English blog | Oude Artikelen

elke zonde buiten het lichaam om?

25-05-2016 - Geplaatst door Andre Piet

Een bekende bijbelleraar hoorde ik op de radio eens zeggen dat 1Korinthe 6:18 voor hem het moeilijkste vers in het hele Nieuwe Testament is. Hij had nog nooit één zinnige en afdoende verklaring van dit vers gelezen. De NBG-51 geeft het vers als volgt weer:

Vliedt de hoererij.
Elke andere zonde, die een mens doet, gaat buiten zijn eigen lichaam om.
Maar door hoererij bezondigt men zich aan zijn eigen lichaam.

een dubbel probleem

Het probleem om dit vers te begrijpen zit ‘m in de eerste plaats in het woord “elke”. Dat b.v. stelen en liegen niet het lichaam raken, is nog goed te begrijpen. Maar geldt dat ook voor alle tabak, drank- en drugsgebruik? Of voor vraatzucht? Of voor zelfmoord? Zijn er niet vele zonden die evenals hoererij direct het lichaam raken?

Letterlijk staat er trouwens in dit vers:

Elke zonde die een mens doet, gaat buiten het lichaam om.

Maar hoe kan Paulus zo absoluut schrijven “elke zonde” als hij meteen daarop aangeeft dat dit niet opgaat voor hoererij? Dan spreekt hij zichzelf tegen. De vertalers onderkenden dit probleem en hebben daarom van de voorgaande zin gemaakt:  “elke andere zonde die een mens doet…”. M.a.w. de vertalers heffen de tegenstrijdigheid op door Paulus een woord in de mond te leggen. Maar dat is uiteraard niet eerlijk. Het is wel een aanwijzing dat we in een andere richting hebben te zoeken.

bewering van de Korinthiërs

Er is m.i. wel degelijk een zinnige verklaring voor dit vers. En dat is dat deze bewuste zin in 1Kor.6:18 geen bewering is van Paulus maar van de Korinthiërs. Paulus reageert op wat de Korinthiërs beweerden en waarover zij hem hadden aangeschreven (7:1). Zij beweerden dat elke zonde die een mens doet, buiten het lichaam om gaat.

Griekse filosofie

De invloed van de Griekse filosofie is in deze bewering duidelijk te herkennen. Volgens de Grieken immers was het lichaam minderwaardig aan de ziel. De ziel als essentie van de mens, zit tijdens dit aardse bestaan gevangen in het menselijk lichaam. Het lichaam is alleen maar een kerker, een hinderlijke behuizing van de (in hun ogen) onsterfelijke ziel. Wat het lichaam doet, is daarom niet belangrijk in deze visie. Daarom waren de Korinthiërs zo laconiek over hoererij – dat is immers slechts een activiteit van het lichaam. Het lichaam telt niet mee.

een gevangenis of tempel?

Zo hadden de Korinthiërs eveneens naar voren gebracht:

Het voedsel is voor de maag en de maag voor het voedsel,
en God zal zowel het een als het ander teniet doen.
-1Korinthe 6:13-

Ook hier klinkt dezelfde minachting door voor het lichaam. Maar dat het voedsel en de maag worden teniet gedaan is slechts een halve waarheid. Paulus zet dat recht door te verklaren dat God het lichaam opwekt (6:14). Het lichaam in z’n huidige vorm mag dan vergankelijk zijn, maar God gaat het opwekken in onvergankelijkheid (15:42).

Tegenover de Griekse verachting van het lichaam als gevangenis of kerker plaatst Paulus de waarheid van het lichaam (van de gelovige) als tempel (6:19). Een huis dus met de hoogst denkbare status. Want bewoond door Gods geest en gewijd aan zijn verheerlijking (6:20)!

engels

Reageer op Facebook

Delen: