Paulus’ optreden in Thessalonika
29-01-2017 - Geplaatst door Andre PietPresentatie van samenkomst gehouden te Zoetermeer op zondag 27 januari 2017
In 1Thessalonika 2 blikt Paulus terug op de weken dat hij in Thessalonika het krachtige woord van God had mogen bekendmaken. Ondanks alle tegenstand, bepaald niet te vergeefs.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- De Historische Context van Paulus' Komst in Thessalonika
- De Opmerkelijke Literaire Structuur van 1 Thessalonicenzen 2
- De Dynamiet van het Gepredikte Woord
- Vrijmoedigheid in Verdrukking: het Goede Bericht van Dé God
- De Openbaarmaking van de Waarheid met Zuivere Motieven
- Zachtaardig Optreden met Onvoorwaardelijke Agape-liefde
- Belangeloze Inzet als Herauten van het Goede Bericht
- Als een Vader: Wandelen op een Wijze Waardig aan de Roepende God
De Historische Context van Paulus' Komst in Thessalonika ↑ hoofdstukken
Ik neem u vanmorgen mee naar 1 Thessalonika 2. Zoals u ziet, heb ik als titel meegegeven: 'Paulus’ optreden in Thessalonika', want daarover gaat het in dit hoofdstuk. U moet zich even voorstellen dat we het hebben over het jaar 50 van onze jaartelling; de eerste eeuw dus, misschien zelfs precies het jaar 50. In Handelingen 16 leest u dat Paulus en zijn medewerker Silas zich in Filippi bevinden. Ik kom daar straks nog even op terug, maar dat is een zeer turbulente tijd geweest. Het wordt allemaal beschreven in het boek Handelingen door Lukas, een medewerker van Paulus.
Vervolgens lees je in het daaropvolgende hoofdstuk, Handelingen 17, dat Paulus in Thessalonika arriveert en daar slechts drie weken verblijft. Dat leest u in de eerste verzen van dat hoofdstuk: drie sabbatten achtereen heeft Paulus daar in de synagoge vanuit de Schriften bewezen dat Jezus de Messias is, de beloofde Christus. Ook dat was een hele turbulente tijd met enorm veel tegenstand. Zo ging het eigenlijk altijd, dat was standaard. Paulus heeft daar een geweldig goed bericht mogen doorgeven — ik kom daar straks uiteraard op terug — en daar ontstond een ecclesia.
Op een gegeven ogenblik moet Paulus maken dat hij wegkomt vanwege de vervolging, want ze proberen hem om te brengen. Hij vlucht via via naar Athene. Daar in Athene, dus vlak nadat hij uit Thessalonika, het huidige Saloniki, vertrokken is, schrijft hij de brief aan de Thessalonicenzen. Het is in diezelfde tijd dat hij ook zijn rede houdt waar Handelingen 17 met name bekend om is: zijn beroemde toespraak op de Areopagus te midden van de Griekse filosofen. Op die marktplaats, de Agora, spreekt hij ook weer over die ene God waarvan zij geen weet hadden: de hun onbekende God.
Om een idee te hebben hoe dat geografisch in elkaar steekt: hier heb je de westkant van het huidige Turkije. Paulus was vanuit Troas overgestoken naar Neapolis. Vervolgens is hij naar Filippi gegaan, dat wordt in Handelingen 16 beschreven. Dan gaat hij via Apollonia naar Thessalonika, een grote stad, ook in onze dagen. Vervolgens gaat hij naar Berea; daar had hij hele goede ervaringen. U moet dat maar eens nalezen in Handelingen 17 vers 11 waarom dat zulke goede ervaringen waren. Dan moet hij dus vluchten en gaat hij naar Athene. In een tijdsbestek van enkele weken en hooguit enkele maanden heeft dit alles zo zijn beslag gekregen.
Ik wil vooraf nog even iets zeggen over het gedeelte dat we straks vers voor vers, niet al te uitgebreid, gaan behandelen. Ik wil een aantal dingen graag even aanstippen om te laten zien hoe Paulus optrad, zoals de titel ook al aangaf, daar in Thessalonika. Wat hij daar gebracht heeft, maar ook hoe hij dat gebracht heeft. We zullen zien dat wat hij te melden had volkomen parallel liep en in overeenstemming was met de inhoud van zijn boodschap.
De Opmerkelijke Literaire Structuur van 1 Thessalonicenzen 2 ↑ hoofdstukken
Eerst even iets over die structuur, want dat is altijd heel opmerkelijk zoals dat in de Schrift opgetekend is. Als je dat zo leest, dan valt dat misschien niet zo direct op; nee, dat weet ik haast wel zeker. Maar op het moment dat je de loep erop legt en gaat kijken hoe het opgebouwd is, dan zie je dat die eerste twaalf verzen in twee delen uiteenvallen: van één tot en met zeven en van acht tot en met twaalf. En die beide delen lopen helemaal parallel.
Vers 1 en 2 spreken over het evangelie dat Paulus met zijn medewerkers heeft meegedeeld, en vers 8 gaat daar ook over. Vervolgens krijg je in vers 4 de aanmoediging, waarbij hij zegt dat het niet uit dwaling is gebeurd. Over de details komen we straks te spreken, maar parallel daarmee loopt vers 9, dat spreekt over de arbeid om niet te belasten. Dit loopt parallel met elkaar. Vervolgens spreekt hij in vers 4 over de boodschap en in vers 9 ook weer. En dan spreekt hij in vers 4 tot en met 6 over: 'God is getuige'. Dat herhaalt hij in vers 10 en licht hij dan ook allemaal toe.
In vers 7 vergelijkt Paulus zijn optreden met een moeder, en aan het einde van het hele gedeelte, dus in vers 11 en 12, vergelijkt Paulus zijn optreden met een vader. U ziet dat dat allemaal — ik heb het even met de kleuren en met het inspringen van de tekst duidelijk gemaakt — een heel duidelijke overeenkomende structuur en een duidelijke opbouw laat zien.
Nou, waarvan akte? En dan nu even naar het gedeelte zelf. De tekst die u hier ziet — en inmiddels bent u dat wel een beetje van mij gewend, dacht ik zo — is een vrij letterlijke vertaling die maximaal correspondeert met de interlineair, een woord-voor-woordweergave. Afijn, u leest het maar mee met uw Statenvertaling, NBG-vertaling, Telos-vertaling of weet ik veel welke vertaling u ook hebt, maar dan kunt u zien hoe Paulus dan zijn betoog vervolgt.
De Dynamiet van het Gepredikte Woord ↑ hoofdstukken
Want er gaat dus een hoofdstuk aan vooraf. Wanneer hij dan 'want' zegt, betekent dat al dat hij hiermee motiveert wat hij in het voorgaande heeft gezegd. Hij zegt: "Jullie hebben zelf de entree van ons naar jullie toe waargenomen, dat die niet ijdel was." Niet tevergeefs, niet voor niks, niet leeg. Paulus had daar in het voorgaande hoofdstuk over gesproken en zij hebben het zelf met eigen ogen en eigen oren kunnen bevestigen. Dat is wat hij zegt. Die geweldige entree, al was het maar voor een korte tijd, was – om het woord van mijn broer Dirk zojuist ook nog eens te gebruiken – dynamiet. Wat een power!
Want – het onderwerp van het voorgaande hoofdstuk, want daar bouwt het dus op voort – Paulus had naar voren gebracht, dat is hoofdstuk 1, zijn dankbaarheid over de Thessalonikers. Ik zeg het eigenlijk niet helemaal juist: hij dankt zijn God. Hij is dus in Athene en nu blikt hij terug op dat wat er plaatsgevonden heeft daar in Thessalonica. Hij is zo dankbaar over hun geloof, daar spreekt hij over. Over hun verwachting, over de liefde die ze hadden leren kennen, maar daardoor ook gingen beleven onderling. De power van het gepredikte woord, dat was ongekend. Ongekend.
Dat bleek ook uit de grote blijdschap die de Thessalonikers beleefden met elkaar, en Paulus ook. En juist in contrast wordt dat helder, dat dat inderdaad krachtig is, want er was namelijk zoveel tegenwerking. Als er geen tegenwerking is, dan kun je dat nooit eigenlijk zo beleven. Dan denk je: ja natuurlijk, ze zijn allemaal blij omdat het allemaal heerlijke, voordelige omstandigheden zijn. Nee, dat was juist niet het geval. Er was zo enorm veel tegenstand, zoveel vijandschap, vervolging en verdrukking. En te midden van die zware verdrukking, waar Paulus dan ook over spreekt, hadden zij zo'n enorme vreugde beleefd. Dat komt niet van mensen. Dat zat hem allemaal in dat geweldige woord wat hij preekte.
Paulus was ook dankbaar – en daaruit blijkt weer die power van dat gepredikte woord – want ze waren een voorbeeld geworden voor die hele regio. Hij spreekt over Macedonië en Achaïe. Heb ik dat kaartje nou nog? Dat wordt wel heel erg terugbladeren... Ze waren een voorbeeld geworden, lees je in hoofdstuk 1, in Macedonië en in Achaïe. Dus eigenlijk in heel Griekenland was het verhaal rondgegaan van wat er plaatsgevonden had in de afgelopen weken daar in Thessalonica. Iedereen had het erover. Allerwege werd van hun geloof gesproken.
Let op, er wordt niet gezegd dat zij allerwege van hun geloof spraken. Ongetwijfeld hebben ze er niet over kunnen zwijgen, maar dat is niet wat er staat. Allerwege werd van hun geloof gesproken. Dat kwam zo evident van God. Later kom ik er straks nog even op terug. Hoezo? Wel, hoe zij zich van de afgoden gekeerd hadden om de levende en waarachtige God te dienen. Dat is dan het einde van hoofdstuk 1. Dat is een positieve wending, hè? Het is niet zo dat zij zich alleen hebben afgekeerd van de afgoden; nee, ze hebben zich gekeerd tot de levende, waarachtige God, de God die Paulus predikte. Daarmee keerden ze zich af – dat is eigen aan het eerste – van de afgoden die dus geen goden waren. Als je weet dat het inderdaad afgoden zijn, dan doe je dat.
U moet zich realiseren dat die hele cultuur, die Griekse cultuur – dat zie je dus ook in Athene – vergeven was van godheden. Men was religieus tot op het bot, maar de God kende men niet. Men had zich afgekeerd van al die goden en zich gekeerd tot de levende, waarachtige God om Die te dienen en Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, die hen zal bergen voor de komende toorn. En daar eindigt hoofdstuk 1 dan mee.
In ieder geval, dat was wat er plaatsgevonden had: de boodschap die geklonken had daar in Thessalonica en die zo krachtig had ingewerkt. Men had de boodschap ontvangen en daar ging spirit en power van uit. Dynamite, als ik dan nog een Engels woord mag gebruiken. Dat was het. Dat was de boodschap die hij bracht en zij hadden het zelf aangenomen. Dus waar Paulus zo dankbaar over was, dat konden zij zelf gewoon zintuiglijk bevestigen. Ik zei al dat we soms wat sneller door de tekst gaan, maar in vers 2 zegt hij:
Vrijmoedigheid in Verdrukking: het Goede Bericht van Dé God ↑ hoofdstukken
Terwijl wij tevoren leden en beledigd werden. Smaat ontvingen. In die onderste regel zie je de wijze waarop de NBG '51 dat weergeeft: "tevoren lijdende". Zij geven dat weer met de mishandeling die wij tevoren ondergaan hadden. Dat klopt trouwens, want kijk het maar na in Handelingen 16. Want Paulus was daar, dat is ook een beroemde geschiedenis. Ik weet niet hoe vertrouwd u bent met de Bijbelse dingen, maar u kunt in Handelingen 16 lezen dat hij uiteindelijk in de gevangenis geworpen werd, inderdaad vanwege belediging en smaat. Volstrekt onterecht, maar goed, dat is smaat. Ze kwamen in de gevangenis terecht, in de binnenste kerker, en daar was het koud. Bovendien waren ze eerst nog gegeseld. En dan lees je dat de hele gevangenis toeluisterde. Midden in de nacht zongen Paulus en Silas de lof Gods. Totaal niet uit het veld geslagen. En ja, wat is dat? Waren dat gezellige mannetjesputters? Nee, dat is het niet. Dat is allemaal de God die ze kenden en het woord dat ze hadden leren kennen. Dat was de uitwerking.
Ze hadden lijden ondervonden en ze waren beledigd daar in Filippi. Het wordt allemaal zo mooi in die brieven; het correspondeert precies met de geschiedschrijving die we van Lucas hebben in het boek Handelingen. Hij zegt: "Jullie hebben dat vernomen. Terwijl wij dus leden, waren wij vrijmoedig in de God van ons." Paulus hield niks achter. Hij kende de God. Met opzet zeg ik – het klinkt misschien niet zo mooi Nederlands, maar het maakt me niks uit – het is iedere keer "dé God". Het gaat namelijk bij hem over die Ene: dé God. Hij zegt dat wij daarin vrijmoedig zijn. Vrijmoedig wil zeggen dat je niet tamelijk moedig bent. Nee, vrijmoedig betekent dat je vrij bent, de moed hebt om vrij te zijn en je niks aan te trekken van wat men zegt.
Paulus licht dat vervolgens toe: "Maar we waren vrijmoedig in de God van ons." Waarom? Om tot jullie het goede bericht van de God te spreken, het evangelie Gods. Ik heb een prachtig boek in de kast staan dat ook zo heet. U zegt: "Ik heb ook een boek in de kast staan, dat is allemaal evangelie Gods." Nee, maar dit boek is van een zekere Duitse Strueter, dat kan ik u erg aanbevelen: "Het Evangelie Gods". Geweldig. En dat is wat Paulus toen verteld heeft: het goede bericht van de God. Het is mooi, want deze uitdrukking "het evangelie Gods" gebruikt hij drie keer in dit vers dus. In vers 8 en 9 komen we het dus nog twee keer tegen.
Ik vind het zo mooi dat hij dit zo gebruikt, omdat hij deze brief schreef vanuit Athene. Wij weten heel goed wat hem in Athene zo beziggehouden heeft en wat hij in Athene gedaan heeft. Op een gegeven ogenblik wordt hij uitgenodigd om te vertellen wat hij te melden heeft, en dat doet hij dan. En wat wil hij? Hij gaat spreken over de God die hemel en aarde gemaakt heeft en die niet in gebouwen van mensenhanden woont. Nee, de God die alles overtreft, die ook alles beschikt, die aan allen leven, adem en alles geeft. Die niets nodig heeft; nee, Hij geeft. En die een geweldig plan heeft met de hele schepping. Kijk, dat is het goede bericht van de God.
Ik hecht eraan: dé God. Vergis u niet, dat is degene die alles beschikt of, eigenlijk in het Grieks, degene die alles plaatst. Alles een plek geeft. Nooit gebeurt er iets voor niks. Dat is op zich toch een goed bericht? Als je vertelt wat de God is, of beter nog, wie de God is, dan ken je een goed bericht. Natuurlijk heeft dat vele voetnoten. Hoe dan wel? En wat gaat Hij dan wel doen? En door wie? Nou, allemaal door Zijn Zoon en die enorme hoop. Paulus heeft zoveel te melden, maar dit is de basis: het goede bericht van de God. Daar begint hij mee. Daar moest hij trouwens ook mee beginnen in Thessalonika, net zoals in Athene. Waarom? Men kende de God niet.
Hij heeft daar in Athene ook een heel mooi opstapje, want dan ziet hij op een gegeven ogenblik, terwijl de stad vergeven is van tempels en religieuze symbolen, een lege sokkel staan. Hij zag allemaal beelden op een voetstuk staan, en op een gegeven ogenblik ziet hij een voetstuk alleen. Alleen een voetstuk, een sokkel. De NBG-vertaling zegt dan "een altaar", maar dat staat er niet; het is gewoon een voetstuk. Hij zag daar een lege sokkel en daaronder dus de inscriptie: "Aan de onbekende god". Men had zoveel goden, zoveel godheden, maar om het zekere voor het onzekere te houden – mochten we een god vergeten zijn die we niet kennen – dan is deze lege sokkel daaraan gewijd.
Nou, zegt Paulus: "Die God die jullie niet kennen, die predik ik jullie." Een geweldige vondst. Die God predik ik jullie, die kennen jullie niet. Dé God is in de heidewereld tot op de dag van vandaag onbekend. Men kent wel een god, maar niet dé God die alles beschikt en die alles – want dat is de consequentie – ook tot een goed einde gaat brengen. Waarom? Hij is dé God. Er is niemand en niets dat Hem van dat voornemen kan weerhouden. Dat is geweldig als je dé God kent.
Nou, dat heeft Paulus verteld. Vrijmoedig. Vrijmoedig en in veel strijd. Juist die strijd betekent dat hij in die context de moed bewees die hij aan de dag legde. Als niemand je tegenspreekt en als niemand het je moeilijk maakt, dan is het niet zo moeilijk om gewoon te vertellen wat je te melden hebt. Maar juist wanneer ze je erop aanvallen, dan komt het erop aan. Paulus heeft dat verteld: vrijmoedig, het goede bericht van de God in veel strijd.
De Openbaarmaking van de Waarheid met Zuivere Motieven ↑ hoofdstukken
"Want", zegt hij, "de aanmoediging van ons" — want wat hij sprak was uiteraard een aanmoediging, een goed bericht — "die komt niet vanuit dwaling." Heel mooi. In 2 Korinthe 4 zegt hij — laat ik het gewoon maar citeren, dan weet u meteen waar hij het over heeft, want daar legt Paulus eigenlijk zichzelf uit: "Wij frauderen het woord van God niet." Frauderen wil letterlijk zeggen: valse elementen toevoegen aan iets. Wij zeggen dan: "water bij de wijn doen". Je voegt een waardeloos element toe waardoor je feitelijk de boel zit te belazeren, of echt "te flessen" in dit geval. Hij zegt: "Wij frauderen het woord van God niet, maar in de openbaarmaking van de waarheid bevelen we onszelf aan naar elk geweten van mensen toe."
Hij brengt de waarheid aan het licht. Opmerkelijk hè? Als Paulus in Thessalonika is, wat doet hij dan die sabbatten dat hij in de synagoge optreedt? Hij opende de Schriften en heeft gewoon dingen laten zien vanuit de Schrift. Zijn boodschap heeft hij onder bewijs gesteld; dat wil zeggen dat hij de waarheid aan het licht bracht. Gewoon de bonnetjes op tafel, zodat iedereen die het wilde controleren, inderdaad kon vaststellen of het klopte wat die man zei. Want in hun ogen kenden ze die hele Paulus niet. Zijn optreden was zwak; hij was kennelijk geen groot spreker en betekende in fysieke zin helemaal niet zoveel. Dat zegt hij ook in de Korinthebrief, daar is hij volstrekt helder en eerlijk in. Hij zei: "Het maakt niet uit wat ik vertel, het gaat om één ding en dat is de waarheid." Ik vertel een geweldig goed bericht, maar een bericht moet natuurlijk eerst waar zijn, anders is het waardeloos, toch? Daarom brengt hij de waarheid aan het licht en stelt hij het onder bewijs. Hij legt het bewijs zo op tafel dat iedereen het kan controleren. Dat vind ik mooi. Hij zegt: "We frauderen niet. We maken de waarheid openbaar." Dat betekent dat iedereen het mag controleren. Het is niet zo van: "Ik zeg dit en je moet het op mijn gezag aannemen." Nee, hij bewees het en maakte het openbaar. Zo zijn wij een aanbeveling voor elk menselijk geweten. Iedereen die eerlijk is, kan het checken.
Hij zegt dus: "De aanmoediging van ons komt niet vanuit dwaling, noch vanuit onzuiverheid of onreinheid." Dat wil zeggen: niet vanuit een onzuiver motief. In het volgende vers gaat hij toelichten wat hij daarmee bedoelt: "Noch in bedrog." Maar, zegt hij: "Zoals wij van God getest zijn" — of getoetst. In de NBG-vertaling staat "waardig gekeurd", en dat is inderdaad de gedachte: je bent getest. Hij gebruikt het woord hier twee keer in een andere werkwoordsvorm, maar het is telkens testen of toetsen. We zijn in alle opzichten van God getest. Paulus was niet zomaar uitgekozen; hij was al vanaf de moederschoot afgezonderd. Hij moest eerst de grootste vijand zijn voordat hij geroepen werd. Hij was in alle opzichten getest, ook in de wijze waarop hij nu de boodschap bracht. Ik vertelde er zojuist al iets over: hij bracht de waarheid aan het licht. Hij zegt: "Zoals wij van God getest zijn om toevertrouwd te worden met het goede bericht." Paulus was een afgevaardigde van Christus en hij was beproefd, getoetst, getest en door God waardig gekeurd om dat te vertellen. Niet alleen de inhoud was van God, maar ook de wijze waarop hij het aan het licht bracht, kon de toets van de kritiek volkomen doorstaan — ook van Gods wege. God had hem daarin getest. "En niet als mensenbehagende, maar God, die de harten van ons testende is" — nog steeds.
Er is er één die de harten van iedereen kent. Dat lees je al in het boek Spreuken: God toetst de harten van de mensenkinderen. Niemand weet zo goed wie wij zijn als Hij. Ik las gisteren nog een artikel — even helemaal tussendoor — over hoe bedrieglijk zelfkennis is. We denken vaak dat niemand onszelf beter kan kennen dan wijzelf. In dat artikel werd die hele aanname compleet gefileerd; er bleef niets van over. Het is niet waar. Wij kennen onszelf helemaal niet. U zegt misschien: "Maar anderen ook niet." Nee, dat is waar. Er is er maar één die ons kent, en dat is degene die ons gemaakt en geformeerd heeft: onze Schepper, de Creator. Hij kent ons. Afijn, hij zegt dat Paulus er ook niet op uit was om mensen te behagen. Als het erom gaat de waarheid te vertellen, dan telt populariteit natuurlijk niet. Of mensen het nu leuk vinden of niet: dit is de boodschap. Het gaat om de waarheid. Dat is misschien heel moeilijk voor ons westerlingen, want wij denken toch altijd democratisch: we kijken naar de kijkcijfers en of de meerderheid er ook voor is. Maar de waarheid, beste mensen, is niet democratisch. Het heeft er niets mee te maken wat men zegt. Paulus is er nooit op uit geweest om mensen te behagen. Hij zei: "Maar God..." En God is de waarachtige God, en bij Hem gaat het inderdaad om de waarheid.
"Want nooit traden wij op", zegt vers 5, "in woord van vleierij." Dus niet om mensen naar de mond te praten of "stroop om de mond te smeren", zoals we dat in het Nederlands noemen. Niet om mensen in te palmen. Daar ging het niet om. Hij zegt: "En dat hebben jullie zelf waargenomen. Noch in voorwendsel van hebzucht." Zo staat het er letterlijk: een hebzuchtig voorwendsel. Dat wil zeggen dat we er eigenlijk op uit zouden zijn om onszelf te verrijken of er zelf beter van te worden onder valse voorwendselen. En ook hier zegt hij waar ik al eerder op wees: "God is getuige." God weet het, maar jullie hebben het zelf ook waargenomen. Jullie kunnen bevestigen wat ik daarover zeg. "Ook geen eer zoekende vanuit mensen" — dat is een variant daarop. Dus niet alleen om anderen te behagen, maar we waren er ook niet op uit om eer voor onszelf te zoeken. Dat heeft allemaal met hetzelfde te maken: om de boodschap feitelijk niet te frauderen. Niets staat de waarheid zo in de weg als juist zulke frauduleuze elementen als vleierij, populariteit, kijkcijfers of democratische gedachten over de meerderheid. Maar ook het motief van wat mensen van hem zouden zeggen, telde niet. "Geen eerzoekende vanuit mensen, noch van jullie, noch van anderen," zegt Paulus.
Vanuit de menselijke psychologie zijn dat natuurlijk allemaal heel logische motieven. Waarom doen mensen dingen? Waarom ondernemen ze zaken? Meestal om er beter van te worden of om eer te verzamelen. Het hangt er maar net vanaf in welke branche je terechtkomt of waar je voor kiest, er kunnen allerlei motieven zijn. Maar al die motieven hadden niets te maken met het feit dat Paulus, waar hij ook kwam — en hij heeft wat afgereisd in zijn dagen — altijd en overal het goede bericht naar de waarheid vertelde. Het goede bericht van de God, niet om menselijke eer. Hij zegt: "Hoewel we in staat waren in gewicht te zijn." Dat is een wat vreemde weergave, maar zo staat het er letterlijk: om "in zwaarte" te zijn. In de NBG-vertaling staat: "Hoewel we ons hadden kunnen laten gelden." We hadden ons gewichtig kunnen opstellen; zo zeggen we dat in het Nederlands ook. Ik had me gewichtig kunnen opstellen als afgevaardigde van Christus. Hij was tenslotte niet de eerste de beste.
Hij was door Christus zelf geroepen en afgevaardigd. In de NBG-vertaling staat dan gewoon: "omdat we apostelen zijn", maar apostel wil zeggen dat je rechtstreeks afgevaardigd bent door Christus. Hoewel we in staat waren in gewicht te zijn als afgevaardigden van Christus; dat was hij.
Dat was "wij". U vraagt zich misschien af wie nog meer? Nou, in ieder geval die Silas. Van Silas weten we dat hij al hoorde bij de eerste ecclesia. Hij hoorde niet bij de twaalf, maar wel bij de andere apostelen. Hij was een van die vijfhonderd broeders aan wie Christus na zijn opstanding is verschenen als ooggetuige. En als zodanig was Silas ook een afgevaardigde, een apostel. Dat hoeft dus helemaal niet te betekenen dat hij bij de twaalf hoorde.
Per slot van rekening: Paulus hoorde ook niet bij de twaalf. Paulus was die dertiende, die op een veel later tijdstip geroepen was, maar in ieder geval geroepen en ook afgevaardigd door Christus. Een afgevaardigde van Christus; dat gewicht had hij, maar dat heeft hij nooit – hoe zeg je dat? – dat heeft hij nooit laten gelden. Zo is zijn optreden niet geweest.
Zachtaardig Optreden met Onvoorwaardelijke Agape-liefde ↑ hoofdstukken
Maar, hij zegt: wij waren geworden zachtaardig te midden van jullie. En dan vergelijkt hij dat met zoals een voedster de kinderen van haarzelf zou koesteren. Dus het gaat hier echt over een moeder. Hij gebruikt hier niet het woord moeder, maar de gedachte is hetzelfde: de kinderen van haarzelf. Hoe doet een moeder dat? Een moeder koestert haar kinderen. We zullen trouwens straks ook zien dat dat te maken heeft met onvoorwaardelijke liefde.
Hij zegt: en zo ben ik geweest als een moeder. Mooi hè, zoals Paulus dat vergelijkt? Hij is daar maar zo kort geweest, maar dat woord wat hij gepredikt heeft, dat is feitelijk ook – en het sluit een beetje aan bij wat Dirk ook verteld heeft – dat woord is feitelijk ook zaad. Zo wordt het heel vaak genoemd: het zaad van de wedergeboorte. Het heeft namelijk de kracht, de potentie – ook een mooi woord in dit verband – om nieuw leven voort te brengen. En dat is toch precies wat zaad is?
Wel, vervolgens heeft hij voor dat wat voortgebracht is, wat voortgeplant is, als een moeder opgetreden daar in Thessalonika. Hij heeft hen gevoed en hij heeft hen gekoesterd, als de kinderen van haarzelf. "Zo zeer gehecht zijnde aan jullie, hebben wij een welbehagen mee te geven aan jullie, niet alleen het goede bericht van de God" – heb je het weer, voor de tweede keer: het goede bericht van de God – "maar ook de zielen van onszelf." Dat wil zeggen: Paulus heeft niet alleen maar iets verteld en iets doorgegeven, maar hij had nog meer mee te delen. Hoe zeg je dat? Hij deed dat met zijn hele ziel en zaligheid. Paul helemaal. Hij was zozeer aan hen gehecht, als een moeder aan een kind. "Maar ook de zielen van onszelf, daarom dat jullie geliefden van ons waren geworden."
Dat vind ik mooi, want dat is precies wat dit woord 'geliefden' inhoudt. Dat is afgeleid van het Griekse woordje agapé, en dat is precies wat een moeder heeft. Een moeder – of vader, maar hier wordt gesproken over de moeder – houdt onvoorwaardelijk van een kind. Onvoorwaardelijke liefde, echte agapé, is niet zo bekend. Heel veel wat wij liefde noemen, dat is geen liefde. Daar zit vaak nog heel veel eigenbelang bij. Je hebt bijvoorbeeld liefde voor een vriend, maar dat is ook omdat de eigenschappen van die ander jou zo aanspreken en daarom ben je die ander genegen. Ik bedoel dat niet minderwaardig, maar daar zit ook altijd het element in dat de eigenschappen van die ander jou aanspreken. Om maar te zwijgen van de fysieke, seksuele liefde. Dat heet ook liefde, 'make love', maar daar zit natuurlijk helemaal het sterke element in van de eigen bevrediging.
Maar agapé, dat is liefde die onvoorwaardelijk is. Die heeft niets te maken met de eigenschappen van de ander. Zoals een moeder houdt van haar kind: onvoorwaardelijk. Wat er ook aan de hand is met die baby of met dat kind, en al wordt het bij wijze van spreken een moordenaar – om het even heel extreem te zeggen – het blijft je kind en daarom houd je ervan.
Ik had het net over een aardbeving – oh nee, dat had ik trouwens nog niet verteld. Paulus had inderdaad een aardbeving daar in Filippi meegemaakt en zo kwam hij toch nog weer vrij. Maar goed, wij gaan gewoon rustig verder. Maar dat is het dus: die liefde, zulke liefde hebben die Thessalonikers ook van Paulus ondervonden.
Belangeloze Inzet als Herauten van het Goede Bericht ↑ hoofdstukken
Want broeders, jullie herinneren je? Het was allemaal kersvers in hun geheugen. Dat was maar een paar weken daarvoor; ik weet niet precies hoeveel, maar veel meer zal dat niet geweest zijn. Want broeders, jullie herinneren je de moeite van ons en de inspanning, ook nacht en dag werkende. Hij spreekt er ook elders over dat hij maar weinig rust had vanwege de enorme inspanning en alle moeite. De moeite kwam niet alleen van de tegenwerking, maar ook omdat hij als opzet had – en dat was Paulus' werkwijze per definitie altijd – om niemand te belasten. Daarom heeft hij ook altijd gezorgd voor zijn eigen levensonderhoud. Dat wil zeggen: hij vroeg nooit om ondersteuning. We weten trouwens dat hij vanuit Filippi wel ondersteuning kreeg, dat is waar, waardoor hij soms ook vrijgesteld werd om zich helemaal te wijden aan het woord, maar hij heeft daar nooit om gevraagd. Hij legt hier uit: "om niemand van jullie te belasten". Voor zijn inspanning vroeg hij niets, wat ook weer bevestigt wat hij eerder zei: dat hij niet uit was op geldelijk gewin. Zulke motieven speelden totaal niet.
Wij herauten onder jullie, of wij proclameren. In het Grieks staat hier het woordje kerusso en dat betekent inderdaad herauten, proclameren. Het is gewoon wat iemand doet die een bericht bekendmaakt. Tegenwoordig hebben we daar andere media voor, maar in die tijd werd bijvoorbeeld in de stad omgeroepen dat er een belangrijke beslissing was genomen door de regering of dat de koning een bezoek kwam brengen. Dat wordt dan omgeroepen door een heraut, en dat is het woord dat Paulus gebruikt. Dat is niet zomaar prediken; wij denken bij prediken vaak aan iemand die op een preekstoel staat. De NBG-vertaling zegt het inderdaad ook meestal, maar dat kan de associatie oproepen van iemand op een kansel. Nee, het is iemand die herout, die gewoon iets bekendmaakt. Iets wat niet bekend is, wordt vervolgens als nieuws gemeld. Dat is wat hij doet.
Het Evangelie is niet iets wat iets vraagt van de mens en het zegt ook niet wat een ander moet doen. Kijk, dat is religie. Het valt mij zo dikwijls op – en laten we het even dicht bij huis houden, in de gewone christelijke wereld in het algemeen – dat het er altijd weer om gaat dat je verteld wordt wat je moet doen en wat je moet laten. Maar dat is niet wat het Evangelie is. Het Evangelie is een bericht, een goed bericht over wat gebeurd is, wat de feiten zijn en wat zal gebeuren. En ik zal u vertellen: die boodschap, die feiten, dat bericht is zo goed dat het de mens niet koud laat. Dat is de prediking van de liefde Gods, en het koudste hart wordt daardoor in beweging gezet. De liefde Gods wordt in ons hart uitgestort door het bekendmaken van dat geweldige goede bericht. God houdt van deze wereld, onvoorwaardelijk, zoals een moeder van haar kinderen houdt. Onvoorwaardelijk, wie u ook bent. Het werk van Zijn handen is geliefd. Dat kon Paulus overal vertellen waar hij ook kwam. Dat kenden ze daar niet, en vandaag kennen ze het nog steeds vaak niet. God is nog steeds de Onbekende, zoals ooit in Athene. God houdt van Zijn schepping, van elk creatuur, en Hij laat dat niet varen. Dat is een mededeling. Dat het een impact heeft, dat het inwerkt en dat het verandert, is allemaal tot uw dienst, maar dit is het bericht. Paulus zegt: "Dat is wat wij doen; wij herouten onder jullie het goede bericht van de God." Het is in dit hoofdstuk alleen al de derde keer dat hij deze uitdrukking bezigt: het Evangelie van God, het goede bericht van de God.
Jullie zijn getuigen en de God. Niet alleen God is getuige; hij zegt dat jullie het ook kunnen getuigen. Het is een hele juridische term: jullie zouden in de rechtbank kunnen staan om hier inderdaad getuigenis van af te leggen. Jullie hebben het zelf gezien, zelf gehoord, zelf vernomen. Jullie kunnen ervan getuigen hoe op een rechtschapen, rechtvaardige en onberispelijke wijze wij voor jullie die geloven waren geworden. Dat zeg je natuurlijk alleen aan de kring van insiders, maar Paulus wilt daarmee ook gewoon aangeven dat het onbelangeloos en volstrekt om de waarheid van die boodschap ging. Het goede bericht van de God. Rechtschapen wil zeggen: eerlijk. Rechtvaardig is in de Bijbel eigenlijk synoniem voor gelovig; God rekent geloof tot rechtvaardigheid en daarmee is geloof, of iets wat je gelooft, betrouwbaar. Je zegt immers: dat woord is betrouwbaar. Rechtvaardig wil dus ook zeggen dat het betrouwbaar is. Dus eerlijk, rechtvaardig en onberispelijk; er was niets op aan te merken. Het is precies wat het claimt te zijn, namelijk de waarheid die ook inderdaad tegen een stootje kan.
En die waarheid kan tegen een stootje. Het kreeg heel veel stootjes; er werd tegenaan geschopt, letterlijk. Er werd tegen Paulus, de boodschapper, geschopt. Men zegt wel: don't shoot the messenger. Ik ben alleen maar degene die doorgeeft; ik vertel niet mijn eigen verhaal, maar geef door wat ik zelf gezien en gehoord heb. Ik weet dat het de waarheid is. Als het mensen niet aanstaat omdat bijvoorbeeld hun hele traditie omvergeworpen wordt, of welk bezwaar dan ook – religieus, politiek, maatschappelijk of filosofisch – dan zijn er bezwaren genoeg. Er werd tegenaan geschopt, maar het kon tegen een stootje. Dat is het kenmerk van de waarheid: iets wat stevig en solide is, dat blijft gewoon staan. Daarom moet je blij zijn als er tegenaan geschopt wordt, want dan bewijst het dat het solide is. Je weet alleen of iets solide is als je er tegenaan schopt. Niet zo lang geleden had ik daar een gesprek over met ouders die klaagden over hun puberende kinderen die tegen alles schopten. Je kunt het ook van de positieve zijde bekijken; ik weet niet of ik dat nu al moet vertellen, want dat was een heel ander verhaal, maar ik kwam er zo op, voor wat het waard is.
Op een rechtschapen, rechtvaardige en onberispelijke wijze waren wij voor jullie die geloven geworden. "Jullie die nu geloven" staat in de tegenwoordige tijd. Dat gaat niet om een tegenstelling tot degenen die niet geloven, maar het gaat om de tegenstelling tot jullie die eertijds, kort tevoren, dit nog niet kenden en dus ook niet konden geloven. Voor jullie die geloven, wel, dat waren wij voor jullie geworden.
Als een Vader: Wandelen op een Wijze Waardig aan de Roepende God ↑ hoofdstukken
Evenals jullie hebben waargenomen hoe wij voor elk van jullie waren. "Ieder hoofd voor hoofd" staat er in de letterlijke vertalingen; ieder van jullie, als een vader zijn eigen kinderen. Hier wordt het beeld van de ouders gecompleteerd. Eerst de moeder en later de vader. Dat zie je ook heel vaak: het begint met de moeder die de hoofdrol speelt bij de kinderen en later is het de vader die vaak een wat grotere rol gaat spelen.
Hier wordt gesproken over aanmoedigen en vertroosten. In de gangbare vertalingen staat vaak "vermanend", maar eigenlijk betekent dit woord, parakaleo, letterlijk "naast roepen". Het woord dat daar het dichtst bij komt is inderdaad aanmoedigen, als een supporter. Natuurlijk kunnen supporters ook fluiten, dus ook dat is "naast roepen". Dat is duidelijk en dat moet je trouwens ook wel eens doen als vader. Maar u begrijpt wat het is: het is aanmoedigen. Dat is het altijd, altijd die positieve insteek en vertroosting. Welnu, zo was Paulus daar geweest in Thessalonika.
Vervolgens vertelde Paulus dat zij getuigenis gaven. Ze hadden gehoord en hij vroeg zich af: ja, wat staat een mens dan te doen? Wat moet je ermee? Wat zou je met een goed bericht moeten doen? Dat was niet zo moeilijk, want in Thessalonika, net als in Korinthe en overal, vraagt zo'n bericht erom om doorgegeven te worden. Daar is het een bericht voor. Wat dan van belang is voor de messenger, voor degene die het doorgeeft, is dat je leven daarmee in overeenstemming is, zodat jouw leven geen obstakel wordt voor het horen van dat wat je te melden hebt. Dat is natuurlijk elementair.
Dit is trouwens een mooi woord: te wandelen op een wijze waardig aan de God. "Waardig", dat woordje betekent letterlijk dat er "waarde" in zit; het is in overeenstemming met de waarde van, en daarmee ook waarderend. Waarderend de God. Dat is het geweldige, en dat is trouwens ook weer een goed bericht: dan krijgt je leven namelijk ineens waarde. Heb je daar wel eens over nagedacht? Niet om zelf waardig te worden, nee, het gaat erom dat je léven waarde krijgt als je de God kent, zodat die wandel gevuld wordt met rijkdom. Dan heb je trouwens ook een heleboel mee te delen. Dat is het mooie van rijkdom: daar kun je wat van kwijt. Maar ook dat je leven daarmee zin en inhoud — oftewel waarde — krijgt. Dat is te wandelen op een waardige wijze aan de God die jullie roept tot in het koninkrijk en de heerlijkheid van Hemzelf.
Nu zijn we eigenlijk weer terug bij af. Er wordt gesproken over de waarde van God, waardoor onze wandel inderdaad betekenis krijgt en we die waarde ook mogen etaleren en doorgeven. En die God, de God, roept jullie. Hij is jullie aan het roepen; Hij is daarmee bezig. In feite is het doorgeven van dat goede bericht op zich al een roep. Want een bericht vraagt erom om geloofd te worden als het waar is, toch? Je vertelt een bericht zodat mensen het weten en daarmee hun voordeel kunnen doen. Maar dat kun je alleen als je het bericht gelooft. Als je vervolgens zegt: "Nee, dat is niet waar" of je komt met een alternatieve waarheid, dan heb je het geparkeerd en terzijde gesteld. Dan geloof je het dus niet. Het bericht blijft dan wel waar, maar in jouw leven heeft het geen enkele betekenis.
Maar die God roept. En Hij roept tot in het koninkrijk en de heerlijkheid van Zichzelf. Vergis je niet, God gaat een koninkrijk openbaren. Eerder hebben we nagedacht over de oogst die gaat komen en over de aionen, de wereldtijdperken die God in Zijn planning heeft, waarin de Christus zal heersen. Hij gaat letterlijk Zijn koninkrijk hier op aarde, in de hele kosmos vestigen. Maar dat is ook hiërarchisch. Dat wil zeggen: daar is God die Zijn koning, de Christus, gesteld heeft. Maar Christus is in feite een gezelschap. Dat is niet alleen maar het hoofd. André Piet is ook niet alleen maar dit stukje wat je hier ziet — nou ja, een stukje — maar dat ben je helemaal: hoofd en lichaam. Dat is een van de waarheden die Paulus ook vertelt: de Christus, dat is niet alleen maar het hoofd, maar dat is hoofd en lichaam. Dat betekent dus ook de Ecclesia. Al degenen die vandaag geroepen worden en "amen" zeggen op die boodschap, die zijn geroepen tot in het koninkrijk op het hoogste niveau, op een toppositie. Daar deel je feitelijk ook in de heerlijkheid van God en in de heerlijkheid van Christus Zelf.
Dat koninkrijk omvat alles. Je leest hoe Israël en de volkerenwereld hier op aarde daarin hun deel zullen krijgen. Jazeker, maar het begint allemaal met de Koning: hoofd en lichaam, de Christus. God roept vandaag. Inderdaad, we zijn eerstelingen. Dat is ook precies de bedoeling. Maar wat geweldig is het om dat goede bericht van de God, zoals Paulus dat daar ooit in Thessalonika gepredikt heeft, te horen. Dat is vandaag in de 21e eeuw nog steeds waar. Om die boodschap gaat het. De tijd dat dit koninkrijk inderdaad gevestigd gaat worden en de toekomende aion gaat aanbreken... het is nog even geduld en dan is dat ook zover. Ik stel voor dat we het hierbij laten voor vanmorgen.
UltimateGoodNews