GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

GB-conferentie ‘wegrukking’ 3/4

01-10-2023 - Geplaatst door Andre Piet
samenkomst 3 & 4 van de GB-conferentie 30 september 2023

De derde samenkomst van de GB-conferentie had als titel: ‘de wegrukking’: wanneer? Spreker: André Piet.

In de vierde en laatste samenkomst had Gerard Oudijn nog een belangrijke aanvulling op zijn eerdere toespraak. Daarna werd de  conferentie afgesloten.

Powered by RedCircle

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de vraag wanneer de wegrukking zal plaatsvinden aan de hand van vijf profetische aanwijzingen. De wegrukking is een haastige evacuatie uit de komende toorn, markeert het verdwijnen van de weerhouder en maakt de openbaring van de mens der wetteloosheid mogelijk. Daarnaast resulteert deze gebeurtenis, gesymboliseerd door de weggerukte mannelijke zoon, in een hemelse oorlog waarbij de tegenstander naar de aarde wordt geworpen. Uiteindelijk leidt deze evacuatie tot een definitieve machtsovername en de vestiging van het koninkrijk in de hemelen.

“Het is het startschot voor het openbaar worden van het koninkrijk, om te beginnen natuurlijk in de hemelen.”

Introductie: de Vraag Naar het 'wanneer' van de Wegrukking ↑ hoofdstukken

Ik hoop dat u weer enigszins bekomen bent van de vorige samenkomst, want dat was heftig. Ik ben trouwens blij dat elk vogeltje zingt zoals het gebekt is. De manier waarop Menno het naar voren heeft gebracht, ook inhoudelijk met de ernst en de urgentie zoals hij het zelf noemde, geeft zeer te denken. Indrukwekkend. Wij gaan nu verder met een item dat op een heel andere manier ook indrukwekkend is. Het is een vraag die ons natuurlijk enorm bezighoudt op een dag als vandaag, wanneer we het hebben over de wegrukking. Dat woordje 'aanstaande' geeft al aan dat het de vraag oproept: wanneer dan wel? Dan is het wel echt op heel korte termijn.

Ik ben gewend om op deze manier aan te geven op welke dag ik de Bijbelstudie geef. Hoe laat? Het is nu vijf over half drie. In Maarn, zonder mitsen en maren. Laten we het eens goed bespreken: wanneer je zo'n titel als 'Wanneer?' stelt, kun je dat op twee manieren aanvliegen. De eerste is: bij welke gelegenheid zal dat plaatsvinden? Menno heeft inmiddels wel heel erg duidelijk gemaakt dat dat toch wat minder massaal is – eufemistisch gezegd – dan men meestal wil laten geloven. Maar dat parkeer ik nu even. In elk geval is er de vraag bij welke gelegenheid, en daarmee bedoel ik: wanneer vindt dit plaats in de volgorde van gebeurtenissen? Gebeurt dit voordat dit of dat aan de orde is? Dan stel je de vraag op die manier en kun je hem ook zo beantwoorden.

Ik denk dat een heleboel mensen juist een ander antwoord zouden willen horen vanmiddag, wat ik niet ga geven, namelijk op welk tijdstip dat zal zijn. In welk jaar zal dat wezen? Overigens is daarover echt wel het een en ander aan zeer zinnigs te melden, maar dat is niet de route die ik vanmiddag wil aanvliegen. Misschien dat we nog een keertje een Bijbelstudiedag of een conferentie houden – want ik ben bang dat we toch echt nog een deel 2 gaan houden over ditzelfde onderwerp als we de tijd en gelegenheid hebben – en misschien dat het dan wel aan de orde komt. Dat wil zeggen: als we het hebben over de Bijbelse chronologie. Dan kun je het gaan hebben over welk jaar dat zal zijn, of welke datum. Bijvoorbeeld: op welke datum van de Hebreeuwse kalender zal dat vallen? Wanneer zou de dag van de bazuin zijn? Eigenlijk ligt op het moment dat ik de vraag zo stel een bepaald antwoord al erg voor de hand, waarmee ik overigens niet beweer dat het dus 1 Tishri zal zijn. Dat zeg ik niet, maar begrijpt u wat ik bedoel? 1 Tishri is de datum voor de dag van de bazuin op de Hebreeuwse kalender.

Dat zijn dus twee manieren om te antwoorden. Om het even schematisch te zeggen: als je een tijdpad uittekent van wat de Bijbel zegt over de toekomende parousia van de Heer, dan begint dat, zoals Gerard ook al heeft aangegeven, bij de wegrukking. Eigenlijk is dat het startschot van de parousia. Waarna vervolgens een periode van grote verdrukking zal plaatsvinden, die wordt beëindigd met de verschijning van de Messias op de Olijfberg, die bij die gelegenheid zal splijten. Dan breekt nog een periode aan van de dag van Gods toorn over de volkerenwereld, waarna uiteindelijk na verloop van x-tijd de duizend jaren aanvangen waarin satan zal zijn gebonden.

Op deze manier kun je dus aanduiden: het zal zijn na een periode van vrede en veiligheid – ik kom daar straks nog even op terug – maar voorafgaand aan de grote verdrukking zal die wegrukking plaatsvinden. Dan heb ik antwoord gegeven op de vraag 'wanneer'. Maar u wilde natuurlijk graag het jaartal of de datum weten. Die vraag is ook heel erg spannend, maar nogmaals: dat wil ik om meerdere redenen nu niet doen. Het gaat namelijk niet om de sensatie. Het grote gevaar daarvan is – ik spreek uit ervaring – dat op het moment dat je het op die manier bespreekt, er maar één ding wordt onthouden en dat is de datum of het jaartal. Men onthoudt dan niet meer waarop dat vanuit de Schriften is gebaseerd. Dus het loutere feit dat we het er niet over hebben, wil niet zeggen dat er helemaal niets over te melden valt. Maar eerst is het van belang: wat zegt de Bijbel nu eigenlijk over de hele setting?

Ik wil u vanmiddag, in de drie kwartier die mij gegeven zijn – door mezelf trouwens, ik heb het zelf gepland – vijf Bijbelse aanwijzingen presenteren voor de chronologische, de tijdrekenkundige zetting van de wegrukking. Eigenlijk heb ik het zojuist al even kort aangegeven, maar laat ik dat dan heel systematisch doen en uiteraard met de bijbehorende 'bonnetjes', de Bijbelse schriftplaatsen daarvoor.

Aanwijzing 1: een Haastige Evacuatie uit de Komende Toorn ↑ hoofdstukken

In de eerste plaats dit, en het kwam vanmorgen bij mijn introductie al even aan de orde, namelijk dat de wegrukking – zoals we dat dan noemen, of heel dikwijls de opname – een in veiligheid brengen is. Dat moet ik toch even toelichten, want het Griekse woord voor wegrukking is harpazo. Als je in een concordantie kijkt naar dat Griekse woord met zijn specifieke Strong-nummer, kun je heel gemakkelijk, ook zonder kennis van het Grieks, zien hoe dat bewuste woord in de Bijbel wordt gebruikt.

Het blijkt dat dit altijd duidt op een daad die met grote haast plaatsvindt. Denk bijvoorbeeld aan iets of iemand die uit het vuur gerukt wordt; in dat rukken of uitrukken zit een element van haast. Als de brandweer uitrukt, is er ook haast bij. Er zit trouwens ook een aspect van geweld in. Het wordt vaak gebruikt in de zin van roven of met geweld een prooi grijpen. Dat is niet iets wat lichtvaardig en in slow motion plaatsvindt; nee, het is inderdaad met geweld ergens uitrukken. Het was wel grappig, vanmorgen werd ik even aangesproken over de Entrückung, de Duitse naam daarvoor. In het Engels zeggen ze The Rapture, wat ook veelzeggend is, want daar zit de stam van het werkwoord to rape in, wat zelfs verkrachten betekent. Dat duidt aan dat de grondgedachte inderdaad die van het met geweld en met snelheid wegrukken of uitrukken is, in dit geval ook met de gedachte om in veiligheid te brengen.

Vandaar dat het woord 'opname', dat wij in het Nederlands daarvoor gebruiken, niet helemaal recht doet aan de betekenis. Je kunt natuurlijk ook met spoed in een ziekenhuis worden opgenomen, dat is waar, maar dat hoeft niet per se met die kracht te gebeuren. U begrijpt: de term 'wegrukking' geeft beter de urgentie, de kracht en het geweld aan. Ook de context van een noodsituatie en een crisis wordt daarmee heel goed weergegeven. Vandaar dus dat in de praktijk de wegrukking wordt beschreven als een evacuatie. Vandaar ook weer dat plaatje van de helikopter die mensen uit een hachelijke situatie in veiligheid brengt. Dat moet met grote snelheid en met haast geschieden.

Er zijn een aantal schriftplaatsen waarin ik dat wil laten zien. Gerrit zei het ook al: er is wat overlap, en dat heeft te maken met onze aanpak van verschillende vraagstellingen die we ons in de diverse spreekbeurten stellen. Dat betekent dat sommige Bijbelgedeelten verschillende keren aan de orde komen. Dus opnieuw komt nu 1 Thessalonicenzen 1 aan de orde, waarbij ik voorlees uit vers 9. Paulus schrijft daar over de Thessalonicenzen en blikt eigenlijk terug: "Want zelf verhalen zij van ons hoe wij bij u ontvangen zijn en hoe gij u van de afgoden tot God omgekeerd hebt om de levende en waarachtige God te dienen." En daar staat achter: "...en uit de hemelen Zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de doden opgewekt heeft, Jezus namelijk, die ons bergt vanuit de komende toorn."

Dat woordje 'bergen' heeft de betekenis van uitredden, beveiligen of in veiligheid brengen. Als wij de levende en waarachtige God dienen – dat is de ene kant hier op aarde – wat is dan onze verwachting? Wel, dat wij Zijn Zoon uit de hemelen verwachten. En wat doet Hij dan? Hij zal ons bergen. Niet als zelfstandig naamwoord, maar als werkwoord: Hij zal ons uitredden en in veiligheid brengen vanuit de komende toorn. Een soortgelijke term vind je ook in 2 Timotheüs 4 vers 17, waar wordt gesproken over uitredden – metaforisch trouwens – uit de muil van de leeuw. Dat geeft die enorme urgentie aan van een leeuw die een prooi te pakken heeft; als je dan in staat bent om ternauwernood en in grote haast iemand uit de muil van die leeuw te bevrijden, dan is dat dit woord: bergen, uitredden, beveiligen.

Hier is ook sprake van de komende toorn, waarmee gezegd is dat als de Zoon van God uit de hemel komt, Hij dat doet om ons te beveiligen en in veiligheid te brengen. De komende toorn dreigt als het ware los te barsten en net voordat dat inderdaad gaat aanbreken, worden we als gelovigen uit de komende toorn gered, uitgered. We zullen straks nog verschillende schriftplaatsen daarvan zien. In Openbaring 12 wordt gesproken over de tijd van de grote verdrukking, waarin een deel van Israël 1260 dagen in de woestijn veilig bewaard zal worden. Dan lees je dat de toorn van de draak, die op de aarde is geworpen, los zal barsten. Die toorn zullen wij, als gelovigen die daarvóór zijn weggevoerd en weggerukt, niet meemaken. Er is sprake van de toorn van de draak, de tegenstander die op de aarde is geworpen, maar er is ook sprake van de oordeelsgerichten van de twee getuigen die gedurende diezelfde 1260 dagen zullen optreden. Ook dan is er sprake van toorn. Wat Paulus vertelt in de Thessalonicenzenbrief is dat wanneer de Zoon van God komt, Zijn komst uit de hemel een heel specifiek doel heeft: ons evacueren en bergen vanuit de toorn die dan zal gaan aanvangen. Meestal denkt men trouwens alleen aan de toorn van God, maar dat is niet wat er zo specifiek staat. Ik zal het straks laten zien: het is juist ook de toorn van die draak, van de tegenstander, die dan als een briezende leeuw zal rondgaan.

Nog een tekst uit dezelfde brief die dat aangeeft, is 1 Thessalonicenzen 5 vers 8: "Maar laten wij, die de dag toebehoren, nuchter zijn, toegerust met het harnas van geloof en liefde en met de hoophelm van redding." In de voorafgaande verzen, in 1 Thessalonicenzen 4, had Paulus gesproken over die wegrukking. In hoofdstuk 5 zegt hij dat het niet nodig is om aan de gelovigen te vertellen over de tijden en gelegenheden, want hij had hen daar al eerder over verteld en zij wisten dat. Hij zegt: "Broeders, wij zijn niet in de duisternis, zodat die dag ons als een dief zou overvallen." Dat heeft alles te maken met het onderwerp van de vorige samenkomst: dat men de dingen vermengt en niet meer specifiek kan benoemen omdat men heel de Schrift gemixt heeft, waardoor je er niets meer van begrijpt. Een van de dingen die heel dikwijls geleerd worden, is: "Je kunt nooit weten wanneer de Heer zal komen, laat staan wanneer die wegrukking zal plaatsvinden. Dat kun je niet weten, want er staat geschreven dat Hij komt als een dief in de nacht." Dat klopt, maar het is een halve waarheid en daarmee een hele leugen – of erger dan dat. Omdat een deel ervan wel klopt, word je op het verkeerde been gezet en trek je de verkeerde conclusie. Paulus zegt nu juist dat die dag ons niet als een dief zal overvallen.

Het hoeft ons niet te overvallen als een dief in de nacht. Waarom niet? Wel, wij zijn van de dag, wij leven in het licht. Wij zullen straks weten hoe laat het is. Het is nu niet specifiek waar ik dieper op in wil gaan, maar de Bijbel spreekt nu eenmaal over een periode van vrede. Men zal zeggen — dat is vers 1 of 2 van ditzelfde hoofdstuk — men zal zeggen: "Vrede, vrede." En als iedereen dat roept, en er komt straks weer een tempel daar in Jeruzalem, hoe lang zal het dan nog duren?

Geen idee, maar we houden het natuurlijk in de gaten. Trouwens, dat kan je dan ook niet ontgaan. Er zijn bepaalde dingen die gaan gebeuren en men zal roepen: "Vrede, vrede." Op het moment dat men dat zal zeggen, zeker ook in verband met het Midden-Oosten en Jeruzalem, dan weten we: dan gaan we echt aftellen. En dan gaan we hier hopelijk nog eens een conferentie houden met als thema: "Hoe lang nog?"

Nou ja, we lachen er nu om, maar ik meen dit eigenlijk heel serieus. Dan wordt het echt aftellen. Want als men dan zal zeggen: "Vrede, vrede" — dat is nog niet wat men nu roept, helemaal niet. Maar er komt een situatie dat men zal zeggen: "Vrede, vrede", en terwijl iedereen dan idolaat is over de situatie en dat zelfs misschien als Messiaanse periode zal aanmerken, juist dan weten we: nu gaan er inderdaad dramatische dingen gebeuren, tenminste voor de wereld. Maar juist dan weten wij: Zijn komst gaat nu plaatsvinden en die wegrukking gaat nu binnenkort gebeuren.

Oké, nuchter als bij de dag en met die hoophelm van redding. Ja, hoezo van redding? Wel, Hij komt om ons te redden en te bergen uit die komende toorn. Er staat bij: "Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging van redding door onze Heer Jezus Christus." Hoezo redding? Nou, Hij komt om ons te redden uit die toekomende toorn. Dus dat is helemaal het idee; vandaar ook dat er sprake is van een wegrukking. Dat is een hele ter zake doende term en dat woord geeft precies de urgentie en de noodzaak van redding aan.

Aanwijzing 2: de Verwijdering van de Weerhouder en de Apostasia ↑ hoofdstukken

Oké, tweede punt. De wegrukking gaat namelijk vooraf aan de openbaring van de mens der wetteloosheid. Dat is trouwens niet het onderwerp in de eerste brief aan de Thessalonicenzen, maar wel in de tweede brief. In het tweede hoofdstuk gaat Paulus daar dieper op in. Ik geef even een paar dingetjes vooraf ter overweging. De mens der wetteloosheid zal zich straks gaan manifesteren in Jeruzalem. Hij zal zich in de tempel van God zetten, maar dat kan nog niet gebeuren, want er is iets en iemand die hem daarvan weerhoudt, die hem vasthoudt en tegenhoudt.

Paulus betoogt dat die manifestatie van de mens der wetteloosheid gaat komen. De Bijbel zegt daar elders over dat er weer een tempel zal komen op het tempelplein in Jeruzalem en dat de offerdienst, de Joodse eredienst, zal worden hervat. Maar die zal plotseling worden afgebroken en in plaats daarvan zal er een gruwel, een afgodsbeeld, in die tempel gezet worden. Dat is het moment waarop de mens der wetteloosheid zich in de tempel van God zal zetten. Maar hij kan niet komen, hij kan zich nog niet manifesteren, want het wacht op het moment dat de weerhouder, de vasthouder, de tegenhouder, uit het midden zal worden weggenomen of zal verdwijnen.

Laat ik dat even... oh, ik zie dat ik een foutje heb gemaakt, dat zou ik thuis nog even corrigeren. Er staat hier 1 Thessalonicenzen 2 op de dia, maar dat moet uiteraard 2 Thessalonicenzen 2 zijn. Nuchter hè? En waakzaam. Maar dan zegt Paulus dit: "Laat niemand u misleiden." Paulus reageert daar op een bewering die in Thessalonika rondzong, namelijk dat die dag reeds begonnen zou zijn, dat die dag reeds aanwezig was. Alsof de dag van de Heer reeds tegenwoordig zou zijn; dat staat in hoofdstuk 2 vers 2.

Paulus reageert daarop: dat kan helemaal niet. Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook. Want eerst moet de afstandneming komen. U ziet dat ik het hier gecursiveerd heb, want dat is niet het woord dat u meestal in uw vertaling aantreft. Meestal staat daar 'de afval', het woordje apostasia. Dat is trouwens ook een Engels woord geworden, maar apostasia betekent letterlijk 'het afstand nemen van'. Dat kan de betekenis hebben van bijvoorbeeld afstand nemen van Mozes, zoals het ook wordt uitgelegd in het boek Handelingen. Maar het kan allerlei dingen betekenen; ook als werkwoord betekent het letterlijk afstand nemen, dus gewoon vertrekken. Idiomatisch wordt het dan ook weergegeven als weggaan of verlaten. Laten we het woord dus gewoon even letterlijk nemen zoals het zich aandient.

Eerst moet de afstandneming komen, de apostasia, en dan moet de mens der wetteloosheid zich openbaren. Dat is hij namelijk: de zoon van het verderf. Hij heeft verschillende namen, hij heet ook de tegenstander. En wat doet hij? Hij verheft zich tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in wat dan de tempel van God zal heten neerzet op de heilige plaats: Jeruzalem. De Heer Jezus heeft het daar ook over in de rede die Hij hield op de Olijfberg. Hij zegt: "Wanneer je dan de gruwel van de verwoesting ziet staan, dat afgodsbeeld op de heilige plaats waarover Daniël de profeet gesproken heeft — wie het leest, geve er acht op." Op dat moment wordt het afgodsbeeld daar op het tempelplein neergezet en laat die mens der wetteloosheid zien: "Ik ben God." Zo staat het er ook, hè? Zodat hij zich in de tempel van God zet om aan zich te laten zien dat hij een God is. Dat is dus die gruwel van de verwoesting.

Dan sla ik even één vers over en komen we in vers 6 terecht. Dan zegt Paulus: "En je weet thans wel wat hem weerhoudt." Die mens der wetteloosheid dus, die straks in Jeruzalem zal gaan optreden. Wat er verder allemaal nog over zijn identiteit valt te melden — dat hij staat als het hoofd van een rijk met tien landen, et cetera — laten we dat nu even voor wat het is. Het gaat erom dat hij een mens der wetteloosheid is en zo heet hij ook omdat hij zich in de tempel van God zal zetten. Maar er is iets wat hem weerhoudt. Paulus zegt tegen die Thessalonicenzen: "Dat weten jullie nu wel, hè? Je weet nu al wat hem weerhoudt, totdat hij zich openbaart op zijn tijd." Hij kan er nog niet zijn, want er is iets wat hem tegenhoudt.

Want, zegt Paulus, het geheim van de wetteloosheid is reeds in werking. Wacht slechts totdat hij... Dat wil zeggen: in het geheim, in het geniep, mag de aanloop weliswaar al aan de gang zijn, maar het wacht slechts totdat hij... Eerst was het een 'wat' — er is iets — en hier is het een 'hij'. Wacht slechts totdat hij die op het ogenblik nog weerhoudt, uit het midden zal worden verwijderd. Dat woordje 'verwijderd' staat niet letterlijk in de grondtekst, maar de context suggereert het, want hij komt namelijk 'uit het midden'. Hij bevindt zich in het midden, maar daar komt hij uit, dus dat is een verwijdering. Hij wordt dus tegengehouden. Die mens, de wetteloze, wordt tegengehouden en hij kan nog niet verschijnen want er is een weerhouder.

En wat is dat dan? Nou, Paulus schreef dit hele hoofdstuk naar aanleiding van een bewering dat de dag des Heren al zou zijn aangebroken. Maar hij zegt: "Ja, maar wacht even, wij zullen eerst ook toevergaderd worden tot Hem." Kijk maar in vers 1, daar lees je dat Paulus dat zegt: "Met het oog op onze toevergadering tot Hem schrijf ik jullie dit." Die mens der wetteloosheid kan niet komen, want eerst moet er nog een afstandneming zijn en die weerhouder die hem tegenhoudt moet worden verwijderd. Die zal worden weggerukt — dat is het woord uit de eerste brief.

Ik geloof dus inderdaad dat die apostasia niet een 'afval' is. Dat zou het kunnen zijn, maar door het te vertalen met afval vul je het meteen in. Het gaat erom dat het een afstandneming is, en in de hele context van wat Paulus vertelt, gaat het juist over die ecclesia die afstand zal nemen. En waarom? Wel, omdat ze wordt weggerukt. Op het moment dat ze is weggerukt, ja, dan kan de mens der wetteloosheid verschijnen. Dat betekent dus dat die ecclesia — dat is in feite ook een 'hij', het lichaam van Christus — moet worden verwijderd. En als dat is verwijderd, wel, dan krijgt de mens der wetteloosheid vrij spel en dan zal hij kunnen optreden.

Oké, dat was het tweede punt. Ik geef toe, het is een beetje kort door de bocht. Ik heb hier ooit eens een heel seizoen, een groot aantal avonden, aan deze hele kwestie gewijd. Dus ik vind dat ik nu al... maar goed, aan de andere kant is het wel nuttig om enigszins systematisch in drie kwartier alles even puntsgewijs neer te zetten.

Aanwijzing 3: de Wegrukking van de Mannelijke Zoon in Openbaring 12 ↑ hoofdstukken

En dan komen we bij het derde item, de derde reden, die antwoord geeft op de vraag naar het 'wanneer'. De wegrukking in 1 Thessalonicenzen 4 vers 17, waarover we het al hebben — wij zullen worden weggerukt, de Heer tegemoet — die komt overeen met die van de mannelijke zoon in Openbaring 12 vers 5. Hier hebben we weer een stukje overlap met vanmorgen, want Gerrit had het hier ook al even over. Maar dat is geen punt, want hoe leren we dingen ook alweer het beste? Juist door het even te herhalen en het ook eens een keer van een ander te horen.

In Openbaring 12 symboliseert die vrouw het gelovige volk van Israël. Ze wordt geassocieerd met de zon, de maan en de twaalf sterren. Het is een volk; het is dus niet de maagd Maria, zoals de rooms-katholieke uitleg wil. Trouwens, die hele beschrijving klopt daarvoor niet. Het is een teken dat Johannes ziet in de hemel en die vrouw stelt een volk voor. Ik moet erbij zeggen: de zoon die zij voortbrengt, stelt ook een volk voor. Weliswaar wordt dat in Openbaring 12 niet direct uitgelegd — daarvoor moet je eigenlijk bij Paulus wezen — maar zij brengt een mannelijke zoon voort. En wie is dat? Gerrit gaf het ook al even aan: dat is de Christus. Dat is Hij die in de Psalmen al was voorzegd, die de heidennatiën zou hoeden met een ijzeren staf of een ijzeren scepter. Die vrouw brengt dus een zoon voort en dat is de Christus, maar dan inclusief Zijn lichaam.

Waarom? Wel, je leest dat die mannelijke zoon wordt weggerukt. Die draak heeft het namelijk gemunt op die mannelijke zoon. Het wordt een teken genoemd en in beeld beschreven, maar het is wel heel duidelijk: die vrouw wordt bedreigd vanwege die mannelijke zoon die zij zou voortbrengen. En op het moment dat die mannelijke zoon is voortgebracht, is geboren — eerst het Hoofd, dan het lichaam — dan wordt die zoon weggerukt tot God en Zijn troon. Dat gaat niet over de hemelvaart. Dat was destijds vanaf de Olijfberg helemaal geen wegrukking. Bovendien past wat er vervolgens gebeurde ook niet in deze beschrijving. Die vrouw is een volk en die mannelijke zoon is een volk, namelijk de Christus: Hoofd en lichaam. Wanneer dat alles compleet is, dan wordt die mannelijke zoon weggerukt tot God en Zijn troon. En dan lees je dat de vrouw vervolgens ook met haast vlucht naar de woestijn, naar haar onderduikadres.

Laten we het maar eens lezen in Openbaring 12 vers 4. Daar staat: "en de draak stond voor de vrouw, die baren zou, om, zodra zij haar kind gebaard had, dit te verslinden. En zij baarde een zoon, mannelijk..." Dat wil zeggen: bestemd voor de troon en voor de heerschappij. Want dat is een mannelijke functie — ik zeg niet dat vrouwen dat niet mogen, maar het is een mannelijke functie. Heerschappij heeft in feite met een 'heerschap' te maken. "Zij baarde een zoon, mannelijk, die alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf." Dat is de Christus dus. "En haar kind werd weggerukt naar God en Zijn troon."

Het woord dat hier gebruikt wordt, 'weggerukt', is exact hetzelfde woord als wat Paulus gebruikte in 1 Thessalonicenzen 4. Wat is het belang daarvan? Wel, in beide gevallen hebben we het over dezelfde gebeurtenis: ook een evacuatie, ook een daad met grote kracht die met urgentie moet worden uitgevoerd. We zien hier ook de reden waarom die mannelijke zoon wordt weggerukt: voor een bestaand gevaar, maar ook omdat die mannelijke zoon een belangrijke functie daarboven gaat krijgen, bij God en Zijn troon. Naar boven dus.

En dan lees je: "En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid." Dat is trouwens wel opmerkelijk. Laat ik eerst even de zin helemaal aflezen: "En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft door God bereid, opdat zij haar daar 1260 dagen zouden onderhouden." Het staat hier echt in het meervoud: "zouden onderhouden". Waarom dat in het meervoud staat, laat ik even als vraag liggen. Maar in ieder geval: die mannelijke zoon wordt weggerukt. Waarom? Wel, er gaat iets heel heftigs gebeuren, want op het moment dat dat gebeurt, gaat die vrouw vluchten naar de woestijn en daar heeft zij een plek die door God bereid is.

Ergens daar in het zuiden van Israël, zo weten wij uit andere gegevens, in het gebied van Edom. Als je het mij vraagt, heeft dat te maken met de rotsstad Petra. Maar goed, daar is een locatie waar zij gewoon bewaard zal worden, waar ze in veiligheid gebracht wordt voor een periode die heel duidelijk gelimiteerd is: 1260 dagen. Dat wordt verschillende keren anders benoemd: tijd, tijden en een halve tijd. Eén tijd, twee tijden en een halve tijd; één jaar, twee jaren en een half jaar. Drieënhalf jaar, oftewel 42 maanden. Je kunt het op verschillende manieren benoemen, maar de termijn is gelijk. En die vrouw wordt daar dus gedurende die tijd bewaard.

In die 1260 dagen zal er trouwens een hele heftige verdrukking plaatsvinden in het land, in het Joodse land. Want als die gruwel van de verwoesting zal worden opgericht en dat afgodsbeeld daar wordt neergezet, dan lees je dat er een enorme verdrukking zal zijn in het land, zoals er nooit geweest is en ook nooit meer wezen zal. In die tijd zullen trouwens in Jeruzalem, in het hol van de leeuw, twee getuigen optreden en daar ook tekenen doen. Het is dus een hele heftige tijd. Maar in die tijd zal een volk bewaard worden, zij die tijdig gevlucht zijn, en die zullen bewaard worden daar in de woestijn.

Terwijl ik nu spreek, denk ik: ja, ik refereer nu aan nogal wat verschillende Schriftplaatsen die ik nu niet allemaal kan vermelden, maar ik hoop dat u het enigszins oppakt. In ieder geval is het duidelijk: die mannelijke zoon wordt weggerukt. Vervolgens vlucht die vrouw, die moeder, naar de woestijn en gedurende 1260 dagen wordt ze daar bewaard. Waarmee dus gezegd is dat niet alleen die mannelijke zoon in veiligheid is gebracht, maar ook die vrouw in veiligheid is gebracht. Zo sterk zelfs dat ze niet te bereiken is. Je leest later — we zullen het straks ook zien — dat de draak haar probeert te grijpen en alsnog te verslinden. Maar wat hij ook doet, ze is in veilige handen en er gebeurt haar niets. Dat is geweldig.

Oké, we komen bij het vierde punt.

Aanwijzing 4: het Optreden van Aartsengel Michaël en de Oorlog in de Hemel ↑ hoofdstukken

Ook dat werd al even aangestipt vanmorgen, namelijk toen we het hadden over de overste van de engelen, of eigenlijk de aartsengel. De wegrukking markeert het begin van het optreden van de aartsengel Michaël. Dat moet ik wel even toelichten. Want u leest dat de bazuin zal klinken – 1 Thessalonicenzen 4 – en dan zullen de doden opstaan op het teken, het signaal van de aartsengel. En weet u, er is maar één engel die voor die term in aanmerking komt; er is maar één aartsengel en dat is Michaël.

Van die engel lezen we trouwens dat hij een speciale relatie heeft met het Joodse volk; 'uw vorst' wordt hij genoemd ten aanzien van Israël. Michaël, de aartsengel, zal volgens Daniël 12 vers 1 gaan optreden wanneer Israëls grote benauwdheid aanbreekt. Ik houd het even bij deze schriftverwijzing, want we gaan nu niet helemaal naar Daniël 12 toe. Maar kijk maar: als de tijd van benauwdheid voor het Joodse volk aanbreekt, dan zal Michaël opstaan en gaan optreden. Dat valt samen met het moment dat Michaël in actie komt; dat is tevens hetzelfde moment waarop ook de wegrukking plaatsvindt. Want dat zal zijn bij het teken van de aartsengel.

Waarom wijs ik daar nu op? Wel, laten we weer even teruggaan naar Openbaring 12. Want wat lees je? We zagen al die vrouw, die zwangere vrouw die een mannelijke zoon baart. Die mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon. Vervolgens vlucht die vrouw naar de woestijn, waar ze 1260 dagen wordt bewaard. In Openbaring 12 vers 7 lees je dat nadat die mannelijke zoon is weggerukt, er oorlog kwam in de hemel. Michaël, 'uw vorst', is die engel die speciaal ook een relatie heeft met de bescherming van het Joodse volk. Michaël – wiens naam betekent: 'wie is als God?' – en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak. En ook de draak en zijn engelen voerden oorlog. Ja, want dat is wederzijds hè? Als de één oorlog voert, dan voert de ander ook oorlog.

Dat heeft alles te maken met het feit dat die mannelijke zoon was weggerukt tot God en Zijn troon. Dan ontstaat er een conflict, want wie heeft het dan voor het zeggen? Tot op de dag van vandaag heeft de draak – de duivel, de satan, de diabolos, hij heeft allerlei namen – de macht. In Openbaring 12 vers 9 wordt hij ook met die verschillende namen aangeduid. Die tegenstander is daar nog steeds in de hemel. Op het moment dat de mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon, ontstaat er oorlog. Dan lees je dat ook de draak en zijn engelen oorlog voerden, maar hij – de draak, de satanas, de diabolos – kon geen stand houden en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. Met andere woorden: de plaats die hij daar tot op de dag van vandaag heeft, verliest hij.

Je leest toch ook bijvoorbeeld in Efeze dat we niet hebben te vechten tegen vlees en bloed, maar tegen overheden en machten te midden van de hemelsen. Dáár dus. Maar op het moment dat de mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon, dan ontstaat er oorlog. Wat er gebeurt, is dat de draak zijn positie verliest met al zijn gevolg, zijn personeel of hoe dat ook heten mag. Die zullen allemaal naar beneden worden... wat heeft het Nederlands toch een hoop synoniemen, ik hoorde er wel zes of zeven voorbij komen. Hij wordt naar beneden 'geduveld'. Die vind ik het mooiste: dat werkwoord is speciaal daarvoor, duvelen. Je kunt ook nog beduvelen, maar dat is wat hij zelf doet natuurlijk. In ieder geval werd hun plaats in de hemel niet meer gevonden.

Er staat bij: 'en de grote draak werd op de aarde geworpen'. Aha, dus die mannelijke zoon gaat omhoog naar God en Zijn troon, er komt oorlog, met als gevolg dat de draak zijn positie moet prijsgeven. Hij werd op de aarde geworpen. Hoe wordt hij genoemd? De oude slang, die genaamd wordt duivel, diabolos – de door-elkaar-gooier, de duvel dus; ons woord duivel komt gewoon van diabolos. De Satan, dat is de Hebreeuwse naam, de tegenstander die de hele wereld verleidt. Ik denk trouwens ook dat dit vooral profetisch is; op het moment dat hij op de aarde geworpen wordt, dan gaat hij heel actief worden. U zegt: 'Is hij dat nu dan niet?' Jawel, maar dan wordt het helemaal erg, dan gaat hij ook echt heel boos worden. De Satan die de hele wereld verleidt, werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem. Heel zijn gevolg dus.

Dat betekent dat er vanaf dat moment een grote schoonmaak gehouden zal zijn, als ik het zo mag zeggen, daar in de hemel. Alle heerschappij is dan in de hemel gevestigd. Ik weet niet of u er wel eens zo bij stilgestaan hebt, maar feitelijk – en dat wil ik bij dezen nog graag ondersteunen, want Gerrit had het er vanmorgen ook over – gaat de mannelijke zoon geëvacueerd worden. Maar dat is niet alleen maar zodat we die vreselijke tijd niet hoeven mee te maken. Het idee is niet enkel om hen te vrijwaren van de gevaren, want ik zal u vertellen: er zijn vele gelovigen die dat dan wel zullen moeten meemaken. En trouwens, er is ook een volk, Israël. De Heer hoeft ons echt niet per se weg te rukken om ons te beveiligen, want die vrouw wordt ook bewaard in de woestijn zonder dat ze kleerscheuren oploopt. Begrijpt u? Die evacuatie, die wegrukking, is juist ook omdat zij een taak hebben in de eerste plaats op Gods troon.

Wat daar gebeurt, is dat de heerschappij wordt gevestigd. Tot op de dag van vandaag is dat niet aan de orde. Eerst begint het Koninkrijk in de hemelen en vervolgens wordt het uitgebreid op de aarde. Dat zal dan ook het gebed zijn zoals het in het besnijdenis-evangelie klinkt: 'Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.' Ja, Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde. Dan gaat Gods wil geschieden in de hemel. Waarom? Wel, de draak en alles wat daar is, al die boze machten in de hemelse gewesten, zullen plaats hebben moeten maken. Zij zijn in feite onze rivalen als wij naar boven gaan. Ik zeg 'wij' gewoon; ik bedoel de gelovigen van het lichaam van Christus. Als wij naar boven gaan, gaan zij naar beneden. Het is noodzakelijk; het is het een of het ander. Waarom gaan we dan naar boven? Omdat dan het Koninkrijk gaat beginnen. Die evacuatie dient dus echt dat doel.

Om nog even één ding hierover te zeggen: als die Satan op de aarde wordt geworpen, wat gaat hij dan doen? Dan lees je dat hij briezend is. Kijk maar na in Openbaring 12, want een grote toorn ontsteekt hij dan en dan gaat hij naar de vrouw omdat hij haar wil beschadigen en geweld wil aandoen. Hij doet ook allerlei pogingen, lees je, maar zonder succes gedurende 'een tijd, tijden en een halve tijd'. Ziet u dat op het moment dat de draak dus uit de hemel wordt geworpen, je een vreselijke situatie krijgt hier op aarde? In ieder geval in de eerste plaats in verband met het volk van Israël en die grote verdrukking. Openbaring 12 gaat erover, maar u begrijpt dat een heel groot gedeelte van het boek Openbaring juist over die tijd gaat. Openbaring 11 ook, over die twee getuigen die op het tempelplein optreden, ook 1260 dagen lang. In diezelfde periode is dat. En dan nu het laatste punt wat ik nog naar voren wil brengen.

Aanwijzing 5: Machtsovername en Vestiging van het Koninkrijk in de Hemel ↑ hoofdstukken

En dat geeft ook antwoord op de vraag: wanneer dan wel? Welnu, de wegrukking betekent dus een machtsovername in de hemel. Christus – dat wil zeggen dé Christus, inclusief zijn lichaam, hoofd en lichaam, want dat hoort bij elkaar. Het hoofd is niet compleet zonder zijn lichaam. Wanneer zij hun plaats hebben ingenomen daar op de troon van God... onvoorstelbaar, hè?

Ik kan het niet nalaten om het toch even terzijde op te merken, maar dan zitten we hier zo bij elkaar als gezelschap en wat stellen wij nou voor? Wij zijn bestemd voor de troon! Paulus zegt dan: "Weten jullie dat dan niet?" Ja, dat gaat God van ons maken. Als Hij je roept, dan gaat Hij ook wat van ons maken. Op basis van onze ervaring vind ik het vaak niet veel soep – sorry, dat bedoel ik niet persoonlijk, maar gewoon als totaal. Ik weet zeker dat jullie dat ook wel eens denken: "Goh, moeten we daar de oorlog mee winnen?" En dan zeg ik: Jazeker!

Dat zeg ik ter bemoediging. Wat dacht u van dat gezelschap dat ooit bij David zat in de grot van Adullam? Dat waren ook allemaal eigenlijk luizigen. Moesten ze daar de oorlog mee winnen? Maar al die mensen die inderdaad bij David waren in het verborgene, toen David tot koning gezalfd was maar nog niet op de troon zat, vormden daar een gezelschap om hem heen. Een uitvaagsel, jawel. En weet u wat het mooie is? Op het moment dat hij koning werd, kregen zij allemaal een plaats in de heerschappij en een erfdeel of een lotsdeel toebedeeld. Waar hebben ze dat nou aan verdiend? Antwoord: dat hebben ze niet verdiend. Ze hebben het gekregen, als een lot uit de loterij.

Dus ja, God roept geen bekwamen, Hij bekwaamt de geroepenen. En als Hij je roept, dan ben je een eersteling. Is dat een verdienste? Welnee, de rest volgt ook. Dat je een eersteling bent, betekent gewoon dat je kampioen bent. Dat is altijd zo als je de eerste bent. Maar niet omdat wij een prestatie hebben geleverd, maar gewoon omdat we het eerste 'gevangen' zijn. Ik kom uit Katwijk en ik denk nu even aan de eerste haringen. Dat eerste vaatje is altijd het duurste natuurlijk, snapt u?

Welnu, de eersteling, Christus inclusief zijn lichaam dus, wordt weggerukt tot God en zijn troon. Waarom? Om de heerschappij eerst te vestigen in de hemel. Daarom staat er ook in Openbaring 12 dat op het moment dat die draak met zijn gevolg op de aarde zal zijn geworpen, een luide stem in de hemel zegt: "Nu geschiedt de redding en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Christus." Want de aanklager van onze broeders – speciaal ook Israël – die is uitgeworpen. Hij is uit de hemel geworpen of neergeworpen op de aarde. In ieder geval is hij niet meer in de hemel. Daarmee is het koninkrijk gevestigd in de hemel.

Vandaar dus die evacuatie naar God en zijn troon. En vandaar ook dat, als dat eenmaal gebeurd zal zijn, men "halleluja" zal roepen in de hemel, reken maar! Nu geschiedt de redding en de kracht en het koningschap van onze God, want nu gaat dat koninkrijk uitgebreid worden. Die draak komt op aarde terecht, maar dat is ook maar voor korte tijd. Want nog een paar jaar later, bij het begin van de duizend jaren, leest u dat die draak nog een etage lager gaat. Dan wordt hij in de put, in de afgrond geworpen en die wordt afgesloten. No escape. Dan gaat hij nog een etage lager. Opgeruimd staat netjes, zeggen we dan.

Ik heb hier nog een paar schemaatjes voor de mensen die beeldgeoriënteerd zijn. Hier heb ik nog even voor de duidelijkheid het idee: de Ecclesia wordt geëvacueerd, dat is wat de wegrukking is. Dat wil zeggen: bestemd voor Gods troon. Dan volgt dat signaal, dat teken van Michaël. Wat doet hij? Hij gaat het opnemen voor het volk Israël, hij voert oorlog en Satan wordt uit de hemel geworpen. Een grote toorn zal dan losbreken en gedurende een periode van 1260 dagen wordt Israël bewaard in de woestijn, een overblijfsel daar. Aan het einde van die periode, dat is ook de tijd dat die twee getuigen optreden, zal de Heer verschijnen op de Olijfberg, die dan zal scheuren. Dan ontstaat er trouwens opnieuw een vluchtweg, ook weer richting de woestijn. Maar daarover gaan we het nu verder niet hebben.

Ik wilde het even in perspectief plaatsen: hoezo die wegrukking, wanneer zal dat zijn en waarom dan wel? Ik hoop dat u begrijpt dat er logica zit in die evacuatie. Een heleboel mensen – en dat is het laatste wat ik erover wil zeggen – denken echt dat de Heer ons weghaalt zodat we gelukkig niet door de grote verdrukking hoeven. Ja, maar wacht even: dat is niet alleen maar omdat wij geen verdrukking zouden hebben. Het is omdat we een taak hebben, een uiterst belangrijke taak. Het is het startschot voor het openbaar worden van het koninkrijk, om te beginnen natuurlijk in de hemelen. Daar volgt nog een heleboel op, maar ik stel voor dat we het hier even bij laten.

🎧 GB conferentie 'wegrukking' 3: André
Delen: