GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Abraham gezien?

22-01-2017 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie van samenkomst gehouden op 22 januari 2017 in Den Haag

De uitdrukking ‘Abraham gezien hebben’ komt uit de Bijbel. Toch berust ze op een dubbel misverstand.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De bekende uitdrukking dat iemand op zijn vijftigste Abraham heeft gezien, berust op een dubbel misverstand. Tijdens een twistgesprek in de tempel verwees Jezus naar het geloof van Abraham, die uitzag naar de komst van de Zoon en de opstanding. De Joden begrepen dit destijds verkeerd en dachten dat Hij beweerde Abraham fysiek ontmoet te hebben, terwijl Hij nog geen vijftig was. De werkelijke theologische boodschap van deze geschiedenis benadrukt dat God de beloofde Zoon uit de dood opwekt en zo al Zijn beloften volvoert.

“De hele Bijbelse boodschap gaat over een God die leeft, maar dat betekent veel meer dan alleen dat Hij leeft. Hij geeft leven, Hij produceert leven, Hij verwekt leven, Hij doet zelfs de dood teniet en Hij maakt levend.”

Het Dubbele Misverstand Rondom Vijftig Worden ↑ hoofdstukken

Een hele goedemorgen, ook van mijn kant. Vrienden, het is goed om hier weer te mogen zijn en ik ben blij dat ook de jongeren in de samenkomst gebleven zijn, al was het maar vanwege het onderwerp; dan kunnen ze zich alvast een beetje voorbereiden.

Vijftig, Abraham gezien... Het onderwerp heeft mij de laatste tijd, of een paar weken geleden, nog eens even beziggehouden. Er is een talige jonge dame daarachter in de samenkomst, in de zaal, en die bereikte op 31 december 2016 de vijftigjarige leeftijd. En toen zag zij Abraham. Nou ja, de vrouwelijke versie is dan Sara zien. En dan roept dat natuurlijk de vraag op: hoezo eigenlijk?

De meesten van u zullen wellicht weten dat deze uitdrukking van Abraham hebben gezien, of Sara hebben gezien, ontleend is aan de Bijbel. Maar hoe dat dan precies zit, dat is erg onbekend en ik zal het u vertellen. De uitdrukking zoals wij die bezigen, is gebaseerd op een misverstand. Wat zeg ik? Op een dubbel misverstand!

Het is in de eerste plaats een misverstand in de Bijbel zelf, en vervolgens hebben wij als Bijbellezers daar de conclusie uit getrokken dat je als je vijftig bent, je dus Abraham hebt gezien. Dus eigenlijk gaat het nergens over, maar dat moet ik wel even toelichten.

De Context van Johannes 5 en de Komende Aion ↑ hoofdstukken

De uitdrukking zelf is ontleend aan het slot van Johannes 5 en ik stel voor dat we daar gewoon eens naartoe gaan. Ik neem u zoals gebruikelijk even mee via de PowerPoint en de beamer. Voordat u daar een opmerking over zou maken, merk ik op dat de tekst die u hier ziet niet de NBG-vertaling is, maar een vertaling gebaseerd op de interlineaire weergave; een zo letterlijk mogelijke weergave.

Het is een beetje lastig om ergens te beginnen, want het maakt deel uit van een geheel dat aanvangt in vers 30. Maar het wordt echt te gek als we daar beginnen, want dan loopt de samenkomst te zeer uit. Ik stel voor dat we beginnen met te lezen vanaf vers 52. Om het even in de tijd te plaatsen: we praten over enkele maanden voordat de Heer Jezus werd overgeleverd. Dat kun je heel duidelijk opmaken uit de hele context van deze hoofdstukken. Geografisch gezien vond dit gesprek, dit twistgesprek, plaats in de tempel in Jeruzalem. Zoals gezegd was de sfeer niet aangenaam, en dat blijkt wel heel duidelijk.

Ik moet er een beetje snel doorheen gaan om bij het slot aan te komen, anders zeg ik nog niets over het thema. De Joden dan zeiden tot Hem: "Nu weten wij dat je een demon hebt." In de NBG-vertaling staat dan: "nu weten we dat je bezeten bent." Dat zeggen ze dus tegen Jezus. Waarom? Ze zeggen: "Abraham stierf en de profeten, en jij zegt: indien iemand het woord van mij zou bewaren, hij zou geen dood smaken tot in de aion." Zo staat het er letterlijk. Niet de eeuwigheid, maar de aion. Dat had de Heer inderdaad gezegd, alleen ze begrepen het niet.

Hij had inderdaad gezegd: "indien iemand het woord van mij zou bewaren, hij zou geen dood smaken tot in de aion." Wat bedoelt Hij daarmee te zeggen? Precies wat het zegt, alleen niet in de zin dat iemand dan niet meer zou sterven, maar dat degene die het woord zou bewaren, zou opstaan in het einde van deze aion. Of, zoals we dat in Johannes 5 en Johannes 6 heel vaak lezen, zou opstaan op de laatste dag. Dat wil zeggen dat het gaat over het einde van deze aion, van dit wereldtijdperk. Dat refereert dan weer aan het boek Daniël. In die eindtijd, in de dag van benauwdheid — je leest daar over periodes van 1260 en 1290 dagen — op die laatste dag zou de opstanding van Israël als rechtvaardigen plaatsvinden. Dan zou men opstaan.

De nieuwe aion, die duizend jaren en het millennium, is dan nog niet eens aangevangen, maar in die laatste dag zou men opstaan en vervolgens leven ontvangen om tot in de aion — dat wil zeggen de komende aion — niet meer te sterven. Men zou die transitie van deze aion naar de toekomende aion in de opstanding beleven en zo die nieuwe aion ingaan. Dat betekent dus helemaal niet dat er geen dood zou zijn, maar het wil zeggen dat men zou opstaan op de laatste dag en zo de komende aion binnengaan.

Ik moet er een beetje snel doorheen gaan, maar ik moet het toch even toelichten. Zij hebben het in ieder geval niet goed begrepen. Soms, vooral als ik het Evangelie van Johannes lees, denk ik: heeft de Heer het met opzet zo dubbelzinnig gezegd dat het ook misverstaan kon worden? Als ik de vraag zo stel, dan kan ik dat eigenlijk alleen maar bevestigen. Inderdaad, de Heer heeft het dikwijls zo gezegd dat zij die het niet wilden begrijpen, het ook gemakkelijk mis konden interpreteren. Dat deden ze dan ook steevast. Zodat eigenlijk alleen degenen die Hem wilden verstaan en erop uit waren om werkelijk recht te doen aan wat Hij zei, het zouden begrijpen; de anderen niet.

Heel vaak denkt men dat de Heer dingen eenvoudiger ging maken door bijvoorbeeld gelijkenissen uit te spreken, zodat iedereen daarmee bereikt kon worden. Wat blijkt? Het is precies het tegenovergestelde. De Heer sprak gelijkenissen juist opdat ze het niet zouden verstaan. Dat is precies het omgekeerde van wat er altijd over beweerd wordt.

Ik lees even verder. "Je bent toch niet groter dan Abraham, de vader van ons die stierf?", zeggen zij. Hier zie je dat ze inderdaad helemaal in de verkeerde lijn zitten, alsof Hij niet zou gaan sterven. "Ook de profeten stierven. Wie maak jij jezelf dan?"

De Heerlijkheid van de Zoon en Zijn Woord Bewaren ↑ hoofdstukken

En dan antwoordt Jezus specifiek op de vraag: "Wat maakt u van uzelf?" De Heer zegt: "Indien ik mijzelf zou verheerlijken, dan is de heerlijkheid van mij niets." Dat geldt in het algemeen: als een mens zichzelf op de voorgrond plaatst en zichzelf glorie toekent, dan is dat eigenlijk het beste bewijs dat hij er gewoon helemaal naast zit. Het gaat er slechts om dat God Zelf dat doet. De Heer zegt dat dan ook: "Het is de Vader van mij die mij verheerlijkt." Hij geeft de heerlijkheid. Dat staat in de tegenwoordige tijd, wat wil zeggen: de Vader is mij aan het verheerlijken.

Hoe deed de Vader dat? Wel, al was het maar in de tekenen die de Heer Jezus deed. God deed tekenen door Hem; zo wordt dat heel dikwijls gezegd. Dat waren geen tekenen van Hemzelf, maar tekenen die God deed door Hem. Op die manier verheerlijkte de Vader de Heer Jezus. Hij gaf Hem heerlijkheid. Je leest dat bijvoorbeeld in Johannes 11, bij de geschiedenis van de opwekking van Lazarus. Daar staat dat dit is tot heerlijkheid Gods. Trouwens, dat stond ook al bij de genezing van de blindgeborene: het gebeurde tot heerlijkheid Gods. In verband met de geschiedenis van Lazarus zie je dat de Heer Jezus bij het graf staat terwijl Lazarus inmiddels al vier dagen dood is. Hij zegt: "Neem de steen weg." Hij heft Zijn ogen op naar boven en zegt: "Vader, U hoort mij altijd en U doet dat door mij heen." Vervolgens roept Hij: "Lazarus, kom uit!" En hij kwam uit het graf. Dat wil zeggen dat Zijn woord levend was. Het was krachtig; het was opstandingskracht. Zoals Hij ook zei: "Ik ben de opstanding en het leven." Dat was heerlijkheid die de Vader Hem gaf.

De Vader, van wie zij zeiden dat Hij hun God was, die hadden zij niet gekend. Maar Jezus zegt: "Ik heb Hem waargenomen." Letterlijk staat het er zo: Hij had Zijn stem vernomen. Denk maar aan de geschiedenis van de doop van de Heer in de Jordaan, het moment waarop Hij feitelijk met Zijn bediening begon. Hij werd gedoopt en stond op uit het water, de hemel opende zich en een stem uit de hemel zei: "Deze is mijn Zoon." De Heer Jezus had die stem inderdaad vernomen; Hij had Hem waargenomen. De Geest daalde in de gedaante van een duif op Hem neer. Het was dus een letterlijk waarnemen. De Heer vervolgt: "Indien ik zou zeggen dat ik Hem niet heb waargenomen, dan zou ik lijken op jullie: een leugenaar." Dit typeert heel sterk het gesprek en de manier waarop Johannes dit optekent. Het is heel contrastrijk: waarheid en leugen, leven en dood, zwart en wit. Johannes staat bekend om die contrastrijke manier van zeggen, maar zo ging het gesprek ook werkelijk. Ze beschuldigden Jezus van de leugen, maar Hij zei: "Als ik het anders zou zeggen, dan zou ik zijn zoals jullie. Ik heb Hem echter waargenomen en het woord van Hem, dat bewaar ik."

Dat "bewaren" kun je natuurlijk letterlijk opvatten als het bewaren van het woord dat Hij ooit van de Vader had vernomen — "Deze is mijn Zoon" — maar ook in de zin van de woorden Gods, de Schrift. In feite was dat de hele bediening van de Heer Jezus. Zoals er al over Hem geprofeteerd was in de Psalmen: "Zie, hier ben ik Heer, in de boekrol staat voor mij geschreven om Uw wil te doen." Hij wist dat God Hem in de Schriften had voorzegd. Je moet je voorstellen: Jezus was een mens en Hij heeft Zichzelf herkend in de Schrift. Hij wist vanuit de boekrol wat Hem te doen stond. Wat een inzicht!

We weten eigenlijk bijna niets over het leven van Jezus tussen Zijn geboorte en Zijn publieke bediening, tot aan Zijn doop in de Jordaan. Over Zijn geboorte wordt het een en ander vermeld en even later over de magiërs uit het oosten, maar verder is er slechts één geschiedenis bekend: die van de twaalfjarige Jezus die in de tempel komt. Hij zei toen: "Moest ik niet bezig zijn met de dingen van mijn Vader?" Hij was altijd bezig met de Schriften. Altijd. "Het woord van Hem, dat bewaar ik," dat is wat Jezus tegen hen zei.

Abrahams Geloof in de Opstanding van de Beloofde Zoon ↑ hoofdstukken

We komen nu wat dichter bij ons onderwerp. Abraham was trouwens al het onderwerp van het gesprek waar de Joden zo prat op gingen: dat zij kinderen van Abraham waren. Dat zegt op zich nog niets, want Ismaël was ook een kind van Abraham, maar hij was niet de zoon van de belofte. Sterker nog, Ismaël moest uit het huis gestuurd worden; hij was de zoon van de slavin. Feitelijk waren zij dat in de typologie ook: slaven, zonen van de slavin. Paulus legt dat in de Galatenbrief nog veel breder uit. Het zegt dus niets dat je er prat op gaat dat Abraham je vader is. Jezus zegt echter over Abraham: "Abraham, de vader van jullie, hij jubelde..." Dat is heel bijzonder. Jubelen is letterlijk opspringen; dat is wat dat woord betekent. Hij jubelde omdat hij de dag van Mij zou waarnemen. Dat wil zeggen dat Abraham zich erop heeft verheugd dat hij er ooit, in de toekomst, bij zou zijn: in de opstanding, wanneer het Koninkrijk gevestigd wordt. Abraham geloofde in de opstanding en hij heeft gejubeld vanwege die verwachting.

In Hebreeën 11, het beroemde hoofdstuk over de geloofsgetuigen, lees je over Abraham: "Want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is." Dat gaat over de stad die gaat komen, het Koninkrijk dat gaat komen. Feitelijk is de stad Jeruzalem daar een embleem van: de plaats waar de Koning-Priester zich zal vestigen. Die stad komt van boven; God is daarvan de ontwerper en bouwmeester. Het komt dus niet van benedenaf. Het koninkrijk waar de mensheid nu al duizenden jaren mee bezig is om hier op de wereld te vestigen, dat lukt nooit. Voor zover er iets komt, is dat omdat God daar zelf de ontwerper en bouwmeester van is. Abraham heeft zich daarop verheugd. Hij jubelde omdat hij de dag van Mij zou waarnemen. Dat gaat inderdaad over de dag die gaat komen: de dag van het Koninkrijk. De dag dat de Zoon van God Zijn heerschappij zal opnemen in Jeruzalem, de plaats waar dit twistgesprek plaatsvond. Daar zal de troon van David gevestigd worden en daar zal de Zoon van de belofte — en ik bedoel dat dubbelzinnig — de echte, de ware Zoon van Abraham, alle geslachten van de aardbodem zegenen. Dat was toch tegen Abraham gezegd? "In jou en in jouw zaad zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden." Nu stond Hij daar, de Zoon van de belofte, en ze herkenden Hem totaal niet. Jezus zegt: "En hij," dat is Abraham, "nam waar en hij verheugde zich." Hij verheugde zich én hij nam waar. Dat wil zeggen dat hij het heeft gezien. Abrahams ogen waren gericht op de toekomst, omdat God het zelf had beloofd.

Abraham geloofde in de opstanding. Dat is een van de thema's die in de Evangeliën, maar later ook in de brieven, zo duidelijk worden bewezen. Abraham heeft het gezien; hij heeft Mij al gezien. Je moet je realiseren dat Abraham tweeduizend jaar vóór dit twistgesprek leefde. Je kunt de wereldgeschiedenis tot nu toe onderverdelen in drie tijdvakken van ongeveer tweeduizend jaar. Ik geloof trouwens echt dat het letterlijk zo is: de eerste twee "dagen" van Adam tot aan de geboorte van Abraham is tweeduizend jaar. Vanaf de geboorte van Abraham tot aan Christus is weer tweeduizend jaar. Inmiddels zijn we nu weer bijna tweeduizend jaar verder. Dat betekent dat er sinds Adam zes millennia voorbij zijn. In Bijbelse termen zijn er zes dagen voorbij, wat betekent dat de Sabbat aanstaande is. Waar het nu om gaat, is dat die zes millennia onder te verdelen zijn in drie keer twee millennia: van Adam tot Abraham, van Abraham tot Christus en van Christus tot nu. Dat betekent dus dat er toen de Heer Jezus dit zei en naar Abraham verwees, een even groot tijdsgat tussen zat als tussen ons en de Heer Jezus: twintig eeuwen. En nu zegt de Heer Jezus hier: "Abraham heeft de dag van Mij gezien; hij nam het waar en hij verheugde zich." Hij wist van de Zoon van de belofte die zou komen en hij wist van de opstanding.

Ik wijs hierop omdat dit in het Nieuwe Testament vaker wordt uitgelegd. Sarah was een onvruchtbare vrouw en zij was op leeftijd, evenals Abraham. Zij waren "verstorven". In termen van vruchtbaarheid waren zij dood, niet in staat om leven voort te brengen. Maar wat doet God? Hij verwekt — dat is een mooie term in dit verband — leven uit de dood. Feitelijk was de geboorte van Izaak een embleem van opstanding uit de doden; leven uit de dood. Abraham heeft de opstanding aan den lijve ervaren. Hij heeft nieuw leven verwekt uit een dood lichaam en in een dood lichaam. De geboorte van Izaak was een embleem van nieuw leven, wat naar de mens gesproken volstrekt onmogelijk was. Maar God heeft dat gedaan en Abraham geloofde in de opstanding.

Dat zie je later in de geschiedenis van Abraham weer terug op twee hoofdmomenten. In de beroemde geschiedenis waarin hij geroepen wordt, is hij inmiddels vader en is de zoon van de belofte gekomen. Dan wordt Abrahams geloof getest en moet hij naar het gebergte van Moria. Weet u waar de tempel gebouwd is? Op de berg Moria. Toen Abraham daarheen ging, was dat duizend jaar — en dat is trouwens weer letterlijk duizend jaar — vóór de bouw van de tempel door Salomo. Abraham ging naar het gebergte Moria en daar moet hij de zoon van de belofte offeren. Abraham wist echter wat hij ook tegen zijn knechten zei toen zij samen verder gingen: "Wij komen straks weer bij jullie terug." Abraham rekende — en in de Hebreeënbrief wordt dit expliciet zo gezegd — met geloofslogica. Hij dacht: "Als God zegt dat er door Izaak van nageslacht van mij gesproken zal worden en ik moet Izaak offeren, dan zal God hem weer uit de doden opwekken." Heel simpel: want door Izaak zou van nageslacht gesproken worden. Er staat dan ook in de Hebreeënbrief dat hij hem bij wijze van spreken ook uit de doden heeft terugontvangen. Hij heeft hem geofferd en hij kreeg hem als uit de dood terug. Abraham heeft daarmee gerekend omdat hij God geloofde. Dat was voor hem niet zomaar een idee of een dogma; heel zijn leven was daarop gebaseerd. De hele Bijbelse boodschap gaat over een God die leeft, maar dat betekent veel meer dan alleen dat Hij leeft. Hij geeft leven, Hij produceert leven, Hij verwekt leven, Hij doet zelfs de dood teniet en Hij maakt levend. Abraham geloofde dat en hij heeft daarmee gerekend. Dat is precies wat het evangelie van God is.

De blijde tijding: de dood wordt overwonnen. Feitelijk heeft Abraham dat in de kiem al geweten en geloofd; hij heeft dat waargenomen. Trouwens, ik wil er nog even bij zeggen – ik refereer nog even aan die geschiedenis dat hij zijn zoon moet offeren daar op het gebergte Moria – de zoon van de belofte. En dan staat er: hij kreeg hem bij wijze van spreken ook weer terug uit de doden (Hebreeën 11). En weet u welke dag dat was? Dat staat er ook in Genesis 22 bij: het was op de derde dag. Nou, dan is het plaatje compleet. Op de derde dag kreeg hij zijn zoon terug als uit de doden, de zoon van de belofte.

Daar gaat zo’n sprake van uit! Daar in Jeruzalem wordt de zoon van de belofte geofferd en op de derde dag ontvangt Abraham hem weer als uit de doden terug. Dat is toch precies waar het hele Nieuwe Testament over gaat? Die boodschap van de zoon van de belofte, de zoon van Abraham. En Abraham heeft zich verheugd.

Dat blijkt ook sowieso. Abraham heeft wat gelachen hoor, denk ik. Toch wel. Hij had heel veel meegemaakt in zijn leven, maar u weet het: hij was inmiddels honderd toen hij Izaak kreeg. Hoe noemde hij hem? Hij noemde hem Jitschak. Dat zegt ons niets, maar in het Hebreeuws betekent dat gewoon: lachen. Lachen. Dus iedere keer als hij de naam van Izaak noemde, of als Sara zijn naam noemde: lachen. Waarom? Omdat hij gewoon de belichaming was van vreugde, van lachen. Wie het laatst lacht, zeggen we dan, die heeft het nog niet begrepen. Want wie het laatst lacht, lacht het best.

En dat is de humor die je je kunt permitteren als je Gods Woord hebt. We hebben een God en wat Hij zegt, dat is zo. Zo gaat dat, zo zal het gaan. Er zal nooit een duimbreed wijken van Zijn Woord. Vertalingen enzovoorts kunnen er allemaal naast zitten; dat is wat mensen doen. Maar Zijn Woord, dat wat er staat geschreven, het origineel, dat is zo loepzuiver. Daar kun je blind op varen. Kijk, en dan kun je plezier hebben in het leven, zelfs in het verdriet. Want je hebt nieuw leven, je kent nieuw leven. De dood heeft niet het laatste woord.

In ieder geval: Abraham heeft reeds in zijn dagen gezien op de zoon van de belofte die zou komen. Wat hij er allemaal precies van geweten heeft, dat weet ik eigenlijk niet, maar ik denk meer dan wij vaak denken. Dat geldt trouwens ook voor die andere vaders, Izaak zelf en Jakob. Die deden ook soms dingen... wat heeft hij allemaal geweten? Dat hij een steen neemt, zijn hoofd erop legt, en na die droom die steen overeind zet en zalft. "Ja, goh, die wist niet wat hij deed." Nee, dat is onzin. Hij heeft juist heel veel geweten. Van het feit dat hij zulke dingen deed, gaat toch een sprake uit?

Afijn, hij verheugde zich. Ja, dat kan dan: Jitschak. Nou, en nu komen we... het duurt eventjes, maar goed.

Nog Geen Vijftig Jaar en Toch Abraham Gezien? ↑ hoofdstukken

Dan komen we bij het onderwerp dat ik aangekondigd had. De Joden zeiden tegen Hem: "Nog geen vijftig jaar ben Je, en Je hebt Abraham gezien?" Maar als je de toon tot dusver gewoon gevolgd hebt, dan begrijp je: wacht even, daar ging het nog helemaal niet over. Dit is een verdraaiing van wat Jezus had gezegd.

Jezus had in het voorgaande niet gezegd: "Ik heb Abraham gezien." Nee, Hij had gezegd dat Abraham – tweeduizend jaar geleden, dat is trouwens veertig keer vijftig jaar – Hem gezien heeft. Jezus was het object van Abrahams geloof en verwachting. Abraham heeft Mij gezien. En ze begrijpen het opnieuw niet, voor de zoveelste keer. Nu zeggen ze: "Ja, Je bent nog niet eens vijftig jaar en Jij hebt Abraham gezien, zeker?"

Het is zoiets als: "Joh, je bent nog niet eens zestig en je hebt zeker de oorlog meegemaakt." Dat is dus een kanjer van een misverstand. Het is bijzonder hoe uit zo'n misverstand zo'n gangbaar spreekwoord kan voortkomen. En wij hebben het – en dat bedoelde ik eerder met het dubbele misverstand – zelfs nog gekker gelezen. Wij denken nu soms dat die Joden zouden beweren dat als Jezus nou vijftig jaar geweest zou zijn, Hij Abraham gezien zou hebben. Nou, dat bedoelen ze helemaal niet te zeggen! Ze bedoelen gewoon te zeggen: "Je bent nog niet eens vijftig en Je zou Abraham al hebben gezien?" Dan zou Je tweeduizend jaar oud moeten zijn. En als Je nog niet eens vijftig bent, dan heb Je hem in ieder geval niet gezien. Ziet u dat het een dubbel misverstand is?

Dus om het even samen te vatten: Jezus had helemaal niet gezegd dat Hij Abraham gezien had. Hij had precies het omgekeerde gezegd. Hij had gezegd: "Abraham heeft in zijn dagen Mij gezien en heeft zich verheugd." En ons misverstand is dan vervolgens weer de gedachte dat als je vijftig zou zijn, je Abraham gezien hebt. Dat bedoelde ik dus met: het gaat nergens over.

Maar er is wel een zeer bekend gezegde uit voortgekomen. Kennelijk is dat zo door de loop der jaren gegroeid. Ik weet niet hoe oud het spreekwoord is, maar volgens mij is het zelfs wereldwijd een gebruik om dat zo te zeggen. Dat als je dan vijftig bent, nou, dan heb je Abraham gezien. En dan hebben we er nog eentje: dat als je een dame bent, dan heb je Sara gezien.

Waarmee ik overigens niet wil zeggen – maar dat is een ander verhaal – dat het getal vijftig en vijftig jaar geen Bijbelse betekenis zou hebben. Want ik ben haast geneigd om te zeggen: breek me de bek niet open. Vijftig jaar, dat heeft trouwens alles met jubelen te maken. Ja, het jubeljaar bedoel ik. Daar zit een enorme betekenis achter. Maar dat is hier niet de gedachte.

De gedachte is hier gewoon: de Joden zeiden tegen Hem: "Je bent nog geen vijftig jaar en Je hebt Abraham gezien?" Luister nou eens. Luister nou eens gewoon echt naar wat er gezegd wordt en niet naar wat jullie denken dat er beweerd wordt. Ja, dat fenomeen bestond toen en dat fenomeen bestaat nog steeds, kan ik u vertellen. Maar laten we het daar nu even niet over hebben.

Voordat Abraham Wordt, Ben Ik ↑ hoofdstukken

Vers 58. Nou komt er trouwens nog iets. Ja, dat moet ik toch nog even gezegd hebben? Ik weet niet eens wanneer ik begonnen ben. Nou ja. Oké. Vers 58. Jezus zei tot hen: "Amen, amen." Voorwaar, voorwaar. Eigenlijk staat daar gewoon, u ziet het in de tekst, "amen". Dat is eigenlijk ook het Hebreeuws. Als je gelooft, als je iets voorwaar houdt, dan zeg je amen. Geloven is dus eigenlijk niets anders dan beamen. En als dat woord verdubbeld wordt, dan is dat een bevestiging daarvan. Zoals God ook soms Zijn beloften, die sowieso al vast zijn, extra bevestigt, en dan heet dat een eedzwering. Vandaar ook die dubbele vinger, hè? Een bevestigen van... Eigenlijk is dit ook met de gedachte van een eedzwering, dat verdubbelen van amen, amen.

Ik zeg tot jullie: voordat Abraham wordt, ben Ik. Ja, en nou moet ik even iets toelichten. Voordat Abraham wordt, ben Ik. Ik weet wat de gebruikelijke versie is als u kijkt in uw vertaling. Het zou kunnen zijn dat er tientallen vertalingen zijn die u hier nu bij u zou hebben – dat denk ik niet, maar gesteld dat – dan kom je dit vrijwel nooit tegen. Maar als je teruggaat naar de grondtekst, dan staat het er echt. Meestal wordt dit weergegeven met, dus zo goed als altijd: "Voordat Abraham was, ben Ik." Wat trouwens strikt genomen klopt. Eigenlijk is dat ook een groot thema in het Johannes-evangelie, dat de Heer Jezus wordt voorgesteld, niet alleen maar als die mens, de Zoon van God die door God verwekt is uit de maagd Maria, maar eigenlijk als het vleesgeworden Woord van God. Dat is Johannes. Dat is de hele proloog; het voorwoord begint daar al mee: "In het begin was het Woord, Gods Woord." En dan staat er vervolgens in vers 3: "Alle dingen zijn door het Woord Gods geworden en zonder dat is geen ding geworden wat geworden is." Dat wil zeggen: alles kwam tot stand door Gods spreken. Hij sprak en het was er. Hij gebood en het stond er. Dat is het Woord van God. Alles is door het Woord van God ontstaan.

Nou, toen kwam er een woord, duizenden jaren later, tot Maria en er wordt gezegd: de kracht van de Allerhoogste zal jou overschaduwen en de Geest van de Allerhoogste – hoe staat het er precies? – zal jou overschaduwen, en daarom zal dat wat uit jou voortkomt ook Gods Zoon genaamd worden. Het Woord van God kwam tot haar en in het spreken van Gods Woord tot Maria werd het Woord vlees. Gods Woord, waardoor alles tot ontstaan is gekomen, dat is hetzelfde Woord waar ook ooit de Israëlieten bij leefden, maar ook het Woord dat tot Maria kwam en dat letterlijk vlees werd. Het Woord werd vlees. Dus in die zin heeft de Heer Jezus dus ook een voorbestaan. Hij was het Woord, Hij is het vleesgeworden Woord en dus kan je in die zin ook zeggen: voordat Abraham was, ben Ik. Namelijk, Ik ben dat vleesgeworden Woord van God, dat Woord wat er van den beginne was. Dus het zou kloppen, het zou waar zijn, maar het is niet wat er staat. Iets kan in het algemeen waar zijn, zonder dat het hier op deze plek gezegd wordt.

Nee, de gedachte is niet "voordat Abraham was". Het gaat hier niet over de verleden tijd, het gaat over de tegenwoordigheid: voordat Abraham wordt, ben Ik. En waar gaat het hier over? Het gaat erover dat Abraham zal opstaan. Hij is er nu niet meer, hij is dood, maar Abraham zal weer opstaan uit de doden. Hij zal weer worden. Nou zegt de Heer Jezus: voordat Abraham weer gaat worden, dus voordat Abraham weer opstaat uit de doden, ben Ik er. Ben Ik reeds opgestaan. Sterker nog, het is zelfs zo dat Abraham zal opstaan door de stem van de Zoon van God. Je leest dat even eerder in Johannes 5 vers 28. Dan zegt de Heer Jezus in hetzelfde evangelie: verwondert u hierover niet, want de ure komt dat allen die in de graven zijn – ook Abraham dus – naar Zijn stem, namelijk die van de Zoon van God, zullen horen en ze zullen opstaan. Voordat Abraham wordt, ben Ik er. Sterker nog, hij wordt, hij zal opstaan door Mijn stem, de stem van de opstanding en het leven.

Dus wat de Heer Jezus hiermee zegt, is: Abraham heeft gezien op Mij, omdat Abraham ook wist dat Hij de Zoon van de Belofte is. In Hem gaat God al Zijn beloften, ook die voor mij, realiseren. Het Koninkrijk waar Abraham ook deel van uit zal maken en wat hij zal beleven, wel, dat zal gevestigd worden door God, namelijk door en door Zijn Zoon. Ja, nou, dat heeft de Heer dan uitgelegd en gezegd. Dat werd Hem niet in dank afgenomen. Je kan iets duidelijk maken, je kan iets uitleggen, maar zij pakken dan stenen op om op Hem te werpen. Dat was de tijd trouwens nog niet, dat lees je elders ook. En Jezus echter werd verborgen en kwam uit vanuit de tempel.

Feitelijk is dit ook een heel mooi plaatje, ja toch, ja mooi voor zover je zo'n vers mooi kan noemen, een plaatje van Gods handelen. De Zoon van God kwam tot Zijn volk en ze hebben Hem niet verstaan. Hij kwam, dat is Johannes 1 ook, Hij kwam tot de Zijnen en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Ze hebben stenen geworpen, ze wilden Hem doden. En wat is Zijn positie nu? God heeft Hem verborgen. Hij werd verborgen, zo staat er. Dat is Zijn positie nu. Het volk heeft Hem verworpen en vervolgens is het God die Hem verbergt. Hij kwam vanuit de tempel, waarmee Hij Jeruzalem verlaat, en Hij bevindt Zich nu op een verborgen plaats elders. Dus ook typologisch, dat wil zeggen de diepere laag van wat hier plaatsvindt, is dit ook zo waar.

Maar u begrijpt, en ik wil nu nog even kort samenvatten waar het eigenlijk om gaat. Alles draait om opstanding, om nieuw leven. En duizenden jaren geleden was daar Abraham, de vader van alle gelovigen. Die man die leefde uit geloof of van het Woord van de levende God. Dat kende hij en daarom heeft hij vooruitgezien. En feitelijk is het voor ons – ik bedoel, wij leven nu vierduizend jaar na Abraham – in zo'n boeiende tijd, want wij weten: ja, dit gaat nu allemaal gebeuren. De tijd is nu zo aanstaande. En waar kijken we naar uit? We baseren onze verwachting op wat Hij gesproken heeft. We beamen: Abraham geloofde God. En dan speel je altijd op safe, dat is altijd veilig, dat is altijd betrouwbaar. Kijk, en dan kun je je verheugen, want dan weet je dat de dood niet het laatste woord heeft. Het graf is niet het einde. Integendeel, God gaat alles nieuw maken. Hij gaat de doden doen opstaan en het leven laat Hij triomferen.

🎧 Abraham gezien?
Delen: