Charismatisch? (II)
29-12-2012 - Geplaatst door Andre PietPresentatie van STUDIEDAG gehouden op 9 december 2012 in Zoetermeer
Ingeklemd tussen twee hoofdstukken waar Paulus uitingen als spreken in tongen en profeteren relativeert, brengt hij in hoofdstuk 13 een ode aan de liefde Gods. Deze passage is geen willekeurig intermezzo. In 1Korinthe 13 laat Paulus zien dat bepaalde charisma’s van voorbijgaande aard zijn. Voordat het Woord Gods compleet was, was het de tijd van de fragmenten. Een stukje kennis hier en en een woord van profetie daar. Wanneer de ekklesia eenmaal volwassen zou worden, dan zou dit “ten dele” over zijn. Wat zou blijven zijn geloof, hoop en liefde. Totdat eenmaal ook geloof en hoop zullen worden verwisseld voor aanschouwen. Dan zal uiteindelijk slechts de liefde definitief overblijven.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Korinthe 13 en de Geestesuitingen
- Profetieën en Tongen Zullen Afgedaan Hebben
- Het Spreken in Tongen als Teken voor het Ongelovige Israël
- Het Onvolkomene: Ons Stuksgewijze Kennen en Profeteren
- Als het Volmaakte Komt: de Volwassenheid en de Complete Schrift
- Zien in een Raadselachtige Spiegel Versus Ten Volle Kennen
- Wat Blijft Na de Kinderlijke Fase: Geloof, Hoop en Liefde
- De Charismatische Beweging in Bijbels Perspectief
Korinthe 13 en de Geestesuitingen ↑ hoofdstukken
En we gaan de Bijbelstudie vervolgen. Als u het mij vraagt is dit toch wel het meest spannende en eigenlijk ook het doel van deze studiedag. Wat ik vanmorgen heb verteld mag belangwekkend zijn, maar het is eigenlijk toch een aanloop. Ik wil u vanmiddag meenemen naar het tweede deel van dit onderwerp. Ik heb het aan het einde van de morgen al even aangegeven: vanmiddag gaat het om 1 Korinthe 13.
1 Korinthe 13 is een geweldig hoogtepunt in deze brief. Ik vertelde eerder al dat er in Korinthe nogal wat vragen waren. Er was onkunde over de geestesuitingen, zoals dat dan genoemd wordt. Paulus noemt dat ook op die manier. Er waren vragen over het spreken in talen en over profeteren; dat stond daar in hoog aanzien. Maar Paulus laat in hoofdstuk 12 en hoofdstuk 14 zien dat die uitingen waar zij zo hoog over opgaven, in werkelijkheid het minste waren. Hij zet ze ook in die rangorde. Als u de laatste verzen van 1 Korinthe 12 leest, dan proeft u niet alleen, maar geeft Paulus het ook letterlijk zo aan. Hij plaatst in dat rijtje van al die uitingen het spreken in talen – dat wonderbaarlijke spreken in tongen, ik maak er geen verschil in – onderaan. Dat waar zij zo hoog over opgaven, blijkt in werkelijkheid de minste waarde en ook de minste stichtende waarde te hebben. Dat geldt trouwens ook voor profeteren in een ander opzicht.
Wat hij in 1 Korinthe 13 doet – en we hebben dat aan het einde van de eerste bijeenkomst gezien – is dat hij een veel hogere weg wijst. Er was onkunde rond die uitingen, vooral rond die sensationele dingen die je nu in de christelijke charismatische wereld ook weer enorm onder de aandacht ziet komen. Het spreken in tongen, openbaringen, zogenaamde profetieën, genezingen; al die dingen worden enorm opgehemeld, terwijl Paulus ze juist op hun plaats zet. Dat is wat hij doet in 1 Korinthe 13. Hij wijst een weg die veel hoger voert. Dat is wat we zagen aan het einde van 1 Korinthe 12: "Ik wijs u een weg die nog veel hoger voert."
Dan gaat hij spreken over de liefde, agape in het Grieks. Dat is goddelijke liefde. Het is een paar maanden geleden dat ik daar ook over heb gesproken, maar dat was bij een heel andere gelegenheid: bij de bruiloft van mijn schoonzuster en zwager. Dat is helemaal geen misbruik van de tekst, want over de liefde van God kun je altijd spreken. Het gaat daar niet over de liefde tussen echtgenoten, het gaat over de liefde van God. Bovendien is 1 Korinthe 13 niet zomaar een intermezzo, alsof Paulus even over iets heel anders gaat spreken of als onderbreking de liefde gaat bezingen. Absoluut niet. Hij brengt in 1 Korinthe 13 juist het belangrijkste ter sprake in verband met die genade-effecten, de charisma’s.
In de eerste zeven verzen van 1 Korinthe 13 bezingt Paulus de liefde van God. Geen menselijke liefde, geen phileo, maar agape. Dat is goddelijke liefde; liefde die geen voorwaarden kent. Het is een schitterende beschrijving. Ik ga er nu aan voorbij en haak pas in bij vers 8, want aan dat vers hebben wij deze middag onze handen vol. Hij zegt in vers 8: "De liefde vergaat nimmermeer." In Engelse vertalingen ben ik tegengekomen: "Love never fails." Het valt nooit, maar het betekent ook: het faalt nooit. In de praktijk houdt het in dat ze nooit voorbijgaat. Daar komt geen einde aan. Houd dat even vast, want aan het einde van ditzelfde hoofdstuk zal dat nog een rol spelen. Maar ik wil er hier alleen even op wijzen: ze valt niet, ze faalt niet. Ze zal altijd haar doel bereiken. Dat is ook een kenmerk van de liefde van God. Het is niet alleen maar een intentie, maar Gods liefde bereikt ook dat wat zij voor ogen heeft. Terwijl ik dit zeg, moet ik denken aan dat bekende lied: "Wat zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem zijn vermogen niet." Die liefde faalt dus ook niet. De liefde is "never failing"; ze faalt niet, maar vergaat ook nimmermeer.
Profetieën en Tongen Zullen Afgedaan Hebben ↑ hoofdstukken
Maar profetieën, nu komen we op het terrein waar we het over hadden, dat in verband met die genade-effecten – charisma – zo'n grote rol speelt. Paulus zegt: "Profetieën, zij zullen afgedaan hebben." Profetieën, dat is letterlijk de woorden Gods spreken. In het Hebreeuws is het woord profeet een 'mond Gods', iemand die de woorden Gods doorgeeft. Dat gebeurde in die dagen overal. Er waren apostelen en er waren profeten. Apostelen waren sowieso de mensen die de Heer had uitgekozen, aangesteld en gevolmachtigd om Zijn woord door te geven. Maar er waren ook profeten, en apostelen waren dikwijls ook profeten.
Want als je het woord gewoon terugbrengt naar zijn oorspronkelijke betekenis: een apostel is iemand die is gevolmachtigd; een profeet is iemand die de woorden Gods spreekt. Waarom zouden die twee niet simpelweg kunnen samenvallen? Sterker nog, je kunt zeggen: apostelen, namelijk profeten. Het hoeft niet per se samen te vallen, het zijn meer twee functies. Het zijn niet twee typen personages, als u begrijpt wat ik bedoel. Destijds werden er woorden Gods gesproken omdat die woorden nog niet allemaal waren opgetekend. Die profetieën, zij zullen afgedaan hebben. Dus hij schrijft aan die Corinthiërs: nu in jullie samenkomsten zijn er mensen die opstaan en een woord van kennis of een woord van profetie hebben. Maar, zegt hij, wees erop bedacht: die zullen straks afgedaan hebben.
De grote hamvraag is natuurlijk wanneer, maar daar gaan we het over hebben. Hier is de aankondiging duidelijk: die profetieën zullen afgedaan hebben. En dan zegt hij erbij: "Tongen, zij zullen verstommen." Tongen, oftewel talen. Uiteraard gaat het er hier niet om dat er geen talen meer zullen worden gesproken. Het gaat hier om die uiting, namelijk die wonderbaarlijke uiting van het spreken, zoals dat op de Pinksterdag ooit ook plaatsvond. Mensen hoorden de grote daden Gods in hun eigen taal verkondigen, in een taal die de sprekers niet hadden geleerd.
Dat speelde niet alleen op de Pinksterdag. Je leest ook elders in het boek Handelingen dat dit gebeurde en dat mensen in tongen gingen spreken; in een taal, letterlijk. Ik vind het bedenkelijke van het woord 'tong' dat je meteen denkt aan klanken zomaar, zonder dat het een reële taal is, terwijl dat wel degelijk het idee is. Dat zie je ook al in Handelingen 2. Iedereen hoorde hen, want op die Pinksterdag in Handelingen 2 waren er Joden uit alle landstreken en werelddelen voor de gelegenheid bijeengekomen op het tempelplein. Allemaal hoorden ze de daden Gods verkondigen in hun eigen taal. Het was dus een talenwonder.
Dat talenwonder herhaalde zich bij diverse gelegenheden en ook onder de Corinthiërs vond dat plaats. Echt of niet, maar in ieder geval kon het echt zijn. Maar Paulus zegt hier: zoals de profetieën afgedaan zullen hebben, zo geldt dat ook voor die tongen, het spreken van die talen. Die zullen te zijner tijd ook verstommen; ze zullen ophouden. In het Griekse woord pauo herkennen we het woordje 'pauze', maar ook de naam 'Paulus'. Dat betekent: stoppen, ophouden.
Het Spreken in Tongen als Teken voor het Ongelovige Israël ↑ hoofdstukken
Over dat spreken in talen wil ik toch nog iets anders vermelden. Want later, niet in 1 Korinthe 13 maar in 1 Korinthe 14, gaat Paulus daar nog op in. Hij moet daar allerlei dingen rechtzetten over hoe het eraan toeging in de samenkomsten, want daar ging het helemaal niet ordelijk en ook niet tot opbouw. Het was daar eigenlijk een hele extatische boel, zonder dat men nog gericht was op het werkelijk opbouwen van de ander. Paulus vindt dat ook; hij zegt dat als dat al plaatsvindt, hij er twee of drie laat zijn en niet meer. En als er gesproken wordt in tongen, dan is het wel zaak dat het ook daadwerkelijk vertaald wordt. Als er geen vertaler is, iemand die die taal begrijpt of kent, dan moet het wel vertaald worden, want anders heeft niemand er wat aan. Zulke dingen schrijft hij allemaal in 1 Korinthe 14.
Terwijl hij die dingen aangeeft, en terwijl hij inmiddels 1 Korinthe 13 ook al had opgeschreven, zegt hij nog iets heel bijzonders over dat spreken in tongen. Wat is nou de essentie daarvan? Dan gaan we even naar 1 Korinthe 14, dezelfde brief. Daar schrijft Paulus in vers 21: "In de wet staat geschreven door..." — en ik kan u wel verklappen: dat is Jesaja 28. Paulus gaat hier uitleggen wat dat spreken in tongen is. Hij zegt: "In de wet staat geschreven: door lieden van een andere taal" — waaruit trouwens ook alweer blijkt dat het inderdaad om werkelijk bestaande talen ging — "door lieden van een andere taal, oftewel door lieden die geen Hebreeuws spreken." Ja, Jesaja profeteerde tot het Joodse volk, tot het volk van Israël, en die spraken Hebreeuws. Maar, zo wordt hier geciteerd, Jesaja profeteerde al van Godswege: "Door lieden van een andere taal — niet Hebreeuws dus — en door lippen van vreemden" — dat wil zeggen: door buitenlanders, door buitenlandse talen — "zal Ik tot dit volk spreken, Israël, en toch zullen zij naar Mij niet luisteren."
Het staat allemaal al opgetekend in Jesaja 28. Paulus haalt dat aan om de betekenis van dat fenomeen spreken in tongen te verklaren. Dat was een teken voor het ongelovige Israël. Verzin ik dat? Nee, dat staat er vervolgens bij: "Derhalve zijn de tongen — dat talenwonder — een teken niet voor hen die geloven, helemaal niet, maar voor de ongelovigen." En wel voor dit ongelovige volk van Israël. Trouwens, het is ook opmerkelijk dat overal waar het wonder plaatsvindt — lees het maar na in Handelingen 2, 10 en 19 — er inderdaad altijd Joodse mensen bij betrokken waren. Het was namelijk een teken voor dit volk.
Maar let nog eens op iets anders. A: het gaat om werkelijk bestaande talen. B: er wordt gesproken tot dit volk, Israël. En C: in het teken — en dat kun je nog niet in de Handelingen lezen, maar Paulus legt het hier uit — is al begrepen dat het geen effect zou sorteren. Dat wil zeggen: het zou niet resulteren in het geloof van Israël. Dat is heel belangrijk. Dat vind je dus niet al in Handelingen 2. Petrus en de anderen die dit allemaal meemaakten op de Pinksterdag, spraken in vreemde talen en anderen hoorden dat. Het was een talenwonder, waarbij je trouwens nog de vraag kunt stellen of het een spreekwonder was of een hoorwonder. Maar goed, daar zullen we het nu even niet over hebben, want in feite maakt dat bij communicatie ook niet uit. In ieder geval werd er zo gehoord: een talenwonder.
Petrus wist echter niet dat dit niet zou leiden tot geloof. Petrus, en niet alleen hij maar de twaalf, deed dat juist met het oog op Israëls bekering. Paulus wist inmiddels beter. Hij wist toen al: Israël komt niet tot bekering. Sterker nog, dat hele teken demonstreert juist dat Israël niet tot geloof zal komen. Wat Paulus doet, is dat zelfs aantonen aan de hand van een profetie uit Jesaja. Daar stond het al opgetekend. Het was verborgen, maar u weet dat Paulus... Trouwens, bij degene die in tongen sprak — dat lees je ook in 1 Korinthe 14 — die sprak verborgenheden uit. Niet alleen omdat andere mensen de taal vaak niet begrepen, maar ook gewoon inhoudelijk: dat wat ze doorgaven was verborgen. Verborgenheden.
Feitelijk is dit ook de verborgenheid: het feit dat Israël niet tot geloof komt. Dat is allemaal de verborgenheid. De pauze heeft te maken met die onderbreking in de geschiedenis. En waardoor wordt die onderbreking gekenmerkt of gemarkeerd? Door het ongeloof van Israël. Dat wordt allemaal door Paulus opgetekend in 1 Korinthe 14. Dat is de betekenis van spreken in tongen. Het is helemaal niet wat er vandaag de dag van gemaakt wordt. Het is heel populair dat men spreekt in tongen met het idee dat het is om jezelf op te bouwen. De gedachte is dan dat je tot geweldige geestelijke hoogte bent gekomen en vervolgens in brabbeltaal gaat spreken die niemand begrijpt. Maar ja, je wordt er zelf zo door opgebouwd — men bedoelt: in extase. Nu zeg ik op zich niets negatiefs over extase, maar het is een veeg teken. Als het zo zou zijn dat je tot grote hoogte bent gekomen, waarom moet het dan in hemelsnaam verdwijnen? Dat is niet logisch. Dan zou juist de gedachte zijn dat het deel wordt van iedereen, toch? Maar Paulus laat juist zien dat dit talenwonder zou verstommen. Het zou op een gegeven ogenblik zijn doel bereikt hebben.
Want Israël — en dat is trouwens boeiend als je naar Jesaja 28 toegaat; ik lees nu uit 1 Korinthe 14 waar Paulus citeert, maar kijk dan eerst naar het verband — daar gaat het over Israëls ongeloof, maar er staat ook bij wat er met de Joodse staat zal gebeuren: die zou verdwijnen. Dat is inderdaad een aantal jaren nadat Paulus deze woorden optekende gebeurd. De staat is verdwenen. In het jaar 70 is Jeruzalem met de grond gelijk gemaakt en in vlammen opgegaan. De tempel is verwoest en de Joodse staat was ten einde. Sinds kort, sinds een aantal decennia, is er natuurlijk weer een Joodse staat op het toneel. Dat heeft allemaal heel veel betekenis. We hadden het juist tussen de middag nog over allerlei dingen die daar momenteel plaatsvinden in het Midden-Oosten. Dat is buitengewoon boeiend.
Waar het nu in dit verband even om gaat, is dat Jesaja al aangeeft dat Israël ongelovig zou zijn, maar ook dat de staat zou verdwijnen. Dat vind je in Jesaja 28 als je het verband van het citaat erbij betrekt. Dan begrijp je ook waarom dat talenwonder in die dagen van voorbijgaande aard was; zelfs al binnen afzienbare tijd zou de staat daadwerkelijk van de kaart verdwijnen. Het heil zou inderdaad doorbreken naar de natie, onmiskenbaar. Maar het was dus een — dit is even genoeg — het was een teken voor dit volk.
Paulus voegt er nog iets aan toe. Hij zegt op de eerste plaats van die profetieën: zij zullen afgedaan hebben. Tongen: zij zullen verstommen. En kennis: zij zal afgedaan hebben. Dat betekent uiteraard niet dat er dan geen talen meer gesproken worden, net zomin als het betekent dat er geen kennis meer zal zijn. Maar die woorden van kennis die doorgegeven werden, die openbaringen waarbij iemand een openbaring ten deel viel waardoor hij iets van hogerhand bekendmaakte... Ja, dat was in die dagen nog het geval. Legitiem, terecht. Ik zei al: natuurlijk zal er toentertijd al heel veel kaf onder het koren geweest zijn, maar Paulus laat daarom ook zien: dit is maar van voorbijgaande aard.
Het Onvolkomene: Ons Stuksgewijze Kennen en Profeteren ↑ hoofdstukken
Nou, voordat we daar antwoord op hebben, zegt Paulus nog eens iets over dat kennen en dat profeteren. Want, zegt hij: onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren. Dat onvolkomen betekent niet zozeer dat het imperfect is of dat er allerlei mankementen aan waren, maar dat woord onvolkomen is in het Grieks het woord meros, en dat betekent deel, een stuk.
Ik zal je twee voorbeelden geven. In Openbaring 16 vers 19 lees je: "En de grote stad" – daar gaat het over Babylon – "viel in drie stukken uiteen." Daar staat ditzelfde woord als voor onvolkomen. Nog een voorbeeld vinden we in Johannes 19 vers 23. Dan gaat het over de klederen die verdeeld werden, Jezus' mantel. En dan lees ik van de soldaten: zij namen zijn klederen en maakten daarvan vier delen. Ja, van zijn klederen maakten zij vier delen. Het gaat uiteraard om dit begrip; dat is dit woord meros, een stuk.
Ik ga er nu even naar terug, want onvolkomen is ons kennen. Dat betekent: stuksgewijs, deels is ons kennen. De Statenvertaling heeft dat geloof ik ook: ons kennen is "ten dele". Dat wil zeggen dat er hier een stukje kennis is en daar een stukje kennis. Allemaal hebben ze zo'n stukje. Ik vind dat beeld van een puzzel wel aardig verduidelijkend. Stuksgewijs, gefragmenteerd is ons kennen. Gefragmenteerd is ook ons profeteren.
Hier werd er een godspraak gesproken, daar werd er een godspraak gesproken. De één maakte wat bekend, de ander weer wat, maar het was allemaal in fragmenten; allemaal losse stukjes. Onvolkomen. Het geheel zag men nog niet. Dat was de situatie in die dagen. In de tijd dat er geprofeteerd werd en woorden van kennis gedeeld en doorgegeven werden, was het allemaal onvolkomen, stuksgewijs en gefragmenteerd.
Als het Volmaakte Komt: de Volwassenheid en de Complete Schrift ↑ hoofdstukken
Maar zegt Paulus dan in vers 10: "als het volmaakte komt..."? Daar wil ik even op ingaan. Dat woord 'onvolkomen' zet ons, net als 'volmaakt', op het verkeerde spoor. Onvolkomen betekent niet, zoals ik al aangaf, dat het imperfect is of dat er allerlei mankementen aan vastkleven. Nee, het betekent simpelweg: stuksgewijs, gefragmenteerd. Het 'volmaakte' wil ook niet zeggen dat het perfect is. Hier staat in het Grieks het woordje teleos en dat betekent gewoon: volwassenheid. Het betekent letterlijk 'het einde', maar in verband met de groei betekent het volwassenheid.
Het bijzondere is dat deze brief zelf daar een perfect antwoord op geeft. Het woord teleos komt namelijk drie keer voor. Hier in 1 Korinthe 13 vers 10, maar ook in 1 Korinthe 2 vers 6. Daar wordt het in de vertaling weergegeven met 'rijp': degenen die daarvoor rijp zijn. Maar dat betekent dus volwassen. Iemand die ergens rijp voor is, die is daar volwassen in. En dan vind je het ook nog een keertje in 1 Korinthe 14 vers 20. Daar wordt het door de NBG-vertalers daadwerkelijk weergegeven met 'volwassen'. Weest geen kinderen in de boosheid; weest kinderen in de boosheid, maar wordt in het verstand volwassen. Rijp, volwassen.
Als men dat hier in 1 Korinthe 13 vers 10 op dezelfde wijze had weergegeven, dan was dat volkomen terecht geweest. Ik zal dat straks nog onderbouwen, want in de hele context gaat het juist over groei, over van een kind een man worden, over volwassen worden. Er is geen enkele aanleiding om hier af te wijken van de concordante regel om dit consequent weer te geven. Het is dus niet: "als de volmaaktheid komt". Weet u wat mensen vaak hebben gedacht? Ik heb vaak gesprekken gehad met mensen die erg van hun stuk zijn door allerlei charismatische invloeden en daardoor dreigen meegenomen te worden. Zij zeggen dan: "Ja, maar dat volmaakte is toch de volmaaktheid als de Heer straks terugkomt?" Ziet u hoe dat begrip 'volmaaktheid' hen op het verkeerde spoor zet? Het is namelijk geen volmaaktheid, het is de volwassenheid. Dat is heel anders.
Als de volwassenheid komt, zo houd ik hem vast, dus niet het volmaakte, maar de volwassenheid komt, dan zal het onvolkomene afgedaan hebben. Hier zie je weer datzelfde woord waar ik het al eerder over had: dat onvolkomene, het stuksgewijze, heeft dan afgedaan. Zo ontstaat er een tegenstelling tussen de volwassenheid aan de ene kant en het 'ten dele' aan de andere kant, alles wat ten dele is. Dat wat in die dagen nog zo gefragmenteerd was – namelijk het kennen en het profeteren – zal afgedaan hebben wanneer de volwassenheid is gekomen.
Dus, als het geheel er is, niet meer gefragmenteerd, maar als het geheel, als de kennis en de profetie voltooid zijn, als God al Zijn woorden heeft gegeven en als alles wat Hij bekend wil maken bekendgemaakt is, dan heeft het onvolkomene afgedaan. Het is bekendgemaakt, het is bovendien geboekstraafd en bij elkaar gebracht: de Schriften zijn compleet. We hebben het er bij een andere gelegenheid – er is zelfs al eens een studiedag over geweest – uitgebreid over gehad hoe de apostelen, en met name de apostel Paulus aan het einde van zijn leven, inderdaad de geschriften bij elkaar gebracht hebben en deze als een testament aan Timotheüs hebben meegegeven. Dat is het Woord: de Schriften compleet.
"Al de Schrift," zegt Paulus tegen Timotheüs, "elke Schrift is van God geïnspireerd." Van God geblazen. Dat is geest, dat is kracht. Mensen denken bij geest vaak aan allerlei uitingen of emotie, maar echte geest, kracht en vreugde – werkelijke power – vind je in wat er geschreven staat. In het volwassene, in dat wat compleet is. Daarom zeg ik: die volwassenheid is al eeuwen geleden, bijna tweeduizend jaar geleden, begonnen. De volwassenheid komt en dat onvolkomene, stuksgewijze kennen en profeteren zal dan hebben afgedaan.
Dan zegt Paulus in vers 11: "Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind." Ik zei zojuist al dat de hele context hier gaat over volwassen worden. Dat wordt hier aangegeven met: "toen ik een kind was." Ja, nu niet meer. Sprak ik als een kind? Voelde ik als een kind? Overlegde ik als een kind? Dat heeft dus alles te maken met dat profeteren van toen. Dat is kinderlijk. Zoals het toen nog was, dat was de kinderlijke fase. Men wist nog niet alles, zoals een kind ook nog niet alles weet. Dan ben je nog onbekend met tal van dingen. Dan spreek je ook als een kind, maar zonder dat het fouten zijn. Begrijp me goed: er is niets mis met die kinderlijke fase. We zijn allemaal kind geweest, en als je kind bent, spreek je als een kind en beleef je de dingen als een kind. Dan praat je en overleg je – letterlijk staat er: "reken ik" – als een kind. Geen punt. De bedoeling is alleen wel dat je tot volwassenheid komt.
Paulus geeft aan dat die dingen waar zij zo hoog van opgaven – profetie, woorden van kennis – voorbijgaan. Het hoort bij de kinderlijke fase; het is het spreken en overleggen als een kind. Prima, maar de volwassenheid komt en dan zal dat stuksgewijze, dat gefragmenteerde van toentertijd afgedaan hebben. Nu ik een man ben geworden... Waarom dat plaatje? Kijk, een kind doet zulke dingen, maar een volwassen man overlegt als een man en gedraagt zich als een man. Tenminste, dat mag je aannemen. "Nu ik een man ben geworden," zegt Paulus, "heb ik afgelegd wat kinderlijk was." Dat gaat natuurlijk niet van het ene op het andere moment; het is een proces, maar dat is nu eenmaal het volwassen worden. Paulus gaat dan nog even verder.
Zien in een Raadselachtige Spiegel Versus Ten Volle Kennen ↑ hoofdstukken
Nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen. Op dit moment kijken we nog door een spiegel. En dan moet je niet denken aan een heldere spiegel, maar aan een raadselachtige spiegel, dus een soort van matglas ofzo, zoals ik hier heb afgebeeld. Het is raden; je ziet de contouren. Je ziet wel bepaalde dingen, maar hoe het echt zit, weet je niet. In een spiegel, in het woordje 'enigma' – dat komt trouwens ook uit het Grieks – dat is een raadselachtige spiegel. En dat is wat Paulus beschrijft van de situatie toen, in de dagen van de Korinthiërs, toen hij die brief optekende. De kennis, de profetie, het spreken in tongen... dat had allemaal nog te maken met die kinderlijkheid. Maar bovendien met het nog niet weten hoe het werkelijk allemaal zit. Je vermoedt hoe het zit, maar meer dan vermoeden is het nog niet.
Trouwens, je leest al wel dat sommige Korinthiërs er wel degelijk al oor naar hadden en ook oog voor hoe het werkelijk zat; die boodschap die Paulus ook gefaseerd heeft bekendgemaakt en opgetekend. Maar, zegt hij, het is nu nog allemaal als in een spiegel, in raadselen. Maar, zegt hij, toch straks van aangezicht tot aangezicht. Hier kijk je nog als door matglas, raadselachtig. Het laat zich alleen maar raden wat het is. Maar straks van aangezicht tot aangezicht. Dat betekent niet dat we de Heer dan met letterlijk fysieke ogen zullen zien. Vandaar ook dat men wel gezegd heeft: "Ja, zie je wel, we zullen dan de Heer zien van aangezicht tot aangezicht." Daar gaat het niet om. Het gaat erom de tegenstelling van nu nog raadselachtig zien en straks van aangezicht tot aangezicht. Direct, zonder dat er nog iets tussen zit. Dus het zicht is dan volstrekt helder.
Over die tegenstelling heeft hij het hier: raadselachtig zien, een spiegel die alleen maar contouren aangeeft, en het direct zien van aangezicht tot aangezicht, zonder dat er ook maar iets tussen zit. Wel, dat is wat er zal gaan gebeuren. De kinderlijkheid maakt plaats voor volwassenheid. Het onvolkomene, niet meer gefragmenteerd... compleetheid. En hier in vers 12 is dus de vergelijking: wazig zicht, raadselachtig zicht maakt plaats voor helder zicht. Een zien als van aangezicht tot aangezicht.
Nu ken ik onvolkomen, zegt Paulus. Dat wil zeggen, hier weer datzelfde woord 'meros': dat stuksgewijze, in fragmenten. Waarbij de ik-figuur hier feitelijk staat voor de Ecclesia in die dagen. De Ecclesia kende nog onvolkomen, gefragmenteerd. Maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben. Hier staat trouwens dat woordje 'epignosis': besef hebben, volle kennis. Toen had men wellicht vermoedens, men zag als in een spiegel, maar straks, zegt Paulus, als dat stuksgewijze, dat onvolkomene, zal hebben afgedaan, dan is daar volle kennis. Alles wat God wilde bekendmaken, zal dan bekendgemaakt zijn.
Het is Paulus die in de Kolossensenbrief schrijft dat aan hem ook het beheer was gegeven om het woord Gods te completeren, af te maken, gereed te maken. En dat heeft hij ook gedaan in meer dan één opzicht. Ik bedoel, hij heeft de openbaring, de verborgenheid bekendgemaakt. Alles wat de Heer hem doorgegeven had, heeft hij gesproken. Maar bovendien heeft hij de Schriften ook tot compleetheid gebracht, bij elkaar gebracht. En dan is daar die volle kennis. Niet meer dat gefragmenteerde, maar volle kennis.
Ziet u waar Paulus in 1 Korinthe 13 naartoe leidt? Inderdaad naar een grote hoogte. Hij brengt die Korinthiërs met recht op de hoogte en hij zegt: "Ja, waar je nu mee bezig bent, dat is een overgangsfase, dat is kinderlijkheid. Straks de volkomenheid, de volwassenheid. Geen gefragmenteerde kennis meer, maar volwassenheid." En we hebben nauwelijks besef hoe groot die tegenstelling was. Hoe men in die dagen van de apostelen... want je kunt er natuurlijk wel met jaloezie naar terugkijken en je leest daarover hoe dat toen in die dagen ging. Dat is geweldig. Hoe de apostelen, degenen die Hij had gevolmachtigd, het woord hebben doorgegeven. Hoe Paulus het woord van genade wereldwijd heeft verkondigd, dat is geweldig. Jawel, maar het was toch de kinderlijke fase nog steeds. Het woord van God was nog steeds niet compleet.
Compleet. Wij leven nu in de bevoorrechte situatie, al zo lang, dat het woord wel compleet is. En ik zeg er ook nog bij: wij leven nu ook nog eens een keer in een tijd waarin de Schriften toegankelijker zijn dan ooit tevoren. Want je kunt klagen over deze tijd en dat er zoveel ontwikkelingen zijn, dat het zo spannend is, dat er zoveel gevaren zijn en dat er zoveel desinformatie is. Trouwens, eventjes tussendoor: ik heb twee weken geleden hier ook een Bijbelstudie gegeven. Dat ging toen over Efeze 4. En dat was eigenlijk een aanloop naar deze studiedag. Dus als u nog wat meer wilt weten over die volwassenheid: die studie gaat daar ook over. Een heel aantal van u waren daar ook bij van de partij. Daar ging het ook over gaven die de Heer had gegeven: apostelen en profeten, die het fundament hebben gelegd. Ja, dat was ook de kinderlijke fase. En die zouden ook voorbij gaan totdat de volwassenheid aanbrak. Het is een thema dat dus niet alleen hier in 1 Korinthe 13 besproken wordt, maar ook in Efeze 4 zegt Paulus die dingen uitvoerig.
En je zou wensen dat veel meer mensen dat zouden weten. Want kijk, het is één ding: nu al die Schriften... alle Schrift is geïnspireerd, we hebben dat tot onze beschikking en zoals gezegd: ze zijn toegankelijker dan ooit. Als je nu, zonder dat je een speciale studie hoeft te gaan doen op de universiteit, zonder dat je reizen af hoeft te leggen – je hoeft niet naar Londen toe te gaan om kennis te nemen van een bepaald boek – helemaal niet. Iedereen tegenwoordig kan zomaar kennis nemen van wat Paulus letterlijk heeft opgetekend. Dat is uniek hoor. Een paar eeuwen geleden, sinds de boekdrukkunst, is de toegankelijkheid van kennis over het woord enorm toegenomen. Maar sinds we in het informatietijdperk leven en de computers hun intrede hebben gedaan, is het helemaal geweldig. Wat ik u hier laat zien: gewoon de Griekse tekst, dat zijn die woorden die Paulus optekende, met een woord-voor-woordweergave. Je hoeft maar een druk op de knop te geven van een computerprogramma en je ziet meteen waar het woord nog meer voorkomt en hoe het daar weergegeven wordt. Je kunt zelfs de vertalers, de experts, zo controleren. Dat is wat we feitelijk doen. Niet omdat we arrogant zijn, maar je kunt die dingen zomaar controleren. Je kunt zelf zien hoe het er staat.
Ja, wat doe je ermee? Zo enorm veel rijkdom, daar ligt het niet aan. En dat is zo krachtig, zo rijk... we hebben geen idee. Ik ben dag in, dag uit bezig met het woord. En ik vind het zo fenomenaal. Je leert zoveel dingen kennen. Maar ik weet heel goed dat ik nog maar nauwelijks wat ken van de Schrift, terwijl je er erg intensief mee bezig bent. En toch, er is zoveel dat nog onontdekt is. Vers met die Schrift onderaan... ik weet niet hoe ik het anders moet zeggen. We zijn zo enorm rijk en dat is zo'n kracht. Dat is licht, dat is geweldig.
Nou, die volle kennis is er nu. De Schrift is er, mensen, drink ervan! We hadden het over charisma. We hebben het over charisma, en wat was dat ook alweer? Uitstraling, persoonlijke uitstraling. Maar wat is uitstraling? En dan gaan we toch wat concreter worden: dat is gewoon het licht van het woord van God. Als de duisternis verdwijnt en het licht komt in je ogen en je gaat zien wat er staat geschreven... Ik ga u vertellen: zodra die genade jouw deel wordt, dan zal dat zijn effect hebben. Oftewel: charisma. Over dat effect hoef je geen zorgen te maken, dat zal echt zo zijn. Jij in jouw klein hoekje, en ik in het mijne.
En jij op jouw wijze. Maar die genade heeft zijn effect, en hoe meer je van die genade leert kennen, hoe meer effect. Dat is charisma. Dat is geen wetmatigheid, dat is genade, dat is vreugde. Maar het is ook licht. Ja, vandaar dan ook inderdaad: uitstraling. Nou begrijpen we dat woord toch wel beter, hè? Uitstraling.
Maar goed, ik ga weer even terug naar 1 Korinthe 12. Vers 12, ja. Dus dat onvolkomen, dat stuksverwijze, dat gefragmenteerde zal plaatsmaken voor volle kennis. Nou, en nu komen we bij de conclusie van Paulus.
Wat Blijft Na de Kinderlijke Fase: Geloof, Hoop en Liefde ↑ hoofdstukken
"Zo blijven dan geloof, hoop en liefde." Dus hoezo "zo blijven dan"? Nou, hij zet hier een tegenstelling neer. Dit is het laatste vers van 1 Korinthe 13. Hij maakt een tegenstelling tussen dat wat hij besproken had – dat wat afgedaan zal hebben en wat zal verstommen – en hij gaat nu vertellen wat blijft, wat niet van voorbijgaande aard is. En wat is dat dan? Zo blijven dan geloof, hoop of verwachting. Voor beide woorden is er wat te zeggen. Hoop drukt vooral uit dat het geweldig is waar je naar uitziet, en verwachting drukt vooral de zekerheid uit. Je verwacht het, je weet dat het gaat komen. Geloof, hoop en liefde, die blijven.
Waarbij je trouwens ook weer ziet dat Paulus het hier niet heeft over de volmaaktheid die straks zal komen als de Heer teruggekeerd zal zijn. Want ik kan u verklappen: dan is er geen geloof en ook geen hoop meer. Dus als hij zegt "zo blijven dan", dan doelt hij niet op het moment dat de Heer teruggekomen zal zijn en dat dan geloof en hoop zullen blijven. Dat kunt u wel vergeten, want aan de ene kant lees je in Romeinen 8 vers 24 over de hoop: "Want," zegt Paulus, "in die hoop – die verwachting – zijn wij behouden, zijn wij gered." Maar, zegt hij, hoop die gezien wordt is geen hoop. Want hoe zal men hopen op hetgeen men ziet? Hoop heeft altijd te maken met de toekomst, met iets wat je nog niet ziet. Dat betekent dus dat op het moment dat de hoop werkelijkheid wordt, de hoop verdwijnt.
Hoop heeft dus te maken met wat je niet ziet, en dat geldt voor geloof ook. Paulus schrijft elders, in 2 Korinthe 5 vers 7: "Wij wandelen in geloof, niet in aanschouwen." Nee, natuurlijk, wij wandelen nu ook in geloof. Wij vertrouwen de Schriften, terwijl we nu nog niets zien van die hoop, en ook de Heer zelf niet zien. Wij verblijden ons in Hem zonder Hem gezien te hebben. Ja, we zien wel een aantal dingen zich gaan aftekenen in dit tijdsgewricht. Dat is waar, en daar verblijden we ons ook over. Wij maken ons geen zorgen over de ontwikkelingen die er nu zijn in de christelijke wereld of in de politieke wereld; integendeel, wij verblijden ons juist dat het allemaal gaat naar Zijn woord. Dat is toch geweldig, dat je ziet dat de termijn nu aan het verstrijken is, de twee millennia lopen ten einde, en dus had je dit mogen verwachten. Het gaat perfect volgens Zijn woord.
Goed, maar wij wandelen niettemin nog steeds in geloof, dat wil zeggen: niet in aanschouwen. Dus als Paulus schrijft "zo blijven dan geloof, hoop en liefde", dan doelt hij uitdrukkelijk niet op de tijd wanneer de Heer zal zijn gekomen, want dan is er geen geloof en geen hoop meer. Die andere dingen – waarvan je dan weet dat ze afgedaan zouden hebben – zouden al veel eerder afgedaan hebben en verstomd zijn. Zodat je, zelfs als je dat gedeelte in 1 Korinthe 13 keurig en aandachtig leest zoals Paulus het aandient, al weet: hij heeft het over een fase die zou aanbreken op aarde als de kennis compleet zou zijn en de profetieën niet meer uitgesproken hoeven worden omdat Gods woord compleet en afgerond zal zijn. Wel, dan is de volwassenheid aangebroken. En dan, tijdens die volwassenheid op aarde, zal blijven: geloof, hoop en liefde.
Dat wil zeggen: die kennis zal afgedaan hebben, de profetieën zullen afgedaan hebben en de tongen zullen verstomd zijn, maar dit blijft: geloof, hoop en liefde. Meer dan genoeg! En Paulus schrijft: "en deze drie, maar de meeste van deze is de liefde." Nou, je kunt het plaatje eigenlijk zelf verder invullen. Want hoezo "de meeste"? Nou, die gaat namelijk helemaal niet voorbij. Van geloof en hoop weten we dat ze uiteindelijk verwisseld zullen worden voor aanschouwen, maar de liefde niet. Daarom zegt Paulus: "deze drie, maar de meeste van deze is de liefde." Want de liefde – daar begonnen we deze middagstudie al mee – vergaat nimmermeer. De liefde Gods staat en blijft en vergaat nimmermeer.
Dus als ik het eventjes in een schemaatje mag weergeven voor de mensen die daarvan houden: je hebt de fase van onmondigheid, de kinderlijkheid, waarin je de dingen hebt die zullen afgedaan hebben, zoals profetie, tongen en kennis. Paulus noemt expres deze drie dingen. Daarna zou de onmondigheid plaatsmaken voor de volwassenheid. Dat wat afgedaan zal hebben, wordt gecontrasteerd met wat blijft, namelijk geloof, hoop en liefde. En wat uiteindelijk blijft, dat is wat nimmermeer vergaat. Dat is uiteraard wanneer geloof en hoop verwisseld zijn in aanschouwen; dan blijft alleen de liefde over.
Zodat je dit plaatje krijgt: de onmondigheid, de volwassenheid en dat wat uiteindelijk overblijft en wat dus ook het meeste is, logischerwijs. Op die hoogte brengt Paulus ons in 1 Korinthe 13. Als hij dus zegt: "Mensen, Korinthiërs, jullie geven zo hoog op over al die fenomenen en sensationele dingen, maar het is maar tijdelijk hoor. Het is maar behelpen, het is maar stuksgewijs en gefragmenteerd. Maar dít gaat komen." Hij brengt ons met recht op de hoogte van geweldige perspectieven.
De Charismatische Beweging in Bijbels Perspectief ↑ hoofdstukken
En dan zie je dus, als we het dan toch nog even over die charismatische beweging hebben: feitelijk is die charismatische beweging zeer conservatief. Dat wil zeggen, men conserveert dat wat allang over de datum is. Ja, het was heel goed natuurlijk; het had zijn betekenis, zoals de onmondige fase, de kinderlijke fase, zijn betekenis heeft. Prima. Maar inmiddels, mensen, sinds de Schriften compleet zijn, is het enige wat is overgebleven – nou ja, het enige, dat is meer dan genoeg – geloof, hoop en liefde. Dit is de werkelijkheid.
En als je nu deze verschijnselen ziet: men geeft weer woorden Gods door, zegt men. Men spreekt in tongen, zegt men. Maar het moet per definitie – en het is wat scherp natuurlijk, maar het kan niet anders – aangezien het afgedaan heeft en aangezien het verstomd is, is alles wat zich nu als profetie of als woorden van kennis of als spreken in tongen voordoet, per definitie nul.
Uit welke bronnen het komt, dat is nog een verhaal apart. Er zijn er die meteen zeggen: "Oh, dat moet dan demonisch zijn." Dat hoeft helemaal niet; dat kan ook gewoon puur uit de mens zelf voortkomen. Maar de beweging als zodanig is niet naar de Schrift. Dat lijkt mij meer dan genoeg en uit welke bronnen het naar voren komt, lijkt mij veel minder interessant. Dit is de wijze zoals de Schrift dat naar voren brengt en ik moet u zeggen, ik vind het zo geweldig dat we inderdaad mogen leven als volwassenen bij de Schrift en dat we onderwijl uitkijken naar dit moment dat geloof en hoop zullen worden verwisseld in aanschouwen.
Zullen we het daarbij laten?
UltimateGoodNews