English blog | Oude Artikelen

een verbijsterde rabbijn

10-04-2017 - Geplaatst door Andre Piet

De in Nederland bekende rabbijn Lody van der Kamp was onlangs uitgenodigd om een begrafenis bij te wonen van een predikant die actief was voor de organisatie ‘Christenen voor Israël’. Van der Kamp was verhinderd maar kreeg later onder ogen dat de schriftlezing tijdens deze afscheidsdienst o.a. uit 1Korinthe 16:22 bestond. Daar schrijft Paulus (St.Vert.): “Als iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, laat die vervloekt zijn”. Toen rabbijn van der Kamp dat las, was hij naar eigen zeggen niet verbaasd maar verbijsterd. Hij schreef daarover het volgende:

Als mijn agenda anders had aangegeven, had ik ook in deze dienst gezeten. Als gast, als goede vriend van de overleden dominee. Maar ook, voor het oog van al deze kerkgangers, als ‘vervloekt zijnde’. Immers als Jood binnen de traditie van het Jodendom heb ik Jezus Christus niet lief. Mijn aanwezig zijn is mij in ieder geval bespaard gebleven (…)

Het verspreiden van de boodschap van het ‘vervloekt zijn van de Jood die Jezus niet lief heeft’ in het jaar 2017 is voor de Jood niets anders dan het handhaven van het oude anti-judaïsme wat de viering van 500 jaar Reformatie gewoon overleefd heeft.

Met bloed aan de handen moeten deze Christenen zich realiseren dat ik als ‘vervloekte’ hun bemoeienis niet wens.

Wat er gesproken is tijdens de bewuste begrafenis weet ik niet en ik kan daar evenals van der Kamp niets van zeggen. Dat is ook niet aan de orde. Waar het me om gaat is de opvatting van de rabbijn dat Paulus in 1Korinthe 16 “de Jood die Jezus niet lief heeft” zou vervloeken. Dat wil ik in deze blog graag recht gezet hebben.

adressering

Paulus richt zich in de brief aan de Korinthiërs tot mensen “die allerwege de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen” (1Kor.1:2). Het is een brief met een specifieke adressering. Hij richt zich niet tot de mensheid in het algemeen. Ook niet tot de synagoge, ook al bestond de gemeente in Korinthe deels uit mensen die afkomstig waren uit de synagoge (Hand.18:8). Maar Paulus spreekt geen vervloeking (anathema) uit over “de Jood die Jezus niet lief heeft” maar over christenen die wel de Heer aanroepen maar in hun leven daar geen blijk van geven. Waar hij specifiek op doelt, vermeldt hij daar niet. Uit de daarop volgende zin “de genade van de Heer Jezus zij met jullie”, zou je voorzichtig kunnen opmaken dat de genade van de Heer in het geding is.

genade in het geding

Dat Paulus’ anathema inderdaad gaat over christenen en bovendien te maken heeft met de boodschap van genade, wordt echter overduidelijk wanneer we Galaten 1 lezen. Tot twee keer toe spreekt Paulus daar een anathema uit. Eerst verbaast hij zich over hoe de gelovigen in Galatië zich hadden laten afbrengen van de genade van Christus (1:6) tot een andersoortig evangelie dat geen evangelie is. Na Paulus’ vertrek waren er namelijk predikers gekomen die beweerden dat je niet rechtvaardig kunt zijn, buiten de wet van Mozes om. Niet-joodse gelovigen werden door deze leer ge-judaïseerd (2:14). Paulus daarentegen had geleerd dat een mens gerechtvaardigd wordt door GODS onvoorwaardelijke belofte te be-amen. Zo was immers, reeds honderden jaren voor Sinaï, ooit Abrahams geloof gerekend tot gerechtigheid (Gen.15:6; Gal.3:6). En dan schrijft Paulus (Gal.1:8,9):

Maar ook in het geval dat wij of een boodschapper vanuit [de] hemel jullie zouden evangeliseren afwijkend van wat wij jullie evangeliseerden, laat hem zijn: anathema! Zoals wij eerder hebben uitgesproken en ik op dit moment weer zeg: indien iemand jullie evangeliseert afwijkend van wat jullie ontvingen, laat hem zijn: anathema!

Wie stelt Paulus hier onder een anathema? Joden? Nee, predikers van een evangelie dat afwijkt van de boodschap van genade die Paulus aan de Galaten had gepredikt. Het zijn christelijke predikers die onder zijn anathema vallen. En wat houdt de boodschap van genade in? Luister naar hoe Paulus dit kernachtig onder woorden brengt:

Want allen zondigden, en hebben tekort van de heerlijkheid van God en worden om niet gerechtvaardigd, in de genade van Hem, door de verlossing die in Christus Jezus is…
-Romeinen 3:23,24-

vloeken in de kerk

Maar wat heeft ‘de kerk’ van deze boodschap van extreme en universele genade gemaakt? Dat wie niet gelooft in Jezus, wordt verdoemd… Waarbij men onder verdoemen verstaat: definitief naar de hel verwijzen. Een volkomen onbijbels concept! Gods gerichten zijn dikwijls zeer heftig maar ook altijd kortdurend. En nooit eindeloos of definitief. Inderdaad, ook een anathema is dodelijk maar het is géén verdoemenis. Wie aan de God van hemel en aarde verdoemenis toeschrijft en dit als evangelie predikt, die vloekt (God verdoemt!) in de kerk. Ieder die zulke dingen van de kansel predikt, valt onder het anathema van Paulus.

Het is de vloek van ‘verdoemenis’ die in de kerkgeschiedenis altijd weer heeft geklonken. Waarbij vaak juist de Jood als eerste werd getroffen. Daarom kan ik me de allergische reactie van rabbijn van der Kamp heel goed voorstellen. Israël had in de ogen van ‘de kerk’ (als instituut) immers afgedaan. En de verlossing die men in de kerk predikt is alleen voor ‘gelovigen’ weggelegd en niet voor alle mensen, zoals Paulus dat leerde (Rom.5;18; Tit.2:11; 1Tim.4:10). Over zulke afwijkende predikers spreekt Paulus zijn anathema uit. Omdat dit geen evangelie is. Paulus’ vlijmscherpe bewoordingen in dezen, treffen dus niet rabbijnen of imams, maar predikanten en evangelisten! Maar ja, van wie moet rabbijn van der Kamp dat vernemen?

Delen: