Romeinen 10:9, een minimumbelijdenis?
17-06-2026 - Geplaatst door Andre PietRomeinen 10:9 wordt nogal eens misbruikt als een soort minimumbelijdenis van het christelijk geloof. Wie zegt te belijden dat Jezus Heer is en erkent te geloven dat Hij is opgestaan, zou daarmee automatisch als broeder of zuster moeten worden erkend. Op grond daarvan meent men vervolgens dat leerstellige verschillen van ondergeschikt belang zijn en geen belemmering vormen voor geestelijke gemeenschap.
Maar Paulus gebruikt dit vers helemaal niet op die manier. Sterker nog, wie zorgvuldig leest wat hij hier schrijft, ontdekt dat juist dit vers een aantal fundamentele waarheden bevat waarover vandaag grote verdeeldheid bestaat.
God heeft Hem uit de doden opgewekt
Opvallend is allereerst dat Paulus niet zegt dat men moet geloven dat Jezus is opgestaan. Dat is uiteraard wel waar, maar het is niet wat er staat. Paulus schrijft dat men met het hart zou geloven dat God Hem uit de doden heeft opgewekt. Die formulering is niet toevallig. In al zijn brieven legt Paulus er de nadruk op dat God degene is die handelt. God heeft Christus opgewekt. God heeft Hem verhoogd. God heeft Hem een naam boven alle naam geschonken. God heeft Hem gesteld tot Heer.
De traditionele christenheid beschouwt Jezus als God, maar Paulus doet hier het tegenovergestelde. Het geloof waarvan hij spreekt is niet dat Jezus zichzelf uit de doden deed opstaan, maar dat God Hem uit de doden heeft opgewekt. Dat onderscheid is voor Paulus kennelijk zo fundamenteel dat hij het tot het hart van het evangelie rekent.
was Christus werkelijk dood?
Daar komt nog iets bij. Wanneer Paulus zegt dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, veronderstelt dat dat Christus werkelijk dood was. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar binnen de traditionele orthodoxie ligt dat ingewikkelder. Daar wordt geleerd dat Christus gedurende de drie dagen tot aan zijn opstanding bewust voortleefde. Sommigen plaatsen Hem in het paradijs, anderen in het dodenrijk, maar in beide gevallen was Hij niet werkelijk dood.
Hier staat veel op het spel. De opstanding ontleent haar betekenis aan de werkelijkheid van de dood. God heeft niet iemand opgewekt die ondertussen elders verder leefde. God heeft een dode opgewekt. Wanneer Christus gedurende die drie dagen gewoon bleef leven, al was het in het paradijs of in het dodenrijk, dan was er geen opstanding uit de doden maar hooguit een terugkeer uit een andere levenssfeer.
Jezus is Heer… van allen
Ook de tweede helft van Romeinen 10:9 wordt vaak losgemaakt van haar inhoud. Men leest over het belijden van Jezus als Heer en vat dat op als een algemene erkenning van zijn gezag. Maar Paulus werkt deze gedachte direct verder uit. Slechts enkele verzen later (10:12) schrijft hij dat dezelfde Heer, “Heer van allen” is en rijk voor allen die Hem aanroepen. Daarmee krijgt de belijdenis onmiddellijk een universele strekking. Het woord ‘heer’ (Gr. kurios) betekent eigenaar, bezitter. De belijdenis dat Jezus Heer is, impliceert dat Hij “Heer van allen” is, zowel van doden als van levenden (Rom.14:9). Dat sluit direct aan bij Paulus’ verdere onderwijs dat uiteindelijk iedere knie zich zal buigen en iedere tong zal belijden dat Jezus Christus Heer is (Filp.2:9-11). Opvallend genoeg voegt Paulus daar onmiddellijk aan toe dat deze universele erkenning zal zijn “tot eer van God de Vader”. Opnieuw maakt hij onderscheid tussen God en Jezus Christus. De Vader is God. Jezus Christus is de Heer die door God werd opgewekt en verhoogd.
geen vrijbrief voor leerstellige onverschilligheid
Het is daarom merkwaardig dat juist Romeinen 10:9 wordt gebruikt om fundamentele leerstellige verschillen te relativeren. Paulus doet precies het tegenovergestelde. Hij vat in dat vers een aantal waarheden samen die direct raken aan het gegeven dat Jezus géén God is, aan de werkelijkheid van de dood en daarmee ook aan de betekenis van de opstanding, én aan de universele betekenis van Jezus als Heer van allen.
Bovendien bedoelde Paulus dit vers ook niet als een allesomvattend criterium voor geestelijke gemeenschap. Dezelfde Paulus die Romeinen 10:9 schreef, waarschuwt de Galaten voor een andersoortig evangelie (dat slechts een evangelie in naam is) en hij spreekt daar zelfs een anathema over uit (Gal.1:6-10). Niets wijst erop dat zij Jezus niet als Heer erkenden. Evenmin is er sprake van ontkenning van de opstanding. Toch schroomt Paulus niet hun boodschap als een vervalsing van het evangelie aan te wijzen en daarover de vloek uit te spreken.
Ook de Korinthiërs worden door hem gewaarschuwd voor een “andere Jezus” en een “andersoortig evangelie”. En Paulus noemt Hymeneüs en Filetus bij naam omdat zij dwaalden ten aanzien van de opstanding en zegt tegen Timotheüs dat hij zich van dergelijke leringen moet afkeren (2Tim.2:18-21).
Voor Paulus was het niet voldoende dat iemand bepaalde woorden uitsprak of zich op Christus beriep. De vraag is steeds of men vasthoudt aan “de gezonde leer … in overeenstemming met het evangelie van de gelukkige God, dat aan mij is toevertrouwd”, zoals de apostel Timotheüs op het hart bindt in 1Timontheüs 1:11 (Tit.1:9; 2Tim.4:3).
Wie Romeinen 10:9 gebruikt als een paraplu waaronder fundamentele leerstellige verschillen van ondergeschikt belang worden, laat Paulus buikspreken. Paulus roept ons niet op om in het hart van anderen te kijken of zij gelovig zijn of niet. Want dat is niet aan een mens gegeven. Maar hij roept ons wel op vast te houden aan de gezonde leer en deze te handhaven. Dat is ook vandaag nog steeds het enige betrouwbare criterium.
aansluiten of zich distantiëren?
In zijn laatste brief gaat Paulus zelfs nog verder. Hij kondigt in 2Timotheüs 4:3 aan dat de tijd zal komen dat men de gezonde leer niet langer zal verdragen, maar zich leraars zal verzamelen die zeggen wat men graag hoort. Opvallend is dat Paulus hier niet waarschuwt voor enkele buitenstaanders of voor een kleine minderheid die van de waarheid afwijkt. Hij spreekt over een ontwikkeling die de christelijke wereld als geheel zou treffen. Niet de dwaling zou een randverschijnsel worden, maar juist de gezonde leer! De tijd zou komen dat deze niet langer verdragen wordt.
De conclusie kan dan ook niet zijn dat wij aansluiting zouden zoeken bij allen die met de mond Jezus als Heer belijden. Paulus roept nergens op tot eenheid met “een andersoortig evangelie”, een “andere Jezus” of leerstellingen die de waarheid van het evangelie aantasten. Zijn oproep is juist om vast te houden aan de gezonde leer en afstand te nemen van wat daarmee in strijd is. Niet de meerderheid of aantallen vormen de maatstaf, maar de waarheid die aan hem als apostel was toevertrouwd.
English Blog