bij de kerkelijke kalender. Degenen die gebruikelijk zijn hier te komen, weten dat ik daar helemaal geen enkele waarde aan hecht. En toch is het wel een heel aardige aanleiding om juist deze dingen te bespreken, terwijl iedereen daar inderdaad ook aandacht aan geeft.
Want de vorige keer, twee weken geleden op 25 december, hadden we het over de timing van Jezus' geboorte. Dat was het onderwerp, en toen hebben we al vastgesteld dat Jezus niet midden in de winternacht is geboren. Maar wanneer dan wel? Dat bleek een aantal maanden later in het voorjaar te zijn geweest, in de maand Aviv, wat lente betekent, in de lammertijd. Ik heb daar tamelijk uitgebreid over gesproken naar aanleiding van wat we in Lukas 2 vinden en meer dingen die beschreven zijn om informatie te geven over het tijdstip dat Jezus ter wereld kwam.
Toen heb ik al aangekondigd dat we de volgende keer, dat is vandaag dus, zouden doorgaan over een onderwerp dat daar alles mee te maken heeft: de magiërs uit het oosten. De aardigheid is — en het is trouwens het eerste deel, want aanvankelijk dacht ik het in één keer te kunnen bespreken, maar dat gaat hem niet worden, dus over een paar weken gaan we dit voortzetten — dat deze week, en trouwens in een groot gedeelte van de kerkelijke wereld, op deze zondag ook de dag is van Driekoningen of Epifanie. De dag van de verschijning of zoiets, dat heet dan Driekoningen.
Ik vind dat altijd weer heel aardig, want beide onderdelen van de benaming zijn al uit de lucht gegrepen. Want hoezo drie? Ik bedoel bijbels gezien — we doen vanmorgen de Bijbel open, u had het niet anders verwacht — en hoezo drie? En hoezo koningen? Oké, men zegt heel vaak 'de drie wijzen', maar letterlijk lezen we niet het Griekse woord voor wijze gebruikt, maar magiër. Ik zal daar straks nog wat meer over zeggen.
Trouwens, als het gaat over fantasie: wat betreft kerst hebben we de vorige keer al het een en ander daarover gezegd, maar ik zou dit gewoon gemakkelijk kunnen voortzetten. Want ja, men weet te melden dat er drie koningen waren en men weet zelfs wie het waren. Weet u ze nog? Van jong naar oud: de eerste was Caspar, de tweede was Melchior en de derde was Balthasar. Dat zijn de gelatiniseerde namen, want ik geloof dat er in allerlei talen weer verschillende versies van rondgaan. Men weet ook nog te vermelden dat ze respectievelijk 20, 40 en 60 jaar oud waren. Die vond ik trouwens wel aardig, want daar zit telkens 20 jaar tussen. In het getal 20 of 2 zit wel wat meer symboliek, maar ik verdenk degenen die dit gefantaseerd hebben er eigenlijk niet van dat zij daarvan op de hoogte waren. Dus we keuren die bewering alsnog af. In ieder geval begrijpt u: het is allemaal uit de duim gezogen.
Dat geldt trouwens ook voor de datum die men hiervoor heeft gekozen: 6 januari. Dat zou dan de dertiende dag na Jezus' geboorte geweest zijn, die men ook al foutief had vastgesteld. Het wordt meestal zo voorgesteld dat de herders het kind hadden bezocht en zojuist de stal hadden verlaten — waar je trouwens ook niet over leest — en dan komen vervolgens de wijzen binnen, de drie koningen in de stal. Echt alles eraan is gewoon gefantaseerd en soms erbij bedacht. Waarbij je kunt zeggen: het zou kunnen, maar het hoeft niet. Bijvoorbeeld het aantal van drie zou kunnen. Het waren er in ieder geval meer dan één, dus minimaal twee. En misschien waren het er ook wel vier, vijf, zes of wat dan ook; dat weten we allemaal niet. Maar goed, dat is gefantaseerd en er zijn ook gewoon een heel aantal dingen waarvan we absoluut weten dat het in ieder geval niet zo was.
Er zijn dus motieven genoeg om, nu iedereen het erover heeft of zeker wanneer de kerkelijke kalender dat dicteert, dit allemaal eens wat scherper te stellen. Wat zegt de Schrift over deze dingen?
Mattheüs 2: de Historische Timing en Herodes de Grote ↑ hoofdstukken
Nou, als we het hebben over deze geschiedenis, gaan we dus naar Matteüs 2. De vorige keer hebben we ons vooral bepaald bij wat we in Lukas vinden, waar de geboorte zelf beschreven wordt, of in ieder geval de gebeurtenissen die direct op die dag hebben plaatsgevonden. Ik bedoel, de herders krijgen dan ook het nieuws te horen terwijl ze de wacht hielden over de kudde: "Heden is u geboren". Dus dat was op de geboortedag zelf.
Maar inmiddels — dit was echt een hele tijd later — "toen nu Jezus was geboren", zegt Matteüs, "in Bethlehem van Judea". Nou, dat Jezus was geboren, daarvan hebben we al vastgesteld dat dat vlak voor Pesach was, een paar dagen daarvoor. En als er één datum daarvoor in aanmerking kwam, dan was het dus de tiende Aviv. In elk geval zijn we inmiddels een heel eind verder, ongeveer een kleine twee jaar. Ik kom daar later op terug, want die termijn van twee jaar had Herodes heel duidelijk ook uitgevorst bij die magiërs. Dat is ook de aanleiding voor de kindermoord in Bethlehem, maar daar gaan we het trouwens pas de volgende keer over hebben.
Dit is dus een hele tijd daarna, een kleine twee jaar zoals gezegd. In die tijd "toen nu Jezus was geboren in Bethlehem van Judea" — maar dat wisten we al; weliswaar waren Jozef en Maria woonachtig in Nazareth, maar ze waren voor de gelegenheid vanwege die telling naar Bethlehem gegaan. En daar is de Heer Jezus dan ook ter wereld gekomen, in overeenstemming met de profetie. Waarover straks meer. Het was in de dagen van Herodes, de koning.
Oei! En dat wordt een wat lastig verhaal, in die zin dat zijn koningschap... Dit was Herodes, hij is eigenlijk de eerste van hun hele dynastie: Herodes de Grote. Hij heeft behoorlijk lang geregeerd en hij heeft ook heel veel betekend. Wij kennen eigenlijk vooral de negatieve kant van zijn geschiedenis vanwege dat wat er juist in Matteüs 2 wordt beschreven, maar hij heeft ook heel veel betekend voor het Joodse volk. Hij heeft met name de tempel in hoge mate vernieuwd en verfraaid. Ze zijn daar tientallen jaren mee bezig geweest — ik geloof 46 jaar, lees je in Johannes 2. Dat is een wereldwonder geworden, echt een geweldig bouwwerk, en dat heeft allemaal onder zijn leiding plaatsgevonden.
In ieder geval wordt zijn koningschap gedateerd van 37 voor Christus tot 4 voor Christus. Dat is de gangbare datering; als u kijkt op Wikipedia of in de meeste bronnen, wordt daar het jaartal 4 voor Christus vermeld. De vorige keer hadden we het er al eventjes over dat "voor Christus" heel erg lastig is, want de Heer Jezus is geboren een paar jaar vóór Christus. Dat is trouwens wat ik nu zeg algemeen gangbaar hoor, dat zal iedereen zeggen. Dat is dus geen nieuwheid van mij. Iedereen zal zeggen — of meestal zegt men: aangezien Herodes in 4 voor Christus stierf, moet de Heer Jezus dus daarvoor geboren zijn. En inderdaad, de geboorte van Jezus moet voor het sterven van Herodes hebben plaatsgevonden, dat is duidelijk. Aanzienlijk zelfs, want ik had het net al over die marge van twee jaar.
Maar die sterfdatum wordt nogal bekritiseerd. Ik heb een boek in de kast staan, en dat is een geweldig boek waar ik al vaker over gesproken heb: "The Star that Astonished the World" (De ster die de wereld versteld deed staan). Deze dokter Martin, die inmiddels al lang niet meer onder ons is, laat zien dat die sterfdatum of het sterfjaar niet in 4 voor Christus is geweest, maar in 1 voor Christus. Het heeft allemaal te maken met het feit dat Herodes is overleden vlak voor een zonsverduistering. Aangezien dat in 4 voor Christus heeft plaatsgevonden, maar een volledige zonsverduistering ook in 1 voor Christus heeft plaatsgevonden... Nou ja, daar zit nogal wat aan vast. Misschien dat ik daar de volgende keer nog even op terugkom, omdat aan het einde van Matteüs 2 ook gesproken wordt dat Jozef en Maria met het kind weer terugkeren vanuit Egypte. Dat doen ze als ze vernemen dat Herodes gestorven is. Misschien dat ik daar de volgende keer nog iets over zeg, maar goed, houd dit even in gedachten. Het was in ieder geval dus zo dat de geboorte van Jezus heeft plaatsgevonden in de dagen van Herodes de koning.
We weten dus sowieso al het een en ander over de timing. We hadden het er de vorige keer over dat het was toen keizer Augustus een telling liet plaatsvinden. Maar hier vinden we dus nog een detail omtrent dat alles: het was in de dagen van Herodes de koning. Ik zei al dat hij de eerste van de hele dynastie is, want er volgen nog een heleboel andere Herodesen. Ook in de dagen toen de Heer Jezus stierf, was daar een Herodes aan de macht. En later Herodes Antipater — "in plaats van zijn vader" betekent dat. En je krijgt Herodes Agrippa, die vind je in het boek Handelingen, en Paulus is ook voor Herodes verschenen; dat was weer een andere Agrippa, de tweede. Kortom, Herodes is eigenlijk een achternaam, zoals Van Oranje, weet je wel? Je moet dus eigenlijk weten welke Herodes het is. En dan heb je nog alle intriges die er hebben plaatsgevonden, de trouwerijen en incest trouwens ook nog. Het is niet normaal meer wat er allemaal in die familie is gebeurd. Maar ja, we zijn geen Privé, dus dat laten we maar eventjes rusten.
Oké, het was "in de dagen van Herodes". En daar staat: "Let op" of "Zie". Dat zegt de gangbare vertaling daarvan. "Let op, magiërs vanuit het Oosten kwamen in Jeruzalem."
De 'magoi' en de Openbaringskennis uit Babel ↑ hoofdstukken
Magiërs. In de meeste vertalingen, zoals de NBG, staat "wijzen", maar dat is eigenlijk een ander woord. In de grondtekst staat het Griekse woord magoi, waar ons woord magiër of magie direct van is afgeleid. Dat woord wordt ook in het Oude Testament, in de Griekse vertaling van de Septuagint, regelmatig genoemd, met name in het boek Daniël. Dat is trouwens logisch, want we lezen hier dat die magiërs uit het oosten kwamen. Gerekend vanuit het land Israël kom je dan in de richting van Jordanië of Irak, waar Babel ook lag.
Je leest dat die magiërs daar aan het hof van Nebukadnezar een grote rol speelden. Daar waren allerlei bezweerders, sterrenkundigen en sterrenwichelaars — in ieder geval mensen die in die categorie vallen. Op het moment dat Daniël de droom van Nebukadnezar verklaart — waar de magiërs, de wijzen en alle andere wetenschappers niet toe in staat waren — wordt hij op een zeer hoge positie geplaatst. Daniël openbaart niet alleen het geheim, maar zelfs de droom zelf. In Daniël 2 vers 48 staat dat hij werd gesteld tot heerser over het gehele gewest Babel en tot opperhoofd over alle wijzen van Babel.
Dat is interessante informatie. Het betekent dat die magiërs in het oosten ooit allemaal onder leiding en supervisie stonden van Daniël. En Daniël wist natuurlijk heel veel vanuit de Schriften. Als we straks de vraag stellen hoe die magiërs aan al hun informatie kwamen: ze waren sowieso sterrenkundigen, maar om de betekenis van die dingen te achterhalen was meer nodig. Wij praten tegenwoordig vaak met veel dedain en heel neerbuigend over wat men vroeger wist, maar vroeger had men echt nog wijsheid. En dan bedoel ik met wijsheid ook wetenschap. Hoe wist men die dingen? Vanuit openbaring.
God had Zich bekendgemaakt. Vanaf het begin van de mensheid heeft God gesproken. Adam en Eva wisten van het zaad van de vrouw dat zou komen om de kop van de slang te vermorzelen. Ook de generaties daarna hebben rechtstreeks informatie van God gekregen: openbaringskennis. Men wist de dingen. Maar die kennis is tenietgedaan. Je leest in de Bijbel dat God de wijsheid van de wijzen teniet zou doen. Wij denken vaak dat er sprake is van een opwaartse lijn en dat we steeds meer weten, maar de Bijbel zegt: nee, we weten steeds minder. Vroeger wist men veel, maar er is ook veel gebeurd. Veel van de wijsheid die bewaard werd in bibliotheken is verloren gegaan toen die bibliotheken, zoals die in Alexandrië, in brand werden gestoken. Dat is allemaal gedocumenteerd. De belangrijkste kennis is simpelweg verloren gegaan.
Terwijl wij denken dat we steeds verder opklimmen, zegt de Bijbel dat het omgekeerd is. Nu zeggen we misschien: "Maar we weten vandaag de dag toch heel veel?" Nee, we weten niet veel, we kunnen veel. Dat was in Babel ook zo: als je de handen ineenslaat, ben je tot alles in staat. Maar dat is techniek, geen wetenschap. Wetenschap heeft te maken met het weten hoe de dingen werkelijk in elkaar steken. Weten waar we vandaan komen en wat de betekenis van de dingen is — daar weten we niets meer van.
Zelfs het beginsel van wijsheid zijn we kwijtgeraakt. Het beginsel van wijsheid is immers de vreze van Yahweh. Dat wil zeggen: je wijsheid begint bij de erkenning dat er één God is. Maar onze wetenschap — of wat wij zo noemen — gaat ervan uit dat er geen God is. Men noemt dat 'blanco', maar in de praktijk betekent het dat we niet met God rekenen. Daarmee heb je in feite de wijsheid volledig uitgeschakeld.
Ik zeg dit expres, omdat deze magiërs een ster zagen en die konden duiden. Zij zeiden: "Wauw." Dat zouden wij vandaag de dag niet meer doen met wat er nu voor wijsheid doorgaat, want we hebben geen idee meer van hoe de dingen echt in elkaar steken. Destijds wist men dat in bepaalde mate nog wel. In Israël natuurlijk helemaal, want daar had men direct de Schriften tot beschikking; aan hen zijn de woorden van God toevertrouwd. Maar ook in de rest van de wereld werd wijsheid bewaard, al is daar anno 2023 weinig meer van overgebleven. Wij wandelen gelukkig bij het licht. Terwijl het in de wereld donker is, hebben wij het licht op ons pad.
De Geboren Koning Der Joden en Bileams Profetie ↑ hoofdstukken
Magiërs vanuit het Oosten kwamen in Jeruzalem en ze zeiden: "Waar is de geboren Koning van de Joden?" Het is aardig dat het er zo wordt geformuleerd. De vraag is dus niet of die Koning is geboren, want dat wisten ze gewoon. Vraag me even niet hoe ze dat wisten, maar uit de vraagstelling blijkt dat ze het wisten. Ze vragen daarom niet of er misschien ergens een koning is opgestaan; nee, ze vragen: "Waar is Hij geboren?" Ze passeren eigenlijk al de vraag of het zo is, want dat was voor hen absoluut zeker. Ze vragen: "Waar is de geboren Koning van de Joden? Want wij namen Zijn ster waar en wij kwamen om Hem te adoreren, te aanbidden." Ik kom daar straks nog even op terug.
"Zijn ster... wij hebben Zijn ster gezien en nu komen wij dus om Hem te adoreren, te aanbidden of hulde te bewijzen." Ik durf wel te zeggen dat zij kennis van zaken hadden; dat er een Koning in Juda geboren zou worden, de Koning van de Joden. Kennelijk wisten ze ook van het tijdstip, alleen de precieze locatie wisten ze niet. Maar dat er onder de Joden een Koning zou zijn, dat wisten ze. De vorige keer heb ik al iets gezegd over het tijdstip van Jezus' geboorte en toen kwamen al even de zeventig jaarweken van Daniël aan de orde. Die periode van pakweg 500 jaar, die vanaf de herbouw van de tempel in Jeruzalem tot aan de komst van de Messias loopt, die periode van zeventig jaarweken wordt daar al voorzegd. Men wist in die dagen rond het begin van onze jaartelling dat in deze tijd de Koning geboren moest worden. Nu kun je zeggen dat er alleen maar was gezegd wanneer Hij zou sterven en dat we dus niet weten wanneer Hij geboren zou worden. Oké, maar dan weet je toch in elk geval in welke generatie – misschien niet eens op het decennium nauwkeurig – maar wel in welke generatie dat allemaal zijn beslag zou moeten krijgen.
En daar is nog iets: de profetie van Bileam. Eigenlijk was Bileam een collega van deze magiërs, maar dan veel eerder. Bileam moest Israël vervloeken, maar dat lukte hem niet. Hij wilde het volk vervloeken en daar kreeg hij ook geld voor om dat te doen, maar toen hij zijn mond opendeed – u weet wel, na die geschiedenis met de ezel – kwam er alleen maar zegen uit. In Numeri 23 en 24 wordt dat allemaal beschreven. In hoofdstuk 24 vers 17 staat dit: een uitspraak van Bileam. Een heiden? Hij wilde hen vervloeken, nogmaals, maar wat hij in werkelijkheid doet, is het spreken van het woord van God. God opent zijn mond, hoe onwillig hij ook is. En dan zegt hij: "Ik zie Hem, maar niet nu; ik schouw Hem, maar niet van nabij. Een ster gaat op van Jakob en er rijst een scepter op vanuit Israël."
Wat Bileam zegt is: het is nu nog niet, het ligt nog ver weg, maar er gaat straks een ster op van Jakob of vanuit Jakob. Dat betekent dat er een scepter komt, een koningsstaf. Er rijst een scepter op vanuit Israël. Daarmee is gezegd dat wanneer de Koning of de scepter zou komen, dit vooraf zou worden gegaan door het zien van een ster. "Een ster gaat op." Dit stond allemaal al in de geschriften van bijvoorbeeld Daniël en deze overlevering van Bileam heeft ook gecirculeerd onder de naburige volkeren. Hoe dan ook, deze magiërs zijn hier kennelijk van op de hoogte geweest, want ze weten: de Koning van de Joden is geboren. We willen alleen nog weten waar. Dat het zo zou zijn, was ook al door Bileam gezegd.
Het is heel interessant om op de verschillen te letten. Er rijst een ster op vanuit Jakob, maar er wordt hier een verschil gemaakt tussen Jakob enerzijds en Israël anderzijds. Je kunt zeggen dat het parallel loopt en dat Jakob synoniem is voor Israël. Dat is waar, het is hetzelfde personage. Maar u weet het: het was eerst Jakob en later, als hij na twintig jaar de Jabbok passeert, heeft hij dat gevecht met de Man Gods. Daar ziet hij het aangezicht – Pniël – en dan wordt hij bij zijn heup geslagen. Op dat moment krijgt hij de naam Israël. Dan is Jakob een gelovige man geworden. Hij zegt: "Ik laat u niet gaan, tenzij gij mij zegent." Dan wordt Jakob een gelovige. Jakob is de naam van het ongelovige volk. Israël is de naam die het krijgt wanneer het tot geloof gekomen is. Dat is interessant, want er staat: "Een ster gaat op vanuit Jakob." Dat is als Israël nog in ongeloof is. Maar het is de inleiding tot het feit dat de scepter zal rijzen vanuit Israël. Let op het verschil: want als de Messias, de geboren Koning, daar werkelijk zal heersen met de scepter, dan is Jakob inmiddels Israël geworden. En dat is inderdaad na de twintig eeuwen, als Jakob weer teruggekeerd is vanuit het buitenland in het land. Ik laat eventjes de radartjes gaan, maar dat zijn geweldige parallellen en associaties. Ja, dan heb ik nog iets...
Het Evangelie in de Sterren: Jupiter en Venus in de Leeuw ↑ hoofdstukken
Want er is iets aan de hand met die sterrenhemel vlak voor onze jaartelling. Ik verwees zojuist eventjes naar dat boek van dr. Martin, The Star That Astonished the World, en hij gaat daar uitgebreid op in. Inmiddels ben ik — ik heb daar in het verleden wat anders over gedacht, toen dacht ik: die magiërs hebben deze conjunctie gezien, maar ik denk dat zij als magiërs meer hebben gezien. Maar één ding is onmiskenbaar en dat is dat er iets heel merkwaardigs, iets spectaculairs aan de hemel te zien is geweest vlak voor onze jaartelling. En wel eigenlijk een hele periode zelfs van allerlei gebeurtenissen aan de sterrenhemel die uiterst merkwaardig zijn.
Het hoofdpunt vond plaats op 17 juni, 2 voor Christus. Dat is het aardige van de sterrenhemel: het is net een uurwerk. Dat weet je met precisie vast te stellen. Je kunt vaststellen hoe de sterrenhemel er over honderd jaar uitziet; dat wil zeggen, als je ervan uitgaat dat het uurwerk gewoon blijft draaien. Ik geef toe, daar zitten nog wat haken en ogen bij, het is wat minder simpel dan ik nu zeg, en toch is het in het algemeen zo: je weet precies wanneer er een maansverduistering zal zijn. Dat kun je zelfs met terugwerkende kracht duizenden jaren terugrekenen, op het uur nauwkeurig, op de minuut zelfs nauwkeurig.
Op 17 juni, 2 voor Christus, vond er dus een hele bijzondere samenstand plaats van de twee helderste sterren. Kijk, de helderste hemellichamen zijn natuurlijk de zon en de maan, dat begrijp ik ook wel, maar buiten de zon en de maan heb je twee sterren — dwaalsterren eigenlijk. Want u weet: sterren hebben allemaal een vaste plaats aan de hemel; die hemel draait weliswaar, maar ten opzichte van elkaar blijven de sterren op hun plek. Er is echter één type ster dat eigenlijk gewoon dwars door alles heen dwaalt, en dat heten planeten. Die hebben geen vaste plaats. De twee helderste planeten — dwaalsterren, want planeet betekent eigenlijk ook 'dwaalster' — die je aan de hemel ziet, veruit, dat zijn Jupiter en Venus.
Jupiter — Zeus — stond te boek als de koningsplaneet. In het Hebreeuws heet hij trouwens Tsedek, en dat betekent 'de rechtvaardige'. Dat heeft ook weer alles met Melchi-Tsedek te maken, de rechtvaardige koning. Oké, dat is Jupiter. Maar er vond een samenstand plaats — een conjunctie heet dat — met Venus. Waar Venus voor staat, hoef ik u nu niet te vertellen, want dat is vrij algemeen bekend. Mannen komen van Mars, maar Venus is in de symboliek in het algemeen een aanduiding van vruchtbaarheid. Wat er plaatsvond op deze datum, 17 juni in het jaar 2 voor Christus, was de samenstand van Jupiter en Venus. En dat was in het sterrenbeeld Leo, oftewel de Leeuw.
De Leeuw heeft alles te maken met Juda. De Leeuw van Juda, dat zei Jakob ooit al. Jakob heeft in de profetie, toen hij vlak voor zijn sterven zijn zonen gezegend heeft, voorzegd dat Juda de scepter krijgt; aan Juda wordt de scepter toevertrouwd. Van al die twaalf stammen is het Juda. Het zou uiteindelijk nog duizend jaar duren voordat David ten tonele zou verschijnen, maar Jakob voorzegt dat al op zijn sterfbed en zegt: "Aan Juda zal de scepter toekomen." Vandaar ook dat men altijd spreekt over de Leeuw van Juda. Al die stammen worden geassocieerd met sterrenbeelden, ja met twaalf sterrenbeelden. Maar in ieder geval: Juda is de Leeuw.
In dat geval, als deze magiërs spreken over een Koning der Joden die geboren — voortgebracht — is, dan zien we dat terug in de sterren. Leo de Leeuw, Venus die staat voor vruchtbaarheid en Jupiter de koningsplaneet. Kijk, wij zeggen dan: "Dat is astrologie," maar laat ik u dit vertellen: heel die sterrenhemel spreekt niet over uw en mijn leven. Dat is de onzin van een horoscoop: "Wat zouden ze over mij zeggen?" Maar de Bijbel zegt: "De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen." Al de spraak die er uitgaat van de sterrenbeelden, alle 48... Het Evangelie staat elke dag aan de hemel, elke dag.
Het begint bij de Maagd en het eindigt bij de Leeuw. Dat is trouwens ook het geheim van de Sfinx: de voorkant is de Maagd en het achterlijf is de Leeuw. Kop en staart. Daar begint het en daar eindigt het. Maar als je het zo zegt — het begint bij de Maagd en het eindigt bij de Leeuw — dan heb je in feite het hele Nieuwe Testament gewoon samengevat. Het begint bij de Maagd en het eindigt bij de Leeuw van Juda. Dat is trouwens ook het boek Openbaring. Het is een heel uitgebreid onderwerp, dat laat ik nu rusten, maar het gaat mij er even om dat er inderdaad aan de sterrenhemel, vlak voor het begin van onze jaartelling, iets heel spectaculairs heeft plaatsgevonden: een samenstand van de twee helderste hemellichamen, Venus en Jupiter. Een jaar of wat terug hebben wij trouwens datzelfde fenomeen gezien, alleen niet in die spectaculaire volgorde waarin dat toentertijd plaatsvond. Maar ik heb toen, vast in 2005 geloof ik, inderdaad Jupiter en Venus bij elkaar zien staan. Eigenlijk kreeg je dan een soort dubbelster. Als dat de twee helderste hemellichamen zijn, dan is dat voor mensen die naar de hemel en de sterren kijken heel bijzonder.
Meer Dan een Ster: een Begeleidend Goddelijk Licht ↑ hoofdstukken
Ja, nu moet ik daar nog wel iets bij zeggen, en ik gaf zojuist al even een hint in die richting: er staat dat die magiërs toch nog wel iets meer hebben gezien. Natuurlijk waren zij op de hoogte van het astronomische fenomeen waar ik het zojuist over had en van alles wat daar in die context plaatsvond, maar in dit geval geloof ik dat zij echt meer hebben gezien.
Ik heb daar in het verleden weleens anders over gedacht, dat zij gewoon die ster, die samenstand van Venus en Jupiter, hebben gezien. Maar de ster die zij hebben waargenomen en die zij zijn gevolgd, dat kan bij nader inzien niet alleen maar die samenstand geweest zijn. Want die planeten brengen je namelijk niet ergens naartoe, ze leiden je niet voort en ze staan dan niet op een gegeven moment stil boven een huis. Wat is dat dan wel? Nou, wij noemen dat dan een ufo. En wat is een ufo? Dat weten we dus niet; dat is precies wat het woord zegt. Het is een 'unidentified flying object', een ongeïdentificeerd vliegend object. Wat het is, ja, dat weten we juist niet. Dat is nu juist wat een ufo is.
Er vinden allerlei dingen plaats — ufo's zijn ook weer een heel boeiend onderwerp — maar wat zij hebben gezien is een hemellichaam, een ster, een licht. Voor hen was dat, wellicht ten overvloede, een bewijs van de geboren Koning van de Joden. Het kan ook een opeenstapeling van argumenten geweest zijn waardoor zij tot die conclusie zijn gekomen. Ik kom daar straks of later nog even op terug wanneer die magiërs op reis gaan.
"Wij namen de ster van Hem waar en wij kwamen om Hem te adoreren," of "te aanbidden," zegt de Statenvertaling. De NBG-vertaling zegt "hulde te bewijzen". Het woord hoeft niet per se te duiden op goddelijke eer. In het boek Openbaring geef ik daar een voorbeeld van; daar lees je dat er mensen zullen komen die zich zullen neerwerpen of die jullie zullen adoreren. Dat wordt door de Heer gezegd tegen een van die E7-ecclesia's. Hoe dan ook, daarom gebruik ik het woordje adoreren of hulde bewijzen.
Aanbidden is namelijk een heel sterke term, hè? Aanbidden doen we alleen bij God. Maar dit woord is breder. Huldebewijs is wellicht beter, of in dit geval adoreren. Oké, één ding is duidelijk: deze magiërs hebben de reis ondernomen. Zij waren er absoluut van overtuigd dat wat zij hadden waargenomen daar in het Oosten slechts één conclusie toeliet, en dat is dat de Koning der Joden was geboren. Daarom waren zij gekomen. Nee, ze wisten niet alleen dat Hij was gekomen, ze wilden Hem ook inderdaad de hulde bewijzen. En dat is wel heel apart, vooral als je dat dan leest in contrast met wat er vervolgens plaatsvindt daar in Jeruzalem.
Paranoia bij Herodes en het Sanhedrin in Jeruzalem ↑ hoofdstukken
Toen echter koning Herodes hiervan hoorde, werd hij verontrust, en heel Jeruzalem met hem. Ik denk trouwens dat heel Jeruzalem niet om dezelfde reden verontrust werd als Herodes. Herodes werd verontrust omdat er sprake was van een 'koning der Joden'. Hij zal gedacht hebben: wacht even, ik ben de koning der Joden. Het is mijn dynastie. En als ik straks vervangen ga worden — wat trouwens niet al te lang meer zou duren — en er komt een vervanger, dan hoort die uit mijn dynastie te komen. Dus hoezo: 'koning der Joden geboren'? Dat hij verontrust was, duidde op niets anders dan een rivaal die was geboren.
En vergis je niet: als er vanuit het buitenland magiërs komen — niet de eersten de besten, maar mensen in hoog aanzien met een staat van dienst en een geweldig cv, mensen met kennis van zaken — en zij daar met stelligheid vragen waar die koning geboren is, dan gingen er bij hem allemaal rode lampjes branden. Waarschuwingslichtjes. Dat heel Jeruzalem verontrust werd, was natuurlijk vanwege de reactie van de koning. Want die koning Herodes — ik zei zojuist dat hij ook wel mooie dingen gedaan heeft — was een figuur hoor. Hij had geen pardon voor alles wat maar naar concurrentie rook; die moesten allemaal het veld ruimen. In ditzelfde hoofdstuk zullen we dat later ook nog gaan zien. Die man was enorm paranoia voor alles wat misschien duidde op iemand die hem naar de kroon wilde steken — een aardige woordspeling in dit verband.
Herodes was verontrust en heel Jeruzalem met hem. Hij verzamelde alle overpriesters en schriftgeleerden van het volk. Dat moet een hele happening geweest zijn. Daar komt een complete buitenlandse delegatie van magiërs aan, en voor Herodes is dit de aanleiding om het Sanhedrin — de hoge raad in Jeruzalem bestaande uit de overpriesters en schriftgeleerden — bijeen te roepen. Dat was allemaal op locatie. Hij verzamelde hen en informeerde bij hen waar de Christus geboren zou worden; hij maakte er echt werk van.
Zij zeiden tot hem: "In Bethlehem, namelijk het Bethlehem van Juda." Kennelijk was er nog een ander Bethlehem. Wij moeten dat tegenwoordig ook vaak specificeren. Mijn vader woonde bijvoorbeeld in Valkenburg, en dan moet je erbij zeggen: Zuid-Holland. Je hebt namelijk ook nog een Valkenburg in Limburg. Zo heb je ook een Katwijk aan den Rijn en een Katwijk aan Zee. Anyway, het Bethlehem van Juda dus, want er is geschreven door de profeet — en ik kan u verklappen dat dit Micha is geweest, in hoofdstuk 5 vers 1. De schriftgeleerden weten het zo op te lepelen. Maar het verschil met de reactie van de magiërs is als van dag en nacht. Ik zeg het expres een beetje oneerbiedig: die orthodoxe mensen weten het wel, maar de magiërs waren enorm onder de indruk en hebben de reis ondernomen vanuit het oosten richting het Joodse land. De schriftgeleerden horen dit en weten dat het in Micha staat, maar het deed ze niets. Het was voor hen puur theologie.
"En u Bethlehem, land van Juda..." In de Griekse tekst is het een vrij citaat van Micha 5 dat hier gegeven wordt. Ze hebben het zo tegen Herodes gezegd. In Micha staat "Bethlehem Efrata". Efrata is de landstreek rondom Bethlehem. Dat is de streek waar ooit Rachel — ik noem expres haar naam, want later in dit hoofdstuk wordt Rachel nog een keertje opgevoerd bij de kindermoord — overleed bij de geboorte van haar zoon. Ze had al een zoon, Jozef, en toen kreeg ze nog een zoon. Omdat het zo'n zware bevalling was waarbij ze het leven liet, noemde zij hem Ben-Oni. Dat betekent 'zoon van mijn smart'. Maar Jakob reageerde daarop en zei: "Nee, hij gaat geen Ben-Oni heten. Ik noem hem Benjamin." Dat wil zeggen: 'zoon van mijn rechterhand'.
Dat gebeurde allemaal in de velden van Efrata. Daar werd de zoon der smarten geboren, die later door zijn vader Benjamin genoemd zou worden. Dat is in feite al een plaatje van de Messias. Dan laat ik nog helemaal buiten beschouwing dat daar een kleine duizend jaar later Boas zou komen en David geboren zou worden. David, die daar ook zijn kudde zou weiden, allemaal in die landstreek. "En u Bethlehem, land van Juda, u bent geenszins de minste onder de leiders van Juda. Uit u zal voortkomen een leidsman die mijn volk zal hoeden," of "zal weiden". In de herziene vertaling staat inderdaad "zal weiden", maar het idee is een leidsman die in feite een herder is. Dat is trouwens Davidisch. David was de goede herder; hij zette zijn leven in voor de kudde. Juist daarom was hij ook geschikt om koning te worden. David was die herder uit de velden van Efrata, afkomstig uit Bethlehem. En Micha zegt zoveel eeuwen later: daar zal de Messias worden geboren. Hij die als een ware David zijn volk zal hoeden en weiden, als een herder-koning.
We lezen verder: "Toen Herodes heimelijk de magiërs nodigde..." Er gebeurde hier heel veel in het geheim. Ik zeg dat nu even cryptisch, maar dat heeft alles te maken met de betekenis van deze geschiedenis en met de huidige 'geheime' periode waarin wij leven. Ik loop vooruit, maar hou het even vast. Toen Herodes de magiërs heimelijk nodigde, stelde hij nauwkeurig de tijd bij hen vast dat de ster verschenen was. Hij wilde exact weten wanneer zij die ster hadden gezien. Ze hadden de ster namelijk in het oosten gezien. Het was niet zo dat die ster hen begeleid had vanuit het oosten naar Jeruzalem; nee, ze hadden de ster in het oosten gezien en dat had hen op het spoor gebracht. Vervolgens zijn ze naar het Joodse land gegaan en nu wil Herodes nauwkeurig weten wanneer dat precies is geweest. Later zullen we zien dat dit alles te maken heeft met de termijn van twee jaar. Ook daarvan zeg ik: hou hem even vast, want dat gaat later in deze geschiedenis een grote rol spelen.
Herodes zond de magiërs naar Bethlehem en zei: "Ga en onderzoek nauwkeurig omtrent de kleine jongen." Hij is natuurlijk buitengewoon geïnteresseerd. "En als jullie hem vinden, bericht het mij, opdat ik ook kome om hem te adoreren." Pure hypocrisie natuurlijk. In hoeverre de magiërs dit hebben onderkend? Ik denk het niet; ze moesten later gewaarschuwd worden. Hoe dan ook, dat is het voorwendsel van Herodes: "Ga er naartoe en informeer me over hoe en wat en wanneer." Zij nu, die de koning hoorden, gingen heen.
De Ster Leidt Naar het Huis in Nazareth ↑ hoofdstukken
En let op! De ster die zij waarnamen in het oosten — ja, maar die ze sindsdien dus niet meer hadden gezien — ging hen voor, tot zij kwam en stilstond boven waar de kleine jongen was. Kijk, dit is voor mij het argument dat dit niet zomaar die bewuste conjunctie is, of dat het Jupiter is geweest die zij hebben gezien. Ik weet het, die dokter Martin waar ik zojuist met achting over sprak, die legt dan uit dat die dwaalster vanuit Jeruzalem toen ineens stationair werd. Dat wil zeggen: hij kwam tot stilstand. Maar ja, ik vind dat bij nader inzien heel ver gezocht. En dus herroep ik bij dezen wat ik ooit wel eens een keertje daarover heb gezegd. Ja, soms moeten mensen dat ook doen. Trouwens, als u er anders over denkt: even goede vrienden. Maar ik denk niet dat dit over een gewone ster gaat, want die gaat je namelijk niet voor. En die staat ook niet precies boven de plaats waar in dit geval die kleine jongen was. Daarom denk ik dat dit geen astronomisch fenomeen is geweest. Er vond een buitengewoon bijzonder astronomisch fenomeen plaats, maar dat is niet wat die magiërs uiteindelijk op het spoor bracht en wat zij in dit geval volgden.
Het is een niet-geïdentificeerd hemellichaam. Want als u mij vraagt: wat voor licht is dat dan geweest? Ja, dat weet ik dus niet. Het wordt hier ook niet vermeld. Maar een licht... zij werden dus wel 'voorgelicht'. Nou, laten we dat met respect bekijken. Want waar gingen ze nu naartoe? Ja, zij werden gestuurd naar Bethlehem. Dat is duidelijk, hè? Ze werden gestuurd naar Bethlehem, want dat was het antwoord op de vraag die Herodes had voorgelegd. Maar wat gebeurt er? Ze worden op weg gestuurd en vervolgens zien ze de ster weer die ze ooit daar in het oosten ook hadden gezien. En die ging hen voor tot ze kwam boven waar de kleine jongen was. En ik ga u nu vertellen: dat moet in Nazareth geweest zijn.
Oei, maar die wijzen kwamen toch in de stal? Nee, dat kan niet. Kijk wat we weten vanuit Lukas. Jozef en Maria zijn na de voorgeschreven plichtplegingen namelijk teruggekeerd. Niet vanuit Bethlehem, nee, vanuit Jeruzalem. Je leest in Lukas 2 dat toen zij alles tot een einde hadden gebracht naar de wet van de Heer — even voor de goede orde: de Heer Jezus werd geboren en op de achtste dag werd Hij besneden. Wordt dat beschreven? Dat hoeft niet, bij elke Joodse jongen gebeurde dat. En dan lees je: op de veertigste dag gingen zij naar de tempel. Want dat moest namelijk bij een eerstgeborene altijd gebeuren. En bij die gelegenheid, als zij dan op de veertigste dag daar in de tempel zijn, dan ontmoeten ze Simeon en Anna, die vrouw van vierentachtig jaar. Nou ja, en dan vinden daar hele bijzondere dingen plaats, een hele bijzondere ontmoeting. Want zowel Anna als met name Simeon melden daar hele aparte dingen.
Kijk, dat vind ik zo apart. Van die Simeon lees je: hij was daar in Jeruzalem en hij verwachtte de vertroosting, of zeg de verlossing, van Israël. Dat wist hij. Hij wist: dit is de tijd dat de Messias zal gaan komen. Dus die heeft daar in de tempel gewoond en hij heeft het geweten: dit is het. En vandaar ook dat hij tegen Maria al dingen zegt van: dat gaat er gebeuren. Kijk, de orthodoxe schriftgeleerden... ik geef toe, ik scheer ze over één kam, maar over het algemeen worden ze hier natuurlijk heel negatief neergezet. Ze lepelen wel op wat er in de Schriften staat geschreven, maar het doet ze niks. Ze geloven het niet echt. Want als je het echt gelooft, dan ben je net als een Simeon en net als die magiërs: dan ga je daar naartoe.
Hoe dan ook, Jozef en Maria zijn dus op de veertigste dag naar de tempel gegaan. Wellicht dat ik daar zometeen nog één ding over zeg, maar als er dan staat: 'en toen zij alles tot een einde hadden gebracht naar de wet van de Heer' — en dat vond plaats op de veertigste dag — 'keerden zij terug naar Galilea, naar hun stad Nazareth.' Ze waren ooit voor de gelegenheid, vanwege die inschrijvingen, naar Bethlehem gegaan. Ze zijn daar nog een tijdje gebleven, ook omdat ze in Jeruzalem moesten wezen. Bethlehem ligt maar een kilometer of acht of tien van Jeruzalem verwijderd. En ze zijn daar dus gebleven tot zij naar hun stad terugkeerden na alle plichtplegingen in Jeruzalem. Dus dat is na veertig dagen. Na veertig dagen zijn ze dus niet direct gevlucht naar Egypte. Nee, ze zijn teruggekeerd na de veertigste dag. Voor mijn part is het de 41ste of 42ste dag geweest, dat maakt me niet uit, maar in ieder geval zijn ze daarna naar Galilea gegaan, namelijk naar hun stad Nazareth.
Dus je krijgt dit verhaal: Jezus werd geboren, op de achtste dag werd Hij besneden, en op de veertigste dag — zoals voorgeschreven in Leviticus 12, u kunt het daar allemaal nalezen — vindt die vertoning plaats in de tempel. Dat klinkt een beetje raar; ik zou zeggen: ze toonden Hem in de tempel. En vindt daarna exact daarna de terugkeer naar Bethlehem plaats, zodat zij vanaf deze periode dus weer in Bethlehem vertoeven? En dan pakweg twee jaar... wat zei ik nu? Oh sorry! Ja oké, vanaf hier zijn ze dus gewoon in Nazareth. Sorry, ik weet wat je wil gaan zeggen, maar zover zijn we nog niet. Weet ik. Vind je het goed als ik je de volgende keer... want dat is vers 22 en we zijn nog maar in vers 8 ofzo, daar gaan we het zeker over hebben.
In ieder geval, vanuit deze gegevens verblijven ze daar die twee jaar en dan vindt het bezoek van de magiërs plaats. Sorry, zeg ik het weer fout? Nee, ik lees wat er staat. Jij leest wat er staat en dan ben ik fout? Jij leest niet wat er staat! Ah ja, sorry. Er staat Bethlehem? Hij leest wat er op de dia staat. Oh! Nou zie ik... nee, neem me niet kwalijk. Nu zie ik de grote fout op de dia. Ja, dit is het. Hier moet staan: Nazareth. Ja, inderdaad. Ze waren in Bethlehem geboren en hier keren ze terug naar Nazareth. Sorry! Dat was mij ontgaan. Dit heb ik trouwens expres gedaan, even kijken of ze erin trappen. Nee hoor. Sorry, excuses.
En dan daarna, dus terwijl zij in Nazareth zijn: het bezoek van de magiërs. En dan daarna vluchten zij naar Egypte en daar komen ze weer terug. Zo gaat de tijdlijn verder, maar even voor de goede orde: als die magiërs op bezoek gaan en die ster niet alleen handig maar zelfs noodzakelijk was wilden ze bij de jongen komen, en die jongen is in Nazareth, dan moesten ze dus inderdaad op een andere wijze voorgelicht worden. En toen zij nu de ster opnieuw waarnamen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde. Ja, op een verborgen, maar ook op een onmiskenbaar goddelijke wijze. Want zij zagen: hé, dit licht — wat het dan ook geweest moge zijn — dit licht is van Godswege. Nu worden ze met recht 'voorgelicht'. En dat brengt hen bij de stal... pardon, het huis.
Bezoek aan de Peuter: de Schatten in Contrast met het Armenoffer ↑ hoofdstukken
En zij gingen het huis binnen; ja, ze zaten daar echt natuurlijk. Al lang en breed waren Jozef en Maria en de Kleine teruggekeerd naar hun stad, en daar kregen ze nu bezoek van de magiërs. En zij gingen het huis binnen en namen de kleine jongen waar met Maria, zijn moeder. Ja, wat heel logisch is.
Trouwens, het is heel aardig dat er staat: ze namen de kleine jongen waar. Niet meer zoals bij de herders: het kindje. Dan staat er in het Grieks het woordje voor baby, maar hier wordt gesproken over de kleine jongen. Jezus was inmiddels een peuter; hij stond al. Misschien heeft hij de deur... Voor zover... U zegt: "Maar je was toch tegen fantaseren?" Oké, dat slikken we ook weer in. Maar u begrijpt wat ik bedoel: inmiddels was Jezus inderdaad een kleine jongen, een peutertje. En zij komen het huis binnen en ze nemen de kleine jongen waar met Maria, zijn moeder.
Waarna je de vraag krijgt: waar is Jozef dan? Ja, nee, dat weet ik niet. Dat is wel vaker een vraag: waar is Jozef? Ja, waar is Jozef? In Egypte? Nee hoor, in Egypte ook nog niet. Nou ja... Ja, natuurlijk, het was overdag. Hij moest werken. En zij vielen adorerend, in huldebewijzen, neer en openden hun schatten en boden Hem naderingsgeschenken. Zo staat het letterlijk. Hun schatten. Ze kwamen, ik zei al, het was gewoon een buitenlandse delegatie en zij kwamen daar met hele kostbare dingen. Kostbaarheden, zegt de NBG-vertaling ook.
En op dit punt wil ik, voordat ik een punt zet of voordat we de rest reserveren voor de volgende keer, nog even wijzen. Dit is heel apart, want je leest dus: deze magiërs die komen — dat is een bevestiging van wat ik zojuist zei — die magiërs komen met hun schatten bij Jezus. Ja, maar wat gebeurde er nu op de veertigste dag, toen Jozef en Maria in de tempel kwamen? Toen brachten ze hun offer voor arme mensen. Ik zal het niet laten zien, want dat staat in Lukas 2. Toen ze dus in de tempel waren, daar in Jeruzalem, dan lees je dat ze daar waren om een offer te geven naar wat in de wet van de Heer uitgesproken is: Leviticus 12.
En dan staat erbij: wat brachten ze? Wat was dat offer? Een koppel tortelduiven of twee jonge duiven. Dat hebben ze dus als offer gebracht. Maar wat weten we over dat offer? Nou, dan gaan we even naar Leviticus 12 toe en daar staat het: dat indien echter haar vermogen — van die moeder — niet toereikend is voor een stuk kleinvee... Dat was dus de normale gang van zaken bij de veertigste dag; als er geofferd moest worden, dan was het een stuk kleinvee. Maar er was een clausule, dat wil zeggen: als het vermogen niet toereikend is om dat te betalen, dan zal zij twee tortelduiven of twee jonge duiven nemen.
Dus in het geval het arme mensen betrof, of degenen die dat allemaal niet konden betalen, dan konden ze gewoon volstaan met een paar duiven. Nou, en projecteer dat nu nog eventjes terug. Deze magiërs komen met kostbaarheden, met schatten. En stel je voor dat zij inderdaad daar in de stal van Bethlehem waren, en dan gaan op de veertigste dag Jozef en Maria naar de tempel en dan brengen ze een offer voor een stelletje armoezaaiers. Dat is niet logisch, hè? Het verhaal is helemaal niet logisch zoals het bedacht wordt. Maar ja, het zit echt anders in elkaar en dat staat er ook bij. Dit is de reden waarom men altijd spreekt over drie wijzen.
Goud, Wierook en Mirre: Beelden van Opstandingsheerlijkheid ↑ hoofdstukken
Waarom? Omdat ze goud, wierook en mirre brachten. Nou, ik vind die conclusie behoorlijk kort door de bocht. Want nou ja, dat ga ik u niet eens uitleggen. Het is wel apart. Goud, wierook en mirre: alle drie zijn namelijk een beeld van opstandingsheerlijkheid. Goud spreekt sowieso van onvergankelijkheid. Edelmetaal roest niet, het blijft. Wierook, wat in de Bijbel en in de offerdienst trouwens een grote rol speelt, stijgt op tot een liefdelijke reuk. En mirre heeft trouwens ook alles te maken met Mirjam en Maria. Mirre, dat is balsem, maar het is ook welriekend. Het werd ook gebruikt bij de begrafenis, bij het balsemen. Bij de Heer Jezus lees je ook dat er mirre gebruikt werd. In al die gevallen verwijst dit – goud, wierook en mirre – naar de heerlijkheid van de opstanding.
En dat is wat zij herkend hebben. In hoeverre zij dit gerealiseerd hebben, weet ik niet, maar ik denk heel wat meer dan wij vaak denken. Het loutere feit dat die ster hen op het spoor bracht en dat zij al die conclusies hebben getrokken... zij wisten zoveel meer. En dat zij nu deze dingen brengen, ja, dat is veelzeggend. Die jongen, die kleine jongen, die is echt met recht veelbelovend hoor. Hij is de vervulling van de belofte en vandaar ook goud, wierook en mirre. Allemaal spreekt het van opstandingsheerlijkheid die onvergankelijk is. Welnu, dat hoort aan Hem toe.
En dan staat er nog bij – dat is het laatste vers dat ik nu aanhaal – dat zij in droomtoestand... ja, in de droom, in trance. Een andere vertaling, de Concordant Version, spreekt over een 'trance in droom' waarin hen dingen bekend worden gemaakt. In Mattheüs 1 en 2 wordt trouwens heel wat gedroomd. Jozef kreeg meerdere keren een droom en ook deze magiërs kregen die. En toen zij in droomtoestand in kennis werden gesteld, keerden zij niet terug naar Herodes.
Typologie: het Heil Naar de Natiën Buiten Jeruzalem Om ↑ hoofdstukken
Ik wil aan het einde toch nog wat vertellen over typologie. Dat is dan meteen de cliffhanger voor de rest. Want die magiërs moeten duidelijk zijn: zij zijn een type van de natiën die de Heer vinden, in tegenstelling tot Jeruzalem – gewoon als aanduiding van de schriftgeleerden en trouwens ook van de politieke macht.
De magiërs vinden Hem, en een droom is wat in de Bijbel altijd spreekt. Jozef droomt – ik bedoel niet alleen deze Jozef, maar ook de Jozef die daar ooit in Egypte was. Die droomde, maar maakte ook dromen bekend. Dat heeft alles te maken met verborgenheid, met God die op een verborgen wijze dingen bekendmaakt en uitlegt. Ja, en dat is allemaal een uitbeelding van de feiten die hier plaatsvinden in deze periode en in deze geschiedenis; een uitbeelding van de tegenwoordige tijd. En dat heeft alles te maken met die twee jaar – twee millennia.
Dus ja, daar zitten zulke geweldige lagen achter. Het is trouwens nog zo dat zij – er staat bij dat zij in droomtoestand in kennis werden gesteld – niet terugkeerden naar Herodes, maar via een andere weg terugtrokken naar hun landstreek. Zij keren dus wel terug naar hun land, maar niet via Jeruzalem. Nee, dat is precies typerend voor de huidige tijd ook: het gaat buiten Jeruzalem om. Dat heeft alles te maken met het feit dat nu het heil naar de natiën gaat door hun struikeling, en buiten Jeruzalem om.
Zie je hoe dat allemaal al in beeld beschreven wordt, als illustratie maar ook gewoon als onze reële geschiedenis in het Matteüs-evangelie? Nou, ik zou zeggen: wordt vervolgd. En dat slaat dan niet op wat er met de Heer Jezus gebeurt die vervolgd wordt, of op de kinderen in Bethlehem die ook vervolgd worden, maar ik bedoel dat deze geschiedenis wordt vervolgd. Daar gaan we het de volgende keer over hebben.
UltimateGoodNews