English blog

20. 1Korinthe 11:16-34

23-01-2014 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie van studieavond gehouden op 23 januari 2014 in Bodegraven

Deze avond vond een bespreking plaats van het onderstaande gedeelte uit 1Korinthe 11.

16 Maar, indien het er iemand om te doen is gelijk te hebben, wij hebben zulk een gewoonte niet, en evenmin de gemeenten Gods.
17 Nu ik dit voorschrijf, moet ik er tevens mijn afkeuring over uitspreken, dat uw samenkomsten niet tot zegen, maar tot schade zijn.
18 Want vooreerst is er, naar ik hoor, wanneer gij als gemeente samenkomt, verdeeldheid onder u, en ten dele geloof ik dit.
19 Want scheuringen moeten er wel onder u zijn, zal het blijken, wie onder u de toets kunnen doorstaan.
20 Wanneer gij dan bijeenkomt, is dat niet het eten van de maaltijd des Heren;
21 want bij het eten neemt ieder vooraf zijn eigen deel, zodat de een hongerig is en de ander dronken.
22 Hebt gij dan geen huizen om te eten en te drinken? Of minacht gij zozeer de gemeente Gods, dat gij de behoeftigen beschaamd maakt? Wat zal ik tot u zeggen? Zal ik u prijzen? Op dit punt prijs ik niet.
23 . Want zelf heb ik bij overlevering van de Here ontvangen, wat ik u weder overgegeven heb, dat de Here Jezus in de nacht, waarin Hij werd overgeleverd, een brood nam,
24 de dankzegging uitsprak, het brak en zeide: Dit is mijn lichaam voor u, doet dit tot mijn gedachtenis.
25 Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zeide: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot mijn gedachtenis.
26 Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.
27 Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker des Heren drinkt, zal zich bezondigen aan het lichaam en bloed des Heren.
28 Maar ieder beproeve zichzelf en ete dan van het brood en drinke uit de beker.
29 Want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt.
30 Daarom zijn er onder u velen zwak en ziekelijk en er ontslapen niet weinigen.
31 Indien wij echter onszelf beoordeelden, zouden wij niet onder het oordeel komen.
32 Maar onder het oordeel des Heren worden wij getuchtigd, opdat wij niet met de wereld zouden veroordeeld worden.
33 Daarom, mijn broeders, als gij samenkomt om te eten, wacht op elkander.
34 Heeft iemand honger, laat hij thuis eten, opdat gij niet tot uw oordeel bijeenkomt. Het overige zal ik regelen, wanneer ik kom.

Beluister of download de studie deel 1:

Beluister of download de studie deel 2:

Bekijk of download de presentatie:

Delen: