GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de val van Jericho

21-05-2023 - Geplaatst door Andre Piet
21 mei 2023, Rotterdam (EH)

In Jozua 6 wordt beschreven hoe het volk Israël dat zojuist de Jordaan was overgetrokken, de opdracht kreeg om Jericho als eerste stad in te nemen. Geen mensenhand zou daaraan te pas komen. Zelfs geen woord mocht worden gesproken. Zes dagen lang zou het volk om de stad heentrekken en op de zevende dag zelfs zeven keer. De afloop is alom bekend: Jericho viel, precies zoals GOD tevoren had gezegd! Maar veel minder bekend is de sprake die van deze geschiedenis uitgaat. Terwijl die sprake actueler is dan ooit!

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie behandelt de bekende geschiedenis van de val van Jericho uit Jozua 6. Centraal staat de boodschap dat God de overwinning geeft uit genade, zonder dat de mens hieraan hoeft of kan bijdragen. De zeven dagen durende mars rond de stad is een profetisch beeld van de zesduizend jaar menselijke geschiedenis die uitloopt op de naderende dag van JAHWEH. Net als bij de zevende bazuin in Openbaring zal bij de komst van de ware Jozua, de Messias, het vrederijk wereldwijd en zonder menselijk toedoen aanbreken. Geloven is dan ook niet zelf zwoegen, maar in rust vertrouwen op wat God gesproken heeft.

“Maar het evangelie zegt: doe je schoenen nu maar uit, want Ik doe het. Het is helemaal niet van jou afhankelijk.”

Introductie en de Voorgeschiedenis (jozua 1-5) ↑ hoofdstukken

Een hele goedemorgen allemaal. Vrienden, het is goed om jullie hier te mogen treffen en dank voor de uitnodiging. Ik wil jullie vanmorgen heel graag bepalen bij deze, ik mag wel zeggen, zeer bekende geschiedenis. Er zijn, denk ik, weinig Bijbelverhalen die zo tot de verbeelding spreken als dat wat we zojuist met elkaar hebben gelezen in Jozua 6. Het is een heel gedeelte en we gaan het nog een keertje dunnetjes overdoen, Ed, want we gaan even inzoomen op wat er allemaal naar voren gebracht wordt.

Ik houd eigenlijk niet zo van het woord 'verhaal', omdat het een beetje suggereert alsof het zomaar een vertelling is, in de trant van wat dominee Talinde ooit zei: dat het niet echt gebeurd is. Nee, dit is werkelijk geschiedenis. Dit heeft... pardon? Oh, ik dacht dat ik even onderbroken werd, neem me niet kwalijk. Maar nee, dit is dus echt een geschiedenis. Het is geschied, jazeker.

Laten we eerst eens door dit boek bladeren en bij het begin beginnen. Dan zie je in het eerste hoofdstuk dat nadat Mozes is overleden, Jozua het stokje overneemt. Hij brengt hen dan uiteindelijk in het land. Ik zeg 'iteindelijk', want daar zijn veertig jaren aan voorafgegaan. In Jozua 1 lees je dat het volk zich opmaakt om binnen drie dagen door de Jordaan te trekken. In het tweede hoofdstuk volgt ook een hele bekende geschiedenis: dat er twee verspieders worden uitgezonden naar Jericho. Zij verblijven daar undercover, want het zijn verspieders, bij Rachab de hoer. Zo wordt ze iedere keer genoemd, en dat is natuurlijk heel veelzeggend.

In de navolgende hoofdstukken 3 en 4 vinden we dat Jozua op de derde dag het volk — eigenlijk moet ik zeggen: de ark met de priesters voorop — door de Jordaan leidt. Dat zijn allemaal geweldige geschiedenissen waar een enorme sprake van uitgaat. Het verwijst onmiskenbaar naar Hem die de ware navolger van Mozes is: de ware Jozua. In feite zijn de namen van Jezus en Jozua in het Hebreeuws exact hetzelfde: Jozua of Yahoshua. De doortocht door de Jordaan is heel bekend als beeld, als embleem. Daar hoef je niet eens zo heel veel Bijbelstudie voor gedaan te hebben om te weten dat de doortocht door de Jordaan, en daarmee feitelijk ook dat wat jou in het beloofde land brengt, een beeld is van dood en opstanding. Dat dit op de derde dag gebeurde, hoeft dan ook niet te verbazen. In feite spreekt wat daar toen gebeurde ook van wat het volk nationaal gaat meemaken: namelijk dat het na twee dagen op de derde dag uit de dood zal verrijzen en herstellen zal.

In Jozua 5 vinden we vervolgens de geschiedenis dat het volk besneden wordt, want gedurende de veertig jaren van de woestijnreis had dat niet plaatsgevonden. Een nogal pijnlijk gebeuren was dat, zo lees je. Het was bovendien de tijd van het Pascha, en dat wordt dan ook gevierd daar in Gilgal. En dan kom je uiteindelijk uit in Jozua 6: de val van Jericho.

Ik zei zojuist dat het een hele bekende geschiedenis is. Als een heel bekend verhaal op de zondagsschool is dat ongetwijfeld ook hier al vele malen verteld. Maar ook in liederen trouwens; er zijn zelfs heel bekende spirituals: 'Joshua fit the battle of Jericho'. Juist deze week kwam die nog weer even bij mij langs. Dat zijn geweldige songs die allemaal verwijzen naar deze grootse gebeurtenis. Nadat het volk het beloofde land was ingetrokken, was dit de eerste grote overwinning.

Nog even iets over de structuur: die is in feite heel simpel voor het gedeelte dat we gelezen hebben, vers 1 tot en met 20. In de eerste verzen wordt de stad in feite al gegeven en het eindigt met hoe de stad daadwerkelijk wordt ingenomen. In de tussenliggende verzen lees je eerst de opdracht om de stad te omtrekken, aangevuld met de belofte. Vervolgens wordt in het grootste gedeelte, vers 6 tot en met 15, aangegeven hoe deze opdracht daadwerkelijk wordt vervuld. Hoe men inderdaad de stad omtrok, en ook dat wordt weer herhaald met de belofte. Er zit dus een hele duidelijke en simpele structuur en opbouw in dit gedeelte.

Oké, dat gezegd hebbend, stel ik voor dat we — noodzakelijkerwijs toch enigszins vluchtig — in zullen zoomen op de twintig verzen die we hebben gelezen. Dat gaan we dus nog een keertje doen. Er staat, en ik lees uit de NBG-vertaling (zo heel af en toe wijzig ik een klein beetje en dat geef ik dan aan):

Heilige Grond: het Afleggen van de Eigen Wandel ↑ hoofdstukken

Intussen had Jericho de poort gesloten. Met dat "intussen" wordt gedoeld op het feit dat Jozua zojuist, in de verzen hiervoor die we niet hebben gelezen, een hele aparte ontmoeting heeft gehad. Hij weet in eerste instantie eigenlijk ook niet met wie hij van doen heeft, maar iemand stelt zich voor als de vorst van het leger van JAHWEH. Die gaat hem dan ook het een en ander aanzeggen. Eigenlijk lees je daar dat hij de schoenen van zijn voeten moet doen; dat lees je wel vaker. Want de grond waarop je staat, zo wordt tegen Jozua gezegd, is heilig.

Eigenlijk is daarmee dit gezegd: dat hele symbool kennen wij niet meer. Moslims kennen dat symbool overigens wel, van de schoenen van je voeten doen wanneer de grond waarop je je bevindt heilig is. Maar het idee daarbij is — en dat vind ik een geweldige sprake die ervan uitgaat — dat je schoenen spreken van de wandel. Het spreekt van dat wat de mens doet en hoe de mens zijn stappen zet en wandelt. Welnu, op basis daarvan kun je niet bij Hem komen. Dan zul je echt dat wat van jou is moeten afleggen. Want als God aan het werk gaat, dan is alle eer aan Hem en is alles van jezelf en dat wat van jouw wandel is, volstrekt onbelangrijk. Dus ja, dat is eigenlijk een prachtig symbool. Ik zou bijna voorstellen dat we dat voortaan ook doen als we hier binnenkomen; in oosterse bijeenkomsten is dat inderdaad het gebruik. Je zou het zomaar kunnen doen, maar in ieder geval is het idee een hele duidelijke zodra je begrijpt waar het van spreekt. Eigenlijk is dat ook een samenvatting van het Evangelie: niets van de mens, maar alles van Hem.

In feite is dat wat hier vervolgens beschreven wordt, daar ook een illustratie van. Intussen had Jericho dus de poort gesloten; het was volkomen gesloten voor de Israëlieten. Niemand kon erin of eruit gaan. En JAHWEH sprak tot Jozua. Ik vermoed, en de meeste uitleggers zijn het daar ook wel mee eens, dat dit gebeurt bij monde van de genoemde vorst waar Jozua die ontmoeting mee had. Want hij heeft niet alleen maar gezegd dat de grond waarop hij stond heilig was, nee, hij heeft hem ook het een en ander aan instructies gegeven. Dus als hier staat dat JAHWEH tot Jozua sprak, dan is dat wellicht bij monde van de genoemde vorst. Het staat er niet zwart op wit, maar het lijkt mij heel aannemelijk.

Hoe dan ook, JAHWEH sprak tot Jozua: "Zie, Ik geef Jericho met zijn koning, de krachtige helden, in uw macht." In die tijd waren al die steden feitelijk staten; bij ons is dat allemaal veel uitgebreider, maar toentertijd was een stad een staat op zich met een eigen koning. En dan staat er: "Zie, Ik geef". Dat zegt de Heer God zelf. De nadruk ligt natuurlijk op "Ik geef", dat is Mijn daad. Ook hier zie je dus weer: dat is niet iets van jou. Jullie hoeven ook niks te doen, dat zal vanzelf ook wel blijken. Ik geef het je, alsjeblieft.

Gij moet om de stad heen trekken, terwijl alle krijgslieden eenmaal om de stad heen gaan. Eerst worden hier dus de strijdlieden aangesproken; die moeten voorop gaan, dat zullen we ook zien. En zo moet gij zes dagen doen, terwijl zeven priesters zeven ramshoorns voor de ark uitdragen. Er is een beetje wat gedoe over, of in ieder geval verschil in de vertalingen, in de wijze waarop dat wordt weergegeven. De Statenvertaling is ook wat anders, die heeft het dan over bazuinen. Het is inderdaad wat gecompliceerd, want in het Hebreeuws staat hier het woord shofar. Dat kent u wellicht. Een shofar is een ramshoorn, maar dat wordt in het Hebreeuws onderscheiden van de bazuin of de trompet. Wij maken dat verschil ook, maar het is een beetje ingewikkeld in die zin dat in het Grieks, in de Septuaginta — en dat zie je dus ook in het Nieuwe Testament — het begrip bazuin eigenlijk een paraplubegrip is. Beide worden daaronder verstaan. Als je in het boek Openbaring leest over de bazuinen — ik kom er straks nog even op terug — of daar dan gedoeld wordt op de ramshoorn of op een trompet, dat blijkt niet uit het woord zelf.

Hier in het Hebreeuws is het in ieder geval volstrekt helder: het gaat hier over ramshoorns. Ik vind de gedachte daarbij eigenlijk ook wel mooi, die van dood en opstanding. Want wat is een ramshoorn? Dat was een ram die geslacht is en niet meer leeft. En toch, nadat hij gestorven is, brengt hij nog geluid voort. Er gaat een sprake van uit, een heel belangwekkende sprake zelfs. Daar komt bij dat een hoorn in de Bijbel ook een type is van koningschap: "De tien horens die gij zaagt, dat zijn tien koningen" of "Gij hebt mijn hoorn verhoogd". Dat heeft te maken met koningschap. Als je dat realiseert, dan spreekt het dus inderdaad van Hem die geslacht is, maar die vervolgens de Koning is en van wie een geweldige sprake uitgaat. Dat is de ramshoorn. In feite is zo’n ramshoorn dus een uitbeelding van Israëls Messias zelf.

Oké, maar dan staat er: zo moet gij zes dagen doen, dus om die stad heen trekken, terwijl zeven priesters zeven ramshoorns voor de ark uitdragen. Maar op de zevende dag moet je zevenmaal om de stad heen trekken en de priesters zullen op de hoorns blazen.

De Profetische Betekenis van de Zevende Dag ↑ hoofdstukken

Welk getal springt hieruit? Je struikelt erover: het getal zeven. Dat is zo evident. En kijk in het algemeen naar wat misschien wel een van de allerbelangrijkste lessen is, naast wat ik zojuist al zei: het gaat over het Evangelie waarin God geeft, puur om niet, en waarbij de wandel van de mens het eigenlijk helemaal moet afleggen.

In deze geschiedenis zie je dat God de overwinning gaat geven. Wanneer? Wat hier vooral naar voren gebracht wordt, is de timing. Op de zevende dag. Zes dagen lang moeten ze om die stad heen trekken. Dat haalt niets uit; er gebeurt niets. Maar op de zevende dag moeten ze nog eens zeven keer om de stad heen trekken. Voor de zevende keer dus. Je moet natuurlijk wel eerst zes dagen daaraan voorafgaand om die stad heen zijn gegaan om aan die zevende keer toe te komen. Het gaat dus om die zevende dag. Waarom is dat zo belangrijk? Wel, laat het duidelijk zijn dat dé zevende dag in de Bijbel bij uitstek een type is van de dag van JAHWEH. De dag die Hij voor Zichzelf gereserveerd heeft. Het is ook de dag die Hij aan Israël heeft gegeven. Er staat in Exodus dat het een teken is tussen Hem en het volk van Israël.

De dag van JAHWEH, de dag des Heren, is vooral een profetische term. We denken daarbij aan de grote dag dat God gaat ingrijpen in de hele gang van zaken in deze wereld en orde op zaken gaat stellen. Wanneer Zijn dag aanbreekt, begint voor deze wereld de grote Sjabbat. Er staat in de Hebreeënbrief dat God een dag heeft weggelegd en gereserveerd; er blijft een Sjabbat over voor Zijn volk. Dat is die zevende dag.

Deze geschiedenis valt na het Pascha, op weg naar Pinksteren. Maar Pinksteren is ook weer zeven maal zeven. Het is de vijftigste dag; er volgt een week van weken, zeven maal zeven dagen, en na die zeven weken krijg je de vijftigste dag: Pinksteren. In die tijd vindt de overwinning op Jericho plaats.

Wat ik vooral wil vertellen, is dit – en zojuist gaf Lars-Ed dat in de introductie ook al aan als een soort teaser: wat maakt deze geschiedenis zo hoogst actueel? Je kunt zeggen: "Hallo, het is inmiddels 3500 jaar geleden dat dit plaatsvond." Dat is al heel lang geleden. Maar als je je realiseert dat de boodschap is dat op de zevende dag dé overwinning plaatsvindt en dat God die geeft, waar spreekt dat dan van? Van de grote dag die gaat aanbreken: de dag des Heren.

Om de tijd te verstaan, moet je je realiseren dat de hele wereldgeschiedenis, gerekend vanaf Adam, een periode is van pakweg 6000 jaar. Ik zeg "pakweg", maar ik bedoel het eigenlijk vrij exact. Van Adam tot Abraham is 2000 jaar. Van Abraham tot Christus is 2000 jaar. En nu zijn we bijna weer 2000 jaar verder sinds Christus stierf, opstond en naar de hemel voer. Dat betekent dat er zes dagen van duizend jaar voorbij zijn gegaan. Ik zeg dit zo omdat God nu eenmaal zo rekent. Voor Hem is één dag als duizend jaar, en dat wordt nog eens onderstreept: duizend jaar is als één dag.

Dat zie je trouwens ook als je anders rekent, namelijk vanaf de dood en opstanding van Christus; dan zijn er nu bijna twee dagen verstreken. Dat wil zeggen dat de derde dag aanstaande is. Wij leven nu in 2023. Het gaat mij er helemaal niet om een datum te zetten – "date-setting", zoals de Engelsen dat noemen – maar het gaat erom alert te zijn en te weten in wat voor tijd we leven. Die grote dag van JAHWEH is aanstaande. Die gaat komen.

Dat zie je niet alleen aan allerlei tekenen, zoals wat er in de afgelopen eeuw in het Midden-Oosten is gebeurd met het landpatroon uit het Oude Testament dat opnieuw is gereconstrueerd, de Joodse staat, Jeruzalem, enzovoort. Ook chronologisch had je niets anders mogen verwachten. De zevende dag sinds Adam – of de derde dag sinds de dood en opstanding van Christus – is nabij. Dat moet je weten. Er is nooit een tijd geweest waarin we zo alert moesten zijn op wat er plaatsvindt en waarin we onze hoofden zo omhoog mochten richten: het gaat binnenkort gebeuren. Die verwachting is niet alleen geweldig, maar ook hoogst actueel.

Als hier dus staat dat ze op de zevende dag zevenmaal om de stad heen moeten trekken en de priesters op de horens zullen blazen, dan is dat ook profetisch van enorm groot belang. Laten we eerst verder lezen in vers 5: "Wanneer men op de ramshoorn de toon aanhoudt..." Dat is letterlijk de hoorn van het gejubel. In het Hebreeuws is dat jowel, waar ons woord "jubeljaar" vandaan komt. Je hoort de overeenkomst, nietwaar? We zeggen het trouwens nog steeds: "Dat is heel jofel," wat ook Jiddisch is. Wanneer men op de ramshoorn de toon aanhoudt en gij het geluid van de hoorn – of de "toren", dat zou in dit geval ook nog kunnen, want het is ook een dag van toorn – verneemt... Nee, het is het geluid van de hoorn. Zo'n ramshoorn, de sjofar, is natuurlijk geen muziekinstrument. Je kunt er een signaal mee afgeven, maar het is niet geschikt om muziek mee te maken; daarvoor is een trompet of een bazuin geschikter. Maar goed, het gaat hier inderdaad om de ramshoorn: "Wanneer men op de ramshoorn de toon aanhoudt en gij het geluid van de hoorn verneemt, dan moet het hele volk een luid gejuich aanheffen."

De Parallel met de Zevende Bazuin in Openbaring ↑ hoofdstukken

Ik had het zojuist al even over die zevende dag die straks gaat aanbreken, maar we gaan nu over naar het boek Openbaring. Het boek Openbaring gaat over de openbaring van Jezus Christus. Jezus Christus is vandaag verborgen, nietwaar? Maar Hij gaat openbaar worden. Daar gaat dit hele boek over: de openbaring van Jezus Christus. Het is dus niet de 'openbaring van Johannes', zoals vaak wordt gezegd. Nee, het is de openbaring van Jezus Christus. Johannes wordt daarin verplaatst; hij maakt eigenlijk een soort tijdreis mee, want hij wordt in dat eerste hoofdstuk verplaatst naar de dag van de Heer.

Daar gaat hij beschrijven wat hij ziet, soms in beeldende taal en soms letterlijk. En dan vind je daar iedere keer die reeksen van zeven. Eerst krijgt het Lam dat geslacht is — de Leeuw van Juda — de boekrol. Hij gaat die boekrol openen, en dat zijn de eigendomsrechten van het land: de zeven zegels. Wanneer de zevende zegeldag geopend is, is Israël inmiddels hersteld. Ik kom nu een beetje in de verleiding om dat nader uit te werken en toe te lichten, maar de tijd ontbreekt mij, dus ik houd het hier even bij.

Nadat de zevende zegeldag geopend is, komen er vervolgens nog eens zeven bazuinen, waarna de hele volkerenwereld wordt onderworpen. Dat zijn enorme, grootse gebeurtenissen die daar beschreven worden. Het is werkelijk niet mals wat er dan allemaal nog gaat plaatsvinden. Bij de zevende bazuin — je leest dat in Openbaring 11 — wordt er gezegd dat het koninkrijk is aangekomen. Alle volkeren zijn dan onderworpen aan de Messias; kijk het maar na in Openbaring 11 vers 14 en 15. Dat is niet zonder slag of stoot gegaan, maar bij de zevende bazuin is heel de wereld onderworpen aan de Messias.

Dat is tevens ook het moment dat Babylon, de grote stad, zal vallen. Ik denk dat dit heel letterlijk Babylon is daar tussen de rivieren bij de Eufraat. Daar gaat nog heel veel gebeuren. Let op, zou ik zeggen; we leven in boeiende tijden, dus we gaan het zien. Hoe dan ook, bij die gelegenheid zal die stad in één uur vallen door een gigantische aardbeving. Dat komt weer overeen met de zevende schaal. Ook daar heb je weer die zeven. Iedere keer: 7-7-7-7.

Bij de zeven is het vol. Het aardige is trouwens dat het Hebreeuwse woord voor 'zeven' ook 'volheid' betekent. Het is niet alleen een getal, het is ook een woord dat spreekt van volkomenheid en volheid. Dus als we zeggen dat zeven het getal van de volheid is, dan is dat omdat het in het Hebreeuws simpelweg hetzelfde woord is. Eigenlijk kennen we dat fenomeen ook wel van de reeksen van zeven kleuren, zeven dagen en zeven tonen.

Op die zevende dag, bij de zevende bazuin, moet het hele volk juichen en zal de stadsmuur ineens instorten. Het volk moet erop klimmen, ieder recht voor zich uit. De hele muur om de stad heen valt in één keer: bam. Er zijn allerlei kinderliedjes die hierover gaan, 'rammerdebam', en hoe dat gewoon zonder enige mensenhand zal gebeuren. Hier wordt gewoon gezegd: dit zal gebeuren, zo zal het gaan.

Toen riep Jozua, de zoon van Nun. Dat vind ik leuk, want 'Nun' is een Hebreeuwse letter die 'vijftig' betekent. Hiervan akte. Jozua, de zoon van Nun, riep de priesters en zei tegen hen: 'Neem de ark van het verbond op.' Dat is die ark, de houten kist die met goud bekleed is, waarin de stenen tafelen lagen, maar ook de bloeiende staf van Aäron. Het is in alle opzichten een embleem van Gods glorie, maar vooral ook van Israëls Messias. Die staat centraal, of misschien moet ik zeggen: Die gaat voorop.

'Neem de ark van het verbond dus op en laat zeven priesters zeven ramshorens dragen.' Hier zie je weer die zeven die telkens terugkomt. Ze dragen die voor de ark van JAHWEH uit. Tegen het volk zei hij: 'Trek voort, ga om de stad heen en laat de gewapenden voor de ark van JAHWEH uittrekken.' Zodra Jozua tot het volk gesproken had, trokken de zeven priesters die de zeven ramshorens voor het aangezicht van JAHWEH droegen, voort. Ze bliezen op de horens, terwijl de ark van het verbond van JAHWEH hen volgde. Er klonk een aanhoudende toon. Ed deed net een poging om te zingen, maar ik ga geen poging doen om een ramshoorn na te doen. Ik vind het trouwens helemaal niet zo’n mooi geluid, maar het signaal is wel helder.

Ik moet even doorgaan, want ik heb geen zeven dagen de tijd en ook geen zeven uur. De gewapenden gingen voor de priesters uit die de horens bliezen, en de achterhoede kwam achter de ark aan, terwijl er voortdurend op de hoorn geblazen werd.

De Opdracht Om te Zwijgen: het Evangelie van Genade ↑ hoofdstukken

Jozua had het volk bevolen: "Gij zult niet juichen en uw stem niet laten horen; laat er geen woord uit uw mond uitgaan." Dit vind ik mooi, omdat dit precies de boodschap van dit hele gedeelte onderstreept, maar feitelijk de boodschap van de hele Bijbel. Het is zo simpel. Religie zegt: je moet dit doen, je moet dat doen, en je moet vooral zus en zo niet doen. In feite wordt de hele maatschappij ook doodgegooid met dat soort dingen die wij moeten doen. Maar het evangelie zegt: doe je schoenen nu maar uit, want Ik doe het. Het is helemaal niet van jou afhankelijk.

Dat maakt het evangelie zo'n geweldig goed bericht. Want het is niet van mij afhankelijk en niet van jou. Daardoor kun je ook omhoog kijken. En hier geldt ook: mondje dicht. Dat was ooit al veel eerder gezegd, veertig jaar eerder, toen Israël voor de Schelfzee stond. Ja, toen konden ze geen kant meer op. Dat is een groot probleem, zou je zeggen. Nou, niet als je God aan je zijde hebt, want Hij had gezegd... Hoe klonk het ook alweer? "De HEER zal voor u strijden en u zult stil zijn." Mondje dicht. Het hangt niet van jullie af. Niks van jullie, niks van jullie. Ook hier: hou je mond nu maar. God heeft gesproken.

En hier in Jozua is het ook: "Gij zult niet juichen, uw stem niet laten horen; laat geen woord uit uw mond uitgaan." Lieve mensen, dit is toch heerlijk om zo te mogen leven. Dat je werkelijk zo'n boodschap mag kennen. Dat je elke dag mag opstaan in het besef: niet ik. Het hangt niet van mij af, totaal niet. En zelfs als ik het helemaal — sorry dat ik het even plat Nederlands zeg — verpest heb, dan nog: Hij is er. Bij Hem kun je altijd terugkeren; Hij is een God van genade. Hij zegt: "Ik geef het je."

Oké, je moet soms wel eens wachten, want God timet ook de dingen; dat zit hier ook in. Ik bedoel, zes dagen gebeurt er helemaal niks. Dan zeg je: "Goh, er gebeurt ook niet veel." Nee, dat is ook zo. Maar dat was ook helemaal niet de bedoeling. En dat is nu ook zo. Ik bedoel, in zesduizend jaar zit de mensheid al te zwoegen om maar dat paradijs te bereiken. Al dan niet een communistisch paradijs, zoals je dat in de vorige eeuw hebt gehad, om een nieuwe wereld te creëren. Iedere generatie denkt weer: wij gaan het nu wel realiseren, wij gaan het nu bereiken. Dat gaat niet gebeuren hoor. Het is zes dagen, al zesduizend jaar is de mens aan het zwoegen en er gebeurt helemaal niks. Het is gewoon iedere keer hetzelfde liedje. Totdat God zegt: "En nu is het Mijn dag." Dat is getimed. En ik moet zeggen: ik ben erg blij dat wij aan het einde van die zes dagen leven. Dus ja, als je ooit reden hebt gehad om met gespannen verwachting uit te zien naar wat gaat komen, dan is het nu wel.

Geweldig. "Gij zult niet juichen, uw stem niet laten horen; laat er geen woord uit uw mond uitgaan tot op de dag dat ik u zeg..." Het komt wel. Tot op de dag, de zevende dag dus. Zodra er gezegd wordt: "Juicht!", dan moet je juichen. Nou, als ik dit lees, dan denk ik iedere keer aan Louis van Gaal. Maar dat zal wel aan mij liggen. Nee, niet iedereen kent deze uitspraak, maar goed, dat maakt niet uit. Je moet maar eens op YouTube intikken: Louis van Gaal en "Juichen". Die kon dat heel mooi zeggen.

Oké, tot op die dag, die zevende dag. En dan staat er dat de ark van JAHWEH om de stad trok, eenmaal rondgaande. Daarop kwamen zij weer in de legerplaats en overnachtten in de legerplaats. Het volk heeft dus gewoon gedaan wat er was gezegd: gewoon om de stad heen trekken. Zo'n enorme tocht zal dat ook weer niet geweest zijn. Maar dan vervolgens staat er in vers 12...

De Ware Jozua Staat Op: het Patroon van de Opstanding ↑ hoofdstukken

...en Jozua stond des morgens vroeg op. Ik vind dat heel mooi, en weet u waarom? Omdat we dat een paar hoofdstukken eerder namelijk ook al lezen, in hoofdstuk 3 vers 1. Daar staat exact dezelfde frase: "En Jozua nu stond des morgens vroeg op." Dat is in verband met de derde dag van de doortocht door de Jordaan. Dan zeg je: connect the dots. Jozua, of Jehoshua, staat 's morgens vroeg op. Waar denk je dan aan? Dan denk ik aan de opstanding, ooit op de derde dag, van de grote Jehoshua die het volk inderdaad daadwerkelijk in de rust zal brengen en die het volk op de derde dag door de Jordaan zal heen leiden. Ziet u dat dit veel meer is dan alleen maar geschiedenis? Dit is profetie. Hier worden lijnen uitgezet; dit zijn patronen en rode draden die je voortdurend in heel de Bijbel ziet terugkeren.

Goed, Jozua stond dus des morgens vroeg op en de priesters namen de ark van JAHWEH op. De zeven priesters die de zeven ramshorens voor de ark van JAHWEH uitdroegen... Je denkt iedere keer: ja, nu weet ik het wel. Maar die herhaling heeft uiteraard een functie, namelijk om je ergens op te attenderen. Het is de bedoeling dat je over dat getal zeven struikelt. Je moet weten: daar gaat het om, om die zeven. Deze zeven priesters, die de zeven ramshorens voor de ark van JAHWEH uitdroegen, gingen heen en bliezen al gaande op de horens. De hele tijd hoorde je dat aanhoudende geluid van de shofar. De gewapenden gingen vooraan en de achterhoede kwam erachteraan — het hele volk sukkelde er als het ware achter de ark van JAHWEH aan — terwijl er voortdurend op de hoorn geblazen werd. Zo trokken zij op de tweede dag eenmaal om de stad heen en keerden terug naar de legerplaats. Alzo deden zij zes dagen lang.

Wordt vervolgd, iedere keer weer. Zes dagen lang gebeurde er dus helemaal niets. Maar op de zevende dag stonden zij vroeg op, zodra de dageraad gekomen was, en trokken op dezelfde wijze zevenmaal om de stad heen. Daarmee wordt bevestigd dat het voor het volk heel goed te doen was om dat zeven keer te doen. Ze stonden vroeg op en hebben zeven keer om die stad heen gelopen. Op die zevende dag trokken ze dus niet één keer, maar zeven keer om de stad heen.

In totaal hadden ze eerst zes keer om de stad getrokken en op de zevende dag trokken ze er nog eens zeven keer omheen. Ik denk wel eens — maar dat is mijn idee — dat het ongeluksgetal dertien uit Jericho komt. Dat bedoel ik niet zo serieus als het misschien uit mijn mond komt, maar je kunt het je voorstellen. Dertien is in het algemeen, waar twaalf altijd een reeks is (denk aan de twaalf uren van de klok, waarna het weer opnieuw begint), het getal van de omwenteling. Vraag maar aan Paulus; dat was ook de dertiende apostel. In Jericho was het in ieder geval een omwenteling, want die hele stad werd omgekeerd. Op de zevende dag stonden ze vroeg op zodra de dageraad gekomen was en trokken op dezelfde wijze zevenmaal om de stad heen.

Op Voorhand Juichen en de Val Door Geloof ↑ hoofdstukken

Alleen op die dag trokken zij zevenmaal om de stad heen. Toen de priesters bij de zevende maal op de horens bliezen... ja, het verhaal bouwt zich op en het culmineert. Nu zijn we inderdaad bij de zevende dag aangeland en zijn ze ook nog eens de zevende keer om de stad heen getrokken. En dan, met die zeven bazuinen, bij de zevende maal dat zij op de horens bliezen, zei Jozua tot het volk: "Juicht, want Yahweh heeft u de stad gegeven!"

Dus waarom, hoezo juichen? Nou, God had het al gegeven. In die zin – Ed, jij zei: "Ik weet niet precies wat de link is tussen wat ik vertel over dankbaarheid en wat André straks gaat vertellen" – ik heb hem hier: juicht! Want Hij heeft het al op voorhand gegeven. Dat zie je hier gewoon voltrekken. Ik vind het geweldig: "Juicht, want God heeft u de stad gegeven." In feite kun je je op voorhand al zo verblijden. Dat is eigenlijk ook wat hoop is: hoop en verwachting. Daar kun je je aan optrekken. In het Hebreeuws is het woordje voor hoop tikva. Dat is eigenlijk een draad, een koord. Hetzelfde koord dat we trouwens ook zien bij de muren van Jericho, in het huis van Rachab. Dat rode koord, dat scharlaken koord, dat was ook tikva, dus hoop.

Ik bedoel dit te zeggen: wij hebben hoop. Waarom? God heeft gesproken en wij verheugen ons op voorhand. Je kunt zeggen: "Als het straks eenmaal zover is, dan ga ik me verblijden, als de hoop vervuld wordt." Maar waarom wachten? Als God gesproken heeft en het gaat gebeuren, dan kun je toch op voorhand al... Hoe gaat dat met vakanties vaak ook alweer? Als je weet dat het gaat komen, dan kun je daar al enorm van genoten hebben voordat je de deur uit bent. En dat is dan altijd nog maar afwachten, maar hier hebben we het over God die dingen aankondigt, voorzegt en belooft. Is dat een reden om je te verblijden of niet? Op voorhand, waarom wachten?

Ik vind het wel eens grappig – mag ik dat nog zeggen? – dat mensen vaak zeggen als je door tragische dingen heen gaat: "Er komt een moment dat je heel blij zult zijn dat het gebeurd is. Er komt een moment dat je er vrede mee zult hebben." Als je dat nu al weet, waarom wacht je daar dan op? Nou ja, die geef ik zo even mee ter overweging. Dat is wat ik dan denk.

Yahweh heeft u de stad gegeven. En dan wordt er nog iets bij gezegd dat belangrijk is in verband met het vervolg: "De stad en al wat erin is, zal door de ban Yahweh gewijd zijn." Dat is een Bijbels principe: al het eerste is van God, dat eist Hij op. Het eerstgeborene, de eerste vrucht, maar in dit geval ook de eerste stad die nu ingenomen wordt; die is helemaal van God. Niets is van de mens en ze mochten er ook niets van nemen. Dat is een geweldig Bijbels principe: het eerste krijgt in feite altijd de hoogste bestemming, het is van Hem. Er staat heel plechtig in de Statenvertaling: "Al wat de baarmoeder opent, dat is van Mij."

En er staat nog bij: "Alleen de hoer Rachab zal in leven blijven, zij en allen die met haar in het huis zijn." Je weet wel, zij die dat koord hebben, dat huis, die hoop hebben. Zij blijven in leven omdat zij de boden die wij uitgezonden hadden, heeft verborgen. Ja, het waren weliswaar heidenen, maar daar heeft God ook een geweldig plan mee.

"Gij echter, neemt u in acht voor het gebannene, opdat gij niet neemt terwijl gij met de ban slaat." Want het gebannene – alles wat daar in die stad ligt – is in de ban. Daar moet je vanaf blijven, want het is van God. Men moest zich in acht nemen, zodat men de legerplaats van Israël niet onder de ban zou brengen en in het ongeluk zou storten. In feite is dit al een inleiding voor wat er in Jozua 7 wordt beschreven, namelijk wat Achan zou gaan doen. Dan zie je hoe serieus God dat neemt, want Achan met zijn hele huis wordt gestenigd. Het eerste was voor Yahweh en Israël werd in het ongeluk gestort.

En er staat nog bij: "Al het zilver en goud en de koperen en ijzeren voorwerpen zullen Yahweh heilig zijn; het zal bij de schat van Yahweh komen." Alles wat kostbaar is in die stad, is van Yahweh. Nog even één vraagje: waar herkent u deze metalen van? Zilver, goud, koper, ijzer... Ja, precies, ik hoor het van verschillende kanten: van Daniël 2. Dat is wat ons uiteindelijk ook bepaalt. Daar gaat het over dat beeld. De koning van Babel droomt en dat beeld valt.

Dat is ook "de dag van Yahweh". Dan lees je dat het hele beeld – dat van boven goud is, dan zilver en koper, en onderaan ijzer – helemaal wordt verpulverd. Ook dat is van Yahweh. Dit is in feite weer een profetische heenwijzing. Al het zilver, het goud en de koperen en ijzeren voorwerpen zullen Yahweh heilig zijn en bij de schat van Yahweh komen.

Het volk dan juichte terwijl men op de horens blies. Zodra het volk het geluid van de horens vernam, hieven zij een luid gejuich aan en de muur stortte in. Het volk klom de stad binnen, ieder recht voor zich uit, en ze namen de stad in. Dat is de grote conclusie van dit hoofdstuk en hoe het verhaal is opgebouwd. Wat gebeurt er? De muren storten in, precies zoals God het had voorzegd en ook wanneer Hij het had voorzegd. De timing is van belang. In Hebreeën 11 wordt daarop teruggeblikt: hoe kon dat zo gebeuren? Daar staat: "Door het geloof zijn de muren van Jericho neergestort, nadat het volk er zeven dagen lang omheen getrokken was."

Ik hoop dat één ding duidelijk is geworden: het is geen moeilijk verhaal. Het is heel simpel. Het wordt niet voor niets op de zondagsschool verteld. Het verhaal is zo eenvoudig, de geschiedenis is zo simpel. Maar wat een spraak gaat ervan uit! God geeft, Hij doet het. Hij belooft het en Hij realiseert het ook. En wat is iemand die gelooft? Is dat iemand die zijn best doet? Nee. Ik heb niets tegen je best doen, maar weten we wat geloof is? Geloof zegt: "U hebt gesproken en dus is het zo." Door het geloof zijn de muren van Jericho neergestort, nadat het volk er zeven dagen lang omheen getrokken was.

Dat is het geweldige. En lieve mensen, ik prijs mezelf gelukkig – en ik hoop dat u die vreugde met mij deelt – dat wij in dit tijdsgewricht mogen leven, aan het einde van de zesde dag. Die zevende dag gaat komen, en die gaat heel spoedig komen. Dan gaat alles om; dat is met recht een ommekeer. Wij zien uit naar het geweldige dat God allemaal nog gaat realiseren. In de tussentijd kijken we omhoog en vooruit, in rust en vertrouwen. Zullen we het daarbij laten voor vanmorgen?

🎧 de val van Jericho
Delen: