GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de geest van het nieuwe verbond

11-08-2019 - Geplaatst door Andre Piet
lezing gehouden op zondag 11 augustus 2019 in Zoetermeer

Met hetzelfde volk als waarmee God ooit een verbond sloot bij de berg Sinaï, zal Hij een nieuw verbond sluiten. De basis van dat nieuwe verbond is al gelegd maar de sluiting ervan zal plaatsvinden met een gelovig Israël. Toekomstmuziek dus. Paulus zegt in 2Korinthe 3 dat hij een dienaar is van de geest van dat nieuwe verbond. Want dezelfde geest die straks vaardig zal worden over Israël en hen levend zal maken, is nu reeds in ons werkzaam. Wat betekent dat? En hoe werkt het in de praktijk?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Het nieuwe verbond onderscheidt zich fundamenteel van het oude verbond doordat God de wet niet langer als een externe eis oplegt, maar als een innerlijke zekerheid en belofte geeft. Waar het oude verbond faalde door de zwakheid van de mens, biedt het nieuwe verbond onvoorwaardelijke toezeggingen vanuit God, samengevat in de zevenvoudige belofte 'Ik zal'. Zodra ontdekt wordt dat Gods wet geen prestatie vraagt maar een belofte inhoudt, ontstaat er rust, verwachting en dankbaarheid. De gelovige wordt door deze levendmakende Geest vanzelf getransformeerd door het weerspiegelen van Gods heerlijkheid.

“Wanneer je gelooft dat Hij het belooft, verwacht je alles van Hem. Als je denkt dat Hij eist, word je aan het werk gezet en raak je teleurgesteld omdat je het niet kunt.”

Introductie en Routekaart: de Geest van het Nieuwe Verbond ↑ hoofdstukken

We gaan het deze morgen, vrienden, een keertje niet hebben over reuzen. Dat hebben we een paar keer wel gedaan, maar ik moet er wel bij zeggen: het is toch ook in zekere zin alweer een reusachtig onderwerp. Dus, linksom of rechtsom, we komen daar toch weer bij uit. De Geest van het Nieuwe Verbond. Eigenlijk moet ik de klemtoon iets anders leggen, namelijk: de Geest van het Nieuwe Verbond. Want daarop ligt het accent vanmorgen en daar komen we pas in later instantie op terecht.

Maar voordat je het over de Geest van het Nieuwe Verbond hebt, moet je het eerst hebben over het Nieuwe Verbond zelf. Wat is dat? Laat ik u alvast een routekaart geven van wat u vanmorgen mag en kunt verwachten. We gaan eerst eens naar Jeremia 31; daar vinden we die term 'het Nieuwe Verbond'. Daar zullen we ook in gaan zien wat dat verbond inhoudt, met wie het wordt gesloten en trouwens ook wanneer. En waarin dat Nieuwe Verbond zich verhoudt tot het Oude Verbond en hoe het daarvan verschilt.

Vervolgens gaan we naar een andere passage in het Oude Testament, namelijk uit de profeet Ezechiël. Ezechiël 36. Daar zullen we vooral bevestigd worden in dat wat we ook al in Jeremia 31 zien. Om daarmee ook aan te geven dat het niet maar één tekst of één schriftplaats is waarin deze dingen worden aangekondigd, maar dat in andere formuleringen dezelfde waarheid ook elders te vinden is.

En tenslotte gaan we het hebben over de Geest van dat Nieuwe Verbond. Daarvoor gaan we naar het Nieuwe Testament. Trouwens, u weet het: de begrippen Oude Testament en Nieuw Testament zijn direct gekoppeld aan het Oude Verbond en het Nieuwe Verbond. Het woord 'testament' is wat ongelukkig, als u het mij vraagt. Pinchas Lapide, een Joodse geleerde, gaf daar een geweldig antwoord op. Hij zei: "Ik geloof niet in een Oud Testament." En hij zei: "God maakt namelijk geen testamenten op." Waarom? Hij gaat niet uit. Hij sterft niet. Dus onder dat voorbehoud gebruiken we het dan toch maar eventjes. Het is inderdaad geen testament, maar een verbond.

De Geest van het Nieuwe Verbond in 2 Korinthe 3. Daar zullen we ook zien wat die Geest is – en beter nog: wie die Geest is en hoe die Geest vandaag ook werkt. Zodat het uiteindelijk ook nog zeer actueel wordt. Trouwens, ik denk dat het in zijn totaliteit actueel is, maar dat mag u voor uzelf beoordelen.

Jeremia 31: het Nieuwe Verbond Gecontrasteerd met het Oude ↑ hoofdstukken

Zoals gezegd gaan we eerst eens naar Jeremia 31. Waarom? Wel, omdat de uitdrukking 'het nieuwe verbond' daar voor het eerst op die manier wordt gebezigd. De profeet Jeremia contrasteert dat daar ook met het oude verbond. Want waar een nieuw verbond is, daar is per definitie natuurlijk ook een oud verbond. Waarbij zich natuurlijk weer een andere vraag opwerpt, namelijk: wat is dat oude verbond dan wel? Dus ja, met het een komt er weer van alles bij kijken. Laten we het gewoon maar even lezen. Het zijn een paar verzen in dat hoofdstuk en het maakt deel uit van een geweldige profetie, een voorzegging over toekomende dingen; over wat er met Israël gaat gebeuren.

En als ik zeg Israël, dan bedoel ik dat niet in de kerkelijke zin van het woord, zo van: 'Ja, dat is de kerk' of zo. Nee, het is echt het volk van Israël dat te zijner tijd teruggebracht zal worden in het land. Dat klinkt misschien wat vreemd, want u zegt: 'Maar sinds 1948 hebben we toch al na duizenden jaren weer een Joodse staat?' Jawel, maar dat is feitelijk nog mensenwerk. Hoewel aangekondigd, is dat nog niet de beloofde terugkeer, absoluut niet. Maar die dingen worden allemaal al aangekondigd, bijvoorbeeld ook door de profeet Jeremia. Laten we dat eens lezen. We beginnen in hoofdstuk 31 vers 31 – nou, makkelijk te onthouden. Waar vinden we voor het eerst het nieuwe verbond? Wel, in dat vers. De profeet zegt daar (en de vertaling is erg letterlijk): "Zie," staat er dan, "de dagen komen, zegt JAHWEH" – de Godsnaam, Ik ben die Ik ben – "dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten."

Het huis van Israël en het huis van Juda; dat wil zeggen dat het volk ooit in tweeën gesplitst is na de dood van koning Salomo. Ik weet niet wat u weet van de Bijbelse geschiedenis, maar na de dood van koning Salomo is het rijk van Israël in tweeën gesplitst in het tienstammenrijk (het huis van Israël) en het tweestammenrijk (het huis van Juda). Die splitsing in het nationale bestaan is nooit meer ongedaan gemaakt. In de toekomst zullen beide huizen echter weer verenigd worden. Dat wil zeggen: niet langer twee huizen, niet langer twee volkeren, maar één. Ook daar spreken andere profeten over en ik geef met opzet de 'bonnetjes' er ook maar even bij; wel zo veilig.

Er gaat dus een nieuw verbond gesloten worden. Let op: met wie? Wel, met hetzelfde volk als waarmee ooit het oude verbond gesloten werd. Dat lijkt me erg belangrijk. Het is dus niet zo dat God ooit een verbond sloot met dat volk van Israël in het verleden en dat Hij een nieuw verbond gaat sluiten met een ander volk, al heet dat dan bijvoorbeeld 'de kerk'. Nee, dat is niet zo. Hij sluit het met hetzelfde volk, dezelfde twaalf stammen als waarmee ooit het oude verbond gesloten is. Dat is erg belangrijk. Dat betekent dat er, behalve verschil tussen oud en nieuw, ook continuïteit is. Dat wil zeggen: de verbondspartners zijn dezelfde. Hetzelfde – nou ja, een vernieuwd Israël – maar in ieder geval hetzelfde volk van Israël is daarbij betrokken, de twaalf stammen. Daarmee zal een nieuw verbond worden gesloten en dan wordt het meteen in contrast gebracht met het oude verbond.

Lees maar met me mee in vers 32: "Niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen sloot ten dage dat Ik hen bij de hand nam om hen te doen uitgaan uit het land Egypte." Ik moet er trouwens bij zeggen dat er nogal wat verbonden zijn. De Bijbel kent niet zoiets als 'het verbond'. Dat is wel een theologische term, maar de Bijbel spreekt over verbonden. Je moet altijd de vraag stellen: een verbond met wie? Bijvoorbeeld: God sloot een verbond met Noach en zijn nageslacht. Ons dus ook, ja, dat kan niet missen. Dat betrof de hele aarde en Hij gaf daarbij ook altijd een teken. Dat hoort ook bij een verbond: een symbool, een embleem. En later lees je dat Hij Abram roept en ook met hem een verbond sluit. Een onvoorwaardelijk verbond, moet ik erbij zeggen; Hij geeft een belofte aan Abraham. En dat had ook een teken, namelijk de besnijdenis.

En nog weer later, pakweg vierenhalve eeuw later, sloot Hij een verbond met het volk van Israël toen ze uit Egypte geleid werden en in de woestijn werden gebracht. Bij de berg Sinaï heeft God een verbond met hen gesloten en daarmee wordt het nieuwe verbond gecontrasteerd. Let op, het wordt dus niet in contrast gebracht met het verbond met Noach of het verbond met Abraham. Nee, het gaat om het verbond dat gesloten werd in de dagen dat ze uit Egypte togen (om het even ouderwets te zeggen), in de woestijn aankwamen en daar bij de berg Sinaï dat verbond sloten. Dat heeft trouwens ook een embleem en dat embleem zijn de twee stenen tafelen. Dat is dat oude verbond; om het zo te zeggen: dat was het stenen tijdperk. Dat is een aardige uitdrukking in dit verband, want het is inderdaad verouderd, antiek; het hoort in een museum, want het is inmiddels al lang verbroken.

Trouwens, als ik het zo zeg, dan ligt dat nogal voor de hand, want het oude verbond is feitelijk al verbroken bij dezelfde gelegenheid als waarop het embleem ervan, die stenen tafelen, werd gegeven. U weet wat er gebeurde: Mozes kwam in zijn eentje van de berg af en nog voordat het volk bereikt werd met de inhoud van die stenen tafelen, waren ze al gebroken. Verbroken. "Mijn verbond", zo staat het er ook bij: "niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen sloot ten dage dat Ik hen bij de hand nam om hen te doen uitgaan uit het land Egypte, mijn verbond dat zij teniet deden, hoewel Ik hun bezitter was."

Ik moet er trouwens nog wat bijzeggen: dat oude verbond móést eigenlijk wel stuk gaan. Dat kon niet anders. Het was eigenlijk al tijdelijk 'by design'; het moest zo gaan. Dat kwam ook omdat er verplichtingen op de mens gelegd werden. Waar trouwens ook een goede reden voor was, want Israël had bij de Sinaï, voordat de verbondssluiting plaatsvond en voordat de wet gegeven werd, al plechtig beloofd en een gelofte gedaan aan God: "Alles wat JAHWEH spreekt, dat zullen wij doen." Zo'n belofte moet je nooit doen, want daar houdt God je aan en dat kun je nooit vervullen. Wel, het bleek ook meteen, want bij de eerste de beste gelegenheid bleek dat het volk niet capabel was en niet in staat was haar belofte gestand te doen. Dus dat oude verbond deugde niet. Eigenlijk waarom? Vanwege de feilbaarheid van de mens. De mens faalt en Israël dient daarbij als voorbeeld; het is exemplarisch, dat wil zeggen: het wordt ten voorbeeld gesteld. Maar vergis u niet, Israël is daarin niet anders dan wie dan ook. We hoeven ons echt niet boven dat volk te verheffen; ze zijn daarin eigenlijk alleen maar illustratief.

Goed, een nieuw verbond. Ik ga een nieuw verbond met het volk sluiten en dat zal dus anders zijn dan dat verbond dat zij ooit al teniet deden, en dat eigenlijk al bij de eerste de beste gelegenheid. "Hoewel Ik hun bezitter was, zegt JAHWEH. Want dit is het verbond dat Ik zal sluiten met het huis van Israël na deze dagen, zegt JAHWEH." Dit verbond waar het hier over gaat, dat nieuwe verbond, dat lag ook in de toekomende tijd; dat was in de dagen van Jeremia in de toekomst, maar het is nog steeds toekomst, moet ik erbij zeggen. Oké, de basis van dat nieuwe verbond is gelegd, dat is waar. De Bijbel spreekt bijvoorbeeld over...

De Heer Jezus zegt het ook in de nacht dat Hij overgeleverd wordt, als Hij Zijn maaltijd houdt. Hij viert het Pascha en dan zegt Hij: "Dit is Mijn verbond, het nieuwe verbond in Mijn bloed." Dus de basis van dat nieuwe verbond, die is al gelegd. Maar de sluiting zelf met het volk, ja, dat is nog toekomst. Dat wil zeggen dat er een heel nieuw volk zal zijn; ze worden vernieuwd. Uit alle kenmerken die we straks ook zullen lezen van dat verbond blijkt dat dit nog vervuld moet worden. Ik moet er trouwens bij zeggen: dat is nabij. Dat vind ik wel erg mooi om dat zo te zeggen.

Want feitelijk — dat moet ik er ook nog even bij vermelden — zijn die verbondssluitingen, het oude en het nieuwe verbond, feitelijk ook huwelijksverbonden. Het oude verbond wordt ook altijd zo vergeleken, waarbij de Heer Zelf de Bruidegom is en het volk de bruid. Israël is de bruid, ja. Daar is ook sprake van een verbondssluiting. Er wordt "ja" gezegd, en heel plechtig. Er is ook sprake van een echtelijke woning, namelijk het land, et cetera. Vandaar ook dat als Israël andere goden achterna gaat, dat altijd hoererij wordt genoemd. Dat is een beeldspraak die natuurlijk volstrekt daarmee in lijn is. Want ja, als haar Man de Heer is, dan zijn andere goden dus andere mannen. Als ze daarmee gemeenschap heeft of zich daarmee afgeeft, ja, dan is dat dus hoererij, prostitutie. Voor Israël is dat een beeldspraak die daar helemaal mee in lijn is.

Maar goed, er gaat dus een nieuw verbond gesloten worden met het huis van Israël. Hier zijn dat dus alle twaalf stammen. Hier hoeft het onderscheid ook helemaal niet meer gemaakt te worden met die verdeling die ooit daar was. "Na deze dagen," zegt JAHWEH. En dan staat er... Ik zal — ik kom daar straks op terug, maar ik wil u nu alvast even vragen hoe vaak u die woorden "Ik zal", die formulering, aantreft. Je struikelt erover; het is karakteristiek. Maar daarover straks meer.

De Grote Ontdekking: de Wet Is Geen Eis, maar een Onvoorwaardelijke Belofte ↑ hoofdstukken

Eerst zegt God: "Ik zal mijn wet in hun binnenste geven." Dat is ontzettend belangrijk. Want God gaf bij het oude verbond ook Zijn wet, maar toen werd de wet aan het volk opgelegd. Men kwam "onder de wet" te staan, zoals de Bijbelse formulering luidt. De wet was een last; men móést het doen en er werden eisen gesteld. In feite was dat oude verbond een contract met wederzijdse verplichtingen. God zei: "Ik doe dit en dat," en het volk zei: "Wij zullen dit en dat doen." "Gij zult..." Voor Israël was het: "Wij moeten dit nu doen, want dit zijn de eisen die aan ons gesteld zijn."

Maar – en dit is zo belangrijk – in het nieuwe verbond wordt de wet niet opgelegd, maar ingelegd. Of beter gezegd: ingeschreven en ingegraveerd in het hart. Het is niet langer uitwendig, maar van binnenuit. Dan rijst natuurlijk de vraag: hoe dan wel? Hoe komt het dat ze het straks wel zullen doen? Hoe komt het dat het van binnenuit komt, terwijl men in het verleden bij dat oude verbond niet tot die wet in staat was? Dat heeft alles te maken met wat hier staat: "Ik zal mijn wet in hun binnenste geven." Het binnenste is het hart, en het "geven" loopt parallel met het schrijven op hun hart. Het hart is het embleem van dat wat je van harte doet, uit liefde. En dat is precies wat er gebeurt: ze zullen de wet gaan liefhebben.

Hoe komt dat nou? Ik loop nu alvast een beetje vooruit op waar we het straks over gaan hebben, maar ik wil het toch alvast gezegd hebben: ze zullen de wet gaan ontdekken. De bedekking wordt weggenomen. En wat gaat men dan ontdekken? Wat maakt dat het dan van harte gedaan wordt? Men zal ontdekken dat de wet geen eis is, maar een belofte. Dat is de grote ontdekking die Israël straks gaat doen en die karakteristiek is voor het nieuwe verbond. Ineens krijgen de woorden die altijd als een last en een eis werden opgevat een andere klank: "Gij zult JAHWEH, uw God, liefhebben..."

Wanneer ik die woorden "gij zult" of "gij zult niet" uitspreek, hoor ik nog altijd de echo van hoe ik dat destijds in de kerk hoorde. In veel kerken wordt het oude verbond elke zondag voorgelezen. Ik bedoel dat niet om naargeestig te doen over de kerken, maar het wordt altijd voorgelezen in de sfeer van: "Dit is wat wij moeten doen." Men spreekt dan over de combinatie van "belofte en eis". Maar als je dat zegt, heb je het nieuwe verbond simpelweg niet begrepen. Zo boud ben ik dan wel om dat te zeggen. Want al dat "gij zult" is geen eis; het is zelfs geen vraag. Het is een belofte, een aankondiging. "Gij zult JAHWEH, uw God, liefhebben" betekent niet: "Je móét Hem liefhebben." Dat was in het oude verbond zo, toen men nog "onbesneden oren" had.

De Bijbel spreekt ook over "onbesneden van hart". Besneden wil gewoon zeggen dat de bedekking wordt weggenomen. Daar zit een hele mooie typologie in, waar we bij een andere gelegenheid al eens bij stil hebben gestaan. Het idee is: de voorhuid van uw harten wordt weggenomen, de bedekking verdwijnt. En wat er dan zichtbaar wordt, heeft alles te maken met Gods belofte. Dat is de "eik", als u begrijpt wat ik bedoel. Het woord voor "eik" in het Hebreeuws is namelijk hetzelfde als het woord voor "eed". De bedekking wordt weggenomen en wat zichtbaar wordt, is inderdaad Gods belofte.

Als je denkt dat "gij zult" betekent dat je "moet" – of misschien iets vriendelijker verwoord: dat het een "vereiste" is – dan bevind je je in het oude verbond. Maar als die oren eenmaal besneden zijn, als je ontdekt wat de echte betekenis is, dan wordt er helemaal niets meer gevraagd, laat staan geëist. Dan zegt God: "Je zult JAHWEH, je God, liefhebben." Dat is een belofte, een aankondiging. Je zult dat! Je zou die woorden eens met zulke besneden ogen moeten lezen. Want als je je ogen dicht hebt, zijn ze eigenlijk onbesneden; er ligt een bedekking op. Maar als je ogen opengaan en de bedekking wordt weggenomen, dan wordt de wet ineens een belofte.

Dat is de grote ontdekking. En weet je wat er dan ook gebeurt? Op het moment dat een mens aan het werk gezet wordt – "Jij zult, jij zult, jij zult!" – dan komt er een last op je te liggen die je per definitie niet kunt dragen. Een mens is in het algemeen niet in staat die last te torsen. Maar wanneer je ontdekt dat God belooft en helemaal niets eist, wanneer Hij zegt: "Je zult je naaste liefhebben, je zult niet begeeren...", dan zeg je: "Wauw, geweldig dat U dat belooft en dat U dat gaat doen!" Dan zeg je niet langer: "Leer mij Uw wet te betrachten," maar: "Dank U wel dat U Uw belofte gegeven hebt en dat U die ook vervult." Op dat moment wordt de wet in je hart geschreven, want je gaat het liefhebben.

Er wordt namelijk niets meer van je verwacht. En u weet: op het moment dat je iets van iemand verwacht, hoe hoger de verwachting, hoe groter het risico op teleurstelling. Dat is het recept om gefrustreerd te raken: hoge verwachtingen. Maar als God zegt: "Ik verwacht helemaal niets van jou, maar Ik geef jou de belofte," dan verandert alles. Hier wordt tegen Israël gezegd – om het even specifiek te houden bij de doelgroep – dat zij gaan ontdekken dat die wet een belofte is. "Je zult." Op dat moment krijg je het lief, want je weet dat je door die belofte je ogen naar boven mag richten. Je gaat danken.

Je kunt niet meer krom lopen. Op het moment dat er een last op je ligt, zeker als je niet in staat bent die te houden, ga je steeds krommer lopen. Daar word je niet vrolijk van; dat deprimeert en belast. Maar op het moment dat iets beloofd wordt, wanneer Hij zegt: "Ik ga dat doen," dan moet Hij het ook doen. En dus kijk je omhoog. Dat vind ik nou een goed bericht. "Op hun hart zal Ik die schrijven." Wat er feitelijk gebeurt, is zo mooi: die wet verandert niet, maar ze wordt niet meer opgelegd. Het is geen eis meer. Dezelfde woorden worden in het hart geschreven omdat ze worden verstaan als een belofte.

Wanneer je gelooft dat Hij het belooft, verwacht je alles van Hem. Als je denkt dat Hij eist, word je aan het werk gezet en raak je teleurgesteld omdat je het niet kunt. Maar door de belofte wordt het in je binnenste, in je hart geschreven. En dan staat erbij: "Ik zal hen tot hun God zijn en ze zullen Mij tot een volk zijn." De aansporing "Ken JAHWEH!" hoeft niet meer gegeven te worden aan een naaste of een broeder. Waarom niet? Omdat zij Mij allen zullen kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen. Je weet wie het zegt: JAHWEH. Hebt u trouwens opgemerkt dat er tot dusver nog helemaal niets gevraagd of geëist is? Dit is precies de reden waarom dit nieuwe verbond een blijvend verbond is.

Er kan niks mis mee gaan. En, staat er ook nog bij: "En ik zal hun verdorvenheid, namelijk uit het verleden, vergeven en er niet meer aan denken. En hun zonde zal ik niet meer bedenken." Kortom, geen verleden meer, alleen nog maar toekomst. En van binnenuit zal men Gods wil doen. Niet omdat dat gevraagd wordt, maar omdat God dat tevoren gewoon aankondigt, belooft en garandeert.

En ik heb ze geteld. Je had het kunnen bedenken: zeven keer. Ik zal bij de aankondiging van het nieuwe verbond, zeven keer, dat is het getal van de volkomenheid. Het Hebreeuwse woord voor vol is ook het Hebreeuwse woord voor zeven. Dus vandaar dat zeven volheid representeert. Zeven keer: "Ik zal een nieuw verbond sluiten." "Het verbond dat ik zal sluiten." Vers 33: "Ik zal mijn wet in hun binnenste geven." "Ik zal op hun hart die schrijven." "Ik zal hen tot God zijn." "Ik zal hun verdorvenheid vergeven." En: "Ik zal hun zonden niet meer gedenken." Zeven keer: "Ik zal". En niet één keer, want dat is het nieuwe verbond. Dit is karakteristiek voor dat nieuwe verbond. De verplichtingen zijn volstrekt eenzijdig. God belooft, dus Wie neemt daarmee de verplichtingen op zich? Kijk, normaal gesproken bij een contract is het zo van: jij doet wat en ik... voor wat hoort wat. Jij doet wat, ik doe dat. Dat was ook in het oude verbond trouwens. God deed daarin ook zijn belofte, maar het was afhankelijk van de prestaties van Israël. Dat hadden ze ook aangekondigd. Dat moest dus wel, zoals gezegd, misgaan.

Dit maakt natuurlijk deel uit van het hele pedagogische leerproces, want het volk moest dit ook allemaal doorstaan en doorlopen om ontdekkingen te doen, toch? Dat moeten we allemaal trouwens in het leven. Oké, het nieuwe verbond: de verplichtingen zijn volstrekt eenzijdig. Niets wordt van het volk gevraagd, niets wordt voor het volk geëist. God belooft. Punt. Of beter: uitroepteken. Of drie uitroeptekens! En het is dus ook onvoorwaardelijk. Ja. En dat betekent dus... dit is blijvend. Dit gaat met het volk Israël gebeuren.

O ja, dat wilde ik net nog zeggen. Ik was toch weer eventjes afgedwaald. Ik vertelde over dat oude verbond en het nieuwe verbond; beide hebben het karakter van een huwelijkssluiting. Over het oude verbond had ik het zojuist al. Maar ook het nieuwe verbond is opnieuw een huwelijk, waarbij Israël ook de bruid is. Je vindt dat ook bij Jeremia, in Hosea en Ezechiël. Altijd die beeldspraak. En er is trouwens een heel boek dat daar illustratief over gaat: het Hooglied. Het hele boek is dat bruidszoek. Op een gegeven moment wordt die bruid toch weer gevonden. Ik zou zeggen: kleur het zelf maar in dat het zoek is tot de tegenwoordige tijd. Er komt een tijd dat er een bruiloft gevierd gaat worden, dat God een nieuw verbond gaat sluiten. En u weet op welke dag dat is, hè? Johannes 2 vers 1: de bruiloft te Kana. "En op de derde dag was er een bruiloft."

Ik ken dat al te goed, want Petra en ik hadden dat destijds op onze trouwkaart staan. Wij zijn ook op derde paasdag, dinsdag, getrouwd. Vanwege die symboliek: de derde dag is daar die bruiloft. En weet u wat geweldig is? Dan gaat er een bruiloft gevierd worden. God gaat een verbond sluiten met het volk van Israël en heel de wereld wordt daarbij uitgenodigd. De bruid is dan gevonden en alle volken zijn eigenlijk de bruiloftsgasten. En feitelijk de gemeente die vandaag gevormd wordt, wij maken deel uit van het lichaam van de Bruidegom. Dus wij zijn geen bruidsgemeente. Wij horen bij de Bruidegom. Nou ja, dat soort dingen. Ja, romantisch, hè? Vandaar ook dat je een natuurlijke liefde hebt als ekklesia, als lichaam van Christus, voor dat volk. Het is onze bruid!

Nou, er gaan nog geweldige dingen gebeuren. Straks na twee millennia, na tweeduizend jaar — want zo rekent God — krijg je daar dat derde millennium, die derde dag. En dat is waar we naar uitkijken.

Ezechiël 36: een Kloppend Vleeshart en de Goddelijke Garantie ↑ hoofdstukken

Er is nog een schriftplaats die eigenlijk soortgelijke dingen naar voren brengt. Ik ben daarin snel, want er is nog meer te bespreken: Ezechiël 36. Daar lees je dat God ook hier aankondigt, belooft en voorzegt. Ook hier vind je weer — trouwens, als ik me niet verteld heb in de verzen die ik nu citeer — wel tien keer "Ik zal". Dat zijn twee handen vol; houd het niet op.

God zegt: "En Ik zal jullie weghalen uit de natiën." U weet wat er gebeurd is met het volk Israël: het is verspreid, verstrooid, de diaspora. Duizenden jaren lang zijn ze verstrooid onder de natiën; officieel is dat nog steeds de situatie. Maar God zegt: "Ik zal jullie weghalen uit de natiën en jullie bijeenroepen vanuit alle landen en Ik zal jullie brengen naar jullie eigen grond." Eigenlijk was dit ook de grote droom van Theodor Herzl met het zionisme, alleen het grote punt was dat zij dachten: het duurt nu al zo lang, bijna tweeduizend jaar, we moeten nu maar eens een keertje de mouwen opstropen en het zelf doen. Weer dat "eigen". Typisch Jacob, hè? Jacob die denkt dat hij zijn eigen korsie moet koken en dat hij daar zelf voor moet zorgen, totdat hij het op een gegeven ogenblik opgeeft en zegt: "Heer...". Dan wordt hij geslagen op zijn heup en dan wordt het Israël. We zongen net niet voor niets: "Zalig hij die in dit leven Jacobs God ter hulp heeft", want God gaat Zijn weg met Jacob toch voltooien. Afijn, Jacob wordt uit de natiën verzameld, zoals hij na twintig jaar bij Laban geweest te zijn ook werd teruggebracht. "Ik zal jullie weghalen uit de natiën en jullie bijeenroepen vanuit alle landen en Ik zal jullie brengen naar jullie eigen grond", daar in het Midden-Oosten, "dat heb ik jullie gegeven."

"En Ik zal rein water op jullie sprenkelen." Water is hier ook een embleem van het Woord, dat levend water. "En jullie zullen rein worden." Hier staat gewoon dezelfde formulering die je ook in de wet treft: "Gij zult rein worden." Het is alleen meervoudig, dus: "Jullie zullen rein worden." Dat betekent natuurlijk niet "je moet". Nee, "je zult", namelijk als een belofte. "Ik zal rein water op jullie sprenkelen en dus júllie zullen rein worden." Sommigen maken ervan: "Ik zal rein water op jullie sprenkelen en jullie móéten rein worden." Dat is zo bizar. Nee: "Ik zal rein water op jullie sprenkelen en jullie zúllen rein worden." Dat is namelijk Mijn werk. Ook hier weer de belofte: "En jullie zullen rein worden van al jullie onreinheden en van al jullie drekafgoden." Ja, er staat eigenlijk nog een sterker woord, maar goed: die afgoden dus, daar zal Ik jullie van reinigen.

"En Ik zal jullie een nieuw hart geven." Hé, dat lijkt als twee druppels water op wat we lazen in Jeremia 31. "Ik zal jullie een nieuw hart geven en een nieuwe geest in jullie binnenste. En Ik zal jullie stenen hart uit jullie vlees wegnemen en Ik zal jullie een vlezen hart geven." Een kloppend hart. Geen steenhart of een verhard hart. Nee, een vlezen hart, een kloppend hart dat klopt voor Mij. Waarom? Omdat jullie hebben ontdekt waar het werkelijk om gaat, namelijk dat Ik het beloof. "Ik zal jullie stenen hart..." — hier weer dat steen, dat verwijst natuurlijk ook naar die stenen tafelen. Dat kan niet anders, ik zal het straks ook laten zien vanuit 2 Korinthe 3. Waarom was er dat harde steen? Wel, vanwege dat oude verbond en vanwege het feit dat ze dachten dat zíj het moesten doen. Dan word je wel heel vroom, heel godsdienstig en misschien heel ijverig, maar het falen zit erin gebakken. Het lukt je niet. De intenties zijn wel goed, maar het onvermogen spettert er aan alle kanten vanaf. Ze kunnen het niet. En dat is eigenlijk het grote probleem met de mens: hij kan wel van alles willen en de bedoelingen zijn goed, alleen het lukt niet. Je kunt van alles willen, maar dood ga je toch. Wat dat onvermogen betreft, daarop zijn we allemaal aangesproken. We zijn stervelingen, we lopen gewoon met de dood in onze schoenen. Oké, daar doe je zeventig, tachtig of negentig jaar over, maar dat is wat we zijn: onvermogend. Het leven loopt weg en dus ben je voor werkelijke toekomstverwachting en voor echt leven volledig afhankelijk van Wie anders dan van Hem die dat kan maken en geven? Daar ben ik erg blij mee.

"Ik zal jullie stenen hart uit jullie vlees wegnemen" en daar zal een nieuw hart voor in de plaats komen. Daar hoef je niet eens om te vragen, zoals vroeger altijd werd gezegd: "Vraag de Heere maar om een nieuw hartje." Nou, dank de Heere maar dat Hij een nieuw hart gééft, denk ik dan. Als je dat eenmaal ontdekt hebt, dan wordt je taal een heel andere. Echt geweldig is dat. Je formulering wordt anders omdat je perceptie en je beleving een heel andere worden. Het is geen eis meer, het is belofte. "En Mijn geest..." — hé, de geest van dat nieuwe verbond, daar hebben we hem — "en Mijn geest zal Ik in jullie binnenste geven." Geest is trouwens leven. Dat is een synoniem begrip: als je de geest krijgt, dan krijg je leven.

En dan: "En Ik zal maken dat jullie gaan wandelen in Mijn inzettingen." Die vind ik fraai hoor! Weet je hoe het onder het oude verbond was? Onder het oude verbond was het God die zei: "Jullie zullen wandelen" of "jullie moeten wandelen", of in ieder geval vatte men dat zo op. God vráágt: "Wandel in Mijn wegen." Maar hier staat: "En Ik zal máken..." Wie moet dat dan doen? Ja, God! Kijk, dit is geen vraag, dit is geen eis, dit is een belofte. "En Ik zal maken," zegt God tegen Israël, "dat jullie gaan wandelen in Mijn inzettingen." Dus in feite veranderen die inzettingen niet, maar het is hier helemaal geen last meer. Het wordt ook niet van hen gevraagd; God zegt: "Ik ga maken dat jullie dat doen."

"Dat is makkelijk," zeggen mensen dan. "Dat zal wel niet waar zijn." Ik denk precies omgekeerd: het is makkelijk, dus het zal wel waar zijn! God weet wat voor maaksel wij zijn. Ik vind het helemaal gek als mensen zeggen: "Ik wil het niet, want het is mij te makkelijk." Nou denkt Petra natuurlijk: "Ja, maar jij bent zo gemakzuchtig," maar zo bedoel ik het even niet. Nee, we gaan hier geen huwelijksgeheimen uit de doeken doen, die zijn er helemaal niet. Maar ik vind dat bizar: "Nee, dat is te makkelijk." Ik denk altijd: als gemak de mens dient, wat is er dan geweldiger dan dit? Als God iets gratis geeft en men zegt: "Nee, ik wil ervoor betalen." Dit zou Nederlanders toch juist moeten aanspreken! Maar dat is eigenlijk wat religie is. Religie is heel vroom en je wilt van alles voor God doen, maar God gaat zeggen: "Nee, je hoeft helemaal niks te doen. Ik vraag helemaal niks. Sterker nog: staak daarmee." Want op het moment dat jij denkt dingen te moeten doen, dan ben je nog doof, dan zijn je oren nog onbesneden en bedekt; dan hoor je niet wat Hij belooft.

Hoe vaak heb ik geen preken gehoord over 1 Petrus 1 vers 16? Daar staat in onze vertaling: "Wees heilig, want Ik ben heilig." Mag ik u iets vragen? Streep dat nou met een heel vet rood potlood door. Zo staat het er namelijk niet. Er staat niet: "Wees heilig, want Ik ben heilig." Weet u wat er staat? "Gij zult heilig zijn, want Ik ben heilig." Kijk, dat "wees heilig" is het oude verbond. Dat is typisch het religieuze denken van: "O, wij moeten van alles doen, wij moeten heilig worden." En dan krijg je van die preken over wat de mens allemaal wel niet moet doen. Maar de tekst zegt: "Gij zult." Het is een belofte!

En daar kun je met gemak een kerkdienst mee vullen. Weet je wel, als mensen zeggen dat je dit doet, dat je daaraan denkt... Nee, God zegt: "Je zult heilig zijn." Wauw, is dat echt zo? Zal dat gebeuren? Wanneer dan? Dat zijn eigenlijk de echte vragen. Niet van: "Waarom moet ik dat?" Dan heb je het niet verstaan. Dan moet je vragen: "Wanneer gaat U dat dan doen?"

Wees heilig. Je zult heilig zijn, want Ik ben heilig. Dat wil zeggen, God zegt: "Ik ben dat en Ik zorg ervoor dat jij dat ook wordt." En dus wat doe je dan? Dankjewel. Nou, ik ben benieuwd. Ben benieuwd. Kijk, als je zo met die nieuwsgierigheid, met die verwachting elke dag begint, dan heb je een ander leven. Nou, laat ik het anders zeggen, dan heb je een léven. Dan heb je echt een leven, met een opgeheven hoofd, voorwaarts kijkend, omhoog kijkend. En als mensen dan maar zeggen: "Dat is maar makkelijk"... ik lig in een deuk als ik zulke dingen hoor. Ik vind het ook altijd bizar als men dat als argument tegen gebruikt.

"Ik zal maken dat jullie gaan wandelen in mijn inzettingen en mijn verordeningen in acht zullen nemen en doen." Wie gaat het doen? Oké, dat is nu duidelijk hoop ik. "En jullie zullen wonen in het land dat Ik jullie vaderen heb gegeven en jullie zullen Mij een volk zijn." Gij zult Mij een volk zijn. Nee, gij zúlt Mij een volk zijn. "En Ik zal jullie tot een God zijn."

Nou, ik meen dat we het nu ook hier weer een stuk of tien keer hoorden. Zo van: Ik zal. Geen enkele eis. En wat je hiervan misschien ook mocht ontgaan, omdat ik misschien te veel Bijbelse kennis veronderstel, hoop ik dat je één ding in elk geval opgepakt hebt. En dat is: het nieuwe verbond wordt gekenmerkt door Gods belofte. Belofte, doordat God zegt: "Ik zal." En het is volstrekt onvoorwaardelijk. De verplichtingen zijn geheel eenzijdig, namelijk: ze liggen aan Gods kant. Dat is belofte. En belofte maakt schuld, en dat betekent dus dat Hij dat gaat doen.

En dat is ook precies het contrast met het oude verbond, dat dus per definitie ook gedoemd was te mislukken of in ieder geval te verdwijnen. Oké, nou, ik had gezegd dat we ook nog naar 2 Korinthe 3 gaan.

Korinthe 3: de Bediening van de Geest Tegenover de Letter Die Doodt ↑ hoofdstukken

In dat hoofdstuk schrijft Paulus aan de Korinthiërs – dat hoeft u niet te verrassen – maar daarin legt hij ook de dingen uit waar we het nu over hebben: namelijk het contrast tussen oud en nieuw. Op een fantastische wijze trouwens. Ik haak aan bij vers 3, en ik begin zelfs midden in de zin omwille van de tijd. Want ja, het is weer een heel bijzonder specifiek betoog. Het gaat mij natuurlijk ook even over de lijnen, over dat nieuwe verbond en de geest van dat nieuwe verbond.

Ik lees vanaf vers 3 en daar staat dat jullie je vertonen als een brief van Christus, door onze bediening geschreven. Paulus schrijft dit met zijn medewerkers. Hij adresseert zich aan de Korinthiërs en hij zegt: dat is gebeurd. Wij hebben een woord gepredikt, een goed bericht, een belofte namelijk, en dat is in jullie hart geschreven. Dat blijkt wel uit het vervolg van deze zin. Hij zegt dat zij dat ook vertonen. Want op het moment dat iets in je hart geschreven is – in het hart zijn immers de uitgangen van het leven, daar worden de keuzes gemaakt en vallen de beslissingen – dan heeft dat zijn uitwerking. Niet omdat het moet (dat is weer dat uitwendige), nee, dat gaat vanzelf. Dat houd je niet binnen. Wat het hart vol van is, daar loopt de mond over. Dan hoef je niet te zeggen dat je erover moet praten; dan moet je soms juist zeggen: houd nu maar eens je mond erover. Zo gaat dat.

Zo was dat met de Korinthiërs. Ze vertoonden dat omdat het in hun hart geschreven was. En dat was door Paulus’ bediening onder andere inderdaad in hun hart geschreven. Het was niet met inkt, maar met de Geest van de levende God. En dat is hele goede 'inkt', tussen aanhalingstekens, want dat is namelijk blijvend. Dat ebt niet weg. In het Grieks wordt hier een woord gebruikt dat letterlijk 'inschrijven' of zelfs 'ingraveren' betekent. Niet met inkt, maar met de Geest van de levende God; niet op tafelen van steen, maar op tafelen van vlezen harten. Ik hoop dat u inmiddels bij het lezen van Jeremia 31 en Ezechiël 36 de connectie proeft. Deze terminologie is direct aan die voorzeggingen ontleend: niet op tafelen van steen, maar op tafelen van vlezen harten.

Paulus zegt dat wij niet van onszelf bekwaam zijn iets te rekenen als vanuit onszelf, maar onze bekwaamheid is vanuit God. Kijk, dit is ook weer Nieuw Verbondstaal, want God zegt: "Ik maak jou bekwaam." Paulus beroemt zich daar ook helemaal niet op. Hij heeft in die zin geen zelfvertrouwen. In de eerste Korinthiërsbrief, in 1 Korinthe 15, zegt hij wel: "Ik heb meer gearbeid dan zij allen," doelend op zijn collega-apostelen, maar hij voegt eraan toe: "doch niet ik, maar de genade Gods die met mij is." Dan ben je ook onaantastbaar, want Hij doet het namelijk. God is Degene die ons bekwaam maakt dienaren te zijn van een nieuw verbond; niet van de letter, maar van de Geest.

Nu moet ik iets goed benadrukken. Je hebt dus het oude verbond, dat werd gesloten bij de berg Sinaï met het volk van Israël. Een nieuw verbond wordt – dat stelden we al bij aanvang vast – weer met datzelfde volk gesloten in de nu nog steeds toekomende dagen. Het is inmiddels nabij, dat gaat ook echt gebeuren. Maar dat nieuwe verbond wordt dus niet met ons gesloten. Ik weet dat er een heleboel mensen zijn die dat wel zeggen, dat wij leven onder dat nieuwe verbond. Zo kun je het zeggen omdat de basis van dat nieuwe verbond is gelegd, maar dat nieuwe verbond zelf moet nog steeds gesloten worden. Verbonden worden in de Bijbel altijd gesloten met families en met geslachten; het gaat ook altijd de generaties door. De voorbeelden die ik zojuist gaf van Noach en Abraham bij de berg Sinaï: dat gaat door de generaties. Dat is verbondsmatig, dat werkt met geslachten en families.

Vandaar ook dat er met de Ecclesia nu geen verbond gesloten is. Wij staan niet in een verbondsrelatie met Jezus Christus. Nee, het is nog een veel intiemere verhouding. Niet de verhouding van een bruidegom en een bruid, maar de verhouding van het Hoofd en een lichaam. Dat is een organische relatie, nog veel intiemer. Een relatie die niet eens gebroken kan worden. Mijn hoofd heeft geen verbondsrelatie met het lichaam. Er is wel eens een beetje disconnectie, maar nee, het lichaam wordt vanuit het hoofd geregeerd. Dat is de Ecclesia, het lichaam van Christus.

Het nieuwe verbond wordt dus met Israël gesloten, maar de geest van dat nieuwe verbond is ook voor ons. Die is ook in ons werkzaam en opereert letterlijk in ons. Voelt u het verschil? Het nieuwe verbond is voor Israël, absoluut, en dat wordt in de toekomst gesloten. Maar de geest van dat nieuwe verbond is nu reeds werkzaam. Paulus zegt: "Wij zijn dienaren van dat nieuwe verbond." Van de Geest namelijk, de geest van dat nieuwe verbond. Want, zegt hij, de letter doodt. Dat is een tekst die dikwijls heel erg misbruikt wordt door mensen die de Schrift niet kennen. Ze zeggen: "Je moet geen Bijbelstudie doen, de letter doodt." Dan weet je meteen dat zo iemand de Bijbel niet kent – precies wat ze aanbevelen. Degene die niet gelooft, kan de Bijbel niet eens begrijpen. Het Boek sluit zich op het moment dat je niet bereid bent het serieus te nemen. Dan heb je meteen ook een argument om het te verwerpen en word je altijd weer in je eigen vooronderstelling bevestigd.

Maar waar gaat "de letter doodt" over? Dat gaat over de letters die gebeiteld zijn in stenen. Hoe ik dat weet? Het staat er gewoon vlak achter, in vers 7. "De letter doodt, maar de Geest maakt levend." Daar hebben we het weer: de letter tegenover de Geest die levend maakt. Geest is leven. Het gaat hier over de Geest van God, de levendmakende Geest. De Heer Jezus zei al in Johannes 6 dat het vlees geen nut doet; als het er echt op aankomt, kan het vlees niets. Wij zijn stervelingen, maar de Geest maakt levend. En die levendmakende Geest is, zoals Paulus zegt in 1 Korinthe 15 vers 45, de laatste Adam: Christus Jezus die uit de doden is opgewekt. Dat nieuwe verbond heeft alles te maken met geest, met leven, met kracht en met de toekomst. Want het is leven dat de dood achter zich heeft. Dat is mooi, hè? Kijk, wat wij 'leven' noemen, is eigenlijk geen leven omdat het eindigt in de dood. Het is eigenlijk sterven, ook al doe je er zoveel jaren over. Maar Leven met hoofdletters is eindeloos, omdat het de dood achter zich heeft. Het is letterlijk en figuurlijk eindeloos – niet zoals uw vakantie eindeloos was terwijl u morgen weer moet werken.

De Geest maakt levend. Indien de bediening van de dood, gebeiteld in stenen... kijk, dan weet je meteen waar het over gaat. Dat zijn die letters die in de stenen gegrift waren. Let erop dat het oude verbond hier een "bediening van de dood" wordt genoemd.

Indien echter de bediening van de dood, gebeiteld in stenen, kwam in heerlijkheid, zodat de zonen van Israël niet de blik konden vestigen in het gezicht van Mozes vanwege de heerlijkheid van zijn gezicht, die buiten werking gesteld wordt... Ik loop nu een risico om het in één of twee zinnen te zeggen zodat u het misschien niet begrijpt, maar let op.

Mozes’ gezicht straalde en hij deed een bedekking voor zijn aangezicht. Weet u waarom? Meestal wordt er gezegd: ja, omdat de mensen zeere ogen kregen en verblind raakten van het licht. Nee, Mozes bedekte zijn gelaat juist wanneer de lichtglans verdween. Israël zou namelijk niet kijken naar datgene wat toch aan het verdwijnen was. Op het moment dat de lichtglans weer van zijn gezicht verdween, moest hij dat bedekken zodat ze dat niet konden zien. Dat is de clou eigenlijk van het hele hoofdstuk. Dat is iets wat heel erg misbegrepen wordt. Als je denkt: 'de letter doodt' en daarom maar geen Bijbelstudie doet, dan zul je het nooit begrijpen. Maar het is echt zo; het is een geweldige illustratie.

Paulus zegt: als dat oude verbond dan nota bene een bediening van de dood is... Op het moment dat de wet kwam bij Israël, weet u wel hoeveel mensen er toen gedood werden? Dat was ook op de Pinksterdag trouwens: 3000 mensen werden gedood. Later, toen de Geest kwam in het nieuwe verbond, kwamen er 3000 mensen tot geloof toen ze de Geest kregen. Paulus zegt: als het oude verbond al in heerlijkheid is, hoe zal niet veel meer de bediening van de Geest in heerlijkheid zijn? De bediening van de Geest staat dus tegenover de bediening van de dood, want Geest is synoniem voor leven.

Want indien de bediening van de veroordeling heerlijkheid was... want ja, dat is wat het is. De bediening eiste, en omdat de mens daar niet aan kon voldoen, is het resultaat dus veroordeling. Oké, indien de bediening van de veroordeling heerlijkheid is, veel meer is de bediening van de rechtvaardigheid overvloedig in heerlijkheid. Dat is wat er staat: de geest van het nieuwe verbond. Bij het oude verbond wordt er geëist en dus is het resultaat veroordeling. Het nieuwe verbond kan geen veroordeling zijn, want God belooft en rechtvaardigt ook.

En nu ga ik nog eens wat vertellen. Ik heb het hier bij me: Romeinen 5:18. Daar staat: door één mens zijn alle mensen veroordeeld om stervelingen te zijn. Zo zullen we het doen: door één daad worden alle mensen gerechtvaardigd. En of u het nu leuk vindt of niet, maar dit zeg ik gewoon. Wie u ook bent, ik zeg: God heeft u niet alleen lief, Hij laat u nooit gaan en Hij rechtvaardigt u ook. Someway, somehow. En wanneer dan? Gewoon de belofte. Overvloedig in heerlijkheid. Kijk, dat is de geest van het nieuwe verbond.

Dezelfde geweldige waarheid die straks voor Israël waar wordt, diezelfde Geest is nu al operabel. Die is nu al actief, werkzaam en maakt levend. En nu lees ik het laatste vers.

Metamorfose: Automatische Transformatie Door het Weerspiegelen van Zijn Heerlijkheid ↑ hoofdstukken

Dat wordt hoog tijd. Met recht het laatste vers van vanmorgen, maar ook het laatste vers van 2 Korinthe 3. Ik sla een heleboel verzen over, met excuses, maar dan staat er dit: "Wij allen echter, met een gezicht waarop de bedekking is weggenomen..." Dat wil zeggen: de ont-dekking. Dat is de ont-dekking! En wat was die bedekking? Lees het maar na: de bedekking is de wet als eis. "Gij zult, je moet." Als die bedekking wordt weggenomen – en daarmee dus ook de veroordeling en de dood – weet je wat er dan gebeurt?

Met een gezicht waarvan de bedekking is weggenomen, terwijl we de heerlijkheid van de Heer weerspiegelen, worden we – en dat is automatisch – naar hetzelfde beeld getransformeerd. Hier wordt een woord gebruikt door Paulus, een Grieks woord dat we allemaal kennen: metamorfose. Dat is wat een watertor of een kever tot een libel maakt, of een rups tot een vlinder. Dat is het woord. Dat doet een rups niet hoor; dat ondergaat hij. Dat is het geweldige van de metamorfose. Wij worden naar hetzelfde beeld getransformeerd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, vanwege de Heer die Geest is.

En weet u wat het geweldige is? Wij zien op Hem die belooft. En weet u wat er dan gebeurt? Het werkt net als met een reflector. Hier wordt gesproken over weerspiegelen, dat is reflectie. Je bent gericht op Hem die belooft, en weet je wat er dan gebeurt? Je wordt naar hetzelfde beeld getransformeerd. Je gaat datzelfde licht weer uitstralen. Want wat een weerspiegeling trouwens ook is: een reflector. Ja, wat doet een reflector? Die geeft van zichzelf geen licht. Een reflector geeft geen licht, hij weerkaatst. Hij reflecteert het licht.

En dat is het geweldige: je bent gericht op Hem die onvoorwaardelijk belooft, die een geweldig goed bericht heeft van leven, van kracht en van toekomst. En je wordt automatisch – daar is geen ontkomen aan – naar hetzelfde beeld getransformeerd. Dat is een proces van heerlijkheid tot heerlijkheid. Ja, vanwege wie dan? Hoe dan wel? Welnu, vanwege de Heer die Geest is. Hij doet dat. En het ganse volk zei: amen. En ik ook.

🎧 de geest van het nieuwe verbond
Delen: