Jom Kipoer 2023
24-09-2023 - Geplaatst door Andre Piet24 september 2023, Benthuizen
Op de dag van deze samenkomst is het volgens de Hebreeuwse kalender 10 Tishri, dat is Jom Kipoer. Het geldt in de Joodse traditie terecht als de heiligste dag van het jaar. Maar waarom is dat? Wat is het bijzondere van deze datum en wat zegt de Schrift daarover? En vooral: wat is de sprake die van deze dag uitgaat en hoe getuigt het van Israëls Messias?
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: 50 Jaar Na de Jom Kippoer-oorlog
- De Kalender van God: de Zeven Hoogtijden in Leviticus 23
- Yom Hakippurim: Beschutten in Plaats van Verzoenen
- Verootmoediging en Rust: Geen Menselijk Werk of Verdiensten
- Leviticus 16: het Binnenste Heiligdom, Linnen Klederen en de Twee Bokken
- Het Commentaar van de Hebreeënbrief: de Eenmalige Vervulling in Christus
- De Tweede Bok: Vrijspraak, Leven en Vrijheid
- De Voleinding: de Verschijning van de Hogepriester als Melchizedek
Introductie: 50 Jaar Na de Jom Kippoer-oorlog ↑ hoofdstukken
Dit keer, deze morgen, heeft de toespraak – de studie, de predicatie, hoe je het ook maar noemen wilt – een Hebreeuwse titel. Toch vermoed ik dat de meesten van jullie deze naam wel enigszins kunnen thuisbrengen. Ik vermoed dat deze naam vooral ook zijn bekendheid heeft gekregen sinds – precies dit jaar trouwens – vijftig jaar geleden: 1973, toen we in de maand oktober de Jom Kipoer-oorlog hadden.
De Arabische wereld, Syrië en Egypte, vielen voor Israël volstrekt onverwacht op de meest heilige dag van het jaar de Joodse staat aan. Dat is hen trouwens erg duur komen te staan, dat is zeker. Maar in ieder geval: het is bij die gelegenheid geweest dat ze op de tiende tisjri – want daarover hebben we het, dat is de datum op de Hebreeuwse kalender – de staat aanvielen, juist op de dag dat de Joodse staat helemaal plat lag en er geen enkele activiteit werd ondernomen. Het was een verrassingsoorlog die de geschiedenis is ingegaan als de Jom Kipoer-oorlog.
Ik moet erbij zeggen dat degenen die eerder op mijn website de aankondiging hadden gezien, wellicht hebben ontdekt dat ik aanvankelijk een ander thema had aangekondigd, namelijk: de rechtvaardige onder de volkeren (of onder de natiën). Ik heb daarvan afgezien en dat betekent dat ik het onderwerp dat oorspronkelijk gepland stond voor vandaag, twee weken heb opgeschoven om een actueler onderwerp neer te zetten.
Waarom? Vandaag is het 24 september, en dat wil zeggen dat vanavond na zonsondergang de tiende tisjri begint. Joodse dagen worden namelijk gerekend van avond tot avond; dat zullen we straks trouwens vanzelf ook nog wel zien. Vanavond begint dus Jom Kipoer in het jaar 5784 volgens de Joodse jaarrekening. Als u de echte Bijbelse chronologie beziet – dit is heel arrogant wat ik nu zeg, maar ik hoop dat u me dat vergeeft – dan geloof ik dat het het jaar 5990 is. Er komen dus nog 206 jaar bij.
Weet u trouwens dat de Joodse jaarrekening jonger is dan de christelijke jaarrekening? De christelijke jaarrekening zoals wij die kennen, waardoor we nu zeggen dat we in 2023 leven, dateert ergens uit de derde of vierde eeuw – ik blijf er even vanaf. Maar de Joodse jaarrekening zoals wij die nu kennen en zoals die hier wordt aangegeven, is pas eeuwen later ontworpen. Ik meen ergens rond de eerste millenniumwisseling, zo rond het jaar 900, 1000 of 1100; de precieze datum maakt nu even niet uit, maar hij is in ieder geval aanzienlijk later ontworpen.
Met terugwerkende kracht heeft men gerekend vanaf Adam; dat is het idee achter deze jaartelling. Maar men heeft daarbij wel wat steekjes laten vallen. Dat is trouwens vrij algemeen bekend, ook als het gaat om de Bijbelse berekening. Die 5784 klopt dus ongeveer wel, maar op een termijn van zes millennia vallen we natuurlijk niet over tweehonderd jaar. Laten we het erop houden dat het niet helemaal klopt.
Maar in ieder geval, los van de jaarrekening: het is vanaf vanavond inderdaad de tiende tisjri, Jom Kipoer. Dat lijkt mij reden genoeg om daar eens wat meer over te vertellen, want in de Bijbel speelt dit een hele grote rol en het heeft geweldige betekenissen.
De Kalender van God: de Zeven Hoogtijden in Leviticus 23 ↑ hoofdstukken
Laat ik, want dat zal namelijk niet voor iedereen zo heel erg bekend zijn, de hoogtijden in Leviticus 23 bespreken. Ik refereerde er al eerder aan dat we hier inmiddels al zeventien jaar samenkomen, en in die tijd is ook heel wat keren de kalender van Israël — of eigenlijk moet ik zeggen de kalender van God — aan de orde geweest. Want het zijn Zijn hoogtijden, de hoogtijden van Jahweh. Wanneer je die bestudeert, kom je hoe dan ook altijd in eerste instantie uit bij Leviticus 23. Niet voor iedereen zal dat even helder zijn en ik wil het graag nog even op een rijtje zetten.
Het zijn een zevental hoogtijden die daar gegeven worden, afgezien van de sjabbat, wat een wekelijkse hoogtijd is. Er worden zeven hoogtijden aan Israël gegeven, en als je eenmaal de betekenis ervan kent en weet waar het profetisch van spreekt, dan onthoud je het zoveel gemakkelijker. Je hebt namelijk twee groepen hoogtijden: drie hoogtijden in de eerste maand (dat is een half jaar geleden in de maand Nisan, die van origine de maand Aviv heet, of Abib in onze Bijbels) en een drietal hoogtijden in de zevende maand, Tisjri. Dat is de periode september-oktober.
Die maanden lopen niet synchroon met onze kalender. Om het te verduidelijken: de Joden hebben, net als de moslims, een maankalender. Bij ons is een nieuwe maand helemaal geen nieuwe maand, maar voor Israël wel. De nieuwe maand wil zeggen: het is nieuwe maan. Dan begint er een hele nieuwe maancyclus. Wij spreken wel van maanden, maar dat zijn bij ons geen maancycli. Op de kalender van Israël is dat echter absoluut wel het geval: elke nieuwe maan is ook een nieuwe maand. Heel logisch dus, maar dat betekent ook dat je die data nooit kunt vastleggen in onze kalender. Als je het hebt over Jom Kipoer, op welke dag valt dat dan? Dat kun je niet zeggen; het is altijd ergens in september of oktober, maar dat kan bijna een maand fluctueren. Het staat niet vast en is voortdurend aan verandering onderhevig, wat het soms lastig maakt om te rekenen.
Er zijn dus drie hoogtijden in de eerste maand. Op de veertiende van de eerste maand heb je Pascha. Vier dagen eerder wordt er een lam in huis genomen; van origine lees je dat dit zo geregeld was. Dan werd er een lam in huis genomen en vier dagen later werd dat lam geslacht. Op die veertiende van de eerste maand, de maand Aviv, werd dus dat lam geslacht. Dat is ook precies de dag geweest dat de Heer Jezus gekruiseld werd. Het kan niet missen: de dag dat het lam geslacht werd. Daarna volgde het feest van het ongezuurde. Dat begon vanaf de vijftiende; dat was de eerste dag dat de Heer Jezus in het graf lag.
Vervolgens, daags na de sjabbat — ik zeg het even kortweg, want er zitten haken en ogen aan waar ik het nu niet over heb — werd de eerstelingschoof van de gerstenoogst aangeboden. Die dag komt weer overeen met de dag dat onze Heer Jezus Christus opstond uit de doden. De dood en de opstanding van Jezus Christus, en de tijd dat Hij in het graf heeft gelegen, was dus al exact voorbestemd en aangegeven. Anderhalf millennium voordat alles daadwerkelijk zijn vervulling kreeg, is dat al door God gefixeerd op die specifieke data en dagen.
Daarnaast heb je, zoals gezegd, een drietal hoogtijden in de zevende maand. Op de eerste dag van die maand — dat was tien dagen geleden — heb je de dag van het bazuingeschal. Dat is de Bijbelse benaming; tegenwoordig heet dat in het jodendom Rosh Hasjana, het Joodse nieuwjaar. Dat is iets heel eigenaardigs, want het nieuwjaar vieren ze dus op de eerste van de zevende maand. Waarom dat zo is, ga ik nu niet vertellen, maar het is een eigenaardigheid die je even zou moeten onthouden.
Tien dagen later, en dat is voor vandaag natuurlijk vooral van belang en het begint vanavond, op de tiende van de zevende maand, is het Jom Kipoer. Een vijftal dagen later, vanaf de vijftiende, begint het Loofhuttenfeest (oorspronkelijk op zijn Hebreeuws Soekot). Dat viert men een week lang. Dat geldt trouwens ook voor het feest van het ongezuurde; dat was vanaf de vijftiende ook een week lang waarin men matzes, ongezuurde broden, eet.
Je voelt natuurlijk al aan dat dit een diepe betekenis moet hebben: een groep hoogtijden in de eerste maand en een groep in de zevende maand. Ik ben er trouwens nog eentje vergeten, want als er zeven hoogtijden zijn, dan zit er nog een hoogtijd tussen: Pinksteren. Dat is heel logisch wanneer je het geheel overziet. De drie hoogtijden in de eerste maand hebben hun vervulling reeds gevonden in de eerste komst van de Messias. Toen Hij stierf, in het graf lag en opstond uit het graf. Perfect en exact! Dat correspondeert niet alleen met de gebeurtenissen, zoals het slachten van het lam of het aanbieden van de eerstelingschoof die voor God werd bewogen, maar ook de data waren precies getimed. Zo zou Israël het vieren en zo zou God het ook daadwerkelijk vervullen. Staar je daarom niet blind op de rituelen en de data, maar weet dat het spreekt van Hem die zou komen. Heel de wet, heel de Thora, alles getuigt van Hem.
Dat geldt ook voor de hoogtijden in de zevende maand. Die spreken van de wederkomst van Christus, wanneer Zijn plan de volledige vervulling zal vinden. Vandaar ook die zevende maand. Zeven is het getal van God waarin Hij alles tot volheid brengt. In het Hebreeuws betekent het getal zeven, shewa, ook volheid. Deze hoogtijden krijgen hun vervulling in verband met de terugkeer van Jezus Christus. Hoewel we het daar nu niet uitgebreid over gaan hebben, is het wel zo dat dan de bazuin zal klinken en voor Israël het grote moment van de verzoening zal plaatsvinden — de dag van de beschuttingen, waar ik straks op terugkom. Dan zal ook het Loofhuttenfeest gevierd worden, wat te maken heeft met hoe de volkeren daarin betrokken zullen worden en heel de wereld het feest van de Messias zal meevieren. Dat gaat in het Messiaanse Rijk daadwerkelijk zo vervuld worden.
Samenvattend hebben de hoogtijden in de eerste maand te maken met de eerste komst, en de hoogtijden in de zevende maand met de vervulling bij de terugkeer van de Messias. En dan heb je dus nog die ene hoogtijd in de derde maand: het Wekenfeest oftewel Sjavoe'ot, wat wij Pinksteren noemen.
Maar logischerwijs, dat had je kunnen bedenken, moet Pinksteren dus iets te maken hebben met dat wat God doet tussen de eerste en de tweede komst van Christus. Snap je? Als ik zojuist zei van: als je die hoogtijden in Leviticus 23 zo beschreven vindt, dan zeg je: dat is allemaal heel veel. Ja, maar als je eenmaal weet waar het van spreekt, dan is het zoveel gemakkelijker te onthouden. Waarom? Omdat er systeem in zit. Het is geordend en alles is vol betekenis, en dan ligt het zo voor de hand dat het is zoals het is.
Dit is trouwens een prachtig mooi beeld. En dat is deze menorah; die stond ook in het heiligdom en die liet zijn licht dagelijks schijnen. De hogepriester kwam dan dagelijks in het heiligdom, in de eerste afdeling van de tent. En dan verzorgde hij ook de kandelaar en zorgde dat de menorah... Ja, is het een zevenarmige kandelaar? Die blijft altijd lastig hè. In feite zijn het zes armen en het heeft één stam.
Maar dan begrijp je dus... Je kunt het zo invullen. Je krijgt dan Pascha, het ongezuurde en dan de eersteling. En dan vervolgens aan de andere kant: de bazuin, Jom Kipoer en Loofhutten. En dan in het midden Pinksteren. Zeven hoogtijden die eigenlijk in feite aangeven: dit is Gods programma, zo werk Ik het af of werk Ik het uit, en zo vindt alles zijn vervulling in de Messias. Dat is het licht dat in het heiligdom schijnt en verwijst dus naar Hem.
Dan moeten we het tromgeroffel... ja, eigenlijk hadden die bazuinen moeten klinken. Als ik me? Oh, dat heb ik meestal. Dat schijnt niet zo netjes te zijn eigenlijk. Gebeurt dat dan? Maar waarom zou dat dan? Ik zie het verband eigenlijk niet. Oh, mijn jasje. Ah, oké. Goed. Dat is ook logisch, ja. Alles is logisch, ja.
Laat ik even de dingen ook op een rijtje zetten. Dat deed ik al, maar ook even... Waar halen we onze informatie vandaan wanneer we het hebben over Jom Kipoer? Wel, er zijn drie schriftplaatsen. Eigenlijk zei ik het al: in Leviticus 23 vind je een overzicht van alle hoogtijden. Dus ook van Jom Kipoer, ik ga daar straks naartoe. En dan is er één hoofdstuk dat in zijn totaliteit — best wel een lang hoofdstuk, vers 1 tot en met 34 — dat gaat over Jom Kipoer en over wat er allemaal op die dag moest plaatsvinden. Met name hoe de hogepriester dan in het heiligdom ging; ook dat komt straks nog aan de orde.
En, last but not least, het commentaar van de Hebreeënbrief. Want in feite gaat de hele Hebreeënbrief — dit is enigszins overdreven wat ik nu zeg, maar aan de andere kant, als je het heel ruim rekent, klopt het toch weer wel — de hele Hebreeënbrief gaat ook over Jom Kipoer. Met name het negende hoofdstuk spreekt daarover en over de betekenissen daarvan. Dus wat ik daarover zeg, dat hoeven we niet uit de duim te zuigen. Integendeel, het commentaar vinden we sowieso al in de Schrift zelf. De Hebreeënbrief gaat diep in op al die details. Ook daar komen we straks nog over te spreken.
Yom Hakippurim: Beschutten in Plaats van Verzoenen ↑ hoofdstukken
Eerst even Jom Kipoer op de Hebreeuwse kalender. Ik zei al, Leviticus 23 vertelt daarover en laten we het eens gaan lezen. Ik lees uit de Statenvertaling en dat wat cursief staat is aangepast, verbeterd, gecorrigeerd of wat letterlijker weergegeven in moderner Nederlands. Want hier staat in het Hebreeuws, en in onze NBG-vertaling en waarschijnlijk ook in de Statenvertaling iets soortgelijks: de verzoendag. Maar dat brengt ons eigenlijk bij een probleem en dat heeft te maken met het woordje 'verzoenen'. Er staat hier namelijk in het Hebreeuws: Jom HaKippurim. Kippurim is trouwens het meervoud. Wij spreken over Jom Kipoer, maar oorspronkelijk en een betere formulering is Jom Kippurim of HaKippurim, want het is namelijk meervoud.
En Kipoer betekent niet verzoenen in de zin van zoals wij doorgaans over verzoenen spreken. De eerste betekenis van ons woord verzoenen, ook in de Bijbel, is dat er sprake is van vijandschap of vervreemding; twee partijen die een conflict hebben en die verzoenen zich met elkaar of ze worden verzoend. Maar dit woord Kipoer — laten we het daar maar even op houden — is een heel ander woord. Het heeft niets te maken met vijandschap of het sluiten van vrede, dus ik vind het buitengewoon verwarrend om dat dan ook verzoenen te noemen. Dat kun je doen, maar daarom is deze toelichting echt noodzakelijk. Het is prima om te zeggen dat het de verzoendag betekent en dat doe ik bij gelegenheid ook, maar met deze aantekening: het heeft eigenlijk dus niets te maken met verzoenen in de zin van vrede maken.
Nee, het heeft te maken met beschutten of bedekken. Dat is eigenlijk de fundamentele betekenis van kippoer of kipper, het werkwoord. Ik vind het altijd heel erg mooi te illustreren aan de hand van de eerste keer dat dit werkwoord voorkomt in de Schrift. Dat is in Genesis 6 vers 14 en daar gaat het over de instructies die God geeft aan Noach in verband met de ark. Dan lees je dat hij de ark met pek zou bestrijken, bedekken of 'bepekken'. Het idee is dus beschutten. Waarom? Die ark werd gemaakt van goferhout, maar om hem waterdicht te maken, om hem te beschutten, moest hij bedekt worden met pek. Daar wordt dat werkwoord gebruikt van Kipoer. En dat is veelzeggend. Het is in feite het bedekken, maar daarmee ook beschutten en beschermen van in dit geval de ark.
Dat is ook het idee hier. Zie je hoe gemakkelijk je met de term verzoenen op een verkeerd been gezet wordt? Je haalt er een betekenis bij die het in de Bijbel op deze plek helemaal niet heeft. Niet alleen combineer je het met een link naar verzoening terwijl het dat niet heeft, maar je mist ook de betekenis van bedekken en beschutten. Dat is verwarrend en daardoor mis je veel. Het hele idee in de Bijbel is altijd dat het bloed beschut. In al onze vertalingen staat er dan dat het bloed verzoent, maar eigenlijk is de gedachte dus dat het bloed bedekt. Het beschut en beschermt.
Het bloed verwijst natuurlijk altijd naar het slachtoffer. Als je dat eenmaal weet, dan begrijp je ook waarom. Het bloed spreekt van het slachtoffer, en het slachtoffer spreekt van Hem die stierf en opstond uit de doden — dat moet ik er altijd bij zeggen. Want nogmaals, ook dat is vaak onbekend: een slachtoffer betekent niet alleen dat een dier geslacht wordt. Dat is nog niet het offer. Het offer is dat het dier dat geslacht is, vervolgens opstijgt tot God als een lieflijke reuk. Als het alleen maar geslacht is, dan is het nog geen offer. Dat geldt voor de hele offerdienst in de Bijbel. Het spreekt van Hem die stierf, geslacht werd en Zijn bloed gaf, jawel, maar het bloed kreeg pas betekenis na de slachting wanneer het het heiligdom inging — daarover straks meer. Het werd op het altaar gesmeerd en dat offer ging dan in rook op; het steeg op. Uiteraard spreekt dat van Hem die stierf en oprees, verrees en opsteeg uit het graf, zelfs tot in de hemel. Dat is voor God een lieflijke reuk. Niet het sterven op zich, maar Zijn opstanding.
Zie je dat het slachtoffer en daarmee ook het bloed — want het bloed staat eigenlijk voor het slachtoffer — een veel rijkere, grootsere en heerlijkere betekenis heeft? Het verwijst naar Hem die stierf en opstond. Dat is het evangelie en daar bepaalt het ons bij. Op de tiende van deze zevende maand zal de dag van de beschuttingen zijn. Meervoud, want er werden allerlei dingen bedekt, beschut en besmeerd met bloed. Eigenlijk heel eigenaardig, want het is een hele bloederige bedoeling. Maar zoals de Hebreeënbrief zegt: dat is een schaduw. Het is een schaduw van wat komen zou. In feite is het heel donker als je die hele offerdienst leest, er is zoveel dood. Maar het spreekt door de contouren, net zoals bij een schaduw: je ziet niet precies wat erin zit, maar je ziet wel de contouren van het licht. Het leven zit erin, jazeker. Terwijl zo'n hogepriester dan in het heiligdom ging en de dingen besmeerde met bloed, is de geweldige sprake die daarvan uitgaat dat het inderdaad spreekt van Hem die stierf en opstond en zelfs ten hemel voer.
De dag van de beschuttingen dus. Een heilige samenroeping zult gij hebben en dan zult gij uw zielen verootmoedigen en zult een vuuroffer offeren. Een offer dat ontstoken wordt. In Leviticus 23 wordt daar verder niets over gezegd, over hoe en wat dat dan is, maar op andere plaatsen weer wel — en vooral natuurlijk in Leviticus 16. Maar gij zult uw...
Verootmoediging en Rust: Geen Menselijk Werk of Verdiensten ↑ hoofdstukken
Zielen verootmoedigen of vernederen geldt in het jodendom traditioneel als een vaste. Eigenlijk kent het jodendom één vaste dag en dat is Jom Kipoer. De dagen die daaraan voorafgaan, heten de ontzagwekkende dagen, de tien dagen van ontzag. In die periode bereidt men zich voor op die tiende verzoendag. Alles moet dan rechtgezet worden, of het nu gaat om onderlinge conflicten tussen mensen of de verhouding naar de Schepper zelf toe. Dat zijn de dagen waarin je daarbij bepaald wordt. Vandaar ook dat verootmoedigen: het afzien van genuchten. Men zou op die dag niet eten en drinken en geen geslachtsgemeenschap hebben. Dat was de invulling van die dag.
Eigenaardig genoeg lezen we in de Bijbel niet dat men zou moeten vasten; het wordt niet letterlijk zo voorgeschreven. Wel staat er iedere keer dat men zich zou vernederen of verootmoedigen. Maar in Handelingen 27 lees je over Jom Kipoer wanneer Paulus op reis is. Er staat daar: "toen ook het vasten al verstreken was", waarbij expliciet wordt gedoeld op Jom Kipoer. Dit geeft aan dat men van oudsher die verootmoediging heeft opgevat als een vasten. Vandaar dus: gij zult uw zielen verootmoedigen. Je wordt klein, een 'ootje', een nul voor Hem. En gij zult Yahweh een vuuroffer offeren.
Op diezelfde dag zult gij geen werk doen. Heel uitdrukkelijk en bij herhaling wordt dat aangegeven. De grootste sanctie stond erop: men zou uit het volk afgesneden worden. Zo staat het er: uitgeroeid, zeggen de meeste vertalingen. Het is een dag van beschuttingen, om voor jullie een beschutting te maken voor het aangezicht van Yahweh uw God. Ik gebruik hier het woord beschuttingen, wat afwijkt van de standaardvertaling, maar dat heb ik al toegelicht. Waar het nu om gaat, is dat er geen enkel menselijk werk wordt getolereerd.
Als ik het zo zeg, heb ik eigenlijk de essentie van Jom Kipoer al verteld. Geen menselijke toevoegingen, geen menselijke arbeid, en ook geen verdiensten, want dat is eigenlijk wat werken is: je doet iets voor het geld. Maar hier valt niets te verdienen. Helemaal niets. God doet het. Het is dat bloed wat die beschutting maakt die God daar laat aanbrengen. Daar is het oog op gevestigd en dat moet het doen. Al het andere is volstrekt onacceptabel. Geen arbeid.
De dag geldt dus met recht als een shabbat. Er staat: "Het zal u een shabbat van rust zijn." In het Hebreeuws staat er eigenlijk: sjabat sjabaton. Ons woord shabbat betekent niet zozeer rust, maar het betekent ophouden, staken, je kapt ermee. Ik heb ooit een hele lange lijst van Godfried Bomans gelezen met allemaal synoniemen van ophouden; ik geloof dat hij wel tot de 35 kwam. Het idee van de shabbat is dat de arbeid wordt gestaakt; nu is het over. Vandaar een shabbat van rust of van ophouden. Ook daarmee wordt de gedachte benadrukt: geen menselijke arbeid.
Dan staat er nog bij: gij zult uw zielen verootmoedigen op de negende van de maand in de avond. Van de avond tot de avond zult gij uw shabbat vieren. Die tiende dag, ongeacht op welke weekdag die valt, wordt dus zo gevierd. Shabbat wil eigenlijk niet zozeer zeggen dat het zaterdag is. Dat is wekelijks meestal wel zo, maar het betekent gewoon een dag waarop niet gewerkt wordt. Dat is een shabbat: ophouden en kappen met werken.
Dat wordt gevierd vanaf de negende van de maand in de avond. Bij zonsondergang begint Jom Kipoer, of Jom HaKipoerim zo u wilt. Zo worden sowieso alle kalenderdagen in Israël geregeld: van avond tot avond. Dat is soms lastig als wij het over data hebben; heb je het over voor zonsondergang of na zonsondergang? Dat maakt op de scheurkalender echt wel wat uit. Hiermee wordt in Leviticus 23 heel duidelijk aangegeven wanneer deze dag gehouden moet worden en wat de grote doelstelling is.
Leviticus 16: het Binnenste Heiligdom, Linnen Klederen en de Twee Bokken ↑ hoofdstukken
We gaan naar Leviticus 16. Omdat we slechts één samenkomst rond dit thema hebben, moet ik het noodzakelijk wat kort en bondig vertellen, maar Leviticus 16 gaat in zijn totaliteit over Jom Kipoer. De structuur van dit hoofdstuk vind ik trouwens erg mooi. Als je een Companion bijbel hebt, dan wordt die structuur bij elk hoofdstuk geleverd. Dat is geweldig, want het geeft zicht op de wijze waarop het hele relaas is opgebouwd. Als je 34 verzen achter elkaar leest, kun je het wel volgen, maar dan ontgaat het je dat daar werkelijk een opbouw, een gestructureerd verhaal verteld wordt. Alles keert zich naar binnen. Dat betekent in dit geval ook dat het eerste en het laatste met elkaar corresponderen, soms als tegenstelling of als parallel, of beide.
Het begint in dit hoofdstuk met de aanwijzing van de tijden om binnen het voorhangsel te gaan. In feite wordt het eerst negatief geformuleerd; dat wil zeggen dat de hogepriester daar niet zomaar mocht komen. Sowieso mocht daar geen mens komen, en alleen de hogepriester mocht achter het voorhangsel komen, en dat dan nog maar één keer per jaar. In dat voorste gedeelte van het heiligdom kwam de priester dagelijks, maar in het Heilige der heiligen, achter het tweede voorhangsel, kwam hij nooit, uitgezonderd op die ene dag. Het hoofdstuk eindigt daar ook weer mee, maar dan wordt het positief belicht. Waar het in het begin alleen over de hogepriester gaat, gaat het in het een-na-laatste deel over de hogepriester in relatie tot de betekenis van al die dingen voor het volk.
Ook het verwisselen van de klederen is een belangrijk gegeven dat wordt benadrukt. Als de hogepriester het heiligdom binnenging op Jom Kipoer, dan trok hij zijn gewone gewaad uit, met die geweldige sprake die daarvan uitgaat: hemelblauw en wit, met de efod en alles wat daarbij hoort, inclusief zijn hoofddeksel. Dat gewaad, wat hij doorgaans het hele jaar droeg, werd verwisseld voor linnen klederen. Dat was het normale priestergewaad, maar dan van linnen. In Ezechiël wordt ook uitgelegd waarom dat is. Weet u waarom? In Ezechiël wordt het heel expliciet gezegd: in linnen zweet je niet. Ook daarin zit feitelijk de gedachte van 'geen werk'. Er wordt niet gezweet. Bij die gelegenheid trok hij dus zijn gewone gewaad uit en in een linnen kleed ging hij dan het binnenste heiligdom in.
Dan is er nog iets heel belangwekkends wat je moet weten over Jom Kipoer, want er werd het lot geworpen. Dit is werkelijk zo apart. Al tweeduizend jaar gedenkt Israël vanaf het jaar 70 de dag Jom Kipoer. 'Vieren' is eigenlijk niet het juiste woord; ze gedenken het. Maar ze kunnen feitelijk niets doen, want voor Jom Kipoer heb je een hogepriester nodig, een heiligdom en de offerdienst. Dat is waar het allemaal om gaat, maar dat hebben ze helemaal niet. Sinds de verwoesting van de tempel gedenkt het Joodse volk deze dag, maar waar is het lam? Waar is de hogepriester en waar is het heiligdom? Men behelpt zich nu met het gebruik om een kip te slachten. De dierenbrigade en de Partij voor de Dieren hebben daar groot bezwaar tegen, maar daar hebben we het nu even niet over. In ieder geval slachten ze dan maar een kip. Ik doe er nu misschien een beetje lacherig over, maar het feit dat de Joodse traditie er op deze manier inhoud aan geeft, is eigenlijk gewoon uit de duim gezogen. Met alle goede bedoelingen, maar het staat nergens zo geschreven. Het geeft duidelijk aan dat men de lacune ervaart; alles wat noodzakelijk is om deze belangrijkste dag te gedenken, mist men. Dus vult men het op met dingen die verzonnen zijn, zoals het slachten van een kip. Morgen zie je waarschijnlijk in allerlei kranten foto's van hoe Joden hun grote dag gedenken met zo'n geslachte kip.
Maar goed, dat is de traditie. Wat van origine de gedachte was, is dat er twee bokken werden gereserveerd. Dat is de essentie. Er speelde meer, maar deze twee bokken voor het volk stonden centraal. Daar werd het lot over geworpen, wat wil zeggen dat de keuze aan God was. Dat is het hele idee bij een loting: een mens kiest niet, God kiest. Wij hebben daar geen invloed op. Door die loting werd besloten dat de ene bok bestemd was om gedood te worden. Deze werd geslacht en het bloed werd in het heiligdom gebracht. De andere bok zou na afloop in vrijheid worden heengezonden. Die bok heeft de naam de zondebok te zijn. De tijd gaat veel sneller dan anders — dat zal ook wel Jom Kipoer zijn — maar met het bloed van de eerste bok ging de hogepriester het heiligdom in. Dat sprenkelde hij in het binnenste heiligdom op het verzoendeksel, wat eigenlijk het beschutdeksel is. De beschutting, de deksel op de ark van het verbond.
Daar werd bloed gesprenkeld. Ook tijdens de hele aanloop, de weg naar het heiligdom toe, werd als het ware een rode loper gelegd. Het bloed werd gesprenkeld op weg naar het heiligdom en op weg naar de ark. Dat heeft geweldige betekenissen, maar we houden het even overzichtelijk. Er was trouwens niet alleen een offer voor het volk met de twee bokken, maar ook een offer voor het priesterlijk huis. Dat was geen bok, maar een stier, die veel groter is. De priester en zijn huis worden onderscheiden van het volk. Je hebt aan de ene kant het volk en aan de andere kant de hogepriester en de intimi die bij hem horen, zijn huis. Als u het mij vraagt, is dat een type van de Ecclesia. Voor hen is trouwens het grootste deel weggelegd, maar daar wil ik het bij laten.
In ieder geval zijn er dus de twee bokken voor het volk en de stier voor de priester en zijn huis. Helemaal in het midden van de structuur gaat het weer over die twee bokken voor het volk. Je ziet dat dit correspondeert met de voorgaande en navolgende elementen. Centraal in dit hoofdstuk staan dus de twee bokken voor het volk. De structuur laat het al zien; niet alleen als je het relaas leest, maar ook structureel wijst alles daar naar toe. Dat is de essentie. En dan komen we natuurlijk uit bij de vervulling daarvan.
Het Commentaar van de Hebreeënbrief: de Eenmalige Vervulling in Christus ↑ hoofdstukken
En wat in de Hebreeënbrief gedaan wordt door de schrijver — en ik denk dat dat Paulus is geweest — is dat hij laat zien hoe aan de ene kant wat er gezegd wordt over Jom Kipoer in de Hebreeuwse Bijbel, ons Oude Testament, parallel loopt met de vervulling, maar ook hoe het ertegenover staat. Zijn lezers worden geacht dat te weten. Logisch, want het waren Hebreeën. Dus als je de Hebreeënbrief leest, word je geacht te weten hoe dat allemaal zit met die hoogtijden en alles wat God had voorgeschreven en gegeven in Zijn woord in de Tenach, in de Hebreeuwse Bijbel.
Dat wordt dan soms gezet tegenover de vervulling die wij nu kennen, maar er wordt ook getoond hoe het parallel loopt. Aan de ene kant wordt er gewezen op de tegenstellingen, de contrasten, en dikwijls ook op de parallellen. Ik zal het laten zien. Kijk, Jom Kipoer in het Oude Testament was een jaarlijks terugkerend fenomeen. De schrijver van de Hebreeënbrief benadrukt dat element ook, maar plaatst het dan tegenover de eenmaligheid van het offer dat gebracht is door Jezus Christus. Dus hier zie je duidelijk een contrast.
Terwijl het in de oude situatie een jaarlijks terugkerend fenomeen was — ik moet mijn mond ook nog houden zeker: staken, ophouden! Nee, dat is de jaarlijkse terugkeer — is wat de schrijver van de Hebreeënbrief juist benadrukt, dat het optreden van de Hogepriester eens voor altijd is. Dat wordt in Hebreeën 10 dan weer uitgelegd. In de tabernakel was geen stoel, hè? Er was geen zetel waar je kon zitten. Maar wij hebben een Hogepriester die is gaan zitten aan Gods rechterhand. Met andere woorden: Hij zit. Als u begrijpt wat ik bedoel: Hij zit! Dat wil zeggen dat het werk gedaan is; het is af, het is compleet. Eens voor altijd, dat wordt heel erg benadrukt. Dat is dus het contrast.
Nog een contrast met wat in het Oude Testament voorgeschreven was: het was het bloed van stieren en bokken. Maar de schrijver zegt dan dat het natuurlijk onmogelijk is dat het bloed van stieren en bokken de zonde werkelijk zou kunnen bedekken. Dat is ook niet zo. Het verwijst naar Degene die Zichzelf tot slachtoffer gaf. Het spreekt van het bloed van Christus, het slachtoffer van Hem die stierf en opstond uit de doden. In het Oude Testament hebben we te maken met de schaduw; in feite is het zwart, het is donker, maar de contouren zien we al wel. Het verwijst naar Hem die leeft.
In het Oude Testament had je een hogepriester en je had een dier dat geslacht werd. In de vervulling is zowel het slachtoffer Christus als ook de Hogepriester Christus. Hij is de vervulling van beide: van het dier dat geslacht werd — trouwens ook van die zondebok — en Hij is Degene die het heiligdom binnenging.
Dan heb je nog een element dat sterk benadrukt wordt. In het Oude Testament was de hogepriester, als hij zijn werk deed en het heiligdom inging, gekleed in dat linnen. Hij was dan verborgen in het heiligdom. Ook dat is een contrast wat nogal sterk benadrukt wordt, in Hebreeën 9 met name. Het was namelijk een heiligdom dat met handen gemaakt was. Dat gold voor de tabernakel en uiteraard ook voor de tempel; het was gewoon een heiligdom met handen gemaakt. Maar het spreekt van het ware heiligdom, namelijk de hemel zelf.
Het idee is dat zoals de hogepriester ooit op Jom Kipoer het heiligdom inging en dan verborgen was achter het voorhangsel — hij werd niet gezien — zo is de Hogepriester vandaag in het heiligdom verborgen. Dat is in essentie ook met opzet het verhaal: Hij is verborgen achter het voorhangsel. Het volk wacht op Hem en ziet Hem niet. Dat is nu juist waar het allemaal van spreekt, zoals dat ook zo mooi in de Hebreeënbrief wordt uitgelegd.
Terwijl het volk dan in spanning wacht op de hogepriester die weer uit het heiligdom zou komen — wat trouwens niet vanzelfsprekend was, ook dat wordt in het Oude Testament al uitgelegd — kwam de hogepriester uiteindelijk weer naar buiten. Men wachtte op het moment dat hij zou verschijnen, zich van achter het voorhangsel zou openbaren en het volk zou zegenen. Maar Christus is nu dus in het heiligdom. Dat is de positie van de Hogepriester vandaag. En wat er dan plaatsvindt aan het einde, dat gaf ik al aan...
De Tweede Bok: Vrijspraak, Leven en Vrijheid ↑ hoofdstukken
Dat is het einde van het verhaal: dat de hogepriester uit het heiligdom komt en de tweede bok in vrijheid heenzendt. Meestal wordt het zo uitgelegd dat die bok beladen werd met zonden en vervolgens werd weggestuurd, als een beeld van veroordeling en verdoemenis die dan weg zou zijn. Maar dat is juist niet het idee. Het idee is dat de eerste bok is geslacht en dat wat het bloed bedekt, ervoor zorgt dat die tweede bok leeft en in vrijheid gezonden wordt.
In feite is die eerste bok dus een beeld van Hem die stierf en het heiligdom is ingegaan. Dat slachtoffer is daar; het bloed is nu in het heiligdom. En die tweede bok spreekt van Hem die leeft, die niet getroffen wordt door de dood en in vrijheid heengaat. Hij gaat vrijuit. Dus geen veroordeling, integendeel: het is juist bevrijding.
Voor de fijnproevers noem ik even iets soortgelijks uit Leviticus 14, waar in verband met melaatsheid ook een offer wordt voorgeschreven. Er zijn dan twee vogels; de eerste duif wordt geslacht en het bloed wordt opgevangen. Het is allemaal heel bloederig, maar dat bloed wordt opgevangen en vervolgens wordt de tweede duif in dat bloed ondergedompeld. Daarna wordt die tweede duif in vrijheid heengezet; hij mag opvliegen en weggaan. Die twee duiven spreken in hun totaliteit van Hem die stierf en Zijn bloed gaf. Eén duif kan dat niet alleen uitbeelden, maar in het beeld is het wel duidelijk: het spreekt van de vogel die gestorven is en de duif die het bloed als het ware meeneemt als slachtoffer en zo in de hemel invliegt in vrijheid.
In feite drukken die twee bokken precies dezelfde waarheid uit. Het spreekt dus van de hogepriester en waar het wachten nu op is. Daar spreekt Hebreeën 9 vers 28 van — ik zal het straks ook laten zien — dat Hij straks gaat komen. Dat moment gaan we binnenkort beleven. Dan zal Hij acte de présence geven en verschijnen. Dan zal het voorhangsel van de wolken scheuren. Je leest dat Hij zal verschijnen en dat Hij Zijn volk ook zal zegenen. Hij zal de verzoening — of beter gezegd: de beschutting — inderdaad aan hen bezegelen. Dan is Jom Kipoer voor Israël compleet. Dat gaat dus plaatsvinden bij de wederkomst.
En als u het mij vraagt — en het lijkt me zo voor de hand liggend wat ik nu zeg, ik denk dat iedereen van jullie daar wel mee kan instemmen: als de data van de eerste maand allemaal exact vervuld zijn, gewoon letterlijk... De Heer is inderdaad geslacht op de veertiende. Hij verrees inderdaad op de dag van de eerstelingschoof. Hoe lang het bazuingeschal ook zal zijn op de eerste van de Tisjrie, zo zal ook Jom Kipoer vervuld worden, evenals de ware vervulling van het Loofhuttenfeest — waar we nu verder niet over gaan — dat zal beginnen op de vijftiende Tisjrie. Ik zou zeggen: één en één is twee.
Oké, u zegt: dat moet nog blijken. Dat is waar. Maar laat ik het voorzichtig zeggen: het ligt geheel in de lijn der verwachting. Zo werkt God. Die data zijn niet zomaar voor niets gekozen. Om het nog even wat systematischer te zeggen: de eerste bok is geslacht; dat heeft tweeduizend jaar geleden plaatsgevonden. Gedurende die tweeduizend jaar bevindt de hogepriester zich in het heiligdom. Hij is namelijk ten hemel gevaren, het heiligdom in. Daar is Hij nu reeds twee dagen, tweeduizend jaar, twee millennia. Hij zal straks terugkeren en dan breekt Israëls Jom Kipoer aan. Zo zal men in vrijheid worden gesteld en zal het bewijs zijn geleverd dat de kipoer — de beschutting, als u begrijpt wat ik bedoel — gerealiseerd is. De hogepriester zal dat en plein public bezegelen. En trouwens, ook bezégenen, want Hij heft Zijn handen dan op en Hij zegent het volk. De hogepriester zal... ja, precies. Dat heb ik nu nog even achterwege gelaten. Dus dat is in het kort het verhaal van Jom Kipoer.
De Voleinding: de Verschijning van de Hogepriester als Melchizedek ↑ hoofdstukken
Ik wil eindigen met deze laatste schriftplaatsen waar ik zojuist al aan refereerde uit de NBG-vertaling. "Zo zal ook Christus..." Het is een vergelijking die hier gemaakt wordt. "Zo zal ook Christus, nadat Hij Zich eenmaal geofferd heeft om de zonden van velen op Zich te nemen..." Eenmaal, dus ook hier weer: eenmalig. Waarom één keer? Omdat het voldoende is, het is compleet, dit is de vervulling. Er staat: "Zal Hij ten tweede male los van zonde aanschouwd worden..." In de NBG-vertaling betekent "los van zonde" niet dat Hij eerst wel gezondigd had. Nee, het betekent dat Hij dan niets meer van doen zal hebben met het probleem van de zonde. Want dat is namelijk over en uit, beschut en bedekt. Het is voorbij.
Dus ten tweede male, bij Zijn tweede komst om het zo te zeggen, wat doet Hij dan? Wel, dan is de zonde voorbij en dat zal Hij ook proclameren door die tweede bok. Die tweede bok die in vrijheid wordt heengezonden. En dan zal Hij aanschouwd worden door hen die Hem tot redding verwachten. Dat geldt ook voor Israël straks. Ik geloof dat Jom Kipoer ook echt zijn vervulling krijgt, juist voor Israël. Logisch, want zo was het ook allemaal voorzegd. Straks komt de Hogepriester uit het heiligdom en dan zullen ze tot hun grote verrassing zien wie die Hogepriester is: namelijk de Koning-Priester naar de ordening van Melchizedek.
Niet alleen Priester, want nu is Hij Priester in het heiligdom, maar straks zal Hij komen en dan zal Hij verschijnen als de Melchizedek. Als de grote Melek, de Koning der koningen. Dan zal Hij Zijn heerschappij ook gaan uitvoeren. Dus Hij is nu Priester en straks zal Hij verschijnen en ook daadwerkelijk Zijn koningschap op Zich nemen. Juist voor het volk en in verband met dat volk ook voor de hele wereld.
Als we het hebben over Jom Kipoer, dan hebben we het niet alleen maar over een Joods gebruik dat vandaag en morgen een grote rol speelt, waar mensen dan van alles over vinden en denken. Maar het heeft in werkelijkheid — en ik hoop dat ik dat heb kunnen duidelijk maken — een geweldige profetische sprake waarin God tevoren heeft gezegd wie Zijn Messias zou zijn en wat in Hem gerealiseerd wordt. En dat is de rijkdom die wij hebben.
Wij hoeven niet te wachten tot Hij uit het heiligdom komt. Dat is trouwens ook een van de geheimen van de Hebreeënbrief: dat wij met Hem — er is een verse en levende weg — mogen ingaan in het hemels heiligdom. Want dat is het grote geheim dat voor ons is weggelegd. Verborgen voor Israël, maar wij mogen Hem nu al zo kennen.
UltimateGoodNews