Ons Pascha Is Geslacht
24-03-2013 - Geplaatst door Andre PietPresentatie van samenkomst gehouden op 24 maart 2013 in Den Haag
In de avond van deze 24-ste maart begint op de Joodse kalender de 14-de Nisan. Het is de datum van het Pascha. Waar herinnert dit aan? En waarin vindt het haar volmaakte vervulling? En wat betekent dit voor ons in de praktijk van het leven?
Dat zijn de vragen die in deze studie worden gesteld én beantwoord.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: Vandaag Is het de 14e Nisan
- De Instelling van de Eerste Maand en het Volmaakte Lam
- Het Bloed aan de Deurposten: een Opening Naar Leven
- De Ware Betekenis van Pesach: Overspringen
- De Historische Vervulling: Jezus Geslacht op de Exacte Dag
- Onze Identiteit in Christus: Gij Zijt Immers Ongezuurd
- Feestvieren Zonder Zuurdesem: Leven als een Nieuwe Schepping
Introductie: Vandaag Is het de 14e Nisan ↑ hoofdstukken
Een hele goede morgen, beste vrienden. Het is goed u hier weer te mogen treffen. Ik wil vanmorgen heel graag uw aandacht vragen voor dit thema, en pas aan het einde van deze samenkomst zult u begrijpen dat dit ook een Bijbelwoord is, omdat we dan naar dat specifieke schriftgedeelte toegaan: "Ons Pascha is geslacht". En daar staat een dubbele punt achter... nou ja, wat daarachter staat, daar komen we vanzelf nog over te spreken. Dat kan trouwens tot geen misverstand leiden, denk ik zo.
Er werd zojuist aangekondigd dat de tieners hier in de zaal blijven. Hoewel ik het over data en over een kalender ga hebben, wat misschien soms een beetje ingewikkeld lijkt, beloof ik u dat het toch heel goed te volgen is. En belofte maakt schuld. Het is een mooi plaatje op de dia trouwens; toen ik er even naar zat te kijken — dat is louter toeval — zag ik ineens de tekst: "Ons Pascha is geslacht". En dan zie je die deur met die twee bloedstrepen, maar dat lijken net uitroeptekens. Het is maar net hoe u het hebben wilt, maar het klopt wel aardig: ons Pascha is geslacht.
Ik zal u dit vertellen: vandaag is het 24 maart. Je zou het niet zeggen, je zou denken dat het 24 december is, maar toch, het is 24 maart en dat betekent iets. Vanavond na zonsondergang begint op de Joodse kalender de 14e Nisan, of de 14e Aviv, zo u wilt. Tegenwoordig heb je van die mooie programma's op internet, zoals een Hebrew Date Converter, en dan kun je gewoon de datum van vandaag inprikken, "after sunset" kiezen, en dan krijg je gewoon 14 Nisan te zien, met zelfs het Joodse jaartal erbij. Prachtig.
Wat ik u daarbij wil zeggen, is dat dit zo’n markante dag is in het jodendom in het algemeen tot op de dag van vandaag, maar ook in de Bijbel. Daarvoor moet je eigenlijk terug naar een hele tijd geleden, zo ongeveer 3500 jaar terug, naar de uittocht uit Egypte. Israël was daar lange tijd onderdrukt door de farao en het volk van Egypte. Toen vonden er een aantal plagen plaats, een negental. Vlak voor die tiende plaag — eigenlijk is dat niet echt een plaag meer; je hebt negen plagen en het tiende is een gericht — dat was de dood van alle eerstgeborenen in Egypteland. Maar het volk van Israël zou daarvan uitgezonderd zijn. Dat was allemaal vlak voordat ze werkelijk onder leiding van Mozes door de Schelfzee zouden gaan, door de Rode Zee, op weg naar het beloofde land.
Dat wordt tot op de dag van vandaag jaarlijks gevierd door de Joden, door het volk van Israël. Men noemt dat Pesach, maar Pascha en Pesach is exact hetzelfde. Vanavond begint dus die 14e Nisan. Om het correct te zeggen, moet ik eigenlijk "vanavond" zeggen, want Joodse dagen zijn een beetje een lastig punt. Wij rekenen dagen van twaalf uur middernacht tot twaalf uur middernacht, maar in Israël — en dat is trouwens ook een Bijbelse gedachte — wordt er gerekend van avond tot avond. De sabbat bijvoorbeeld begint niet zaterdagochtend of in de nacht van vrijdag op zaterdag, nee, die begint op vrijdagavond en duurt tot zaterdagavond. Dus de zaterdagavond zelf is al geen sabbat meer. Dat moet u even weten.
Vanavond begint dus die 14e Nisan. Dat zal ik dan ook meteen even vertellen voordat ik het vergeet: die 14e Nisan is de dag dat het lam geslacht wordt. Ik kom daarop terug. Vervolgens krijg je een week lang feest. Als je nu naar Israël gaat, krijg je een week lang matzes voorgeschoteld, dat wil zeggen: ongezuurd brood. De Week van Pesach noemt men dat dan, de Week van Ongezuurde Broden. Deze dag is altijd een hele happening, die veertiende, want dan wordt de grote schoonmaak gehouden. Echt, onze grote schoonmaak — het is misschien wel even leuk om dat erbij te vermelden — is tegenwoordig niet meer zo bekend, maar van origine moest de grote schoonmaak altijd voor Pasen plaatsvinden. In het voorjaar, voor de Pasen, moest het huis helemaal aan kant zijn. Die gedachte heeft een Bijbelse oorsprong.
Men diende namelijk voor het Pesachfeest, de 14e Nisan, het huis helemaal te reinigen van elk stukje zuurdesem. Dat wil zeggen: elk stukje brood, alles waar gist in zit, alles wat gerezen is. Tot de kruimeltjes aan toe; er mocht geen kruimeltje meer in huis te vinden zijn dat zuurdesem bevatte. Nou, dat is zo goed als alles hoor. Alles wat gegist is, dat moest eruit. Dat vond plaats uiterlijk op de 14e Nisan. Ik ga daar wat meer over vertellen, maar voordat ik dat doe, ga ik eerst eens even naar Exodus 12, want daar vinden we de hele oorsprong van dit gebeuren.
De Instelling van de Eerste Maand en het Volmaakte Lam ↑ hoofdstukken
Exodus 12. De Here zeide tot Mozes en tot Aäron in het land Egypte: "Deze maand zal u het begin der maanden zijn; zij zal u de eerste der maanden van het jaar zijn." Dat is een opmerkelijk ding. Ik ga dat nu niet aantonen, maar ik vertel het u als mededeling: deze maand was oorspronkelijk de zevende maand. Er waren al zes maanden voorbijgegaan, het was de zevende maand, maar nu zegt God dat wat er gaat gebeuren zó belangrijk is, dat deze maand voortaan de eerste van de maanden zal zijn. Dat is wat hier staat. Dus die zevende maand werd voortaan de eerste.
Als u een klein beetje bekend bent met de Joodse kalender, dan weet u dat dit klopt. Het merkwaardige verschijnsel doet zich voor dat het Joodse nieuwjaar altijd gevierd wordt in de zevende maand. Aangezien die telling van maanden gewijzigd is, viert men nieuwjaarsdag in de zevende maand, halverwege het jaar. Dat is een heel vreemd verschijnsel, pas in het najaar, en dat vindt hier dus zijn oorsprong. Goed, deze zevende maand wordt voortaan de eerste van de maanden: de maand Nisan. Zo staat die nu bekend. In de Bijbel wordt die meestal Abib genoemd. Abib is hetzelfde als Aviv, denk aan Tel Aviv. Aviv betekent lente, het voorjaar. Dat is eigenlijk ook heel logisch: het jaar zou moeten beginnen bij het voorjaar, bij nieuw leven.
Bij ons was dat trouwens ook van origine zo. Ons jaar begon destijds — dan praat je echt over duizend jaar geleden — in maart, in het voorjaar. Maart was de eerste der maanden. Tegenwoordig is dat allemaal anders, maar in de nummering van de maanden herken je het nog. Dan zie je bijvoorbeeld dat september de zevende zou moeten zijn. En oktober, november en december; deca is de tiende maand. Vervolgens krijg je januari als de elfde maand en februari als de twaalfde maand. Vandaar ook dat februari de schrikkelmaand is; daar corrigeert men aan het einde van het jaar de schrikkeldagen. Nu is dat allemaal anders, maar dit zou voortaan de eerste der maanden zijn: Aviv, Nisan.
Spreek tot de gehele vergadering van Israël als volgt: op de tiende van deze maand zal ieder voor zich een stuk kleinvee nemen, familiesgewijs, één stuk kleinvee per gezin. In de praktijk was dat een lam of een bokje. Je leest ook — ik sla een vers over want ik ga niet echt alles lezen, dat zou te veel worden: "Een gaaf, mannelijk, eenjarig stuk kleinvee moet gij nemen; gij kunt dit nemen van de schapen of van de geiten." Dat maakte dus niet uit, het moest een stuk kleinvee zijn met deze opties. Maar in elk geval gaaf. Het mocht niets mankeren. Niet een zieke; je zou kunnen denken dat dit makkelijk is, zo van: dan nemen we een ziek dier. Nee, het moest juist een gaaf, een volmaakt lam zijn. Ik houd het er even op dat het een lam is, maar u mag ook een bokje invullen. Bovendien mannelijk en eenjarig, dus nog zeer jong.
"En gij zult het bewaren tot de veertiende dag van deze maand." Op de tiende van die maand nam men het in huis en vervolgens had men gedurende vier dagen een lammetje of een bokje in huis. Vandaar ook dat de meeste Joodse huizen een kribbe of voederbak in huis hebben. Denk daar eens over na. Ik moet nu mijn mond snoeren, want anders laat ik mij zomaar verleiden tot een heel ander onderwerp en loop ik echt op de dingen vooruit. Men nam dus een lam in huis gedurende vier dagen in die maand en men moest het bewaren. Je kunt je voorstellen dat als dat gedurende een kleine halve week in huis rondhuppelt, de kinderen zich daaraan hechten. Dat alles vond plaats gedurende die vier dagen.
"Gij zult het bewaren tot de veertiende dag van deze maand; dan zal de gehele vergadering der gemeente van Israël het slachten in de avondschemering." Als u een Statenvertaling hebt, dan ziet u dat het er anders staat: "tussen twee avonden". Dat is namelijk wat er letterlijk staat. Er is wat discussie over, maar ik denk dat het gewoon te maken heeft met het fenomeen dat Hebreeuwse kalenderdagen gerekend worden van avond tot avond. Op die dag, de veertiende, zou dat lam geslacht worden. Op de tiende wordt het in huis genomen — overigens ook de dag dat de Heer Jezus Zijn intocht deed in Jeruzalem op Palmpasen, een paar dagen voor Zijn kruisiging. Op die dag werd het lam in huis genomen. Hoe dan ook, het zou geslacht worden op de veertiende. Dat is de dag die vanavond gaat beginnen op de Hebreeuwse kalender, en op die kalenderdag zou dat lam worden geslacht. Een lam dat volmaakt is, waaraan niets mankeert en dat jong is.
Vervolgens staat er dat men van het bloed zal nemen. Dat bloed werd opgevangen en bewaard. Dat vond bij de slachting altijd plaats. Slachting in de Bijbel is altijd wat wij rituele slacht noemen: het bloed moet er helemaal uit.
Het Bloed aan de Deurposten: een Opening Naar Leven ↑ hoofdstukken
Vervolgens zal men van het bloed nemen en dit strijken aan de beide deurposten en de bovendorpel — dat wil zeggen de zijposten en de bovendorpel — aan die huizen waarin men het eet. Dat is een eigenaardige gewoonte. Dus op die veertiende wordt het lam geslacht. Dan praten we echt over een historisch moment, vlak voor de uittocht uit Egypte. De deurposten en die bovendorpel zouden bestreken worden met dat bloed van dat onschuldige, gave, volmaakte lam.
In wezen is de gedachte hier: het is een deur, en een deur is in de Bijbel een opening. Wij denken bij een deur altijd aan een plank voor een gat, maar dat is niet de deur. De deur is eigenlijk het gat zelf; je gaat erdoor. Dat is meer dan een woordgrapje. Ons woord ‘deur’ betekent eigenlijk gewoon dat je erdoor gaat. Het Engelse woord ‘door’ is ook gewoon ‘deur’. Je gaat er doorheen: een opening. En het is een opening naar leven, want dat is prachtig. In het boek Hosea wordt er gesproken over: ‘Ik zal het dal van Achor maken tot een deur der hoop.’ Een opening naar nieuw leven. Dat vind ik zo’n schitterende gedachte.
Wat hier feitelijk plaatsvindt — ik zal het nog aantonen, want daar kom ik straks nog over te spreken — is dat men in dat huis veilig was. Er was leven. De dood zou daar niet toeslaan. Het was eigenlijk een veilig oord waar leven was. En hoe was daar leven? Wel, door de dood heen. Er was een lam geslacht en het bloed werd aan de buitenkant gezien. Als men binnen was, zag men dat bloed helemaal niet, maar daar ging het ook helemaal niet om. Een ander moest het zien — ook dat zal ik u straks nog even aantonen. Er was dus leven in dat huis, een opening naar leven door the dood heen. Ik zou maar zeggen: door de dood héén — maar dat is dan een beetje Oost-Nederlands als ik het zo zeg. Feitelijk zie je hier al de boodschap met recht van Pascha: leven door de dood heen, dankzij de dood van dat volmaakte lam dat op die bewuste dag geslacht werd.
Vers 8: ‘Het vlees zullen zij op diezelfde nacht eten.’ Dat betekent eigenlijk de volgende kalenderdag. Want overdag zouden we dat lam slachten en in de daaropvolgende nacht wordt het gegeten, maar dat is dan inmiddels al de vijftiende. Tot op de dag van vandaag is dat trouwens zo in het Jodendom: de Sedermaaltijd wordt gevierd op de daaropvolgende avond, de avond van de vijftiende. ‘Het vlees zullen zij diezelfde nacht eten; zij zullen het eten op het vuur gebraden met ongezuurde broden, benevens bittere kruiden.’
Ik wil niet op alle details ingaan, maar ik heb het expres even benadrukt: ongezuurde broden. Want dat is misschien wel het meest karakteristieke van dit hele festival, van dit feest of deze hoogtijd: namelijk dat het ongezuurd is. Vandaar ook dat het in de Bijbel, en vooral in het Nieuwe Testament, altijd ‘het feest van de ongezuurde broden’ wordt genoemd. Of letterlijk staat er: ‘het feest van het ongezuurde’. Geen zuurdesem in huis. Vraag het een Jood, dat is een hele happening. Ik heb juist naar aanleiding van deze predicatie — of hoe je het maar noemen wil — nog wat op internet zitten surfen. Als je op allerlei Joodse sites komt, vooral de orthodoxere maar ook in het algemeen liberale — want Pascha is een universeel Joods gebeuren — zie je dat overal in het Jodendom, ook al doe je er weinig meer aan, Pascha zo’n happening is. En dan wordt er inderdaad niets gezuurds gegeten. Men kent de betekenis vaak niet, maar dat is nu even mijn punt niet: geen gezuurd brood. Dus geen brood dat gerezen is; van die platte koeken allemaal. Zonder gist, ongezuurd.
Over die betekenis kom ik straks nog iets meer te spreken, maar dat is wat er dus was: ongezuurd brood. Om dat nog even toe te lichten: op de veertiende dag waar we het over hadden, wordt het zuurdesem uit de huizen verwijderd, en van de vijftiende tot en met de eenentwintigste heb je het feest van de ongezuurde broden. Een hele week lang werd er feestgevierd, want God houdt van feesten. Kijk het maar na in de Hebreeuwse kalender, in Leviticus 23; een heel hoofdstuk gaat daar over de hoogtijden van de Heer. Een week van Pascha, en later krijg je de week van Soekot, ook weer zo’n uitbundig feest in de zevende maand. Dat valt rond september. Het is een beetje lastig met het omrekenen van die kalenders, want de Joodse dagen en maanden worden heel anders gerekend. De maanden op de Hebreeuwse kalender zijn echte maanden, dat wil zeggen: een maancyclus van gemiddeld 29,5 dag. Vandaar dat een nieuwe maand op de Hebreeuwse kalender altijd ook een nieuwe maan is. Bij ons niet; wij weten eigenlijk niet meer wat een maand is met 30, 28 of 31 dagen. Het liep daar helemaal synchroon met de maancyclus. De vijftiende van Nisan is dus altijd volle maan. Altijd, dat kan je niet missen.
Ik herinner me nog heel goed dat ik die film heb gezien waar ik helemaal niet zo positief over was: The Passion. Een paar jaar geleden draaide die in de bioscoop en dat ging over het lijden van Jezus. Wat ik ervan vond, doet nu niet ter zake, maar ik vond één ding prachtig. Je ziet Jezus in Getsemane en je ziet ook die olijfbomen, en dan zie je door de bomen de maan schijnen. Het was volle maan. En dat klopt exact, want het was halverwege de maand en dus volle maan. Goed, die week werd dus het feest van het ongezuurde gevierd. Ik lees door.
De Ware Betekenis van Pesach: Overspringen ↑ hoofdstukken
"En het bloed zal u dienen als een teken aan de huizen waar gij zijt. En wanneer Ik het bloed zie, dan ga Ik u voorbij." Ah, dat vind ik zo mooi. Denk er eens over na wat hier precies staat. Het bloed zal u dienen als een teken aan de huizen. Dus aan al die huizen waaraan bloed is gestreken, waar de deuren als het ware getekend zijn door bloed. Wel, al die huizen zou de Here voorbijgaan. In alle andere huizen zou de eerstgeborene sterven; dat is een vreselijke, tragische nacht geweest.
Alleen in de huizen van Israël was leven; daar waren de eerstgeborenen niet geslagen. Waarom niet? Wel, om deze reden: het bloed diende als teken. "En wanneer Ik het bloed zie..." Het ging er niet om of zij het zelf zagen; de Here zou het zien. Als de Here dat bloed zou zien, dan zal Ik u voorbijgaan.
En dat is nog iets interessants, want nu komen we bij de betekenis van het woordje Pascha terecht. Je ziet hier dus "passover"; dat is het Engelse woord voor Pascha. Maar dat betekent eigenlijk passeren. Denk trouwens aan ons woord passeren: Pasen, passeren, voorbijgaan... het is allemaal hetzelfde. Hier zie je in het Hebreeuws staan: "Dan ga Ik u voorbij." Wij zouden daar zomaar aan voorbijgaan, maar wat is de gedachte erachter?
In het Hebreeuws staat daar pasachti. Pasachti, dat is het woord waar Pesach of Pascha van is afgeleid. En het is eigenlijk nog iets preciezer, want dat betekent niet zozeer voorbijgaan, maar het betekent to skip. Dat wil zeggen – dat is de Engelse weergave – overspringen. Ik had destijds – misschien wel leuk om even te vertellen – een Joodse, Israëlische collega. Hij was volstrekt liberaal, maar hij vertelde mij ooit, misschien wel dertig jaar geleden: "Weet je, iedereen zegt altijd dat Pesach 'voorbijgaan' betekent." Hij zei dat dit niet waar is. Hij sprak gewoon Hebreeuws, Ivriet. Hij zei dat Pesach helemaal niet voorbijgaan betekent, maar springen, overspringen. Hij baseerde dat gewoon op het moderne Hebreeuws; dat is wat het werkwoord Pesach betekent: overspringen.
Als ik erover nadenk: zou dat nog iets te maken hebben met de paashaas? Nou, dat zou me niet verbazen. Springen, springen... Let op: spring! Ja, spring is in the air. Maar spring, de lente, dat is nieuw leven. Alles springt open. Nieuw leven. Pascha, Pesach, passeren, voorbijgaan... Nou ja, al dat soort associaties komen dan zo voorbij.
"Wanneer Ik het bloed zie, dan ga Ik u voorbij, en aldus zal er geen verdervende plaag onder u zijn wanneer Ik het land Egypte sla." Waarom? Vanwege het feit dat ze Jood waren? Nee. "Wanneer Ik het bloed zie", dat was het criterium. Dat was de norm en dat was de reden dat men veilig was in het huis. Niet omdat zij het bloed zagen, of omdat ze zo goed waren, of vanwege hun prestaties of hun afkomst. Dat maakte geen enkel verschil.
Er was maar één reden waarom er leven was in dat huis en waarom die deur ineens veiligheid bood, ondanks dat hij besmeurd was met het bloed van een onschuldig lam. Er was maar één reden waarom men veilig was: vanwege die deur die besmeurd was met bloed. Daarom was men veilig. Geen enkele andere reden deed ertoe; het had niets te maken met wie men was. Hun achtergrond speelde geen enkele rol. "Als Ik dat bloed zie, dan spring Ik over."
Nu gaan we even...
De Historische Vervulling: Jezus Geslacht op de Exacte Dag ↑ hoofdstukken
We springen weer verder, namelijk vijftien eeuwen later. Dit was dus 1500 voor Christus, die uittocht uit Egypte. Die machtige gebeurtenis en wat er vervolgens plaatsvond. Men ging uit door de Schelfzee, een beeld van dood en opstanding. Maar goed, vijftien eeuwen later gaan we naar de gebeurtenissen die wij altijd noemen rond het Pasen. Ons woord Pasen komt dus – dat had u inmiddels wel begrepen – van Pascha.
In Lucas 22 – ik pak dat er even bij voor het gemak, want u vindt het ook in Mattheüs, Marcus en trouwens ook in Johannes vermeld, maar ik moest een keuze maken – lees je iets opmerkelijks in vers 1: "Het feest nu der ongezuurde broden, dat Pascha genoemd wordt, naderde." Ja, want het is wat verwarrend, dat kan het zijn. En daarom zeg ik het er even bij. Wat is nu Pascha? Wat is Pesach? Kijk, eigenlijk is dat, strikt genomen, gewoon de naam van dat lam dat geslacht wordt. Het Pascha wordt geslacht. Vervolgens krijgt het de bredere betekenis van die datum, de veertiende. En in de praktijk van het Jodendom – en dat zie je dus ook al in het Nieuwe Testament – noemde men gewoon dat hele festijn, als ik het zo mag zeggen, die hoogtijd en al die dagen die erop volgden, gewoon het Pesach. Vraag aan een Jood wat Pesach is, en dan noemt hij gewoon al die hele week. Dus het heeft soms een smalle betekenis, en soms een wat bredere, zelfs een zeer brede betekenis van al die dagen. U bent gewaarschuwd dat het woord diverse dingen kan betekenen en zowel smal als breed in betekenis kan zijn. Dat wordt hier ook al gesuggereerd: "Het feest nu van de ongezuurde broden, dat Pascha genoemd wordt." Strikt genomen was het namelijk alleen maar die veertiende dag die er juist aan voorafging. Maar goed, zo gaat dat in taalgebruik in het algemeen.
Ik sla een paar verzen over en dan lees je weer in Lucas 22: "De dag van de ongezuurde broden kwam." Dat wil zeggen dat men het zuurdesem zou verwijderen uit de huizen. De dag van de ongezuurde broden kwam waarop het Pascha moest geslacht worden. Nou, wat weten we? Dat was de veertiende. En Hij, dat is Jezus, zond Petrus en Johannes uit, zeggende: "Gaat heen, maakt het Pascha voor ons gereed, opdat wij het kunnen eten." Dit is de inleiding tot het beroemde Laatste Avondmaal. Wat altijd zo genoemd wordt hè, het Laatste Avondmaal. En zij moesten dat gaan bereiden. Wat was dat? Had dat iets te maken – dat heb ik zelf altijd gedacht – met dat er dan al geslacht moest worden ofzo? Nee, nee, nee, dat zou pas de dag erop gaan gebeuren. Dat wil zeggen: de volgende morgen of de volgende middag. Het Pascha bereiden is hier gewoon het huis gereed maken. Dat wil zeggen: verwijder het zuurdesem en alles wat daarmee verband houdt. Een maaltijd klaarmaken, oké, maar ook zorgen dat er geen zuurdesem meer in huis is.
Even later lees ik dat dit inderdaad ook gedaan wordt. Die discipelen worden eropuit gestuurd en om te weten waar ze zijn moesten, moesten ze een man volgen met een kruik op zijn schouder. Een heel eigenaardig verhaal. Die zou hen leiden naar die opperzaal, waar zij dus dat Laatste Avondmaal hebben gevierd. Dat was dus al de veertiende Nisan. Dat begon in de avond dus. En de Heer Jezus zegt tijdens die maaltijd... Hij geeft ze een beker en brood, breekt het en zegt: "Dit is mijn lichaam." En dan zegt Hij er nog bij: "Ik heb vurig begeerd dit Pascha met u te eten." Het was geen Seder, maar het was al een maaltijd tijdens het Pascha en daarom heet het ook gewoon een Paschamaaltijd. Maar Hij zegt: "Ik heb vurig begeerd dit Pascha met u te eten, eer Ik lijd."
Stelt u zich voor wat er gebeurde. De veertiende Nisan begint in de avond, zoals ik u zei: van avond tot avond, tussen twee avonden. In de avond heeft men dus het Laatste Avondmaal gevierd met elkaar en daarvan zegt de Heer Jezus: "Ik heb vurig begeerd dit met jullie te eten." Vervolgens zijn ze de zaal uitgegaan. Jezus is naar Gethsemane gegaan en is daar gevangen genomen. Dat heeft allemaal in de nacht plaatsgevonden. Dat hele proces bij Pilatus en Herodes heeft die hele nacht geduurd. En in de ochtend was het naar onze tijdrekening negen uur – dat staat aan het zesde uur – maar is Hij om negen uur gekruisigd. Om twaalf uur 's middags werd het pikkedonker. De zon werd verduisterd en in de derde uur stierf Hij.
Dit alles heeft plaatsgevonden op die ene kalenderdag: Pascha, de veertiende. En de Heer Jezus heeft gezegd: "Ik heb vurig begeerd deze maaltijd met jullie te eten." Want diezelfde kalenderdag nog zou Hij zijn leven geven. Het volmaakte lam, gaaf, zou letterlijk op de daarvoor bepaalde dag worden geslacht. Vijftienhonderd jaren tevoren had God al gezegd: "Op de veertiende dag zal dat lam geslacht worden." En het is de dag dat Jezus, het Lam Gods, geslacht werd. Hij werd ook letterlijk geslacht, want Hij kreeg voordat Hij stierf – ik zeg nu iets wat onbekend is, maar voordat Hij stierf kreeg Hij een speer in zijn zijde. Hij werd echt geslacht en Hij bloedde dood. Ik loop nu het risico dat ik straks een hoop vragen krijg omdat dat anders zou zijn, maar goed, dat zij zo.
Maar dat is buitengewoon boeiend. Hij werd geslacht op de daarvoor bepaalde tijd. Zal ik u nog eens wat vertellen? Weet u wanneer dat plaatsvindt in het Jodendom? Om drie uur 's middags. Dus op het uur dat op het tempelplein de lammeren geslacht werden, werd even buiten de poorten van Jeruzalem – als u het mij vraagt op de Olijfberg – Hij daadwerkelijk geslacht. Hij stierf en gaf zijn leven op dat uur nauwkeurig, zoals God het bepaald had: het volmaakte Lam Gods. Hij werd geslacht en door zijn slachting is er inderdaad leven en veiligheid. Door zijn dood heeft Hij het leven gebracht. Maar goed, dat zou nog een paar dagen duren totdat Hij uit het graf opstond uit de doden als Eersteling.
Waarom stierf Hij? Hij stierf om te kunnen opstaan en leven aan het licht te brengen dat onvergankelijk is. Dat leven gaat Hij aan zijn schepselen geven. Dat leven mag ik kennen, en velen die hier zitten kennen dat nu ook al. Paulus zegt in 1 Korinthe 15 dat allen die evenals in Adam allen sterven, zo zullen wij in Christus allen levend gemaakt worden. Dat wil zeggen dat het leven dat Hij aan het licht bracht toen Hij opstond uit de doden, deel wordt van die nieuwe mensheid. Geweldig, geweldig! Maar even bij de les blijven. De veertiende Nisan. Het lam werd geslacht op die bewuste kalenderdag, die datum. En dan ga ik nog even verder. Pascha nu... Wat bedoel ik daarmee?
Onze Identiteit in Christus: Gij Zijt Immers Ongezuurd ↑ hoofdstukken
Ik wil u ten slotte nog even meenemen naar 1 Korinthe 5. Ik had het net over 1 Korinthe 15, het hoofdstuk over de levendmaking en over de opstanding van Jezus Christus, maar nu ga ik het hebben over dat 'paarsgaan'. Dat is tevens een toelichting op de titel waar ik al even over sprak en waarvan ik u beloofde deze duidelijk te maken.
In 1 Korinthe 5 vers 7 leest u dit – en het verband moet ik nu even laten voor wat het is, het gaat mij om het zevende en achtste vers. Daar schrijft Paulus aan hen: "Doet het oude zuurdeeg weg, opdat gij een vers deeg moogt zijn." En let nu op, want ik heb het expres zo groots neergeschreven in kapitaalletters: "Gij zijt immers ongezuurd." Het idee is dat Paulus dit tegen de Corinthiërs zegt. Als u de brief nalaat, ziet u dat er heel wat op die gemeente en op die mensen aan te merken was. Er heersten daar werkelijk spreekwoordelijke 'Corinthische toestanden'. Maar Paulus zegt tegen hen: "Gij zijt ongezuurd." Dat is jullie identiteit. Jullie zijn geheiligd. Waarom? Omdat ze zo braaf waren, zo goed hun best deden of omdat ze zulke fatsoenlijke mensen waren? Nee, van dat alles was zelfs geen sprake. "Gij zijt ongezuurd", waarom? Wel, gij zijt in Christus.
'Ongezuurd' wil eigenlijk zeggen dat er geen zuurdesem aanwezig is. Zuurdesem is in de Bijbel altijd een beeld van boosheid, van kwaad en van bederf. Dat is heel makkelijk te onthouden: als iets bederft, dan wordt het zuur. Dat is het bijzondere: gewoon brood dat gerezen is met gist, bederft; na een paar dagen is het niet goed meer. Het wordt eerst oud en daarna bederft het. Maar ongezuurd brood blijft altijd goed. Ongezuurd brood is onbederfelijk; het verzuurt niet. En ongezuurd brood is brood waar niets van de vorige dag in zit. Zodra er een stukje deeg in zit, moet dat vers deeg zijn. Er mag geen stukje deeg van de vorige dag in zitten, want dan gist het en gaat het gezuurd worden. Ons woord 'gist' komt trouwens ook van 'gisteren' – iets van de vorige dag.
Deze zin, "Gij zijt immers ongezuurd", zegt Paulus dus van die Corinthiërs. En later, in de tweede Korinthebrief, zegt hij in hoofdstuk 5: "Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping." Dat wil zeggen: in de opgestane Heer. De Gestorvene op de veertiende Nisan en de opgestane Heer op de zeventiende Nisan. Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping. Het oude 'gisteren', het zuurdesem, is voorbijgegaan. Zie, een nieuwe schepping; zie, het nieuwe is gekomen! Dat is de waarheid. In Christus zijn we een nieuwe schepping. Volmaakt, zo ziet God ons. Het gaat er niet om hoe je jezelf beleeft of voelt, het heeft niets te maken met ons verleden.
Maar weet u wat zo geweldig is? Als Paulus zegt: "Doet het oude zuurdeeg weg", dan gaat het niet om fatsoen of religieuze activiteiten, hoe vroom of christelijk ook. Nee, dat oude zuurdeeg wegdoen betekent dat je gaat beseffen dat je ongezuurd bent. Dat heeft te maken met het bewustzijn van je identiteit. Het is geen oproep tot een activiteit, het is een bewustwording van je identiteit. Realisatie betekent trouwens ook niet dat je iets realiteit máákt, maar je realiseren betekent dat je je bewust wordt van wat de realiteit ís. Als ik me ineens realiseer dat ik vandaag jarig ben, dan maak ik mezelf niet ineens jarig. Nee, ik bén jarig, maar ik was me er simpelweg niet van bewust. (Ik ben overigens niet echt jarig, dat is een ander punt, anders gaat iedereen me straks feliciteren. U mag me best feliciteren, maar dat is dan omdat ik ongezuurd ben!)
Dat is het leuke, dat maakt je ook echt 'ongezuurd'. Waarom zouden mensen anders zuur kijken? Waarom zouden zoveel mensen zuur kijken? Dat komt omdat ze altijd met dat van gisteren rondlopen. Mensen tobben altijd maar met het verleden, met het oude. Natuurlijk, dat gaat allemaal voorbij. Als je daarnaar kijkt, is dat allemaal zuur. Zo zuur. En dan worden mensen dus 'zuurpruimen'. Dan gaan ze zuur kijken en gaan ze zuur praten. Dat is allemaal vergankelijkheid. Waarom? Dat heeft allemaal te maken met die gist. Men tobt met het verleden. Maar wij zijn geen mensen van gisteren. Nee, en ik ben ook niet 'bij de tijd', want dan ben ik van vandaag. Ik ben van morgen! Kijk, wij zijn mensen van de toekomst. We hebben geen verleden, we hebben een toekomst. Dat verleden heeft Hij weggedaan; dat is voorbij, voorbij... Pascha! En dan springen we daar overheen. Dit is zo belangrijk: het gaat er niet om wat je moet doen, maar dat je beseft wie jij in Hem bent. En weet u wat een ongezuurd leven is?
Feestvieren Zonder Zuurdesem: Leven als een Nieuwe Schepping ↑ hoofdstukken
Kijk, ja, ons Pascha is geslacht: Christus. Laten wij feestvieren! Hoe kun je feestvieren als je altijd maar met dat zuurdesem rondloopt? Dat kan niet. Je kunt alleen maar feestvieren als je je bewust bent van wie je in Hem bent. Dan ben je een nieuwe schepping. Dan weet je hoe God je ziet: gerechtvaardigd. Dan hoef je ook niet meer te tobben om heiliger te worden, want je bent geheiligd. En voor zover er geheiligd moet worden, dan is Hij het die dat doet. Dus dan kijk je omhoog en dan is alle activiteit van Hem. Dat betekent natuurlijk ook dat alles wat er gebeurt, tot Zijn eer is. En waar is dan de roem gebleven? Nou, die is uitgesloten. Want als Hij het is, als je Hem alle eer wilt geven, laat Hem dan ook alles doen. Dat is een diep woord wat ik nu zeg: als Hij alle eer krijgt, kan dat alleen maar als Hij daadwerkelijk alles voor Zijn rekening neemt.
Nou, laat ons feestvieren, ongezuurd, weg met dat zuurdesem. Al dat is voorbij en het is niet iets wat wij zouden doen. Het is beseffen wat je bent in Hem. De toekomst, leven, kracht, vreugde, vrede; alles is er overvloedig. Dat is niet een kwestie van: "Heer, wilt u mij kracht geven?" Hij gééft jou kracht. Hij belooft dat allemaal. In wezen, als je zulke dingen bidt – het mag dan heel christelijk en vroom zijn – ben je kennelijk doof voor wat Hij toezegt, belooft en gegeven heeft. Als Hij nou zegt: "Je bent volmaakt in mijn ogen, een nieuwe schepping," en jij zegt: "Wilt u mijn zonden vergeven, Heer?", alsjeblieft, dan ben je toch doof voor wat Hij gezegd heeft? Dank Hem gewoon voor wat je in Hem bent. Je identiteit, je daar bewust van worden. Kijk, en dan valt er wat te vieren.
En nou heb ik één ding nog vergeten. Ik moet wel een beetje opschieten ook natuurlijk, maar even dit: "Gij zijt immers ongezuurd." En dan zegt Paulus dit: "Want ook ons Pascha..." De nieuwe vertaling zegt 'ons paaslam', maar ik houd vast aan het woord Pascha, dat is genoeg om nu even te vermelden. "Want ook ons Pascha is geslacht: Christus." Dat wil zeggen: Hij die opgestaan is en nu de Gezalfde aan Gods rechterhand is, de Christus. Ons Pascha is geslacht. Ja, op welke dag? Nou, er is maar één dag daarvoor gereserveerd. Al duizenden jaren tevoren had God dat al bepaald en Hij is geslacht op de dag, wat zeg ik, op het uur nauwkeurig.
Ons Pascha is geslacht. Nou, zegt Paulus, laten wij derhalve feestvieren. Ja, dan moet je niet tobben met het verleden en alles van de oude mens en de vergankelijkheid. Je moet niet om je heen gaan kijken en je moet ook niet te veel in de spiegel kijken. Je moet gewoon in Zijn Woord lezen wat Hij van jou zegt en wat de realiteit is in Hem. Je bent ongezuurd, een nieuwe schepping, het oude is voorbijgegaan. Nou, laten we feestvieren. Dat is ook het enige wat werkelijk vreugde geeft op het moment dat je je realiseert wie je bent en mag zijn in Hem. En dan ga je omhoog kijken en dan ga je God danken.
"Ja, maar zo makkelijk kan het toch allemaal niet zijn?" Ja, zo makkelijk is het nu juist wel. "Je moest eens weten wat voor slecht verleden ik heb en hoe ik daarmee tob." Ik heb één goed nieuws. Er is één voordeel aan een heel slecht verleden: het is verleden. Het is voorbij. En dat is nou precies wat Paulus hier ook vertelt. Het is gisteren. En we zijn een nieuwe schepping in Hem. Laten wij derhalve feestvieren, niet met oud zuurdeeg of met het zuurdesem van slechtheid en boosheid. Vergankelijkheid en alle toestanden die daarmee te maken hebben. Lees 1 Korinthe 5 en dat hele hoofdstuk en de omliggende hoofdstukken, dan weet je precies waar Paulus het over heeft. Dat is allemaal zuurdesem. Maar laten we feestvieren met ongezuurd brood van reinheid en waarheid. En de waarheid is: je bent ongezuurd in Hem. Pascha is geslacht. Laat ons feestvieren in Hem.
UltimateGoodNews