GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

De Ark Bij Dagon

01-10-2006 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op 1 oktober 2006 in den Haag

De ark was als trofee neergezet in de tempel van Dagon. Maar reeds de derde dag bleek dit een fatale vergissing… Wist u dat Dagon de Filistijnse variant is van Neptunes en Poseidon? Zeg maar: de god van de (volken)zee. Z’n macht was gebroken (onthoofd en onthand), maar het blijkt nog heel wat voeten in de aarde te geven, voordat de ark haar bestemming vindt.

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de geschiedenis uit 1 Samuël 5, waarin de Filistijnen de buitgemaakte ark van God in de tempel van hun afgod Dagon plaatsen. De ark, in het Hebreeuws letterlijk een kist of doodskist, wordt uitgelegd als een krachtig type van de Heer Jezus Christus en Zijn overwinning op de dood. Dit wordt geïllustreerd door de val van Dagon, die op de derde dag onthoofd en onthand voor de ark ligt. Zoals de ark van hout overtrokken met goud is, zo laat God vergankelijkheid plaatsmaken voor onvergankelijkheid, waarbij wat een nederlaag leek uitmondt in een absolute triomf.

“En dat is precies waar God mee bezig is in het grote geheel: om een vergankelijke schepping onvergankelijkheid te laten aandoen. Of om hout te overtrekken met goud, om nieuw leven tot stand te brengen en het oude daardoor eigenlijk te vervangen.”

⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:

Inleiding en Voorgeschiedenis ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen toegewenst, dames en heren, broeders en zusters. Het heeft even geduurd, maar dan zijn we er dan toch weer. Ja, u bent niet zomaar van me af, hoor!

1 Samuël 6 en 5 in de omgekeerde volgorde wil ik met u vanmorgen eens lezen. Althans, ik lees 1 Samuël 5 en wellicht dat we ook nog wat over dat volgende hoofdstuk te zeggen zullen hebben, maar dat hangt een klein beetje van de tijd af. Ik lees voor uit 1 Samuël 5. Ook de tand des tijds vreet aan mij. Ik kwam hier ooit als een jong broekje van ongeveer dertig jaar, maar die letters in mijn Bijbel worden steeds kleiner. Maar op deze manier weet ik dat weer aardig te ondervangen.

Laat ik eerst iets zeggen over de voorgeschiedenis. In het voorgaande hoofdstuk lezen we dat de ark van God is buitgemaakt. Dat speelt zich af in de dagen van de hogepriester Eli. Wanneer die ark is buitgemaakt door een conflict met de Filistijnen, waarbij trouwens ook nog de beruchte zonen van Eli om het leven komen, Hofni en Pinehas, dan bereikt dat bericht Eli.

Die geschiedenis kent u wellicht: hij hoort dat terwijl hij daar op zijn stoel zit. Het is een oude, zware man, lezen we. Hij valt achterover nadat hij gehoord heeft dat de ark is buitgemaakt. We kunnen het wel even aanstippen; in vers 18 van 1 Samuël 4 staat: “Toen hij melding maakte van de ark Gods” – niet eens over de dood van zijn zonen, maar toen hij melding maakte van de ark Gods – “viel Eli achterover van zijn stoel naast de poort, brak zijn nek en stierf, want de man was oud en zwaar. Hij was veertig jaar richter over Israël.”

In de navolgende verzen vind je nog dat de vrouw van Pinehas hoogzwanger was. Bij het bereiken van het bericht dat de ark is buitgemaakt, bevalt ze ter plekke en ze overlijdt dan ook. Je leest dat die jongen Ikabod genoemd wordt. Die naam betekent ‘weg is de eer’, ‘weg is de heerlijkheid’. Kabod is het Hebreeuwse woord voor heerlijkheid. Weg is de heerlijkheid; dat wil zeggen dat de heerlijkheid van Israël toch vooral geconcentreerd was in die ark.

Vervolgens lees je in het hoofdstuk daarna, in 1 Samuël 5 dus, wat er plaatsvindt met die ark. Dat is heel eigenaardig en daar wil ik vanmorgen uw aandacht eens voor vragen.

De Ark in de Tempel van Dagon ↑ hoofdstukken

Ik lees dat voor vanaf vers 1. De Filistijnen hadden de ark Gods buitgemaakt en haar van Eben-Haëzer naar Asdod gebracht. Asdod is een van die Filisteinse steden. Toen namen de Filistijnen de ark Gods, brachten haar in de tempel van Dagon en zetten haar neer naast Dagon.

Toen de Asdodieten de volgende morgen vroeg opstonden, zie: Dagon was op zijn gezicht ter aarde fallen voor de ark des Heren! Ze namen Dagon en zetten hem weer op zijn plaats. Maar toen ze de volgende morgen vroeg opstonden, zie: Dagon was opnieuw op zijn gezicht ter aarde gevallen voor de ark des Heren. Het hoofd van Dagon en zijn beide handen lagen echter afgehouwen op de drempel. Slechts de romp — eigenlijk staat er het vissengedeelte, ik kom daar straks nog op terug — was nog over. En daarom treden de priesters, zo lezen we in vers 5, daarom treden de priesters van Dagon en allen die de tempel van Dagon binnengaan niet op de drempel van Dagon te Asdod, tot op de huidige dag.

Zwaar drukte de hand des Heren op de Asdodieten; Hij verbijsterde hen en sloeg hen met builen, zowel Asdod als het omliggende gebied. Toen de mannen van Asdod zagen dat de zaken zo stonden, zeiden zij: “De ark van de God van Israël mag bij ons hier niet blijven, want Zijn hand is hard tegen ons en tegen onze god Dagon.” Daarom riepen zij alle stadsvorsten der Filistijnen bijeen en zeiden: “Wat zullen we doen met die ark van de God van Israël?” En zij zeiden: “De ark van de God van Israël moet naar Gath worden overgebracht.” En zij brachten de ark van de God van Israël daarheen over.

Maar nadat zij haar overgebracht hadden, trof de hand des Heren de stad met een zeer grote verwarring. Hij sloeg de bewoners van de stad, klein en groot, zodat er builen bij hen uitbraken. Toen zonden zij de ark Gods naar Ekron, maar zodra de ark Gods in Ekron kwam, jammerden de Ekronieten: “Ze brengen de ark van de God van Israël tot ons om ons en ons volk te doden!” Daarom riepen ze alle stadsvorsten van de Filistijnen bijeen en zeiden: “Zend de ark van de God van Israël weg, laat haar terugkeren naar haar eigen plaats, opdat zij ons en ons volk niet dode.”

Want in de hele stad heerste een dodelijke verwarring; de hand van God drukte daar zeer zwaar. De mannen die niet gestorven waren, werden met builen geslagen, zodat het gejammer van de stad ten hemel klom. Ja, dat moet je eigenlijk doorlezen, maar dat doen we maar even niet. Wellicht dat ik er zo nog iets over ga zeggen. Het is een hele eigenaardige geschiedenis. Het heeft natuurlijk ook wel iets van humor wat er plaatsvindt, en die humor is nog veel groter wanneer je precies weet wat er staat. Dat zal ik u straks ook nog even vertellen.

De Ark als Type van Christus ↑ hoofdstukken

Over die ark in het algemeen valt al heel veel te zeggen. Ik zei zojuist al: de ark was voor Israël het symbool bij uitstek van de heerlijkheid van God. Het werd ook ‘de heerlijkheid’ genoemd. Vandaar dus ook dat dat jongetje Ikabod genoemd wordt zodra die ark is buitgemaakt. Dat was een dramatisch verhaal wat zich afspeelde, want het betekende dat het centrum van Israëls eredienst was verdwenen. De heerlijkheid en alles aan die ark symboliseert inderdaad de heerlijkheid van God. En daar wil ik u vanmorgen in de eerste plaats toch eens bij bepalen.

En dan gaan we eerst eens even bladeren naar Hebreeën 9. Hou uw vinger bij 1 Samuël 5, alstublieft, want daar keren we weer naar terug. In de Hebreeënbrief gaat de schrijver uitgebreid in op de betekenissen van allerlei attributen, instellingen en regelingen van onder het oude verbond. In Hebreeën 9 zegt de schrijver in vers 1… ja, ik lees het eventjes vanaf vers 1 voor, want anders wordt het een beetje onbegrijpelijk: “Nu had ook wel het eerste verbond bepalingen voor de eredienst en hun heiligdom voor deze wereld. Want er was een tent ingericht, de voorste, waarin de kandelaar en de tafel met de toonbroden stonden; deze werd het Heilige genoemd. En achter het tweede voorhangsel was een tent genaamd het Heilige der Heiligen, met een gouden reukofferaltaar en de ark des verbonds.”

En daar komt het: “…de ark des verbonds, rondom met goud overtrokken, waarin zich bevonden een gouden kruik met het manna, de staf van Aäron die gebloeid had en de tafelen van het verbond; daarboven waren de cherubs van de heerlijkheid — heb je het woord weer — die het verzoendeksel overschaduwden.” En dan zegt de schrijver er veelbetekenend bij: “Hierover kunnen wij nu niet in bijzonderheden treden.” Met andere woorden: daarover was heel veel te zeggen.

Kijk, de schrijver van de Hebreeënbrief had juist in de voorgaande hoofdstukken heel veel verteld over het priesterschap en over de diepere betekenissen van wat er plaatsvond in de offerdienst. Maar ook over Melchizedek; daar is hoofdstuk 7 uitgebreid op ingegaan. Kortom, allerlei dingen die je in het Oude Testament leest, maar waarin een geweldige diepe betekenis ligt opgesloten, verborgen ligt. Welnu, dat is met die ark van het verbond ook het geval. Dat is helemaal niet zo moeilijk, want als dat het centrum van de eredienst van Israël is, dan ligt het voor de hand dat daarin de hoogste betekenissen geconcentreerd zijn. En dat is ook zo. Het enige wat we dan moeten vaststellen, is dat de schrijver van de Hebreeënbrief zegt: “Nou, ik heb nu niet de gelegenheid” — het was ook niet zijn onderwerp — “om daarover in bijzonderheden te treden.” Met andere woorden: daarover was heel veel te zeggen.

Dat ga ik nu vanmorgen ook niet doen; ik wil alleen even aanstippen dat er heel veel over te zeggen is. Er ligt namelijk heel veel in verborgen. Kijk, het hele punt is: die ark — en dat kun je natuurlijk wel op je vingers natellen — is een type van de Heer Jezus Christus. Dan zit je er nooit naast, want dat geldt namelijk voor alles wat je in het Oude Testament leest. Alles wijst vooruit en wijst naar de Heer Jezus Christus, op welke manier dan ook. Dat kan via vele routes, via vele facetten en invalshoeken plaatsvinden — dat allemaal tot uw dienst — maar het wijst altijd heen naar die ene persoon: de Triomfator, de Heer Jezus Christus.

Dat blijkt trouwens al uit het woordje ‘ark’, dat is wel interessant. Het Hebreeuwse woord voor ark is ‘aron’. En ‘aron’ is een woord dat we voor het eerst tegenkomen in het boek Genesis. Dan gaat het helemaal niet over de ark zoals wij hem kennen, de ark van het verbond, maar dan gaat het over de lijkkist, de doodskist van Jozef. Dat woord heet in het Hebreeuws ook ‘aron’. Bij ons wordt het dan niet vertaald met ‘ark’, dat is wel weer jammer, want dan ontgaat je de link. Alleen in het Hebreeuws — en daarom vertel ik u dat ook gewoon — is een ark gewoon een kist; in eerste instantie zelfs een doodskist.

En dat was trouwens met de ark van het verbond ook het geval. Dat wil zeggen: het was een kist, een houten kist. Dat lees je in Deuteronomium. Het was een houten kist, en hout is een beeld van vergankelijkheid — dat wat uit de aarde voortkomt en wat uiteindelijk ook weer tot de aarde terugkeert, wat vermolmt, enzovoorts. Jawel, het was een houten kist, maar hij was overtrokken, zo hebben we zojuist ook gelezen. Hij was overtrokken met zuiver goud, zodat het uiteindelijk dus geen houten, maar een gouden kist werd. Dat wil zeggen: de vergankelijkheid maakt plaats voor onvergankelijkheid.

Goud is juist een contrast van hout. De woorden klinken erg gelijk in het Nederlands — hout en goud — maar er zit een wereld tussen. Ze zijn elkaars tegenbeeld, ze zijn elkaars contrast. Want hout is een beeld van vergankelijkheid; goud daarentegen van onvergankelijkheid. Goud is een edelmetaal, een metaal dat niet roest. Het verbindt zich niet met zuurstof, net als zilver. Goud is een beeld van onvergankelijkheid en daarom ook bij uitstek een beeld van de onvergankelijke heerlijkheid van God.

Maar in verband met die ark is het ook een uitbeelding van hoe de vergankelijkheid wordt overtrokken door de onvergankelijkheid. Hoe het ene plaats maakt voor het andere. Het spreekt daarom inderdaad ook over de overwinning op de dood. En vooral als je dan nog eventjes in gedachten houdt dat een ark eigenlijk gewoon een doodskist is, dan begrijp je ook dat het feitelijk spreekt over de vergankelijkheid die wordt overwonnen en overtrokken wordt door goud. En dat is precies waar God mee bezig is in het grote geheel: om een vergankelijke schepping onvergankelijkheid te laten aandoen. Of om hout te overtrekken met goud, om nieuw leven tot stand te brengen en het oude daardoor eigenlijk te vervangen. De vergankelijkheid wordt onschadelijk gemaakt — of hoe je het ook maar zeggen wilt. De schepping wordt niet tenietgedaan, maar de schepping wordt veranderd, getransformeerd. Van hout wordt het goud.

Dat blijkt trouwens ook wel uit al die andere dingen die daar dan nog in geplaatst waren of verbonden waren met die ark. Want wat lazen we ook alweer? De ark van het verbond, er staat: “rondom met goud overtrokken, waarin zich bevond een gouden kruik met het manna.” Een gouden kruik. Kijk, een kruik in het algemeen is een beeld van vergankelijkheid, een aardevat. Maar als het een gouden kruik is, is het juist een beeld van onvergankelijkheid. Gevuld met manna, het brood uit de hemel, het brood des levens. Heb je het ook weer: de overwinning op de dood.

En dan staat er nog bij dat daar zich niet alleen de gouden kruik met het manna in bevond, maar ook de staf van Aäron die gebloeid had. Ik kan me heel goed nog herinneren — ik weet niet of u zich dat ook kunt herinneren — dat ik hier op deze plaats ook daar wel eens over gesproken heb: Numeri 17. Een dode staf, jawel, maar een staf die was gaan bloeien. Amandelbloesem. Stuk voor stuk allemaal weer beelden van hoe de dood wordt overwonnen door nieuw leven, en waardoor de hogepriester, de échte hogepriester, wordt aangewezen. Ik doe een beetje een beroep op uw Bijbelkennis die u misschien niet hebt, maar goed, dan heeft u even een beetje pech gehad. Ik hoop dat u in ieder geval dít vasthoudt: dat die ark inderdaad spreekt van Hem die de dood overwint, de Triomfator.

En dan ben ik geloof ik nog één ding vergeten, oh ja daar staat dan nog bij: daarin bevond zich die gouden kruik met manna en de staf van Aäron die gebloeid had. De tafelen van het verbond, dat is ook heel bekend, misschien wel het meest bekende attribuut dat zich bevond in die ark. Namelijk dat de wet Gods, de woorden Gods, in haar binnenste waren. Dat lezen we precies ook van de Heer Jezus: “Uw woord is in mijn binnenste”, geschreven in Zijn hart, en Hij heeft dat woord ook vervuld in alle opzichten.

En dan staat er nog bij dat zich daarboven de cherubs der heerlijkheid bevonden, die het verzoendeksel overschaduwden. Nogmaals, de schrijver kon nu niet in bijzonderheden treden, maar weet u wat nou zo eigenaardig is – of eigenaardig, het ligt helemaal in diezelfde lijn. Het spreekt dus ook over Hem die de verzoening tot stand gebracht heeft. Over Hem die stierf, over Hem die Zijn bloed gaf. Want het was juist die ark van het verbond waar een hogepriester eenmaal per jaar toe mocht naderen, en dan werd er bloed gesprenkeld vóór die ark van het verbond en óp de ark van het verbond, dat wil zeggen op dat deksel.

Daardoor werd bedekking – zoals het in onze vertalingen vaak met verzoening wordt weergegeven, al is dat niet helemaal terecht – tot stand gebracht. Kijk, en dat spreekt inderdaad van Hem die Zijn leven heeft gegeven, Zijn bloed heeft gegeven en die vervolgens opstond uit de doden.

Met dat in gedachte gaan we weer even terug, want voor je het weet zou je jezelf helemaal verliezen in wat er staat in Hebreeën 9, terwijl we het hadden over 1 Samuël 5. Het gaat er even om dat u weet dat die ark – en ik heb dat hopelijk nu ook een klein beetje duidelijk gemaakt – spreekt van de Heer Jezus Christus. Die kist waarin alle attributen op de een of andere manier melding maken van de dood, maar de dood die wordt overwonnen. Het spreekt van Hem die dus op de derde dag het graf leeg achterliet.

De Val van Dagon op de Derde Dag ↑ hoofdstukken

Maar wat dacht u? Dat staat hier ook in 1 Samuel 5. Alleen, je zou er zomaar overheen lezen, en het kan best wel eens goed zijn als een ander je daarop wijst. Nou, dat doe ik dan vandaag. Want moet u kijken wat er gebeurt. Kijk, die Filistijnen dachten natuurlijk een geweldige overwinning behaald te hebben. Zij hadden nu het embleem van de God van Israël in hun midden. Ze dachten dat ze de overwinning hadden behaald, maar het was niet zo. Dat bleek toen ze die ark als een soort trofee in hun eigen tempel hadden geplaatst: de tempel van Dagon, waar we trouwens wel vaker over lezen in de Bijbel.

Denk maar aan de geschiedenis van Simson, die in zijn dood een grotere overwinning heeft behaald dan in zijn leven. Dat staat ergens in het boek Richteren. Ook hij was geplaatst in die tempel van Dagon. Destijds was die tempel verwoest; het hele dak was naar beneden gevallen. Dat was een gigantisch groot complex, want er bevonden zich drieduizend mensen op het dak, dus daar moet je niet gering over denken. Simson had die beide pilaren naar buiten gedrukt, of in ieder geval, die pilaren hadden het begeven. Bij die gelegenheid heeft Simson – ook een type van de Heer Jezus Christus – die grote overwinning in zijn dood behaald.

Vandaag hebben we het over diezelfde tempel, alleen was dit bij een veel latere gelegenheid. Die tempel hadden ze gewoon weer gerestaureerd; ze hadden hun les niet geleerd. Trouwens, dat is wat ze hier ook iedere keer weer doen: plakken en lijmen. Ze hebben die ark dus buitgemaakt en overgebracht naar Asdod. In vers 2 staat: “Toen namen de Filistijnen de ark van God, brachten haar in de tempel van Dagon en zetten haar neer naast Dagon.” Daarmee werd gedemonstreerd dat Dagon nog sterker was; hun god was sterker dan de God van Israël.

Maar dan gaat het pas leuk worden. Juist als zij denken de overwinning behaald te hebben, blijkt dat ze zo’n enorme vergissing hebben begaan. Ik moet dan altijd denken aan wat we lezen in 1 Korinthiërs 2: dat als de oversten van deze aion, van deze wereld, hadden geweten van de wijsheid Gods, dan hadden ze de Heer der heerlijkheid niet gekruisigd. Zij dachten dat ze de overwinning behaalden toen de Heer Jezus Christus stierf. Ook de overste van deze wereld heeft dat gemeend; zoveel wist hij er dus blijkbaar toch ook weer niet van. In 1 Korinthiërs 2, vanaf vers 7 of 8, kunt u dat nalezen. Hij dacht dat hij toen de overwinning behaalde.

Een heleboel christenen begrijpen dat niet en denken dat het kruis de overwinning is, maar dat is niet zo. Het kruis was juist Zijn nederlaag. Hij heeft Zich toen vernederd tot de dood, ja, tot de dood des kruises. Dat was Zijn nederlaag. Maar juist door die nederlaag wordt de overwinning behaald. De grote “truc”, als ik het zo mag zeggen, was wat er daarna plaatsvond. Dat was de wijsheid Gods die juist via die weg de overwinning gaat behalen.

Want wat gebeurt er? In vers 3 lezen we: “Toen de Asdodieten de volgende morgen vroeg opstonden, zie…” En dat is nog maar het begin. Dagon was op zijn gezicht ter aarde gevallen voor de ark des Heren. Nou, zo hoort dat ook. Het staat ook ergens in de Psalmen, ik geloof Psalm 96: laat al de goden der volkeren neerbuigen voor de God van Israël. Dat is precies wat hier plaatsvindt. Dat moet toch een vernederend gezicht geweest zijn voor die gasten. Kunt u het zich voorstellen? Dagon was gewoon voorovergevallen. Maar in plaats van dat ze de enige correcte conclusie eruit trokken, deden ze iets anders. Aan het eind van vers 3 staat: “Ze namen Dagon en zetten hem weer op zijn plaats.”

Toen zij de volgende morgen vroeg opstonden – en telt u even met mij mee, dit was dus de derde dag – gebeurde er weer wat. Dat hoeft u niet te verbazen, want zo werkt dat in de Bijbel altijd. De vorige dag was de tweede dag, en dit was dag drie. Bij dag drie gaat het gebeuren; dan wordt de overwinning duidelijk. Kijk maar wat er gebeurt toen zij de volgende morgen vroeg opstonden. Je kunt hier een heleboel andere Bijbelse zaken naast leggen, maar ik denk dan natuurlijk vooral aan wat er plaatsvond op de meest gedenkwaardige derde dag ooit, ook vroeg in de ochtend, toen de steen werd weggewenteld en de dood definitief werd overwonnen.

Dat is wat hier eigenlijk ook gedemonstreerd wordt. Toen ze de volgende morgen, die derde dag dus, vroeg opstonden: “Zie, Dagon was op zijn gezicht ter aarde gevallen voor de ark des Heren.” Dat was dus hetzelfde als wat de dag ervoor was gebeurd. “Maar het hoofd van Dagon en zijn beide handen lagen afgehouwen op de drempel; slechts de romp was nog over.” Op dat laatste kom ik straks nog even terug. Wat hier feitelijk plaatsvindt, is dat Dagon van zijn sokkel was gevallen. Dat was al eerder gebeurd, maar nu was Dagon ook letterlijk onthoofd en onthand. Hij had dus helemaal niets meer te zeggen; je kon met Dagon niets meer aanvangen.

Zijn hoofd en zijn handen lagen op de drempel. Daarmee werd gedemonstreerd dat de ingang van die tempel nu versperd was. Daar lagen de belangrijkste delen van Dagon, dus je kon eigenlijk niet meer in die tempel komen. Ze moesten daar ook helemaal niet meer komen, want wat hadden ze daar nu nog te zoeken? In wezen was het gewoon ontheiligd. Die tempel van Dagon bleek helemaal geen heiligdom te zijn, want Dagon zelf was onthoofd, onthand en van zijn sokkel gevallen. Hij was overwonnen; dat is het hele idee.

Weet u wat de Filistijnen daaruit hebben geconcludeerd? Ze hebben Dagon vervolgens kennelijk weer gelijmd en hem bij een latere gelegenheid weer op zijn plek gezet. Dat lijkt komisch, nietwaar? Maar er staat in vers 5 nog iets bij: “Daarom treden de priesters van Dagon en allen die de tempel van Dagon binnengaan niet op de drempel van Dagon te Asdot tot op de huidige dag.” Dit is dus op een veel later tijdstip opgetekend. De reden waarom de Filistijnen de drempel niet betreden, is deze gebeurtenis. Ze hadden een heel andere conclusie moeten trekken: ze hadden er nooit meer binnen hoeven gaan en de eer moeten geven aan de Enige die het werkelijk toekomt, namelijk waar de ark een uitbeelding van is.

Dan moet ik nog even wat zeggen over die romp: “slechts de romp was nog over”. Het is interessant dat er in sommige vertalingen, zoals de Statenvertaling, staat: “slechts Dagon was nog over.” In het Hebreeuws staat het heel eigenaardig. Een andere vertaling zegt: “slechts zijn vissengedeelte was nog over.” Want het Hebreeuwse woord voor vis is “dag”. Daar is de naam Dagon van afgeleid. Dagon was namelijk eenzelfde soort god als Neptunus bij de Romeinen.

En de Grieken die hadden Poseidon. Maar het was de god van de zee en u weet hoe hij wordt uitgebeeld. Als een — ik wou zeggen min of meer — maar als een meermin. Hij werd min of meer afgebeeld als een meermin, zeg maar. En het bovenste gedeelte was een man, geen vrouw maar een man, en het onderste gedeelte was een vissenstaart. Hij beeldt de god van de zee uit.

🎧 De Ark Bij Dagon


Powered by RedCircle

Delen: