GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de hoogste & de Allerhoogste

23-06-2019 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 23 juni 2019 in Zeewolde

Niemand op aarde was zo machtig als hij. En dat wist hijzelf ook en het steeg hem naar de bol. Maar wie hoog staat kan diep vallen. Want wat en wie was Nebukadnezar nou eigenlijk? Wat verbeeldde hij zich wel? GOD maakt het hem pijnlijk duidelijk zodat Nebukadnezar zijn les leerde.
En wat leren wij van deze geschiedenis in Daniël 4?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze Bijbelstudie behandelt de geschiedenis van Nebukadnezar uit Daniël 4, waarin de machtigste man op aarde door God wordt vernederd. Vanwege zijn hoogmoed over de bouw van de wereldstad Babel moet de koning zeven tijden als een dier leven. Deze uiterste vernedering heeft als doel hem te laten inzien dat de Allerhoogste de ware heerschappij over de mensheid bezit. Na zijn inkeer roemt Nebukadnezar God en krijgt hij zijn koningschap als geschenk terug. De geschiedenis vormt een illustratie van de belofte dat uiteindelijk elke knie zal buigen en elke tong zal erkennen dat God de Allerhoogste is.

“Het verschil tussen de hoogste en de Allerhoogste is oneindig veel groter dan het verschil tussen de hoogste van de mensen en de laagste van de mensen.”

Introductie: de Absolute Heerschappij van Nebukadnezar ↑ hoofdstukken

Het is me een groot genoegen, zeer welgemeend, om hier weer eens bij jullie te mogen zijn. Daar heb ik geen vleselijk motief voor, zoals zojuist werd vermoed en waarvan ik werd verdacht. Nee, want we gaan ons bezighouden met dingen die werkelijk inhoud hebben – geestelijke inhoud, namelijk het Woord.

Ik neem jullie mee naar Daniël 4 en ik heb de titel 'De hoogste en de Allerhoogste' meegegeven. Is het achterin ook redelijk te lezen? Ik denk het wel. We zullen het hebben over de bekende geschiedenis van Nebukadnezar in het boek Daniël. Eerst even wat achtergrondinformatie die handig is om in gedachten te houden.

Nebukadnezar – zijn naam wordt voor de statistiek 68 keer genoemd in de Bijbel: in de boeken Koningen, Kronieken, Ezra, Nehemia, Esther en Jeremia, maar voornamelijk dus in het boek Daniël, maar liefst 32 keer. Deze man was echt dé machthebber van de hele wereld in die dagen. Relatief gezien was hij veel groter dan de machtigste man vandaag, of je het nu hebt over Trump of over Poetin, want die moeten hun machtsgebied toch delen met andere machthebbers. Dat was niet het geval bij Nebukadnezar. Van hem lezen wij dat hij de macht had over alle koninkrijken van de aarde – we zullen dat straks trouwens ook nog gewoon lezen. In die zin was hij inderdaad een absolute machthebber van het Nieuw-Babylonische Rijk.

U moet weten dat ooit na de zondvloed, dus in de dagen van Noach en zijn zonen, toen die familie uitbreidde en al die stamvaders volkeren werden, de beschaving begon in het land Sinear. Daar in het huidige Irak, bij de Eufraat, werd de stad Babel gebouwd. Het is heel interessant dat, als je het vanuit het Chaldeeuws bekijkt, het 'de poort Gods' betekent. Vanuit het Hebreeuws benaderd – zo wordt het in de Bijbel ook uitgelegd – betekent het 'verwarring'. Dat vind ik al een heel veelzeggend verschil.

Een kleine 2000 jaar eerder, voor de tijd van Nebukadnezar, was die stad Babel al gebouwd, maar zij was in verval geraakt. Vele eeuwen later, bijna twee millennia in de dagen van Daniël, kreeg je het Nieuw-Babylonische Rijk, waarvan Nebukadnezar zonder twijfel veruit de grootste en bekendste is. Wij kennen hem in de Bijbel vooral van minder fraaie zaken. Aan de andere kant wordt hij daarbij heel uitdrukkelijk door God ingezet als een instrument in Zijn hand. Hij is vooral bekend als de verwoester van de tempel en van Jeruzalem. Hij is de man die ervoor gezorgd heeft dat het hele volk – in etappes – gedeporteerd werd naar het land Sinear.

Daniël zelf hoorde bij de eerste lichting die gedeporteerd werd naar het land Sinear. Maar Nebukadnezar heeft het volk van de twee stammen, dat wat nog overgebleven was in het land, allemaal naar Babel en omstreken gebracht, nadat hij de stad compleet met de grond gelijk had gemaakt en de tempel volledig in vlammen was opgegaan. Een boek dat daar heel uitgebreid over gaat is Jeremia, die dat allemaal met eigen ogen heeft gezien. Vandaar ook het werkwoord 'jeremiëren', want het heeft hem heel veel tranen gekost. Hij heeft ons ook het boek Klaagliederen opgeleverd.

Die geschiedenis vind je in 2 Kronieken 36. Het is ook het begin van de beroemde zeventig jaren. Jeruzalem werd verwoest en Jeremia had op voorhand al gezegd dat die verwoesting van Jeruzalem zeventig jaar zou duren. Daniël heeft het allemaal nog meegemaakt. Ik zei zojuist al dat hij daarvoor al was gedeporteerd, maar die man is stokoud geworden; hij moet dik in de negentig zijn geworden. Hij bekleedde een hele hoge plaats en heeft ook de transitie naar het volgende wereldrijk nog meegemaakt.

In Daniël 9 lezen wij bijvoorbeeld dat hij bij de profeet Jeremia leest dat de verwoesting van Jeruzalem zeventig jaar zou duren. Hij stelt dan vast: 'Wacht even, dat is nu!' Die zeventig jaren zijn voorbij en dat betekent dat de stad weer hersteld gaat worden. Dat gebeurde dan ook precies op de voorzegde termijn, precies op het jaar dat God van tevoren had aangekondigd. Want dat is een goddelijk ding: Hij voorzegt. God is Degene die het heden kent en de toekomst overziet, en Hij spreekt over de toekomstige dingen alsof ze al geweest zijn. Dat is een typisch en uniek kenmerk van God, want geen mens doet Hem dat na. Geen enkel creatuur kan dat; zelfs de dag van morgen kunnen we nog niet voorspellen. We kunnen hooguit prognoses uiten, maar dat is het dan ook wel. In ieder geval, dat is wat dan begint: die zeventig jaren. Laten we terugkomen bij Nebukadnezar, want over hem hebben we het vanmiddag.

Het Gouden Hoofd en de Positie van Babel ↑ hoofdstukken

Hij is ook het beroemde Gouden Hoofd. Dat moet ik even toelichten, want over die Nebukadnezar lezen we een droom. We gaan het straks ook over een droom van Nebukadnezar hebben, maar dit is een eerdere droom. Die droom was hij trouwens weer vergeten, laat staan dat hij de uitleg kende. Hij droomde ooit van een reusachtig beeld met een gouden hoofd, een zilveren borststuk, zilveren armen en koperen lendenen. Vervolgens had dat beeld ijzeren benen en ijzeren voeten, maar ook deels met leem vermengd. Uiteindelijk is het Daniël, die daar al een enorm hoge positie in het rijk innam, die hem niet alleen vertelt wat hij gedroomd heeft, maar ook wat de uitleg van die droom is.

Daniël zegt dan dit tegen Nebukadnezar. Laten we het eens lezen in Daniël 2; ik lees voor uit de NBG-vertaling: "Gij ook koning, koning der koningen." Dat is een opmerkelijke uitspraak, dat Daniël Nebukadnezar 'koning der koningen' noemt. Dat wil zeggen: van alle koningen die er zijn, bent u de overtreffende trap. Wij kennen allemaal de uitdrukking 'Koning der koningen' en we weten wie die Koning der koningen is, namelijk de Heer Jezus Christus, de overste van de koningen der aarde. Hij wordt ook meerdere keren zo genoemd. Van alle koningen die er zijn is Hij de Koning, ja de opperkoning. Maar dat was Nebukadnezar dus in zijn dagen. Er waren veel meer koninkrijken, maar van al die koninkrijken was hij absoluut de top, het hoofd.

"Gij ook koning, koning der koningen, aan wie de God des hemels het koningschap, de macht, sterkte en eer geschonken heeft. Ja, in wiens hand Hij de mensenkinderen waar zij ook wonen, de dieren des velds en het gevogelte des hemels heeft gegeven." Let trouwens ook hier op hoe absoluut het hier staat: dat in wiens hand — dat wil zeggen in jouw hand, Nebukadnezar — heeft God, de God des hemels, de mensenkinderen waar zij ook wonen tot heerser gemaakt. U hebt hen allemaal gegeven gekregen en u bent de heerser daarover. Dat wil zeggen: hij is inderdaad de machtigste over de hele aarde, over alle volkeren. Ook al waren er volkeren die nog niet aan hem waren onderworpen of die niet door hem veroverd waren, ze waren wel aan hem onderworpen. En er staat bij: "Gij zijt dat gouden hoofd."

Al die koninkrijken die daar nog op zouden volgen, zouden allemaal inferieur zijn, minderwaardig aan dat koningschap van Nebukadnezar. Hij was goud en de rest — later zou je het rijk van de Medo-Persen krijgen, dat is dat zilveren, en het Griekse Rijk — al die rijken hebben hun zetel gehad in Babel. Dat is zo'n belangrijk element in de Bijbel. Het begon ooit in Babel. Nebukadnezar had daar zijn macht, de Medo-Persen hadden daar hun macht en later maakte Alexander de Grote het ook tot zijn hoofdstad. We weten dat we in de eindtijd weer een keer een laatste wereldrijk krijgen en dat zal ook weer in Babel gevestigd zijn. Houd je ogen open, zou ik zeggen. Het kan niet missen, de Bijbel heeft dat gewoon voorzegd. In ieder geval is het allemaal begonnen bij Nebukadnezar en die was inderdaad qua macht, sterkte en eer 'goud'. Al het andere wat daarna kwam, was daaraan minderwaardig.

Laten we nu even naar het hoofdstuk zelf gaan, naar Daniël 4 dus. We komen er wel. Het is nogal een lang hoofdstuk met in totaal 37 verzen, dus ik begin er maar niet aan om die allemaal te lezen, want dan is de tijd van mijn spreekbeurt meteen voorbij. Maar ik kan wel even een overzicht geven van de wijze waarop het hoofdstuk is opgebouwd. Het begint met een proclamatie van Nebukadnezar, dan wordt zijn welstand beschreven en de droom die hij gedroomd heeft wordt uitgebreid verhaald. Er wordt gezegd dat er een uitleg moet komen; een uitlegging wordt verlangd. Dan wordt de droom verhaald, dat wil zeggen wat hij precies gedroomd heeft in een zevental verzen, en er wordt bij gezegd dat het vereist is dat daar daadwerkelijk een uitleg op volgt. Dan krijg je dat de droom nog een keer door Daniël zelf herhaald wordt, maar dan inclusief de uitleg. Het hoofdstuk eindigt met de beschrijving van Nebukadnezars vernedering om uiteindelijk te eindigen — want dat is het absolute einde — met weer een proclamatie, een hele openlijke erkenning van Nebukadnezar.

Als je dit ziet, dan zie je meteen dat het op een bepaalde wijze is opgebouwd en gestructureerd. Dat vind je heel vaak, dat Bijbelhoofdstukken zo zijn ingedeeld en een structuur kennen. Dit noemen ze een ghiastische structuur. Dat zeg ik niet om ingewikkeld te doen, maar dat heeft te maken met de Griekse letter Chi, die je schrijft zoals onze letter X. Wat zie je bij een X? Dat zijn twee punten die naar het middelpunt toewerken, naar het centrum toe, en vervolgens gaan ze weer vanuit het centrum naar buiten. Het zijn eigenlijk twee gelijke helften, waarbij het einde overeenkomt met het begin. Het einde loopt parallel met het begin. Zo is dit hoofdstuk dus ook opgebouwd, met natuurlijk ook contrasten. Het begint met Nebukadnezars welstand als tweede punt, en het voorlaatste punt is Nebukadnezars vernedering. Dat is een tegenstelling, maar het loopt ook parallel.

Dat even over het hoofdstuk in zijn totaliteit. Dan moet ik nog wat vertellen, want ik hinkel een beetje op twee gedachten. Ik ga er eigenlijk vanuit dat er misschien mensen zijn die de geschiedenis niet of nauwelijks kennen, zodat ik hen maximaal kan meemenwen en het toch enigszins begrepen wordt. Tegelijkertijd moet ik erbij zeggen dat het misschien toch wel een beetje hoog gegrepen is, want er wordt wel heel veel gezegd. Maar zelfs als je de geschiedenis al kent, dan is het toch goed om even in te zoomen, zodat we weten waar het ook alweer precies over ging. Nog even de context: Nebukadnezars rijk was inmiddels al helemaal gevestigd, want daar is heel wat overheen gegaan voordat het daadwerkelijk een rijk was. Je leest in het eerste vers dat er gezegd wordt: "Uw vrede worde groot." Na heel veel tegenstand — Jeruzalem was verwoest, de tempel was verbrand en vele andere koninkrijken waren onder de voet gelopen — was zijn macht inmiddels gevestigd en was er vrede. Je leest in vers 4: hij was in rust en in goede welstand. Eindelijk kon hij na al die oorlogen rusten; hij was de machthebber. Hij kon achteroverleunen en het ging hem buitengewoon goed en succesvol af.

De Droom van de Ontmantelde Boom ↑ hoofdstukken

Weer een droom, eigenlijk een visioen, want daar komt het toch op neer? Want het is een droom met een diepe, grootse – of moet ik zeggen: hoge – betekenis. Laat ik het even samenvatten. Een gigantische boom wordt gezien, waarvan de top tot in de hemel reikt. Dat doet denken aan een toren die ooit daar op diezelfde locatie is gebouwd en waarvan je ook leest dat hij zichtbaar was over de hele aarde. En die boom was niet alleen maar heel hoog en zichtbaar voor iedereen, hij was bovendien buitengewoon fraai en mooi. Ook had hij werkelijk een functie in die zin dat hij zeer rijkelijk en overvloedig vrucht droeg. Bovendien bood hij schaduw, bescherming en ook voeding aan alles wat leeft. Dat is wat Nebukadnezar allemaal in zijn droom ziet en wat hij ook zelf beschrijft; dat had hij waargenomen.

Terwijl hij die boom in ogenschouw heeft en dat zo beschrijft, lees je dat er een heilige stem of iemand van boven komt. Dat lijkt me erg belangrijk: een heilige van boven. Zijn naam wordt niet genoemd. Die draagt dan op om die boom om te hakken, om te vellen, en hem ook te ontdoen van alle takken en van alle vrucht, zodat er van de glorie van die boom helemaal niets overblijft. Wie dat moest doen wordt niet gezegd; de naam wordt niet vermeld en dat doet er ook niet toe. Het gaat erom dat van hogerhand – en dat bedoel ik nu letterlijk – die opdracht wordt gegeven: die gigantische, mooie, fraaie, welvarende, rijke en vruchtdragende boom wordt compleet ontmanteld.

Niet ontworteld, moet ik erbij zeggen. Want er wordt wel één restrictie gemaakt: die boom moet omgehakt worden en van al zijn glorie ontdaan worden, maar slechts de wortelstomp die daar nog stond, moest blijven staan. En dan moest er een band of een ketting omheen gedaan worden; door een ijzeren en koperen band moest hij omsloten worden. En dan staat er: "gedurende zeven tijden". Dat klinkt wat cryptisch, maar vermoedelijk moeten we dan toch denken aan zeven jaren – dat is ook tamelijk onomstreden, ik kom daar straks nog even op terug. In ieder geval zou dit gedurende zeven tijden de situatie zijn.

En dan eindigt het, moet ik zeggen, een beetje merkwaardig, want tot dusver is dit allemaal beeldspraak. Dat wil zeggen: je ziet een boom in al zijn glorie, vervolgens wordt hij omgehakt en uiteindelijk is het enige wat overblijft die wortelstomp waar een ketting omheen gedaan wordt, of een ijzeren en koperen band. Zeven tijden is dat de situatie. Maar dan staat er iets eigenaardigs. Dat wordt eigenlijk door Nebukadnezar zelf verteld, want dit is nog steeds de beschrijving van Nebukadnezar zelf. En ik heb zo het vermoeden – om niet te zeggen dat ik eigenlijk wel zeker weet – dat Nebukadnezar de bui al voelde hangen. Hij wist eigenlijk donders goed wat de betekenis moest zijn, of in ieder geval in welke richting dat wees. Dat denk ik – laat ik het voorzichtig formuleren – aan de hand van het einde van de beschrijving.

Want daar staat: het mensenhart wordt veranderd in een dierenhart. Hè? Maar dat ging over een boom? Ja, maar daarmee wordt gesuggereerd dat die boom dus iemand is. Het hart van een mens wordt ineens veranderd tot een dierenhart. En dan eindigt het, en dat is ook de doelstelling van de droom en van het hele verhaal. Waarom wordt dat zo verteld? Met deze woorden. Daar neem ik u weer even mee naartoe, naar vers 17 van Daniël 4. Nadat die droom beschreven is, staat er: "...en deze zaak is in het besluit." Dat wil zeggen: dit is de clou van het besluit om die boom om te hakken, om daar een ketting omheen te doen en om die zeven tijden te reserveren. En dan staat er dit bij.

De Kern: de Allerhoogste Heerst over de Mensheid ↑ hoofdstukken

En dan komen we eigenlijk bij de clue van deze middag. We zullen dat straks wel zien. "Opdat" – dat is de doelstelling dus – "opdat de levenden", ongeacht waar, "de levenden bekennen dat de Allerhoogste heerschappij heeft over de koninkrijken der mensen en geeft ze aan wie Hij wil, ja, zet daarover de laagste onder de mensen." Ik citeer nu trouwens even uit de Statenvertaling; ik doe het vanmiddag een beetje afwisselend, naargelang het meest overeenkomt met wat er precies in de tekst staat.

In ieder geval is dit de gedachte, de clue van de droom. Dat is wat Nebukadnezar zelf nog steeds zegt, namelijk dat de levenden zouden bekennen – erkennen, niets anders dan instemmen met het feit – dat de Allerhoogste de heerschappij heeft over de koninkrijken der mensen en bovendien: Hij geeft ze aan wie Hij wil. Dus al die machthebbers die er zijn, waar ze ook zijn, die hebben dat slechts omdat ze dat gekregen hebben.

En dan is met name die laatste uitspraak heel karakteristiek: Hij zet daarover, of Hij stelt daaraan, de laagste onder de mensen. Feitelijk is dit de illustratie van de geschiedenis die nu nog moet gaan volgen. Namelijk datgene wat helemaal niets voorstelt onder de mensen en de laagste, degenen die echt inferieur zijn, dat zijn nu juist degenen die God ook aanstelt. Bij welke functie dan ook, of hoe hoog die ook is – ik bedoel: macht hebben over de koninkrijken der aarde – God geeft dat aan wie Hij wil en zelfs de laagste zet Hij in die positie. Dat is het.

Dat was ook de reden waarom ik deze toespraak vanmiddag zo noemde: "De hoogste en de Allerhoogste". Het verschil is immens. Het verschil tussen de hoogste en de Allerhoogste is oneindig veel groter dan het verschil tussen de hoogste van de mensen en de laagste van de mensen. Want dat laatste is maar heel relatief, heel klein.

En Nebukadnezar heeft dat aan den lijve ondervonden. Dat is wat Nebukadnezar gezien heeft en in zijn droom verteld heeft. Uiteindelijk moet Daniël opdraven, nadat anderen gefaald hadden om de betekenis te vertellen. Ik moet er trouwens bijzeggen dat zij natuurlijk ook verschrikkelijk bang zijn geweest om de betekenis te vertellen – die in dit geval eigenlijk voor het oprapen ligt – en om die gewoon aan de koning der koningen te vertellen. U moet zich realiseren dat dit geen democratische man was die je zomaar even kon belasten. Nee, absoluut niet. Hij had de macht, dus als een uitleg van de droom hem niet beviel, dan werd je gewoon een kopje kleiner gemaakt. Zonder probleem.

Daniëls Onomwonden Uitleg aan de Koning ↑ hoofdstukken

Dan is het Daniël die inderdaad optreedt en die gaat hem de waarheid vertellen. Niet diplomatiek – nou ja, hij is wel heel netjes, moet ik er ook bij zeggen als je dat zo in de geschiedenis leest, maar dat ga ik nu allemaal niet doen. Hij stelt zich op als de minister weliswaar, maar in ieder geval als degene die het hoogste respect heeft voor dat wat God aan hem heeft toevertrouwd. Maar hij vertelt hem de waarheid. Ik bedoel, aan hem werd gevraagd om de waarheid erover te vertellen; nou, die kreeg hij ook. En dan ook rechttoe rechtaan, niet via allerlei diplomatieke kronkelwegen. Dat is ongeveer hetzelfde.

Daniël vertelt hem de droom. In feite vertelt hij nog een keer de droom, maar dan inclusief wat de details in die droom allemaal betekenen. En dan zegt hij ook gewoon zonder omhaal, net zo goed als hij dat ooit gezegd had over dat gouden hoofd – 'want dat bent u' – zegt hij nu ook weer: die boom, dat bent u. Zo groot in glorie, zichtbaar voor alle mensen op de aarde en imposant zoals niets op aarde is qua macht, sterkte en eer. Die stad die u gebouwd hebt... u bent die stad, u bent die boom die u gedroomd heeft.

Maar laat ik u dan ook dit vertellen: er blijft niets daarvan over, want dat koningschap van u wordt gewoon van u afgenomen en u zult worden gelijk een dier. Nu zit u in het paleis, maar u komt dan buiten te zitten en u zal, net als de dieren van het veld, gewoon door de dauw worden bevochtigd. En u zal eten als een koe, zeven tijden lang.

Kun je je voorstellen dat een man als Daniël toch ook, als een mens zoals u en ik, gedacht zal hebben: hoe zal dat vallen? Hij heeft het gezegd. En ik moet er ook bij zeggen: Nebukadnezar accepteert het ook. Maar – terwijl hij er waarschijnlijk niets tegenin kon brengen – een mens is niets vergetenachtiger dan een mens. Na verloop van tijd is hij kennelijk toch alweer niet meer echt doordrongen van wat hem gezegd is. Waarschijnlijk is hij ook beneveld door de enorme glorie van zijn rijk.

Nou, dan lees je... En nu haken we aan.

Hoogmoed en Verval: Zeven Tijden in de Diepte ↑ hoofdstukken

Ik begin te lezen vanaf vers 28 en ik wil het helemaal lezen tot aan het einde. Ik zal soms echt heel snel door de verzen heen gaan, dat moet u me maar niet kwalijk nemen. Dit alles overkwam koning Nebukadnezar. Ik lees het nu trouwens weer uit de NBG-vertaling. Na verloop van twaalf maanden – dus nadat hij die droom had gekregen – was hij aan het wandelen op het koninklijk paleis in Babel. We kennen allemaal de hangende tuinen van Babylon, die nog steeds fameus zijn; wel, dat dateert allemaal uit de tijd van Nebukadnezar.

Twaalf maanden later. Gewoon een subtiel detail: de tijd wordt gerekend naar de maan, het hemellichaam dat wij koppelen aan de duisternis en de nacht. Het is de 'nachtvorst', om het zo te zeggen, de vorst van de duisternis. De zon wordt daarentegen uiteraard gelieerd aan de dag. Maar hier, na twaalf maanden, terwijl hij aan het wandelen was op het koninklijk paleis in Babel, nam de koning het woord. Waarschijnlijk is dit allemaal zo geregistreerd door zijn hofhouding. Hij zei: "Is dit niet het grote Babel?" Waar hij ook keek, hij zag het grote Babel, want het was een immense stad.

"Is dit niet het grote Babel dat ik gebouwd heb tot een koninklijk huis?" Er staat eigenlijk "tot een koninklijke woonstede". "Door de sterkte van mijn macht en tot eer van mijn majesteit." Het is duidelijk: Nebukadnezar leed niet aan een minderwaardigheidscomplex. Naar de mens gesproken zou je zelfs kunnen zeggen dat het nog klopte ook, want Nebukadnezar was inderdaad de man die de stad Babel tot die enorme hoogte had gebracht, met name door zijn politieke en militaire inspanningen. "Door de sterkte mijner macht en de eer van mijn majesteit." Maar u voelt het aan: dit is hoogmoed. Ik heb het ook expres even vetgedrukt: mijn majesteit.

Nog was dat woord in de mond van de koning – terwijl hij deze dingen nog uitsprak – toen er een stem neerklonk uit de hemel. Aha, weer van bovenaf. "U wordt aangezegd, koning Nebukadnezar: het koningschap is van u geweken." Vanaf dit moment. "Men verstoot u uit de gemeenschap der mensen en uw verblijf is bij het gedierte van het veld. Gras zal men u te eten geven als aan de runderen en zeven tijden zullen er over u voorbijgaan." Wat hij een jaar eerder gedroomd had over de enorme ontmanteling en de omkapping van die boom, dat ging nu aan hem in vervulling. Daniël had immers al gezegd dat het daadwerkelijk zou gaan gebeuren.

Over die zeven tijden hadden we het al even: we moeten waarschijnlijk denken aan zeven jaar. Eerder lees je in het boek Daniël ook over "tijd, tijden en een halve tijd", en dat blijkt in de context drieënhalf jaar te zijn. In dit geval denk ik dat we aan een periode van zeven jaar moeten denken. Zeven tijden zullen over u voorbijgaan. Dat is een hele tijd hoor, vergis u niet. Zeven jaar lang is die man daar dus een beest; dat is wat er eigenlijk gezegd wordt. Hij was een mens, maar zijn mensenhart werd nu veranderd in een dierhart. Van al zijn intelligentie en vermogen – zijn politieke, diplomatieke en militaire denkkracht en alles wat hij in huis had – bleef helemaal niets over. Hij werd van zijn glorie ontdaan en werd gewoon een beest, een dier.

Maar ik moet erbij zeggen: totdat. Dat is trouwens altijd zo als God oordeelt: het is nooit eindeloos. Sommige mensen geloven dat wel, maar daar geloof ik helemaal niets van. In de Schrift is het oordeel altijd verbonden met een "totdat". God leert ons. Je kunt op twee manieren leren. Je kunt iets gewoon horen – dat weten we allemaal als een opvoedkundig ABC – maar als je niet horen wilt, dan moet je het voelen. Het eerste traject is het makkelijkst, het kortst en veruit het meest ideaal. Maar voor een hele grote categorie werkt dat niet; zij moeten voelen. Zij komen uiteindelijk precies op hetzelfde punt uit als de eerste groep, alleen een stuk later. Het is een langere en ook veel pijnlijkere weg.

Ik kwam van de week nog een tekst tegen in Jesaja 26 vers 9 die ik u niet wil onthouden: "Wanneer uw gerichten op de aarde zijn, leren de inwoners der wereld gerechtigheid." En er staat achter: "Al wordt de goddeloze genade bewezen, hij leert geen gerechtigheid." Het idee is: je kunt wel spreken over genade – de genade Gods is immers reddend verschenen aan alle mensen – maar het merendeel van de mensen zal daardoor geen gerechtigheid leren. Hoe dan wel? Wanneer de gerichten van God over de aarde komen, dan leren de volkeren der aarde gerechtigheid. Dat is de pijnlijkere route. Ook zij leren het, alleen op een onaangename wijze. Maar eigenlijk is het ene net zozeer genade als het andere; God maakt Zichzelf bekend.

Dat is wat hier ook tegen Nebukadnezar wordt gezegd: je gaat een hele diepe weg. Hij was de hoogste, en nu wordt hij ineens de laagste. God laat hem met recht een toontje lager zingen en dat gaat een hele tijd duren: zeven tijden. En wat staat erbij? Totdat! Want het heeft een doel. God doet dat niet zomaar. In de Klaagliederen staat: "Niet van harte verdrukt God de mensenkinderen." Het is "vreemd werk" voor Hem; Hij doet het niet van harte, maar het is noodzakelijk om Zijn schepselen iets duidelijk te maken. In dit geval is dat ook zo, zodat Nebukadnezar erkent dat de Allerhoogste macht heeft over het koningschap der mensen en dat geeft aan wie Hij wil. Er komt een moment dat hij dit gaat erkennen en beseffen, en daarvoor moet hij door een diep dal. Het duurt totdat hij dat gaat herkennen.

In vers 33 lezen we verder: "Op hetzelfde ogenblik ging dat woord aan Nebukadnezar in vervulling. Hij werd uit de gemeenschap der mensen verstoten, at gras als de runderen en door de dauw des hemels werd zijn lichaam bevochtigd, totdat zijn haar lang werd als de veren der arenden en zijn nagels als die van de vogels." Ik ben daar niet zo goed in, maar er zijn mensen die misschien veel mooier kunnen vertellen hoe hij er toen heeft uitgezien. Het was in ieder geval niet fraai voor iemand van de statuur van Nebukadnezar dat hij zo compleet vernederd en gedegradeerd werd tot een beest. In feite wordt in één vers neergezet wat er in die zeven jaren gebeurde; in een paar pennenstreken wordt dat verteld. Maar dan staat er: "Na verloop van de gestelde tijd." Dat wil zeggen: na die zeven tijden dus.

Tot Inkeer Gekomen: Herstel en Lofprijzing aan de Schepper ↑ hoofdstukken

Laten we even gemakkelijk ervan uitgaan: dat is zeven jaar. Na verloop van de gestelde tijd sloeg ik, Nebukadnezar, mijn ogen op naar de hemel. Ik keek in ieder geval de goede kant op. En mijn verstand keerde in mij terug. Toen ineens werd hij dus weer mentaal gezond. Hij was weer bij zinnen en hij kon ook nadenken. En dan staat erbij: toen prees ik de Allerhoogste en roemde en verheerlijkte ik de eeuw-ig Levende.

Maar eerst even dit. Kijk, je moet je de situatie goed proberen voor te stellen. Die Nebukadnezar heeft dat gehoord van Daniël; wat de betekenis was van die droom die hij gedroomd had. En daar was ook tegen hem gezegd: zeven tijden. Zeven tijden zal dat het geval zijn, en daarna zal je tot inkeer komen en krijg je je verstand weer terug. Nu zijn inderdaad die zeven tijden voorbij en wat gebeurt er? Hij is weer bij zinnen. En het eerste wat hij zich dus ook weer herinnert, is dat wat hem ooit is voorzegd, zoveel jaren geleden, door Daniël. Waarbij hij trouwens nog iets kon vaststellen: en dat is dat het exact is gegaan zoals God bij monde van Daniël had voorzegd. Het was dus naar waarheid gesproken en daarom wist Nebukadnezar ook meteen dat het God zelf was geweest die door Daniël heen had gesproken tot hem. Dat kon hij niet missen. Daarom staat er ook: toen prees ik de Allerhoogste.

Hoezo dan ineens wel? Omdat hij had ingezien dat God niet met Zich laat spotten. Hij had ook ingezien dat wat hij meende allemaal zelf verworven te hebben, dat het allemaal een geschenk was geweest. Hij had het ontvangen van de Allerhoogste. Maar de Allerhoogste had ook inderdaad gesproken naar waarheid, en daar was niets, maar dan ook werkelijk niets tegen in te brengen. Een God die feilloos Zijn woord vervult. Ja, dat is Iemand waarvoor je helemaal ineenkrimpt. Zo klein word je dan. Dat is de Allerhoogste.

Daarom staat er ook: "Toen prees ik de Allerhoogste en roemde en verheerlijkte ik de eeuw-ig Levende." Ik heb een streepje tussen "eeuw" en de rest van het woordje gezet — dat doe ik altijd consequent — om daarmee ook aan te duiden dat het Bijbelse begrip altijd te maken heeft met een eeuw, met een tijdperk. De God die niet beperkt is tot één generatie, maar de eeuwen, de wereldtijdperken omspant, omdat Zijn heerschappij een eeuwige heerschappij is. De aionen of de wereldtijdperken omspannend. En Zijn koningschap van geslacht tot geslacht.

Kijk, een koning als Nebukadnezar... al ben je nog zo machtig, hoe lang kun je regeren? Hooguit in jouw generatie. Er is in zijn geval nog weer een heel aantal jaren vanaf gegaan ook. Maar meer is je niet gegeven, want waarom? Je gaat weer dood en dan gaat het weer over naar een ander, of eventueel naar een heel ander wereldrijk. Dat kan ook nog. Maar nu was Nebukadnezar zich ineens ervan bewust geworden van de Allerhoogste, en dat die Allerhoogste niet met Zich laat spotten. Nu kwam hij tot de erkenning: als er één is die heerschappij heeft en die Koning is, dan is Hij dat.

Ja, er staat bij: alle bewoners van de aarde worden als niets geacht. Dat resoneert bij mij, want ik denk nu heel sterk aan wat je leest in Jesaja 40, waar ook zoiets staat. Volkeren zijn geacht als een druppeltje aan een emmer, als een stofje aan de weg, als een stofje aan de weegschaal. Gewoon volstrekt verwaarloosbaar. Al die miljarden mensen, ach, de Almachtige blaast en het is weg. Alle bewoners der aarde worden als niets geacht. Ik bedoel, als het gaat om dat wat ze zijn als creatuur. Dat Hij elk schepseltje, hoe klein of groot ook, omdat het Zijn schepsel is, liefheeft, dat is een ander ding. En dat Hij nooit laat varen de werken van Zijn handen, absoluut. Maar dat schepsel hoeft zich niets te verbeelden tegenover die Schepper. Alle bewoners der aarde worden als niets geacht.

Hij doet naar Zijn wil met het heer des hemels — dat wil zeggen de sterren — en met de bewoners van de aarde. En niemand is er die Zijn hand kan weerhouden als Hij een plan trekt. Dat zegt Job ook; hij zegt het helemaal aan het einde van zijn leven: "Ik weet, ik ben tot de erkenning gekomen dat geen van Uw plannen kan worden verijdeld." Als God zegt: "zo gaat het", dan gaat het zo. En dan kun je op je kop gaan slaan of dan kun je kritiek hebben, dan kun je vloeken enzovoort, maar zo gaat het. Hij is God en er is niemand die Zijn hand kan weerhouden.

Dan hebben we het echt over de Allerhoogste. Hij hoeft ook nooit over te schakelen op plan B. Bij God gaat er ook nooit iets mis. Dat is een van de mooiste dingen die ik altijd zeg. Als je zegt: "dat heb je al vaker gezegd", dan zeg ik: "ja, ik zeg het elke samenkomst." Bij God gaat er nooit iets mis. Want Hij is God. En Hij geeft de dingen een plek en Hij heeft een geweldig plan, en daar kun je je helemaal restloos aan toevertrouwen. Dat is machtig. Nebukadnezar zegt: "Hij doet naar Zijn wil en er is niemand die Zijn hand kan weerhouden of tot Hem kan zeggen: wat doet U?" Of: "wat doet Gij?", zoals een stukje klei dat ook niet doet. Dat is weer een andere Bijbelse passage: een stukje klei dat gevormd wordt door zijn Formeerder zegt ook niet: "wat bent u aan het doen?"

We zijn creatie. En wat heeft een mens dat hij niet ontvangen heeft? Ja, in feite is dat het grote punt van deze hele geschiedenis. Elk mens is het werk van Zijn handen, gevormd door Hem. En er is niets wat ik heb; alles wat ik heb, dat heb ik van mijn Vader. En alles wat ik ben, dat ben ik door mijn Heer. Dat wil zeggen, alles wat ik heb, maar ook alles wat ik ben... Ik word nooit meer dan ik ben, namelijk een creatie van Hem. Een schepsel van Hem. En ja, dat betekent dus dat je je niets hoeft te verbeelden. Hoogmoed is dus niet alleen maar een vervelende, arrogante eigenschap of irritant; het is gewoon ook een leugen. Want je vergeet namelijk één ding: dat is dat je alles hebt en kan en bent gewoon omdat Hij jouw Schepper is.

Je bent pas op je bestemming gekomen... dat is eigenlijk het grote doel van heel Gods schepping: om alles te worden in allen. Dat wil zeggen: om alles te worden voor ieder creatuur. Zolang hij dacht alles in zichzelf te zijn, moest hij gewoon een toontje lager gaan zingen, om het even heel eufemistisch te zeggen. In werkelijkheid werd hij gewoon omgeveld natuurlijk. Ja, geveld, totdat hij tot de erkenning kwam: "U alles en ik helemaal niets."

Bijzonder is trouwens ook dat erbij staat dat hij weer hersteld werd. Dat was trouwens ook beloofd: dat hij met het verstrijken van die tijd weer mentaal bij zinnen kwam en dus ook tot de erkenning van de Allerhoogste. Hij werd daarmee ook weer hersteld, wat zeg ik, zelfs in grotere eer en glorie dan voorheen. Er staat trouwens nog een verhaal apart, maar goed, dat laten we nu maar even. Er staat in vers 36 dit: "Terzelfder tijd dat mijn verstand in mij terugkeerde, keerden ook, tot roem van mijn koningschap, mijn majesteit en mijn luister tot mij terug. Mijn raadsheren en machthebbers zochten mij weer op. Ik werd in mijn koningschap hersteld, ja, grotere heerlijkheid dan vroeger werd mij geschonken."

Kijk, alleen dat woord "geschonken" is nou precies het hele verschil met wat hij zich eerst verbeeldde, namelijk dat hij het allemaal zelf had verworven. Het is een geschenk. En dat is de grote les die een mens — maar in dit geval ook "de hoogste" — moest leren. Nu, en zo eindigt Daniël 4 dan: "Roem, verhef en verheerlijk ik." Hij doet drie dingen: hij roemt, hij verheft (dat wil zeggen: op een hoge plaats stelt hij) en hij verheerlijkt.

Dat wil zeggen: hij etaleert de glorie en heerlijkheid van God. Ik roem de Koning van de hemel, wiens werken alle waarheid en wiens paden recht zijn. En over hen die in hoogmoed wandelen, daarover spreek ik het meeste uit ervaring.

Die zich heel wat verbeelden – dat kan trouwens ook religieus zijn. Denken dat je zelf van alles kunt en kiest; dat is hoogmoed. Zoals Erwin zojuist ook zei: als je mag geloven, dan is dat een geschenk. Dan krijg je dat omdat Hij jouw ogen daarvoor heeft geopend. Als je dat mag zien, dan moet je zeggen: "Ja, ik heb voor Jezus gekozen." Maar Hij heeft jouw ogen geopend en Hij heeft jouw oor en hart daartoe bereid. En dan mag je Hem op je blote knietjes danken dat Hij dat doet. Denk je dat het iets van jezelf is? Dat is eigen werk. Dat is hoogmoed. Pure hoogmoed. En het is een geschenk.

Er staat nog ergens in Spreuken: "Het oog dat ziet, het oor dat hoort, beide heeft de HEERE gemaakt." Hoe belangrijk is het om dat te herkennen: wat je bent, namelijk een creatie, een schepsel van Hem.

"En hen," zegt Nebukadnezar – dat is het laatste van het hoofdstuk dan – "die in hoogmoed wandelen, vermag Hij te vernederen." Hij is in staat een mens die les te leren. Al ben je nog zo hoog, al heet je Nebukadnezar; God zegt: "Ik wacht en Ik maak dat jij je les leert." En Ik trek daar de tijd voor. Hij heeft de tijd, waarom niet? Maar jij komt daar waar Ik je hebben wil.

En Hij vermag zo te vernederen. Dat was niet tegen Nebukadnezar; dat was het grootste geschenk dat Nebukadnezar kon krijgen van God. Die hele weg van vernedering was uiteindelijk het beste wat Nebukadnezar ooit in zijn leven heeft meegemaakt. Namelijk: nu was hij echt bij zinnen gekomen, tot zijn verstand en tot erkenning van de waarheid. En nu had zijn leven pas werkelijk zin, inhoud en betekenis gekregen.

De Universele Les: Elke Knie Zal Buigen ↑ hoofdstukken

En feitelijk is dit ook de universele les, en daarmee wil ik het ook laten voor vanmiddag. Het is de universele les die trouwens geldt voor elk mens. Niet alleen voor Nebukadnezar, maar ook voor jou, voor mij en voor al die miljarden mensen. God wil jou iets duidelijk maken, namelijk wie Hij is, zodat een mens komt tot die erkenning.

Het geweldige is dat het ook bij Nebukadnezar zo ging. Het was niet moralistisch in de zin van: "jij moet dit of dat". Nee, het werd hem gewoon verteld. "Jij hebt toch gedroomd? Nou, ik zal je vertellen wat dat betekent. Zeven tijden gaan er overheen, totdat jij tot erkenning komt." En weet je wat de Schrift doet? In feite is dat de waarheid van de eeuwigheden. De Schrift vertelt over wie God is en over de naam van Jezus, en dat uiteindelijk elke knie gaat buigen. Niet moet buigen, maar zal buigen.

Laat ik het gewoon lezen; het gaat over de Heer Jezus in Filippenzen 2. Ook Hij is degene die vandaag de Koning der koningen is, maar hoe is Hij zo geworden? Hij vernederde Zichzelf. Dat is precies het tegenovergestelde: Hij vernederde Zichzelf en werd gehoorzaam tot de dood – ja, de dood van het kruis. Dat wil zeggen dat Hij Zich vernederde tot de uiterste maat. Daarom ook, dus om die reden, verhoogde God Hem uitermate. Zoals Hij Zich tot het uiterste vernederde, zo werd Hij tot de uiterste maat verhoogd.

God schonk Hem in genade de naam boven alle namen, opdat in de naam van Jezus... Weet u wat die naam betekent? Ik zei het zojuist eigenlijk al: Yahweh redt. God redt. En in die naam gaat elke knie buigen. Er staat letterlijk: van hemelsen, van aardsen en van onderaardsen. Dan heb je echt de hele schepping te pakken. Elke knie die er is, die gaat buigen. Ongeacht welke: elke knie.

God had dat overigens allang verklaard; dat lees je in het boek Jesaja. Hier wordt het door Paulus aangehaald en dan staat erbij: "...en alle tong zal instemmen." Dat vind ik prachtig, want dan gaat het niet meer over lippendienst. Er komt een moment dat elke knie gaat buigen en elke tong gaat belijden vanuit de binnenkant, niet met de lippen alleen. Elke tong gaat instemmen en zal zeggen: "Jezus Christus is Heer." Dat zal zijn tot heerlijkheid van God, Die inderdaad God is: de Allerhoogste, de Beschikker, maar ook een Vader.

Dat wil zeggen dat Hij om elk schepsel, om elk mensenkind geeft. Het is namelijk van Hem, en Hij brengt alles zo tot een goed einde. Zodat het eindigt waar het begon: bij Hem. En dat is ook weer chiastisch, hè? Zullen we het daarbij laten voor vanmiddag? Want ik geloof dat er nog wat meer op het programma staat.

🎧 de hoogste & de Allerhoogste
Delen: