Posted by
admin – February 25, 2010
De NBG-weergave van Romeinen 13:1 wijkt nogal af wat Paulus oorspronkelijk schreef. Hij schreef niet “ieder mens” maar “elke ziel“. OK, met dit verschil valt te leven. Maar dan dit: “moet zich onderwerpen”. ‘Moet’ staat er echter niet. Beter is: “zij… onderworpen” (St. Vert.) of “laat onderschikt zijn” . Het is de toon, die de muziek maakt…
Kwalijker echter is de weergave dat elke overheid door God gesteld zou zijn. Dat is niet wat Paulus schrijft. “… er is geen overheid dan onder God en die er zijn, zijn onder God gesteld”.

Posted by
admin – February 15, 2010
Bij ‘doop’ denkt de gemiddelde christen direct aan water. Ondanks dat Johannes de Doper ooit had aangekondigd: “Ik heb u gedoopt met water, maar Hij (= de Christus) zal u dopen in heilige Geest” (Mark.1:8). Diverse keren in het boek Handelingen lezen we dat de heilige Geest (zichtbaar) kwam over hen die geloven: ze werden gedoopt in de Geest Gods! Kennelijk hebben de NBG-vertalers niet eens gerekend met de mogelijkheid dat de gevangenbewaarder en zijn huis gedoopt werden in heilige Geest. Ze hebben zich ten onrechte de vrijheid veroorloofd om er van te maken: “hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen”. I.p.v. (zoals b.v. de St.Vert. terecht weergeeft): “hij WERD terstond gedoopt en al de zijnen”. Zo ook b.v. in Hand.16:15 en 18:8.

Posted by
admin – January 30, 2010
In Romeinen 9:4 en 5 spreekt Paulus over de voorrechten die Israël van Godswege zijn ten deel gevallen. Als laatste noemt hij de Christus die, wat het vlees betreft, uit Israël is voortgekomen. Van Christus zegt hij: Hij is Degene die boven allen is, God te prijzen tot in de aionen. Helaas hebben de Staten Vertalers de verleiding niet kunnen weerstaan om, om dogmatische redenen (i.c. de leer van de drie-eenheid) de zin om te gooien en het “boven allen” te betrekken op God die te prijzen is.
Correct: Christus is boven allen, God te prijzen tot in de aionen.
St.Vert: Christus is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid.

Posted by
admin – January 14, 2010
De NBG leest in 1Petrus 1:16: “WEEST heilig”. De correcte weergave echter is: “jullie ZULLEN heilig zijn”. God geeft hier geen opdracht maar een belofte! Een belofte vraagt niet om ‘werken’ maar om ‘geloof’. In plaats van te vertrouwen op Gods gerechtigheid (=God doet recht aan Zijn belofte), probeert men een eigen gerechtigheid op te bouwen. Daarmee struikelt het christendom over dezelfde “steen des aanstoots” als het jodendom in Paulus’ dagen (Romeinen 9:31,32).
Niet alleen redding maar ook heiliging is puur het werk van God! Dát zouden we geloven!
Hieronder een plaatje van 2Petrus 1:16.
e
Hieronder een plaatje van Leviticus 19:2, de Schriftplaats waaruit Petrus citeert.

Posted by
admin – January 5, 2010
In Korinthe 2:7 leest de Staten Vertaling “eer de wereld was”. De NBG vertaling kiest voor de weergave “van eeuwigheid”. Beiden zitten er naast. Letterlijk vertaald zegt de tekst dat GOD reeds heerlijkheid voor ons had voorbeschikt “vóór de aeonen”. De Bijbel kent geen eeuwigheid maar aeonen. Aeonen hebben een begin en een einde. Behalve dat de Bijbel spreekt van “vóór de aeonen”, spreekt ze ook van “de voleinding van de aeonen” (Hebr.9:26). Alles verloopt volgens GODS “plan der aeonen” (Ef.3:11)!

Posted by
admin – January 1, 2010

De NBG-vertaling leest in 2Kor.4:6 dat God met Zijn licht in ons hart schijnt om ons te verlichten met de kennis van de heerlijkheid van God. Maar zo staat het niet in het origineel. God schijnt in onze harten “tot verlichting van de kennis van de heerlijkheid Gods…”. Onze verlichting is geen doel maar een middel. Het doel is niet dat wij verlicht worden met de kennis van Gods heerlijkheid maar Hij schijnt in ons hart opdat de kennis van Zijn heerlijkheid gaat stralen. God verlicht ons met als doel dat wij op onze beurt Zijn licht reflecteren (zie ook 2Kor.3:18!). Dat is een automatisme. Een reflector hoeft niets te doen om licht te geven, dan enkel licht te ontvangen van de lichtbron…

Posted by
admin – December 22, 2009
Volgens de bekende versie van het paaslied ‘daar juicht een toon…’ luidt een couplet
: “… Hij steeg uit ‘t graf door eigen kracht,
want Hij is God, bekleed met macht”.
Deze interpretatie hangt samen met de drie-eenheidsleer waarin Jezus ‘God de Zoon’ heet. Omdat Hij God was, zou Hij uit het graf zijn opgestaan in eigen kracht. Deze interpretatie is ook doorgedrongen in de diverse Bijbel-vertalingen van Johannes 10:18. Jezus zou macht hebben om Zijn leven af te leggen én het weer op te nemen. Hetzelfde Griekse woord (lambano) dat hier met ‘nemen’ wordt weergegeven komt in hetzelfde vers echter nóg een keer voor, maar wordt dan vertaald met “ontvangen”: “Dit gebod heb ik van mijn Vader ONTVANGEN”. Hoe inkonsekwent om hetzelfde Griekse woord (lambano) de ene keer weer te geven met ‘nemen’ en de andere keer in hetzelfde vers, met ‘ontvangen’…
Het moet duidelijk zijn: Jezus werd opgewekt door zijn God en Vader (Hand.2:24; Rom.6:4; etc.)!

Posted by
admin – December 15, 2009
“De maaltijd des Heren” of “de maaltijd van de Heer” is één van de vaste uitdrukkingen voor een kerkelijke ceremonie geworden. Maar deze weergave verraad het inlezen van een geijkte traditie in 1Korinthe 11:20. Het bepaalde lidwoord ‘de’ ontbreekt namelijk. “DE maaltijd van de Heer” suggereert dat het om een speciale inzetting van de Heer zou gaan.
In 1Korinthe 11 gaat het niet om een ceremonie (”DE maaltijd”) waarbij ieder één stukje brood eet en één slokje wijn drinkt. Nee, het gaat om heuse maaltijden: men kwam als ekklesia samen om te eten (1Kor.11:33). Paulus wijst echter op de misstanden tijdens deze maaltijden, waarbij de één dronken en de ander hongerig was (1Kor.11:21). Als men op deze wijze maaltijd houdt is dat niet een maaltijd van de Heer.
Overigens doet de weergave “van de Heer” niet helemaal recht aan de oorspronkelijke formulering. Het woord ‘Heer’ wordt hier namelijk bijvoegelijk gebruikt (vergl. adel> adellijk, vorst> vorstelijk, Heer > Heer-lijk). Paulus verwijt de Korinthiërs dat hun maaltijden niet Heer-lijk waren, d.w.z. niet verwezen naar de Heer . Ik geef toe, het woord ‘Heer-lijk’ in deze betekenis is sterk verouderd Nederlands. Want ‘heerlijk’ heeft bij ons in de loop der tijd de betekenis van ‘aangenaam’ gekregen. Om het verschil aan te geven, heb ik daarom een streepje tussen de beide lettergrepen geplaatst: “een Heer-lijke maaltijd”.

Posted by
admin – December 11, 2009
In Handelingen 28 laat Paulus aan de joodse leidslieden in Rome weten, dat “dit heil Gods” dat door Israël als natie was afgewezen, “aan de heidenen gezonden is” (zie o.a. SV en NBG). Sommigen hebben uit deze weergave geconcludeerd, dat Paulus hier de situatie sinds Hand.28:28 beschrijft. Onder hen kreeg dit vers de reputatie “de grenspaal der bedelingen” te zijn.
Echter… het heil Gods is niet gezonden aan de heidenen maar WERD gezonden aan de heidenen. Paulus gebruikt hier een verleden tijd. Het is exact dezelfde grammaticale vorm als in Lucas 1:26: “In de zesde maand nu werd de engel Gabriel van God gezonden…”. Niet pas in Handelingen 28 maar reeds in Handelingen 13 verklaarde Paulus aan Joodse luisteraars: “… Het was nodig, dat eerst tot u het woord Gods werd gesproken, doch nu gij het verstoot en u het eeuwige leven niet waardig keurt, zie, nu wenden wij ons tot de heidenen…”.

Posted by
admin – December 8, 2009
In Efeze 2:1 en 2:5 laten vrijwel alle vertalingen (NBG, SV, NBV, Telos, etc.) Paulus zeggen dat gelovigen ooit dood waren door hun overtredingen en zonden. Dit ondanks het feit dat Paulus onmiskenbaar een tegenwoordige tijdsvorm gebruikt. Niet “dood waren” maar “doden zijn“. En dan niet “door uw overtredingen en zonden” maar “voor uw overtredingen en zonden”. Paulus gebruikt de derde naamval, precies zoals in Romeinen 6:11 waar hij schrijft “zo moet het voor u vaststaan, dat u dood bent voor de zonde…”.
Zoals ook elders door de apostel uiteengezet, worden gelovigen geïdentificeerd met Christus. Met Hem gestorven, opgewekt en een plaats gegeven in de hemelse gewesten! We waren niet dood door de zonden, maar, verbonden met Christus, ZIJN we doden voor de zonden.
