English blog | Oude Artikelen

430 jaar in Egypte?

12-02-2018 - Geplaatst door Andre Piet

Lang voordat Abram vader van Izaak werd, was hem al voorzegd dat zijn zaad (=nakomelingschap) 400 jaar lang vreemdelingen zouden zijn in het land dat het hunne niet was. Genesis 15:13,14

En Hij zei tot Abram: weet, ja weet, dat jouw zaad vreemdeling zal zijn zijn in een land dat het hunne niet is (en zij zullen hen dienen en zijn zullen hen verdrukken), vierhonderd jaar. En ook de natie die zij zullen dienen, zal ik berechten en daarna zullen zij uitgaan met veel bezittingen.

Wat hier geteld wordt is de tijd van vreemdelingschap van Abrams zaad tot aan de Exodus aan toe. Abram zelf was een vreemdeling in het land, maar ook zijn nageslacht zou nog vier eeuwen lang vreemdeling zijn. Pas daarna zou zijn nageslacht uittrekken naar het beloofde land. Aangezien Abram 100 jaar oud was toen Izaak werd geboren, zou de Exodus dus (100+400=) 500 jaar na Abrams geboorte plaatsvinden.

Deze 400 jaar komen we ook in Exodus tegen. Alleen lijkt de tekst een andere invulling aan die periode te geven. Exodus 12:40,41

(40) En de bewoning van de zonen van Israël (die in Egypte wonen), is dertig jaar en vierhonderd jaar. (41) En aan het einde van dertig jaar en vierhonderd jaar, juist in diezelfde dag, gingen al de legermachten van JAHWEH uit het land van Egypte.

De meeste vertalingen spreken van 430 jaar wat als totaal volkomen juist is, maar de Hebreeuwse tekst spreekt van 30 jaar en 400 jaar. De 400 jaren refereren uiteraard aan de profetie aan Abram. Daar gingen dus 30 jaren aan vooraf die hier worden meegerekend. Ik kom daar straks op terug. De moeilijkheid van de mededeling in Ex.12:40 is dat de tekst lijkt te zeggen dat de zonen van Israël 430 jaar in Egypte hebben gewoond. In de meeste vertalingen is dat dan ook de weergave.

Toch is deze weergave om een heel goede reden omstreden. In de Septuagint (LXX), de oude Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel wordt de 430 jaar niet alleen betrokken op het verblijf in Egypte maar ook op het verblijf in Kanaän. De Septuagint leest:

En het verblijf van de kinderen van Israël , dat zij verbleven in het land van Egypte en het land van Kanaän, was vierhonderd en dertig jaar.

De toevoeging “en het land van Kanaän” vinden we niet alleen in Griekse vertaling maar ook in de Samaritaanse Pentateuch. Dat zou er op kunnen wijzen dat deze woorden in de Hebreeuwse tekst verloren zijn gegaan. En dat dit inderdaad het geval is, wordt zonder meer duidelijk wanneer we Paulus’ brief aan de Galaten hierbij betrekken. Galaten 3:17

Dit echter zeg ik: een verbond dat tevoren bekrachtigd is onder God, wordt door de wet die vierhonderd en dertig jaar daarna kwam, niet ongeldig gemaakt, om de belofte buiten werking te stellen.

Paulus refereert aan de Griekse vertaling van Exodus 12:40. De wetgeving (in het jaar van de Uittocht), vond volgens Paulus plaats, 430 jaar na de belofte aan Abraham. Paulus ging dus zonder meer uit van de Septuagint-weergave van Ex.12:40!

De 400 jaren in Exodus 12 en Galaten 3 spreken van de tijd waarin het nageslacht van Abram vreemdeling was, tot aan de Uittocht (Gen.15:13). De 30 jaren die daaraan vooraf gingen, vangen aan op het moment dat Abram de belofte van God kreeg. Dat moet zijn geweest toen Abram werd geroepen in Ur der Chaldeeën. Aangezien Abram 100 jaar oud was bij de geboorte van Izaak, was hij bij het ontvangen van de belofte dus 70 jaar oud. Abram is vervolgens op reis gegaan naar het beloofde land maar bleef steken in Haran. Pas nadat zijn vader Terah daar overleed, is hij alsnog vertrokken naar het land. Stefanus zei daarover het volgende (Hand.7:4):

Toen vertrok hij (=Abram) uit het land der Chaldeeen en vestigde zich in Haran. En nadat zijn vader gestorven was, bracht Hij hem vandaar over naar dit land…

Vanuit Genesis 12:4 weten we dat Abram bij zijn vertrek uit Haran 75 jaar oud was.

Toen ging Abram, zoals JAHWEH tot hem gesproken had, en Lot ging met hem; en Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran trok.

De conclusie moet zijn dat Abram geroepen werd en de belofte kreeg in Ur der Chaldeeën toen hij 70 jaar oud was. 30 jaar later werd Izaak geboren en nog eens 400 jaar later trok Israël uit het land Egypte. Volgens Ex.12:40 was dat niet alleen op het jaar maar zelfs op de dag nauwkeurig. Zodat we weten, dat toen Israël vertrok op de 15e van de maand Aviv (Pesach) dit tevens de verjaardag was van de belofte aan Abram. Wat een Goddelijke timing!

Delen: