Vergezichten In Het Boek Ruth 4
31-12-2006 - Geplaatst door Andre Pietvier studies gehouden in 31 december 2006 in het NH-hotel te Zoetermeer
De Man van Bethlehem zal zich in de poort gaan zetten, wat spreekt van het op zich nemen van de heerschappij. De schijn-losser (anti-christ = lett. ‘ i.p.v. de Messias’) wordt terzijde gesteld en Boaz wordt de wettige Eigenaar van het land. En daarmee krijgt de weduwe Ruth tevens een nieuwe man (in beeld:) haar Goël is de Heilige Israëls (Js.54:4-6). Een nieuw (huwelijks-) verbond in het teken van Hem die “de wortel en het geslacht van David is”…
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding: Vergezichten in het Boek Ruth
- Korte Terugblik op Ruth 1, 2 en 3
- Boaz Gaat Naar de Poort Om Recht te Spreken
- Ploni Almoni: de Losser Zonder Naam
- De Schijnverlosser Ontmaskerd
- De Uitgetrokken Schoen en het Verlies van Positie
- Schoenen Afleggen: Naderen op Basis van Genade
- Boaz Neemt de Verlossing op Zich voor Nieuw Leven
- Het Nieuwe Huwelijksverbond in Romeinen 7
- Het Geslachtsregister en de Belofte aan David
Inleiding: Vergezichten in het Boek Ruth ↑ hoofdstukken
Er is aan mij gevraagd hier in het hotel: “Wat is eigenlijk het thema van de studies die hier gegeven worden?” En toen zei ik: “Vergezichten in het boek Ruth.” Iemand zei toen: “Ja, maar dan kun je veel beter op de negende verdieping een studie geven, want kijk dan maar eens een keertje uit het raam, dan heb je echt vergezicht.” Ik zei: “Nou oké, dan doen we dat.” Dus dat verklaart dan meteen waarom we hier op de negende verdieping zitten. Als de volgende keer het thema van de studie – dat weet ik trouwens nog helemaal niet – ‘diepgang in het Woord’ ofzo zou zijn, dan zullen we wel in de kelder belanden. Ja, dat is nogal mooi, een gebouw met zoveel verdiepingen, en dan heb je het allemaal voor het uitzoeken.
Inderdaad, wij gaan vandaag gewoon verder met onze studie over het boek Ruth. En het gaat over vergezichten. Het gaat daarbij in deze studies, en inmiddels praten we alweer over het laatste hoofdstuk van het boek Ruth en dus ook in wezen over de afsluiting, niet zozeer over de geschiedenis of over allerlei lessen die je zou kunnen trekken uit het boek Ruth in verband met je persoonlijk leven. De eerste vraag die dikwijls gesteld wordt is: “Wat kan ik hier nou voor mijn persoonlijk leven uit leren?” Dat zou je met het boek Ruth natuurlijk ook kunnen doen. Bijvoorbeeld in verband met huwelijksplanning: “Hoe vind ik een geschikte huwelijkskandidaat? En als ik haar gevonden heb, hoe strik ik haar dan?” En dat gaat allemaal heel succesvol natuurlijk in het boek Ruth. Zo zou je het kunnen lezen.
Maar dat is niet de wijze waarop wij deze studies hebben gelezen, en ook vandaag zal dat weer het geval zijn. We hebben het over vergezichten in het boek Ruth en het moet een duidelijke zaak zijn dat als je het hebt over welk willekeurig Bijbelhoofdstuk ook, het altijd gaat om één iemand. Dat is de reden waarom God het ook in de Bijbel heeft laten optekenen; het gaat daarbij altijd om een vooruitwijzing of een heenwijzing naar Hem van wie we zojuist gezongen hebben, van wie we zojuist al gehoord hebben. Namelijk van Hem die ooit daar in de velden van Efratah geboren werd, in Bethlehem, en die aan het begin van de gersteoogst de dood overwon, met alle consequenties van dien. Daar gaat het in heel de Bijbel over.
En als ik het zo zeg, dan begrijpt u ook waarom het boekje Ruth in de Bijbel staat. Het boek Ruth gaat in wezen over Boaz. Het heeft de titel van Ruth, maar de hoofdrolspeler is Boaz. En Boaz is een heenwijzing – ik heb dat de voorgaande studies ook duidelijk gemaakt hoop ik, en ik ga er gewoon mee voort – om te laten zien dat Boaz inderdaad een type is van Hem in wie kracht is. Boaz betekent dat namelijk: ‘in hem is kracht’. En die kracht is aan het licht gekomen toen Hij inderdaad het graf definitief leeg achter zich liet. Goed, we gaan eens eventjes wat nader op dat hoofdstuk in.
Korte Terugblik op Ruth 1, 2 en 3 ↑ hoofdstukken
Nou, u weet, in de voorgaande hoofdstukken… Ik zal nog eventjes, om het geheugen op te frissen, kort aangeven waar het ook alweer over ging. In het boek Ruth vertrok een Joodse familie, woonachtig in Bethlehem, vanwege de hongersnood naar het buitenland. Dat wil zeggen naar het Overjordaanse, naar het land van Moab. Elimelek was de vader, de moeder was Naomi en ze hadden twee zonen: Machlon en Kiljon. Ze vertrekken naar Moab, want in Israël was geen eten meer te verkrijgen. Ze vertrekken naar Moab en daar trouwen Machlon en Kiljon met Moabitische vrouwen: Ruth en Orpa.
Het zit hen allemaal niet mee, zacht gezegd, want het zit hen gewoon vreselijk tegen. In een paar jaar tijd sterft eerst Elimelek en vervolgens de beide zonen, Machlon en Kiljon, zodat Naomi overblijft met haar beide schoondochters. Op een gegeven ogenblik krijgen ze te horen dat er in Bethlehem toch weer eten verkrijgbaar is en dat noopt Naomi ertoe om weer terug te gaan naar het land. Dat vinden we al aan het einde van hoofdstuk 1. De beide schoondochters gaan mee, maar uiteindelijk blijft Orpa toch achter op aandringen van Naomi. Zij wilde die vrouwen helemaal niet mee hebben; niet omdat ze die vrouwen niet mocht, maar omdat ze dacht: dat zijn Moabitische vrouwen en ze horen daar in Moab. Maar Ruth is vastbesloten en die wil absoluut met Naomi mee. En inderdaad, ze trekken de Jordaan over en ze komen in Bethlehem aan.
Dan komen we in hoofdstuk 2. Daar lees je dat Ruth gaat arenlezen, want het is allemaal armoe troef. Ze gaat achter de maaiers aan die nog wat graan laten liggen en Ruth raapt, samen met andere arme vrouwen, op wat de maaiers hebben laten liggen. Arenlezen. Dat is hoofdstuk 2 en daar komen we inderdaad ook de figuur van Boaz tegen. Ze komt toevallig op het terrein van Boaz terecht. Boaz heeft haar al gauw in de gaten en zij vindt — zoals dat zo mooi heet in hoofdstuk 2 — genade in zijn ogen. Nou, Ruth vindt inderdaad genade in zijn ogen, want ze wordt heel rijkelijk bedeeld met tarwe en gerst door Boaz. Hij zegt zelfs tegen de maaiers: “Laat expres maar wat liggen voor haar.”
Op een gegeven ogenblik zegt Naomi: “Ga naar Boaz toe.” En daar zijn we inmiddels in hoofdstuk 3 beland, waar we het de vorige keer over hebben gehad. Naomi zegt tegen haar schoondochter: “Ruth, ga nu naar Boaz, want vanavond gaat hij wannen op de dorsvloer. Baad je, zalf je, trek je paasbest aan en ga daar naartoe. En dan vraag je aan die Boaz of hij jouw losser wil zijn, of hij onze losser wil zijn.” Daar moet ik nog eventjes iets bij vertellen, want dat is een heel belangrijk thema in dit boek.
Het punt is: Naomi had land dat was overgebleven, maar door de armoede gedreven moest ze dat verkopen. Nu was de wetgeving en het gebruik in Israël zo, dat het naaste familielid de morele plicht had om dat dan inderdaad te kopen. Zij doet een beroep op Boaz, die in de verte familie was — waarschijnlijk was hij een neef van Elimelek — om dat land te kopen, om het te lossen. Nou, en Boaz zegt: “Dat is prima, dat wil ik graag doen.” Want hij zag Ruth helemaal zitten en hij wilde het inderdaad kopen. Maar dan zegt hij: “Ja, maar er is iemand die nog nader is dan ik. Dat wil zeggen: iemand die meer recht heeft om het te lossen dan ik.”
Nou, en dan komen we in hoofdstuk 4. Boaz is inmiddels van de dorsvloer afgegaan en de volgende morgen trekt hij op en gaat hij naar de poort. Daar zijn we in hoofdstuk 4 vers 1 aangekomen en daar moeten we eigenlijk pas beginnen.
Boaz Gaat Naar de Poort Om Recht te Spreken ↑ hoofdstukken
Dit waren dus allemaal nog inleidingen. Laten we maar eens opschieten, want we lezen: “Intussen was Boaz naar de poort gegaan en had zich daar neergezet.” De vorige keer hadden we het over Ruth en Boaz op de dorsvloer. Ik heb u dat toen ook verteld, en als u het niet gehoord hebt of er niet bij was, dan kunt u dat allemaal nog eens nalezen op mijn website goedbericht.nl. U kunt het zelfs naluisteren; er staan samenvattingen van alle studies op het internet, dus tot uw dienst.
Die dorsvloer spreekt van Sion. Ik ga dat nu niet uitgebreid uitleggen, maar de dorsvloer spreekt in de Bijbel inderdaad altijd van Sion, van Jeruzalem. Het is de plaats waar het kaf van het koren gescheiden wordt, want dat is wat een dorsvloer in essentie is. Hoe dan ook, Boaz trekt op naar de poort. Ik moet u daar ook iets vertellen over wat de poort in de Bijbel symboliseert. De poort is in de Bijbel altijd de plaats waar rechtgesproken wordt en waar heerschappij wordt uitgeoefend. Je leest heel vaak dat de oudsten van de stad in de poort de beslissingen namen. Als er rechtgesproken moest worden, dan vond dat plaats in de poort.
Je leest ergens in Genesis dat Lot in de poorten van Sodom zat. Dat was overigens heel dom van hem. Misschien heet die stad daarom ook wel zo… Ja, ik ben ook maar een simpel iemand. Hij zat daar in die poort, terwijl hij er helemaal niets te zoeken had. Hij had veel beter naar zijn oom Abraham kunnen luisteren en kunnen doen wat hij deed; die had al die problemen niet. Van Lot lees je dat hij dagelijks zijn rechtvaardige ziel kwelde daar in die poorten van Sodom. Het was eigenlijk een soort parlement, de Tweede Kamer of de gemeenteraad van Sodom, net hoe je het noemen wilt.
De poort is de plaats waar mensen in- en uitgaan. Waar alles in- en uitgaat. En de poort is ook de plaats waar de ‘ins and outs’ van de stad geregeld worden. Als je het zo onthoudt, kun je het niet missen, want dan ligt de symboliek er dik bovenop. Ik heb daar trouwens een heel mooi voorbeeld van gezien in 1 Koningen 22 vers 10. Het gaat me nu niet om het tekstuele verband, maar om wat daar vermeld wordt. Er staat: “Nu zaten de koning van Israël en Josafat, de koning van Juda, ieder op zijn troon, gekleed in statiegewaad, op een dorsvloer aan de ingang van de poort van Samaria.”
Ik heb u de vorige keer al veel meer verteld over die dorsvloer en dat daar meer mee aan de hand is; dat het spreekt van Jeruzalem. In de Bijbel heeft alles een dubbele bodem, en vaak zelfs meerdere. Joodse uitleggers zeggen dat de Bijbel wel zeventig verschillende lagen heeft, en volgens mij is dat zelfs nog een lage inschatting. Maar goed, daar mag u anders over denken. In ieder geval heeft de Schrift vele dubbele bodems. Als de Bijbel spreekt over een dorsvloer, dan is dat veel meer dan alleen een dorsvloer; dat woord is diep geladen.
Het gaat er mij even om dat zij op hun troon zaten, gekleed in statiegewaad, op een dorsvloer aan de ingang van de poort van Samaria. Want daar hoort een troon; daar aan de poort worden de ‘ins and outs’ geregeld en vindt de heerschappij plaats. Kortom, als Boaz opgaat naar de poort, dan is dat omdat daar dingen geregeld moeten worden. Er moest in dit geval rechtgesproken worden; de hele lossingskwestie moest worden afgehandeld. Dat gebeurde door de oudsten, de leiders van de stad. Wanneer Boaz naar de poort gaat, betekent dit dat hij de heerschappij op zich neemt.
Ik ga er gemakshalve vanuit – voor sommigen is het misschien nieuw – dat het een duidelijke zaak is dat Boaz een type is van de Heere Jezus Christus. de Heere Jezus zal straks verschijnen in Jeruzalem. Ik wijs nu een kant op, maar ik weet niet of ik de goede richting op wijs… in ieder geval: Hij zal in Jeruzalem verschijnen op de dorsvloer. Daar zal het Joodse volk zijn, dat in armoede is teruggekeerd naar het land, maar nog zonder Losser. Ze zijn arm en berooid teruggekeerd uit de verstrooiing, uit de diaspora. Dat is inmiddels al de realiteit: er is een Joodse staat en een volk dat vanuit het buitenland is teruggekeerd naar het land.
Welnu, de ware Boaz, die nu nog steeds aan het oog onttrokken is – Hij die is opgestaan uit de doden aan het begin van de gersteoogst, zoals we in Ruth 2 zagen – Hij zal straks verschijnen in Jeruzalem. Het Joodse volk zal Hem vragen: “Wilt U de Losser zijn?” Dan zal Hij verschijnen en de heerschappij op zich nemen door naar de poort te gaan. Dat is wat Ruth 4 vers 1 aangeeft. Ik lees nog even het begin van dat vers.
Ploni Almoni: de Losser Zonder Naam ↑ hoofdstukken
Intussen was Boaz naar de poort gegaan en had zich daar neergezet. En zie, daar ging de losser voorbij van wie Boaz gesproken had. Toen zei hij: “Gij daar, kom eens hier, zet u hier neer.” En hij kwam en hij zette zich neer. Die figuur heeft geen naam, maar hij speelt toch wel een belangrijke rol in dit boekje, met name in dit hoofdstuk. Die andere losser, de man die meer rechten had, of eigenlijk de eerste rechten. Hij kon als eerste het land claimen dat Naomi wilde verkopen. Hij heeft geen naam, terwijl hij in termen van familierelatie dichter bij Naomi en de familie stond dan Boaz. Hij heeft geen naam; hij wordt aangesproken met “gij daar”. Je vindt die term in de Bijbel nog een paar keer meer. In het Hebreeuws staat daar Ploni Almoni. Sommige mensen kennen die term inmiddels wel. Voor mij is het al gewoon een begrip geworden, en ik weet dat het voor sommige mensen meer een begripje is geworden: Ploni Almoni.
Weet u wat Ploni Almoni betekent? Je kunt het in de handboeken allemaal nalezen; dat betekent zoiets als Mr. X. Gewoon: “Hé, dinges! Jij, gij daar!” Ik bedoel, hij stond dichter in de familie, maar hij krijgt geen naam. We weten helemaal niet om wie het gaat. De man zonder naam. Je hebt ook een band zonder naam, maar dit is een man zonder naam. “Hé dinges”, “Mr. X”, gewoon een anoniem iemand. Dat is hij. En deze Ploni – ik noem hem maar Ploni Almoni, want het is wel lastig om iedere keer “die man zonder naam” te zeggen – het betekent gewoon “dinges”, “niets”. Dat is het.
Hij kon namelijk het land lossen. Het is een beetje speculatief wat ik nu zeg, maar het ligt erg voor de hand: Boaz was waarschijnlijk een neef van Elimelek, de man van Naomi, en deze Ploni Almoni was waarschijnlijk de broer. Die had dus wel degelijk de eerste rechten; die kon het land claimen. Nu had Boaz een idee, en hoe dat idee in elkaar stak, gaat hij vertellen. Hij legt de zaak voor aan die Ploni Almoni. Maar eerst moet ik nog even vermelden dat Boaz naar de poort ging en tien getuigen bij zich riep. Tot op de dag van vandaag is het in het jodendom zo dat als daar een rechtsgeldige bijeenkomst gehouden wordt, er tien man moeten zijn. Een synagogedienst is pas een dienst wanneer daar tien man is. Er is een hoop over te vertellen waarom dat zo is, maar dat gebruik zie je hier dus ook al. Er worden tien getuigen bij elkaar verzameld. Tien heeft trouwens altijd met getuigenis te maken; de Tien Woorden heten ook de Getuigenis. Ik wijs er nu alvast even op – mocht ik het straks vergeten – dat het hoofdstuk begint met tien man, maar het eindigt ook weer met tien man die ook een getuigenis zijn. Dat is dat geslachtsregister, ook met tien namen. Ik kom daar hopelijk straks nog eventjes op terug, maar mocht dat niet het geval zijn, dan heb ik het nu alvast even vermeld.
Goed, Boaz had dus gezegd dat die man langs kwam in de poort. Tien getuigen waren al bij elkaar verzameld, de oudsten van de stad. Die moesten over deze gang van zaken rechtspreken. Dit moest officieel bekrachtigd worden. En Boaz zegt: “Kom daar eens eventjes,” en hij legt de zaak gewoon voor. “Jij hebt de meeste rechten om het land van Naomi te kopen, dat ze nu moet verkopen vanwege de armoede.” De oogst was inmiddels voorbij en er moest geld op tafel komen. “Wil jij het kopen? Jij hebt de eerste rechten.” En dan zegt die Ploni Almoni: “Ik zal het lossen.”
Ja, dat staat ook afgebeeld op het scherm. Toen zei hij, die Ploni Almoni dus, Mr. Dinges: “Ik zal lossen.” Maar Boaz zei dat er een voorwaarde was, en die voorwaarde had Naomi kennelijk bedongen. Dat is heel slim gespeeld. Want Boaz zei: “Op de dag dat gij het land koopt uit de hand van Naomi, verwerft gij ook Ruth, de Moabitische, de vrouw van de gestorvene, om de naam van de gestorvene op zijn erfdeel in stand te houden.” Even stoppen. Met andere woorden: als je het land koopt, is dat prima, je hebt de eerste rechten, maar Naomi verkoopt het alleen als je ook Ruth huwt. Er zit dus een vrouw bij dat land. Een hele gekke en merkwaardige gang van zaken vinden wij dat. Maar het gebruik in Israël rond dat losserschap hield in dat een naast familielid ook zou inspringen voor de belangen van hen die het zelf niet meer konden. Het was ook zo dat als een man gestorven was en hij had geen kinderen – hij was getrouwd maar hij had geen kinderen – dan was het de morele plicht van de broer van de overledene om de weduwe te huwen. Dat is de wet op het leviraatshuwelijk. Dat is een gebruik dat trouwens nog steeds bij heel wat volkeren heerst in bepaalde varianten. Het komt erop neer dat als zo’n man die weduwe zou huwen van zijn overleden broer, en er zou vervolgens nageslacht voortgebracht worden, dat nageslacht op naam van de overledene zou komen te staan.
Zo staat het er ook: “Op de dag dat gij het land koopt uit de hand van Naomi, verwerft gij ook Ruth, de Moabitische, de vrouw van de gestorvene… om de naam van de gestorvene op zijn erfdeel in stand te houden.” En toen zei de losser… nou, nu begrijpt u eigenlijk meteen waarom die man geen naam heeft. Want het is een zeer kwalijke rol feitelijk die hij hierin speelt. Hij laat hier in zijn kaarten kijken; zijn motieven komen hier openbaar. Voor ons, met onze westerse, twintigste-eeuwse ogen, valt dat misschien niet meteen op, daarom licht ik het nu ook even toe. Maar we moeten eens opletten wat hij zegt. Toen zei de losser: “Dan kan ik het voor mij niet lossen, want ik zou mijn eigen erfdeel te gronde richten. Los gij voor u wat ik zou moeten lossen, want ik kan het niet lossen.”
Kijk, die man was dus die Ploni Almoni. Hij dacht: “Kijk, de familie van Elimelek sterft uit. Ik ben het naaste familielid, dus waar gaat de erfenis dan naartoe? Waar gaat het land naartoe? Naar mij. Dus ik kan het zo lossen, want het komt definitief op mijn naam te staan.” Maar zodra Boaz zegt dat hij dan ook Ruth tot vrouw verwerft, krabbelt hij terug. Hij realiseert zich dat op het moment dat hij dat zou doen en Ruth kinderen zou krijgen, het land niet meer op zijn naam zou komen te staan. Dan was hij meteen zijn eigen erfdeel weer kwijt aan dat nageslacht. Dat was dus niet handig voor hem. Het was lucratief om het land te kopen, maar dan zonder Ruth, want dan kwam het definitief bij hem terecht. Ik weet niet of het allemaal overkomt, maar anders moet u het bandje nog eens even terugluisteren. Nu was het in ieder geval zo dat hij meteen terugkrabbelde. Hij zei: “Nee, want dan zou het alleen maar ten koste gaan van mijn eigen erfenis als ik Ruth er ook bij neem.” En zo was het ook. Die man dacht eigenlijk alleen maar aan zichzelf.
De Schijnverlosser Ontmaskerd ↑ hoofdstukken
Ik wil nu even wat vertellen over waar deze man een beeld van is. Ik heb dat in de vorige Bijbelstudie al even kort aangestipt, maar ik wil het nu ook nog wat nader aangeven.
De echte losser, de echte verlosser, de echte goel, dat is niemand minder dan de Heer Jezus Christus. Als de Heer Jezus Christus straks zal verschijnen – over een aantal decennia, dat denk ik zo, daar heb ik zo mijn redenen voor – dan zal Hij, wanneer Hij in deze wereld verschijnt als Losser, eerst nog een zaak moeten regelen. Dat wil zeggen: een andere losser zal eerst ontmaskerd moeten worden. Iemand die zich al eerder als losser had gepresenteerd en die al eerder het land geclaimd had.
Dat is de illustere figuur die je in de Bijbel zo vaak tegenkomt en die wij, zoals de Schrift dat ook doet, de antichrist noemen. Hij zal zich voordoen als de christus en hij zal het land claimen. Maar hij denkt niet aan het belang van die ander; hij denkt alleen maar aan het belang van zichzelf. En dat is daarmee eigenlijk ten voeten uit die Ploni Almoni. Hij is een type van de man die zich straks in de wereld zal gaan presenteren en die zich ook zal voordoen als de Christus. En reken maar dat hij goede papieren heeft hoor.
Ik stel me zo voor dat de wereld straks schijnbaar in een vrederijk gaat veranderen en dat er in het Midden-Oosten geweldige dingen gaan gebeuren. Er worden vredesallianties gesloten en een geweldige welvaart zal er opbloeien. In die omgeving zal hij komen en zeggen: “Kijk, dit is het beloofde Messiaanse Rijk.” Hij zal zelfs met de Bijbel op de proppen komen en zeggen: “Kijk, ik ben die beloofde Messias, ik ben die losser.” Hij zal zich als eerste aandienen, maar hij zal een valse zijn. Degenen die hun vertrouwen op hem stellen, hebben echt op het verkeerde paard gewed.
Goed, deze losser is dus een nepverlosser. Ploni Almoni heeft geen naam. Hij mag geen naam hebben; zijn naam wordt ook weggedaan. Dat is voor mij typologisch ook de diepere reden waarom zijn naam helemaal niet eens vermeld wordt. Hij verdient ook geen naam. Er is er maar één die een naam heeft en echt de Losser is, die denkt aan het belang van zijn volk en die een hart heeft, en dat is Boaz. Deze man niet. Deze man was uiteindelijk alleen maar in de weer voor zijn eigen gewin.
We gaan wat verder in het hoofdstuk lezen. Want ja, in één ochtend een heel hoofdstuk behandelen betekent dat je in het beste geval slechts een overzicht kunt krijgen. Dat hoop ik zoveel mogelijk te geven, al kan ik natuurlijk niet te veel op de details ingaan. Maar goed, het wordt dan geregeld. Op het moment dat Boaz de voorwaarden bekend heeft gemaakt waaronder Naomi haar bezittingen verkoopt, moet de schijnverlosser inderdaad toegeven: “Ik kan het niet lossen.” Daarmee is Boaz de enige overgebleven kandidaat.
Hij is de enige die waardig is om de rol te openen, zoals we dat in het boek Openbaring zien. Ik zeg het expres zo, want die rol in Openbaring 5 is in wezen gewoon een lossersakte. Dat verwijst direct ook naar een gebeurtenis zoals in Ruth 4.
De Uitgetrokken Schoen en het Verlies van Positie ↑ hoofdstukken
Nu was het vroeger, zo staat er in Ruth 4 vers 7, in Israël bij lossing en ruiling het gebruik dat, wilde men aan enige zaak geldigheid verlenen, de een zijn schoen uittrok en aan de ander gaf. Wij kennen dat soort gebruiken tegenwoordig niet meer; alles is bij ons zo plat geworden. Vroeger kende men symboliek en het verschijnsel dat alles, zelfs in de natuur en in allerlei gebruiken, een diepere betekenis heeft.
Wij leven in een wereld waarin schijnbaar niets betekenis heeft. Dat komt omdat we allemaal vergiftigd zijn met het idee dat er geen God is, dat alles is ontstaan door een oerknal en dat we uiteindelijk zijn voortgekomen uit een amoebe, zo’n eencellig organisme. Men zegt: geef het miljarden jaren de tijd en hier lopen wij dan, maar het is allemaal toeval. Het is natuurlijk een belachelijk verhaal, te krankzinnig om over te praten. We zeggen allemaal dat het een sprookje is als een kikker verandert in een prins, maar bijna iedereen gelooft dit. Maar het is dus een sprookje.
Men zegt dat alles toevallig is gebeurd en dat niets dus betekenis heeft. Er zou niet iemand zijn die deze wereld regisseert en aan alles betekenis heeft gegeven. Nee, want het is allemaal een oerknal en we zijn hier toevallig, maar zonder doel. De Schrift staat daar echter compleet haaks op. Er is een God, die heeft de wereld geschapen en alles heeft betekenis. Ook alles wat we om ons heen zien heeft betekenis; alles heeft een dubbele bodem. Alles verwijst uiteindelijk naar Hemzelf of naar Degene in wie Hij Zich kenbaar heeft gemaakt: de ware Boaz. Dat was even een opmerking tussendoor, maar ik kon het niet nalaten.
Goed, daar was dus het gebruik dat, als er bij ruiling of verkoop iets bekrachtigd moest worden, de een zijn schoen uittrok en die aan de ander gaf. Dit was in Israël de bekrachtiging. En de losser zei in dit geval tot Boaz — die ploni almoni, nog steeds zonder naam: “Koop jij het voor u.” En hij trok zijn schoen uit.
Kijk, de schoen in het algemeen in de Bijbel… ga je nu over schoenen praten? Ja, toch wel, want over schoenen is toch wel het een en ander te vertellen. Dan gaan we het niet over merken hebben, maar over wat een schoen eigenlijk uitbeeldt. De schoen is eigenlijk niets anders dan een uitbeelding van iemands positie; de positie waarin je staat. In dit geval was het zo dat de ene losser, de eerste rechthebbende, zijn positie als losser moest opgeven. Hij zegt: “Jij mag in die positie gaan staan. Ik was de losser, degene die het eerste recht had, maar ik geef mijn positie op en ik geef het aan jou.”
Dat is eigenlijk wat de schoen uitbeeldt: iemands positie en iemands wandel. Hij wordt hiermee ontmaskerd; hij léék de losser te zijn, maar hij was het niet en hij moet dat ook openlijk ontgelden door zijn schoen aan de ander te geven. Je leest trouwens vaker in de Bijbel over dit gebruik, bijvoorbeeld in Deuteronomium 25, waar je leest dat een ‘ontschoeide’ een smaad was. Iemand die in dit geval zijn schoen had uitgetrokken, laadde ook een schande op zich. Het is dus meer dan alleen maar een rechtshandeling; dat is wat die schoen eigenlijk ook uitbeeldt.
Om even de kortsluiting te maken naar de ware betekenis, naar het vergezicht: de Heer Jezus Christus zal straks verschijnen op de dorsvloer in Jeruzalem. Vervolgens zal Hij de heerschappij op Zich nemen — de heerschappij is op Zijn schouder. Hij zal de heerschappij uitoefenen en vervolgens zal Hij de ‘net-verlosser’ aan de kant schuiven. Dat zal allemaal rechtsgeldig gaan en de echte Messias zal de positie van de schijn-messias op Zich nemen. Dat is wat dit eigenlijk allemaal uitbeeldt.
Schoenen Afleggen: Naderen op Basis van Genade ↑ hoofdstukken
Ik weet niet of u het goed ziet, het is niet zo heel scherp geloof ik, maar u ziet hier de Rotskoepel in Jeruzalem. In deze omgeving, ik zeg het expres even zo, in deze omgeving hoort de echte tempel van Jeruzalem te staan. Ik ben er diverse keren geweest, maar als je daar die Rotskoepel binnengaat — dat geldt trouwens ook voor die moskee die ernaast staat met die zilveren koepel, de El Aksa — dan is het voor elke moslim gesneden koek dat je de schoenen van je voeten moet doen.
Nu ga ik geen lelijke dingen over moslims zeggen, integendeel, want zij weten dat op dit punt beter dan wij. Als je namelijk heilige grond betreedt… Ik weet niet of zij de symboliek snappen, dat vraag ik me af, maar in elk geval is de symboliek erachter een hele mooie. Die vind je ook al in de Bijbel, bijvoorbeeld bij Mozes. Toen Mozes geroepen werd in de woestijn in Arabië, bij die brandende braamstruik, toen hij daar naartoe ging, kreeg hij te horen: “Doe de schoenen van je voeten, want de grond waarop je staat is heilig.”
Ik zei net al: de schoen is een uitbeelding van je positie, maar ook van je wandelen. Dat hoef ik eigenlijk niet uit te leggen. Je schoenen trek je aan om te staan, maar vooral ook om te wandelen. De schoenen beelden de wandel uit. Denk daar eens over na: waarom zouden al die honderden miljoenen moslims, zodra zij in hun optiek heilige grond betreden, hun schoenen uitdoen? Het is heel simpel: de schoen is een uitbeelding van je wandel. Als je in de nabijheid van God komt, dan zul je je wandel, je positie, alles wat van jezelf is, moeten afleggen. Want het punt is namelijk: je kunt alleen maar op basis van genade tot Hem komen, niet op basis van je wandel.
En let op, het maakt niet uit wat voor schoenen je aan hebt. Nette schoenen, mooie schoenen, dat maakt allemaal niets uit. Je schoenen moeten van je voeten. Of het nu gepoetste schoenen zijn of schoenen met bagger eraan, het maakt allemaal geen verschil. Het zijn je schoenen, het beeldt je wandel uit. Afleggen die handel. Je positie afleggen. Je kunt alleen maar met lege handen en op blote voeten bij God komen, zonder dat je iets kunt claimen of zonder dat je ook maar enig recht kunt laten gelden. De schoenen moeten van je voeten. Een mens kan niet naderen tot God op basis van iets van zichzelf. Het is puur genade, pure genade.
Zie je dat die moslims iets tot uitdrukking brengen waarvan ze hoogstwaarschijnlijk zelf helemaal niet begrijpen wat het uitbeeldt? Het is een demonstratie van genade. We kunnen alleen maar bij God komen zonder onze wandel en alleen maar op basis van genade. Dat moet u dus eigenlijk tegen uw moslimcollega vertellen: het is alleen maar genade. God is inderdaad, zo zeggen moslims trouwens ook elke dag, de Barmhartige, de Genadige. Jammer dat ze het helaas verder niet zo kennen, maar goed, ik zeg maar zo: wij mogen het vertellen. Zorg toch dat iedereen het weet, denk ik dan. Niets van jezelf, en God geeft om niet.
Dat is wat dat schoenen uittrekken ook uitbeeldt. Dat vind ik altijd heel mooi. Als je bij zo’n moskee bent — nou, daar ben ik eigenlijk nog nooit geweest, behalve dan daar in Jeruzalem — dan zie je daar bij die ingang dat het barst van al die schoenen. Het is een hele uitzoekerij wanneer je vervolgens terugkomt, en dan maar hopen dat ze er nog staan. Goed. Nou.
Boaz Neemt de Verlossing op Zich voor Nieuw Leven ↑ hoofdstukken
We lezen nog wat verder in Ruth 4. Hierop zeide Boaz tot de oudsten en tot al het volk: “Gij zijt heden getuigen.” Die tien man waren getuigen. “Dat ik al wat Elimelek heeft toebehoord en al wat Kiljon en Machlon heeft toebehoord, koop uit de hand van Naomi.” Ook Ruth – Boaz voldoet dus aan de voorwaarden die gesteld waren – ook Ruth, de Moabitische, de vrouw van Machlon. Dat is de enige keer trouwens dat we in dit boekje lezen dat Ruth getrouwd was met Machlon, niet met die Kiljon. Orpa was dus getrouwd met Kiljon, Ruth met Machlon.
Nou, dus Boaz zegt: “Ik koop het land.” Inclusief ook Ruth, de Moabitische, de vrouw van Machlon, verwerf ik mij tot vrouw om de naam van de gestorvene op zijn erfdeel in stand te houden. En zo zal de naam van de gestorvene niet uitgeroeid worden uit zijn broederen en uit de poort van zijn woonplaats. Gij zijt heden getuigen. Ziet u dat Boaz helemaal niet aan zichzelf denkt? Boaz geeft hier aan wat zijn motief is. Het is namelijk omwille van de naam van de gestorvene. En dat betekent dus dat als Boaz bij Ruth nieuw leven zou verwekken… Heel leuk trouwens dat in die lijst die we aan het einde van het hoofdstuk vinden, daar vinden we tien namen. Dan zien we dat Boaz de zevende naam is en vervolgens het kind dat verwekt wordt, Obed, de achtste is. En dat is nieuw leven. Inderdaad, de acht spreekt altijd weer van een nieuw begin, een nieuw leven.
Denk maar aan de week: de eerste dag van de week is eigenlijk de achtste dag, maar het is een nieuw begin, nieuw leven. Daarom vond de besnijding ook altijd op de achtste dag plaats. En daarom hebben ze zelfs Kerst – even zo tussendoor – daardoor is het zelfs zo dat ze Kerst hebben geregeld op 25 december. Dat klopt niet hoor, daar gaat het nu even niet om, maar de 25e is de eerste kerstdag. En dan moeten ze een keertje acht dagen verder rekenen, dan kom je uit op een nieuw begin. Dat was dus ook de dag dat volgens de traditie de Heer Jezus besneden moest worden: 1 januari, ja. Maar goed, het is even tussendoor, moet u nog maar eens over nadenken.
Het gaat mij even om het punt en dat is: kijk, we hebben het over vergezichten. Ik heb het nu dus niet over het gebruik zoals dat was in Israël – dat moet je een klein beetje weten om het überhaupt te begrijpen, dat snap ik ook wel – maar het gaat me even om het motief dat Boaz hier kenbaar maakt. Want hij zegt: “Ik koop het land. Ja, ik verwerf ook Ruth de Moabitische tot vrouw om zo ook de naam van de gestorvene op zijn erfdeel in stand te houden.” Dat betekent dus dat het kind dat uit hun huwelijk voort zou komen, niet op naam van Boaz staat, maar op naam van de gestorvene. Eigenlijk is Boaz niets anders dan de voortzetting van Machlon. Dat is wat hij zegt. Zal ik het nog anders zeggen? Boaz is gewoon de opgestane Machlon. Dat is het eigenlijk. Dat is het.
En daarmee is de cirkel weer rond, want ik had al eerder verteld: Boaz verschijnt ten tonele op het begin van de gerst, op de dag dat de Heer Jezus is opgestaan uit de doden. Hij spreekt van nieuw leven, hij brengt kracht aan het licht, et cetera. Nieuw leven. Goed, Boaz is eigenlijk de opgestane, maar weet je wat? En dat is juist zo mooi, want de gestorvene is feitelijk dezelfde. Dat weten we zodra je het in perspectief plaatst. De gestorvene is dezelfde als die opgewekt werd. Ik zal het je wat anders vertellen.
Het Nieuwe Huwelijksverbond in Romeinen 7 ↑ hoofdstukken
In Romeinen 7 legt Paulus uit dat geen mens vandaag, en in het bijzonder het volk Israël, nog onder de wet staat. In dat zevende hoofdstuk legt hij uit dat Israël een verbond met God had. Of liever: God had een verbond met Israël, het oude verbond. Dat was in feite een huwelijksverbond.
Hoe zit dat met de wet en met een huwelijksverbond? Hoe lang duurt zoiets? Een huwelijk duurt tot de dood scheiding brengt. Tot die tijd is er sprake van een huwelijk, maar op het moment dat een van de echtlieden sterft, is het huwelijk voorbij. Ik lees het even voor: “Want de gehuwde vrouw is door de wet aan haar man gebonden zolang deze leeft; wanneer echter de man sterft, is zij ontslagen van de wet die haar aan die man bond.” Uiteraard is zij dan vrij om met een ander te trouwen.
Gedurende de tijd dat het huwelijk nog in stand is, zou zij een echtbreekster heten zodra ze zich met een andere man zou verbinden. Dat legt Paulus trouwens ook uit in ditzelfde hoofdstuk. Maar als de man gestorven is, dan kan dat wel. Ik lees een paar verzen verder, in vers 4: “Bijgevolg, mijn broeders, zijt ook gij dood voor de wet door het lichaam van Christus…” Ik kan daar nu niet te diep op ingaan en ik kan me voorstellen dat het voor sommigen wat ingewikkeld klinkt, maar het basisidee is heel simpel.
Kijk, de Heer was met Israël gehuwd; Hij had een verbond met hen gesloten. De huwelijksakte, waarin alles zwart op wit stond, was de wet, de Torah. Wat Paulus in dit hoofdstuk uitlegt, is dat de man is gestorven. Hij die de uitdrukking van God is, is op deze aarde verschenen en kwam om te sterven. Sinds de Heer is gestorven — de man is gestorven — is het oude huwelijksverbond voorbij.
Nu zijn we dus vrij om het eigendom van een ander te worden, namelijk van Hem die uit de doden is opgewekt. Wij weten dat het Dezelfde is, maar het is als het ware een andere generatie; dat is de gedachte. Om dit terug te koppelen naar de geschiedenis van Boaz: Boaz zegt dat hij dit doet om de naam van de gestorvene op zijn erfdeel in stand te houden. Eigenlijk zegt hij daarmee dat Degene die ooit Israël riep en een verbond met dat volk sloot in de woestijn van Sinaï, Dezelfde is die ook uit de doden opgewekt werd. Het is inderdaad een generatie verder, nadat er nieuw leven aan het licht is gekomen. Dat is het idee.
Over dat nieuwe verbond, dat nieuwe huwelijksverbond dat gesloten gaat worden, staat ontzettend veel in de Bijbel. In wezen is dat een van de belangrijkste thema’s in de profetische boeken. Je kunt het overal nalezen bij Ezechiël, bij Jeremia en bij Jesaja. Er wordt gezegd dat de Heer straks het volk Israël zal verzamelen uit de volkeren en uit de ballingschap, en hen zal terugbrengen naar het land. Wat lezen we dan? De Heer zal inderdaad voor hen in de bres springen. Hij zal hun belangen behartigen en de schijnverlosser tenietdoen. Hij zal het land kopen, hen in veiligheid doen wonen en een nieuw verbond met hen sluiten. Het nieuwe verbond, het nieuwe huwelijksverbond.
“Ik zal u tot bruid werven.” Ik weet dat een heleboel mensen denken dat de kerk de bruid is, maar dat lees ik nergens in de Bijbel. Dat wij de bruid van de Heer zouden zijn… nee, dat is Israël. Wij zijn Zijn lichaam; wij staan in een nog veel intiemere verbinding met Hem dan het volk Israël ooit zal staan. In ieder geval zal Israël geworven worden tot bruid. Er zal een nieuw verbond met haar gesloten worden, met hen die uit de volkeren verzameld zijn.
Als u dat leest in Jesaja 54, dan wordt daar profetisch gezegd: “Want uw man is uw Maker.” Ik had het zojuist over allerlei gebruiken met een diepere betekenis; ook het huwelijk is zo’n gebruik. Wij weten vandaag de dag niet meer wat het huwelijk echt betekent. In de wereld weten ze dat totaal niet meer. Wat denk je anders? Waarom zouden ze een homohuwelijk hebben uitgevonden? Omdat men stomweg niet meer weet wat het huwelijk is. Dat zeg ik niet om met de vinger te wijzen of om te zeggen dat ze slecht zijn, maar men tast simpelweg in het duister. Dat is het probleem.
Maar in de Bijbel is het volkomen duidelijk: “Uw man is uw Maker, HERE der heerscharen is Zijn naam.” En let op: “En uw Losser is de Heilige Israëls, God der ganse aarde zal Hij genoemd worden.” Ziet u dat dit toekomstig is? “Want als een verlaten en diep bedroefde vrouw heeft u de HERE geroepen, als een vrouw uit de jeugdtijd, nadat zij versmaad werd, zegt uw God.”
Hier vinden we eigenlijk in een notendop wat in Ruth 4 besproken wordt, maar dan het vergezicht. De man van Bethlehem zal inderdaad straks verschijnen op de dorsvloer te Jeruzalem en Hij zal een nieuw verbond sluiten met Zijn volk Israël. Dan zal de Maker, de Schepper, de HEER Zelf, de man worden van dat volk Israël dat zo lang verlaten en versmaad is geweest en dat zoveel in de geschiedenis heeft moeten meemaken. Hij zal hun Losser zijn en inderdaad hun man. En dan zijn we uiteindelijk aan het einde gekomen, want ik zie dat ik zo langzamerhand moet gaan afsluiten.
Het Geslachtsregister en de Belofte aan David ↑ hoofdstukken
Dan zijn we aangekomen bij het slot van het boek Ruth. En het slot van het boek Ruth is eigenlijk heel saai; u weet dat we dat allemaal vinden. Geslachtsregisters zijn heel taai om voor te lezen, er is niks aan. Totdat je er kennis van neemt, want elke naam is namelijk weer een verhaal op zich. Ik zou zeggen: daag me niet uit, want dan wordt het nieuwjaar hoor! Want het begint meteen al: “Dit zijn de nakomelingen van Peres.” Nou, dat is een verhaal apart. Kent u dat verhaal van Peres en Serach? U kunt het allemaal nalezen in Genesis 38. Het was een tweeling. Ik zal de voorgeschiedenis nog helemaal niet vertellen, want dat beantwoordt niet aan onze normen en waarden, zal ik maar zeggen. Dat mag niet van Balkenende, zeg maar. Want dat is echt geen fraaie geschiedenis; dat was geen voorbeeld hoor. Als je de Bijbel leest in de ethische zin van wat wij eruit kunnen leren om het tot voorbeeld te nemen, dan moet je Genesis 38 lezen.
In elk geval lees je daar dat Tamar een tweeling verwekt en dat er dan een hand wordt uitgestoken bij de geboorte. Kent u die geschiedenis? De voortvarende vroedvrouw doet dan een lakenkoord om zijn rechterhand, want het was belangrijk om te weten wie de eerstgeborene was, zodat ze niet verwisseld zouden worden. Maar de jongen trekt vervolgens zijn hand weer terug. Dat heeft die vroedvrouw nog nooit meegemaakt. Ik spreek er ook niet zoveel, maar het zal wel een heel unieke gebeurtenis zijn. En dan breekt Peres door. Daarom heet hij ook Peres, want Peres betekent breuk, doorbreking of doorbraak.
Elke naam is een verhaal op zich. Peres verwekte Chesron, Chesron verwekte Ram, Ram verwekte Amminadab. Je vindt hier tien namen. Ik zei het zojuist al: het hoofdstuk begon met tien namen en het einde van het hoofdstuk bevat ook weer tien namen. Ook deze tien namen zijn getuigen. Het is geen complete lijst van nakomelingen, want er zijn wat omissies, zoals dat zo netjes heet; er zijn schakels weggelaten. Maar dit zijn de kroongetuigen. Een leuk woord in dit verband, want het zijn inderdaad getuigen van de kroon. Het zijn de schakels die Juda verbinden met David.
Het boek Ruth eindigt met de figuur David. Het hele boek Ruth is niks anders dan vertellen hoe David zoal ter wereld is gekomen en wat zijn voorgeschiedenis is. God had ooit aan Juda de belofte gegeven in Genesis 49 vers 10: “Aan Juda zal de scepter worden gegeven.” Juda is ook een leeuw, de koning. Juda kreeg de scepter en God houdt Zijn woord. Het heeft heel lang geduurd, vele honderden jaren later, maar via die lijn kun je volgen dat de scepter uiteindelijk inderdaad toekomt aan David. Toen vervulde God in eerste instantie Zijn belofte. Uiteindelijk is David natuurlijk weer de voorvader van de Heere Jezus Christus, ook uit Bethlehem.
Hij is de echte Koning en bij Hem houdt de geslachtslijn ook op, logischerwijs. Een geslachtslijn gaat voort omdat er iedere keer weer iemand doodgaat, maar Hij sterft niet meer. Hij is onvergankelijk opgestaan. Hij is dus de definitieve Koning. Bij Peres vind je tien namen en die tien namen zijn kroongetuigen van Gods trouw aan Zijn belofte. We zingen daar straks ook nog over.
Je vindt hier twee keer vijf namen, zoals de tien woorden ook twee keer vijf zijn op de twee stenen tafelen. En nog interessanter in dat verband: het zijn vijf namen die verband hadden met Egypte en de laatste vijf namen houden verband met Israël. Dan is inderdaad Boaz de zevende — tel het maar na — Obed de achtste, wat staat voor nieuw leven, en David de tiende. Daarmee is de cirkel rond.
Om nu eventjes helemaal het verhaal af te sluiten, gaan we naar het Nieuwe Testament. Dat is het laatste wat ik daarover wil zeggen. Paulus zegt in zijn geestelijk testament — zijn laatste woorden die we van hem vernemen — in 2 Timoteüs 2 (ik was vergeten het erbij te vermelden): “Hou dit in gedachtenis. Gedenk Jezus Christus, die uit de doden is opgewekt, uit het geslacht van David, naar mijn evangelie.” Paulus legt hier in een notendop het evangelie uit. Wat is het evangelie? Dat is niks anders dan het goede bericht dat Hij die beloofd is uit het geslacht van David, aan wie de scepter zou toekomen, wel, dat Hij is gekomen! Hij is verschenen, helemaal conform de belofte en alles wat er over Hem gezegd was.
Hij is degene aan wie definitief de troon en de kroon zal toekomen. En Hij zal heersen. Waarom? Omdat Hij is opgewekt uit de doden en het graf leeg achter Zich gelaten heeft. Hij zal de dood compleet tenietdoen en Hij zal als Koning heersen totdat Hij de dood inderdaad volkomen tenietgedaan heeft. Dan zal Gods plan inderdaad voltooid zijn. God werkt een plan uit; Hij werkt van A naar Z, en Hij doet dat. Paulus zegt: “Dat is het evangelie.” Hij zegt: “Ik lijd er kwaad voor.” Want echt, het wordt je niet in dank afgenomen hoor als je dat vertelt: dat de dood compleet tenietgedaan wordt en dat de Heere God een Redder is van alle mensen. Van wie dan ook, van de hele wereld, Saddam Hoessein incluis. Jazeker.
Paulus zegt: “Waarvoor ik kwaad lijd; ik draag zelfs boeien als een misdadiger.” Maar, zegt hij, dat maakt me niks uit: “Het woord van God is niet geboeid.” Zo is dat. Het is wel heel boeiend trouwens hoor, een heel boeiend Woord van God, maar het Woord van God is niet geboeid. Het gaat gewoon zijn weg en ik zou zeggen: waarom zijn we nu in deze wereld? Waarom zijn we in deze donkere wereld? Lieve mensen, er zijn er zoveel die vragen hebben, die echt in opperste duisternis wandelen en snakken naar licht. Ik zou zeggen: als je dit kent, vertel het! Maak het hun bekend.
Powered by RedCircle
UltimateGoodNews