verplicht tienden geven?
16-07-2026 - Geplaatst door Andre Pieteen Israëlitische wet
Regelmatig wordt de vraag gesteld of christenen verplicht zijn tien procent van hun inkomen aan de gemeente of een christelijke organisatie te geven. In veel kerken wordt dit als Bijbels onderwijs gepresenteerd. Toch blijkt bij nauwkeurig onderzoek dat de Schrift iets anders leert. De wet van de tienden behoort tot de wetgeving die God aan Israël gaf. Zij maakt deel uit van hetzelfde verbond waartoe ook de besnijdenis, de sabbat, de offerdienst en de priesterdienst behoren. Het opleggen van een Israëlitisch wetsvoorschrift aan gelovigen uit de natiën is daarom een vorm van judaïseren. Paulus heeft zich juist met kracht verzet tegen het opleggen van de wet van Mozes aan gelovigen uit de natiën. Gelovigen staan niet onder de wet van Mozes, maar onder de genade van God.
Wie beweert dat gelovigen vandaag verplicht zijn tienden te geven, zal daarom eerst moeten aantonen waar Paulus deze Israëlitische wet op de ekklesia van toepassing verklaart. Juist zo’n schriftbewijs ontbreekt.
voor de Levieten
De tienden hadden bovendien een heel specifieke bestemming. God gaf ze niet aan priesters in het algemeen, laat staan aan voorgangers of evangelisten, maar uitsluitend aan de stam van Levi.
Aan de zonen van Levi zie, Ik heb alle tienden in Israël tot erfdeel gegeven.
-Numeri 18:21
De reden daarvoor wordt direct genoemd: de Levieten ontvingen geen erfdeel in het land zoals de andere stammen. Hun onderhoud was daarom op een bijzondere wijze geregeld. Nergens leert het Nieuwe Testament dat oudsten of predikers de plaats van de Levieten hebben ingenomen. Dat hele idee is gebaseerd op de onbijbelse gedachte dat de ekklesia in onze dagen Israël zou zijn.
opbrengst van het land
Nog een misverstand is dat de Bijbel zou spreken over een tiende van iemands inkomen. De wet zegt echter iets heel anders. De tienden betroffen de opbrengst van het land Israël: koren, most, olie, vruchten en de toename van runderen en kleinvee (Leviticus 27:30-33). De Schrift spreekt nergens over een tiende van loon, handel, visserij, nijverheid of ander arbeidsinkomen. Wie tegenwoordig leert dat iedere gelovige tien procent van zijn salaris behoort af te dragen, leert iets wat in de Bijbel eenvoudigweg niet voorkomt.
Abraham en Jakob
Vaak wordt erop gewezen dat Abraham al tienden gaf, lang voordat de wet werd gegeven. Dat is waar, maar hij gaf geen tiende van zijn inkomen of bezit, maar van de oorlogsbuit die hij had veroverd (Genesis 14:20). En bovendien: nergens wordt zijn handelwijze tot een voorschrift gemaakt. Ook Jakob beloofde ooit een tiende te zullen geven (Genesis 28:22), maar eveneens als een vrijwillige gelofte. Uit geen van beide geschiedenissen kan worden afgeleid dat het geven van tienden voor alle gelovigen een verplichting zou zijn.
Jezus onder de wet
Het belangrijkste argument vóór de tienden wordt meestal ontleend aan Jezus’ woorden:
Deze dingen moest men doen en het andere niet nalaten.
-Mattheüs 23:23-.
Maar tot wie sprak Hij? Tot de Farizeeën. De tempel stond nog. De Levieten verrichtten hun dienst nog. De wet van Mozes was nog volledig van kracht. De Heer bevestigde eenvoudig de verplichtingen die voor Israël golden. Op dezelfde wijze droeg Hij een genezen melaatse op zijn offer te brengen en betaalde Hij de tempelbelasting. Niemand zal daaruit concluderen dat christenen vandaag nog dierenoffers moeten brengen of tempelbelasting verschuldigd zijn. Waarom zou dat met de tienden anders zijn?
Paulus over geven
Het meest opvallende is misschien wel wat Paulus níét schrijft. Hij behandelt uitvoerig de financiële ondersteuning van evangeliepredikers. In 1 Korinthe 9 betoogt hij dat wie het evangelie verkondigt, van het evangelie mag leven, ook al heeft Paulus zelf met opzet nooit om financiële ondersteuning gevraagd. In 2 Korinthe 8 en 9 spoort hij de gelovigen aan tot vrijgevigheid om de armen in Judea. In Filippenzen 4 bedankt hij voor ontvangen ondersteuning. In 1 Timotheüs 5 schrijft hij dat oudsten die goed leiding geven, dubbele eer waard zijn. Maar nergens beroept hij zich op de wet van de tienden. Dat is opmerkelijk. Als de gemeente werkelijk onder die wet zou staan, had juist Paulus daarvoor de aangewezen Schriftplaatsen kunnen aanhalen. Juist zijn zwijgen is daarom veelzeggend. Hij fundeert het geven nooit op de wet van Mozes, maar altijd op de genade van God.
geven onder de genade
Dat betekent allerminst dat gelovigen niet zouden geven. Integendeel. De Schrift roept op tot royale vrijgevigheid.
Ieder doe, naar dat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief.
-2 Korinthe 9:7-
Dat is een geheel ander uitgangspunt dan een wettelijk voorgeschreven percentage. De wet schrijft voor wat een mens behoort te geven; de genade maakt mensen van binnenuit tot blijmoedige gevers. Niet een voorgeschreven tiende is het motief, maar een hart dat door Gods genade is geraakt. Wie leeft uit de overvloedige rijkdom die God schenkt, zal met vreugde uitdelen.
UltimateGoodNews