English blog | Oude Artikelen

de mannelijke zoon… wie is dat?:

25-09-2017 - Geplaatst door Andre Piet

Recentelijk heb ik diverse studies gegeven waarin de geboorte en wegrukking van de mannelijke zoon, zoals beschreven in Openbaring 12, een telkens terugkerend thema was. In beeldende taal wordt in dat hoofdstuk beschreven dat een hoogzwangere vrouw bedreigd wordt door een draak. Die is er op uit om haar kind dat voor de troon bestemd is, te verslinden. Wanneer zij haar zoon gebaard heeft wordt het weggerukt naar God en zijn troon. Vervolgens vlucht de vrouw naar de woestijn waar ze een veilig onderkomen vindt. In de studies betoogde ik dat de vrouw die het kind baarde, een uitbeelding is van het volk Israël die de Christus voortbrengt en gedurende de grote verdrukking in de wildernis bewaard zal worden.

identiteit onthuld

De identiteit van de mannelijke zoon wordt door Johannes zelf onthuld door te vermelden dat hij het is die de natiën zou houden met een ijzeren staf (12:5; 19:15). Daarmee refereert Johannes rechtstreeks aan Psalm 2:9 waar gesproken wordt over de Christus (“zijn gezalfde”; :2), Sions Koning (:6) en Zoon van God (:7). De mannelijke zoon is dus Christus.

hemelvaart?

Bovenstaand antwoord is zonder meer juist. Toch roept het een prangende vraag op: op welke gebeurtenis doelt Johannes wanneer hij zegt dat de mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en zijn troon? Als de mannelijke zoon Jezus Christus is, slaat dit dan op zijn hemelvaart in het verleden? Maar had deze gebeurtenis het karakter van een wegrukking? In Openbaring 12 is uitdrukkelijk sprake van een noodsituatie waarbij spoed vereist is. Dat was niet aan de orde bij de hemelvaart, beschreven in Handelingen 1. Totaal niet zelfs. Dat vond in alle rust plaats. Bovendien wordt de wegrukking in Openbaring 12 in een eindtijdelijke setting geplaatst. Want het gaat pal vooraf aan de vrouw die met grote haast naar haar onderduikadres in de woestijn vlucht.

de Christus… een volk!

De vraag dringt zich dus op: hoe kan er sprake zijn van een wegrukking van Christus, direct voorafgaand aan de grote verdrukking (=1260 dagen)? Het antwoord op deze vraag komen we alleen op het spoor wanneer we de geheimenissen die Paulus in zijn brieven heeft onthuld, hierin betrekken. In de eerste plaats maakt Paulus duidelijk dat “de Christus” niet slechts één persoon is, maar een verzameling is van Hoofd en Lichaam. Jezus Christus is het Hoofd en de ekklesia vormt zijn lichaam. In 1Kor.12:12 wordt dat lichaam “de Christus” genoemd. De uitgeroepenen (ekklesia) uit de natiën vormen een “samen-lichaam” en zijn “samen deelhebbers van de belofte in Christus” (Ef.3:6). Al wat aan Christus is beloofd, daarin delen zij! Paulus noemt de ekklesia als geheel ook een “volwassen zoon” (Ef.4:13).

wegrukking

Deze eenheid van Hoofd en Lichaam is een geheimenis die via Paulus werd geopenbaard. Een ander geheimenis dat hij mocht onthullen is dat deze ekklesia in “de parousia van de Heer” zal worden weggerukt waarna een ontmoeting zal plaatsvinden in de lucht (1Thes.4:15-17). En zó zullen wij (Lichaam) altijd samen met de Heer (het Hoofd) zijn, zo verzekert Paulus. Van deze wegrukking schrijft Paulus in 1Thes.1:10 dat het dient om te beveiligen “uit de komende toorn”.

Het woord ‘wegrukking’ dat Paulus gebruikt in 1Thessalonika 4:17 is hetzelfde woord (harpazo) als wat Johannes bezigt i.v.m. de wegrukking van de mannelijke zoon (Openb.12:5). En daarmee vallen alle stukjes op hun plek. Want zoals de vrouw in Openbaring 12 de voorstelling is van een volk, zo stelt de mannelijke zoon eveneens een volk voor. Inderdaad, het is de Christus, maar dan wel: inclusief zijn lichaam, de ekklesia! En inderdaad die zal naar boven worden weggerukt om beveiligd te worden voor de toorn van de tegenstander. Waarna een gelovig deel van Israël direct zal vluchten naar de woestijn.

het Lichaam van Christus in ‘Openbaring’?

Sommigen hebben moeite met de gedachte dat “het Lichaam van Christus” een rol zou spelen in het boek Openbaring. “Het Lichaam” is immers bestemd voor de hemel terwijl het boek Openbaring handelt over Israël en de natiën hier op aarde. Wie zo redeneert ziet echter over het hoofd dat “het Lichaam” (de ekklesia) verbonden is met haar Hoofd en samen met Hem in heerlijkheid zal verschijnen (Kol.3:4). Aangezien in het boek Openbaring Christus de hoofdrol speelt, is het Lichaam daar onontkoombaar bij betrokken. Beiden vormen immers een onlosmakelijke eenheid met elkaar.

Daar komt bij dat de mannelijke zoon in Openbaring 12:5 weggerukt wordt tot God en zijn troon in de hemel. Daar bevindt zich Gods troon. Daar is de hoge plaatst waartoe de ekklesia, als Christus’ lichaam is bestemd. In de hemel begint Christus’ heerschappij en daarom is het ook dat eerst de hemel gereinigd wordt. Pal na de wegrukking van de mannelijke zoon lezen we dan ook (12:7) dat de draak inclusief zijn gevolg uit de hemel wordt geworpen.

de 144.000?

Sommigen menen dat deze “mannelijke zoon” een voorstelling zou zijn van de 144.000 uit Openbaring 7 en 14. Als argumenten daarvoor voert men aan:

  • de 144.000 komen voort uit Israël (7:4);
  • ze worden voorgesteld als mannelijk (14:4);
  • zij zijn gekocht als eerstelingen (14:4).

Maar deze uitleg voldoet m.i. om tal van redenen niet. Gaat u maar na:

  • De mannelijke zoon is volgens Johannes’ eigen uitleg Christus (“die de natiën zou hoeden…”). Vormen de 144.000 soms de Christus? Zijn zij Hoofd en Lichaam?
  • Waar vinden we bevestiging dat de 144.000 worden weggerukt? Van de ekklesia wordt dit gezegd in 1Thes.4:17, maar waar lezen we dit van de 144.000?
  • Als een gelovig deel van Israël tijdens de grote verdrukking van 1260 dagen wordt bewaard in de woestijn, zullen de 144.000 dan bij God en zijn troon zijn? Van een troon op aarde is op dat moment immers nog geen sprake dus zullen de 144.000 worden bewaard in de hemel?

Maar er is nóg een belangrijke reden waarom de 144.000 niet in aanmerking komen als kandidaat voor “de mannelijke zoon”. De selectie van deze groep (Openb.7) vindt namelijk pas plaats ná het zesde zegel. D.w.z. ná de verschijning van Christus op de Olijfberg, wanneer zon en maan verduisterd zullen worden en de sterren van de hemel zullen vallen (Openb.6:12,13 vergl. Mat.24:29-31)). Bij die gelegenheid zal Israël worden verzameld naar haar land en uitgezonden worden om het Evangelie van het Koninkrijk te prediken onder de volken. De 144.000 worden verzegeld zodat zij geen schade zullen ondervinden van de oordelen die over de volkerenwereld zullen gaan tijdens de zeven bazuinen. De selectie van 144.000 uit de twaalf stammen van Israël komt pas in beeld als Israël verzameld zal zijn uit de natiën. Dat vindt plaats ná de 1260 dagen van verdrukking. Terwijl de wegrukking van de mannelijke zoon juist vooraf gaat aan de 1260 dagen. Ook deze timing maakt de kandidatuur van de 144.000 onmogelijk.

conclusie

Maar waarom zouden ook we andere kandidaten zoeken voor de mannelijke zoon, als het Lichaam van Christus volmaakt voldoet? De ekklesia is eengemaakt met Christus en vormen samen Hoofd en Lichaam. De ekklesia deelt in Christus’ hemelse toekomst en is samen met hem bestemd voor de troon. En alleen de ekklesia zal worden weggerukt voorafgaand aan de grote verdrukking. Kortom, een perfecte match!

Delen: