GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

zeven keer één (1)

08-06-2024 - Geplaatst door Andre Piet
7 juni 2024, Maarn (GB-weekend)

De eerste zes versen van Efeze 4 nader bezien. Thema: de eenheid van de Geest.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie behandelt de zevenvoudige eenheid uit Efeze 4, die Paulus beschrijft vanuit zijn gevangenschap. Deze gevangenschap markeert een heils-historische onderbreking nadat Israël het Evangelie afwees. Gelovigen worden opgeroepen om hun wandel af te stemmen op hun hemelse roeping als leden van het ene Lichaam van Christus. Deze roeping leidt tot nederigheid en geduld, met de aansporing om de reeds bestaande eenheid van de Geest te bewaren. Uiteindelijk rust deze eenheid op de fundamentele waarheid dat er één God en Vader van allen is.

“Maar de eenheid van de Geest is er, dat is een gegeven en die mogen we bewaren.”

Introductie op de Zevenvoudige Eenheid in Efeze 4 ↑ hoofdstukken

Nou, we hebben voor dit weekend weer een heel mooi thema uitgekozen, als u het mij vraagt. En u ziet het: zeven keer één. Dat bedoel ik nou niet zozeer om het rekenkundig of wiskundig voor te leggen, want dan zou je zeggen: zeven keer één, dat is zeven. Of is het één keer één, keer één, keer één, keer één? Ja, dat is één, sorry. Eén tot de zevende. Nee, want vergis u niet, u ziet hier zeven kleuren. Geen zes, zoals je ze tegenwoordig meestal ziet. En dat is ook al heel veelzeggend. Het heeft dus niets met LHBT te maken, maar dat begreep u natuurlijk sowieso al. Het is de regenboog, precies met de zeven kleuren. Een andere foute suggestie was dat dit zou verwijzen naar een lp die destijds is uitgegeven door Pink Floyd, The Dark Side of the Moon. Dat heeft ook deze aanblik, maar ook daaraan is het niet ontleend.

Nee, waar het over gaat is inderdaad de zevenvoudige eenheid zoals die beschreven wordt in Efeze 4. We hebben een vijftal bijeenkomsten ingepland: vanavond dus, morgenochtend, morgenavond en dan zondagochtend en zondagmiddag de vijfde. We willen dan graag dit zevenvoudige thema van allerlei kanten belichten. Laten we eerst even — dat heb ik mij voorgenomen iedere keer te doen. Zo'n onderneming is dat nou ook weer niet, want de passage aan zich is tamelijk kort. Wat gebeurt er nou? Hij hapert soms een beetje. Nou ja, dat heb je met mensen ook wel eens, dus daar zullen we een computer niet minder om waarderen.

De passage zelf is tamelijk kort, het zijn zes verzen. Laten we dat gewoon om te beginnen eerst eens lezen voordat we daar wat dieper op ingaan. Het is mijn bedoeling om vanavond deze zes verzen in hun totaliteit te bespreken. Dat wil zeggen vooral de eerste drie verzen; de overige verzen waar eigenlijk het hele weekend op gericht is, daar willen we nu alleen maar even aan snuffelen, zal ik maar zeggen.

Oké, Efeze 4, daar staat dit: "Als gevangene in de Heer..." Overigens, dit is de NBG-vertaling met soms een kleine wijziging; dat zal ik dan aangeven door het cursief te projecteren of door het schuingedrukt weer te geven. Als dat nodig is, wordt dat wel toegelicht. "Als gevangene in de Heer roep ik jullie op te wandelen waardig de roeping waarmee jullie werden geroepen, met alle nederigheid en bescheidenheid, met geduld, elkaar in liefde verdragende en u te beijveren de eenheid van de Geest" — zie daar het thema van deze eerste avond — "te bewaren in de band van de vrede." En dan staat er een dubbele punt, en dat wordt dan vervolgens toegelicht in vers 4, 5 en 6: "Eén lichaam en één Geest, gelijk jullie ook geroepen werden in één hoop van jullie roeping. Eén Heer, één geloof, één doop. Één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen."

Dat zijn de zes verzen waar het eigenlijk het hele weekend over gaat. Maar zoals gezegd, deze verzen wil ik nu eerst als introductie bespreken. Waar gaat het nou eigenlijk over? Wat is het verband? Vooral morgenochtend en morgenavond zullen we de context, dat wil zeggen de voorliggende hoofdstukken, ook eens wat nader bezien, omdat die namelijk precies verklaren wat er in dit gedeelte staat. Oké, laten we gewoon maar bij het begin beginnen, dat is de meest systematische en de meest logische aanpak, lijkt mij.

De Context: Paulus als Gevangene en de Heilshistorische Onderbreking ↑ hoofdstukken

Wanneer Paulus begint te spreken in Efeze 4 – overigens valt de Efezebrief heel duidelijk uiteen in twee delen. Eerst is er een heel duidelijk leerstellig gedeelte waarin Paulus het onderwijs dat hij geeft optekent. We mogen wel zeggen dat er geen brief is waarin hij zulke geweldige hoogten bereikt als juist in de Efezebrief; tot hoog in de hemelse gewesten om zo te zeggen, waar Christus is geplaatst. Dat grote geheim – daar zullen we het zeker nog vaker over hebben – is dat de Ecclesia, wat God zich vandaag verzamelt en uitroept, met Hem daar is geplaatst. Dat heeft hij in drie hoofdstukken uiteengezet, en in de navolgende hoofdstukken, vier, vijf en zes, zal Paulus vervolgens ingaan op wat de consequenties daarvan zijn en hoe dat in het gedrag en in de wandel ook beleefd kan en mag worden. Want het is een voorrecht.

Hij begint dus te zeggen: "als gevangene in de Heer". Dat is heel apart als je dat bekijkt in de structuur, want hier – en dat is geen enkele uitlegger ontgaan – pakt Paulus de draad weer op van hoofdstuk 3 vers 1. Dat betekent in de praktijk dus dat het hele voorgaande hoofdstuk in feite een tussenzin is; een intermezzo, een onderbreking. Je zou de rest kunnen overslaan en dan vervolgens in hoofdstuk 4 weer de draad oppakken. Dat is dan bijna een hele logische voortzetting, waarmee dus gezegd is dat Efeze 3 een onderbreking is in zijn betoog, een tussenzin. Dat vind ik niet alleen maar interessant – je zou kunnen zeggen dat het niet louter een theoretisch gegeven is of een toevallige vorm – maar het is ook heel stilistisch om zo te zeggen, omdat hoofdstuk Efeze 3 namelijk gaat over een onderbreking.

Dat vind ik zo mooi: hij spreekt over een onderbreking en hij drukt dat uit door een uitweiding te houden en op te tekenen die ook weer een onderbreking is. Hij geeft uitdrukking aan datgene wat hij zegt. Ja, dat is natuurlijk geweldig. Dat komt ook omdat Efeze 3 gaat over de onderbreking in de heilsgeschiedenis. En waar gaat het dan over? Laten we het maar even gewoon rechttoe rechtaan zeggen; vanzelf komen we nog wel op de details te staan. Maar waar het over gaat, is dat Israël het Evangelie heeft afgewezen. Ik bedoel niet alleen dat ze de Heer hebben verworpen en aan het kruis hebben genageld, maar ook dat ze in het boek Handelingen de prediking van de opgewekte Heer hebben afgewezen. Eerst de boodschap van de twaalf, maar ook die van de apostel Paulus zelf.

Daarom is Paulus ook een gevangene. Het loutere feit dat hij een gevangene is, is ook weer een uitdrukking van waar het over gaat. Namelijk nu Paulus een gevangene is en ze ook de boodschap die hij onder de natiën heeft gebracht afwijzen. Daarom is Paulus gevangen genomen, ooit in Jeruzalem en vervolgens naar Rome gegaan, zodat Paulus’ gevangenschap ook de onderbreking markeert waar het in de hele Efezebrief over gaat, maar wat in Efeze 3 met name wordt toegelicht. Israël wijst het Evangelie af en dat betekent in feite dat er een omweg komt, een onderbreking in de geschiedenis.

Die aanvankelijke gedachte moet je heel scherp voor de geest hebben, anders begrijp je namelijk niet wat er onderbroken wordt. Als je de lijn niet ziet, dan zie je ook niet dat er sprake is van een onderbreking. Je moet dus eerst weten wat de lijn is. Nou, de lijn is: de Messias is gekomen. De twaalf hebben de boodschap gepredikt van de opgewekte Heer, van de Messias, en daarbij ook verteld dat als Israël de boodschap van hun opgestane Messias accepteert, ontvangt en gelooft, de Heer zal terugkeren om Zijn beloofde Koninkrijk vanuit Jeruzalem op aarde te gaan bouwen. Dat was de lijn van de verwachting die Israël had.

Maar ja, daarin is dus een onderbreking gekomen. De boodschap van de twaalf is afgewezen. Ik vind het eigenlijk ook wel heel apart dat dit weekend in het teken daarvan staat – u bent hier nu toch desondanks gekomen – maar de A12 was afgesloten. Dan denken we: oh, dat zijn de twaalf apostelen natuurlijk! Ja, natuurlijk, die boodschap is afgesloten en dan moesten de meeste mensen nog een omweg gaan maken ook. Zouden ze dat in Driebergen – daar is het toch, waar ze dat allemaal regelen? Hier vlakbij natuurlijk. Zouden ze dat weten, dat het Goed Bericht-weekend is? Nou ja, anyway.

In ieder geval: die boodschap is dus afgewezen. En dan krijg je de boodschap van die dertiende apostel. Nou ja, en wat hij allemaal te vertellen heeft, dat zijn geheimenissen, verborgenheden die hem nooit eerder bekendgemaakt waren. Hij heeft ze geopenbaard gekregen en heeft ze mogen optekenen, Godzijdank. Want dat betekent namelijk ook dat wij ons daar nu, anno 2024, zo mee mogen bezighouden, nietwaar? Het is dus "als gevangene in de Heer". Dan moet ik er ook nog even bij zeggen dat dit alles is gebaseerd op de geschiedenis van het boek Handelingen. De afsluiting van het boek Handelingen is dat Paulus gevangen wordt genomen in Jeruzalem en naar Rome gaat. Vanuit Rome, in die twee jaren dat hij daar gevangen heeft gezeten, heeft hij deze brief opgetekend. Het is dus als gevangene in de Heer, maar ook als conclusie van de gebeurtenissen die voorafgegaan zijn, dat hij nu al deze dingen te melden heeft. Nu kan hij ook voluit uitpakken. We gaan daar morgen zeker nog verder op in.

We lezen nu eens even verder. "Als gevangene in de Heer," schrijft hij dan, "roep ik jullie op te wandelen." Ik vind dat veel mooier dan de weergave van de NBG-vertaling: "vermaan ik u dan". Want dan denk ik: heb je wel helemaal goed begrepen wat voor enorme rijkdom hieraan ten grondslag ligt? Bij vermaning denk ik sowieso al aan dat opgestoken vingertje, weet je wel, aan het waarschuwen. Maar het idee is niet dat er gewaarschuwd wordt. Het is een oproep om te wandelen, maar het is ook een uitdaging. De uitdaging is: ik roep jullie op te wandelen, waardig de roeping waarmee jullie werden geroepen.

Onze Hemelse Bestemming en het Wandelen Waardig de Roeping ↑ hoofdstukken

Eerst nog even over die roeping, voordat we gaan spreken over dat waardig wandelen. De roeping waarmee wij werden geroepen, zoals Paulus daarover spreekt en schrijft, heeft te maken met het feit dat de Heer vandaag voor Zichzelf een volk verzamelt. Dat vind ik ook zo mooi aan die term Ecclesia. Dat betekent eigenlijk een 'uitroepsel': dat wat vandaag geroepen wordt. Het gaat om mensen die geroepen worden, bij wie het Woord ingang vindt in het hart. Dat komt simpelweg doordat de Heer mensen overtuigt en hen geloof geeft. Dat stond trouwens ook al in Efeze 2.

Hij roept mensen, en waar roept Hij hen dan toe? Wel, om deel uit te gaan maken van het Lichaam van Christus. Dat is weer zo’n unieke waarheid die alleen Paulus in zijn brieven doorgeeft: namelijk dat de gelovigen die vandaag worden geroepen, een Ecclesia zijn. Een 'uitroepsel', maar met welke status? Wel, zij hebben de status van de Christus; Hoofd en Lichaam zijn onlosmakelijk en onverbrekelijk met elkaar verbonden. Dat betekent in de praktijk ook dat wat aan Christus beloofd is – namelijk om de hele schepping te ontvangen en tot haar bestemming te brengen – Hij niet alleen doet. Dat doet Hij met een gezelschap dat vandaag verzameld wordt als eerstelingen. Nog voorafgaand aan het moment dat Israël daadwerkelijk in haar positie wordt gesteld, is daar al die Ecclesia die nu verbonden is met Christus.

Zij zijn bestemd om op het hoogste niveau – en dat bedoel ik letterlijk – aanwezig te zijn: te midden van de hemelsen, of in de hemelse gewesten, zoals andere vertalingen dat zeggen. Om daar met Hem te zijn en vanuit de hemel, op de troon, te heersen over de hele schepping, hemel en aarde. Het is werkelijk verbluffend; we hebben er eigenlijk geen idee van. Dit gezelschap wordt geroepen en krijgt het zomaar, 'om niet'. Zij ontvangen de allerhoogste positie die je maar kunt bedenken: verbonden met Hem die hemel en aarde daar gaat brengen waar God het bestemd heeft. Als je bij dat gezelschap mag behoren, dan is je de allerhoogste eer toebedeeld. In hoofdstuk 1 lees je al hoe Paulus spreekt over de rijkdom van Zijn roeping en hoe geweldig de erfenis, het lotsdeel, is dat Hij aan ons gaat geven, en hoe dat straks daadwerkelijk de facto beleefd gaat worden. Dat is die roeping.

Nu roept hij op tot een waardige wandel. Om het anders te zeggen: die roeping om straks daadwerkelijk te gaan regeren en in de hemel onze plaats in te nemen, zover is het nu nog niet. Wij zijn nu hier op aarde, en dan kun je je afvragen: wat doen we hier eigenlijk op aarde? Wel, Paulus zegt dat die wandel van vandaag, elke stap die je mag zetten, waarde krijgt wanneer je inderdaad iets verstaat van de geweldige roeping die je hebt. 'Waardig wandelen de roeping waarmee jullie werden geroepen' is een wandel waarin de waarde wordt gereflecteerd van de roeping die je hebt. Maar dat kan per definitie alleen als je een idee hebt van wat de waarde daarvan is; je moet het naar waarde kunnen schatten. Daarom is het zo fundamenteel om te weten hoe geweldig die roeping is, want dan kun je het ook daadwerkelijk waarderen.

En als je het waardeert, dan gaat elke stap die je zet in deze wereld waarde krijgen, waar je je ook bevindt. Of dat nu in de huiselijke setting is of in het werk, waar je je ook bevindt en waar je ook loopt; elke stap gaat waarde krijgen omdat je georiënteerd bent op die roeping die je hebt. Men zegt wel 'adeldom verplicht', en dat is ook zo. Als je weet hebt van die geweldige bestemming, dan schept dat uiteraard ook een verplichting. Ik heb er een beetje moeite mee om die gedachte zo in te brengen, maar u snapt wat ik bedoel. Het geeft aan dat wanneer je zo'n hoge status is toebedeeld – zomaar, om niet – je dat in je wandel altijd mag realiseren en beleven, en zo je leven mag besteden.

Hij zegt er trouwens nog bij: 'jullie werden geroepen'. Dat wil ik er ook nog even in brengen voordat we verdergaan naar vers 2. Dat is passief. Grammaticaal gezien: je wordt geroepen. 'Je roept' is actief, maar 'geroepen worden' is passief, dat onderga je. Het geweldige is nu, wat Paulus vooral ook in zijn andere brieven naar voren brengt, dat degenen die Hij tevoren bestemd heeft, ook degenen zijn die Hij roept. En wie Hij roept, die rechtvaardigt Hij, en wie Hij rechtvaardigt, die verheerlijkt Hij. Dat is allemaal Zijn werk. Als je Zijn Woord mag horen en als dat weerklank vindt in je hart, hoe komt dat dan? Voor zover het een activiteit is, is het Zíjn activiteit, doordat Hij een mens overtuigt en het hart verovert en vult. Hij doet het, zodat Zijn Woord resoneert. Je wordt geroepen, en dat komt doordat je tevoren bestemd bent. Dat is uiteraard geen verdienste. Je wordt geroepen en het valt je zomaar, als een lot uit de loterij, ten deel. Daarom denk ik ook dat Paulus vervolgens in vers 2 zegt:

Nederigheid, Bescheidenheid en Elkaar Verdragen in Liefde (agape) ↑ hoofdstukken

Met alle nederigheid en bescheidenheid, met geduld. Of de NBG-vertaling, of de meeste vertalingen zeggen we zachtmoedigheid, maar ja, ik denk dat zachtmoedigheid feitelijk niks anders is dan bescheidenheid. Het wordt ook heel dikwijls in één adem genoemd met nederigheid: nederig en bescheiden. Het ene heeft te maken met het feit dat je inziet dat je van jezelf niks te verbeelden hebt. En bescheidenheid, dat is het corresponderende besef daarvan. Het loutere feit dat je weet dat je geroepen bent. En dat Hij jou geloof heeft gegeven. En dat Hij jou vervolgens die geweldige toekomst zomaar in je schoot werpt, dat krijg je. Maar dat is niet vanwege iets wat jij gedaan hebt, dat is geen prestatie.

En daarom zegt Paulus ook: als je nou geroepen bent en het wandelen waardig de roeping waarmee je werd geroepen, dan betekent dat in de eerste plaats dus besef van de roeping. En in de tweede plaats betekent dat ook: het is je ten deel gevallen. Je werd geroepen en dat maakt zo nederig. Want ja, je weet, het is niet zoals een heleboel dat dan in de religieuze, in de christelijke wereld zeggen: ik heb voor Jezus gekozen, of: ik heb dan toch maar God gezocht. En dan zegt Paulus: Hij is gevonden van degenen die Hem niet zochten. Nee, dus het hele idee dat het iets van eigen werk zou zijn... Paulus zegt trouwens in Efeze 2 – ja, dat is Efeze 2 – Hij zegt: door genade, dat wil zeggen om niet, zijn jullie gered. En dan zegt hij erbij: door geloof. Oh, wacht even, dat is dan toch een eigen prestatie? Nee, en dan zegt hij: dat niet uit uzelf. Nee, natuurlijk niet. Geloof is geen prestatie, behalve dan wat ik zojuist zei: door een prestatie van God die een mens overtuigt.

Het is een gave van God. Zowel de behoudenis, de redding als het geloven, het is een gave van God. En waarom is dat zo? Wel, daar staat nog bij in Efeze 2 vers 8 en 9: niet uit werken opdat niemand roeme. Dus dat is volstrekt uitgesloten. En juist dat maakt je nederig. Het maakt je ook heel bescheiden en zorgt er ook voor dat je geduld leert oefenen. Want je hoeft je niks te verbeelden ten opzichte van degene met wie je te maken hebt. Trouwens, geduld is vooral ook iets... en trouwens, dat geldt ervan dat we anderen ook elkaar in liefde verdragen. Ja, dat verdragen, dat wordt vooral actueel en heel erg acuut noodzakelijk wanneer er ergernis is. Je hebt moeite met het gedrag van de ander.

Maar juist dan biedt zich een gelegenheid aan om iets te tonen en te beleven van Gods agapé. U weet wat agapé is? Ook dat komt later nog aan de orde. Dat is liefde die onvoorwaardelijk is. Die dus niets vraagt van de ander, maar gewoon om niet geeft. Een liefde die dus ook, omdat ze onvoorwaardelijk is, die je dus nooit op kan houden om te gaan eisen of aan te vragen. Nee, het is de liefde die God zelf heeft. God houdt van... ja, eigenlijk vraag je je af: waarom? Het is Zijn creatie. Hij heeft het gemaakt, Hij heeft het bedacht. Wel, die liefde van God, want over die liefde gaat het hier ook. In liefde gaat het inderdaad over die goddelijke liefde die echt onvoorwaardelijk is.

En ja, als je dan inderdaad te maken krijgt met situaties of met mensen om je heen die erg je geduld op de proef stellen, dan is dat een gelegenheid – kijk er zo eens tegenaan – dan is dat een gelegenheid om iets te tonen dat onvoorwaardelijk is. Kijk, als de ander nu precies doet wat u vindt dat hij ook zou moeten doen, dan valt er weinig te verdragen. Of als de situatie zo is dat het precies gaat zoals ik het in gedachten had en gepland had, dan hoef ik helemaal niet te wachten. Nee, het is juist wanneer het allemaal langer duurt dan jij had gedacht en gepland... nou, en dan elkaar in liefde te verdragen.

Dat is ook wat dat besef van die roeping, het waarderen van je roeping uitwerkt. Dat maakt je wandel zo enorm waardevol. Daarom heb ik zo'n hekel om, om nog even erop terug te komen, aan dat idee van vermanen om waardig te wandelen. Want het punt is juist dat het een enorm voorrecht is. Het is een voorrecht om een wandel te hebben, om je gang door deze wereld te maken in het voortdurende besef wie je bent in Zijn ogen en wat Hij voornemens is en wat Hij met jou gaat doen en dat het allemaal Zijn werk is. Je bent Gods werk, Gods creatie. Hij maakt wat van jouw leven. En dus wat doe je? Dan kijk je omhoog en dan kijk je de goede kant op. En alleen dat maakt al blij, want je weet, als je het van jezelf moet hebben... ook dat maakt trouwens nederig en bescheiden... als je het van jezelf moet hebben, dan gaat het altijd fout. Daar word je trouwens ook al niet blij van. Dat is het geweldige van die roeping waarmee we geroepen worden. Het is allemaal Zijn werk. Het is allemaal Zijn werk.

En dat besef, ja, dat maakt elke stap van onze gang door deze wereld, onze hele wandel dus, zo enorm waardevol. Dat is waardig wandelen. We lezen verder. Want dit is de uitwerking van dat waarderen van de roeping in onze wandel: nederigheid, bescheidenheid, geduld en elkaar ook in liefde te verdragen. Dat is de normale sfeer eigenlijk die gecreëerd wordt, die ontstaat op het moment dat je inderdaad dat besef gaat krijgen van die roeping waarmee Hij roept. En het leidt nog tot iets anders, en dat is namelijk dat je je gaat beijveren. Dat is ook hier de oproep: om te beijveren de eenheid van de Geest te bewaren. Ziedaar, dat was dus zoals ik deze eerste studie heb genoemd: de eenheid van de Geest.

De Eenheid van de Geest Bewaren in de Band van Vrede ↑ hoofdstukken

Kijk, die eenheid van de Geest is uiteraard een geestelijke eenheid. Niet alleen maar omdat je het niet kunt pakken, niet kunt zien en niet kunt voelen of tasten, maar ook omdat het één Geest is die ons samenbindt. Eerder in deze brief, in Efeze 1 vers 13, schreef Paulus al tegen degenen aan wie hij schrijft – in feite zijn dat alle gelovigen in Christus Jezus. Want weet u dat die woorden 'in Efeze' er oorspronkelijk eigenlijk niet eens bij staan? Die staan tussen vierkante haakjes; het is maar zeer de vraag of deze brief überhaupt aan één Ecclesia is geschreven. Maar goed, dat maakt niet eens zo heel erg veel uit.

Het gaat erom dat Paulus schrijft: "Jullie hebben het evangelie gehoord..." Zo zegt hij dat in Efeze 1 vers 13: "nadat jullie het woord van de waarheid, het evangelie van jullie redding, gehoord hebben en jullie het geloofd hebben, zijn jullie verzegeld met de heilige Geest van de belofte." Zo staat het er, kijk het maar na. Je hoort dus het evangelie van je redding. Weet u wat het evangelie van je redding is? Het evangelie van je redding is niet de boodschap dat je gered kunt worden, maar dat is de blijde tijding dat Hij je Redder is. Dat is het evangelie van je redding. En op het moment dat dat landt – dat is geweldig, ook daar zie je weer dat het echt genade is. We zullen dit weekend er voortdurend bij bepaald worden: het evangelie is echt zo’n goed bericht.

Weet u waarom het zo’n geweldig goed bericht is? Omdat God alles, ik bedoel alles, van het begin tot het einde regisseert en in handen heeft. Hij geeft om niet voortdurend alles. In dat besef mag je wandelen. Je hoort het evangelie van je redding en het klikt: "Wauw, geweldig!" Wat gebeurt er als je zo'n evangelie hoort? Ik kreeg net te horen dat iemand zei dat er een verwijt kwam uit de reformatorische hoek dat wat André Piet vertelde nooit zoveel soep kon zijn, omdat hij zoveel lacht. Ik dacht: dat vind ik een mooi compliment. Ik had het wel eens eerder gehoord trouwens, en ik vind het de mooiste waardering die je kunt bedenken. Want als er iets illustratief is voor een blijde tijding... Wat denkt u dat een blijde boodschap met een mens doet?

Je hoort een blijde tijding van een God die werkelijk God is, die alles gemaakt heeft en met alles een geweldig plan heeft; dat Hij hoe dan ook alles tot een goed einde gaat brengen. Wat doet zo’n boodschap met je als je zegt: "Wauw, geweldig zeg"? Als je overtuigd wordt, dan word je blij. Natuurlijk! Dat is juist het kenmerk ervan. Het kenmerk van een blijde boodschap is dat het een boodschap is die blij maakt. Ja sorry, dat is echt geen hogere wiskunde hoor. En op het moment dat je die blijde tijding, dat goede bericht verneemt, je het hoort en het landt – het kwartje valt, dat is vijf keer vijf – dan word je verzegeld met de Geest van de belofte. Ook dat is wat Hij doet. Ik bedoel: Hij laat het je horen, Hij overtuigt je en vervolgens geeft Hij Zijn Geest. En dat is nog een verzegeling ook, een onderpand. Zoals het er staat: een onverbrekelijk zegel.

Maar dat betekent dus dat als die mensen bij elkaar zijn, er een geestelijke eenheid is. Logisch. Je bent blij met dezelfde blijde tijding, met hetzelfde evangelie, en je hebt die Geest ontvangen. Dat doet zijn werk. In feite is dat woord zelf ook geest. Ze zeggen wel eens: "Ja, wat is geest?" Nou, dat is eigenlijk alles wat je niet kunt zien. Het woord dat u nu hoort, kunt u ook niet zien. Dat zegt de Heer Jezus ook van de Geest: je ziet het niet, maar je hoort het geluid en je ziet de effecten ervan. Dat is geest, en dat is die geestelijke eenheid. Dat is een realiteit, een gegeven.

Daarom vind ik het ook zo prachtig dat Paulus zegt: "Beijver je nou." Laat dat altijd prevaleren. Daar word je voortdurend bij bepaald. Die eenheid is namelijk een gegeven die wij niet kunnen maken – we hóeven het trouwens ook niet te maken – want die is er namelijk al. Dat vind ik geweldig van de geestelijke eenheid. Het is niet een instituut waar je lid van kunt worden of waar je ingeschreven wordt. Het is geen door mensen gecreëerde eenheid, want je kunt er donder op zeggen dat op het moment dat mensen zoiets maken, het mensenwerk is. En u weet hoe het gaat met mensenwerk: dat komt en dat gaat ook weer. Maar Gods werk is van een heel andere orde. Die geestelijke eenheid waar het hier over gaat, is Zijn werk. Die eenheid is er meteen op het moment dat je Zijn woord spreekt, je het deelt met een ander en de ervaring er is van: "Hé, daar is die band."

Paulus zegt dat we ons inderdaad moeten beijveren om die eenheid van de Geest te bewaren. Bewaren. Die kun je niet maken. In feite is het zelfs zo dat op het moment dat je een eenheid gáát maken, je de eenheid die er al is niet meer bewaart. Want dan gaat er een andere eenheid, namelijk die je zelf tot stand gebracht hebt, een rol spelen. Maar de eenheid van de Geest is er, dat is een gegeven en die mogen we bewaren. Trouwens, het is een onverbrekelijke eenheid. Maar we moeten ons daar voortdurend van bewust zijn in de band van vrede. Want dat is de gedachte: in de band van vrede.

Dat betekent ook dat allerlei vleselijke verschillen die er naar de mens gesproken zijn tussen u en mij, er mogen zijn. Ik bedoel, met sommige mensen heb je naar het vlees van nature een klik. Dat is sympathie; dat kan te maken hebben met dezelfde achtergrond of dezelfde interesses. Er zijn zoveel factoren waardoor er sympathie ontstaat of waardoor je je aangetrokken voelt tot de ander. Maar dat is dus geen onvoorwaardelijke liefde, hè? Dat moet aan bepaalde kenmerken voldoen. Waar we het nu over hebben, is de eenheid van de Geest; dat is een gegeven.

Er zijn echter ook vleselijke verschillen die juist verwijdering geven. Dat kunnen karakters zijn – dat geldt trouwens ook voor groepen mensen, niet alleen individuen – of gewoontes die de een van de ander scheiden. Er zijn zoveel dingen die scheiding maken tussen mensen, zoals verschillende temperamenten. Stel je voor: wij zijn hier nu bij elkaar en er is één ding dat ons bindt. Dat is die geestelijke eenheid, de rijkdom van dat geweldige blijde nieuws dat Hij ons heeft gegeven en de rijkdom van het Woord. Dat bindt ons. Anders waren we hier niet geweest en hadden we elkaar ook niet gezocht. En misschien zegt u: "Er zijn een aantal mensen die mij wel liggen en andere mensen naar het vlees gesproken niet." Dat kan ook, dat is geen punt.

Maar die geestelijke eenheid is zoiets kostbaars, en die zou altijd de boventoon moeten voeren. Die vleselijke verschillen zijn dan mooie gelegenheden waarbij je gewezen wordt op de mankementen – tenminste, zo beleef je dat dan – van de ander. Dat is een prachtige kans om met geduld om te gaan, zoals God dat ook met ons doet. Ja toch? Ook dat is die bescheidenheid en nederigheid. Verbeeld je nou maar niet naar Hem toe dat jij zo vroom of zo goed bent. Nee, juist dat besef maakt dat je geduld hebt met de ander, ook hier in een band van vrede. Want dan beleef je ook die band van vrede en ontstaat er onderlinge harmonie. Niet alleen vrede in het hart, maar ook onderling.

Eén Lichaam en Één Geest ↑ hoofdstukken

Paulus begint met één lichaam en één Geest. Daar gaan we morgenochtend wat meer op inzoomen in het tweede hoofdstuk van Efeze, waarin Paulus naar voren brengt dat het lichaam nu werkelijk één is. De muur die er ooit was, ook nog in de dagen van het boek Handelingen, tussen Jood en heiden – waarbij de heidenen, de natiën, eigenlijk vreemdelingen en gasten waren die er nog niet echt bij hoorden – die muur is verdwenen.

Het is één lichaam. Hij benadrukt dat 'één', want dat is de favoriete term die Paulus daar als enige voor gebruikt. Dat is dat gezelschap dat wij vormen, een ekklesia die wordt vergeleken met een lichaam. En dat is meer dan alleen maar een metafoor; het drukt precies uit wat wij samen zijn: bestemd om de positie te delen die het Hoofd nu reeds daar boven heeft. Er is een mens daarboven in de hemel en wij zijn verbonden met die mens daar. Wat God aan Hem heeft toegezegd, dat gaan wij met Hem delen. Dat is onze positie, dat is waartoe we geroepen zijn. Wij vormen één lichaam. Dat houdt natuurlijk heel veel in, maar je voelt meteen aan: wauw, dat is wel heel veel en heel hoog.

Eén lichaam en één Geest. Trouwens, dit wat hier zo staat, schreef Paulus ook al in een veel eerdere brief, namelijk aan de Korinthiërs. Laten we dat eens opslaan in 1 Korinthe 12. De context is daar wat anders, het gaat daar vooral over de diversiteit van allerlei individuele leden, maar ook hier wordt al naar voren gebracht: één lichaam, één Geest. Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft – dat is gewoon een biologisch of natuurkundig gegeven – vormt een lichaam een organische eenheid. Het heeft vele ledematen en al de leden van het lichaam, hoevele ook, vormen één lichaam. Dat is op zichzelf al een wonderbaarlijk fenomeen. Hoe dat allemaal functioneert, hoeven we nu niet te verklaren; we stellen gewoon vast dat het zo is. Het is een organische eenheid.

Paulus zegt: "Gelijk het lichaam één is en vele leden heeft en al de leden van het lichaam, hoeveel ook, één lichaam vormen, zo ook de Christus." Je zou verwachten dat hij zou zeggen: "zo ook de ekklesia." Daar zou niets mis mee zijn, maar zoals hij het hier formuleert, vind ik het nog mooier. Waarom? Omdat hij daarmee eigenlijk ook aangeeft dat de ekklesia de Christus is; zij maakt deel uit van de Christus, zo u wilt. Hij is het Hoofd – dat is trouwens nog niet zozeer het onderwerp in de Korinthebrief – maar de Christus is Hoofd én lichaam. Zoals uw en mijn lichaam een eenheid vormen maar wel vele functies en vele ledematen hebben, zo is het met de Christus ook.

Laten we even doorlezen, want hij zegt: "Want door één Geest zijn wij allen tot in één lichaam gedoopt." Hoe komt het dat wij één lichaam zijn? De Christus, zo noemt Paulus dat hele gezelschap. Hoe komt het dat we zo'n eenheid vormen? Wel, doordat we allen één Geest bezitten en ontvangen hebben. Door één Geest zijn we allen tot in één lichaam gedoopt. En u begrijpt, dat gaat hier niet over een paar druppels water of een menselijk ritueel. Dit is geen waterdoop. Nee, het staat erbij: door één Geest tot in één lichaam gedoopt. Het is natuurlijk niet een ritueel dat ons samenbrengt in één lichaam; zo werkt het niet. Het is de Geest die wij ontvangen en waarin wij ondergedompeld worden – dat is de gedachte bij dopen natuurlijk vooral ook – en waarin wij tot een eenheid gesmeed worden, namelijk tot één lichaam. Geen ritueel, geen water, maar één Geest doopt ons tot in één lichaam.

Dan zegt hij er nog bij, ongeacht wat de achtergrond ook is, want ook die is hierin natuurlijk heel divers. Het zijn Joden, het zijn Grieken; dat zijn grote nationale of levensbeschouwelijke verschillen. Het zij slaven, het zij vrijen; dat zijn de maatschappelijke verschillen die trouwens ook enorm diep ingrijpend kunnen zijn in de gewone samenleving. Maar die verschillen zijn volstrekt ondergeschikt op het moment dat je de waarheden leert kennen en de roeping gaat verstaan waartoe we geroepen zijn. Dan worden al dat soort verschillen, die er gewoon zijn, irrelevant en onbelangrijk. Of het nu Joden zijn of Grieken, slaven of vrijen: allen zijn wij met één Geest gedrenkt.

Het is een geestelijke eenheid en dat is de eenheid van de Geest, en die mogen we dan ook bewaren. Hij zei: één lichaam, één Geest. Het is eigenlijk heel kort. Het klinkt iedere keer als een soort staccato in de muziek: één lichaam, één Geest, één hoop, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader. Iedere keer klinkt die eenheid door. Slechts één, dat is de gedachte. Het punt is niet alleen dat er een lichaam en een Geest is, maar het is taalkundig gezien geen onbepaald lidwoord; nee, het is een bepaald telwoord: één lichaam, één Geest.

Eén Hoop, Één Heer, Één Geloof, Één Doop ↑ hoofdstukken

En ook één hoop. Gelijk jullie ook werden geroepen in één hoop van jullie roeping. Ja, en waar Paulus het over heeft, die hoop van onze roeping, daarover had hij al vanaf de aanvang gesproken in zijn brieven. In de vroegste brieven die wij van hem hebben – zo weten wij uit het boek Handelingen – is die aan de Thessalonikers. Daar schreef hij al over een verborgenheid, over een woord van de Heer dat hij had ontvangen. Ook aan de Korinthiërs spreekt hij hierover: "Zie, ik deel jullie een geheim mee." Hij spreekt dan over dat moment dat we de Heer tegemoet zullen gaan en weggerukt zullen worden hier van de aarde. En weet u, als hij daarover spreekt – die hoop die hij als een geheim had bekendgemaakt – dan week dat af van de hoop zoals de twaalf daarover hadden gesproken: de besnijdenisverwachting.

Hoop, verwachting... ik gebruik dat hier even door elkaar. Maar kijk, de besnijdenisverwachting vindt u misschien een beetje vreemd klinken als ik het zo zeg. Het is een beetje jargon, dat begrijpt u. Morgen ga ik dat trouwens nog wat meer toelichten. Maar de besnijdenis is gewoon de technische term voor de Jood, het volk dat besneden is. En de voorhuid, dat zijn eigenlijk alle anderen die niet besneden zijn, die niet Joods zijn. De Joodse verwachting was, ook op basis van de profetie: de Messias keert terug, Israël zal worden verzameld, de Messias zal in Jeruzalem zijn plaats innemen en dat volk van Israël zal een koninkrijk van priesters zijn. Dat was de verwachting; zij wachtten op de Messias die dan op aarde zou komen.

Maar Paulus spreekt van een verwachting die eigenlijk daaraan voorafgaat. Voordat de Heer Zijn voeten op de aarde zal zetten, zullen wij Hem tegemoet gaan en met Hem zijn. Eerst komt Hij vóór de Zijnen, om vervolgens mét de Zijnen in heerlijkheid te verschijnen. Paulus zegt nu als gevangene: die verwachting... er waren ooit eigenlijk, in de tijd van het boek Handelingen, twee verwachtingen. Aan de ene kant had je de verwachting van de twaalf, van de Messiaanse Joden om zo te zeggen. En je had ook de verwachting zoals Paulus daarover had geschreven aan de natiën. En nu zegt Paulus eigenlijk: na de geschiedenis van het boek Handelingen is er nu nog maar één verwachting. Eén verwachting die ik als een geheimenis heb mogen bekendmaken. Niet langer twee hopen.

Ik vind het wel een beetje raar als ik het zo zeg, dan is het mooier om te spreken over verwachtingen. Het zijn niet meer twee verwachtingen: een verwachting van de Jood aan de ene kant en een verwachting van de natiën zoals Paulus erover had gesproken anderzijds. Nee, Israëls rol is tijdelijk gewoon uitgespeeld. De muur om Israël is weggebroken. Het speelt geen rol meer, er is geen verschil meer. Alle natiën zijn gelijk; of je daarin nou een Joodse achtergrond hebt of een heidense, dat maakt geen verschil. En die ene hoop, dat is wat nu nog telt.

En dat geldt ook voor één Heer. Dat is in de praktijk ook buitengewoon belangrijk. Er is vandaag eigenlijk, sinds Paulus daarover heeft geschreven in Efeze 4, een soort oorkonde. Het is een soort handvest van eenheid. Er is geen gezagsinstantie – laat u nooit iets wijsmaken – in de ekklesia dan alleen één Heer en één Hoofd. En dat betekent dus: geen paus, geen synodes of een geschrift waar mensen dan een autoriteit aan hebben toegekend, een belijdenisgeschrift of een kerkenraad of een broederraad of hoe het maar heten mag. Geen instantie die gezag of macht over jou uitoefent. Eén Heer. "Eén is uw Heer, en jullie zijn allen broeders." Een beetje uit zijn verband gerukt, maar het is wel waar.

Er is dus niemand die zich over uw geestelijk leven meester zou kunnen maken en gezag over u zou kunnen oefenen. Eén Heer, dat is een geweldig kostbare waarheid. Dat is dus niet een genootschap, want een genootschap heeft natuurlijk weer een gezagsinstantie nodig die dan bepaalt: dit zijn de regels en naar ons moet je luisteren. Zij bepalen wie er "binnen" zitten en wie er niet bij horen, en natuurlijk moet je contributie betalen. Dat is allemaal een menselijke eenheid die dingen wil bepalen en bedisselen. Geniet van de eenheid die Hij heeft gemaakt, maar ook van de vrijheid die dat geeft. U zegt: "Maar dan ben je buitenkerkelijk." Ja, dat bedoel ik. Dan ben je vrij en dan heb je één Heer en Hij heeft Zijn woord gegeven en daar mag je naar luisteren. Dat is inderdaad vrijheid.

Eén geloof ook. Ook hier wil ik weer die tegenstelling aanstippen waar we het nog veel uitgebreider over gaan hebben, morgen met name. Namelijk dat er in het boek van de Handelingen twee evangeliën waren. Je had aan de ene kant het evangelie van de besnijdenis, dat de twaalf predikten. En aan de andere kant had je het evangelie van de voorhuid, zoals Paulus dat onder de natiën bracht. Ja, dat conflicteerde. Toen Paulus inderdaad in Jeruzalem arriveerde, begon meteen – als ik het eventjes ordinair mag zeggen – het gedonder in de glazen. Toen Paulus daar in Jeruzalem kwam, vielen ze over het feit dat hij een heidens evangelie bracht waarin de besnijdenis geen enkele rol speelde. Daarom werd hij gevangen genomen.

Maar die verschillende boodschappen – het evangelie van de besnijdenis met ook een eigen verwachting en een eigen hoop – dat is nu niet meer aan de orde. Sinds Paulus als gevangene deze dingen heeft geschreven en dit handvest heeft overgeleverd, is er maar één Heer, één geloof en ook één hoop.

En ook zegt hij: één doop. Ook dat zie je in het boek Handelingen heel duidelijk. In feite functioneerden daar twee dopen. Je hebt een waterdoop; dat is altijd een Joodse handeling. Ik zeg niet dat het per se altijd Joden zijn die gedoopt worden, maar het is een Joodse handeling. Het zijn Joden die een ander dopen. En het hele ritueel – trouwens, rituelen hebben per definitie die oorsprong – functioneerde in het boek Handelingen nog. Zelfs Paulus heeft bij gelegenheid – hij excuseert zich er weliswaar voor – sommigen gedoopt. De Heer had hem er niet toe gezonden, maar oké.

Trouwens, in het boek Handelingen was ook al wel sprake van een geestelijke doop, en dat is ook vrij logisch als je erover doordenkt. Want hoe was het ook alweer met Johannes de Doper? Wat zei hij? Wat deed hij? Ja, hij doopte. Dat was heel uniek en apart, want de Joden kenden wel hun wassingen, maar ze doopten zichzelf. En toen kwam er ineens een man en die ging anderen dopen. Dat is die waterdoop. Maar goed, Johannes zei wel: "Ik doop jullie in water, maar Hij die na mij komt, die zal jullie dopen in Geest." Dat is de echte doop. Wat ik doe is eigenlijk alleen maar een voorafschaduwing. Maar de echte christelijke doop, de doop van Christus, dat is een doop in Geest.

Die twee dopen lopen parallel in het boek Handelingen, maar nu zegt Paulus vanuit de gevangenis – en als gevangene ook: nu is er nog slechts één doop. Eén doop telt nog, en dat is wat ons ook tot één lichaam maakt: namelijk die doop waar Gods Geest ons mee aaneensmeedde.

Eén God en Vader van Allen ↑ hoofdstukken

Eén Heer, één geloof, één doop en ook één God en Vader van allen. Daar gaan we het zondag nog een hele dag over hebben, over dat zesde vers: één God en Vader. In feite is dit zo'n geweldige waarde. Paulus sluit hiermee af, maar het is de meest basale Bijbelse waarheid die er is: één God.

En je gelooft het niet – want hoe kan het je ontgaan? – maar dat er toch de meest simpele en daarmee bedoel ik ook letterlijk de meest eenvoudige waarheid, letterlijk zelfs de één-voudige waarheid is, namelijk dat er één God is: de Vader. Zelfs die waarheid heeft men weer onder het tapijt geschoven en verdraaid. Want als je het nu aan een standaard orthodoxe christen vraagt: "Hoe zit dat met de eenheid van God?", dan zeggen ze: "Eén God: Vader, Zoon en Heilige Geest." Wauw, hè? Terwijl er staat: één God, de Vader. En Jezus Christus is niet 'God de Zoon', maar Hij is de Zoon van God.

Nou ja, we gaan het er zondag nog over hebben. Eén God en Vader, maar ook een Vader van allen. Want God denkt groots en universeel. Hij is boven allen en door allen en in allen. In feite garandeert Gods vaderschap ook de ultieme uitkomst dat Hij uiteindelijk alles zal zijn in allen. Dit zijn allemaal kenmerken van die eenheid die wij als gelovigen samen vormen en die we koesteren en bewaren. Dit is met recht elementair en het is geweldig om deze dingen te bedenken.

Nou, daar gaan we dus morgen inderdaad mee verder. Ik stel voor dat we... want ik zie dat het hoog tijd wordt om af te sluiten en dat we nog een lied gaan zingen.

🎧 zeven keer één (1)
Delen: