Kent U De GOD?
02-03-2014 - Geplaatst door Andre PietPresentatie gehouden op 2 maart 2014 in Den Haag.
Iedereen weet dat God er is. Het idee van ‘design’ dringt zich nu eenmaal elke seconde aan ons op. Zelfs een atheïst vraagt naar de zin van het leven is en veronderstelt daarmee, bewust of onbewust, dat er een God is. Wat is het verschil tussen religieus zijn en GOD kennen? Wat betekent het trouwens dat God GOD is? Welke consequenties heeft dat? En wat maakt het voor verschil in de praktijk?
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
Romeinen 1: Kent U de God? ↑ hoofdstukken
Een hele goedemorgen, dames en heren, vrienden. Goed u hier weer te mogen treffen na zo’n lange tijd, want het is inmiddels een maand of vijf geleden dat we elkaar hier voor het laatst gezien hebben. Althans, ik u en u mij hier; dat moet ergens halverwege oktober geweest zijn. Ik had me geen mooier verjaardagscadeautje kunnen voorstellen dan hier te mogen zijn op deze tweede maart. Hartelijk bedankt ook aan allen die mij inmiddels al hebben gefeliciteerd. Inderdaad, drieënvijftig jaar geleden. Ja, zo kun je het ook bekijken. Ik kom met... toch? Ja. En er wacht nog een heel lang leven met allemaal hoofdletters op ons. Geweldig.
Ik wil u vanmorgen meenemen naar een aantal verzen in Romeinen 1. Ik heb het als titel meegegeven — en dat klinkt in het Nederlands misschien wat vreemd als ik het zo vraag: "Kent U de God?". U ziet het op de dia's helaas nauwelijks; vanwege de verbouwing is de projectie niet optimaal, maar wellicht kunt u toch een klein beetje onderscheiden. De titel is dus: Kent U de God? Vooral dat bepaalde lidwoord 'de' klinkt misschien wat vreemd, maar het is met opzet dat ik het zo benoemd heb. Ik zal het u ook toelichten, want alleen al vanuit deze passage komt het een aantal keren zo voor. In het Nederlands wordt dat vanwege het idioom vaak wegvertaald, maar niettemin wordt dat in de Bijbel dikwijls zo beschreven. Dan wordt er gesproken over 'de God'. Wat betekent dit? Dat Hij God is. Nou, daarover valt natuurlijk heel wat te melden, maar juist vanuit dit gedeelte in Romeinen 1 is dat op een hele bijzondere manier te belichten.
Laten we eens gaan naar het achttiende vers. In aanvang had ik ook de eerste verzen die hier direct aan voorafgaan willen bespreken. Daar staat in mijn Bijbeltje boven: 'De kern van de brief', met de bekende woorden: "want ik schaam mij het evangelie niet". Of eigenlijk staat er: "want het evangelie beschaamt mij niet". Dat is nog mooier. Dat wil zeggen: het gaat er niet om dat ík de bravoure heb dat ik me niet schaam, nee, dat evangelie is zo krachtig, zo geweldig en zo betrouwbaar, dat het ons niet beschaamt. En waarom beschaamt het dan niet? Het is een kracht Gods tot redding voor ieder die gelooft. Eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. Hoezo? Wel, gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard. En dan komt er in vers 18 een omslag.
Gods Toorn en Zijn Verborgenheid in Deze Aion ↑ hoofdstukken
Dat wil zeggen, Paulus begint iets nieuws, hoewel ook dat niet helemaal waar is, want het gedeelte begint met 'want'. Dus het is in feite een nadere toelichting, maar in ieder geval een nieuwe pericoop in onze studies. En dat begint dan zo – ik geloof dat de tekst toch nog redelijk te zien is – daar staat dit: "Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen."
Dat klinkt nou niet echt als een evangelie, een blijde tijding, dat toorn van God of verontwaardiging van God zich van de hemel openbaart. Maar zo staat het er gewoon wel. Kijk, aan de ene kant is het zo dat de Bijbel spreekt, en dat wordt direct in het voorgaande dus gezegd, dat het evangelie een evangelie is omdat gerechtigheid van God daarin geopenbaard wordt. Dat betekent dat God recht doet. Waaraan? Wel, God doet recht aan dat wat Hij ooit had aangekondigd, aan Zijn belofte. En het evangelie is de mededeling, de aankondiging, de tijding dat die belofte inmiddels vervuld is. God heeft recht gedaan. Gods gerechtigheid is geopenbaard. Dat is geen juridisch begrip; het betekent dat God betrouwbaar blijft en doet wat Hij zegt en vervult wat Hij belooft.
Maar aan de andere kant is het ook zo dat Gods toorn wordt geopenbaard van de hemel. Dat betekent niet... we hebben het over de tegenwoordige tijd als je het puur grammaticaal bekijkt: "Want toorn van God wordt geopenbaard van de hemel." Nu. Maar dan gaat het niet over Gods ingrijpen. God grijpt juist vandaag niet in. Een van de karakteristieken van de hele tijdsperiode waarin wij nu leven is dat God niets van Zich laat merken. Dat die toorn van God, die zich openbaart van de hemel, blijkt niet uit het feit dat Hij ingrijpt. Dat zal in de nabije toekomst plaats gaan vinden. Maar die toorn openbaart zich op die wijze, namelijk dat God Zich juist distantieert.
Dat blijkt ook wel als je even doorleest. Dat zullen wij trouwens voor morgen niet meer zien, want ik kom uit bij het 21e vers en dan laten we het er maar bij. Maar goed, het gedeelte gaat verder. Want als je dan in vers 24, in vers 26, in vers 28 en ook in het navolgende verder leest, dan blijkt dat God de wereld overgeeft. In vers 24 staat – pardon, vers 24 staat: "Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven." Dat wil zeggen: losgelaten. Ga je gang maar. Als de mens het licht uitdoet, dan wordt het donker en God doet daar niks aan. God distantieert Zich daarvan. God is daar inderdaad over verontwaardigd, maar Hij verbergt Zich daarin.
In feite is het dus zo dat als hier staat dat Gods toorn zich openbaart, dan is dat direct verwant aan de waarheid dat Hij Zich vandaag verbergt. Hij distantieert Zich. De wereld kan gewoon zijn gang gaan. Hij geeft de wereld over. En waarover openbaart die toorn van God zich dan van de hemel? Nou, dat hebben we al gezien: dat blijkt uit het feit dat Hij de wereld overgeeft, Zich daarvan distantieert. Maar dan staat er vervolgens ook waarover Gods toorn zich openbaart. Dat wil zeggen: waarover is Hij verontwaardigd?
Nou, daar blijkt Hij alle reden toe te hebben, want er staat vervolgens: "over alle goddeloosheid". Letterlijk in het Grieks staat daar het woord 'oneerbiedigheid'. De mens heeft geen eerbied voor God, voor het Hogere, voor dat wat boven hem staat. Dat zullen we straks ook zien. Het gaat hier vooral inderdaad over het feit dat de mens God wegredeneert en daaruit blijkt oneerbiedigheid. Maar er staat ook bij: "en de ongerechtigheid van mensen". Ik vraag me trouwens af of het eigenlijk inderdaad geen parallellisme is en er twee keer feitelijk hetzelfde staat. Want die goddeloosheid, die oneerbiedigheid, dat is onrecht: ongerechtigheid van mensen.
Mensen doen geen recht aan Hem die te vrezen valt. En dat is dus die goddeloosheid of die oneerbiedigheid. Ze doen geen recht aan elkaar, ze doen geen recht aan de waarheid. En als ik dat zeg, dan blijkt dat inderdaad direct aan te sluiten bij het navolgende. Ziet u er trouwens een plaatje op? Ja, dat klopt wel. Vanaf de zijkant zie je het normaal niet, maar dan komt dat plaatje toch nog enigszins tot zijn recht. Ik doe mijn best om een paar mooie plaatjes mee te nemen; straks volgen er trouwens nog een paar. Nou ja... Het is een dolfijn! Ja precies, ik heb hem. Ik ben niet zo heel scherp momenteel bij deze dia's. Maar waarover die ongerechte goddeloosheid, de oneerbiedigheid, maar ook de ongerechtigheid van mensen?
De Waarheid in Ongerechtigheid Ten Onder Gehouden ↑ hoofdstukken
Hoezo? Wel, dat gaat inderdaad over hun houding ten opzichte van de waarheid. Met allemaal hoofdletters of, voor mijn part, ook de waarheid in het algemeen. Omdat zij de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden. Als de waarheid aan het licht komt, wat doet de mens dan? Hij houdt het ten onder. Dat is heel karakteristiek voor deze aion, voor deze wereldtijd waarin we nu ook leven. Ik sprak al even over de beeldspraak dat het licht uit is; het wordt donker in de wereld en dat komt ook omdat de waarheid ten onder gehouden wordt.
We leven in de boze aion. Hoezo een boze aion? Omdat de vader der leugen ook de God is van deze aion. Hij houdt de waarheid ten onder. En dat hoeft hij nog niet eens te doen door alles ten onder te houden, maar gewoon door het zodanig te verdraaien. In feite is de leugen ook niets anders dan een verdraaide waarheid. Maar in elk geval mag de waarheid niet aan het licht komen. En als de waarheid verteld wordt, dan is dat vaak 'killing' – letterlijk of in ieder geval figuurlijk voor de boodschapper.
Don't shoot the messenger, zeggen ze in het Engels. Maar het is wel zo dat als je inderdaad de waarheid vertelt – en dan bedoel ik uiteraard in de eerste plaats en in het bijzonder de waarheid van de Schrift – dat dit niet geaccepteerd wordt. Het is niet zo dat je het criterium zou moeten aanleggen van: "Nou, omdat iedereen het denkt, zal het dus wel zo zijn." Het is zelfs precies omgekeerd. Dat iedereen zo denkt, is op zich geen criterium, maar het is wel heel karakteristiek voor deze wereld. Als iedereen denkt dat het zo is, dan kun je er vergif op innemen dat het niet zo is. Dat klinkt vrij stellig en ook vrij extreem, maar het is zo.
En daarom is dit ook de boze aion waarin de leugen regeert. Dat zei onze koningin een paar jaar geleden, toch? Ja, de koningin zei dat de leugen regeert. Daar moet u eens over nadenken. Het duurt even voordat het doorkomt. Dat is geen aanbeveling voor onze monarchie, lijkt mij. Maar goed, het is wel zo. En dat geldt voor de waarheid van de Schrift, maar het geldt ook in de wetenschap: de waarheid mag niet gehoord worden. De waarheid wordt in ongerechtigheid ten onder gehouden.
Daar moet je trouwens altijd wel moeite voor doen. Want het is net als met die bal die u hier ziet op dat plaatje: als je een bal onder water houdt, dan kan dat; dat is op zich geen probleem, maar je moet er altijd moeite voor doen. De natuurlijke neiging van die bal is namelijk om gewoon weer boven water te komen. Zo is het met de waarheid ook. De waarheid komt altijd aan het licht. Je kunt de waarheid onderdrukken, dat kan, maar daar moet je altijd moeite voor doen. De waarheid heeft zelf als kenmerk om gewoon aan het licht te komen. Feitelijk is dat ook wat waarheid is.
Ik heb een boek in de kast staan van een Peter Bruin, een schitterend boek dat 'Geen Geloof Zonder Bewijs' heet. Ergens in het boek vind je het motto dat ik altijd een prachtige slagzin vond: "De leugen vreest het bewijs, omdat het bewijs de waarheid aan het licht brengt." En dat is wat er aan de hand is. Waarom is men bang voor het bewijs? Omdat het bewijs laat zien hoe het zit: de waarheid namelijk. De wereld houdt de waarheid ten onder. Dat staat hier, en vandaar ook dat het inderdaad een donkere wereld is. Dat is beeldspraak die ik niet alleen nu gebruikt heb, maar het is ook de beeldspraak die we straks in het eenentwintigste vers zullen tegenkomen.
En hoezo? Welke waarheid? Het gaat over de waarheid in het algemeen, waar de wereld niet mee kan dealen en die ze haat en ten onder houdt. Maar dan staat er vervolgens in het negentiende vers – pardon, het negentiende vers – "daarom dan". Het gaat dus over die waarheid die zij ten onder houden. Welke waarheid?
Gods Onzienlijke Kracht Doorzien uit de Schepping ↑ hoofdstukken
Daarom dan dat hetgeen van God gekend kan worden in hen openbaar is. Dat wil zeggen: God en alles wat Hij te melden heeft, dat kan gekend worden. Dat is bekend. Dat Hij er is, weet een mens diep van binnen. Ik heb dat ooit tot een bepaalde categorie gerekend; 'ingeschapen' is geen direct Bijbelse term, maar de waarheid an sich klopt. Het is namelijk iets waar niet aan te ontkomen valt: ingeschapen godskennis, zo noemt men dat dan. Een mens is van nature onverbeterlijk religieus, en dat bedoel ik niet als aanbeveling en ook niet als afkeuring, maar gewoon als een feit, als een gegeven. Een mens hunkert naar zin. Een mens wil en weet ook: dit kan niet zomaar zijn. Zelfs een atheïst die vraagt naar de zin van het leven... als je erover nadenkt, is dat eigenlijk onzin. Dat wil zeggen: het loutere feit dat je vraagt naar de zin van het leven betekent dat je veronderstelt dat het leven zin heeft. Maar als het leven zin heeft, betekent het dus dat er Iemand is die het een betekenis geeft; die deze wereld een doel, een betekenis, een zin, een bestemming heeft gegeven. Zonder dat kan een mens eigenlijk niet leven. Het dringt zich ook voortdurend aan ons op.
Wel, hetgeen van God gekend kan worden, dat is in hen openbaar. Het is een mens duidelijk: dat moet zo zijn. Dat kun je wel wegstoppen; dat noemen psychologen dan ontkenning. Dan zitten mensen in de ontkenningsfase. Ik denk bijvoorbeeld — we hadden het even over atheïsten — dat dit feitelijk ook een soort ontkenning is. Iets wat zich voortdurend aan je opdringt van het design, het ontwerp, de intelligentie waar alles mee gemaakt is... dat dringt zich voortdurend aan je op. Je kunt het ontkennen, maar daar moet je altijd moeite voor doen. Dat kan niet anders. De Bijbel zegt dan ook, geparafraseerd: God gelooft niet in atheïsten. Dat vind ik altijd nog het mooiste antwoord. God gelooft niet in atheïsten, en we zullen dat straks ook zien. Hetgeen van God gekend kan worden is in hen openbaar, staat er, want God heeft het hun geopenbaard. In de Griekse tekst staat er: 'de God'. De God heeft het hen geopenbaard; Hij heeft het in hen manifest gemaakt. Het moet voor hen duidelijk zijn. De God. Niet zomaar een god. Nee, dé God. Ik kom daar straks nog op terug.
Want, staat er dan in vers 20: 'Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben.' Laten we dat eens zinsdeel voor zinsdeel nader bezien. Daar staat: 'want'. Hoezo dat 'want'? Het gaat erom dat God hun geopenbaard is. De dingen van God kunnen gekend worden; het is manifest in elk mens. Het twintigste vers geeft de toelichting: 'want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige' — of letterlijk eigenlijk zijn onwaarneembare — 'kracht en goddelijkheid'. Daarmee hebben we natuurlijk ook een belangrijk punt te pakken. God is per definitie de Onzienlijke; zo heet Hij ook in de Bijbel dikwijls: de onzienlijke God. Want niemand heeft ooit God gezien. Hier wordt ook gesproken over wat van God niet gezien kan worden. Dat wil dus ook zeggen dat Hij buiten de definities van de wetenschap valt. Waar gaat de wetenschap immers van uit? Van dat wat waargenomen en gezien kan worden. Over dat wat niet gezien kan worden, daar doet de wetenschap geen uitspraak over, en dat is haar goed recht. Zij houdt zich slechts bezig met dat wat gezien kan worden. Dat betekent dus dat God, de Onzienlijke, en Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zich per definitie onttrekken aan de wetenschap en ook buiten de definities van de wetenschap vallen. Je moet je er vervolgens niet over verbazen dat de wetenschap zegt: 'Wij kunnen God niet zien' of 'Hij is onwetenschappelijk'. Hij valt per definitie al buiten hun kaders.
Dat is dus zo. Zijn eeuwige kracht en Zijn goddelijkheid kunnen niet gezien worden. Zijn eeuwige kracht, dat wil zeggen Zijn onwaarneembare kracht — kracht is trouwens sowieso wel iets wat niet direct waarneembaar is — en Zijn goddelijkheid, al de eigenschappen die bij Hem horen als God, dat onttrekt zich aan de waarneming. Niettemin wordt dat 'sedert de schepping der wereld' — dat wil zeggen vanaf dat deze wereld gemaakt is — 'uit zijn werken met het verstand doorzien'. Houd hem vast. Het betekent dat Gods eeuwige kracht en Zijn goddelijkheid dingen zijn die niet waar te nemen zijn en die niet gezien worden, die dus ook niet door de wetenschap bestudeerd kunnen worden. Maar, staat hier, ze worden vanaf de schepping der wereld uit Zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben.
Ik heb er een plaatje bij gezet van een strand met voetstappen. Waarom heb ik dat beeld gebruikt? Als jij aan het strand loopt en je ziet daar voetstappen, dan weet je één ding: iemand heeft daar gelopen. Toch? Dat wordt met het verstand doorzien. Het een volgt uit het ander. Zoals een ontwerp een ontwerper veronderstelt. Ook als de ontwerper zich niet aan je voordoet, suggereert het ontwerp dat en verwijst het daarnaar. Zoals een schepping een schepper veronderstelt. Het wordt met het verstand doorzien; voortdurend dringt het zich aan je op. God Zelf mag Zich onttrekken aan de waarneming en buiten de kaders van de wetenschap vallen — daar kan een mens zijn vingers niet achter krijgen of zijn hand op leggen, onmogelijk — maar het feit dat Hij er is, dat wordt met het verstand doorzien. Vandaar ook dat de psalmist in Psalm 14 zegt: 'De dwaas zegt in zijn hart: er is geen God.' Want het gegeven dat God er is, dringt zich voortdurend aan je op.
Ik had hier een video... ja, dat zie je op het scherm niet echt goed, hè? Een video van een kiwi. Waarom zeg ik dat? U vraagt zich af wat dit met het onderwerp te maken heeft. Wel, ik hoef maar een kiwi door te snijden en ik weet: Hij is er. Dat is zo schitterend. Een kiwi of andere vruchten. Of je kijkt naar de zonsondergang. Het schiet op de video niet echt op; het is wat slaapverwekkend. Maar je ziet een zonsondergang of een zonsopgang en hoe enorm dat kan imponeren, hoe geweldig dat is. Of wat dacht u van een passiflora, een passiebloem? Dat is ooit gedaan: pak eens een loep erbij en kijk eens naar de details. Hoe meer details je ziet en hoe meer je gaat inzoomen, hoe wonderlijker het wordt. En hoe dat alles samenspeelt en hoe het alles samenvolgt en samenwerkt... dat is een godswonder. Voortdurend word je daarbij bepaald.
En ik heb hier een plaatje van een bij. Met die grote ogen, maar dat zijn allemaal weer afzonderlijke ogen hoe hij dat waar kan nemen en hoe hij vliegt. Het is allemaal een godswonder. Ik geef toe, het is volstrekte willekeur, want je kunt op alles in de schepping inzoomen en hoe meer je inzoomt, hoe meer details je ziet. Dat bedoel ik te zeggen: hoe meer je ziet, hoe meer je denkt: wauw, wat geweldig.
Nog niet zo lang geleden las ik een artikel dat ging over de eenvoudigste vorm van leven: een amebe, een eencellig wezen. Als je dat in digitale termen weergeeft, dan kwam het erop neer dat de DNA-informatie — als je dat dus in computertermen zegt — 125 gigabyte aan informatie is. De meest eenvoudige vorm van leven. Een eencellig ding dat je met het blote oog onmogelijk kunt zien: 125 gigabyte. Sommige mensen zeggen: "Dat zegt me niks", maar dat is echt heel veel hoor, kan ik u vertellen. Dat is ongelooflijk veel.
Wat ik hiermee wil zeggen: Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid worden niet gezien, maar worden uit Zijn werken met het verstand doorzien. Zodat waar je ook je ogen naartoe richt — en ik kan nu nog wel een aantal voorbeelden noemen, of het nu een vlinder is of je kijkt naar de verschijnselen van het weer, de onwerende bliksem... Je kijkt naar boven, dat mag ik zelf ook graag doen. Als het dan donker is en er is een heldere hemel, en je kijkt naar de sterrenhemel: ongelooflijk! Wat geweldig dat alles zo bedacht is! Het is een godswonder!
Dit is een plaatje van de diepzee. Ik ben ooit een keer, al jaren geleden, naar de Rode Zee geweest. In Eilat deed ik niets liever: dan ging je elke dag naar Coral Beach en stak je je hoofd zo onder het wateroppervlak. Met een duikbril zie je dan een wonderlijke wereld, dat is onvoorstelbaar. Je zou zeggen: dat bestaat niet, dat kan niet. Maar het is er, het dringt zich aan je op.
Er is een ander plaatje dat gaat over ongeboren leven. Hoe een kind zich in de moederschoot ontwikkelt. Hoe bij de aanvang van de negen maanden twee cellen, een zaadcelletje en een eicel, bij elkaar komen. Hoe is dat in Godsnaam mogelijk? En dat er negen maanden later een kind ter wereld komt. Dat zijn wonderen. Als je dat niet ziet, ben je stekeblind. Dat zijn wonderen.
Het wordt met het verstand doorzien. Je hebt geen verstand als je dat wegredeneert. Ik weet het, er zijn zeer geleerde mensen, grote wetenschappers die het ontkennen. Maar ze zitten in de ontkenningsfase. Voortdurend moeten ze de waarheid wegstoppen. Want wat ze ook bestuderen, ze worden er voortdurend aan herinnerd dat er een God is.
Ik bedoel, als je naar Schiphol gaat en je ziet zo'n Boeing opstijgen: wauw, knap zeg dat ze dat hebben bedacht. Want daar komt wel wat bij kijken hoor, om zo'n ding de lucht in te krijgen. Of je kijkt naar een uurwerk. Dat is wat oudere techniek, maar je doet zo'n horloge of zo'n klok open... nou, daar is echt over nagedacht, dat is een ontwerp.
Dit zijn plaatjes van muziek. Dit is trouwens wel mooi, misschien mag ik dat er even bij zeggen. Wat betreft muziek: het was een week geleden dat ik een YouTube-filmpje zag van een dame, de oudste overlevende van de Holocaust. Ze is een week geleden — vandaag precies — overleden. Ze was 110 jaar geworden en zij was een zeer begaafde muzikant, een pianiste. Een Joodse vrouw, een wonderlijke vrouw, die zo dankbaar in het leven stond. Alles was een wonder, alles was een wonder. Wat haar imponeerde, was: "Muziek is God." Nu neem ik die woorden niet direct over, maar ik begrijp wel wat ze zegt. Muziek — en dan had ze het over Chopin en over Bach — dat is een wonderlijk staaltje van de andere kant.
Waarom? Als je een muziekstuk hoort, denk je: dit is zo knap, zo'n meesterwerk. Maar het bepaalt ons ook bij de oorsprong en bij onze bestemming. Van muziek kun je zo stil worden; het bepaalt je bij wie God is. Waarom? Omdat in de muziek mineur en majeur, de min en de plus, het negatieve en het positieve, alles in één grote harmonie wordt gebracht. Het bepaalt je bij het feit dat alles één grote compositie is. Een mens heeft daar een hang naar. Een mens wil dat, een mens gelooft. Het kan niet anders, er moet zin zijn. Je kunt het onderdrukken, maar het is gewoon zo. Daarom bepaalt muziek ons inderdaad ook bij God. Alles is compositie, alles is ontwerp, alles heeft Hij bedacht. Niets ontglipt Zijn aandacht.
Kijk, dat is God. Het wordt met het verstand doorzien. Inderdaad, God laat Zich niet zien, maar we zien de voetstappen in het zand. Hij is er, dat kan niet missen. Je kunt het ontkennen, je kunt er allerlei ingewikkelde verklaringen voor geven, maar daar moet je heel veel geloof voor hebben hoor. Ze zeggen wel dat atheïsten mensen zijn zonder geloof, maar dat kun je wel vergeten. Het zijn de grootste gelovigen die er bestaan. Daar moet je geloof voor hebben om een Ontwerper en Schepper weg te redeneren. Immers — en dan komen we bij het 21e vers.
Theos: God als de Plaatser Verheerlijken ↑ hoofdstukken
Hoewel zij God kenden—men weet: Hij is er. Hier staat trouwens weer: 'hoewel zij God kenden', en daarachter staat dat zij Hem niet als God hebben verheerlijkt of gedankt. De mens weet dat God er is, en het is ook de allerbelangrijkste waarheid in deze wereld: Hij is er. Maar realiseer je wat dat betekent als God er is? Dat kan niet anders: alles wat je ziet en wat je meemaakt, herinnert je eraan. Ondanks Zijn afwezigheid, zelfs nu Hij Zich van deze wereld distantieert, men weet: Hij is er. Maar er staat dan bij dat ze Hem niet als God hebben verheerlijkt of gedankt. En wat betekent dat? Ik vind het een prachtige zin; ik denk daar heel vaak over na, over deze zin in Romeinen 1 vers 21. 'God als God verheerlijken en danken.' Dan moet je weten wat het betekent dat God, God is.
Wij gebruiken het woordje 'God' dikwijls een beetje achterloos, en de meeste mensen hebben geen flauw benul wat het betekent. Die denken: ja, God is gewoon een aanduiding voor het opperwezen, wat dat dan ook zijn moge. Nee, als Paulus deze woorden gebruikt en optekent—hij heeft deze brief geschreven in het Grieks—dan spreekt hij over theos. Dat is het Griekse woord voor God, dat we allemaal kennen uit de theologie. 'Theo' komt van theos, en dat woord theos is afgeleid van een werkwoord, namelijk het werkwoord 'plaatsen' of eventueel 'stellen'. Wij kennen dat trouwens ook nog in het woordje 'these', een stelling, of een 'antithese', een tegenstelling, of een 'synthese', een samenstelling. In ieder geval heeft het te maken met het werkwoord stellen of plaatsen. Dat woord theos betekent dus 'Plaatser'. En dat maakt het woord 'God' van vaag ineens zeer concreet. Wie is God? Wat betekent het om God als God, als theos, te verheerlijken en te danken? Dat betekent dat Hij de Plaatser is.
In het Hebreeuws is het woord voor God Elohim, en dat heeft te maken met de Beschikker. In het Grieks zit dat er ook in: Hij beschikt. Maar hoe kan Hij beschikken? Dat komt omdat Hij alles plaatst. En dat is zo schitterend! Ikzelf denk heel vaak over God—dan spreek ik niet eens over 'God', maar over 'de Plaatser'. Het maakt het namelijk zo duidelijk en zo concreet. Er is één Iemand, en dan zie je ook hoe belangrijk het is om te weten dat er niet zomaar 'een' god is. Paulus zegt ergens in de Korinthiërsbrief: 'al zijn er goden in menigte.' Wezens die het vermogen of de autoriteit hebben om dingen te plaatsen. Jazeker, maar dat komt omdat zijzelf ook allemaal weer verplaatst zijn. Daarom zegt hij ook: 'al zijn er goden in menigte en heren in menigte, voor ons nochtans'—ik citeer 1 Korinthiërs 8 vers 6—'is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn.' Eén God. De Vader. Dé God.
En waarom is Hij dé God? Omdat Hij alles—en ik bedoel álles—plaatst. Er vindt niets plaats zonder dat Hij het een plaats geeft. Als Hij het geen plaats zou geven, zou het niet plaatsvinden. Alles. En dat is zo essentieel om God als dé God te verheerlijken. Want het betekent dat niet alleen die goede dingen... Dan weet je: ja, er is één God, dé God. Hij heeft dat bedacht, Hij heeft dat gemaakt. Hij is Degene die een plan heeft. Maar vergis u niet: Hij plaatst alles. Ik had het net even over muziek, over mineur en majeur, en hoe dat allemaal in een compositie door de componist een plek wordt gegeven om tot één grote harmonie te worden gemaakt. Maar wat dacht u van onze grote Componist? Hij heeft deze schepping bedacht en er gaat nooit, nooit, nooit iets mis bij Hem. Ook het mineur geeft Hij een plaats.
Ik weet dat er heel vaak wordt gezegd: 'Ja, bijvoorbeeld in het verre verleden, toen was daar in de hof een slang, een listige slang, en dat is allemaal misgegaan toen de mens van de verboden vrucht at. Toen ging het fout voor God en moest Hij overschakelen op plan B.' Nou, laat ik u dit vertellen: bij God bestaat er geen plan B. Hij is nog steeds bezig met plan A. Trouwens, als er maar één plan is, dan hoef je het helemaal niet te nummeren of te letteren. Hij is nog steeds bezig met de afwikkeling van Zijn plan. En Hij verkondigde van den beginne de afloop. Hij wist wat er zou gebeuren; voor Hem staat er nooit een verrassing. Kijk, dat is dé God.
En als je dat weet... Weet je wat het geweldige daarvan is? De vrede die dat geeft. Zonder deze wetenschap, als je denkt in termen van 'er is een God van het goede en er is een god van het kwade die het allemaal verstoort', dan kunnen we die vrede wel vergeten. Want dé God heeft goed en kwaad in Zijn hand. Het kwade, beste mensen, is in goede handen. En dat betekent dat er nooit zomaar iets gebeurt. Alles wat gebeurt, heeft een betekenis. God heeft alles gemaakt voor Zijn doel. Zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads, zegt Spreuken 16. Ik vind dat zo gelukt! Dat is dé God.
Dé God verheerlijken en danken betekent dat je Hem dankt voor alles wat Hij een plaats geeft, voor alles wat plaatsvindt. We hadden zojuist voorafgaand aan deze samenkomst al wat gesprekken. Er gebeurt soms zoveel, ook in je eigen leven. Hoe kan het? Maar weet dan dit: er is één Plaatser. Bij Hem gaat nooit iets mis en bovendien is er nooit iets dat zonder betekenis is. Waarom? Er is één God: de Plaatser! En als je dat weet en gaat beseffen, dan ga je Hem verheerlijken in alles. Alles wat plaatsvindt: 'U bent dé God. Het gebeurt niet voor niets; alles heeft zin.' Kijk, dat is een zee van licht in je leven. Dat geeft vrede. Dan kun je ook met Romeinen 8 instemmen, een paar hoofdstukken verder natuurlijk, waar staat dat Hij alle dingen doet medewerken ten goede. Alles!
Zo geweldig. En dat betekent dat er nooit iets is misgegaan en bovendien dat Hij alle dingen tot een goed einde brengt. Waarom? Er is maar één God. Dé God. Dan heb je niet alleen vrede over wat er nu gebeurt—bij alle moeite hoor, ik wil de tranen helemaal niet wegwuiven. Ik wil alleen maar dit zeggen: er is één God, een Plaatser, en Hij geeft alles een bestemming. Hij beschikt. Ja, ik vind dat geweldig. En alles, alles moet wel, want er is één God. Hij brengt alles daar waar Hij het hebben wil. En dat is onovertroffen zo geweldig. Dat is dé God: de Plaatser!
Een Verduisterd Hart of Leven in het Licht ↑ hoofdstukken
De Beschikker. Maar omdat we Hem niet als God hebben verheerlijkt of gedankt, zijn hun overleggingen – in het Grieks staat daar een woordje dat te maken heeft met ons woord 'dialoog', doorredeneringen – op niets uitgelopen. Ze zijn vereideld. Je kunt heel intelligent en geleerd zijn, tal van academische titels voor je naam hebben staan, maar dat zegt niets. Ik doe niets af aan de academische kwaliteit van mensen, maar als het uitgangspunt niet deugt, dan kom je uiteindelijk toch verkeerd uit. Je kunt een geweldige wiskundige zijn, maar als je uitgangsmateriaal niet klopt, dan kom je er uiteindelijk niet uit. Dat is het probleem. Als het ABC niet goed is, dan kun je de rest wel vergeten.
En daarom, omdat ze God niet als God verheerlijkt hebben... De Spreukenschrijver zegt dat de vrees des Heren – het ontzag voor Yahweh en Hem erkennen als de Plaatser – het beginsel van wijsheid is. Daar begint wijsheid. Als je daar dus niet begint, betekent dit dat je redeneringen op voorhand gedoemd zijn volkomen vereideld te worden en op niets uit te lopen. Er staat daarom ook in 1 Korintiërs 3 dat Hij de redeneringen van de wijzen – niet van de dwazen, nee, juist wijzen kunnen heel goed redeneren – vereidelt. Omdat ze God niet als God verheerlijken en danken. Hij is de God. Daarom lopen al die redeneringen op niets uit.
Er staat ook nog bij, en daar eindigt het vers mee: "En is het duister geworden in hun onverstandig hart." Het is onverstandig; je gebruikt je verstand niet. Dat verstand dat voortdurend naar je toeschreeuwt als een toeter: "Er is een Ontwerper, er is een Schepper, herken dat nou!" Maar als je dat wegstopt, houd je de waarheid in ongerechtigheid ten onder. Weet je wat het dan is? Onverstandig, maar het wordt bovendien duister. Het wordt donker in je onverstandig hart. Ook koud. Weet je wat duister ook betekent? Dat je het niet meer ziet. Dat je de verschillen niet meer ziet. In de rest van dit hoofdstuk laat Paulus dat zien: dan ga je de verschillen tussen de seksen bijvoorbeeld niet meer zien, tussen mannelijk en vrouwelijk. Dat ga je dan allemaal door elkaar halen.
In deze donkere wereld leven we. We weten helemaal niet meer wat mannelijk en vrouwelijk betekent. Dat het mannelijke verwijst naar de Schepper en het vrouwelijke verwijst naar de schepping. Maar ja, als je de Schepper hebt weggeredeneerd, wat is dan het gevolg? Dat je ook dat niet meer ziet. Je kunt het niet meer onderscheiden. Het wordt donker. Weet je wat het trouwens ook betekent? Zo zeggen we het ook als het donker is: "Ik zie het niet meer zitten." Nee, dat is niet zo gek. Als je het licht uitdoet, dan zie je het niet meer zitten. Maar als je God als God verheerlijkt, beste mensen, dat is zo’n kolossale waarheid. Als je Hem verheerlijkt en dankt, dan is het licht. Dan heb je vrede, toekomst en vreugde. Alles plaatst Hij: God.
Je kunt het negatief zeggen, zoals Paulus dat hier doet: omdat ze God niet als God verheerlijkt of gedankt hebben, zijn hun redeneringen op niets uitgelopen en is het donker geworden in hun onverstandig hart. Maar laten we het nu positief zeggen: als je God wel als God verheerlijkt, Hem als de Plaatser ziet en Hem zo dag in dag uit verheerlijkt en dankt – niet alleen voor de goede, maar ook voor de kwade dingen. Zouden we het goede uit Gods hand ontvangen en het kwade niet, zegt Job? Hij heeft toch alles in de hand? Er gebeurt nooit zomaar iets bij toeval of bij verrassing. Ja, voor ons wel, maar voor Hem niet. Als we Hem als God verheerlijken, als de Plaatser, dan wordt ons denken zuiver. Je zult de waarheid verstaan en er is licht in je verstandig hart. Het is precies het tegenovergestelde. Dan word je een lichtje in de donkere wereld.
UltimateGoodNews