Paulus over homosex – Romeinen 1:26,27

Posted by – August 10, 2010

Wanneer we de (concordante weergave van de) grondtekst van Romeinen 1:26 en 27 vergelijken met de NBG-vertaling, komt een serie opmerkelijke (nuance-)verschillen aan het licht. Laten we deze verzen eens stap voor stap doornemen.

“Daarom…”
Verwijst uiteraard naar het voorgaande waarin Paulus had gesproken over de konsekwenties van het verwerpen van de waarheid van GOD, HIJ (!) die de Schepper is. (zie artikel: mannelijk & vrouwelijk)

“… heeft God hen overgegeven aan schandelijke lusten…”
Lett. (tot) in schandelijke lusten. De schandelijke lusten zijn geen straf waaraan God de mens overgeeft. Nee, Hij geeft hen daarin over, d.w.z. Hij staat het niet in de weg.

“… want hun vrouwen…”
Lett: vrouwelijken. De nadruk ligt op de sexe. Het woord ‘vrouwelijk’ (thelus) is afgeleid van ‘tepel’.

“… hebben de natuurlijke omgang…”
Lett. het natuurlijk gebruik. Instinctmatig, biologisch en anatomisch zijn de mannelijke en vrouwelijke sexen op elkáár aangelegd.

“… vervangen door de tegennatuurlijke…”
Lett. vervangen (of veranderd)  tot in het naast-natuurlijke. Het woord ‘naast-natuurlijk’ geeft aan dat het om ontsporing en des-oriëntatie gaat.

“Eveneens hebben de mannen…”
Lett. Eveneens hebben ook de mannelijken… Ook hier ligt de nadruk op de sexe.  Mannelijk is in het Grieks ‘arsen’ en is afgeleid van het werkwoord ‘airo’ dat ‘omhoog komen’ of ‘opheffen’ betekent, hetgeen verwijst naar het mannelijke geslacht (Latijn: erectie).

“… de natuurlijke omgang  met de vrouwen opgegeven…”
Lett. het natuurlijk gebruik van het vrouwelijke verlatende.

“… en zijn in wellust voor elkander ontbrand…”

Lett. werden ontbrand  in de wellust. Passieve werkwoordsvorm. De wellust werd aangestoken. Niet vóór, maar lett. tot in elkaar.

“… als mannen met mannen…”
Lett. mannelijken in mannelijken.  Een tamelijk expliciete beschrijving van penetratie van mannen onderling.

“schandelijkheid bedrijvende en daardoor het welverdiende loon…”
Deze schandelijkheid bedrijvend, is het loon, lett. welke moet. Aan de schandelijkheid die men bedrijft is geen ontkomen aan. Waar een maatschappij de Schepper verwerpt, is geaccepteerde homosexualiteit een automatisch gevolg.

“… voor hun afdwaling in zichzelf ontvangende.”
Lett. van de dwaling van hen in zichzelf ontvangende. De dwaling was dat men de waarheid van God als (mannelijke) Schepper had losgelaten (vers 25). Het resultaat (loon) is dat men óók geen begrip meer heeft (”duister in hun onverstandig hart”; vers 21) van mannelijk/vrouwelijk en vandaar ontspoort tot homosex. Niet homosex is de dwaling maar het onontkoombare lóón van de dwaling.

Romeinen 1:26 en 27

Romeinen 1:26 en 27. Bovenste regel (zwart) is de Griekse grondtekst. Tweede regel (groen) is de Engelse concordante weergave. DE derde regel (rood) is de wijze waarop de NBG-vertaling heeft weergegeven.

de vreugde VAN de Heer (Neh.8:10)

Posted by – June 30, 2010

Nehemia 8:10 luidt in de NBG-vertaling:
“… de vreugde in de HERE, die is uw toevlucht”.
De NBV:
“… de vreugde die de HEER u geeft, is uw kracht”.
Terecht heeft de St.Vert. echter:
“… de blijdschap des HEREN, die is uw sterkte”.

Het gaat hier niet om Israëls vreugde, zelfs niet om de vreugde die Hij aan hen geeft. Onderwerp is de vreugde van de HERE Zelf. Hij Zelf verblijdt Zich en die wetenschap is Israëls toevlucht, kracht en sterkte. Letterlijk staat er een woord dat gewoonlijk met ‘vesting’ of ‘burcht’ wordt weergegeven.

Onze vreugde in dingen kan zomaar wegebben, verflauwen of in sommige tijden zelfs compleet verdwijnen. Droevige omstandigheden en teleurstellingen kunnen daarvan de oorzaak zijn. De HEER  kent ons leed, sterker: al het leed van elk schepsel peilt Hij. En toch… Hij verheugt Zich! Dat is geen leedvermaak maar vreugde omdat Hij het geheel overziet en zeker is van de ultieme uitkomst. Niets gebeurt voor niets en alles verloopt naar Zijn Plan! Die wetenschap is als een vesting  waarin onze gedachten en harten worden bewaard (vergelijk Paulus in Filippi 4:8!).

Neh9_10

Een afbeelding uit het ISA-programma. De bovenste regel is de Hebreeuwse tekst, daaronder de Concordant Hebrew English Sublinear en de onderste regel is de weergave van de NBG-vertaling 1951.

overheid onder God

Posted by – February 25, 2010

De NBG-weergave van Romeinen 13:1 wijkt nogal af wat Paulus oorspronkelijk schreef. Hij schreef niet “ieder mens” maar “elke ziel“. OK, met dit verschil valt te leven. Maar dan dit: “moet zich onderwerpen”. ‘Moet’ staat er echter niet. Beter is: “zij… onderworpen” (St. Vert.) of “laat onderschikt zijn” . Het is de toon, die de muziek maakt…
Kwalijker echter is de weergave dat elke overheid door God gesteld zou zijn. Dat is niet wat Paulus schrijft. “… er is geen overheid dan onder God en die er zijn, zijn onder God gesteld”.

Rom13_1

“liet zich dopen”? – Hand.16:33

Posted by – February 15, 2010

Bij ‘doop’ denkt de gemiddelde christen direct aan water. Ondanks dat Johannes de Doper ooit had aangekondigd: “Ik heb u gedoopt met water, maar Hij (= de Christus) zal u dopen in heilige Geest” (Mark.1:8). Diverse keren in het boek Handelingen lezen we dat de heilige Geest (zichtbaar) kwam over hen die geloven: ze werden gedoopt in de Geest Gods! Kennelijk hebben de NBG-vertalers niet eens gerekend met de mogelijkheid dat de gevangenbewaarder en zijn huis gedoopt werden in heilige Geest. Ze hebben zich ten onrechte de vrijheid veroorloofd om er van te maken: “hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen”.  I.p.v. (zoals b.v. de St.Vert.  terecht weergeeft): “hij WERD terstond gedoopt en al de zijnen”. Zo ook b.v. in Hand.16:15 en 18:8.

hand16_33

“dewelke is God”? Rom.9:5

Posted by – January 30, 2010

In Romeinen 9:4 en 5 spreekt Paulus over de voorrechten die Israël van Godswege zijn ten deel gevallen. Als laatste noemt hij de Christus die, wat het vlees betreft, uit Israël is voortgekomen. Van Christus zegt hij: Hij is Degene die boven allen is, God te prijzen tot in de aionen. Helaas hebben de Staten Vertalers de verleiding niet kunnen weerstaan om, om dogmatische redenen (i.c. de leer van de drie-eenheid) de zin om te gooien en het “boven allen” te betrekken op God die te prijzen is.
Correct: Christus is boven allen, God te prijzen tot in de aionen.
St.Vert: Christus is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid.

rom9_5

weest heilig? 1Petrus 1:16

Posted by – January 14, 2010

De NBG leest in 1Petrus 1:16: “WEEST heilig”. De correcte weergave echter is: “jullie ZULLEN heilig zijn”. God geeft hier geen opdracht maar een belofte! Een belofte vraagt niet om ‘werken’ maar om ‘geloof’. In plaats van te vertrouwen op Gods gerechtigheid (=God doet recht aan Zijn belofte), probeert men een eigen gerechtigheid op te bouwen. Daarmee struikelt het christendom over dezelfde “steen des aanstoots”  als het jodendom in Paulus’ dagen (Romeinen 9:31,32).
Niet alleen redding maar ook heiliging is puur het werk van God!  Dát zouden we geloven!

Hieronder een plaatje van 2Petrus 1:16.

e1pet1_16

Hieronder een plaatje van Leviticus 19:2, de Schriftplaats waaruit Petrus citeert.

van eeuwigheid af?

Posted by – January 5, 2010

In Korinthe 2:7 leest de Staten Vertaling “eer de wereld was”. De NBG vertaling kiest voor de weergave “van eeuwigheid”. Beiden zitten er naast. Letterlijk vertaald zegt de tekst dat GOD reeds heerlijkheid voor ons had voorbeschikt “vóór de aeonen”. De Bijbel kent geen eeuwigheid maar aeonen. Aeonen hebben een begin en een einde. Behalve dat de Bijbel spreekt van “vóór de aeonen”, spreekt ze ook van “de voleinding van de aeonen” (Hebr.9:26). Alles verloopt volgens GODS “plan der aeonen” (Ef.3:11)!

1kor.2_7

“tot verlichting” (2Kor.4:6)

Posted by – January 1, 2010

zon

De NBG-vertaling leest in 2Kor.4:6 dat God met Zijn licht in ons hart schijnt om ons te verlichten met de kennis van de heerlijkheid van God. Maar zo staat het niet in het origineel. God schijnt in onze harten “tot verlichting van de kennis van de heerlijkheid Gods…”. Onze verlichting is geen doel maar een middel. Het doel is niet dat wij verlicht worden met de kennis van Gods heerlijkheid maar Hij schijnt in ons hart opdat de kennis van Zijn heerlijkheid gaat stralen. God verlicht ons met als doel dat wij op onze beurt Zijn licht reflecteren (zie ook 2Kor.3:18!).  Dat is een automatisme. Een reflector hoeft niets te doen om licht te geven, dan enkel licht te ontvangen van de lichtbron…

2Kor4_6

opgestaan uit eigen kracht? (Joh.10:18)

Posted by – December 22, 2009

Volgens de bekende versie van het paaslied ‘daar juicht een toon…’ luidt een couplet
: “… Hij steeg uit ‘t graf door eigen kracht,
want Hij is God, bekleed met macht”.

Deze interpretatie hangt samen met de drie-eenheidsleer waarin Jezus ‘God de Zoon’ heet. Omdat Hij God was, zou Hij uit het graf  zijn opgestaan in eigen kracht. Deze interpretatie is ook doorgedrongen in de diverse Bijbel-vertalingen van Johannes 10:18. Jezus zou macht hebben om Zijn leven af te leggen én het weer op te nemen. Hetzelfde Griekse woord (lambano) dat hier met ‘nemen’ wordt weergegeven komt in hetzelfde vers echter nóg een keer voor, maar wordt dan vertaald met “ontvangen”: “Dit gebod heb ik van mijn Vader ONTVANGEN”. Hoe inkonsekwent om hetzelfde Griekse woord (lambano) de ene keer weer te geven met ‘nemen’ en de andere keer in hetzelfde vers, met ‘ontvangen’…
Het moet duidelijk zijn: Jezus werd opgewekt door zijn God en Vader (Hand.2:24; Rom.6:4; etc.)!

joh10_18

DE maaltijd des Heren? (1Kor.11:20)

Posted by – December 15, 2009

“De maaltijd des Heren” of “de maaltijd van de Heer” is één van de vaste uitdrukkingen voor een kerkelijke ceremonie geworden.  Maar deze weergave verraad het inlezen van een geijkte traditie in 1Korinthe 11:20. Het bepaalde lidwoord ‘de’ ontbreekt namelijk. “DE maaltijd van de Heer” suggereert dat het om een speciale inzetting van de Heer zou gaan.

In 1Korinthe 11 gaat het niet om een ceremonie (”DE maaltijd”) waarbij ieder één stukje brood eet en één slokje wijn drinkt. Nee, het gaat om heuse maaltijden: men kwam als ekklesia samen om te eten (1Kor.11:33). Paulus wijst echter op de misstanden tijdens deze maaltijden, waarbij de één dronken en de ander hongerig was (1Kor.11:21). Als men op deze wijze maaltijd houdt is dat niet een maaltijd van de Heer.

Toch doet ook de weergave “van de Heer” geen recht aan de oorspronkelijke formulering. Het woord ‘Heer’ wordt hier namelijk bijvoegelijk gebruikt (vergl. adel> adellijk, vorst> vorstelijk,  Heer > Heer-lijk). Paulus verwijt de Korinthiërs dat hun maaltijden niet Heer-lijk waren, d.w.z. niet leken op de wijze waarop de Heer ooit maaltijd hield (zie vers 23 e.v.). Ik geef toe, het woord ‘Heer-lijk’ in deze betekenis is sterk verouderd Nederlands. Want ‘heerlijk’ heeft bij ons in de loop der tijd de betekenis van ‘aangenaam’ gekregen. Om het verschil aan te geven, heb ik daarom een streepje tussen de beide lettergrepen geplaatst: “een Heer-lijke maaltijd”.

1kor11_20