English blog | Oude Artikelen

beschermengelen – voor wie?

12-07-2016 - Geplaatst door Andre Piet

Een goede vriend legde me de volgende vraag voor:

In Matth. 18: 10 staat dat engelen van de kinderen voortdurend het aangezicht van de Vader zien. Het lijkt alsof kinderen een ‘eigen’ engel hebben (misschien volwassenen ook?), die een speciale band tussen de kinderen en de Vader onderhoudt. Weet jij hier iets meer van?

Mijn reactie:

In Matteüs 18:10 lezen we dit (letterlijk vertaald):

Ziet toe, dat jullie niet zouden verachten één van deze kleinen, want ik zeg jullie, dat de boodschappers van hen in [de] hemelen, door alles heen, het aangezicht zien van de Vader van mij, die in [de] hemelen is.

“Deze kleinen” waarover Jezus het heeft zijn geen kleine kinderen in het algemeen maar mensen die als kleine kinderen zijn, namelijk degenen van wie Jezus zei die “in Mij geloven” (18:6). Jezus nam eerder een klein kind en stelt dat ten voorbeeld aan zijn discipelen. Ze zouden als kleine kinderen worden (18:3). Want voor zodanigen is het Koninkrijk (Luc.18:16).

de tijd tot aan Jezus’ opstanding

Daarbij moeten we bedenken dat in de tijd van Jezus’ omwandeling, gelovigen volmacht ontvingen om kinderen Gods te worden (Joh.1:12). Dat houdt in dat ze het nog niet waren. Het was de tijd dat het Koninkrijk nabij gekomen was (Mat.3:2; 4:17; 10:7). Het binnengaan in het Koninkrijk wordt in Jezus’ prediking altijd als toekomstig voorgesteld (Mat.7:21; Luc.18:17). Pas toen Christus opstond uit de doden ontving Hij het Koninkrijk (Luc.19:12) en ging Hij het binnen (Luc.23:42). Als eersteling (Hand.26:23). Met de uit de doden opgewekte Christus, begint het Koninkrijk Gods. Zoals Jezus Nicodemus, “de leraar van Israël” duidelijk maakte dat men het Koninkrijk van God uitsluitend kan binnengaan door “van boven gegenereerd” te worden (Joh.3:7). Dat wijst op het leven van de opstanding, dat slechts aan God voorbehouden is om te geven (Joh.1:13). Geest is (synoniem aan) leven (Joh.6:63) en de heilige geest is het leven van de opstanding dat uiteraard niet eerder uitgedeeld kon worden dan toen Christus werd verheerlijkt, nl. als eersteling opstond (Joh.7:39; Joh.20:22).

Degenen die tijdens Jezus’ omwandeling in Hem geloofden, ontvingen volmacht om kinderen Gods te worden (Joh.1:12). Maar nu Christus is opgewekt uit de doden, worden allen die “gelovende het leven hebben in zijn naam” (Joh.20:31), meteen en daadwerkelijk wedergeboren (1Petr.1:3) en kinderen Gods (1Joh.3:1).

speciale bescherming

Wat Jezus in Matteüs 18 ook duidelijk maakt is dat “deze kleinen” een bijzondere bescherming van Godswege genieten. Hun “engelen in de hemelen” zien door alles heen, het aangezicht van de Vader. Wie het daarom op hen gemunt heeft, treft een Goddelijk oordeel, het vuur van Gehenna, dat is in het dal van Hinnom (Mat.18:9; Jes.66:23,24). Zulke woorden verplaatsen ons naar de tijd dat God zijn volk Israël zal uitredden. Naar de tijd van de grote verdrukking als God voor zijn volk een schuilplaats in de woestijn gereserveerd heeft (Openb.12:6). Psalm 91 spreekt daar profetisch van. Over hen die “in de schuilplaats van de Allerhoogste” zullen verkeren (:1). Terwijl om hen heen strikken worden gespannen (:3), dood en verderf gezaaid wordt (:5,6) tienduizenden zullen omkomen (:7) zullen zij veilig zijn en de vergelding van de goddelozen zien (:8-10). En dan lezen we…

11 want Hij zal aangaande u zijn engelen gebieden, dat zij u behoeden op al uw wegen;
12 op de handen zullen zij u dragen, opdat u uw voet niet aan een steen stoot.

God zal hemelse boodschappers er op uitsturen om dit volk in die tijd te beschermen en op handen te dragen. Ze heten engelen, wat betekent dat het boodschappers zijn. Een hemels volk, dat het aangezicht van de Vader voortdurend ziet, zal in die schuilplaats een bijzondere taak krijgen. Over de identiteit van die boodschappers, een andere keer.

Delen: