GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Wat Is ‘Nieuw’?

04-01-2015 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 4 januari 2015 in Zoetermeer.

Een nieuw jaar is zojuist begonnen. Maar wat is daar nieuw aan, behalve de kalender en het jaartal? En hoelang blijft het nieuw? De Prediker stelde reeds duizenden jaren geleden vast dat er niets nieuws onder de zon is. Want alles blijkt herhaling. Maar bestaat er dan geen wezenlijk ‘nieuw’? Jazeker, maar niet “onder de zon”. Dan moeten we zoeken wat daarboven is. Dat is niet alleen nieuw maar het blijft ook nieuw! Hoezo? En wat betekent het kennen van dat goede nieuws? Hier onder de zon, terwijl we nog verkeren in deze oude schepping?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie stelt de aardse realiteit, waarin volgens Prediker alles cyclisch en vergankelijk is, tegenover de hemelse realiteit in Christus. Onder de zon is er niets nieuws en eindigt alles in de dood. In Christus is echter een volstrekt nieuwe schepping ontstaan door Zijn opstanding uit de doden. Gelovigen zijn met Hem één gemaakt en hebben dit nieuwe opstandingsleven reeds ontvangen. Vanuit dit nieuwe leven worden we in ons denken vernieuwd om onszelf en anderen niet meer naar het vlees, maar vanuit Gods perspectief te zien.

“Als God mij ziet, dan ziet Hij Christus. Als God Christus ziet, ziet Hij mij.”

Wat Is 'nieuw'? ↑ hoofdstukken

Het lied dat we zojuist hebben gezongen, 'Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw', is eigenlijk een hele aardige aanvang voor het onderwerp dat ik vanmorgen wat meer voor het voetlicht wil brengen. Wat is nieuw? Het symbooltje of het plaatje dat u hier ziet met de zon daarboven, boven die tekst, dat is een introductie eigenlijk voor de eerste schriftplaats die ik wil noemen, namelijk uit Prediker.

Kijk, het is vandaag 4 januari. Het nieuwe jaar is nog maar net begonnen, maar ja, je moet dan toch in ieder geval, lijkt mij, het woordje 'nieuw' tussen aanhalingstekens plaatsen. Want ja, nieuw is het jaar zo lang als het duurt. Daar is wat discussie over, heb ik al begrepen: hoe lang mag je nog 'Gelukkig Nieuwjaar' zeggen? Want hoe lang blijft dat jaar nieuw? Nou, in ieder geval niet al te lang. Ik heb begrepen dat de etiquette is dat je dat na twee weken niet meer zegt. Oké, dan hebben we dat bij dezen ook weer geregeld. Het is ook maar een gooi natuurlijk hè, wat iemand ooit zomaar eens een keertje opgeworpen heeft.

Maar ja, wat is nieuw? Nou, die vraag is in ieder geval niet nieuw, want Prediker – de Prediker, de zoon van David, want zo introduceert hij zich – die schreef er ooit al, pakweg zo’n drieduizend jaar geleden, het zijne over. Ervan uitgaande dat het inderdaad hier gaat over Salomo. Het is wat omstreden; sommigen zeggen Hiskia, maar ik houd het op Salomo. Daar hadden we het de vorige keer trouwens over. Dat was inderdaad vorig jaar, maar toch nog maar een week geleden: over Salomo en zijn wijsheid en hoe hij die wijsheid van God demonstreerde in die keuze van die beide zonen. Enfin, dat gaan we niet nog eens een keertje doen.

Maar ik wil wel graag naar het boek gaan dat hij dus ooit geschreven heeft. Hij heeft heel veel gezegd, heel veel geschreven. Hij zegt in Prediker 1 – daar zijn al wat verzen aan voorafgegaan – bekend en haast spreekwoordelijk zijn de woorden waarmee hij aanvangt: "IJdelheid der ijdelheden, leegte" (want dat is wat ijdel is), "alles is ijdelheid". Nou, en dat... Hij wordt niet moe, maar hij doet het dan toch maar wel. En ik zei al, daar zijn al een paar verzen aan voorafgegaan.

De Onuitsprekelijk Vermoeiende Kringloop ↑ hoofdstukken

In vers 4 pakken we de draad op: "Het ene geslacht gaat en het andere geslacht komt, maar de aarde blijft altoos staan." Of staan... nou ja, "altoos", daar staat eigenlijk l'olam. Daar hebben we het wel vaker over gehad. Dat is afgeleid van een werkwoord dat "verbergen" betekent. Het heeft daardoor niet de betekenis van "eindeloos blijven bestaan". Want dat is niet zo, we hebben het zojuist immers gezongen: er komt een nieuwe aarde. Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan. Ik bedoel maar te zeggen dat die aarde niet tot in eeuwigheid blijft in de zin van eindeloos bestaan. Wel onafzienbaar. Terwijl de generaties wisselen – het ene geslacht komt en het andere gaat weer – is er sprake van zo'n cirkelgang of kringloop. Een cyclisch gebeuren dat we eigenlijk in de hele schepping zien.

De zon komt op, nog zo'n voorbeeld over cycli. "De zon komt op, de zon gaat onder en hijgend ijlt zij" – nogal dichterlijk geformuleerd – "weer naar de plaats waar zij opkomt." Het is de dagelijkse kringloop, zoals we ook het gelukkige nieuwjaar hebben ontleend aan de jaarlijkse kringloop van de zon, of de maandelijkse kringloop van de maan. Laten we het er maar even op houden dat de zon inderdaad zo'n kringloop maakt; in ieder geval blijft dat maar doorgaan. Vers 6 spreekt over de wind, waar je ook zo'n cyclisch gebeuren aantreft. En dan vers 7: "Alle beken stromen naar de zee, nochtans wordt de zee niet vol." Nee, want dat is ook weer zo'n kringloop: het water verdampt weer, enzovoort. Naar de plaats waarheen de beken stromen, daarheen stromen ze altijd weer. Dat blijft dus maar doorgaan, maar de zee wordt er niet voller van. Alles keert weer terug.

Terwijl ik het dacht, zei ik al dat ik mijn woorden weer terug moet nemen: hij wordt niet moe om het te zeggen in dit boek. Uiteindelijk zegt hij het in de aanvang al: het is vermoeiend. "Alle dingen zijn onuitsprekelijk vermoeiend." Dat wil zeggen dat het eigenlijk niet onder woorden te brengen is hoe vermoeiend alles is, dat hele cyclische gebeuren. De vergankelijkheid, want dat is waar Prediker het over heeft. De geslachten komen en de geslachten gaan. Laten we het even heel persoonlijk zeggen: je wordt geboren, je leeft een x-aantal jaren en je gaat weer dood. Jeffrey, dat had je niet beter kunnen timen! Je had nog een keertje "hè" kunnen zeggen... Want ja, dat hele vergankelijke gebeuren, dat wat wij leven noemen, daarvan zegt de Bijbel heel onomwonden: dat is geen leven, dat is sterven. We zijn bezig dood te gaan.

Dan kun je zeggen dat dit een macabere of pessimistische benadering is – of welk etiket je daar ook op wilt plakken – maar het is zo reëel. Die realiteit dringt zich voortdurend aan ons op. Je kunt je eraan proberen te onttrekken en er een slinger omheen hangen om het vrolijk te maken, maar het is in wezen een heel triest verhaal. Er zijn mensen die daar hun beroep van maken, zoals een conferencier. Deze week was Joep van 't Hek in het nieuws; we zullen het niet over de conference zelf hebben, maar wat heel treffend is: hij staat bekend als een grappenmaker, maar hij is van één ding diep doordrongen. Ik las het in een interview en er was ook een documentaire naar aanleiding van die conference die hij zou geven. Hij zei: "Ik weet maar één ding en dat is dat ik doodga." Hij geeft onomwonden toe dat hij een heel pessimistische levenskijk heeft. Nou ja, dan moeten we er maar van maken wat ervan te maken valt. Dan moet je alle registers opentrekken, maar vrolijk is het niet.

De vrolijkheid wordt dus niet ontleend aan de levensvisie. Integendeel, want het is geen levensvisie; het is eigenlijk de visie van: we gaan dood. Vandaag kan mijn laatste dag zijn en dan is het weer over en uit. Dat is de tragiek. En juist vanwege die tragiek, als het er zo tragisch voorstaat, moeten we er maar van maken wat ervan te maken valt. Maar dat is niet omdat je zo'n geweldige, blijde kijk op het leven hebt. Integendeel. Het is: "Laten we eten en drinken..." Ja, en vrolijk zijn? Nee, dat staat er niet, hè? "Laten we eten en drinken, want morgen gaan we dood." Want om vrolijk te zijn heb je op basis van dat gegeven geen echte reden. Die reden is er overigens wel hoor, maar daar gaan we het straks over hebben.

Eerst even dit: "Alle dingen zijn onuitsprekelijk vermoeiend. Het oog wordt niet verzadigd van zien, het oor wordt niet vervuld van horen." Dat wil zeggen: wat je ook ziet en waarneemt in de wereld en wat er te bekijken valt, het bevredigt niet. Het geeft aan het hart niet wat het geacht wordt te geven; het geeft het hart niet wat het nodig heeft. Onrustig is ons hart. Ook hierin keert alles weer terug. Je kunt zoveel doen en zoveel bekijken, je kunt wereldreizen maken en inderdaad je slingers ophangen. You only live once, YOLO, zo was het toch? Ja, ik zie mijn kinderen al glimlachen, want die afkorting wordt nogal eens in huize Piet gebezigd. Je leeft maar één keer... wat dus... nou ja, goed, daar zullen we het even niet over hebben. Maar ik bedoel maar te zeggen: het geeft het hart geen werkelijke bevrediging als je je puur richt op dat wat je waarnemt, als je je ogen en oren goed openzet. Dat vervult niet, dat verzadigt het niet werkelijk.

Niets Nieuws Onder de Zon ↑ hoofdstukken

Wat geweest is, dat zal er zijn. En wat gedaan is, dat zal gedaan worden. Ik heb als embleem maar even de kranten als plaatje bijgezet, ter illustratie van waar Prediker het over heeft. Dit wordt geacht nieuws te brengen, maar alles wat daarin staat is in wezen herhaling. Je kunt natuurlijk zeggen dat de omstandigheden en de poppetjes altijd weer anders zijn en het wat anders is aangekleed, maar in wezen – of je het nu hebt over cultuur, over politiek of over filosofie, noem nog maar wat terreinen op – is het allemaal gewoon weer een herhaling van zetten. We wisten het al. We hebben het grote voordeel dat we wat vergeetachtig zijn en dus denken we dat het nieuw is. Maar als je de geschiedenis kent of zou kennen, dan zou je weten: welnee, het is niet nieuw.

Zelfs voor mode geldt dat. Dit is een terrein waar ik niet al te veel van weet, en dat wou ik zo houden ook trouwens. Ja, sorry Ari. Als je een kledingwinkel hebt, dan wordt het verhaal weer wat anders. Komende donderdag mag je me daarover eventjes bijpraten. Maar als we het hebben over mode: we zeggen gewoon dat het nieuw is, maar je kunt er vergif op innemen dat het tien, twintig of dertig jaar geleden ook al in de mode was. Nee, het is helemaal niet nieuw. En trouwens, hoe gaat dat met die kranten? Alles wat nieuw is, alles wat vandaag op de mat rolt en als nieuws gepresenteerd wordt, dat is morgen alweer oud. Met recht komt het al heel gauw bij het oud papier terecht. De houdbaarheid is minimaal. Kom zeg, het is niet nieuw. Het is net als met een soap: al mis je een aantal afleveringen en je haakt gewoon weer aan, dan blijkt dat je niks hebt gemist. En dat geldt met het krantlezen ook.

Alles is cyclisch. Je ziet dat in mensenlevens. Ik had er van de week nog een gesprekje over, over dat wat een mens opzet en maakt. Bij een bedrijf zie je bijvoorbeeld ook altijd weer het opgaan, blinken en weer verzinken. De eerste generatie verwerft het, zoals mijn vader dat altijd zei, de tweede generatie beërft het en de derde generatie verderft het. En daar zijn we weer terug bij af; u krijgt geen 400 euro. En daarom zegt Prediker: er is niets nieuws onder de zon.

Dit is het eerste antwoord op de vraag: wat is nieuw? Prediker zegt dat er niks nieuws is onder de zon. Dat wil zeggen: gewoon op het aardse vlak bekeken, want dat is de wijze waarop Prediker zich als waarnemer opstelt. Gewoon hier als mens op aarde moet je, als je eerlijk bent, vaststellen: er is niks nieuws. Het is iedere keer een ander jasje, een andere vorm, een ander uiterlijk, maar in wezen is er niks nieuws. Is er iets waarvan men zegt: "Zie hier, het is nieuw"? Dat wordt natuurlijk heel dikwijls zo gepresenteerd, maar de Prediker zegt dan: "Vergis je, want het was er al in de verre tijden." Hier kom je trouwens weer dat woordje olam tegen, alleen dan in het meervoud: de olamim. In de Statenvertaling staat "de eeuwen", oftewel de aionen – dat is dan weer op z'n Grieks geformuleerd. Het was er in de aionen die voor ons waren.

Het is vaak ons gebrek aan kennis van het verleden en van de geschiedenis waardoor wij denken dat dingen nieuw zijn, maar het is niet zo. Zelfs als het gaat over techniek is dat de vraag. Er zou heel wat boeiends over te zeggen zijn – wat ik nu niet uitgebreid ga doen – maar ik wil wel even een hint geven in die richting over die aionen, de wereldtijdperken die aan de onze voorafgingen. Laten we ervan uitgaan dat dit wereldtijdperk, deze aion waarin wij leven – die boze aion waarin de leugen regeert – begon in de dagen van Noach na de grote vloed. Maar daarvóór waren ook nog aionen; er zijn wereldtijdperken aan voorafgegaan. Toen wist men ook het een en ander en kon men ook het een en ander. Wij denken dat wij met ons technische vernuft nieuwe dingen hebben, maar dat is nog maar zeer de vraag. Zelfs als ik het heb over luchtvaart. Daarvoor moet je niet in de mainstream wetenschappelijke werken kijken, maar er zijn hele interessante dingen te melden over wat er in de wereldtijdperken voorafgaand aan de onze al was. Men staat er nu nog van te kijken hoe het in de wereld mogelijk is dat men zoiets als een piramide kon bouwen; met de huidige technieken zouden we niet in staat zijn om dat te doen.

Ga dus niet te gauw roepen: "Het is nieuw." Prediker zegt: het was er al in de aionen, in de eeuwen die voor ons waren. Dat is het eerste antwoord op de vraag wat nieuw is: hier op aarde dus per definitie niets. Eigenlijk is alles oud. Het hele idee van deze schepping is dat ze oud is en bezig is te verouderen en te verdwijnen. Dat is het meest karakteristieke van deze schepping: ze is vergankelijk, het gaat voorbij. Wij mensen zijn voorbijgangers, maar alles gaat voorbij. En vandaar dat, omdat de dingen dan weer in een andere vorm of in een ander geslacht terugkomen, dat juist de waarheid bevestigt dat het voorbijgaat. Goed, dat was het eerste antwoord; de zoon van Salomo die daar ooit drieduizend jaar geleden zijn licht op liet schijnen.

De Liefde van Christus Dringt Ons ↑ hoofdstukken

Nu gaan we naar 2 Korinthe 5. Paulus gebruikt daar dat woord ‘nieuw’. Ik heb hier een groot glas waar ‘Dommelsch’ op staat, maar dat zit er niet in hoor! In 2 Korinthe 5 gaat Paulus dat woord bezigen. We zullen het straks zien, maar voordat ik bij het zestiende en zeventiende vers aankom, wil ik beginnen bij vers 14. Anders ben ik bang dat u niet goed begrijpt waar hij het over heeft. Het is sowieso lastig om zomaar midden in een hoofdstuk binnen te vallen, zeker wanneer er al vier hoofdstukken aan voorafgegaan zijn.

In 2 Korinthe 5 vers 14 zegt hij iets geweldigs: "Want de liefde van de Christus dringt ons." Let wel op dat woord ‘dringen’. Dat wil zeggen dat het van binnenuit komt. En ik wil op nog een woord wijzen; er staat ‘van’, niet ‘tot’. Het is dus niet de liefde die wij hebben tot Christus die ons dringt, zegt Paulus. Nee, het is de liefde van Hém, ofwel de liefde van God in Christus Jezus. We hebben erover gezongen: de liefde Gods in Hem die ons dringt. Dat is het.

Dat woord ‘liefde’ is een begrip dat eigenlijk niet op aarde thuishoort. Wij kennen hier op aarde weliswaar allerlei vormen; we kennen eros en we kennen het ‘houden van’, philia. Maar hier staat een woord dat onvoorwaardelijke liefde betekent. Een liefde waar geen kostprijs aan verbonden is, die je niet kunt verdienen door goed te doen, maar die je ook niet kunt verliezen door niet goed te doen of door kwaad te doen. Dat is onvoorwaardelijk, het is dus liefde van een hogere orde. Inderdaad, het is de liefde van God, die gebaseerd is op het feit wie Hij is. Hij houdt van Zijn schepping. Waarom? Omdat het Zijn schepping is. Daarom. Daarom is geen enkel schepsel van die liefde uitgesloten. Hij heeft het bedacht, Hij heeft het gemaakt en daarom laat Hij het nooit varen. Het is zo simpel. Als je het helemaal naar de kern terugbrengt, dan is de boodschap zo ontzettend simpel.

In de protestantse kerken klinkt het vaak — ik begin zelf nooit op een officiële manier aan een samenkomst, daar houd ik persoonlijk niet zo van, maar dat is weer een ander verhaal — maar ik herhaal de woorden graag, want het is de essentie, het hart van het evangelie: "Onze hulp is in de naam van Hem die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw houdt en nooit, echt nooit, laat varen de werken van Zijn handen." Daarmee is niet alleen iets gezegd, maar ook iets verklaard. Namelijk: Hij laat het niet varen. Waarom niet? Omdat het de werken van Zijn handen zijn. Dáárom laat Hij het niet varen en daarom is Hij trouw. Daarom doet Hij ook wat Hij zegt en daarmee vervult Hij ook dat wat Hij voornemens is. Hij maakt dat niet zomaar. Hij heeft het bedacht, Hij heeft het gemaakt en Hij is ook in staat om het daar te brengen waar Hij het hebben wil.

Dat dit ver boven onze pet gaat? Ja, en? Dat zegt gewoon iets over het onvermogen van wat er onder onze pet zit, bij wijze van spreken. Denkt u nu werkelijk dat we met die paar ons grijze hersenzellen de hele wereld zouden kunnen begrijpen? We begrijpen er helemaal niets van. We weten eigenlijk niets als het erop aankomt, op een heel kleine uitzondering na, en dat is wat hier in de Schrift staat. Maar voor de rest weten we eigenlijk niets. Dat is misschien een beetje raar gezegd, maar daar komt het wel op neer. Hij is God, en die God heeft liefde, en die heeft Hij bewezen in Christus. Daarmee doelt Paulus op... nou ja, laten we het meteen maar lezen.

Eén Stierf voor Allen ↑ hoofdstukken

Vers 15: "daar wij tot het inzicht gekomen zijn". U ziet hier in de interlineair dat dit een hele mond vol is, een hele zin, maar eigenlijk staat er in het Grieks maar één woord, namelijk: oordelende. Wij oordelen. Dat wil zeggen: wij hebben besloten, of misschien nog beter gezegd, wij hebben vastgesteld. Vaststellend dat één... ja, inderdaad. Het staat ook in het Grieks; dat oordelen staat in de Aorist, een tijd die letterlijk 'zonder horizon' betekent. Een feit wordt daarmee vastgesteld: oordelend dat één voor allen gestorven is. Of dat één ten behoeve van allen stierf, want dat is wat het eigenlijk betekent. Dat is het.

Er stond in deze wereld een kruis en dat is het bewijs van twee dingen. Aan de ene kant is het het bewijs van de vijandschap van de wereld. God gaf het beste, maar de wereld zei: "Weg met Hem," en ze hebben Hem aan hun hout gespijkerd. Het was de daad van de ultieme vijandschap die de wereld daarmee aan de dag legde. Tegelijkertijd, maar juist daardoor ook, werd het het bewijs van Gods liefde. Want God zegt: "Al sla je Mijn Zoon aan het kruis... al doet de wereld dat, juist voor die wereld die Mijn Zoon vermoordt, die ga ik het leven geven." Nou, dat is liefde. Dan zie je dus inderdaad dat die liefde niet kapot te krijgen is. Zelfs al vermoordde de wereld Zijn Zoon, dan zegt Hij: "Door die moord en in Degene die vermoord is, ga Ik juist het leven geven aan diezelfde wereld." Dat is liefde. Dat is liefde.

Paulus zegt: "Tot die vaststelling ben ik gekomen." En die vaststelling is niet zomaar iets rationeels. Ja natuurlijk, het is heel rationeel: dat kruis stond er, het is een bewijs van de vijandschap van de wereld. Maar als God nou door die Zoon – diezelfde Zoon die de wereld vermoord heeft – aan die wereld die dat gedaan heeft het leven gaat geven, dan is dat een bewijs van liefde. Als je dat vaststelt en het kwartje valt, als u begrijpt wat ik bedoel, als het werkelijk doordringt en je je echt realiseert wat dat betekent, dan heb je begrepen wat liefde is. En dan gaat dat zijn werk doen. Dat dringt. Dat vind ik zo prachtig. Dat heeft niets te maken met: "Dat moest hij doen." Nee, dat was niet een taak die hem opgelegd was. Het is de liefde van God, de liefde van Christus, die hem drong van binnenuit. Dan gaat het hart daarvoor kloppen.

Goed, oordelend dat één voor allen stierf, dus zijn de allen... dus de allen stierven. Het idee is – en we vinden dat veel vaker in de brieven van Paulus – dat Hij stierf ten behoeve van allen en dat de wereld met Hem geïdentificeerd wordt. De allen stierven met Hem. Ik wil die vaststelling nu eventjes parkeren, maar kijk dan vervolgens naar de rest van vers 15: "en voor allen, ten behoeve van allen, stierf Hij." Ja, waarom deed Hij dat? "Opdat zij die leven..." We zagen het zojuist al: het is het bewijs van de liefde van God in Christus. Dat is de ene kant. Maar hier staat: Hij stierf voor allen, opdat zij die leven... hoezo? Nou kijk, Hij stierf om aan allen het leven te geven. Hij stierf om op te staan uit de dood. En dat leven dat Hij tweeduizend jaar geleden daar in die tuin van Arimathea aan het licht bracht, of wat God aan het licht bracht door Hem op te wekken uit de doden, wel, dat leven wordt een deel van heel de wereld, ieder in zijn eigen rangorde.

Maar dat is de vaststelling: daarmee is gezegd dat wat God in die Zoon doet, Hij gaat realiseren met dat hele mensdom, met die allen. "Opdat zij die leven" – en daarmee wordt gedoeld op degenen die dat leven nu al hebben ontvangen. Ik denk aan een woord, ik zou heel wat schriftplaatsen kunnen aanhalen, met name in de brieven van Paulus die dat zo prachtig uiteenzetten, maar ik beperk me even tot dit vers: Galaten 2 vers 21. Daar zegt Paulus: "Met Christus ben ik gekruisigd." Hij stierf voor mij en God ziet mij aan in Hem. Ik ben één – dat is weer een andere schriftmaat – één plant met Hem geworden. Als God mij ziet, dan ziet Hij Christus. Als God Christus ziet, ziet Hij mij. Zo ben ik in Hem. Met Christus ben ik gekruisigd. Ik ben verbonden met Hem die stierf en toch leef ik. Dat is niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. Hij stond op uit de doden en God ziet mij in Hem: volmaakt, rechtvaardig.

U zegt: "Dat zie ik niet als ik in de spiegel kijk." Nee, of: "Dat zie ik ook niet als ik naar een ander kijk." Of: "Dat zien de anderen ook niet als ze naar mij kijken." Nee, maar daar hebben we het ook niet over. We hebben het nu niet over wat wij zien, we hebben het nu over wat God ziet. Opdat zij die leven, dat wil zeggen: het leven van God hebben ontvangen, opdat zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven. Niet meer voor zichzelf zouden leven... dat suggereert dus dat ze dat voorheen wel deden en dat is precies ook wat... ja, dat is eigenlijk een beschrijving van het leven van iemand die dat niet kent. Als je God niet kent, dan leef je feitelijk voor jezelf. Dan is 'ik' de eerste persoon. U zegt: "Dat klopt toch grammaticaal?" Ja, maar dat is misschien wel heel veelzeggend. Ik is de eerste persoon. In het Hebreeuws trouwens niet, daar is 'hij' de eerste persoon. Maar goed, en de Engelsen schrijven 'I' met een hoofdletter. Waarom zou dat toch zijn? Nou, in ieder geval omdat dat ego van de mens zo belangrijk is.

Als je eenmaal Hem hebt leren kennen, dan weet je: het gaat niet meer om mij, het gaat om Hem. Dat is het enige wat werkelijk telt, wat ook – en daarmee bedoel ik: wat blijvend is – het enige is wat telt op termijn. Alles wat wij doen en ondernemen in deze wereld, ja, dat is wat Paulus in 1 Korinthe 3 zegt: ach, het is hout, hooi en stroot. Alles wat we opbouwen, waarvan we denken dat het zo belangrijk is, het gaat gewoon weer voorbij. Maar weet u wat gedaan werd uit liefde tot, of ik zou liever zeggen in dit verband: in de liefde van Jezus? Dat houdt zijn waarde. Namelijk alles wat Hij door ons heen doet, wat Hij door Zijn woord in ons leven bewerkt en via ons ook aan anderen geeft, dat houdt zijn waarde. Dat is iets – nou, dat weet ik wel zeker – dat geweldig belangrijk is om je te realiseren.

Nou ja, er is weer een nieuw jaar. We hebben weer een nieuwe kalender. Waar gaat het in 2015 om? Om mij? Nee, het gaat totaal niet... ook niet om wat we opbouwen. U zegt: "Maar je moet toch leven?" Ik zeg: doe gewoon je ding. Maar het gaat om één ding. Niet om vele dingen, het gaat om één ding: namelijk Hem te kennen en Zijn woord te verstaan, zodat Hij Zijn werk in en door ons kan doen. Dat is het enige wat telt. Opdat we niet meer voor onszelf zouden leven, maar voor Hem die ten behoeve van hen gestorven is en opgewekt. Voor Degene die stervende was en opgewekt werd.

Hier wordt het ook heel persoonlijk beschreven. Hij die ooit stierf, die stierf voor mij. En toen Hij drie dagen later opgewekt werd, werd Hij opgewekt voor mij. Dat bedoel ik niet exclusief, nee, want het is voor allen, dus voor heel het mensdom, voor al die miljarden. Hij gaf Zijn leven voor jou. En wie ik ook zou aanspreken, het geldt voor elk mensenkind. Hoeveel houdt God van jou? Dan hoef je alleen maar te wijzen naar het kruis van God. Zoveel, zoveel houdt Hij van mij. Hij stierf voor mij. Waarom? Wel, om ook opgewekt te worden, om mij het leven te geven. En dat leven zal ook ieder gaan ontvangen. En wij, wij die nu mogen geloven, wij die dit nu reeds mogen weten omdat ons hart daarvoor is opengezet, ja, wij leven nu al voor Hem. Niet meer voor onszelf. Nee, niet meer ik. Hoe was het ook alweer? Maar Christus leeft in mij, de levende Zoon van God. Ja, en nou moet ik nog even verder, want ik zou zomaar dat hele thema van 'nieuw' kunnen...

Niemand Meer Naar het Vlees Kennen ↑ hoofdstukken

Zo kennen wij dan van nu aan niemand naar het vlees. Het hele idee is: Eén gaf Zijn leven, Eén stond op uit de doden, en het gaat nu niet meer om deze wereld die dood is voor God. Het gaat om dat nieuwe leven wat in Christus aan het licht is gekomen. En daarom, zegt Paulus, daarom kennen wij van nu aan niemand meer naar het vlees. Dat wil zeggen: wij beoordelen de mensen niet, of wij nemen de mensen niet waar, naar het vlees.

Natuurlijk kun je zeggen: hoe dan wel? Wij zien elkaar toch? Jawel, dat mag dan zo zijn, maar dat is niet meer zoals we elkaar beoordelen. Wij kijken door een andere bril, namelijk door de bril van God. Niet meer naar het vlees. We beoordelen een ander niet meer naar de afkomst – ik kom er straks trouwens nog even op terug – of iemand nou een Jood is of een Griek; je kan allerlei andere onderscheidingen maken. En afkomst, dat is naar het vlees. Je beoordeelt een ander op basis van zijn verleden. Dat doen wij niet.

Kijk, dat is nou typisch menselijk. Ja, wat zou je anders doen als je dat nieuwe leven niet kent? Dan kun je niet anders dan elkaar beoordelen naar het vlees. Gewoon dat wat je ziet en weet van de ander. Wie is die ander? En dan kijk je naar uit welk nest hij komt en wat hij gedaan heeft. Het verleden dus, de afkomst, maar dat is naar het vlees. Ik ken iemand die zei: "Vroeger, toen ik Hem niet kende, had ik een verleden. En nu ik Hem ken, heb ik geen verleden." Oh wacht even, even terugdraaien: "Toen ik Hem nog niet kende had ik een verleden, maar geen toekomst. En nu ken ik Hem en heb ik geen verleden meer, alleen nog maar een toekomst. En wat voor één!"

En zo kijken we naar elkaar. En dat vind ik prachtig, zo geweldig. Als dit tot je doordringt, dan zie je ineens heel andere mensen. Dan ken je niemand meer naar het vlees. Je ziet niet de anderen en wat ze gedaan hebben in het verleden; nee, je ziet de mens zoals God de mens ziet. Namelijk niet naar wat ze waren en wat ze gedaan hebben, maar wat ze straks zullen zijn. U zegt: "Ja, maar dat zie ik nog niet." Nee, maar God wel. Ik bedoel, wij zijn beperkt in de tijd, maar God overziet alles. God weet waar Hij mee bezig is. Hij ziet de mens nu al volmaakt in Zijn Zoon en Hij ziet nu al wat ze straks zullen zijn. En wij zien het ook. Gewoon waarom? Omdat Hij gesproken heeft. En wij kijken dus door de bril, om zo te zeggen, van Zijn Woord. Hij verklaart dat: zo zullen ze zijn.

En moet je zo eens kijken naar elkaar. Vooral op degene op wie je zoveel aan te merken hebt, die niet deugt als je kijkt wat die allemaal uitgevreten heeft en waar je helemaal niks mee te maken wilt hebben... nou, en dan volgt er weer het een en ander. Kijk, dat is een ander beoordelen naar het vlees, namelijk naar het verleden. Maar ga nou eens een keertje kijken zoals God de wereld ziet, namelijk naar wat ze straks daadwerkelijk zullen zijn. Wat Hij van mensen gaat maken. En dan zie ik alleen maar volmaakte mensen. En u ziet nu hier ook een volmaakt iemand dan. Volmaakt, waarop niets is aan te merken. Dan kun je dus ook niet meer boos op me worden.

U zegt dat het idealistisch is. Nou, dit is de wereld bezien zoals God het ziet. Niet meer naar het vlees. Dus afkomst en status, slaaf of vrije, wat iemand bereikt heeft in zijn leven, geslacht, verleden, uiterlijke verschijning: dat is allemaal naar het vlees iemand beoordelen. Wij niet. We kijken zoals God de wereld ziet, namelijk geliefd, volmaakt in Zijn Zoon. Dat is wat Hij via de Zoon gaat realiseren. En zo kijken wij. En dat vind ik prachtig, omdat we het zo inderdaad ook mogen waarnemen. En dan leef je in dezelfde wereld als je buurman en je ongelovige collega, en toch zie je iets heel anders. Je ziet een hele andere wereld. Terwijl je dezelfde ogen hebt, maar je hebt een bril op om zo te zeggen. Kun je toch nog iets positiefs zeggen over een bril! Toen we hier kwamen, zei ik dat het maar zo'n onding eigenlijk is. Dat blijft het, het is behelpen, maar goed, dat heeft ook weer met de veroudering te maken. Maar de bril van God, kijken zoals God kijkt: zo kennen wij van nu aan niemand meer naar het vlees.

"Indien wij al Christus," zegt Paulus, "naar het vlees gekend hebben..." En hierin ligt de suggestie – meer is het niet, maar hierin ligt de suggestie – dat Paulus ooit Jezus naar het vlees gekend heeft. Ik kan het niet zwart-op-wit bewijzen; je kunt eronderuit als je wilt. Maar het suggereert dat als we Christus al naar het vlees gekend hebben. En het is trouwens ook heel erg goed mogelijk dat Paulus, Saulus, in zijn dagen in Jeruzalem al aan de voeten van Gamaliël zat en inderdaad wel kennis heeft gehad van Jezus van Nazareth, waar hij zo'n hartgrondige hekel aan had. Maar goed. Hij zegt: "Indien we Christus al naar het vlees – dat wil zeggen Jezus hier op aarde – gekend hebben... thans niet meer." Wij kennen Hem nu niet meer als de Jezus hier op aarde; wij kennen Hem nu zoals Hij is, namelijk als Christus.

Zo is dan – dat wil zeggen degene die opgestaan is – zo is dan wie in Christus is, dat is de Opgewekte, Hij die aan Gods rechterhand is. U weet het hè? Jezus is de naam van Hem die hier op aarde wandelde. Dat is dus de naam die men Hem gaf bij Zijn geboorte, bij Zijn besnijdenis. Christus is de titel die juist hoort bij het feit dat Hij is opgestaan, de Levensvorst. Daar is Hij. Zo is dan wie in Christus is. Dat zijn in principe al diegenen uit het voorgaande vers, en die allen in het algemeen, maar zij die nu Hem kennen in het bijzonder. Zo is dan wie in Christus is.

Een Nieuwe Schepping in Christus ↑ hoofdstukken

Ja, en dan moet ik er nog iets bij zeggen: een nieuwe schepping. Zo is dan wie in Christus is – namelijk de opgestane – een nieuwe schepping. Dan praten we niet meer over Hem die hier op aarde wandelde, maar we praten over Degene die drie dagen later opgewekt werd uit de doden. Eens voor altijd, om nooit meer te sterven. Kijk, dat is nieuw. Dat is nieuw.

Als we het nou toch hebben over de vraag wat nieuw is: alles op aarde gaat voorbij. Het is sterfelijk, het is vergankelijk. Maar we praten nu over iets wat onvergankelijk is. Ook kwalitatief bedoel ik. Paulus zegt in 1 Korinthe 15: in onvergankelijkheid, in heerlijkheid en in kracht. Dat zijn attributen. We hebben daar in Bodegraven een heel aantal Bijbelstudies aan gewijd; dat is zo geweldig, dat nieuwe in Christus. Welnu, wie in Christus is, is een nieuwe schepping. Dat is splinternieuw.

Ik heb nu expres dat plaatje van de eerste dia weer teruggehaald, maar ik heb het iets anders gedaan. Toen stond de vraag: "Wat is nieuw onder de zon?" Het antwoord was: onder de zon, hier op aards niveau, is er niets nieuws. Maar nu hebben we het wel over iets nieuws: een nieuwe schepping. Maar dan ook echt splinternieuw, waar Prediker niet over spreekt. Dat is ook niet onder de zon; dat is boven de zon. Dáár is waar Hij is, nu, boven alles verheven. De top, een toppositie. Inderdaad, alles is onder Zijn voeten gesteld. Kijk, daar in Hem ligt het nieuwe verankerd. In Hem is het al realiteit geworden. Hij is het Levenswoord, de Opgewekte uit de doden.

Daar is Hij, en Paulus zegt in Kolossenzen 3 – ik wil het wel even goed lezen: "Indien je dan met Christus opgewekt bent..." Dat is altijd heel dubbelzinnig: opgewekt. Wij zijn met Christus opgewekt. Nou ja, ik geloof niet dat het bij iedereen binnenkomt, maar ik vind dit zo’n opwekkende boodschap! Dit is nieuw leven. Hoe word je nou opgewekt? Kijk dan naar Hem die opgewekt is, eens voor altijd. Indien je dan met Christus opgewekt bent, zoek de dingen die boven zijn. Ja, boven de zon, daar waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenk de dingen die boven zijn, niet die op de aarde onder de zon zijn. Want je bent gestorven en je leven is verborgen – want er valt niets te zien – je leven is verborgen met Christus in God. Dat is dus nieuw. Dat is echt nieuw.

Het oude is voorbijgegaan. Het is trouwens interessant: voor het woord "oude" staat in het Grieks het woordje archaios. Wij kennen het ook nog wel: archaïsch. En dat betekent verouderd of primitief. Dat is het woord wat hier gebruikt wordt; het is niet het gewone woord voor oud. Het oude van deze schepping is eigenlijk archaios. Primitief. Verleden tijd. Verouderd met recht. Het oude is voorbijgegaan. Zie? Dat wil zeggen: neem waar. Ja, hoe dan? Nou, dat wat er in Christus is. U zegt: valt dat te zien? Eigenlijk niet. Ja, het hangt er vanaf hoe je het bekijkt. Met de ogen van geloof dan. Want het is verborgen, zoals we zagen. Ja, dan krijg je hetzelfde... dat lijkt haast koeterwaals als je zulke dingen gaat zeggen. Maar dat is hetzelfde koeterwaals, met eerbied gezegd, als in Hebreeën 11: dat Mozes was als ziende de Onzienlijke. Als je het niet begrijpt, dan kan ik het niet uitleggen, en als je het wel begrijpt, dan hoef ik het niet uit te leggen. Dus in Christus, in Hem, is het nieuwe geworden. Het is inmiddels realiteit.

Ik ga nog eventjes door. Ik heb nog twee schriftplaatsen. Romeinen 6, waar ook over dat nieuwe in Hem gesproken wordt: "Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood." Ik denk dan niet aan een doop in water, maar aan een doop in één Geest. Niet aan een ritueel, maar aan waar Paulus ook over spreekt in 1 Korinthe 12 vers 13: in één Geest gedoopt. Dat wil zeggen: we zijn met Hem begraven. U ziet, dat is een rode draad die door al de brieven van Paulus loopt: die identificatie – dat is een moeilijk woord – met Hem. Dat wil zeggen dat we één gemaakt zijn met Hem. Christus stierf, wij stierven met Hem. Christus werd gekruiseld, wij werden met Hem gekruiseld. Christus werd begraven, wij werden met Hem begraven. Christus werd opgewekt, wij zijn met Hem opgewekt.

Zie je, als je Hem hebt leren kennen, ben je één gemaakt met Hem. God ziet je nu als één met Hem. Zoals Hij Christus ziet, zo ziet Hij jou. We zijn één gemaakt met Hem in Zijn dood, en er staat: "Opdat gelijk Christus uit de doden opgewekt is..." Hier zie je het weer: "door de majesteit des Vaders." Eigenlijk staat er "de heerlijkheid van de Vader". God wekte Hem op. Hij stond niet op uit de dood in eigen kracht, nee, God wekte Hem op uit de doden. Welnu, opdat gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in nieuwheid van leven zouden wandelen. Dat is het.

En dat betekent dus een heel nieuw leven. In Hem is er een nieuw leven; dat is leven van de opstanding. Wij leven dus aan de andere kant van het graf. U zegt: dat is erg voorbarig, want we zitten hier dan toch maar op 4 januari 2015 hier in Zoetermeer, allemaal heel aards. Kijk met de ogen van God in geloof: ik ben verbonden met Hem, met Christus. Zo ziet God mij. Wat verhindert mij om ook zo te kijken? En dan zie je geweldige dingen, dan zie je nieuwe dingen. En dat is ook zeer opgewekt. Daarom kan ik u ook niet anders en beter aanbevelen: als u een opgewekt, als u een gelukkig leven wilt hebben – echt leven – wandel dan in dat bestaan. Dan heb je inderdaad een nieuwe wandel. Vandaag al, hier in dat nieuwe leven. Opstandingsleven. Leven van de opstanding, want daar heeft Paulus het over. Dat wacht niet tot straks. Nee, zo’n nieuw leven mogen we nu al leven. Alsjeblieft, voor wie het maar geloven wil. Als je het maar belieft.

Nog één: Kolossenzen 3, ook de uitwerking daarvan. Trouwens, ik citeerde dat zojuist; ik heb het nog steeds voor me liggen. Dat is de laatste schriftplaats die ik genoemd wil hebben. Ik heb vanmorgen nog heel wat weer moeten wegkrassen, want ik had nog een aantal andere schriftgedeelten, maar dat ging hem niet worden. Ik moet wel voor het einde van 2015 weer klaar zijn natuurlijk.

Vernieuwd Worden tot Vol Besef ↑ hoofdstukken

In Kolosse 3 vers 9 staat: lieg niet meer tegen elkaar. Je zou eigenlijk het voorgaande nog even moeten lezen, maar als er iets karakteristiek is voor de oude mens, dan is dat wel de leugen. Ik zei zojuist: we hadden het over de tegenwoordige aion. Dat is de boze aion; de aion die geregeerd wordt door de leugen en door de vader der leugen, de god van deze aion. Liegen en bedriegen, een schijnwerkelijkheid voorspiegelen. We hadden het net over de kranten. Nou, daar kun je ook nog — behalve dat het erg oud is wat ze presenteren — zien dat het een valse voorstelling van zaken is.

Er was ooit een nieuwslezer, Bob Meijer, die een boekje schreef met als titel: "Het beste nieuws wordt verzwegen". Een Joodse man die de Messias had leren kennen. Of hij dat toen al wist terwijl hij dat schreef, weet ik eigenlijk niet, maar in elk geval: het beste nieuws wordt verzwegen. Liegen en bedriegen, een valse voorstelling van zaken... Dat is karakteristiek in de hele wereld; de manier waarop mensen gemanipuleerd worden. Wees je er heel goed van bewust in wat voor aion we leven. Want als je erin meegaat — het klinkt je van alle kanten toe hoe de dingen zouden zijn — maar laat ik u dit vertellen: wat er gezegd wordt, wijkt af van wat God over deze wereld zegt en wat God verklaart. Daar blijkt zonneklaar dat er gelogen wordt.

In de wereld word je voorgelogen en trouwens, mensen doen ook niet anders. Het is leugenachtig, niet oprecht, niet recht door zee. Nou ja, denk daar maar eens over na. Ik word er heel vaak bij bepaald: in de alledaagse communicatie zitten we ook zo vaak te liegen. Ik zit gewoon in hetzelfde schuitje; ik ben net zo'n mens als u of jij. Maar je liegt zo gemakkelijk. Wees waarachtig. Het kenmerk juist van de nieuwe mens is waarheid. De leugen is typisch en typerend voor de oude mens. Lieg niet meer tegen elkaar, spreek de waarheid. En daarmee bedoel ik inderdaad op een laag niveau, zoals ik het zojuist bedoelde: zeg gewoon hoe de dingen zijn. Wilt u graag voorgelogen worden door een ander? Van een ander verwacht je toch ook de waarheid, of niet soms? En waarom zou je dan niet de waarheid tegen een ander spreken? Maar met de echte waarheid bedoel ik natuurlijk de waarheid van Zijn woord. Spreek dát!

Daar heb je de oude mens met zijn praktijken afgelegd. Dat vind ik ook weer zo’n hele bekende beeldspraak bij Paulus. Er staat eigenlijk: afstropend, uittrekkend. Dat wil zeggen, zoals je een kleed uittrekt. Het idee daarbij is dat het gedrag van een mens eigenlijk als een kleed is; de wijze waarop je je voordoet. Wel, dat wat bij de nieuwe mens hoort... laat ik een voorbeeld geven. Je gaat naar het zwembad en daar doe je je zondagse pak of je kleding uit en dan trek je passende kleding aan: zwemkleding. En ga je naar een gala, dan trek je galakleding aan. Dat wil zeggen: je doet dat aan wat bij je past of wat past bij dat moment. Bij de oude mens past een kleed, een gedrag, een uiterlijke verschijningsvorm. De praktijken van de oude mens horen daar allemaal bij.

Maar wij kennen nu de nieuwe mens en wat doe je dan? Dan trek je het gewaad aan, het gedrag dat hoort bij de nieuwe mens. Bij de oude mens hoort de leugen; dat past ons niet meer. Wij kennen de waarheid, we weten het belang van de waarheid, we kennen Hém en dus spreken we de waarheid. Paulus spreekt er eigenlijk heel laconiek over; het is niets van vechten tegen deze praktijken. Helemaal niet. Het is een ander kleed dat je aantrekt. Het ene past wel, het andere past niet. Dus het ene leg je af, trek je uit, en het andere trek je aan.

En de nieuwe aangedaanheid... hier heb je dat woordje "nieuwe" weer... die je aandoet, ook weer een feit, die vernieuwd wordt tot volle kennis. Trouwens interessant: het Grieks kent twee woorden voor nieuw. Dat is heel lastig om in het Nederlands weer te geven. Kijk, wij hebben aan de ene kant "oud" als tegenstelling van "nieuw". Maar oud is ook de tegenstelling — een antoniem heet dat met een deftig woord — van "jong". Het Grieks geeft dat keurig aan met deze woorden: kainos en neos. En hier worden beide woorden gebruikt. Nieuw als tegenstelling van oud (kainos), en jong (neos), dat is dan eigenlijk het meest treffende woord. Dus de nieuwe mens die verjongd wordt... nou zeg ik het precies omgekeerd... ik bedoel de jonge mens. Eigenlijk die fris is. Maar wat mooi is: die ook fris blijft. Dat nieuwe leven veroudert niet; het is onvergankelijk. Dat blijft fris en jong. En het is ook nieuw. Wij worden vernieuwd. Vernieuwd wordend tot volle kennis, of eigenlijk staat hier dat woord "besef".

Het idee is dit: we kennen een nieuwe schepping, we kennen de nieuwe mens, we kennen het nieuwe leven. Het proces wat in ons leven plaatsvindt, is er een van vernieuwing. Ik weet dat mensen van nature heel conservatief zijn — dan heb je een hekel aan nieuwe dingen — maar wij worden vernieuwd in ons denken. Dat wil zeggen: we worden vernieuwd tot besef. Je leert anders te kijken. Hoe gaat dat in zijn werk? Je leert het Woord verstaan en dat Woord vernieuwt ons, dat transformeert ons. Daardoor onderga je zelfs een metamorfose. Dat zijn allemaal termen die je zo in het Nieuwe Testament terugvindt. We worden vernieuwd; we denken anders, tot vol besef.

In de NBG-vertaling wordt dit woord weergegeven met "volle kennis". Letterlijk staat er epignosis. Dat betekent "op-kennis". Dat wil zeggen: het gaat de kennis te boven. Je kunt iets weten, maar epignosis gaat hoger, dat ligt daarop. Dat is op-kennis. Je kunt iets weten zonder dat je het je realiseert, maar epignosis is besef, echt beseffend. Wij zeggen dan: dan is het kwartje gevallen. Je kunt iets weten — u hebt ongetwijfeld soortgelijke ervaringen, niet alleen in verband met de Bijbel — maar je kunt soms dingen horen, je weet het wel, maar het duurt soms een hele tijd voordat je het echt gaat beseffen, dat het kwartje valt. Dat je het ineens tot in de diepste vezels van je bestaan gaat verstaan en begrijpen.

En je wordt vernieuwd naar het beeld van zijn Schepper. Kijk, en dat is het geweldige — en daarbij wil ik het ook laten — het geweldige dat we in dit leven mogen ondergaan is die vernieuwing. Het begint bij het leren kennen van Hem. Er is een nieuw leven, er is een nieuwe schepping. En vervolgens om in dit bestaan vernieuwd te worden en besef te krijgen, waardoor je ook gedrongen wordt van binnenuit. Het zijn geen kunstjes die je leert — "nou moet je zus doen, nou moet je zo" — nee, het is van binnenuit. Je wordt veranderd in je denken en daarmee ook in je gevoelsleven. Je gaat anders kijken, je gaat anders leven en dat is het meest karakteristieke. Je bent georiënteerd omhoog. Dat is wat we bedenken, want daar is dat nieuwe. Daarboven. En dus kijken we omhoog. We kijken omhoog. Ik wens u nog een heel gelukkig 2015. Dank u wel.

🎧 Wat Is ‘Nieuw’?
Delen: