de gezonde leer passend
02-02-2025 - Geplaatst door Andre PietUrk
Paulus had Titus op Kreta achtergelaten om zaken te voltooien waar hijzelf niet meer aan toe was gekomen. Titus zou “de gezonde leer” onderwijzen maar ook alle eigenschappen die daarbij passen. “De gezonde leer” heet (mede) daarom ook gezond, omdat het een gezonde, vitale, blijmakende en heilzame uitwerking heeft in het leven van wie gelooft. Zowel van ouderen als jongeren, mannen en vrouwen.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding en Historische Achtergrond van de Titusbrief
- Contrast op Kreta: maar Jij!
- De Gezonde Leer: het Evangelie van de Gelukkige God
- Oude Mannen: een Voorrecht en Geen Religieus Moeten
- Oude Vrouwen: Geheiligd Optreden en Leraressen van het Goede
- Jonge Vrouwen: Bezonnenheid en het Gezin
- Jonge Mannen en Titus als Onaanvechtbaar Rolmodel
Inleiding en Historische Achtergrond van de Titusbrief ↑ hoofdstukken
Een hele goede middag trouwens ook van mijn kant. Dankjewel Arnott voor deze mooie inleiding, want zo is het: dat geweldige onderwijs dat via de apostel Paulus ook hier op Urk is geland. Namelijk dat God de geweldige, grote God is die houdt van elk schepsel en die inderdaad nooit laat varen het werk van Zijn handen. Dat is een van de geweldige aspecten van de gezonde leer waar we het vanmiddag over gaan hebben. Het is een term die Paulus juist ook in de brief aan Titus nogal eens bezigt, en trouwens ook in de brieven die hij heeft geschreven aan Timotheüs.
Vanmiddag wil ik jullie meenemen naar Titus 2, zoals hier op de dia staat. We gaan het nu niet hebben over de genade Gods die reddend is verschenen aan alle mensen — waarvan akte, want dat staat wel verderop in datzelfde hoofdstuk opgetekend — maar we beperken ons voor nu tot de eerste acht verzen, simpelweg omwille van de tijd. Het lijkt me wijs dat we, voordat we Titus 2 opslaan, eerst even kennismaken met wat deze Titus-brief eigenlijk behelst. Even wat achtergrondinformatie.
Het is dus een brief die Paulus heeft geschreven aan Titus, dat is duidelijk. Het tijdstip is iets lastiger, aangezien het niet precies in het relaas van Handelingen te passen is. Lucas is nauwgezet met Paulus meegereisd, zodat we in het boek Handelingen een heel uitgebreid verslag hebben van de reizen die Paulus heeft gemaakt, maar de brief aan Titus is daarin niet direct onder te brengen. Men heeft wel pogingen daartoe gedaan, maar dat is heel geforceerd. De conclusie is dan ook dat deze brief kennelijk geschreven is na Paulus' vrijlating in Rome. We weten uit Handelingen 28 dat Paulus in Rome arriveerde en daar twee jaar gevangen heeft gezeten, maar daarna is hij weer vrijgelaten. In de Filippi-brief hint hij daar al verschillende keren naar, dat hij ook weer vrijgelaten zou worden.
Daarna heeft hij zijn reizen voortgezet, wellicht ook naar Spanje, wat hij zich toch al had voorgenomen. Dat betekent dus dat dit allemaal na Handelingen 28 geplaatst moet worden. We lezen van Paulus dat hij op weg is naar Nikopolis, ergens in Zuid-Albanië, om daar te overwinteren. Zelf kwam hij vanaf het eiland Kreta, waar hij Titus had achtergelaten. Niet om vakantie te vieren, waar het eiland tegenwoordig natuurlijk zeer geschikt voor is, maar juist om een aantal dingen nog in orde te brengen waar hij zelf niet aan toegekomen was. Bijvoorbeeld om in de diverse Ecclesia's mensen aan te wijzen die toezicht zouden houden op de leer, op dat wat onderwezen zou worden. Die leer is buitengewoon belangrijk, dus daar moest ook toezicht op worden gehouden.
Die Titus was trouwens, dat vergeet ik bijna te vermelden, geen Jood maar een Griek. Daar lezen we ook over in de Galatenbrief. Daar is destijds nogal wat gedoe over geweest, want Titus was niet besneden en zijn heidense achtergrond leverde wat problemen op bij anderen. Bij Paulus speelde dat echter totaal geen rol binnen het Lichaam van Christus. Nu hebben we een klein beetje een idee: ergens in het begin van de jaren zestig is deze brief geschreven aan Titus.
Het eerste hoofdstuk slaan we nu over, maar daar lezen we inderdaad waar ik zojuist al even aan refereerde: dat Titus mannen zou aanwijzen die ook gekwalificeerd moesten zijn. Dat zouden niet zomaar willekeurige figuren zijn, maar mensen die zich werkelijk bewezen hadden en het vertrouwen genoten om te doen waartoe ze aangewezen zouden worden.
Contrast op Kreta: maar Jij! ↑ hoofdstukken
En dan begint hoofdstuk 2 zo: "Maar jij!" Soms wijk ik wat af van de NBG-vertaling en dan cursiveer ik dat, dan staat het schuingedrukt, maar in het algemeen volg ik de NBG-tekst, tenzij anders opgemerkt. "Maar jij, kom uit voor hetgeen met de gezonde leer strookt." Dat "maar jij", dat drukt heel duidelijk een contrast uit. Heel opvallend vind je die frase in de tweede Timotheüsbrief ook een aantal keren terug. En iedere keer — en dat is logisch, want dat zit in de frase zelf al inbegrepen — betekent dat: "maar", in tegenstelling tot de rest, "jij". Daarmee wordt ook het individu aangesproken: maar jij!
Dat contrast begrijp je eigenlijk alleen maar wanneer je ook het voorgaande leest. Daarom moet ik toch nog eventjes terugverwijzen naar hoofdstuk 1. Als we de laatste verzen van Titus 1 meelezen, dan zegt Paulus dit: "Want velen zijn niet ondergeschikt." Hij bedoelt daar dat velen van geen tucht weten. Letterlijk staat er: velen zijn niet ondergeschikt, en hij doelt daarmee op de gezonde leer, aan het onderwijs dat ik doorgeef en waartoe ik van Godswege geroepen ben. Velen daar op Kreta schikten zich niet onder dat onderwijs. Paulus zegt van deze mensen: het zijn ijdele praters en bovendien misleiders. Hij zegt: vooral die uit de besnijdenis zijn. Dat kon Paulus zeggen omdat hij zelf ook uit de besnijdenis was, maar dat was eigenlijk het ergste. Je kunt het kwantitatief opvatten, dat wil zeggen dat de meesten van hen uit de besnijdenis komen, maar je kunt het ook zo zien dat degenen die uit de besnijdenis kwamen, het meest onder dat label van ijdele praters en misleiders vielen.
Dan zegt Paulus, ook niet erg complimenteus: iemand uit hun kring, hun eigen profeet van de Kretenzen, heeft gezegd: "Leugenaars zijn de Kretenzen altijd, beesten en vadsige buiken." Nou ja, Paulus kon altijd zeggen: dat zeg ik niet, dat zegt iemand die het kan weten, namelijk iemand uit hun eigen kring. Een Kretenzer dus, een inwoner van Kreta. Ze liegen altijd, ze zijn beesten en vadsige buiken. Nu zou je kunnen zeggen: als ze altijd liegen, dan is deze uitspraak dus ook niet waar. De ironie daarvan ontgaat een heleboel mensen — mij ook, totdat ik erop gewezen werd — en toen vond ik het wel geestig. Want dan zegt Paulus: "Dit getuigenis is waar." Zo van: die Kretenzen liegen altijd, dat zegt deze Kretenzer zelf, en omdat Paulus dit met instemming aanhaalt, zegt hij: dit getuigenis is wel waar. Daarom zegt Paulus: weerleg hen kortweg. Ga er niet over in discussie, opdat ze gezond mogen zijn. Daar heb je weer zo'n cruciale term: "gezond" mogen zijn. Evenwichtig, vitaal en stabiel in het geloof.
Ik sla weer wat tekst over: "Zij belijden wel, dat zij God kennen, maar met hun werken verloochenen zij Hem." Dat is het precies tegenovergestelde van wat ze met de mond zeggen. In het Engels zeggen ze: "walk uour talk". Dat wil zeggen dat die twee, het plaatje en het praatje, in lijn moeten zijn met elkaar. Als je zegt God te kennen en te erkennen, maar in je leven blijkt daar helemaal niets van, dan maak je jezelf buitengewoon ongeloofwaardig. In feite lieg je dan ook.
Vandaar: "Maar jij, kom uit..." Letterlijk staat er: "spreek". Ik wijs iedere keer even op de interlineair; dat is zo'n uitkomst. Ik doe dat al vele jaren om inderdaad woord voor woord alles te kunnen controleren. Ik hoop dat u daar ook gebruik van maakt als u naar het scherm kijkt en ziet: "Oh kijk, dat staat er precies." Hij zegt: "kom uit" of "spreek". Het idee daarbij is niet zozeer dat van leer en onderwijs of het openbare spreken, maar het alledaagse spreken. Laleo, dat is het Griekse woord dat daar gebruikt wordt voor het gewone spreken onderling, in de wandelgangen. In feite gaat dit niet zozeer om hetgeen onderwezen wordt, maar over dat wat het onderwijs met zich meebrengt: de kwaliteiten. Want dat is het punt, en dat is precies ook waarom deze serie heet: "de gezonde leer passend". Dat is ontleend aan dit zinsdeel: "Maar jij, kom uit voor hetgeen met de gezonde leer strookt."
De Gezonde Leer: het Evangelie van de Gelukkige God ↑ hoofdstukken
Eerst nog even dit: de gezonde leer. Dat is onderwijs dat gezond is. 'Leer' heeft daarbij de betekenis van onderwijs; dat wat onderwezen wordt. Als het gezond is, draagt het bepaalde kenmerken: het is vitaal, het is krachtig. Dat is wat de term 'gezond' nu eenmaal in zich heeft. We hoeven daar trouwens helemaal niet zelf over te filosoferen. In 1 Timotheüs 1 definieert Paulus het ook prachtig, of beter gezegd: hij beschrijft het buitengewoon kernachtig. Hij zegt in vers 10, ook weer in contrast, wat er verder ingaat tegen de gezonde leer, in overeenstemming met het evangelie – het goede bericht, de blijde tijding – van de heerlijkheid van de gelukkige God.
Paulus zegt: van dat evangelie dat mij is toevertrouwd. Hij bracht een goed bericht, niet alleen als een boodschap die geheraut werd, maar hij onderwees het ook. Hij toonde het aan, liet de verbanden zien; hij was een leraar. Dat is de gezonde leer: in overeenstemming met een blijde tijding van heerlijkheid, en wel van de gelukkige God. Het is een van de mooiste benamingen van het evangelie: het evangelie van de gelukkige God. Helaas hebben de meeste vertalingen dat weergegeven met 'zalig'. De zalige God. Maar 'zalig' heeft in ons spraakgebruik heel andere betekenissen gekregen. In de Statenvertaling is 'zaligheid' trouwens heel vaak de aanduiding voor heil of voor redding. Dan krijg je dat één woord de weergave is van twee verschillende woorden, en dat schiet niet op. Hier staat gewoon het woord dat elders ook met 'gelukkig' wordt weergegeven.
Alleen al deze mededeling, het goede bericht dat God gelukkig is, is geweldig. Degene die hemel en aarde gemaakt heeft en die elk schepsel door en door kent – het grote en het kleine, Hij weet van alles – en van Wie we lezen dat Hij ook met de schepping mee lijdt. Hij kent het leed als geen ander, en niettemin is deze God gelukkig. Dat alleen al maakt zo blij. Ik vind dit echt zo onovertroffen: dat God, Degene die alles in Zijn hand heeft, gelukkig is. In de Engelse vertalingen geeft men dat logischerwijs weer met 'the happy God'. Dat is de God die we mogen kennen en die Paulus heraut onder de natiën. God is een gelukkige God en dat betekent simpelweg: Hij is blij.
In het Nederlands kun je het nog mooier uitleggen, omdat in het woord 'gelukkig' het werkwoord 'gelukken' zit. Waarom is God gelukkig? Omdat wat Hij Zich voorneemt en wat Hij gepland heeft, Hem gaat gelukken. Hij weet dat ook; er is niets wat Hem daarin tegenhoudt, want Hij is immers God. Omdat Hij God is en alles beschikt en alles een plaats geeft, is er niemand die Hem in Zijn voornemen kan tegenhouden. Juist omdat God dat weet, is Hij gelukkig. Stel je voor dat je mag vertellen: God is gelukkig! Hij is niet een God die achter de feiten aanloopt. Wat ik van oudsher ken, is het verhaal dat het in het begin misging: er viel een engel uit Gods hand en toen ging het op aarde ook nog eens mis met Adam en Eva die van de verboden vrucht aten. Vervolgens moest God redden wat er te redden viel en overschakelen op plan B, want dit was natuurlijk niet het voornemen. Dat zou een ongelukkige God zijn. Sterker nog, dat is geen God, want die beschikt niet over alles en plaatst niet alles; die loopt echt achter de feiten aan.
Maar als je mag weten dat de God die we kennen een gelukkige God is, dan maakt je dat met recht gelukkig. Dat is echt blijmakend. Daarom is het ook werkelijk 'heerlijkheid'. Het is glorie, het verlicht; dat is ook de betekenis van het woord heerlijkheid. De gelukkige God. Paulus zegt: "Dat is mij toevertrouwd." Dat mocht hij wereldkundig maken, en dat heeft hij gedaan ook. Waarom zeg ik dit nu? Omdat we het hebben over de gezonde leer. Voordat je weet wat passend is bij de gezonde leer, moet je eerst weten wat die gezonde leer ís. Alleen dan kun je werkelijk beoordelen of iets bij de gezonde leer past, hoort of betaamt, en waarmee het in overeenstemming is. Paulus zegt over die gezonde leer: "Dat is het onderwijs dat aan mij is toevertrouwd." Het heeft te maken met het evangelie van heerlijkheid van de gelukkige God. Daar valt natuurlijk nog veel meer over te melden, maar dit is de kernachtige benaming. Als je het op je in laat werken, begrijp je het meteen.
Nu komen we dus bij dat andere woord: dat wat bij de gezonde leer past of betaamt. Het specifieke Griekse woord dat Paulus hier gebruikt, komt een stuk of acht à negen keer voor in het Nieuwe Testament. Het heeft altijd de betekenis van iets dat ergens bij past, dat ermee strookt. In de NBG-vertaling staat 'strookt' en in de interlineaire vertaling 'betaamt'. Het idee bij 'gezond' heeft te maken met een gezond bedrijf: een bedrijf dat goed functioneert, stabiel is, tegen een stootje kan en vitaal is. Dat geldt trouwens ook voor gezonde relaties en gezond gedrag. Paulus zegt tegen Titus: "Jij daar op Kreta, bij al die leugenaars en vadsige buiken, onderwijs de gezonde leer, maar vertel ook over de kenmerken die daarbij passen en daarmee in overeenstemming zijn."
Een paar verzen verderop zegt hij dat we de leer van God, onze Redder, in alles mogen versieren. God is onze Redder; dat is juist het evangelie. De Redder van alle mensen, speciaal van hen die geloven. Paulus zegt in 1 Timotheüs: "Beveel en leer dit." Maar hier zegt hij: "De leer van God, onze Redder, versieren in alles." Dat is misschien nog wel mooier. Je begrijpt dat als iets bij de gezonde leer past, dat wil zeggen dat die gezonde leer werkelijk een evangelie is, een blijde tijding. De dingen die erbij passen, zijn dus ook gezond. Wat past bij een gezonde leer? Alles wat gezond is. Omdat het zo'n geweldige leer is, versiert alles wat erbij past die leer ook. Maakt het de leer mooi? Nee, het maakt het niet mooier, maar het doet blíjken dat het mooi is. Bij een feestelijke gelegenheid passen feestelijke kleding en versieringen zoals slingers. Dat hoort bij elkaar en is in overeenstemming. Paulus zegt: "Onderwijs de gezonde leer, maar spreek in het algemeen ook naar buiten toe, in de wandelgangen en in de verschillende categorieën waar we het zo over zullen hebben, over wat daar daadwerkelijk bij past."
Oude Mannen: een Voorrecht en Geen Religieus Moeten ↑ hoofdstukken
En dan noemt Paulus een viertal categorieën van mensen. Je kunt mensen onderverdelen in mannen en vrouwen, maar je kunt ook een onderscheid maken in leeftijdscategorieën; dan spreek over oud en jong. Die verdeling is iets minder precies, want ja, waar hoor je nou precies bij? Ik ben erachter gekomen dat ik inmiddels bij de oude mannen hoor. Dat zou je misschien niet zeggen, maar als ik oud ben, dan ben jij het zeker, want jij bent nog anderhalf jaar ouder! Nou, daar is hij maar trots op geworden, en dat blijkt straks ook wel. Want over die oudere vrouwen lees je ook dat ze de jongere vrouwen zouden onderwijzen. Het gaat hier over het niveau van opa's en oma's, zeg maar. Dat zijn de leeftijdscategorieën. Het is geen messcherpe scheiding, maar ongeveer weten we dat wel thuis te brengen.
In veel vertalingen staat er dan: "Oude mannen moeten nuchter zijn." Ik heb dat woordje 'moeten' meteen doorgehaald. Ik kan het niet aanhoren zoals het daar staat. Je voelt op je klompen aan dat deze vertaling niet juist kan zijn. Als je de gezonde leer kent, dan zeg je: staat hier echt 'moeten'? Ik heb het doorgekrast, niet alleen omdat het voor mij als een dissonant klinkt, maar ook omdat het er simpelweg niet staat. Het staat niet eens in de gebiedende wijs. Eigenlijk staat er gewoon — en diverse vertalingen hebben dat ook — "Oude mannen zijn nuchter." Het staat niet in de aanvoegende wijs, laat staan in de gebiedende wijs, en al helemaal niet met het woordje 'moeten'.
In feite verraden de vertalers hiermee dat ze niet begrijpen waar de gezonde leer over gaat. Dat is een vrij forse beschuldiging, maar als je de glorie van het goede bericht en de gezonde leer mag kennen, dan is dit echt niet passend. In muzikale termen heet zoiets een dissonant; het matcht niet. En waarom niet? Wel, omdat wat Paulus nu gaat vertellen over wat bij de gezonde leer past, een voorrecht is. Dat mag je doen. Op het moment dat je daar het woordje 'moeten' in fietst, breng je er een gedachte in die daar juist niet in thuishoort.
In de moderne vertalingen is het nog veel sterker aanwezig. Ter illustratie heb ik de NBV-vertaling er even bij gepakt en ik schrok, hoewel ik het eigenlijk had kunnen weten. Ik zal het u laten zien in Titus 2, vers 1 tot en met 5. Daar staat: "Maar jij moet verkondigen wat overeenkomt met de gezonde leer." Dat staat er dus niet. Het staat hier wel in de imperatief — de gebiedende wijs — dat hij moet verkondigen wat overeenkomt, maar het woord 'moeten' zelf ontbreekt. De tekst vervolgt: "Oudere mannen moeten sober, waardig en bezonnen zijn... en gezond in het geloof, de liefde en de volharding." Ook hier staat 'moeten' niet. "Ook oudere vrouwen moeten zich ingetogen gedragen. Ze mogen niet kwaadspreken of verslaafd zijn aan wijn. Ze moeten goede raad weten te geven."
Iedere keer dat hier 'moeten' staat in de vertaling, ontbreekt het volledig in de grondtekst. De grap is dat de Statenvertaling de reputatie heeft een strenge vertaling te zijn, terwijl moderne vertalingen als 'licht' worden gezien. Maar dat is niet waar als het hierom gaat. In de Statenvertaling wordt het woordje 'moeten' iedere keer keurig weggelaten; ze geven het helemaal niet weer, en dat is volledig correct. Het zijn juist de zogenaamd verlichte moderne vertalingen waarin voortdurend staat dat er zoveel 'moet'. Het is echt ongepast. Er staat dat jonge vrouwen hun man en kinderen 'moeten' liefhebben, dat ze 'moeten' zorgen voor het huishouden en dat ze het gezag 'moeten' erkennen. In slechts vijf verzen staat het woord 'moeten' een stuk of acht keer, terwijl het in de grondtekst helemaal ontbreekt.
Heeft het Grieks dan geen woord voor 'moeten'? Jawel, dat woord staat heel vaak in het Nieuwe Testament, maar in dit verband wordt het niet gebruikt. Het is dus volstrekt ongepast. Als je er even over doordenkt, begrijp je het ook. Wat Paulus juist voorhoudt, is de gezonde leer en dat wat daarbij past. Dat is iets wat mag, iets waarin je je gelukkig prijst als je je daarin mag voegen. En dan wordt er zo'n dissonant van gemaakt.
"Oude mannen zijn nuchter." Zo geef ik het liever weer. Eerbaar, bezonnen, gezond in het geloof. Veel van de eigenschappen die hier genoemd worden, komen vaker terug, maar een aantal zijn specifiek voor deze doelgroep. Hoewel, voor wie is 'eerbaar' nou geen mooie eigenschap? Maar het is vooral een eigenschap die van oudere mannen wordt verwacht: dat ze respect afdwingen, inmiddels stabiel en evenwichtig zijn, en niet geleid worden door de waan van de dag. Ze zijn respectabel, door het leven gevormd, kunnen dingen relativeren en laten zich niet door hypes meeslepen.
Ik kan niet bij al die eigenschappen uitgebreid stilstaan, maar een paar wil ik er toch uitlichten. 'Bezonnen' bijvoorbeeld. In de NBG wordt dit weergegeven met 'bezadigd', maar daar ben ik niet zo gelukkig mee. 'Bezadigd' klinkt nou niet echt energiek. De Statenvertaling zegt 'matig'. Het interessante is dat het Griekse woord te maken heeft met verstand, vandaar dat de Concordant Version het vertaalt met "a sound mind": gezond verstand. Dat heeft juist te maken met de denkzin. Natuurlijk kun je zeggen dat het betekent dat je niet te hard van stapel loopt en maat weet te houden, maar het grondidee is dat je bezonnen bent. Dat je niet geleid wordt door gevoelens — daar is niks mis mee, maar ze horen niet leidend te zijn. Je laat je leiden door gezond verstand.
Paulus gebruikt dit woord heel vaak. Hij gebruikt het in verband met de opzieners, met de oude mannen en de oude vrouwen. De jonge vrouwen en de jonge mannen komen het ook tegen. En in hoofdstuk 2 vers 12 lezen we het zelfs in verband met alle gelovigen. Daarmee is gezegd dat juist die eigenschap van gezond verstand cruciaal is. Bezint eer gij begint. Je hebt verstand gekregen, veel of weinig, maar het idee is niet dat je 'veel' verstand moet hebben, maar dat je het verstand dat je hebt gekregen ook daadwerkelijk gebruikt. Dat is bezonnenheid. Het is een eigenschap die tegenwoordig vaak wordt weggeduwd in de religieuze zin, onder het motto: "Je moet doen wat je voelt." Nou, daar staat dit dus haaks op. Je hoort in de eerste plaats je verstand te gebruiken. Van oudere mannen wordt dit als een van de eerste eigenschappen gevraagd, en dat behoeft eigenlijk ook geen betoog.
Er staat ook nog bij: "gezond in het geloof, de liefde en het verduren." Liefde is hier agape, de onvoorwaardelijke liefde. En 'verduren' is niet zozeer volharden in de zin van 'door blijven gaan', maar het betekent dat wat je overkomt, dat je dat verdraagt. Dat je eronder blijft staan. Dat is verduren. Dit zijn de karakterstrekken die aan de senior mannen worden meegegeven.
Oude Vrouwen: Geheiligd Optreden en Leraressen van het Goede ↑ hoofdstukken
Dan komen we vervolgens in vers 3 bij de oudere vrouwen. 'Eveneens', dat wil zeggen: met diezelfde soort eigenschappen die Paulus zojuist gaf voor de oudere mannen. Het zijn eigenschappen en kenmerken die passen bij de gezonde leer. Niemand zal ontkennen dat er prachtige kenmerken zijn die de gezonde leer, die je mag kennen, versieren. Die onderstrepen dat; dat hoort erbij.
Oude vrouwen moeten eveneens priesterlijk zijn in hun optreden. 'Geheiligd' is hier eigenlijk de grondgedachte. Ze mogen niet kwaadsprekend zijn. In het Grieks staat daar letterlijk: 'niet diabolisch'. Ze moeten geen verdachtmaaksters zijn. Ons woord 'duivel' is via het Griekse woord diabolos hiervan afgeleid. Maar een duivel is in de kern een kwaadspreker, of sterker nog: iemand die verdacht maakt. Als je dat etymologisch helemaal afpelt, dan betekent het 'door elkaar gooien'. Dia betekent 'door elkaar' en bolos heeft te maken met een bal, met werpen. Het is dus het door elkaar gooien van de dingen. Dat is wat de diabolos al van oudsher doet met zijn gespleten tong: hij maakt verdacht. "Ja, God heeft het vast wel gezegd, maar Hij had daar kwade bedoelingen mee..." Dat is verdacht maken en de waarheid in een verdacht daglicht plaatsen. Vandaar dat ook het idee van roddel hiermee gekoppeld is.
Juist oudere vrouwen... sorry dat ik het zeg, ik heb het ooit bij Calvijn gelezen — ik heb niet zo heel veel van hem gelezen — maar hij schreef dat vooral vrouwen gevoelig zijn voor roddel. Hij stelde dat die eigenschap, of het gevaar daartoe, toeneemt als de leeftijd vordert. Dat zei ik niet hoor! Maar het is blijkbaar een eigenschap waar vrouwen wellicht wat makkelijker in vallen dan mannen. Nou ja, ik geef het door voor wat het waard is. In ieder geval past dat uiteraard niet bij deze oude vrouwen die uitkomen voor de gezonde leer en die leer versieren.
Vervolgens: 'niet verslaafd aan veel wijn'. Bij het toenemen van de leeftijd nemen de kwalen vaak ook toe, en dan kan dat een excuus zijn om de pijn wat te verdoven en buitensporig te gaan drinken. Paulus zegt dan: niet verslaafd aan veel wijn, maar in tegenstelling daartoe: leraressen van het goede. In het Grieks is dat 'in het goede onderrichtend', maar het is daar gewoon één woord: leraressen of onderwijzeressen van het goede. Je begrijpt wel dat op het moment dat je niet meer goed bij zinnen bent omdat je onder invloed bent, je ook niet meer in staat bent om het goede te onderwijzen. Het diskwalificeert je eigenlijk simpelweg voor die taak. Zij behoren de leraressen van het goede te zijn, dat staat er nog extra bij.
Jonge Vrouwen: Bezonnenheid en het Gezin ↑ hoofdstukken
Zodat zij de jonge vrouwen opwekken om hun man en hun kinderen lief te hebben. Het is trouwens wel opmerkelijk dat er staat dat de oudere vrouwen die jonge vrouwen opwekken. Titus krijgt die opdracht dus niet. De oudere vrouwen weten door ervaring inmiddels wat het is om een jonge vrouw geweest te zijn en zij kennen die ervaringen. Bovendien zou het bij Titus, die zelf nog een jonge man was, wellicht alleen maar praatjes kunnen veroorzaken. Titus wordt deze taak dus niet gegeven; oudere vrouwen kunnen dat vele malen beter.
Hier hebben we trouwens weer dat woordje 'bezinnen': aan het verstand brengen of doen bezinnen. De jonge vrouwen worden tot bezinning gebracht. Waarom? Om hun man en kinderen lief te hebben. Hier wordt verondersteld dat deze jonge vrouwen getrouwd zijn en kinderen hebben. Dat is geen wet, maar in het algemeen is dat zo: jonge vrouwen worden hier geacht jonge moeders te zijn die van hun gezin houden.
Ook hier zien we weer het begrip 'bezonnen'. In alle gevallen blijkt dat een eigenschap te zijn die heel erg op de voorgrond treedt als uiterst belangrijk. Het betekent dat je de dingen niet doet in overeenstemming met je gevoel, maar in overeenstemming met je gezond verstand. Voor elke leeftijdscategorie of voor elke groep mensen is dat weer om een andere reden van belang. Voor jonge vrouwen kun je je heel gemakkelijk voorstellen dat ze nog sterk beheerst worden door hun hormonen. Daar is ook niks mis mee, dat is gewoon de natuur, maar het moet niet leidend zijn in hun gedrag.
Dan het woord 'zuiver'. In de Statenvertaling en de NBG staat 'kuis'. Het idee is dat de vrouw zuiver staat ten opzichte van haar eigen man en niet flirt met andere kerels. Dat geldt natuurlijk ook voor jonge mannen en ook voor ouderen, maar 'zuiver' is de kernbetekenis. Soms heb je moeite met bepaalde woorden; ik had het net over het woord 'bezadigd', wat bij mij de gevoelswaarde van weinig energie oproept. Maar het woordje 'kuis' heeft ook een gevoelswaarde die 'victoriaans' kan overkomen, als een soort overdreven fatsoen. De gedachte van het Griekse woord is echter letterlijk 'zuiver' en daarom geef ik daar de voorkeur aan.
En dan 'huishoudelijk'. Oh mensen, het is maar goed dat we hier op Urk zijn, want wat Paulus hier zegt is allemaal niet erg politiek correct. Dit zou je niet aan een of andere talkshowtafel kunnen zeggen, hoewel we het aan deze 'praattafel' natuurlijk wel gewoon kunnen benoemen. Je moet het ook hier positief bekijken. Voor Paulus hebben jonge moeders niet de last om onafhankelijk te moeten zijn. Dat is wat je tegenwoordig overal wordt aangepraat: je moet onafhankelijk zijn en vooral carrière maken. Voor Paulus was het echter vanzelfsprekend — en tot voor kort was dat voor iedereen in de wereld vanzelfsprekend. Inmiddels zijn we allemaal zo gebrainwashed dat de vrouw vooral naar buiten moet en dat haar taak juist niet primair thuis ligt. Daarbij moet ik nog zeggen dat het woord 'huishoudelijk' niet in de eerste plaats de woning in de zin van het gebouw betekent, maar vooral de familie, het gezin. Dat is je huis. 'Ik en mijn huis wij zullen de Heere dienen' betekent niet dat stenen gebouw, maar degenen die in dat huis wonen. Dat wordt hier bedoeld met huishoudelijk: daar ligt haar primaire taak.
Wat de wereld daar ook over mag zeggen en hoe de maatschappij ook verandert, ik bedoel dit helemaal niet wettisch. Ik hoop dat ik dat al duidelijk heb gemaakt, maar ik beschouw het nog steeds als een uiting van gezond verstand dat de vrouw, alleen al om biologische redenen, in de eerste plaats gericht is op de opvoeding en de voeding van het kind. Logischerwijs ligt daar dan ook haar primaire taak. Wat de wereld daar ook over zegt, je kunt praten als Brugman en allerlei programma's over mensen heen gooien om hen anders te laten denken, maar de natuur fluit de mensen gewoon weer terug. De natuur laat zich niet zomaar veranderen; de wal keert het schip.
Onderdeel van dat 'huishoudelijk goed' zijn, is ook om aan haar man onderschikkend te zijn. Ook hier heb je weer het mannelijke en het vrouwelijke, wat in de Bijbel een typologische vanzelfsprekendheid is. De man is een type van de Schepper, de vrouw een type van de schepping. De man wordt geacht leidend te zijn, een heer. In ons woord 'heersen' zit de gedachte dat heerschappij in principe een mannelijke taak is. De scepter en de staf zijn mannelijke emblemen. Als je dat begrijpt, dan begrijp je ook de positie van de vrouw. We zaten net in de auto en maakten grapjes over het feit dat het toch opmerkelijk is dat, waar dan ook, de man bijna altijd achter het stuur kruipt. Dat is geen wet, maar zo gaat dat. Ik beschouw dat typologisch. Het is geen kwestie van onderdrukking. De man is verantwoordelijk voor het huis. Als het niet goed gaat, is de man daarop aanspreekbaar. Op de man rust die taak, die last en die verantwoordelijkheid. Het heeft niets te maken met de baas spelen, maar dit zijn de Bijbelse verhoudingen.
Paulus noemt dit als een vanzelfsprekendheid. Anno 2025 moet ik dat in Nederland voortdurend toelichten en je bijna excuseren dat je er zo over denkt, maar Paulus zegt erbij waarom dit belangrijk is: opdat het Woord van God niet gelasterd wordt. Men zegt heel dikwijls dat het in de leer uiteindelijk om de praktijk gaat, maar het is precies omgekeerd: het gaat in de praktijk om de leer. Niet de kerkleer, maar de gezonde leer van God onze Redder. De gezonde leer van het evangelie van de heerlijkheid van de gelukkige God, daar gaat alles om. Ons hele leven heeft één groot doel, of je nu een man bent of een vrouw, jong of oud: dat je dat onderwijs mag versieren. Dat je een leven mag leiden en een gedrag mag vertonen dat past bij die glorie en die heerlijkheid. Hier wordt het negatief geformuleerd, zodat het Woord van God niet gelasterd wordt, maar je kunt het ook positief formuleren: dat het Woord van God verheerlijkt wordt. Het gaat in de praktijk altijd om de leer van God onze Redder, zodat mensen zien: wauw, wat een geweldige uitwerking heeft dat onderwijs over wie Hij is.
Jonge Mannen en Titus als Onaanvechtbaar Rolmodel ↑ hoofdstukken
Vermaan evenzo de jonge mannen. Hier in het Grieks staat het woordje parakaleo. Daar kleeft weer datzelfde bezwaar aan waar ik zojuist ook al even over sprak: bij vermanen denken wij vooral aan een vinger die omhoog gaat, maar het woordje parakaleo zegt eigenlijk iets heel anders. De etymologie, de elementen waaruit het woord is opgebouwd, zegt eigenlijk alles. Para wil zeggen 'naast' en kaleo heeft te maken met het werkwoord 'roepen'. Er is dus sprake van naastroepen. Dat kennen we allemaal, want dat is wat een supporter doet: iemand die naast de lijn staat en roept. Dat is een aanmoediging. Het kan het idee van een waarschuwing in zich hebben, maar de essentie is altijd het aanmoedigen en daarmee bemoedigen. Als Paulus in 1 Thessalonicenzen zegt dat we elkaar moeten vermanen met bepaalde woorden, dan vertaalt de NBG-vertaling dat terecht als: bemoedigt elkaar met deze woorden, namelijk over de terugkeer van de Heer. Dat is geen terechtwijzing, maar juist een aanmoediging en vooral een bemoediging. Ook hier past dat zo ontzettend goed: moedig de jonge mannen evenzo aan om bezonnen te zijn in alles.
Bezonnenheid is iets wat jonge mensen, en vooral jonge mannen, van nature vaak niet zijn. Het is een valkuil waar ze gemakkelijk in vallen: dat ze onvoorspelbaar, onvoorzichtig of impulsief zijn. Daarom wordt het juist zo mooi als mannen op jonge leeftijd die eigenschappen wel hebben, dat ze hun verstand gebruiken en bezonnen zijn in alles. En houd die jonge mannen in uzelf een voorbeeld voor. Sommige vertalingen voegen de woorden 'in alles' overigens bij het vervolg van de zin, zodat je krijgt: moedig de jonge mannen aan bezonnen te zijn, en houd hen in alles uzelf als een voorbeeld voor. Beide lezingen zijn mogelijk, maar het centrale idee is dat Titus niet alleen zou vermanen, maar zelf een voorbeeld zou stellen. Er staat hier in het Grieks het woordje tupon, oftewel type. Titus zou niet slechts preken, maar zelf een type zijn: een rolmodel. Dat is het allermooiste, want daar kan geen woord tegenop. Hij mag gewoon stilzwijgend in zijn gedrag tonen wat het betekent om voortreffelijke werken te doen.
Er staat hier eigenlijk niet 'goede werken', maar voortreffelijke of mooie werken. Je leest in Mattheüs 5 vers 16: laat uw licht zo schijnen voor de mensen, opdat zij uw mooie werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken. Dat zijn de mooie werken: dat je in je gedrag iets mag tonen waardoor men zegt: "Wauw, wat is onze God geweldig." Titus mag zo'n voorbeeld zijn en daartoe wordt hij ook uitgedaagd. Daarbij hoort onbedorvenheid in de leer en eerbaarheid. De NBG zegt hier 'zuiverheid' in het onderwijs. In het onderwijs kun je namelijk heel gemakkelijk onzuiver worden door er allerlei menselijke elementen aan toe te voegen. Dan ben je niet zuiver meer. Een gezonde leer houdt in dat je het Woord gewoon voor zich laat spreken. Je hoeft het niet met allerlei fantasieën attractief te maken of er een soort toneelspel van te maken. Het is eigenlijk een voordeel als je zelf niet eens in staat bent om toneel te spelen.
Ik had vorige week een gesprek over een Bijbelleraar in Amerika — ik zal de naam verder niet noemen — die het vermogen heeft om prachtige verhalen te vertellen. Je hangt aan zijn lippen. Dat is een prachtige eigenschap, maar tegelijkertijd schuilt daar een gevaar in, want je kunt mensen zomaar inpakken door je manier van doen. Als die gave je ontbreekt, kun je alleen maar het Woord doorgeven. In menselijk opzicht zou je dat als een gebrek kunnen beschouwen, maar als het gaat om het doorgeven van het Woord, is dat juist een voordeel. Geef het Woord door zoals het is: zuiver, onbedorven, niet meer en vooral niet minder dan dat. Dat is eerbaar en respectabel, precies wat het Woord verdient. Het moet geen menselijk woord zijn of een 'popi-jopie' verhaal, maar een gezond woord.
Een gezond woord is onaanvechtbaar; er valt niks op aan te merken. Misschien is dat wel het allermooiste wat hier van Titus gezegd wordt. De cirkel is daarmee rond: Titus mag de gezonde leer doorgeven en in de wandelgangen spreken over dat wat daarmee in overeenstemming is. Het gaat om het gezonde, solide woord waar je, om het zo te zeggen, de bonnetjes bij kunt leveren. Het staat er gewoon, kijk het maar na. Je kunt mensen niet dwingen het aan te nemen, maar stel het onder bewijs zodat ze het zelf kunnen checken. Dat is een gezond en onaanvechtbaar woord. Zelfs als luisteraars er innerlijk tegen in opstand komen, kunnen ze één ding niet ontkennen: "We vinden er misschien niets aan, maar het staat er wel." Daar gaat het om.
Of je nu op een podium staat of in welke positie je je ook bevindt: als je het Woord mag doorgeven, zorg dan dat het zuiver is. Voeg er geen eigen dingen aan toe, want het Woord bewijst zichzelf en is krachtig in zichzelf. Alles wat je eraan toevoegt, is als water bij de wijn doen; dan maak je er slechts limonade van. Het Woord is krachtig, dus zorg dat het onaanvechtbaar blijft. Paulus zegt erbij dat dit nodig is opdat de tegenstander tot zijn beschaming niets ongunstigs van ons heeft te zeggen. Het doel is dat het onderwijs niet in diskrediet wordt gebracht. Alles draait om dat onderwijs en dat ons leven daarvoor een groot sieraad mag zijn. Het moet passend zijn bij de gezonde leer van God, onze Redder, de gelukkige God. Wat een voorrecht is het om zo'n leven te mogen leiden en elke dag iets te laten zien van hoe geweldig groot onze God is. Niet omdat het moet, maar omdat het zo'n prachtig voorrecht is. Dat is op zichzelf al een blijde tijding.
UltimateGoodNews