de goede strijd
26-02-2017 - Geplaatst door Andre PietPresentatie van samenkomst gehouden te Zoetermeer op zondag 26 februari 2017
Vooral in Paulus’ brieven vinden we dikwijls de metafoor van strijd. Oorlog, wapens, (mede)soldaat en dergelijke. Staan op en voor “het geloof van het goede bericht”, betekent in een vijandige omgeving per definitie conflict. Dat hoort er niet alleen bij, het is zelfs genade om ten behoeve daarvan kwaad te lijden.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie op de Goede Strijd
- De Voortreffelijke Strijd van het Geloof
- Een Voltooide Loopbaan in Contrast met Onze Tijd
- Kwaad Lijden als een Ideaal Soldaat
- De Genade Om voor Christus te Lijden
- De Ecclesia als Geestelijke Kazerne
- Standhouden met de Wapenrusting van God
- Geestelijke Wapens en het Neerhalen van Bolwerken
Introductie op de Goede Strijd ↑ hoofdstukken
Ik wil u vanmorgen, vrienden, eens meenemen naar een onderwerp – ik kondigde het zojuist al even aan en had het trouwens ook al op de website vermeld – u ziet het hier achter mij: de goede strijd. Het plaatje dat u daaronder ziet, doet direct denken aan strijd, maar of dat de goede strijd is, is natuurlijk nog maar de vraag. In ieder geval is het niet de strijd waar Paulus het over heeft. Laat ik dat er meteen al eventjes bij zeggen.
Deze uitdrukking komen we een paar keer tegen in de brieven van Paulus en we zullen hem straks ook zien. Trouwens, de metafoor van de strijd en allerlei aanverwante begrippen – zoals een soldaat zijn, vechten, oorlog, wapens en allerlei begrippen die aan dat woord gekoppeld en gerelateerd zijn – die vind je vrijwel uitsluitend bij Paulus. Dat zullen we vanmorgen trouwens ook zien. Ik wil een aantal schriftplaatsen met u de revue laten passeren waarin dat naar voren gebracht wordt.
Ik heb zeven schriftplaatsen uitgekozen. Dat het er precies zeven zijn, is toevallig; het lijkt een mooie volheid, maar dat was niet eens direct zo gepland. Ik ben daarin zeker niet compleet, want er zijn veel meer voorbeelden van te noemen, maar de schriftplaatsen die we zullen zien, gaan over die goede strijd. Het feit dat er gesproken wordt over een goede strijd, suggereert al dat er ook strijd bestaat die niet goed is. Als je daarover doordenkt, dan begrijp je eigenlijk ook meteen waarom dat zo is: er bestaat ook veel onheilige strijd. Sterker nog, als ik om mij heen kijk, de krant lees of het nieuws op mij laat inwerken, dan zie ik eigenlijk vrijwel alleen maar onheilige strijd. Geruzie en gevecht.
Om maar niet te spreken over onheilige strijd die wel de naam heeft een heilige strijd te zijn; ook dat is nog een heel item: een strijd die de naam heeft een heilige oorlog te zijn. Of zal ik het op z’n Arabisch zeggen – wat trouwens niet de taal is waarin ik mij doorgaans vaak uitlaat – de jihad. Dat heet dan een heilige oorlog, maar ik zal u dit vertellen: dat is niet wat Paulus met de goede strijd bedoelt. Hoewel – en dat is de gedachte – bij strijd denk je aan soldaten en aan wapens. Dat doet Paulus ook, en dat heeft een reden, maar hij vermeldt er zelf ook vaak bij wat hij wel bedoelt en wat hij niet bedoelt.
Nou, dat eventjes als wat inleidende overwegingen. Ik stel voor dat we eerst eens de uitdrukking zullen bezien waarin dat gewoon zo gebezigd wordt: de goede strijd.
De Voortreffelijke Strijd van het Geloof ↑ hoofdstukken
Dat staat in 1 Timotheüs 6. Ook die uitdrukking komt diverse keren voor; we zullen hem straks trouwens nog een keer tegenkomen. Vooral in de Timotheüsbrief, dat is een brief die Paulus geschreven heeft aan zijn veel jongere medewerker Timotheüs. Het is een persoonlijke brief en tegen hem zegt hij: "Strijd de ideale strijd." U ziet dat wat u hier ziet niet de NBG of de Statenvertaling is. Dit is een vertaling die gebaseerd is op deze min of meer woord-voor-woordweergave, deze interlineair, en daarom wijkt het soms wat af. U vindt het misschien wat vreemd als ik dat zo zeg: de ideale strijd. Eigenlijk is dat namelijk het woord. Er wordt hier in het Grieks een woord gebruikt, kalos – dat mag u gewoon weer vergeten – maar dat heeft inderdaad de betekenis van goed, maar dan niet in de morele zin van het woord. Bijvoorbeeld een goed werk doen voor je zieke buurvrouw, dat is een heel andere gedachte. Maar het is goed in de kwalitatieve zin. Als je bijvoorbeeld zegt: "De wijn is goed," dan wil dat zeggen: puik, voortreffelijk. Of als je zegt: "Het is een goed schilderij of een goed muziekstuk," dan bedoel je dat de kwaliteit goed is. Ideaal of voortreffelijk. Daarover zou je kunnen kibbelen – nee, dat doen we dus niet, want dat zou een onheilige strijd zijn – of dit het beste woord is wat het weergeeft. Maar het gaat erom dat als Paulus dat woord gebruikt, hij het heeft over een voortreffelijke strijd, een goede in de kwalitatieve zin van het woord.
Hij zegt dus tegen Timotheüs – het is inmiddels zo ongeveer het laatste hoofdstuk van deze eerste brief – dan zegt hij: "Strijd de ideale strijd van het geloof." Ik heb de neiging om daar meteen ook al even op te wijzen. Ik doe het dan ook meteen; laat ik het niet onderdrukken. De ideale strijd van geloof. Het geloof. Als Paulus het heeft over geloof, dan bedoelt hij heel dikwijls: "Geloof, niet van werken." Nee, de ideale strijd van geloof, dat wil zeggen: het vertrouwen dat Hij het doet. Het heeft dus niet te maken met prestaties. Dat geeft al aan, juist omdat het de strijd van het geloof is: Hij doet het. Maar juist als je daarvoor uitkomt, brengt dat strijd met zich mee. Dat is het.
Laat ik eerst nog even verder lezen. Hij zegt er dan nog bij – en daar moet ik eventjes kort over zijn omdat dat weer een wat ander onderwerp is: "Pak vast" of "grijp", "pak vast het aeonische leven." Dat wil zeggen: dat leven van die toekomende eeuw waarin je werd geroepen. Paulus zegt tegen Timotheüs: "Pak dat nu al vast." Die toekomende eeuw en de rol die wij als gelovigen daarin straks zullen spelen. We worden hier feitelijk – dat is de gedachte die ook elders in deze brief wordt ontwikkeld – getraind. Nu is het lijden, maar dit hele leven is een trainingsprogramma voor de tijd dat we straks onze positie gaan innemen als heersers. Om koningen te zijn. Echt waar. Daartoe werden we geroepen. God heeft de hele schepping op het oog, maar vandaag het volk dat uitgeroepen wordt, dat is een selectie en die is bestemd voor de troon. Het hele proces wat hier op aarde plaatsvindt, vanaf het moment dat we geroepen worden, worden we getraind met het oog daarop. Dat is dat aeonische leven. Dat is dus die toekomende eeuw of toekomende eeuwen waarin we die positie zullen innemen. Afijn, daar houd ik het even bij.
Ik lees even verder in hetzelfde vers nog. Hij zegt dus eerst: "Strijd de ideale strijd van het geloof," en dan zegt hij: "De ideale" – heb je weer datzelfde woord – "belijdenis belijdt in het zicht van vele getuigen." Ik betrek dit er even bij omdat hier gesproken wordt over de ideale strijd en over de ideale belijdenis. Belijden heeft altijd te maken met voor iets uitkomen. Je gelooft in je hart, en met de mond belijd je, kom je er voor uit. Juist dat brengt strijd met zich mee. Als je alleen nog maar gelooft en je houdt dat gewoon voor jezelf, dan betekent dat meestal helemaal geen strijd. Dan heb je geen strijd, hooguit een innerlijke strijd doordat je geweten je gaat aanklagen omdat je iets verzwijgt waarvan je eigenlijk bekend mag maken. Je onthoudt daarmee de ander zoveel goeds. Dat geeft een innerlijke strijd, maar het geeft geen conflict met je omgeving.
Op het moment dat je uitkomt voor het geloof, dan betekent dat in een vijandige wereld strijd. Dat is dus niet omdat jij zoekt te strijden. Nee, je komt uit voor de waarheid, voor wat God gesproken heeft, voor Zijn belofte. Maar juist omdat dat niet gepruimd wordt in de filosofische, maar vooral in de godsdienstige wereld, brengt dat strijd met zich mee. Nou, Paulus zegt: "Doe dat, kom daar gewoon voor uit." En dat is juist ook die ideale strijd. Dat heeft dus alles te maken met het belijden van en het uitkomen voor.
U zoekt wat? Of iemand? Sorry? Oh ja, enigszins, ja. Oké, in de hitte van de strijd, hè? Is dat er? Ik heb er zelf op dit moment weinig last van, maar goed. We gaan weer even verder. Strijd. Hoezo strijd? Wel, vanwege het belijden en die ideale belijdenis. Dat is dus ook weer die voortreffelijke belijdenis waar je voor mag uitkomen, voor het geloof. Dat is voortreffelijk, dat is mooi, dat is kwalitatief zo goed. Ik lees nog even verder. Dit was dus 1 Timotheüs 6.
Een Voltooide Loopbaan in Contrast met Onze Tijd ↑ hoofdstukken
Nu gaan we naar de tweede Timotheüsbrief, en dat is Paulus’ geestelijk testament. In het laatste hoofdstuk van die brief kijkt Paulus terug. Hij staat op het punt om geëxecuteerd te worden. Moet u nagaan, over strijd gesproken! Hij zegt dan dit — het zijn een van de laatste woorden die we nog van hem hebben. In het directe tekstverband lees je dat hij zegt: "Het punt van mijn verscheiden staat voor de deur." Dat wil zeggen: hij weet dat hij binnenkort wordt omgebracht. Hoe dan ook, hij zou de doodstraf ondergaan.
En zie dan trouwens ook de moed, de kracht en de vrede die hij heeft. Totaal geen klaagtoon. Het is een ernstige brief, dat wel, maar ook weer zo’n brief waarin de vrede, de vreugde en de moed doorklinken op een manier die alleen van boven kan komen. Dat klinkt daarin zo geweldig door. Paulus blikt dus terug en zegt — refererend aan de ideale strijd waar hij Timotheüs eerder toe aanmoedigde: "De ideale strijd heb ik gestreden." Dat is nu voor hem voorbij. Moet u nagaan: de executie wacht nog, maar hij zegt dat de strijd gestreden is.
Wat dat betreft realiseer ik me heel erg goed dat wij natuurlijk in zulke luxe tijden leven. Of dat nu goed is of niet, is lastig te beoordelen; dat hangt er namelijk vanaf waartegen je het afzet en aan de hand waarvan je het beoordeelt. Maar laat ik het zo zeggen: wij leven natuurlijk wel in enorm luxe tijden. Wij kunnen hier gewoon uitkomen voor dat woord waar Paulus toen voor sprak, maar hij werd erom geëxecuteerd. Er zijn in de afgelopen tweeduizend jaar heel veel periodes geweest waarin exact hetzelfde gebeurde; waarin je, als je ditzelfde zei waar wij nu vrijelijk voor mogen uitkomen, gewoon op de brandstapel belandde. Absoluut!
En die strijd — dat is heel opmerkelijk, het was in Paulus’ dagen zo en het is bijna altijd het geval — die komt van godsdienstige kant. Ook Paulus kwam in de gevangenschap terecht op instigatie van, in dit geval, de orthodoxie. De Bijbelgetrouwe orthodoxie van die dagen nog wel. Dat vind ik toch wel een opmerkelijk gegeven. Denk daar maar eens over na.
Maar in ieder geval, nu leven wij in zo’n tolerante tijd. Men noemt het vrijheid, maar ik wil daar geen keurmerk aan geven of zeggen of het goed is of niet; dat hangt er maar vanaf. Er spreekt natuurlijk ook heel veel onverschilligheid in door. Wij noemen het tolerantie, maar mensen zeggen vaak: "Je zegt maar wat, het maakt ons helemaal niets uit." Het is niet zo dat ze je die vrijheid gunnen omdat ze het de moeite waard vinden dat dit geluid gehoord wordt, maar het is meer een houding van: "Ach, je zegt maar wat." Maar wij leven dus in die luxe.
Als er ooit een tijd is geweest om werkelijk uit te komen voor wat het geloof is, wat het goede bericht van God is en wat Zijn Woord is, dan is het nu. Wat kan je gebeuren? Hooguit dat de mensen je met de nek aankijken. Dat gebeurt natuurlijk ook wel, maar ja, zoals ze dat zeggen: daar ga je niet dood van. Dat is de luxe van deze tijd. In Paulus’ dagen was dat anders. Begrijp me goed, ook nu is er strijd, maar vergeleken met verreweg de meeste tijden die achter ons liggen, maar ook vergeleken met andere plekken in de wereld, bevinden wij ons momenteel in een enorme luxe.
Paulus zegt, terwijl hij bijna geëxecuteerd dreigt te worden: "De ideale strijd heb ik gestreden. De loopbaan heb ik tot een einde gebracht. Het geloof heb ik bewaard." Het geloof waarvan hij eerder tegen Timotheüs zei: "Strijd de ideale strijd van het geloof." Daar ging het ook juist om. De strijd die Paulus voerde, was dat hij het goede bericht bracht van God, die de Schepper maar ook de Redder is van allen. Daar kun je niets aan toedoen en niets aan afdoen. Dat heeft niets met werken te maken; het is een bericht, een mededeling. Maar juist die mededeling gaf zo enorm veel strijd. Als je pure genade predikt, roept dat weerstand op. En dat is wat Paulus zegt: het geloof in die God, in dat Woord dat Hij belooft, dat heb ik behouden. Daar is hij altijd voor uitgekomen. Die strijd ligt nu achter hem; hij hoeft er nu niet meer voor uit te komen, hij gaat nu afscheid nemen.
Wat dat betreft vind ik het prachtig om dat op een morgen als deze te bedenken. Juist ook omdat de passages die we vanmorgen zullen zien allemaal uit Paulus’ brieven komen. En juist het feit dat Paulus dat zegt... die wist onderhand wel wat strijd was. We zijn in Katwijk bezig met een hele lange serie over het boek Handelingen, waarin we de voetsporen van Paulus volgen, en dan zie je: waar hij ook komt, het is altijd strijd. Maar goed, de ideale strijd, zo zegt hij hier aan het einde van zijn leven in 2 Timotheüs 4, heb ik gestreden.
Kwaad Lijden als een Ideaal Soldaat ↑ hoofdstukken
Twee hoofdstukken daarvoor lees je dat Paulus nog dit zegt: "Lijd mede kwaad". Dat is eigenlijk één woord: als ideale soldaat van Christus Jezus. Ook hier zie je weer die connectie, die militaire metafoor. Voor Paulus was geloven en uitkomen voor het goede bericht geen picknick, zo van een leuk feestje. Natuurlijk, het is de meest vreselijke boodschap, maar ervoor uitkomen is gewoon strijd. En degene die dat doet, is een soldaat. Nogmaals, niet omdat wij beogen te strijden, maar omdat we met dat geloof waar we voor uitkomen, bestreden worden. En om daarin te blijven staan, word je vanzelf een soldaat. Als je daarop blijft staan, want dat is strijd die je overkomt.
Lijd mede kwaad als ideaal — daar heb je weer dat woord — als die voortreffelijke soldaat van Christus Jezus. En ditzelfde woord komt... waarvan ik u zojuist zei: dat is eigenlijk "lijden-samen-kwaad". Paulus leed kwaad. Hij onderging en verduurde kwaad van andere mensen, maar ook ontbering. En nu zegt hij dat tegen Timotheüs: lijd samen, eigenlijk ook met mij. Ditzelfde woord komen we een paar verzen eerder ook nog tegen. Dat is dus wat een soldaat te wachten staat.
In hoofdstuk 1 vers 8 zegt hij dit tegen Timotheüs: "Schaam je dus niet voor het getuigenis van onze Heer of voor mij, Zijn gevangene, maar wees mede bereid voor het evangelie kwaad te lijden." Dat is weer datzelfde woord, een andere vervoeging, maar hetzelfde begrip. En hier zie je trouwens ook: hoezo? Eigenlijk zagen we het zojuist ook al in die verzen die gingen over die goede strijd, maar hier zie je ook weer: hoezo een soldaat? Hoezo kwaad lijden dan? Wel, hier staat het erbij: schaam je dus niet voor dat getuigenis. Geneer je niet, steek je nek uit. Hij zegt: voor onze Heer en voor mij, Zijn gevangene.
Ah, dat is mooi hoor, als je daarover nadenkt. Alles wat aan Paulus is bekendgemaakt, die apostel en leraar van de natiën, dat is zo'n enorme rijkdom. En Paulus zegt — en dat is eigenlijk feitelijk de oproep: kom daarvoor uit! Het is een bericht en dat wil verteld worden. Wees dan ook inderdaad bereid om daarvoor kwaad te lijden, want dat gaat hand in hand. Natuurlijk kan die blijde boodschap ook zo ontvangen worden dat mensen daar verschrikkelijk blij mee zijn, maar het brengt ook — vraag maar aan Paulus — leed met zich mee, en strijd en conflict. Zodat je daarin echt een soldaat bent. Paulus is weer in dat aanbod: schaam je er niet voor joh, schaam je er niet voor. Kom ervoor uit!
De Genade Om voor Christus te Lijden ↑ hoofdstukken
Filippi 1, of de Filippensenbrief zoals u wilt. In deze brief lees ik vanaf vers 27. Paulus spreekt hier niet in een persoonlijke brief, maar hij richt zich tot een ekklesia daar in Filippi. U weet wel, Filippi was de plaats waar Paulus zelf ooit is geweest en waarover u in hoofdstuk 16 van Handelingen leest. Hij is daar gemarteld en hij heeft daar gevangen gezeten. Denkt u nog aan die bijzondere gebeurtenis toen hij in de binnenste kerker zat, samen met zijn medewerker Silas of Sylvanus? Met hun voeten in het blok gebonden, zongen zij midden in de nacht godslof. De andere gevangenen zaten allemaal te luisteren en toen gebeurde daar die bekende aardbeving.
Op zich geeft dat alweer aan hoe anders het lijden en dat conflict — de moeite die voortkomt uit het uitkomen voor de boodschap — beleefd wordt in vergelijking met onze luxe tijden. Bij ons moet altijd alles maar leuk, plezierig en fijn zijn, maar Paulus stond daar totaal anders in. Hij onderging zoveel moeite en had eigenlijk helemaal niets meer, maar daar in de kerker, midden in de nacht en nadat hij gemarteld was, zong hij godslof, kennelijk in vreugde. Dan denk je: wauw, wat een instelling en wat een moed heeft die man gehad. Wat een drive om daarvoor uit te komen; dan ben je echt een soldaat.
Nu zegt hij tegen die Filippiërs, die dit natuurlijk allemaal kenden, dat zij moeten vaststaan in één geest: die geest van het evangelie. In één ziel moeten zij samen strijden. Hier zien we weer datzelfde begrip van wetijveren of strijden in het geloof van het evangelie, het goede bericht of de blijde tijding. Het moment dat je daarvoor uitkomt, geeft dat strijd, en dat is wat Paulus zegt: één geest en één ziel om daar samen voor uit te komen.
Ik sla even één vers over en kom uit in vers 29. Daar zegt hij: "Omdat aan jullie de genade wordt verleend..." Dat is precies wat ik net bedoelde: hoe anders er tegen lijden aangekeken wordt in de brieven van Paulus en in de Bijbel in het algemeen, vergeleken met hoe wij daar in de 21ste eeuw tegenaan kijken. Wij kijken daar vaak erg verwekelijkt tegenaan. Natuurlijk, niemand zoekt lijden, verdriet of moeite op, maar het gaat om de instelling waarmee Paulus ertegenaan kijkt. In dit geval gaat het over heel specifiek lijden. Het gaat hier dus niet over ziekte of over de moeite en het verdriet dat je kunt hebben in de familie of door andere omstandigheden. Nee, het gaat hier puur over dat verdriet en die moeite, het kwaadlijden dat je ondergaat omdat je uitkomt voor Hem en voor dat evangelie wat aan Paulus was toevertrouwd en wat hij onder de natiën bekendmaakte.
In vers 29 zegt hij dus dat aan jullie de genade wordt verleend. Eigenlijk staat er dat het genadig wordt gegeven of verleend. Genade is 'charis', en dat betekent vreugde of 'om niet'. Ik vind het altijd belangrijk om zulke woorden even te decoderen en ze te ontdoen van hun schijnbare helderheid. Bepaalde woorden gebruiken we zo vaak, maar als je dan vraagt wat ze eigenlijk betekenen, weten we het vaak niet. Genade is vreugde om niet. Het is wel mooi om te vermelden dat dit in het buiten-Bijbelse Grieks ook een bekend begrip was; men gebruikte het voor de dingen waar je in het leven van genoot, waar je blij om was en die je zomaar gratis voor niks krijgt. Bijvoorbeeld als je 's morgens de zon ziet opgaan of geniet van je ontbijt; gewoon de mooie dingen van het leven waar je niets voor hoeft te betalen, dat heet dan genade. Zowel het element van vreugde zit erin als het feit dat het om niets is.
Paulus zegt: het is genade. Aan jullie is de genade verleend ten behoeve van Christus. Het is allemaal voor Zijn zaak. Niet alleen om in Hem te geloven — alleen daar moet je al even bij stilstaan voordat we verdergaan. Het is genade om in Hem, Christus, te mogen geloven. Dat betekent dus dat het iets is wat Hij jou geeft. Als je ogen open gaan voor wie Hij is en dat Hij de Redder is, dan mag je dat geloven. Ik zeg niet dat Hij de Redder wordt als jij gelooft; nee, dat is juist niet het evangelie. Het evangelie is: Hij is jouw Redder, en dat mag ik geloven. Als je het mag geloven, dan worden daar je ogen voor geopend.
In datzelfde Handelingen 16 waar ik het zojuist over had, woonde in Filippi een mevrouw die Lydia heette. Zij was een purperverkoopster uit een andere stad en er staat dat zij luisterde naar wat Paulus te zeggen had. Dan staat er: "en de Here opende haar hart", zodat zij aandacht schonk aan hetgeen Paulus te vertellen had. Dat wil zeggen dat de Heer haar van binnen veranderde, zodat zij hoorde wat hij zei. Met andere woorden: als je het mag verstaan — en ik bedoel dat letterlijk, als het gewoon binnenkomt en het kwartje valt — is dat niet iets wat wij doen, maar wat Hij doet. Dat is genade die je verleend wordt om in Hem te geloven. Je ziet dan: dit is het, dit is waar! Wauw, dat is genade, want daar word je heel blij van. Je wordt heel blij als je gaat zien dat er een God is die niet alleen de Schepper maar ook de Redder is, en die alles in Zijn geweldige hand heeft. Dat is echt een evangelie en dat maakt blij.
Paulus zegt echter: "Omdat aan jullie de genade wordt verleend ten behoeve van Christus, niet alleen te geloven, maar ook ten behoeve van Hem te lijden." Dat klinkt nu weer erg vreemd in onze oren, maar het is een heel bekend Bijbels concept dat we veel vaker terugvinden. Het is dus genade om in Hem te mogen geloven, maar het is volgens Paulus ook een vreugde om ten behoeve van Hem te lijden. Je gelooft het en je komt ervoor uit, en vervolgens word je met de nek aangekeken. Dat is dan nog de vriendelijke variant; dat meen ik, dat is de minst erge variant. Als je dat ondergaat, is dat vreugde; dat is genade die je verleend wordt.
Ik zal u een voorbeeld geven van een veel minder vriendelijke variant in Handelingen 5 vers 41. Het gaat over Petrus en Johannes die gevangen waren genomen en zich moesten verantwoorden voor het Sanhedrin. Dat hebben ze gedaan en daarna werden ze vrijgelaten, maar er staat dat ze nog wel even werden gemarteld. Zij gingen weg uit de Raad nadat ze gemarteld waren en zij waren verblijd dat zij verwaardigd waren om ter wille van de Naam smadelijk behandeld te zijn. Er was geen paniek en je leest zelfs niet dat er brieven uitgingen met het verzoek om alsjeblieft voor hen te bidden omdat het toch zo erg allemaal was. Nee, dat zou je verwachten, maar zij gingen weg uit de Raad en ze waren verblijd.
Waarom? Omdat ze verwaardigd waren. Ze kregen de eer; de eer was hen toegekend om verbonden te zijn met die Naam, om daarvoor te mogen uitkomen. En als je daarvoor gesmaad wordt, dan is dat de hoogste eer die je hier in deze boze aion kan ondergaan. En daar waren ze verblijd om.
Ik lees het maar, en als u nu gaat vragen: "Hoe zie jij dat dan?", daar ben ik helemaal niet toe geroepen. Want wij allemaal, ik net als u – want zo schat ik dat tenminste in, en als het anders is dan hoor ik het wel – maar ik denk toch: zo zeg! Dat is wat ik denk: zo zeg! Je bent verblijd als je dat zo ondergaan hebt. Niet zielig? Geestig!
Ik heb er nog één in Romeinen 5, waar Paulus zegt: "Wij roemen ook in de verdrukkingen." Niet alleen maar terwijl er verdrukkingen zijn of ondanks verdrukkingen – dat zou je nog kunnen begrijpen, dat we roemen ondanks de verdrukkingen – nee, wij roemen ín die verdrukkingen. Dat het inderdaad een betekenis heeft vanwege die verdrukkingen, blijkt in het navolgende. Ik had het stukje er net niet meer bij staan, het kon er ook niet meer bij trouwens, maar er staat dat de verdrukking verduuring en volharding bewerkt. Van die verdrukking word je, wij zouden zeggen, hard. Daar word je juist sterk van. Juist dat vormt een mens. Het zijn niet de plezierige, leuke, mooie, fijne dingen die een mens echt vormen, maar het is juist dit. Nogmaals, het gaat hier over een heel specifieke vorm. Maar dit lijden, die tegenstand, daar zegt Paulus over: daar roemen wij in. Dus Paulus dacht daar net zo over als Petrus en Johannes.
Paulus zegt tegen de Filippenzen – ik ga nu even terug naar die Filippenzenbrief – dat het genade is, niet alleen in Hem te geloven, maar ook ten behoeve van Hem te lijden en dezelfde strijd te hebben zoals jullie die bij mij hebben waargenomen. Ik zei al: die Filippenzen wisten dat, die hadden dat van Paulus allemaal meegemaakt in Filippi. Hij zei: "Jullie hebben dat waargenomen bij mij en nu horen jullie het ook van mij." Dat wil zeggen dat het nu, zoveel jaren later, nog steeds eigenlijk hetzelfde liedje was. Nog steeds die strijd. Dat is wat Paulus dus zegt. Het is geweldig dat jullie medestrijders zijn. Ik heb er nog één.
De Ecclesia als Geestelijke Kazerne ↑ hoofdstukken
Filémon. Ik lees hem eventjes in... Ja, ik begin bij vers 1. Even snel, maar het gaat me om vers 2. Paulus zegt daarin – dat is trouwens ook weer een persoonlijke brief aan iemand in Kolosse. Filémon was een heer, iemand die ook slaven had; wij zouden tegenwoordig zeggen werknemers, maar goed. Paulus schrijft: "Paulus, gevangene van Christus Jezus, en Timotheüs, de broeder, aan Filémon, de geliefde en ook medewerker van ons."
De connectie die er was met Filémon, was dat hij het geloof deelde, maar ook een medewerker was om dat getuigenis uit te dragen. Dat heeft dus niets te maken met een administratieve connectie of dat je zelf ingeschreven staat op dezelfde ledenlijst. Nee, hij was een medewerker om gewoon diezelfde boodschap uit te dragen.
En hij zegt erbij: "en aan Apfia, de zuster" – die we verder trouwens niet kennen – "en aan Archippus..." En dan staat er, nu komt het: "de medesoldaat van ons! En aan de ekklesia in jouw huis." Dat was allemaal een klein gebeuren, mag ik aannemen? Nou ja, tenzij het een heel groot huis is geweest, maar in ieder geval was het niet zo massaal.
Maar ze hadden een ekklesia in hun huis en Paulus schrijft aan Archippus. Hoe karakteriseert hij hem? Als de medesoldaat, de medestrijder. Dat is weer zo'n militaire term. Zien jullie hoe vaak dat voorkomt? Ik zit nu al wat door de brieven te bladeren en al dat soort termen bij elkaar te harken, en dan kom je die gedachte zo vaak tegen.
Die ekklesia krijgt dan feitelijk ook het karakter van een soort kazerne. Een plaats waar je elkaar als soldaten ontmoet, elkaar een hart onder de riem steekt, waar je getraind wordt en waarin je onderwezen wordt. Dat is de gedachte. Dus ja, ik heb er nog één.
Standhouden met de Wapenrusting van God ↑ hoofdstukken
Nou, dat is misschien wel de bekendste. Het bekendste Bijbelgedeelte als het gaat over strijd, over de goede strijd. Dat wil zeggen: dat is een geestelijke strijd. Dat zullen we zien. Dat staat in Efeze 6. We hebben een aantal jaren geleden een Goed Bericht-weekend gehad in Maren en toen hebben we het een heel weekend over dat onderwerp gehad: over de wapenrusting van God, de wapenuitrusting van God. Iemand wees mij erop: "Dan zeggen ze: mooi hè, wapenuitrusting... rust, uitrusten". Maar ook dit: trekt aan de volle wapenrusting van God. Over die wapenrusting zelf gaan we het nu helemaal niet hebben, over de verschillende onderdelen zoals de helm, het pantser, het schild of de sandalen. Dat is een onderwerp apart. Het gaat er nu even om dat er sprake is van het aantrekken van die volle wapenrusting van God. Van dé God.
Overigens betekent dat feitelijk dat God Zelf in die strijd staat. God Zelf heeft een wapenrusting. Dat blijkt ook, want iedere keer als Paulus de onderdelen noemt, dan blijkt dat dit vaak verwijzingen zijn naar het boek Jesaja, waar je ook leest dat God Zelf een schild heeft en een pantser van gerechtigheid. En de helm van hoop. Vandaar ook: het is met recht de wapenrusting van God. Het zijn de onderdelen die Hij Zelf draagt. Natuurlijk, het is een beeld, een metafoor, dat begrijp ik, maar het geeft inderdaad het idee van de strijd weer. Hoe behaalt Hij de overwinning? Daarom: trekt aan die volle wapenrusting van God, zodat jullie — en nou komt het — zodat jullie kunnen standhouden. Zodat jullie kunnen staan. Om te blijven staan, dat is de gedachte.
Tegen de... de NBG-vertaling zegt dan: "de verleidingen des duivels". Of ik meen dat de Statenvertaling heeft: "de listen van de duivel". Het is eigenlijk ons woord "methodiek" of "methode" dat uit het Grieks komt, en dat is het woord wat Paulus hier ook gebruikt. Het zijn dus eigenlijk methodieken. Maar aangezien het methodieken van de diabolos zijn — ik laat het woord gewoon onvertaald: de duivel, maar "duivel" komt dan eigenlijk ook weer van diabolos — "dia" betekent "doorheen" en "bolos" heeft te maken met "werpen". Door elkaar werpen. De gedachte is dat iemand dingen verdacht maakt, de dingen door elkaar gooit; dat is de associatie. Achter het wereldgebeuren, we zullen dat in vers 12 ook zien, gaan er methodieken schuil. En wie is degene die dat alles bedenkt en uitvoert, de grote strateeg, om even in die termen te blijven? Dat is de diabolos, achter de schermen.
Hij heeft methodieken. We hebben dus niet te maken met de kracht van de diabolos, daar hebben we niets van te vrezen, maar wel met zijn methodieken, zijn listen, zijn verleidingen, waardoor je op een verkeerd been gezet wordt en waardoor je inderdaad misleid wordt. Hoe kun je standhouden? Hoe kun je blijven staan in de strijd? Wel, door je daarvan bewust te zijn. Door te staan in de waarheid. Maar als je staat in de waarheid in een vijandige omgeving... dat moet je weten. We leven in een vijandige omgeving en op het moment dat je staat op de waarheid in een wereld waar de leugen regeert, dan betekent dat sowieso conflict. Waarheid en leugen, dat bijt elkaar. Je staat op de waarheid; Paulus zegt: blijf erop staan, maar weet dan dat dit, aangezien je in een vijandige omgeving bent, conflict geeft. Strijd dus.
Waar het op aankomt: feitelijk is die wapenrusting ook puur defensief. Niet om een overwinning te behalen. Die overwinning — laat ik het anders zeggen — de overwinning is behaald. Feitelijk bevinden wij ons gewoon in Zijn domein. De aarde is des Heren en haar volheid, en alles is van Hem. In de Efezebrief lees je ook dat hemel en aarde, kortom de hele schepping, van Hem is. Wij leven in die overwinning, we stáán daar al in. Wij zijn eerstelingen die dat nu al weten en ook erkennen. Wij staan om daarin te staan, ook in de rijkdom waarvan Paulus had opgetekend en onze positie die we straks ook gaan innemen. Nou, blijf daarin staan. Dat is de strijd.
De strijd is dus — ik vat het nog eens samen — te blijven staan in de waarheid, namelijk die van het evangelie. Is dat moeilijk? Nee, eigenlijk niet. Je hoeft dus niets te bereiken, alles is al bereikt, maar blijf daar gewoon op staan en in staan. En als je daarin wilt blijven staan, moet je je bewust zijn van de strijd. Dan heb je te maken met methodieken, met name strategieën die je op een verkeerd spoor zetten, waardoor je niet meer in die waarheid staat. Het gaat dus allemaal om standhouden.
Omdat het conflict van ons — in de NBG-vertaling staat dan dat wij niet hebben te worstelen tegen — de gedachte is vooral dat er sprake is van een conflict. Het gaat er dus niet om dat het een worstelwedstrijd zou zijn, maar wij hebben een conflict dat niet tegen bloed en vlees is. Bloed en vlees is in de Bijbel een algemene aanduiding voor de mens; gewoon dat wat je van elkaar kunt zien. Dat is bloed en vlees: de zichtbare mens. Maar dat is niet ons conflict. Ja, er bestaat heel veel strijd die inderdaad een strijd is van bloed en vlees, waarbij mensen zich tegen elkaar gaan opzetten. Oorlogen, maar ook woordenstrijd, familievetes. Dat is allemaal strijd, er is zoveel strijd, maar dat is allemaal strijd tegen bloed en vlees. Dat is niet dé strijd.
Sterker nog, daarvoor hebben we de sandalen van vrede. Houd voor zover het van u afhangt vrede met alle mensen. Dus helemaal geen... ook trouwens niet — dat is nog iets anders, en dat is trouwens ook zo'n orthodoxe leer — dat we moeten strijden tegen ons eigen vlees. Komt het u bekend voor? Mij wel. Ik heb dat vroeger heel vaak gehoord in een formuliergebed. Ik meen dat in het doopformulier van de calvinistische kerken wordt gezegd dat wij zouden strijden tegen de wereld, de satan en ons eigen vlees. Dat is ook een onheilige strijd. Het is geen goede strijd.
Wij strijden niet tegen ons vlees of tegen de foute verlangens van ons. Ik weet het, er wordt heel vaak gezegd dat we daartegen moeten vechten. Paulus spreekt niet over vechten, maar over negeren: regeren door te negeren. Romeinen 6. Er bestaat wel zo'n strijd in Romeinen 7, u kent het hoofdstuk. Voor sommige mensen is het gewoon een begrip: "Romeinen 7, dat is dát hoofdstuk". Dat gaat over dat Paulus zegt: "Wat ik wil, dat doe ik niet, en wat ik niet wil, dat doe ik juist wel. En in mijn leden zie ik een strijd, een gevecht". Dat is een gevecht dat vele mensen strijden en dat is een hele vrome strijd. Juist als je godsdienstig bent, zeg je: "Ik wil de Heer dienen, dus moet ik strijden tegen het vlees. Dat mag niet, dat mag niet". Ik probeer de hele dag te strijden tegen mijn vlees; ik sta op: "Heer, help mij om te strijden tegen mijn vlees". En weet je waar je dan de hele dag mee bezig bent? Met het vlees.
En dus — u weet het, dat is een algemene uitdrukking — alles wat je aandacht geeft, wordt groter. Dus wat er gebeurt: per definitie, als je die strijd strijdt, verlies je. Dat is eigenlijk al verlies op voorhand. Zoals ik vroeger te horen kreeg: als je gaat vechten met de kolenboer, dan word je zwart. En dat is ook zo met het vechten tegen dat vlees: dat is niet de strijd. Paulus zegt in Romeinen 6: wij houden het erop, wij rekenen ermee dat we dood zijn. Dat we voor de zonde dood zijn en levend voor God. Wij leven onbekommerd voor Hem. Hoezo strijden tegen het vlees?
We leven gewoon voor Hem, positief. En dat vlees waar men dan geacht wordt tegen te strijden, dat negeren we; daar hebben we het niet eens over. Op het moment dat je het aandacht geeft, voed je het alleen maar. Dat moet je niet doen.
Het conflict van ons is niet tegen bloed en vlees, dus niet om ons heen en ook niet in onszelf. Het heeft te maken met methodieken. En in feite is het dus in die zin wat abstract; het heeft te maken met gedachten, met denkbeelden. En die komen allemaal vanuit een terrein dat onttrokken is aan ons oog. Hij zegt dat het is tegen de overheden, tegen de autoriteiten, tegen de... Ik heb het woord maar onvertaald gelaten: tegen de kosmokraten, de wereldbeheersers van deze duisternis.
Dat wil zeggen: deze wereld is duister. Met andere woorden: de god van deze aion, de leugenregeer, dat maakt het duister. En op dat terrein bevinden we ons. Daar zijn allemaal rangen en standen en daarin wordt achter de schermen gewerkt – we hebben er geen idee van. Dat wil zeggen, we zien ze niet, maar er zijn overheden en machten. Het gaat tegen de kosmokraten, tegen de geestelijke krachten van de boosheid te midden van de hemelsen.
Dan zie je ook meteen inderdaad dat het gaat over overheden die niet hier op deze wereld zijn. Die zijn hooguit een instrument daar weer van, een middel. Nee, deze hele wereld is gelegen in de duisternis. En op het moment dat je — laat ik het beeld even gebruiken — op het moment dat je het licht aanzet, krijg je strijd. Als je staat op de waarheid, dan ben je op voorhand al een object voor de aanval, de tegenaanval. Als je staat op de waarheid, dan krijg je te maken met leugens. Daarom: blijf staan in die waarheid. En daar heb je inderdaad die wapenrusting voor nodig.
Vanuit de ongeziene wereld — waar trouwens, te midden van de hemelsen, juist onze positie is — vandaar ook dat het feitelijk concurrenten van ons zijn. Het idee is dat als wij straks onze positie daar gaan innemen, zij naar beneden worden gegooid. Ik zeg het even heel kort, maar het is wel zo. Dus wij zijn feitelijk rivalen voor hen en vandaar ook dat ze het op ons gemunt hebben.
Maar de waarheid zelf is verrassend simpel. Die wapenrusting en de onderdelen daarvan laat ik nu even open, want ik ga nog naar één Bijbelhoofdstuk, dus nummer 7.
Geestelijke Wapens en het Neerhalen van Bolwerken ↑ hoofdstukken
In 2 Korinthe 10 spreekt Paulus ook over die strijd. Ik hoop u in ieder geval, behalve nog wat andere zaken, inhoudelijk daarover verteld te hebben. Ik wil u daar ook in overtuigen, en daarom behandel ik meer dan een handvol schriftplaatsen. Ik wil u laten zien hoe die gedachten, dat concept van strijd en die metaforen van oorlog door heel het Nieuwe Testament en vooral door de brieven van Paulus te vinden zijn. Iedere keer vind je dat weer terug.
In 2 Korinthe 10 zegt hij: "Want al wandelen wij in vlees..." Nou, dat lijkt me niet zo moeilijk; we zijn hier en we zijn nog steeds in dit lichaam. Wij wandelen in vlees, dat is waar. Wat dat betreft verschillen we niet van uw collega's of buren. Wij wandelen in vlees, jawel, maar wij voeren geen oorlog overeenkomstig het vlees. Wij trekken niet ten strijde op die manier. Dus we zijn wel in het vlees, daar zijn we, maar de oorlog die wij voeren is niet naar het vlees. Dat wil zeggen: die is niet vleselijk.
Wij blazen ons niet op. Als de ekklesia al een kazerne is — ik geef toe, dat staat niet zo direct in de Bijbel, maar als dat de gedachte is — dan moedigen we elkaar aan in die geestelijke strijd. We wandelen in het vlees, maar wij verzamelen geen wapens. We zijn geen guerrillabeweging. Wij beogen ook helemaal niet de heerschappij, want die krijgen we toch wel. Kijk, dat is de luxe van waaruit wij spreken. We weten ongeveer nog wanneer ook. En hoezo 'overwinning behalen'? Die overwinning is allang een feit! Het gaat er juist om in die overwinning te blijven staan. Zorg ervoor dat je daar nooit uit gehaald wordt. Op het moment dat je denkt dat we die overwinning nog moeten behalen, dan ben je eigenlijk al verloren en sta je niet meer. Blijf juist staan in wat je hebt, in de positie van wie je mag zijn in Hem. Sta en blijf daarin staan.
Wij voeren geen oorlog overeenkomstig het vlees. We zijn in het vlees, maar juist daarin hebben we te maken met heel andere dingen. Want, zegt Paulus, de wapens van onze oorlogvoering zijn niet vleselijk. Van onze — mag ik het zeggen? Ik geef toe, het kan zomaar tot verkeerde gedachten leiden, maar ik heb me vandaag toch aardig ingedekt denk ik: onze 'jihad'. De wapens van onze jihad zijn niet vleselijk, maar vermogend voor God.
De wapens... ziet u? We zijn nu verschillende woorden tegengekomen die allemaal gekoppeld zijn aan strijd. De wapens van onze oorlogvoering zijn niet vleselijk. Je kunt ze niet met je handen vastpakken of oefenen hoe je ze fysiek moet hanteren. Nee, ze zijn niet vleselijk, maar de wapens die we hebben zijn wel vermogend voor de God. Hier wordt het Griekse woord dunatos gebruikt. Het heeft te maken met 'dynamiet': vermogend, krachtig, machtig. We hebben dus machtige wapens — zelfs meervoud. De woorden van God zijn wapens, want wat ze namelijk doen, is bolwerken neerhalen.
Als je het zo los leest, zou je nog zeggen: moeten we gebouwen opblazen? Nee, bolwerken... dan heb je het over geestelijke bouwwerken. Want die bestaan ook. Constructies van mensen met samengestelde redeneringen, dogmatieken, filosofieën en godsdienstige gedachtegangen. Dat zijn hele bolwerken. Een bolwerk is een constructie van allerlei elementen die samen een geheel vormen, en die halen wij neer. Hoe dan? Nou, met die wapens van onze oorlogvoering, die niet vleselijk zijn maar vermogend voor God.
Wat zijn dat voor bolwerken? Dat zijn overwegingen. In de NBG-vertaling staat 'redeneringen'. We halen ze neer, of we 'slechten' ze. Zoals je een bolwerk slecht, zo haal je het neer. En elke verhevenheid die opgeworpen wordt tegen de kennis van de God. Zoals ik net zei: die bolwerken zijn inderdaad filosofieën, godsdienstige leringen en gedachten. Het is alles wat zich opwerpt — gedachten, redeneringen, overwegingen — tegen de kennis van de God. Het gaat om de kennis, het weten van wie Hij is. Alles wat zich daartegen opstelt, wat het beter meent te weten of wat dat tegenspreekt, halen we met gemak neer. Ik zeg met gemak, want we hebben namelijk wapens van Hem en die zijn vermogend voor God. Daar gaat het om.
In krijgsgevangenschap brengen we elke gedachte. Het is dus een geestelijke zaak; het heeft te maken met concepten, met gedachten, met abstracties. Het is een geestelijke strijd. Maar laat ik u dit vertellen: ook dat 'staan' is een geestelijke zaak. Je krijgt immers zoveel gedachten op je af van allerlei aard, via de media of via collega's. De hele wereld is omgeven door allemaal bedenksels, overwegingen en redeneringen die tezamen een heel bolwerk kunnen vormen. Bolwerken zijn er van allerlei aard, maar ze worden allemaal opgeworpen tegen de kennis van de God; van wie Hij is, wat Hij heeft mede te delen en wat Hij gesproken heeft. Dan weet u trouwens ook meteen wat onze wapens zijn: dat is namelijk de kennis van de God, datgene waardoor wij die kennis van de God hebben verkregen. Dat brengen we allemaal zo in elke gedachte tot in de gehoorzaamheid van de Christus. Dat is het slechten of het neerhalen van al die overwegingen. Er komt wat op ons af, en hoe ga je dat tegemoet? Als een militair, als een soldaat.
Nou, we staan in de overwinning en we zitten gewoon overal. Ik vind het een mooi beeld: we zetten overal de vlag van Zijn overwinning neer. Hij is de Overwinnaar. Hij is Heer. Hij is de Redder. Laat die vlaggen wapperen, zou ik zeggen. Dat is trouwens toch wel weer een heel feestelijk ding. Dat is een genade die je verleend wordt: om nu al die vlaggen te laten wapperen. We anticiperen daarmee feitelijk op de toekomst, want straks is de aarde vol van de kennis van de Heer, van de kennis van Yahweh, en wij zetten die vlaggen er nu al neer. Dat is inderdaad een strijd, want we doen het in een vijandige omgeving, maar het is genade die ons daarin verleend wordt.
UltimateGoodNews