GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Genade Alleen?!

01-12-2013 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie van de GoedBericht-samenkomst gehouden op 1 december 2013 in Urk.

Genade betekent: vreugde om niet. Als genade écht genade is, dan kan een mens zich op niets meer laten voorstaan of zich verheffen boven een ander. GOD neemt immers alles voor z’n rekening. Besef wat dat inhoudt! Hij verzoent, Hij rechtvaardigt, Hij heiligt, Hij verheerlijkt, enz. Wat betekent dat voor ons in de praktijk?
Welke sluiproutes heeft men zoal bedacht om onder deze elementaire waarheid uit te komen?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De Bijbelstudie benadrukt dat Gods genade volledig en algenoegzaam is, en redding brengt voor alle mensen, zonder uitzondering. Er wordt aangetoond dat God de Redder is van alle mensen, in het bijzonder van de gelovigen, en dat menselijke prestaties of keuzes hierin geen enkele rol spelen. Bovendien voedt deze genade de mens op om goddeloosheid te verzaken en godvruchtig te leven. Omdat rechtvaardiging, heiliging en verlossing uitsluitend Gods volbrachte werk in Christus Jezus zijn, is elke vorm van menselijke roem of eigen eer uitgesloten.

“het is Gods genade die we leren kennen in de Schriften en wat blijkt is dat die genade voorziet in alles, maar dan ook werkelijk in alles. Vandaar ook: genade alleen!”

Introductie: Genade Alleen ↑ hoofdstukken

Het is inmiddels een maand geleden dat ik hier op deze camping ook was; voor mij was dat toen de eerste keer. Toen hebben we het gehad over het thema 'allen gerechtvaardigd' en dat was ontleend aan de woorden van Romeinen 3. De bijeenkomst die we nu voor vanmiddag hebben belegd, is min of meer een vervolg daarop en u ziet het zo op het projectiescherm ook staan dat het als thema heeft: 'Genade alleen?'. Nu staat er nog een vraagteken, maar ik kan u vertellen dat we in de loop van deze bijeenkomst en aan het einde een duidelijke andere conclusie zullen trekken; namelijk dat het vraagteken vervangen wordt door een vet uitroepteken. Want ik liet het in het gebed eigenlijk ook al even doorschemeren: het is Gods genade die we leren kennen in de Schriften en wat blijkt is dat die genade voorziet in alles, maar dan ook werkelijk in alles. Vandaar ook: genade alleen!

Maar goed, dat is een conclusie. Laten we eerst maar eens de puntjes op de i zetten. We zullen diverse schriftplaatsen behandelen – het is niet één Bijbelgedeelte dat ik vanmiddag met u wil doornemen – maar diverse schriftplaatsen die allemaal te maken hebben met dit onderwerp: met genade. En wat genade omvat, wat genade bewerkt en hoe genoegzaam – om een oud-Nederlands woord te gebruiken – genade ook is. Dat wil zeggen: hoe het voorziet in werkelijk alles en dus genoeg is, voldoende, en sterker nog: meer dan voldoende.

Dat gedeelte wat we de vorige keer hebben behandeld, althans dat was toen het startpunt en misschien is het goed om dat nog even in herinnering te brengen, dat zijn de woorden in Romeinen 3 vers 23: "Want allen hebben gezondigd". Dat was eigenlijk al min of meer uw conclusie en uitleg. U ziet dat in dat eerste woordje: "Want allen hebben gezondigd", dat had Paulus uitgebreid in dit hoofdstuk al uiteengezet. En dat gaat hier dus over alle mensen die zonder uitzondering inderdaad gezondigd hebben en die zonder uitzondering ook de heerlijkheid Gods derven. Maar die dan ook om niet en zonder uitzondering ook gerechtvaardigd worden. Waarom? Wel, het is uit Zijn genade. Het is puur om niet, door de verlossing in Christus Jezus.

We zijn daar niet bij gebleven, dit was het startpunt. Vervolgens zijn we naar Romeinen 4 en Romeinen 5 gegaan, waar Paulus dat nog veel uitgebreider uit de doeken doet en uiteenzet. Dat gaan we natuurlijk niet nog eens een keertje dunnetjes overdoen, maar ik wil wel graag, uitgaande van dat gegeven, daarover verder gaan.

En ja, hier vindt u nog iets dat wellicht ook goed is om ons te realiseren: dat woord 'genade'. Want weliswaar zijn we daar erg vertrouwd mee – ik bedoel, als je de Bijbel leest, dan is het altijd het woord genade dat klinkt – behalve in de allermodernste vertalingen, daar hebben ze het abusievelijk, als u het mij vraagt, weergegeven met 'goedheid'. Ik las juist gisteren of van de week nog een recensie over de nieuwste Bijbelvertaling. Was het niet van jou, Jaap? Ja, klopt. Maar ik had er ook al eerder eentje gelezen over de nieuwste Bijbelvertaling in spreektaal. Er zijn er al tig, maar goed, er was er nog weer eentje door het Nederlands Bijbelgenootschap opnieuw uitgegeven, een nog modernere variant. En daar heeft men het woord genade vervangen door goedheid.

Natuurlijk kun je zeggen dat er wel enige verwantschap tussen beide begrippen is, maar dat neemt niet weg dat genade toch echt iets anders is. Genade heeft te maken met het Griekse woord charis. En dat betekent... het stamwoord betekent eigenlijk ook vreugde. En vreugde om niet, dat is wat genade is. Het bereikt blijdschap zonder dat er enige prestatie tegenover staat. Het is dus met recht: vreugde om niet. Daar hebben we het over.

Titus 2: de Leer van God Onze Redder Versieren ↑ hoofdstukken

Ik stel voor dat we verder gaan naar Titus 2. Er zijn verschillende bijbelgedeelten die ik zo met u wil doorbladeren, en ik beperk me vanmiddag tot het onderwijs van de leermeester van de natie, dat wil zeggen de apostel Paulus. In Titus 2 zegt hij het volgende. Bij gelegenheid, als ik de schriftplaatsen projecteer, dan ziet u onderin ook nog een interlineair. Dat is de oorspronkelijke grondtekst met een woord-voor-woordweergave. In de onderste lijn ziet u dan, voor degenen die daar nog niet van op de hoogte zijn, de wijze waarop de NBG het heeft weergegeven. U moet vooral letten op die woord-voor-woordweergave, want dat zit het dichtst bij wat de grondtekst zegt. Daarin zijn we tenslotte geïnteresseerd. Niet in hoe mensen het hebben weergegeven, met alle respect, maar wat staat er nou precies? Daar willen we zo dicht als mogelijk bij komen.

Ik val midden in een zin, want Paulus spreekt in deze verzen de slaven aan. Hij heeft diverse groepen al aangesproken in de voorgaande verzen van Titus 2: mannen, vrouwen, jonge mannen en jonge vrouwen. Tenslotte spreekt hij de slaven aan, die dikwijls toch een moeilijk leven hadden en onder een harde meester dienst moesten doen. Dat waren geen gewone werknemers; een slaaf was een lijfeigene die dus volledig ter beschikking stond, dag en nacht, vierentwintig uur per dag en zeven dagen in de week, aan hun meester.

Paulus zegt hoe die slaven zich mogen opstellen — ik zeg het expres zo: zich mogen opstellen. Er staat aan het einde van vers 10: "...om de leer van God, onze Heiland, in alles tot sieraad te strekken." Misschien is het goed om daar eventjes op te wijzen, u ziet dat ook in uw eigen bijbel. In Titus 2 staat dat de slaven hun meesters in alles onderdanig moeten zijn, het hun naar de zin moeten maken, zonder tegenspraak of oneerlijkheid, maar goede trouw bewijzend. En dan komt het: "...om de leer van God, onze Heiland — dat wil zeggen onze Redder — in alles tot sieraad te strekken." Zo geeft de NBG het weer, de vertaling die ik meestal gebruik. Letterlijk staat er: "...om de leer van God, onze Redder, te mogen versieren in alles." Te mogen versieren; het is een voorrecht.

Kijk, in die leer van God, daar gaat het allemaal om. De leer van God, namelijk onze Redder; dat is het onderwerp. Men zegt wel eens een keertje: "Het gaat niet om de leer, maar het gaat om de praktijk." U kent ook de variant: "Het gaat niet om de leer, maar om de Heer." Dat is een vrij rare uitdrukking als u het mij vraagt, want in de gezonde, Bijbelse leer gaat het juist om de Heer. Maar ook de tegenstelling dat het niet om de leer maar om de praktijk zou gaan, klopt niet als je dat in het licht van zo’n vers ziet. Het gaat juist in de praktijk om de leer. Hier zie je dat: om de leer van God, onze Redder, in alles te versieren. Dat wil zeggen dat in de praktijk de schoonheid van de leer van God, onze Redder, tot uitdrukking komt. Hoe geweldig dat onderwijs is: dat God Redder is, en dat Hij dat is 'om niet'.

De leer van God, onze Redder, is een hele feestelijke leer. Om een variant te gebruiken van een bekend spreekwoord: de leer van God, onze Redder, is een feest en wij mogen de slingers ophangen. Dat is wat hier staat en dat is een geweldig voorrecht. Paulus gaat dat ook motiveren, want hij zegt dan in vers 11: "Want..." — en dit geeft dus de reden aan van het voorgaande — "...want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen." Of: "De genade van God is reddend verschenen aan alle mensen."

Wanneer Paulus dus tegen die slaven zegt dat ze het voorrecht hebben om in het dagelijks leven, terwijl ze misschien een meester hebben die het hun zuur maakt, een stralend leven te leiden, dan is de vraag: waarom? Om daarmee te laten zien hoe geweldig de leer van God, onze Redder, is. Waarom is dat zo geweldig? Waarom zouden we dat versieren? Wel, het is zo'n geweldig goed bericht, zo'n blijde boodschap, omdat de genade Gods reddend aan alle mensen is verschenen. Zo staat het er. Hij is Redder, en wel van alle mensen. Nu zegt u: "Nou, dat gaat een beetje te snel." Maar ik zal u dit vertellen: de wijze waarop het hier geformuleerd wordt, is dat de genade ja, reddend aan alle mensen is verschenen.

Timotheüs 2: God Wil Dat Alle Mensen Gered Worden ↑ hoofdstukken

Maar wat betekent dat dan? Nou, ik laat u een tweetal andere schriftplaatsen zien waarin Paulus soortgelijke waarheden naar voren brengt, en dat is dan niet in de brief aan Titus, maar in de brief aan Timotheüs. Ze komen allebei uit 1 Timotheüs. Daar val ik trouwens weer even midden in de zin, maar dan staat er in vers 3: het is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, onze Redder, die wil dat alle mensen behouden worden — of zo u wilt: alle mensen gered worden. En er staat dat zij moeten komen tot erkentenis of tot besef, epignosis, tot het besef en de realisatie van de waarheid.

Welke waarheid? Deze waarheid: God wil. God is onze Redder en Hij wil — let op, dat is niet zomaar een wens van een mens, het is de wil van onze God — Hij wil dat alle mensen gered worden. Nu zou je kunnen zeggen: "Ja, maar goed, de mens is er ook nog, die moet ook willen." Wacht even, er is één God. Zo zegt Paulus dat ook vervolgens in vers 5: "Want er is één God." Dat wil zeggen: er is er maar één die de gang van zaken bepaalt. Er is er één die wil en beschikt. Kijk, al zouden er twee of drie of van mijn part een paar miljard goden zijn, dan zou de uitkomst van zo’n wil volkomen onzeker zijn. Want ja, wat de ene god wil, dat kan door een andere godheid dan weer gedwarsboomd worden. Maar als er maar één God is, en Hij wil dat alle mensen gered worden, wel, dan kunt u ervan op aan: dan gebeurt dat ook.

Ik zal het u ook laten zien, want je hoeft hier helemaal niet over te fantaseren; de Schrift legt zichzelf hier volkomen eenduidig uit. Want, zegt Paulus, er is één God, er is ook één middelaar van God en mensen, en wel de mens Christus Jezus, die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen. U ziet hier de connectie tussen dit gegeven en het feit dat God wil dat alle mensen gered worden. Wel, zegt Paulus, dat is om deze reden: er is één God. En er is bovendien één middelaar, en dat is de mens Christus Jezus, en Hij gaf Zichzelf ooit tot een losprijs voor allen.

Let op, dat betekent dat de prijs voor elk mens betaald is. Elk mens is dus ook rechtens Zijn eigendom. Dat heeft niets te maken met wat een mens daarvan vindt. God wil dat. En of een mens daar nu van op de hoogte is, of dat een mens dat belieft of gelooft, of dat hij er niets van wil weten, dat maakt niet uit. God wil dat en Hij is God. En daar komt nog iets bij: er is één middelaar en Hij gaf Zichzelf ooit tot een losprijs voor allen, zodat de prijs voor allen betaald is. Ze zijn Zijn eigendom. Sowieso al omdat Hij de Schepper is — ik bedoel, we zijn Zijn maaksel en dus van Hem — en bovendien is er een prijs voor elk mens betaald, ooit. Het kruis van Golgotha zegt: daar verscheen Gods genade reddend. Daar werd de prijs betaald voor allen. Dit is het eerste antwoord op de vraag wat dat betekent in Titus 2 vers 11: de genade Gods die reddend is verschenen aan alle mensen. Hier lees je het, maar ik zal het u nog sterker vertellen.

Timotheüs 4: de Behouder van Alle Mensen ↑ hoofdstukken

Laten we een tweede schriftgedeelte bekijken en twee hoofdstukken doorbladeren naar 1 Timotheüs 4. Paulus begint heel uitdrukkelijk met kracht om dat in te leiden. Dat doet hij trouwens een paar keer meer in deze brief, dat hij met deze woorden aanvangt: "Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard." In het eerste hoofdstuk had hij ook al zo’n woord gebruikt, exact hetzelfde: "een betrouwbaar woord en alle aanneming waard." Toen schreef hij dat Christus Jezus in de wereld is gekomen om zondaren te redden, waaronder hij de eerste plaats inneemt. De suggestie die daarin opgesloten ligt, is dat aangezien er hoop is voor de eerste, de belangrijkste of de ergste zondaar, er hoop is voor alle mensen.

In 1 Timotheüs 2 ging Paulus daar dus over verder en hier zegt hij weer: "Het is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard." Laten we gewoon lezen wat er verder staat: "Ja, hierom getroosten wij ons moeite." Dit is een soort mission statement, zoals ze dat in moderne termen noemen. Paulus was gezonden, hij had een missie en hier schreef hij zijn statement op. Hij zegt dat dit een betrouwbaar woord is, alle aanneming waardig; hiervoor spannen wij ons in, dit maken wij wereldkundig. Paulus heeft zijn hele leven sinds zijn roeping daar inderdaad voor ingezet; stad en land en werelddelen reisde hij af om dit bekend te maken.

Nu gaat er iets heel belangrijks volgen. Hij had al gezegd dat het een betrouwbaar woord en alle aanneming waardig is, en nu gaat hij het ook nog nader uiteenzetten of nader aanduiden. Waarover heeft hij het dan? "Hierom getroosten wij ons moeite en grote inspanning." Tekstkritisch is dat wat lastig, want de Statenvertaling zegt: "worden wij gesmaad." Hier staat "grote inspanning" of "voeren wij strijd". In de praktijk maakt het allemaal niet zoveel verschil, want juist als er strijd is, betekent dat dus dat er ook tegenstand is. Die tegenstand is zoals de Statenvertaling dat weergeeft: hij werd erom gesmaad. Omdat het betrouwbare woord waarvoor hij zich inzette zoveel strijd en ook zoveel smaad opleverde.

Laten we verder lezen: "...omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God." U weet wel, die ene God die wil dat alle mensen gered worden. Wij hebben onze hoop gevestigd op de levende God en dan weet je eigenlijk al dat het niet kan missen. Als er maar één God is en Hij is de levende God, dan betekent dat dat het leven moet gaan triomferen. Hij is de levende God die ook allen levend maakt, zoals in het zesde hoofdstuk van 1 Timotheüs staat. Niet "die alle leven wekt", zoals een andere vertaling zegt, maar die allen levend maakt. De levende God, daarover hebben we het, daarop hebben we onze hoop gevestigd, die een Heiland is. Ik houd het het liefst zo concreet mogelijk: die een Redder is, want dan weten we in ieder geval waar we het over hebben. Iemand die redt, dat is wat een Heiland is. Een Redder die een Redder is voor alle mensen.

In de NBG-weergave staat "voor", maar ik heb het meteen doorgehaald want ik krijg het moeilijk uit mijn strot. Het staat er namelijk niet. Ik zal u dit vertellen: er staat gewoon een tweede naamval, wat "van allen" betekent. De Statenvertaling is hier volkomen correct, de NBG niet. Een compliment moet ik geven aan de NBV, die deze fout heeft hersteld. Ik wil helemaal niet partijdig zijn over vertalingen, maar daar staat gewoon wat ook de Statenvertaling weergeeft: "die een Behouder is aller", waarbij "aller" gewoon oud-Nederlands is voor "van alle mensen". Zo staat het er: die een Behouder is van alle mensen.

Let op: in Titus 2 zagen we dat de reddende genade Gods is verschenen aan alle mensen. In 1 Timotheüs 2 zagen we dat er één God is en Hij wil dat alle mensen gered worden. En hier zegt de apostel Paulus nog weer twee hoofdstukken later: "Wij hebben onze hoop gevestigd op de levende God die een Behouder is aller mensen." Hij wil alle mensen behouden, maar Hij is ook een Behouder aller mensen. Dat is volkomen logisch, want er is maar één God. Je had dit zelf ook al in kunnen vullen op basis van de gegevens die we inmiddels verzameld hadden, maar hier bevestigt Paulus het zwart op wit: die een Behouder is aller mensen.

Het is de vraag of het vermakelijk is of diep tragisch – ik ben geneigd om te zeggen het laatste – maar de kronkels waarin men zich wringt om dit weg te moffelen, zijn soms echt wel vermakelijk. Wat maakt men hiervan? In de Telos-vertaling, die een heel goede vertaling is en naar mijn mening de beste Nederlandse vertaling van het Nieuwe Testament, vertaalt men dat Hij een "onderhouder" is van alle mensen. Men schroomt daar echter voor, want in de voetnoot geeft men aan dat het elders wordt weergegeven met "Behouder" of "Redder". In dit specifieke geval maken we er dus geen Behouder of Redder van, maar een onderhouder. Dat is discordant vertalen; vertalen naar de leer of naar je vooringenomen standpunt. Of wat dachten jullie van de NBG? Die maakt ervan: "een Heiland of een Behouder voor alle mensen", wat suggereert dat het van alle mensen afhangt of ze dat aanbod aannemen. Maar dat staat er niet. Hij is een Behouder van alle mensen. Er is ook nog een andere vertaling die zegt dat Hij een Behouder is van "allerlei mensen", van alle soorten mensen.

Alles stelt men in het werk om de geweldige uitspraken die Paulus hier doet te omzeilen. Als het waar is dat het allemaal om niet is, dat een mens er niets aan kan doen of af kan doen, denk dan even open minded met mij mee. Als er één God is en een mens kan niets aan zijn behoudenis toedoen of afdoen, en die ene God wil dat alle mensen gered worden, dan kan het niet anders dan dat Hij een Behouder is aller mensen. Dat is een conclusie die de apostel Paulus vervolgens zelf ook trekt, zwart op wit. Paulus zegt: "Dit is een betrouwbaar woord, dit is alle aanneming waard. Hiervoor spannen wij ons in, hiervoor voeren wij strijd, want we worden erom gesmaad." De godsdienstige wereld wil hier niet aan, want hier valt niets aan te verdienen. Het is een mededeling, een bericht dat geloofd moet worden. Waarom zou je een bericht vertellen? Je vertelt een bericht om mede te delen: wauw, Hij is een Behouder van alle mensen! Er staat trouwens bij: "inzonderheid", oftewel speciaal of in het bijzonder, van de gelovigen. Ook hier staat weer niet "voor", maar "van" de gelovigen. Hij is een Behouder van alle mensen, maar in het bijzonder van de gelovigen. Een soortgelijke zinsconstructie heb je in Galaten 6, waar Paulus zegt: "doet goed aan allen, maar inzonderheid de geloofsgenoten."

Dat betekent gewoon wat het zeggen wil: je doet inderdaad goed aan allen, maar in het bijzonder, in hoge mate en in de bijzondere zin voor de gelovigen. De levende God is een behouder van alle mensen. Alsjeblieft. Dat wil zeggen: als je het gelooft, dan is Hij een behouder in het bijzonder van jou. Dat is het geweldige van een gelovige: Hij is een behouder in een bijzondere zin voor ons.

Wij zijn namelijk bevoorrecht. Ten eerste omdat we het nu al mogen weten, en ten tweede omdat we nu al deel hebben aan de redding. We hebben nu al dat 'ingeloofde' leven ontvangen. Ook wat de toekomst betreft: de gelovigen zullen ook in de levendmaking het eerst betrokken worden. Paulus zegt in 1 Korinthe 15 dat Christus de Eersteling is, vervolgens zij die van Christus zijn in Zijn parousia, en daarna het einde. Dat wil zeggen: daarna de rest, ieder in zijn eigen rangorde. Wij die dit mogen geloven, zijn daarin bevoorrecht, en vandaar ook: "inzonderheid van de gelovigen".

En dan zou je nog kunnen zeggen: "Ja, dit is geweldig en dat heb ik ook al zo vaak gehoord, maar is dit nou zo belangrijk?" Laten we gewoon Paulus zelf erop naslaan en luisteren naar wat hij hierover zegt. Dit had je trouwens ook al zelf kunnen bedenken, want hij had het al zo krachtig ingeleid met de woorden: "Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waardig; hiertoe arbeiden wij." Dat is dus niet een boodschap waarvan Paulus zegt: "Nou ja, daar kun je ook anders over denken, dat maakt niet zoveel verschil." Nee, dit is de essentie. Hij zegt: "Beveel." Dat is wel heel krachtig; geen aanwijzing, maar: dít is het. En of ze het nou leuk vinden of niet, ik zou zeggen: het is de machtigste boodschap die er bestaat. Beveel, léér deze dingen. Dit is dus niet optioneel, voor als het je bevalt of voor zaken waar je een verschil van inzicht over kunt hebben. Er zijn talloze dingen in de Schrift waar je over kunt zeggen: "Zie jij het zus of zo?", en dat maakt dan niet zoveel verschil.

De een trekt soms uit een bepaald gegeven wat andere conclusies, en Paulus spreekt daar ook over in diverse gedeelten van zijn brieven: dat we elkaar ook de ruimte geven. Maar als het gaat om het onderwijs: wat is nou gezonde leer? Dat is een uitdrukking die juist ook in de eerste brief aan Timotheüs nogal eens gebezigd wordt. Daar kun je meer over zeggen dan ik nu doe, maar in ieder geval: gezonde leer is dat je dít leert. Wat leert hij hier? Wel, dat de levende God een behouder is van alle mensen, in het bijzonder van de gelovigen. Leer dit! En het is zo geweldig, daar kun je niet onderuit als Hij inderdaad God is en Zijn genade reddend is verschenen aan alle mensen.

Dat dit inhoudt: wauw! Dat is licht in de duisternis. Dit is met recht ook genade, want het is een mededeling die je aan elk mens kunt doen. Weet je al dat God jouw Redder is? Weet je dat je Zijn eigendom bent? Er is een prijs voor je betaald. Een heleboel mensen weten dit niet, en er zijn er ook velen die het niet willen weten, maar dat is de waarheid. Het is een bericht, zo geweldig: leer dit. Genade! Hier kun je niks aan toevoegen en hier kun je ook niets aan afdoen.

Maar hoe geweldig is het als God jouw ogen... ik bedoel, ik zit nu te wijzen naar jouw ogen. U zegt: "Daar zitten jouw ogen." Ja, daar zitten de ogen van het hart. Als God de ogen van je hart verlicht, zodat je dit gaat zien. Dat is ook geen mensenwerk trouwens. Het feit dat je mag geloven, is een voorrecht dat je ten deel valt. Want dan is het God, zoals we over Lydia lezen, die de ogen of het hart opent. Dat is een voorrecht. Als Hij jou overtuigt, zodat je het mag zien. Ik vind het al een voorrecht dat ik kan kijken, dat ik u hier zie zitten. Maar hoe staat het in het boek Spreuken? "Het oog dat ziet, het oor dat hoort, beide heeft de HEERE gemaakt." Dat is geen mensenwerk.

Als je kunt zien: prijs God dat je mag zien. Als je het hoort, als je er gehoor aan mag geven: prijs God! Hij heeft jouw oren daarvoor geopend. En dat geldt ook voor deze waarheid als je het mag zien. Er zijn hele intellectuele mensen, mensen die theologie hebben gestudeerd en heel veel in hun mars hebben. Mensen die misschien series boeken hebben geschreven over dogmatiek, die de Bijbel van haver tot gort kennen en toch volstrekt stekenblind zijn voor deze dingen. Voor wijzen en verstandigen is het heel dikwijls verborgen.

Maar dat is niet nieuw hoor, want dat lees je in de Bijbel ook. Het is aan de kindekens geopenbaard. Dat je het gewoon gelooft, heel simpel. Maakt dat wat uit? Dan zeg je: "Wauw, is dat zo?" Maar het is ook zo logisch. Als er een God is die niet laat varen de werken van Zijn handen, die omziet naar Zijn schepselen, naar dat wat Hij zelf gemaakt heeft, dan is dit logisch. Het is 'om niet' namelijk. Nou, dit is een hele lange toelichting op Titus 2 vers 11.

De Opvoedende Werking van Gods Reddende Genade ↑ hoofdstukken

Maar ik wil even doorlezen, want het gaat namelijk nog verder dan alleen dit. U zegt: "Ik heb nu eigenlijk iets verteld over de omvang van die genade." Hoe? Wat omvat nou de genade? Wel, dat is wereldomspannend. Het is de genade Gods die alle mensen omvat en redt. We hadden het de vorige keer al gezien: zij rechtvaardigt. Trouwens, ik liet het net ook zien: allen worden om niet gerechtvaardigd. Zijn genade door de verlossing in Christus Jezus. Goed, dat was vanzelfsprekend.

De genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, en dan staat er: "om ons op te voeden". Dat is mooi. Want ik weet wel dat mensen dan zeggen – het grote bezwaar vanuit de godsdienstige wereld, ook in de christelijke setting, tegen de boodschap van genade – dat is maar makkelijk. Bovendien zou het een aanleiding zijn om te gaan zondigen. Want ja, je moet wet prediken; je moet vertellen wat de mensen wel moeten doen en vooral wat ze niet mogen doen. Vooral dat laatste natuurlijk, want ja, anders kun je zonder wet niet opvoeden.

Nou, Paulus heeft het over een heel andere pedagogiek. Dat woordje wordt hier namelijk gebruikt. Ons woordje pedagogiek komt uit het Grieks, en dat betekent trainen of opvoeden. Dat is wat het is. Maar wat voedt nou op? Wel, de reddende genade Gods die verschenen is aan alle mensen, die voedt ons op. Niet de wet, maar de genade Gods. De wet voedt niet op; de wet is alleen maar een prikkel tot zonde. Romeinen 7 laat dat zien: het bekrachtigt de zonde. 1 Korinthe 15 zegt dat ook. Dat is wat de wet doet. Op het moment dat je zegt: "Dat mag je niet doen...", dan word je juist geprikkeld om het wel te doen. Van de wet worden mensen niet beter. Het gaat er ook niet om om een mens te verbeteren, maar God voedt een mens op door Zijn genade. Door de reddende genade die is verschenen aan alle mensen; die voedt op.

Waarom? Wel, wat gebeurt er dan? Zodat wij de goddeloosheid... Ik ga nu niet al te veel op al die begrippen in, want dat zou te ver voeren van het onderwerp, maar op een paar dingen wil ik toch wel gewezen hebben. Die genade Gods voedt op, zodat wij de goddeloosheid, de oneerbiedigheid en de wereldse begeerten verzaken. Alles wat er aan begeerten in de wereld leeft, vooral in negatieve zin hier uiteraard. "Verzaken", dat is wel een mooi woord voor wat genade doet. Het voedt op, zodat je deze dingen – de goddeloosheid en de wereldse begeerte die de wet misschien verbiedt maar juist daardoor aanwakkert – verzaakt. De genade Gods verbiedt het niet, maar die voedt een mens op zodat je het verzaakt. Het is niet interessant meer, want je vindt veel mooiers.

Genade laat namelijk zien wie God is. Ik hoorde ooit eens iemand zeggen – het was notabene een predikant; nou ja, ik hoorde het via-via – en die zei (met excuses als dit voor sommigen aanstoot geeft): "Als dat waar is, deze dingen die ik u nu vanmiddag voorhoud, dan had ik net zo goed op een boot met alle hoeren kunnen zitten." Waarmee hij veel zei over wat er in zijn hart leefde. Als u het mij vraagt, zegt dat niets over de boodschap; dat zegt iets over wat hij graag zou willen. Weet u wat nou zo mooi is? Als je de genade Gods leert kennen, dan leer je zien hoe geweldig Hij is. Niet een boeman, maar een Redder. De Schepper die geeft om Zijn schepsel en die een plan heeft.

Wat is het geweldig om Hem te kennen, om Hem te leren kennen, om Hem te dienen. En dan dien je Hem ook "om niet". Niet omdat er anders een straf op rust of omdat je er iets voor krijgt. Dat is niet om niet, dat is niet leven uit genade. Nee, je dient Hem omdat je Hem liefhebt, gewoon om wie Hij is. Namelijk omdat Hij een Redder is van alle mensen. Daarom. En al stond er helemaal niets tegenover, het loutere feit dat je Hem zo kent, dat is de motivatie. Dat is dus niet opgelegd. Dat is wat de wet is: de wet legt op, de wet eist. Genade legt niet op; genade geeft. Zij vraagt niet, zij geeft. En die genade verandert ons, transformeert ons, zodat we deze dingen verzaken.

Vervolgens gaan we bezadigd – letterlijk staat daar verstandig, je leert je verstand gebruiken – rechtvaardig en godvruchtig leven. Ik vind de tegenstelling geweldig. Aan de ene kant deze dingen verzaken, en aan de andere kant het alternatief: dat je verstandig, rechtvaardig en eerbiedig in deze aion gaat leven. Dan heb je een leven; geen bestaan meer, maar een léven. Dat is wat de genade Gods doet in een mensenleven. Zojuist had ik het over de omvang van Gods genade; die is zo groot. En die reddende genade Gods, die voedt op. Dit is het resultaat als je dat mag kennen en geloven.

Vervolgens: "verwachtende de zalige hoop". Letterlijk staat er dat we erop anticiperen, maar: "verwachtende de gelukkige hoop". De gelukkige verwachting, dat is wat we hebben. En dat is in dubbele zin het geval. Het is een gelukkige verwachting vanwege de inhoud: dat wat we verwachten is zo geweldig, daar hebben we geen idee van. Wereldomvattend, de hele schepping is daarbij ingesloten in heerlijkheid. Maar het is ook een gelukkige verwachting omdat die verwachting ons nu al gelukkig maakt. Dus in objectieve zin is dat wat we verwachten gelukkig, maar ook wat die verwachting nu in ons uitwerkt is gelukkig. Zalig. Ik hou er in dit geval ook van om het gewoon concreet te zeggen: het is een gelukkige verwachting, subjectief en objectief, in alle opzichten. De verwachtende, gelukkig hopende verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en onze Heiland, Christus Jezus.

Hij heeft Zich voor ons gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid en voor Zich te reinigen een eigen volk, vol ijver in goede werken. Ziet u wat er gebeurt en wiens werk dit is? Het gaat hier over Christus Jezus. Hij geeft Zich over. Met het oog waarop? Wel, om ons vrij te maken van elke ongerechtigheid. Dat is Zijn werk aan ons. En vervolgens: "voor Zich te reinigen". Dus Hij maakt vrij en Hij is het die reinigt en schoonmaakt. Waardoor anders dan door Zijn Woord, het waterbad van het Woord? Dat is Zijn werk aan ons. Wat een prachtige Bijbelse typen van Zijn werk als Hogepriester in het heiligdom. Wat dacht u van de Here Jezus die in de opperzaal ook de voeten waste en reinigde van de Zijnen? Dat zijn allemaal uitbeeldingen van wat hier zo in één vers beschreven wordt. Laat dat nu even voor wat het is, hoe mooi dat ook is, maar het gaat erom: het is Zijn werk. Het is Zijn werk, ook hier weer de genade Gods.

Sommige mensen zeggen: "Dat maakt luie genade", maar dat is niet waar. Genade werkt zoveel uit. Kijk maar naar de apostel Paulus. Hij was de grootste der zondaren en hij zegt dat Gods genade aan hem is verschenen. Hij zegt dat later ook in diezelfde eerste Timotheüsbrief: "Gods genade heeft hem overweldigd." En dat heeft hem compleet veranderd. Het heeft hem tot een apostel gemaakt die de blijde tijding van Gods genade overal heeft verteld. Iedereen moet het weten: Hij is je Redder. Hij is namelijk de Redder van allen, dus ook van jou. En als je gelooft, dan is Hij in het bijzonder jouw Redder. Het is dus hoop op hoop op hoop. Het wordt steeds meer. En dat is Gods genade. En die Christus Jezus waar we het over hebben? Hij gaf Zich ooit tot een losprijs voor allen, en nu geeft Hij Zich over voor de gelovigen om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid.

Korinthe 9: de Algenoegzaamheid van Gods Genade ↑ hoofdstukken

Ja, laten we nog naar een andere Schriftplaats gaan: 2 Korinthe 9. Een prachtig voorbeeld, als u het mij vraagt, van hoe algenoegzaam de genade van God is. Ik denk dat er geen vers is in de hele Bijbel waarin dat zo duidelijk naar voren wordt gebracht; het wemelt van de superlatieven, zoals dat heet. Nou, laten we het eens lezen. Want we hebben het over 'alleen genade'... Ja natuurlijk, het is inderdaad alleen genade. Waarom? Omdat die genade voorziet in alles.

Laat ik het lezen: "En God" – 'de God' staat er eigenlijk, de Ene namelijk – "is bij machte alle genade in u overvloedig te schenken." Over die God hebben we het. Bovendien niet mondjesmaat, maar overstromend, overvloedig. Laat ik verder lezen: "Opdat gij in alle opzichten, te allen tijde..." Ziet u hoeveel van zulke universele termen hier gebruikt worden? Alle genade, overvloedig, in alle opzichten, te allen tijde. Dus niet maar soms of in bepaalde opzichten, nee: in alle opzichten, te allen tijde.

Let op, het gaat nog steeds over Gods genade en wat Hij bij machte is te doen. Als we het nou hebben over de vraag: "Ja, wat kan ik nou? Wat kan ik voor Hem doen?" Als je daar een antwoord op gaat geven... Stel je voor, dan was ik heel anders begonnen, maar ik passeer die vraag gewoon. Laten we echter even een gedachte-experiment doen. Je stelt de vraag: wat zou jij, wat zou ik nou voor Hem kunnen doen? Dan ga je erover nadenken en dan word je bepaald bij je eigen onmacht. Zeker als je wat zelfkennis hebt en al de nodige teleurstellingen in het leven te verwerken hebt gehad, vooral als het ging om dat wat je van jezelf verwachtte en waar je vervolgens doorheen zakte. Je zegt dan: "Ja, wat kan ik voor Hem doen?" Nou, dat stelt niet bijster veel voor. Dat valt namelijk altijd tegen, wat jij kunt doen. Sommige mensen hebben misschien nog wat zelfvertrouwen, maar goed, ik zei al: als je inderdaad wat zelfkennis hebt gekregen, dan weet je ook: ach, ik ben inderdaad een mens, een zondaar, een doelmisser. En wat dacht u nou, dat God dat niet wist? Hij weet wat voor maaksel wij zijn.

Als je de vraag zo stelt, leidt dat altijd tot frustratie: "Wat kan ik voor Hem doen?" Maar als ik nou de vraag stel: "Wat denk jij dat God bij machte is te doen met jouw leven?" Daar denk je altijd te gering over. Het is namelijk altijd meer dan elk antwoord dat u of jij zou kunnen geven. Hij kan namelijk oneindig veel meer dan jij nu beseft.

Nou, dat is waar Paulus het hier over heeft. God is bij machte alle genade in u overvloedig te schenken, opdat gij in alle opzichten, te allen tijde, van alles genoegzaam voorzien – content met alles. Dat wil zeggen: je hebt alles wat je nodig hebt. En dat niet alleen, maar er staat bij: "in alle goed werk overvloedig moogt zijn". Let op: nog steeds is het onderwerp God, die dat bij machte is te doen in, aan en door ons. Wel, Hij doet dat: alle goed werk. Vandaar ook, omdat het Zijn werk is, zijn het ook goede werken. Goede werken zijn goede werken omdat het Zijn werk is door ons heen. Dan noemen we het 'puur om niet'.

Waaraan herken je goede werken? Wel, omdat je het helemaal niet doet om iets te verdienen of omdat er anders een dreiging wacht. Nee, je doet het gewoon om niet, omdat je van Hem houdt. Daarom. "In alle goed werk overvloedig moogt zijn." Ziet u? Het is een aaneenschakeling van allemaal – ik gebruikte net het woord superlatieven – van allemaal woorden die alles omvatten. Met recht hebben we ons verwonderd. En Hij bewerkt dat: alle goed werk, overvloedig. Ik ga nog één vers verder, want ik wil mijn punt heel duidelijk maken.

Korinthe 1: Christus Jezus Is Ons Alles Geworden ↑ hoofdstukken

Ik wil me niet op slechts één schriftplaats baseren; ik wil gewoon laten zien wat er staat geschreven, maar ik wil ook laten zien dat dit de teneur is in alle brieven. Nogmaals, ik beperk me vanmiddag alleen tot de brieven van de apostel Paulus, de apostel die speciaal ook voor ons nu dé apostel van de natiën is.

In 1 Korinthe 1 lees je dit, in de laatste twee verzen van dat hoofdstuk. Daar zegt Paulus: "Maar uit Hem is het dat gij in Christus Jezus zijt." Dat gaat hier over God; het is uit Hem. Dat "gij" is meervoud. Dat blijkt niet direct uit ons woordje "gij", maar in het Grieks staat hier een meervoud; dus eigenlijk "jullie". Maar uit Hem, uit God, is het dat jullie in Christus Jezus zijn. Uit wie? Uit Hem. Niet uit jezelf. Het is geen mensenwerk dat je in Hem bent; dat is uit Hem.

En waarom dat zo is? Dat blijkt vanzelf wel als we even verder lezen: "Uit Hem is het dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden..." Ik weet eigenlijk niet precies hoe de Statenvertaling het weergeeft, maar de wijze waarop het hier staat weergegeven, suggereert – nou, het suggereert niet alleen, er staat een dubbele punt en dan worden er vier dingen genoemd: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing. Maar de wijze waarop Paulus het naar voren brengt, is dat Hij ons geworden is: wijsheid. Hij is voor ons de wijsheid van God geworden. En waaruit bestaat die wijsheid? Het idee is dat gij in Christus Jezus bent, die ons van God wijsheid is geworden. En dan volgt de dubbele punt. Die dubbele punt hoort dus eigenlijk te staan na de wijsheid. Laat ik het zo zeggen: Hij is ons van God geworden: wijsheid. En waaruit bestaat die wijsheid? Nou, dan wordt er gesproken over rechtvaardigheid, heiliging en verlossing.

Christus Jezus is voor ons alles geworden. En dat is louter Zijn werk, want het is uit Hem dat wij in Christus Jezus zijn. Hij is de Godswijsheid, en waaruit bestaat dat? Uit rechtvaardigheid, heiliging en verlossing. Dat ziet op zowel het verleden, namelijk rechtvaardiging: wanneer we Hem geloven, dan heeft Hij ons gerechtvaardigd. In het heden is Hij het die ons heiligt. En vervolgens in de toekomst is Hij het die ons verlost. Wij verwachten de verlossing – hetzelfde woord, eigenlijk staat er de vrijkoping – van ons lichaam. Dat is nog steeds toekomst, want ons lichaam is nog steeds onverlost.

Het idee is dus dat Christus Jezus voor ons alles is en Hij voorziet in alles wat wij nodig hebben. Als we terugkijken naar het verleden, is Hij het die ons rechtvaardigt. Als we kijken naar het heden, dan is Hij het die ons heiligt. Hij maakt ons vrij, Hij reinigt ons, Hij stelt ons apart. Hij doet Zijn werk aan ons. Niet wanneer wij jakkeren en ons best doen, maar wanneer we opzien naar Hem en geloven wat Hij belooft, en zeggen: "Dank u wel." Dat is genade.

Verleden, heden en wat de toekomst betreft: daar kunnen we ook al niets aan doen. De verlossing van ons lichaam is uiteraard ook Zijn werk. Ik bedoel, als je eenmaal de laatste adem hebt uitgeblazen, wat kun je dan nog doen? Dan ben je helemaal afhankelijk van Hem. Maar God heeft gesproken en dus vervult Hij wat Hij belooft. Mochten we daar nog in leven zijn – waar ik even gemakshalve van uitga op het moment dat de Heer zal komen en de bazuin zal klinken – wel, dan verandert Hij ons, dan verlost Hij ons lichaam. Dat is allemaal Zijn werk. Die verlossing is Zijn werk, de heiliging is Zijn werk en de rechtvaardiging is Zijn werk. Wat is er van een mens bij? Helemaal niente, 0,0. Dus vandaar: genade alleen. Waarom? Omdat genade alles doet.

En waarom dat zo is? Paulus zegt: "...opdat het zij gelijk geschreven staat: wie roemt, roeme in de Here." Als je Hem alle eer wilt geven, laat Hem dan ook alles doen. Het is toch eigenlijk absurd, het hele idee dat wij daar een bepaalde bijdrage aan zouden kunnen leveren, of het nu aan dit of aan dat is? Nee, het is uit Hem dat wij in Christus Jezus zijn en dat Hij die Godswijsheid voor ons betekent. Hij voorziet in werkelijk alles. En dat betekent dus dat aan God alle eer toekomt. Wie roemt? Die roeme in de Here. Nou, dan is het laatste schriftgedeelte aan de beurt.

Efeze 2: Behouden Door Genade als Gods Maaksel ↑ hoofdstukken

Misschien mag ik dat nog met u lezen. Dan gaan we naar Efeze 2. Dat mag niet ontbreken op een middag als deze, en met een thema als dit is het niet moeilijk om schriftplaatsen in dit verband bij elkaar te sprokkelen. Maar dat deze geweldige waarheden zo duidelijk, zo klaar als een klontje, worden opgetekend en neergeschreven, dat verwarmt je hart. Het is niet alleen maar geweldig, het is niet alleen maar duidelijk, het is niet alleen maar logisch; het is bovendien zo fantastisch!

Want, zegt Paulus: door genade – daar hebben we het de hele middag over – door genade, vreugde die Hij om niet geeft, zijt gij behouden. Jullie zijn behouden; behoudenen eigenlijk. Door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God. Hier zien we ook weer dezelfde waarheid. Men heeft er vaak over gestoeid over de vraag wat dat nou precies betekent, een gave van God. Doet hij daarmee op dat geloof of op die behoudenis? Maar dat is een non-vraag als u het mij vraagt, en zeker vanuit de Griekse grammatica – ik ben helemaal geen expert, maar het is vrij eenvoudig te begrijpen. Hier staat een onzijdig woord voor 'een gave van God', en dat betekent dat het terugverwijst naar het geheel. In dit geval verwijst het naar zowel de behoudenis, die mannelijk is, als het geloof, dat vrouwelijk is. En als u deze uitleg niet helemaal volgt, maakt dat helemaal niets uit. In de Griekse grammatica is het volkomen helder: als hij zegt dat het een gave van God is, slaat dat zowel op die behoudenis als op het geloof. Je hoeft helemaal niet te kiezen; het is namelijk allemaal een gave van God.

En waarom het een gave van God is? Wel, dat maakt hij vervolgens ook weer duidelijk. Het punt is namelijk dat het allemaal Zijn gave is. Als je behouden bent, dan is dat Zijn gave, Zijn reddingsgave; dat is eigenlijk wat het is. En als je mag geloven, dan is dat Zijn gave. Maar dat had ik eigenlijk al min of meer aangegeven: als Hij je ogen daarvoor opent, als Hij je hart daarvoor opent, dan is dat een gave van God. En er staat bij: niet uit werken, opdat niemand roeme. Waarom? Op het moment dat er ook maar iets van een mens bij zou zijn, wat je eraan zou kunnen bijdragen of ervan zou kunnen afdoen, dan is de roem weg. Dan heb je eigen roem.

Zie daar de ellende van godsdienst en religie, waarbij men meent door werken – al is het maar door iets heel simpels – bij te kunnen dragen. Men zegt dan: je hoeft alleen maar te kiezen. Dat wil zeggen, God heeft alles gedaan, nu hoef jij alleen nog maar te kiezen. Dan krijg je de gedachte van: Hij heeft 99,99999% allemaal gedaan en ik heb alleen maar gekozen. Dat was mijn werk. Die anderen zijn zo dom, die doen dat niet, maar ik heb gekozen! Paulus zegt dat dit de consequentie is: dan is het geen gave van God meer, dan is het eigen werk. Nee, zegt Paulus, hij snijdt die pas volledig af. Het is een gave van God, het is niet uit uzelf – niets uit uzelf! Waarom niet? Wel, dan zou het namelijk een verdienste van ons zijn en dan zouden we dus aanleiding hebben tot roemen. En aangezien dat niet zo is, is het 'opdat niemand roeme', maar dat die roem zou zijn in de Heer.

En dan zegt Paulus vervolgens in vers 10: want Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen. Zijn werk! Om goede werken te doen, of 'op' goede werken. En wat zijn die goede werken? Dat zijn de werken die Hij van tevoren – de God – bereidt of prepareert. Hij maakt ons klaar, Hij maakt ons geschikt. Hij is de Pottenbakker, wij zijn Zijn maaksel. En Hij maakt ons zodanig dat Hij Zijn werk door ons doet; daarom zijn het goede werken. Als je het puur vanuit dit vers bekijkt en de vraag beantwoordt wat goede werken zijn, wel, dan zijn dat de werken die God tevoren bereid heeft. En waarom zijn het goede werken? Wel, omdat Hij ze tevoren bereid heeft. Zo simpel kan Bijbellezen zijn. Daarin mogen we wandelen, en alle roem is uitgesloten.

Dat betekent dus – en dat is het geweldige van zo'n boodschap over wat ik vanmiddag mag vertellen en wat u vervolgens op uw beurt ook weer mag doorgeven – dat de focus volledig op Hem gericht is. Je vraagt niets van een ander. God vraagt ook niets van ons; Hij geeft. Hij maakt je om niet blij, en dan val je op je knieën en dan zeg je: dank U wel. Want dat is wat genade is. Als je genade ontvangt, als je iets ontvangt om niet, wat zeg je dan? Dank U wel! Nou, dat is leven uit genade. Dat is een voortdurend: dank U wel. Niet bidden: 'Heer, wilt U me dat geven?', want Hij heeft alles al overvloedig gegeven. Of we daarin mogen wandelen? Dat is een leven dat Hem de eer geeft; alle roem aan Hem. Amen.

🎧 Genade Alleen?!
Delen: