GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

veertig jaren…

10-09-2022 - Geplaatst door Andre Piet
10 september 2022, Nunspeet t.g.v. een 40-jarig huwelijksjubileum

Het getal veertig speelt in de Bijbel een zeer grote rol. Vooral als verwijzing naar termijnen van dagen, jaren, decennia en eeuwen. Veertig (weken) representeert de termijn van de menselijke zwangerschap. Het leven begint bij de veertig. Toen de ark op de Ararat vaste grond had gevonden verstreken veertig dagen waarna Noach het venster opende. Dit loopt volmaakt parallel met Christus die veertig dagen na zijn opstanding uit beeld verdween. Nog een voorbeeld: Mozes’ leven is onderverdeeld in drie keer veertig jaar waarna Jozua het volk in het beloofde land brengt. Analoog hieraan is de menselijke geschiedenis tot aan het Messiaanse rijk onderverdeeld in drie keer veertig cycli van jubeljaren (40 x 50 = 2000 jaar). Enzovoort…

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie behandelt de veelvuldige en betekenisvolle aanwezigheid van het getal veertig in de Bijbel, dat vaak verbonden is met een periode van beproeving, testen en goddelijke verzorging. Dit patroon wordt zichtbaar in leeftijden, termijnen en historische periodes, zoals de woestijnreis, de zondvloed en de zwangerschap. De spreker toont aan dat de menselijke geschiedenis is ingedeeld in cycli van veertig jubeljaren, wat overeenkomt met tweeduizend jaar. Daarbij loopt de geschiedenis parallel met het leven van Mozes en de gebeurtenissen rond de verlossing van Israël. Uiteindelijk wijst de periode van veertig altijd vooruit naar een tijd van verlossing, openbaring en de vervulling van Gods beloften.

“Niets staat voor niets in Zijn woord en wat een rijkdom vinden we in de Bijbel.”

Inleiding: het Getal Veertig in Leeftijden en Termijnen ↑ hoofdstukken

Een hele goede middag, vrienden, jubileumgangers. Zo mag ik het toch wel zeggen, hè? Het is voor mij een groot voorrecht om hier te mogen staan en met jullie de Bijbel te openen. Dat is wel heel bijzonder; ik heb het niet eerder meegemaakt dat ik bij een gelegenheid als deze – een huwelijksjubileum – een Bijbelstudie mocht geven. Want ja, wat ga je bespreken als je bij een veertigjarig huwelijksjubileum een Bijbelstudie mag houden? U ziet het achter mij al: de titel van wat ik naar voren wil brengen is ‘40 jaren’. Ik kan u vertellen dat daar vanuit de Bijbel gezien heel veel over te melden is, omdat die termijn van veertig jaren heel vaak wordt genoemd.

De bekendste is natuurlijk die van de woestijnreis – wat overigens niet zo aardig klinkt voor een jubileum – maar het is altijd goed om te weten wat er over het getal veertig in de Bijbel te vertellen valt. Als u een klein beetje bijbels onderweg bent, zal het u niet ontgaan zijn dat veertig altijd te maken heeft met een tijd van testen en beproeving, soms ook van vermoeidheid, maar – kijk het maar na – ook altijd van een bijzondere goddelijke verzorging. Hoe Hij altijd nabij is, hoezeer het ook nijpend kan zijn.

Wat ik vanmiddag wil doen, is echt een Bijbelstudie. Jan en Ineke meldden zojuist al dat ze elkaar ooit op een Bijbelstudie ontmoetten. De Bijbel, het Woord van God, de Schriften – hoe je het ook maar zeggen wilt – heeft gedurende al die jaren een bijzonder belangrijke rol gespeeld in hun leven, en ik ben blij dat ik dat op deze wijze nog eens in het zonnetje mag zetten.

Laten we eens een aantal zaken op een rijtje zetten om een indruk te geven hoe prominent het getal veertig in de Bijbel aanwezig is. Ik heb het even in een concordantie opgezocht: het komt ruim honderdvijftig keer voor. Een heleboel keren vallen in deze bespreking sowieso al af, omdat het getal vaak in samenstellingen wordt gebruikt. Bijvoorbeeld als er gesproken wordt over iemand die 840 jaar oud is, of over 42 maanden; dan wordt veertig gebruikt als onderdeel van een groter getal. Het wordt natuurlijk ook heel vaak gebruikt als het gaat om aantallen in structuren. Denk aan de tabernakel, waar sprake is van veertig zilveren voetstukken, of de achtenveertig steden voor de Levieten.

Om iets meer ‘to the point’ te komen: je komt het getal veertig ook heel vaak tegen als verwijzing naar een leeftijd, en het is best apart hoe vaak je dat terugvindt. We lezen over Izaäk in Genesis 25 dat hij veertig jaar was toen hij trouwde met Rebekka. Volgens sommige wereldse liedjes is dat de ideale leeftijd om in het huwelijk te treden; Izaäk heeft zich daaraan gehouden. Hij was inderdaad veertig toen hij trouwde met Rebekka. Hij vond haar bij de wel, bij de bron. Trouwens, daar vind je meer voorbeelden van, want Mozes vond zijn vrouw ooit ook bij een bron, en Jakob trouwens ook. De diepere zin daarvan is dat de wel of de bron altijd verwijst naar de Schrift, die een bron is van levend water.

De zoon van Izaäk vond dat een goed voorbeeld: Ezau was ook veertig jaar toen hij trouwde met Judith. Mozes was veertig jaar toen hij uit Egypte vluchtte. Ik ga dat natuurlijk niet allemaal met u nazoeken, want dat zou veel te lang duren, maar voor de goede orde heb ik de ‘bonnetjes’ erbij geleverd: de tekstverwijzingen waarin u het kunt terugvinden. Van Isboseth, de zoon van Saul, lezen we dat hij veertig jaar was toen hij zijn vader opvolgde – voor een zeer korte tijd overigens. En de verlamde man die bij de Schone Poort zat in Handelingen 3 – de geschiedenis waar Petrus en Johannes langskwamen – was ook ruim veertig jaar toen hij werd genezen. Nooit had hij kunnen lopen, maar door een machtswoord van boven kon hij niet alleen staan, maar ook lopen. U leest dat hij begon te springen en te huppelen, zelfs zonder revalidatie!

Veertig als leeftijd vind je dus nogal wat keren terug, en ik ben niet eens compleet. Maar in deze toespraak, in deze studie, zoomen we specifiek in op termijnen: periodes van veertig. Dan blijkt dat dat getal herhaaldelijk gebruikt wordt. Denk aan veertig dagen, veertig weken of veertig jaren. Veertig dagen en veertig jaren blijken overigens alles met elkaar te maken te hebben; daar kom ik straks nog even op terug. Je vindt ook – en die is iets lastiger – veertig decennia, dus 400 jaar. Of veertig jubeljaartermijnen, dan praten we over 2000 jaar. Of zelfs veertig eeuwen, wat een termijn is van 4000 jaar. Al deze dingen zullen in de loop van deze studie de revue passeren.

De belangrijkste vraag van alles is echter – want het gaat mij niet om de statistiek of om wat cijfertjes bij elkaar te sprokkelen – waarom deze termijnen zo’n belangrijke rol spelen. Waarom komt dat zo vaak voor? En ik denk dat er in feite nog een belangrijkere vervolgvraag is: welke sprake doet God daarvan uitgaan? Als we ervan uitgaan dat de Bijbel die bron is waar levend water uit voortkomt, dan zijn dat de woorden van God. Daarin is niets toevallig; daar heeft alles een betekenis. Zeker als je over bepaalde gegevens struikelt, zou de eerste vraag moeten zijn: waarom is dat zo? Wat heeft God hiermee te zeggen?

Ik moet nu een bruggetje maken dat misschien wat lastig lijkt, maar ik moet hem toch even maken: als we het hebben over termijnen van veertig – weken, dagen, jaren, eeuwen, decennia, enzovoort – dan gaan we het ook hebben over de geschiedenis van de mensheid. En dan bedoel ik de geschiedenis vanaf Adam, ons aller voorvader. Het bijzondere daarvan wil ik u graag uitleggen en aantonen, want het heeft alles met het getal veertig te maken.

De Drie Termijnen van Tweeduizend Jaar in de Menselijke Geschiedenis ↑ hoofdstukken

De menselijke geschiedenis, puur vanuit de Bijbel bezien, is onderverdeeld in drie gelijke periodes, en wel drie periodes van 2000 jaar. Eén loopt nog, die is bijna ten einde, maar de eerste twee termijnen zijn inmiddels al lang en breed voorbij. Ga maar eens na! Dit is een wat lastig ding, omdat ik er in het verleden ooit een hele lange serie Bijbelstudies over heb gegeven – Jan en Nicolette waren daar ook bij, of hebben ze in ieder geval deels beluisterd. Ik ben daar toen schakeltje voor schakeltje alles vanuit de Bijbel nagegaan, wat wil zeggen: al die leeftijden die in de Bijbel genoemd worden bij elkaar optellen. Zo kom je tot een bepaalde som.

Vanaf de creatie van Adam – dat nemen we dan als jaar 1 – tot aan de geboorte van Abraham, wat merkwaardigerwijs precies ook het jaartal is waarin Noach stierf, is 2000 jaar. De aardigheid in dit geval is: niet ongeveer, maar precies. Nogmaals, ik kan dat nu verder niet aantonen, want dan moet je al die verschillende geslachten en de generaties die vermeld worden bij elkaar optellen. Daar komen trouwens nog wat dingetjes bij kijken, dus dat zou veel te ver voeren. Als u er meer van wilt weten, dan zou u op de website nog eens kunnen zoeken als u daar interesse in hebt. Maar in ieder geval is dit zo terug te berekenen: de termijn van Adam tot Abraham is 2000 jaar, en daarmee wordt ook een termijn afgesloten, namelijk toen Noach stierf.

Vervolgens is er vanaf de geboorte van Abraham tot aan de dood van Stephanus ook weer een periode van 2000 jaar. En daarmee bedoel ik dus vier keer 500 jaar. Dit is echt heel bijzonder. Als je mij vraagt hoe de Schriften een goddelijke hand vertonen... dan zie je dat, terwijl de Bijbel soms helemaal niet expliciet melding maakt van deze termijnen, onder de oppervlakte dit soort structuren zichtbaar worden. Dan zeg je: dit heeft geen mens verzorgd.

Vanaf de geboorte van Abraham volgen dus vier periodes van 500 jaar. Van de geboorte van Abraham tot aan de uitocht is 500 jaar geweest. Soms is dat trouwens heel makkelijk te berekenen, want dan lees je bijvoorbeeld dat Abraham honderd jaar was toen Isaäk geboren werd. Er wordt al tegen Abraham gezegd – ik kom daar straks nog even op terug – dat vanaf het moment dat zijn zoon geboren wordt, er 400 jaar zullen verstrijken en dat na die 400 jaar de uitocht uit Egypte zal plaatsvinden. Dat volk zal dan in slavernij zijn. Dus voordat Abraham al vader is, wordt er al gezegd wat er met zijn nageslacht zal gebeuren en worden daarbij zelfs de termijnen genoemd.

En die uitocht... dat is zo apart. Dan lees je in Exodus 12 dat op het moment, op de dag dat de uitocht plaatsvindt, het precies aan het einde van die 400 jaar was. Het is iets complexer dan ik nu zeg, maar goed, omwille van de tijd: er staat nog bij dat het precies na vierhonderddertig jaar was, op de dag nauwkeurig! Niet alleen op een jaar nauwkeurig, maar op de dag! Dus juist op die dag. En dat was in het jaar 2500. Als Abraham geboren werd in 2000, en 500 jaar later was de uitocht, dan was dat in het jaar 2500 Anno Hominis. Dat wil niet zeggen 'Aha' of reclame voor de supermarkt, nee: Anno Hominis. Dat wil zeggen: het jaar van de mens, gerekend vanaf de eerste mens. Dit was trouwens het jaar 2500, wat ook het 50ste jubeljaar is.

Dan weer 500 jaar – ik moet echt wel sneller gaan – want vijfhonderd jaar later is Jeruzalem voltooid. Dat wil zeggen: dan is de tempel en ook het paleis van Salomo voltooid. Dat is ook precies weer vijfhonderd jaar. Dat is ook vrij eenvoudig, want soms is het wat ingewikkelder als je al die generaties bij elkaar moet optellen, maar in dit geval lees je bijvoorbeeld ter illustratie dat Salomo begon met de bouw van de tempel in het 480ste jaar na de uitocht. Hij begon, en je leest dat de bouw 20 jaar heeft geduurd, dus dan weet je dat in het 500ste jaar de tempel inclusief zijn paleis voltooid was. Dat was weer 500 jaar later.

Dan gaan we weer: de terugkeer uit de ballingschap was weer 500 jaar later. Geloof me of niet, maar dat was weer na een periode van 430 en 700 jaren. Zevenhonderd jaren van de ballingschap. In ieder geval weer 500 jaar. En vanaf dat moment, vanaf het jaar van de terugkeer uit de ballingschap – dat was het eerste jaar van koning Kores – lees je dat er weer een periode begon van 70 jaarweken. Dat is ook weer, op die 70 jaar, een periode van 70 sabbatsjaren inclusief jubeljaren. Dat is weer 500 jaar. Daniël profeteert dat, met allerlei nauwkeurige voorzeggingen.

Profetie – dat moet ik er even tussendoor zeggen – betekent letterlijk: voorzegging. Dat is typisch een goddelijk waarmerk van de Schrift. Geen mens kent de toekomst. We kunnen prognoses uiten, we kunnen berekeningen erop loslaten en we kunnen allerlei verwachtingen hebben, maar altijd met de nodige slag om de arm. Zelfs als we iets plannen voor volgende week, dan moet je dat altijd met de nodige voorbehouden doen. God... kijk, waarzeggers voorspellen, maar de Bijbel voorspelt niet; God voorzegt. Hij verkondigt van den beginne de afloop. Zoals Jan dat in zijn inleiding ook al heeft gezegd: bij God gaat er nooit iets mis. Hij wist voordat de dingen begonnen hoe het zou gaan. God staat nooit voor verrassingen. Hij hoeft nooit over te stappen op plan D; Hij is nog steeds, als ik het zo mag zeggen, op plan A. Alles gaat naar Zijn raad, naar Zijn plan. En dat is zo'n geweldige rust.

In ieder geval, zoals God de dingen voorzegt: wanneer dingen zullen gebeuren – zoals we dat nu in vogelvlucht kort aanstippen – hóé dingen zullen gebeuren en waar het zal plaatsvinden... al die dingen vinden we in de Schrift terug. God maakt Zijn woord waar, en dat is ook een bewijs van de Schriften. Daarmee is de Bijbel volstrekt uniek ten opzichte van welk menselijk of religieus boek dan ook.

Dus ja, weer een periode. Ik moet weer even terug, want ik had het over drie periodes van 2000 jaar. Het is heel makkelijk te onthouden als je eenmaal die structuur ziet; dan heb je een soort ruggengraat waar je alles aan kunt linken als je die tijdlijn hebt. Van Adam tot Abraham: 2000 jaar. Van Abraham tot aan Christus – of voor het gemak en meer specifiek: de dood van Stephanus – was weer 2000 jaar. En nu zijn we inmiddels weer bijna 2000 jaar verder. Er zijn nog een paar jaar te gaan, daar ga ik het nu niet over hebben. Het enige wat ik wil zeggen, is dat er weer een termijn bezig is te verstrijken met rasse schreden. Dat is ook de reden waarom ik zei – en Jan en ik delen dat, en er zijn er veel meer die dat geloven – dat er voor ons gevoel hele bijzondere tijden aan staan te komen. In feite is het zo dat, zoals God rekent, er nu vanaf Adam gerekend bijna zes dagen voorbij zijn. Hoe bedoel ik dat? Wel, je leest in de brief van Petrus al dat hij zegt: "Geliefden, als er straks mensen gaan..."

Er zullen er komen die zullen zeggen: "Waar blijft de belofte van Zijn komst?" Petrus gaat daarop in in zijn brief en hij zegt: "Maar dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat voor de Heer één dag is als duizend jaar." Hij herhaalt dat en zegt: "...en duizend jaar als één dag." Hij spreekt twee keer over een dag en twee keer over duizend jaar. Waarom? Wel, je leest ook in de profetie dat Hij na twee dagen zou terugkeren. Hoezo? Wel, als je weet hoe God rekent – het komt erop neer, en dat is een heel Bijbelse gedachte – dan zijn er nu, vanaf Adam gerekend, bijna zes dagen voorbij. Er zijn zes millennia verstreken, drie keer 2000 jaar, en dat betekent dus dat de zevende dag op het punt staat aan te breken. Het gaat er helemaal niet om om dat nu precies op de minuut te zeggen; het is voldoende om aan te geven dat het voor de deur staat.

En dat is buitengewoon bijzonder. Wij leven in een heel bijzondere tijd. De aardigheid is dat wanneer je dit vraagt aan iemand in de wereld die totaal geen notie heeft van de Schrift of de Bijbel, of ook geen enkele affiniteit heeft met een Bijbelse boodschap, het de meeste mensen toch niet ontgaat dat we momenteel, ook globaal gezien, in bijzondere tijden leven. Mensen vragen zich af: hoe lang gaat dit nog duren? En dan zeg ik: ja, er zijn bijna zes dagen voorbij. De zevende dag, dat is Zijn dag, die naderbij komt. Dat is aanstaande. Die 6000 jaar is onderverdeeld in drie keer 2000 jaar, oftewel drie keer twee dagen.

Tweeduizend Jaar Berekend als Veertig Jubeljaren ↑ hoofdstukken

We komen nu toch weer uit bij het getal veertig in relatie tot die tweeduizend jaar. Ik zal dat even kort aanstippen, want die tweeduizend jaar zijn wel degelijk gelinkt aan veertig. Hoezo? Welnu, tweeduizend jaar zijn veertig jubeljaarcycli. Dat moet ik misschien even uitleggen. In de Bijbel heb je de instelling van het jubeljaar en dat heeft weer alles te maken met de sabbatsjaren. Ik haal veel overhoop, ik waarschuw u maar vast, en ik ben zelf nog niet helemaal tevreden over hoe ik het nu breng, maar ik zal kort uitleggen wat een sabbatsjaar is.

Toen Israël in het land kwam, moesten ze sabbatsjaren houden. Dat wil zeggen dat niet alleen de zevende dag de sabbatdag was waarop ze rustten, maar ook het zevende jaar zou het land rust hebben: een sabbatsjaar. Daar hebben ze zich trouwens nooit aan gehouden. En omdat ze dat zevende jaar niet hebben gehouden, zei de Heer: "Nu gaan jullie het land uit en eis Ik die zeventig jaren op die jullie niet als sabbatsjaren hebben gehouden." Zo is dat precies gegaan; in de zeventig jaar ballingschap is dat ingehaald, waarna het volk weer terugkeerde.

Elk zevende jaar is dus een sabbatsjaar. Na zeven jaar krijg je een sabbatsjaar, zeven jaar later weer een, dan een derde, een vierde, een vijfde en een zesde sabbatsjaar. Dan kom je bij het zevende sabbatsjaar en dat is het negenenveertigste jaar. Begrijpt u dat nog? Ja? Gelukkig, ik zie nog niemand weggaan. Na het negenenveertigste jaar krijg je het vijftigste jaar en dat is het jubeljaar. Het vijftigste jaar is het jubileumjaar. U vindt die hele regeling en alle instructies daarover terug in Leviticus 25. Het staat daar heel uitgebreid gedocumenteerd.

In ieder geval is het vijftigste jaar het jubileumjaar, maar dat betekent dat elke eeuw twee jubileumjaren telt: het vijftigste jaar en het honderdste jaar. Na vijfhonderd jaar zijn er dus tien jubeljaarcycli verstreken. Dat betekent dat tweeduizend jaar gelijkstaat aan veertig jubeljaren, of veertig jubeljaarcycli zo u wilt. Zesduizend jaar is in dit licht ook interessant: dat zijn honderdtwintig jubeljaarcycli. Ik had het net over Mozes en de veertig jaar, maar nu komen we op nog iets anders.

Mozes' Leven als Afspiegeling: Drie Keer Veertig Jaar ↑ hoofdstukken

Want die drie keer veertig jubeljaren waar ik het zojuist over had, drie keer tweeduizend jaar, vind je ook weer terug in het leven van Mozes. Dat wil zeggen op een ander niveau, maar ook het leven van Mozes is onderverdeeld in drie keer veertig jaren. Heel eigenaardig. Hij werd ooit uit het water getrokken en toen had hij ook meteen zijn naam, want Mozes betekent 'uit het water getogen' of 'uit het water getrokken'. Hij was in een biezen arkje gelegd, waarbij hetzelfde woord wordt gebruikt als in verband met de ark van Noach.

In die eerste veertig jaren van zijn leven was hij de prins aan het hof van de Farao. En dan lees je op zijn veertigste dat hij ging omzien naar zijn eigen broeders, dat Hebreeuwse volk dat het zo zwaar te verduren had. En ja, toen ging er iets mis. Men dacht: 'Ach, Mozes...', en toen moest hij vluchten, want hij had een Egyptenaar doodgeslagen.

Toen is hij gevlucht en heeft hij veertig jaar in de woestijn vertoefd. Daar was hij herder van schapen; hij kon alvast even oefenen, zeg maar. Dat kwam er eigenlijk ook op neer, want hij zou later op een veel hoger, groter, mooier en menselijker niveau ook herder worden. Na het verstrijken van die veertig jaar lees je dat hij bij de braamstruik wordt geroepen. Hij was inmiddels dus tachtig.

Vervolgens gaat hij naar het hof — u kent het verhaal — en uiteindelijk is, met veel hangen en wurgen (we weten allemaal wat er gebeurd is), Israël uitgetrokken: de uittocht uit Egypte, de exodus. En ja, dat heeft allemaal veel langer geduurd dan aanvankelijk door Mozes was gepland. Toen hij honderdtwintig was overleed hij, en hij mocht het beloofde land niet in. Daarna lees je dat Jozua hen alsnog in het land bracht. Overigens is Jozua dezelfde naam als de naam Jezus; de ene vorm is Hebreeuws, de andere is Grieks, maar in het Nederlands maakt het ook niet heel veel uit. In ieder geval bracht Jehosjoea, dat is eigenlijk de uitspraak, hen alsnog in het land.

Nu ga ik u laten zien dat die drie keer veertig jaren synchroon lopen, of parallel lopen, met de honderdtwintig jubeljaren, of zo u wilt de zesduizend jaren of de drie keer tweeduizend jaren van de menselijke geschiedenis. Eerst kwam bij de schepping — en trouwens later ook weer bij Noach — land boven het water uit; het werd uit het water getrokken. Toen kwam in het jaar 2000, bij de roeping van Abraham, Israël in het vizier. En weer tweeduizend jaar later vond de verlossing plaats, het ware Pascha. Ik bedoel: de Heer Jezus Christus stierf, trouwens op de dag van het Pascha.

We zijn nu inmiddels weer bijna tweeduizend jaar verder en wat er dan nog wacht, is dat de belofte ingelost zal worden. Het beloofde land, als u begrijpt wat ik bedoel, is dan daar. En dan breekt er trouwens een periode aan van — en weet dat ik theologisch hiermee geen omstreden dingen zeg — duizend jaren waarin Christus zal regeren hier op aarde. Dat is dus die zevende dag.

Wat ik er nou mee wil zeggen, is dat die drie keer veertig jaren van Mozes' leven eigenlijk parallel lopen met de drie keer veertig jubeljaarscycli van de menselijke geschiedenis. Zodat die veertig jaren inderdaad verwijzen naar de huidige tijd, maar ook naar die verschillende termijnen. Dan heb ik er nog eentje.

Veertig Weken Zwangerschap en de Geboorte van Israël ↑ hoofdstukken

Als u zegt: "Het is een beetje hapsnap," dan is dat waar. Ik heb eraan gedacht dat ik met gemak een hele lange serie over dit onderwerp zou kunnen houden, maar dat gaan we niet doen. Toch wil ik een aantal belangrijke zaken aanstippen. Het tweede punt is namelijk dit — en je vindt het niet eens zo direct terug in de Bijbel, maar indirect wel: het getal 40 heeft alles te maken met de zwangerschap.

Dat weten we eigenlijk al, toch? De menselijke zwangerschap drukken wij meestal uit in maanden, maar als je iets preciezer wilt zijn, dan reken je in weken. Nu moet ik uitkijken, want er zitten hier kraamverzorgers in de zaal, mensen die veel meer gynaecologische kennis van zaken hebben dan ik. Maar ik dacht dat het een open deur intrappen was: de menselijke zwangerschap duurt 40 weken.

Dat is trouwens heel aardig, want die 40 weken verklaren ook een bekende uitdrukking: "Het leven begint bij de veertig." Dat heeft bij mensen allerlei andere associaties opgeroepen, in de zin van: "Als je veertig jaar geworden bent, dan begint het leven pas." Dat dacht Izaäk misschien ook wel. Maar de oorsprong ligt bij die veertig weken, namelijk dat er pas nadat er veertig weken gepasseerd zijn, wordt begonnen met het rekenen van de leeftijd. Wij rekenen immers niet vanaf de conceptie, maar vanaf het moment van de geboorte, vanaf het moment dat we zelfstandig gaan ademen. Alles wat adem heeft, dat is wat leven is. Dan begint de tijd van leven ook te tellen; vandaar: het leven begint bij de veertig.

Nu kom ik dan toch weer even terug bij de Exodus, of zal ik zeggen: bij Israëls verlossing? Hoe vindt u die? Want die term is natuurlijk heel treffend als ik het zo zeg. Als het over gynaecologie en geboortes gaat, dan weten we allemaal dat "verlossing" verwijst naar de geboorte. In de Bijbel vind je op meerdere plaatsen — heel duidelijk vind je dat bijvoorbeeld bij de profeet Ezechiël — dat Israëls geboorte als natie plaatsvond toen ze uit Egypte trokken. Dat was Israëls geboorte.

Het bijzondere daarvan was — ik heb het al even aangegeven, maar kom er nu toch nog een keer op terug — dat dit plaatsvond aan het einde van 400 jaren. Dat was al tegen Abram gezegd (kijk maar in Genesis 15): "Als jij vader wordt, dan zullen er nog 400 jaren verstrijken voordat jouw nageslacht, jouw volk, dat trouwens in menigte zou uitbreiden, zal worden verlost uit Egypte." Zodat Egypte in feite de functie van een moeder vervulde.

En toen braken de wateren ook. Die opmerking is natuurlijk heel dubbelzinnig als ik het zo zeg, want op dat moment vond de doortocht door de Schelfzee plaats. De wateren breken — dat is typisch jargon, en het is eigenlijk een beetje raar hoe we zo zeggen dat de wateren breken. Maar bij Israëls geboorte was dat vrij letterlijk het geval. Dat vond plaats na 400 jaren, maar je kunt het ook verdelen in veertig keer tien. Uiteindelijk zijn dat maar nulletjes; het is iedere keer het getal vier op een hoger niveau. In dit geval praten we over veertig decennia, veertig tientallen. Dat betekent dus dat Israëls geboorte plaatsvond na veertig decennia. Toen was het volk daar en toen braken de wateren. Heb ik er nog een?

Veertig Dagen bij de Zondvloed en de Parallel met de Opstanding ↑ hoofdstukken

Die mag ook niet onvermeld blijven: de veertig dagen en de zondvloed. We gaan nu weer even naar de dagen toe. In Genesis 7 lees je dat God voornemens is de aarde te verdelgen. Dat had zo zijn redenen, maar die doen nu even niet ter zake. Maar je leest daar ter inleiding dat het veertig dagen regende — iets wat op die wijze nog nooit had plaatsgevonden. De sluizen gingen helemaal open en de kolken van de waterdiepte, et cetera. In ieder geval staat er heel expliciet dat het veertig dagen regende.

Dat wil ik er toch even uitlichten, want nu moet ik iets vertellen over Hebreeuwse letters. Hebreeuwse letters zijn in feite een soort pictogrammen, maar het zijn ook cijfers. Dat is eigenlijk vergelijkbaar met de Latijnse letters; dat zijn ook cijfers. De eerste letter is de 1 en de Bet is de tweede letter, de 2. En dan kom je bij de 5, en dat is de He. Kennen we een 'heitje'? Ons heitje, dat stamt ook weer via via af uit het Hebreeuws. De He, dat zijn vijf stuivers, vijf keer vijf centen. En trouwens, als je nog weer even verder gaat, kom je bij de Jod. De tiende letter is de Jod; ja precies, dat is de tien. De tiende letter is de Jod en als je dan nog even doortelt, dan krijg je de Jod, de Kaf, de Lamed en de Mem. De dertiende letter staat voor het getal veertig. Dus je krijgt 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, en dan 20, 30, 40. En die 40, dat is de Mem.

Waarom zeg ik dat? Wel, dat getal 40 of de letter Mem is namelijk niet alleen een cijfer, maar ook nog eens gewoon een woord. Zoals bijvoorbeeld de tweede letter de Bet is, maar dat betekent 'huis'. Dat is vrij bekend: Bet-Lechem. Maar een letter is ook altijd weer een woord. Een Jod is een hand; de Jad. Jod, Jad, het is allemaal hetzelfde, of in ieder geval hetzelfde voorstel. En de letter Mem staat voor veertig, maar het betekent ook water: Majim. Ook die kennen we in het Nederlands, want in Amsterdam spreekt men over 'majen'. Dat is gewoon het Hebreeuwse Majim, en dat is water.

Waarom zeg ik dat nu? Wel, omdat veertig op een opmerkelijke wijze altijd weer verband houdt, of heel dikwijls verband houdt, met water. Niet alleen de wateren die breken, maar in dit geval ook de veertig dagen slagregens. En nog iets eigenaardigs: dit is het begin van de zondvloed, maar aan het einde van de zondvloed lees je weer over veertig dagen. Dat was inmiddels anderhalf jaar later. De veertig dagen markeren zowel het begin als het einde van de zondvloed.

Want — en daar komt-ie, hij is met deze stukken mooi hoor, echt heel fraai — nadat de ark was gestrand op de berg Ararat, raakte die op een gegeven moment vast. Vanaf dat moment verstreken er veertig dagen totdat Noach het venster daarboven in de ark opende. En weet je wat daar nou zo eigenaardig bij is? Dat loopt weer parallel met de veertig dagen na de opstanding. Die kennen we ook. Ik noem nu twee keer veertig dagen in verband met de zondvloed, maar je hebt ook de Here Jezus die stierf en drie dagen later opstond uit de doden, godzijdank, als de eersteling. En veertig dagen later... Laten we het nog eventjes zo aangeven, wat schematischer.

Je vindt dus: de ark vindt vaste grond en veertig dagen later opent Noach het venster en laat die eerste raaf los. En nog een dag of wat later een duif, en die duif komt dan met een olijftak. Dat was ongeveer vijftig dagen later. Ik hoop dat u het hebt gehoord, want de aardigheid is namelijk dat dit precies weer... Dit zijn prachtige parallellen die zich zo aan je voordoen op het moment dat je de Bijbel gaat onderzoeken. Ik bedoel dat letterlijk: als je gaat zoeken onder de oppervlakte. Niet alleen maar de verhalen die je op de zondagsschool hoort en tot je neemt, maar: wat betekent het? En als je Schrift met Schrift gaat vergelijken: Hé, daar is veertig dagen! Waar nog meer veertig dagen? Dat is de samenhang.

Dan zie je dus inderdaad: de ark vindt vaste grond terwijl alles nog gewoon water was. Er was nog helemaal geen stukje land te zien, maar de ark had inmiddels vaste grond gevonden. Dat valt samen met de opstanding. De dood is toen overwonnen, maar nog lang niet tenietgedaan. Dat is trouwens pas de laatste vijand die tenietgedaan wordt. Maar de ark heeft vaste grond; 'Ik heb de vaste grond gevonden'. Nou, dat vond plaats op die eerste dag. En dat was ook het begin van veertig dagen, want de Here Jezus stond op uit de doden en vervolgens, na veertig dagen — je leest het in Handelingen 1 — toen ging het venster open en vloog de vogel, als ik het even zo mag zeggen. En het venster was de opening naar de hemel.

Dan ga ik nog aparter, want die veertig dagen lopen synchroon. Ik zei al: op de veertigste dag vond de opening van het venster plaats, en nog een dag of wat later, zo ongeveer de vijftigste dag, kwam die duif terug met die olijftak. Dat is dan de vijftigste dag. Maar goed, nu ga ik u nog iets bijzonders vertellen. Want deze eerste dag dat de ark op vaste grond kwam, dat was — als je terugrekent op de Hebreeuwse kalender — de zeventiende Aviv. Aviv staat voor voorjaar, lente. Dat is een heel verhaal apart, wat ik nu even zeg. Dat zou ik eigenlijk moeten toelichten, maar dat doe ik niet. Maar reken terug: het was de dag van de zeventiende Aviv.

En ik zal het u vertellen: de zeventiende Aviv was ook precies de dag dat de Here Jezus opstond uit de dood. De Here Jezus stierf op de veertiende Aviv, dat was de dag van het Pascha, en drie dagen later, de zeventiende, verrees Hij uit het graf. De ark vond vaste grond op die dag, en veertig dagen later ging het venster open. En nog weer een dag of wat later kwam die olijftak als een teken van nieuw leven.

Dit zijn volmaakte parallellen. Dit is goddelijk, dit is design. Er is er maar één die dat zo kan regisseren. Kijk, niet alleen die feiten zijn geweldig, maar ook dat God dat allemaal zo timet. God is de grote Regisseur die alles een plek geeft in ruimte, maar ook in tijd. Ik had het zojuist over profetie, een waarmerk van Gods Woord waarmee God Zichzelf bewijst. Maar ook dit soort structuren die zich onder de oppervlakte voordoen, bewijzen wederom dat we te maken hebben met Gods Woord. En ja, dat zijn prachtige dingen om zo met elkaar te delen. Het lijkt me ook bij een gelegenheid als deze schitterend om dat met elkaar te bespreken en te overdenken.

Daar heb ik er nog één.

De Woestijnreis: de Verwantschap Tussen Veertig Dagen en Veertig Jaren ↑ hoofdstukken

Heb je nog even? Ik heb nog een paar dia's. Ik stipte het al even aan, maar de verwantschap tussen veertig dagen en veertig jaren is er één die ik graag nog nader toelicht. Ik kan me voorstellen dat u op het eerste gezicht zegt: "Ja, ik vind het een beetje vergezochte parallellen." Het maakt namelijk nogal wat verschil qua termijn: veertig dagen of veertig jaren. Maar toch is daar veel meer connectie, en niet alleen door het gemeenschappelijke getal veertig.

Wat blijkt namelijk? Je leest over die periode van veertig jaren, de woestijnreis. En dan lees je dat de verspieders het beloofde land ingaan en daar veertig dagen verblijven in het land. Ik haal er iedere keer expres teksten bij wanneer ik zulke dingen naar voren breng, zodat u het kunt nazoeken. Overigens, voor de belangstellenden: ik hoop deze Bijbelstudie ook op mijn website te zetten. Ik kan het erg aanbevelen om het inderdaad te checken, want dan pas weet je het echt, wanneer je het met je eigen ogen in de Schrift hebt gezien. Ik reik het u aan, maar u moet zelf als een Bereeër onderzoeken of het inderdaad klopt. Ik ben geen paus; ik zeg niet: "zo is het", maar: "dit heb ik gevonden en dit wil ik graag met u delen". Het is zo rijk, en het is aan u om dat te controleren.

Om bij mijn verhaal te blijven: de verspieders verbleven veertig dagen in het land. Het is vrij bekend wat ik nu zeg. Bij hun terugkeer kwamen die twaalf verspieders weer bij het volk. Twee van die twaalf, Jozua en Kaleb, zeiden: "Het is geweldig!" Maar die andere tien zeiden: "We hebben daar reuzen gezien, dit gaat ons nooit lukken." Jozua en Kaleb zeiden echter: "Wat dachten jullie nou? God heeft het ons beloofd. God geeft het. Hebben onze woorden geen gewicht bij jullie? Geloof dan gewoon wat God gezegd heeft!" Jozua en Kaleb stonden erop.

Maar we weten allemaal wat de reactie van het volk was: ze geloofden de tien, de meerderheid. Dat is trouwens algemeen zo. Mensen denken vaak dat de waarheid democratisch is, maar prijs God dat dit niet zo is. In de Bijbel zie je altijd dat het de minderheid is. Het maakt niet uit. In ieder geval geloofde het volk Jozua niet. Dan lees je dat God zegt dat vanwege dit ongeloof dit geslacht – en de Bijbel rekent daar veertig jaar voor, een generatie – het beloofde land niet zal ingaan. Allemaal, stuk voor stuk, degenen die de uittocht hebben meegemaakt, zullen niet in het beloofde land aankomen. Trouwens, inclusief Mozes, al had dat weer een andere reden. Niemand van die generatie zou het beloofde land ingaan, op twee namen na: Jozua en Kaleb.

God zegt dan dat er nog 38 jaar zouden volgen waarin het volk gewoon in de woestijn zou rondbanjeren. Het was eigenlijk volstrekt onnodig, want ze hadden in no-time in het beloofde land kunnen zijn. Maar het mocht niet. En dan staat er ook bij dat voor al die veertig dagen dat de verspieders in het beloofde land hadden vertoefd, voor elk van die dagen een jaar zou worden gerekend. Dat wil zeggen: veertig dagen zijn ze er geweest, maar jullie geloofden het waarachtige getuigenis van die veertig dagen niet. Daarom zullen jullie veertig jaren in de woestijn rondzwerven; voor elke dag één jaar. Zo werden die veertig dagen ineens veertig jaren. Ziet u dat het niet zo gek is wat ik zojuist zei over veertig dagen en veertig jaren? Trouwens, ook veertig eeuwen; dat is op zich een heel Bijbelse gedachte.

Die veertig jaren in de woestijn spreken van de huidige tussentijd. De aanleiding voor dit onderwerp zijn natuurlijk de veertig jaren die Jan en Nicolette erop hebben zitten, maar we trekken het nu even naar een Bijbels niveau. Waar spreken die veertig jaren van? Dat kan ik niet in één ding samenbrengen, maar wanneer we het hebben over de veertig jaren dat Israël in de woestijn moest blijven, dan spreekt dat van een tussentijd. Het is de tijd tussen de verlossing – de uittocht uit Egypte – en het bereiken van het beloofde land.

Wat gebeurde er eigenlijk? Het volk geloofde niet in Jozua. En omdát het volk Israël niet geloofde in Jozua, moesten ze nog veertig jaren in de woestijn blijven voordat ze in het beloofde land kwamen. Dit loopt perfect parallel met wat er gebeurde bij de verlossing door de Heer Jezus Christus. Bij het ware Pascha stierf Hij en stond Hij op. En wat gebeurde er? Het volk geloofde niet in Jozua. U begrijpt nu wat ik bedoel, hoop ik. Het volk geloofde niet in Jozua en daarom is het beloofde land niet meteen gekomen; er vond een onderbreking plaats, een tussentijd van veertig jaar.

U begrijpt inmiddels dat dit eigenlijk spreekt van veertig jubeljaren, oftewel tweeduizend jaar. Zoals de Heer ook had gezegd tegen de profeet: "Ik zal na twee dagen terugkeren en op de derde dag zal Ik Israël doen opstaan." Geef toe, het zijn misschien wat gedachtesprongen en het gaat van het een naar het ander, maar dit zijn lijnen die de Schrift zo aanreikt. In ieder geval spreken die veertig jaren van de tijd tussen de verlossing en het beloofde land. Tussen dat wat er gebeurde bij de eerste komst van Christus, tweeduizend jaar geleden, en dat wat aanstaande is. Namelijk wanneer de grote Sabbatdag gaat aanbreken, of anders gezegd: wanneer de dag aanbreekt dat Israël zal opstaan uit de dood op de derde dag.

En uiteindelijk – en dat is zo mooi – geloofden ze Jozua aanvankelijk niet, maar uiteindelijk is het Jozua die het volk alsnog het beloofde land binnenbracht. Dat is een hele diepe waarheid. Degene die het volk eerst afwees, zal hen later alsnog naar binnen leiden. God heeft nog geweldige beloften voor dit volk klaarliggen en het moment dat dit vervuld kan worden is aanstaande. Dan gaat Jozua aan de spits en zal het volk wedergeboren worden. Trouwens, dan worden de wateren van de Jordaan ook weer drooggelegd. U begrijpt wat ik bedoel met de Jordaan? Jongens, terwijl ik hier sta denk ik: ik zou eigenlijk dit ook nog moeten zeggen... maar ik moet me even inhouden. Dit zijn zulke geweldige perspectieven. Dit is niet alleen mooi geregisseerd en getimed, het is niet alleen kunst; dit is Kunst met een grote K, goddelijk! Zoals Hij dat in de Schriften naar voren brengt: niet alleen voorzegd, maar ook geïllustreerd. Het is één groot plaatjesboek bij Hem.

Afsluiting: Beproeving, Goddelijke Verzorging en Wat Er Na de Veertig Volgt ↑ hoofdstukken

Nou, het wordt tijd om wat afsluitende dingen te zeggen, want we willen zo meteen natuurlijk ook nog een update. Maar laat ik het af mogen maken. Kijk, die veertig dagen of jaren – het is maar hoe je het zegt – zijn eigenlijk een hint naar de zwangerschap; na veertig weken volgt de geboorte. En ja, waardoor wordt een zwangerschap gekenmerkt? Ik spreek niet uit persoonlijke ervaring, maar toch, ik heb het van nabij toch al enigszins meegemaakt. In het algemeen is dit een periode van moeite, ook van beproeving. Dat is trouwens ook karakteristiek voor die veertig jaren in het algemeen, en voor de veertig dagen dat de Heer Jezus trouwens ook verzocht werd in de woestijn.

Wat dacht u daarvan? Nee, u dacht dat ik compleet was vanmiddag? Nou, dat is niet waar hoor. Ik heb alleen maar een paar dingetjes aangestipt en aangereikt, misschien wel de meest bekende. Maar in ieder geval: die periode van de zwangerschap is een moeizame tijd van beproeving. Maar ook – nou, Jan en Nicolette hebben er zelf van getuigd – als je Hem mag kennen, dan is het ook zo dat Hij zorgt en geeft wat nodig is. Je leest dat op een heel bijzondere wijze bij Israël. Na die veertig jaar geloofden ze nog niet? Dan lees je dat hun kleding niet versleten was en hun schoenzolen waren niet... hoe staat het er precies? Ze hadden geen gebrek bij de Heer. Ze kregen die kwartels en het manna; Hij gaf ze alles wat ze wilden, in overvloed. Kijk, zo is God, dat had Hij ook gezegd. Dus het kan wel moeilijk zijn, maar in die veertig jaren is dat zo gebeurd. Daar spreken veertig jaren en veertig dagen in het algemeen van. Al die lijnen vind je zo in de Bijbel terug.

Het is trouwens ook een tijd van verborgenheid. Als u de link met de zwangerschap begrijpt, dan snapt u dat ook. Want een zwangerschap is niets anders dan dat het kind nog verborgen is. Na de verborgenheid vindt de openbaring plaats: de verlossing na de veertig. Dan is het niet meer verborgen, maar wordt het openbaar. De Zoon gaat straks openbaar worden. Hij is nu nog verborgen, maar straks wordt Hij openbaar. In de hele schepping lees je dat er sprake is van barensnood; Paulus schrijft dat in Romeinen 8. Maar met opgeheven hoofden zien ze uit naar de verwachting. Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen – dat staat er nog bij in Romeinen 8 – niet vrijwillig, dat wil zeggen: ze heeft daar niet zelf voor gekozen. Ach lieve mensen, wat kiest een mens nou uit? Nee, niet vrijwillig, maar om Hem die de schepping daaraan heeft onderworpen, in hoop en verwachting.

Kijk, hoe moeilijk de tijden ook zijn, God is een God van hoop. Bij Hem gaat er nooit iets mis, maar bij Hem is het ook altijd 'eind goed'. Dat vind ik zo geweldig. Dat is het 'waarom'. Het kan zo moeilijk zijn, maar weet u waarom? Het is niet vanwege onze verdiensten – Jan heeft het volgens mij perfect onder woorden gebracht – maar ik wil het zo graag dik onderstrepen: God laat niet varen het werk van Zijn handen. En al neemt Hij daar de tijd voor – aionen, eeuwen – een ogenblik duurt Zijn toorn, maar een leven lang Zijn goedertierenheid. Toorn, lijden, dood: het heeft nooit het laatste woord. Wat mij betreft mag alles vergeten worden wat ik vanmiddag gezegd heb, maar onthoud alsjeblieft dit: er is één God en Hij heeft alles in Zijn hand. Hij brengt alles volmaakt en perfect tot een goed einde. Vertrouw op die God.

En dan kom je natuurlijk voorbij de veertig. Dan kom je bij allerlei trefwoorden. Voorbij de veertig is de verlossing. En dan krijg je Jozua, de zoon van Nun. Dat heeft niets met Nunspeet te maken, denk ik. Trouwens, om het even te zeggen – mag het nog? – ik had het net over de Hebreeuwse letters, over de Jod en de He. De Mem is de dertiende letter. En weet u wat u na de Mem krijgt? De N. In het Nederlands alfabet is dat trouwens ook zo: na de M krijg je de N. In het Hebreeuws is dat de Nun. De Mem staat voor de veertig, maar de Nun staat voor de vijftig. Wat dacht u daarvan? Jozua, de zoon van Nun. Nun is de vijftig. Voorbij de veertig kom je in de vijftig: het jubeljaar of het geopende venster.

Of wat dacht u van David die Goliath verslaat? Dat moet ik ook even uitleggen. Je leest van Goliath dat hij veertig dagen lang de Allerhoogste God tartte, de legerscharen van Israël. Hoe staat het er precies? De God van de legerscharen. Veertig dagen heeft hij getart. En toen kwam dat mannetje David, niet met een harnas, maar met helemaal niets. Nou, ik hoef het u niet te vertellen, want dat verhaal kennen we allemaal: met vijf centjes ook nog eens een keer. Maar dat was na de veertig, na die veertig dagen. Dan overwint de zoon van David de grote vijand. Of denk aan de verlamde man die genezen wordt, enzovoort.

Nou, het is genoeg. Ik zie dat we nu precies zestien minuten gesproken hebben, maar het wordt tijd om af te sluiten. Ik hoop dat ik u hiermee enigszins een indruk heb gegeven hoe bijzonder die handtekening is, die goddelijke handtekening in de Schrift. En wat een geweldige sprake eruit gaat van die termijn van veertig, die op allerlei wijze in de Bijbel terug te vinden is. Normaal gesproken geven we daar geen aandacht aan, maar ik hoop u in ieder geval geprikkeld te hebben om zulke dingen serieus te nemen. Niets staat voor niets in Zijn woord en wat een rijkdom vinden we in de Bijbel. Daar wilde ik het graag bij laten en ik stel voor...

🎧 veertig jaren...
Delen: