De Dagen Van Pascha
13-04-2014 - Geplaatst door Andre PietPresentatie van studiemiddag gehouden op 13 april 2014 in Tollebeek (bij Urk).
God heeft vijftien eeuwen voor onze jaartelling, zijn hoogtijden vastgelegd op specifieke data. Data die bovenal vooruit wijzen naar beslissende gebeurtenissen in de eerste eeuw. In deze studie aandacht voor de data die verband houden met het Pascha. Over 10, 14, 15 Nisan. En niet te vergeten: de dag van de eerstelinsgarve.
Verbaas u hoe nauwkeurig God van te voren alles heeft laten vastleggen!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: de Bijbelse Versus de Kerkelijke Kalender
- Exodus 12: het Begin van de Goddelijke Kalender
- De Tiende Nisan: het Lam in Huis Genomen
- De Veertiende Nisan: het Pascha Geslacht Tussen Twee Avonden
- Ongezuurde Broden en het Teken van het Bloed
- Leviticus 23 en de Vijftiende Nisan: de Grote Sabbat
- De Eerstelingsgarf: Daags Na de Sabbat
- De Omertelling: Zeven Volle Sabbatten Naar Pinksteren
- Dag Één van de Sabbatten: de Dag van de Eersteling
- Drie Nachten in het Graf: Opstanding op de Zeventiende Nisan
- De Achtste Dag: Besnijdenis als Embleem van Leven uit de Doden
- De Ark van Noach: Rust in de Doodswateren op de Zeventiende Dag
- Conclusie: Gods Volmaakte Timing
Introductie: de Bijbelse Versus de Kerkelijke Kalender ↑ hoofdstukken
Heel hartelijk bedankt voor het welkom wat ik zojuist te horen kreeg. Het is mijn genoegen om u vanmiddag eens te bepalen bij het onderwerp dat u hier achter mij ziet geprojecteerd: de dagen van Pascha. Ik ga u vanmiddag het een en ander vertellen over de kalender, maar dan moet ik erbij zeggen dat dit niet de kerkelijke kalender is. Dat had ik ook kunnen doen, maar dan zou het geen Bijbelstudieonderwerp zijn dat ik behandel. Het is vandaag, zoals velen van u wellicht zullen weten, Palmzondag, en dat is de kerkelijke kalender. Maar die wijkt per definitie af van de Hebreeuwse kalender, de kalender zoals die in de Bijbel te vinden is.
Het is heel opmerkelijk, maar u zult nooit meemaken dat de kerkelijke kalender synchroon loopt met de Bijbelse kalender, de Hebreeuwse kalender. Dat kan per definitie niet. Hoewel de tijd van Pasen en Pascha soms aardig aansluit, is dat lang niet altijd het geval. Als het toevallig om astronomische redenen – het heeft alles te maken met het lentepunt en met de volle maan – zo af en toe gebeurt dat de kerkelijke kalender wel móét samenvallen met de Hebreeuwse kalender, dan is de afspraak sinds de kerkelijke concilies van de vierde eeuw dat de kerkelijke kalender haar data verzet. Het mag namelijk nooit samenvallen. Men wilde – en daar zit een heel antisemitische gedachte achter – zich niet associëren met Israël en met het Jodendom, met wat de Joden gedaan hebben en, kortom, met de kalender zoals God die gegeven heeft. Dat het niet mag samenvallen, is heel bedenkelijk. Dat is voor mij een reden te meer om vanmiddag niet uw aandacht te vragen voor die kerkelijke kalender, maar juist voor de Bijbelse kalender.
Ik toon hier een plaatje van de dag van vandaag volgens de Hebreeuwse kalender. Het is dit jaar volgens die telling het jaar 5774. Vandaag is het 13 april 2014. U ziet hier een van die mooie converters, een 'Hebrew Date Converter'. Na zonsondergang – want u moet weten dat de Hebreeuwse kalenderdag altijd begint bij zonsondergang, zeg vanavond om half negen – valt 13 april samen met 14 Nisan. En dat is dé dag bij uitstek van het Pascha, het eigenlijke slachten van het lam. Het is wat ingewikkelder dan ik nu zeg, maar daar kom ik straks nog op terug. Vanavond om half negen begint volgens de Hebreeuwse kalender en in het Jodendom de veertiende Nisan. Dat is de dag dat het Pascha geslacht wordt.
Wat ik vanmiddag graag wil doen, is meer vertellen over die data en wat de Bijbel daarover te melden heeft; over alles wat te maken heeft met Pascha. Pascha is namelijk niet slechts één dag, maar een hele reeks van dagen en alles wat daarmee verband houdt. Ik neem u mee naar Exodus 12 in het bijzonder, en ook naar Leviticus 23, waar we daar uitgebreid over lezen. We zullen het hebben over de tiende Nisan, de veertiende Nisan, de vijftiende Nisan en ook over de zeventiende Nisan. We zullen zien hoe God van aanvang af – meer dan anderhalf millennium van tevoren – Zijn hoogtijdagen al gefixeerd en vastgelegd heeft. Hij legde vast wat er zou gebeuren in de toen nog toekomstige dagen.
Dat betekent dat wat we vandaag bespreken heel actueel is. Het heeft te maken met wat er momenteel speelt. Het hele Jodendom wereldwijd maakt zich op voor de viering van het Pesach, zoals het christendom zich nu opmaakt voor de viering van Pasen. Ons woord Pasen komt via via van hetzelfde grondwoord: Pascha. Pascha is overigens een Griekse vorm; in het Hebreeuws zeg je Pesach. Uiteindelijk maakt dat geen verschil, al spreek ik het liefst over Pascha en Pesach omdat dit de Bijbelse begrippen zijn. Ons woord Pasen is daar wel van afgeleid, maar de wijze waarop men de kerkelijke data bepaald heeft, is buiten-Bijbels. Daarom richten wij ons op de Hebreeuwse kalender en op wat God daarover te melden heeft.
Ter inleiding zou ik nog een andere tekst willen noemen die de apostel Paulus heeft geschreven in 1 Korinthe 5. Dit lijkt me een prachtig startpunt voor deze middag. In 1 Korinthe 5 vers 7 lezen we: "Want ook ons Pascha is geslacht: Christus." De apostel vervolgt dan met: "Laten wij derhalve feestvieren." Ik had het daar zojuist in de auto op weg hiernaartoe nog over met mijn broer. Hij komt net uit Ghana en we spraken over het verschil tussen de mensen in Afrika en de mensen in Nederland, of meer in het algemeen hier in het Westen. In Afrika weten ze wat feestvieren is; hun hele lichaam en hun hele mindset is daarop ingesteld. Het is verbonden met emotie. Wij zijn daarentegen veel meer een brein op poten; wij denken na. Tenminste, sommigen van ons.
Maar goed, dat feestvieren; we hebben een reden om feest te vieren. Waarom? Omdat ons Pascha is geslacht: Christus. En op welke dag denkt u dat Hij geslacht is? Precies op de dag van het Pascha. Wat er vervolgens overblijft, is feest. De apostel gaat nog verder: "Laten wij derhalve feestvieren, niet met het zuurdesem van slechtheid en boosheid, maar met ongezuurde broden van reinheid en waarheid." Ik citeer het enigszins vrij, maar daar gaat het over: niet met het zure, niet met het bederf van zuurdesem, maar met dat wat onbedorven is en ook niet bederven kan, namelijk het ongezuurde. Dat heeft allemaal te maken met Christus: Hij die geslacht is en die vervolgens daarna verrees uit het graf. Dat lijkt me een heel mooi startpunt voor de Bijbelstudie van vanmiddag.
Exodus 12: het Begin van de Goddelijke Kalender ↑ hoofdstukken
Ik neem u nu mee naar Exodus 12, want daar begint het allemaal. Als we het over Pascha hebben, ontkom je er niet aan om bij Exodus 12 te beginnen. Daar lees je namelijk, nadat er een hele reeks plagen over het land Egypte is geweest, dat het volk wordt klaargemaakt. Het volk Israël natuurlijk, de zonen van Jakob die daar in Egypte werden onderdrukt. Ze worden gereedgemaakt om uit Egypte verlost te worden, en dat zou ook daadwerkelijk met dit hoogtij gaan plaatsvinden.
Het hoogtij van Pascha heeft alles te maken met de verlossing uit Egypte. 'Verlossing' is in dit geval een prachtig, dubbelzinnig woord, want het heeft er ook mee te maken dat het volk Israël daar wordt geboren. Het is het breken van de wateren van de Schelfzee waar Israël doorheen trekt; daar werd de natie geboren. Dat vindt zijn oorsprong dus in deze tijd van het jaar.
Je leest dan dat de Heer tot Mozes spreekt. In vers 2 begin ik met citeren: "Deze maand zal u het begin der maanden zijn; zij zal u de eerste der maanden van het jaar zijn." Dat is een heel opmerkelijk fenomeen. Het feit dat God dit hier zo zegt, is de reden dat Israël twee kalenders kent. Vanaf nu zou de maand waarin dit plaatsvond niet de zoveelste maand zijn, maar de eerste maand. Israël heeft sindsdien twee kalenders: de originele kalender – hoe het aanvankelijk was – en de kalender zoals die sinds de verlossing uit Egypte geldt.
Dat zit als volgt: het was namelijk ooit de zevende maand, maar die zevende maand werd nu de eerste maand. Zo wilde God gaan rekenen, en dat wordt hier met Mozes afgesproken: dit zal voortaan de eerste der maanden zijn. Vandaar ook de merkwaardigheid dat Israël nieuwjaarsdag viert op de eerste dag van de zevende maand. Een heel bijzonder verhaal, maar dat heeft dus alles te maken met die twee kalenders. Men spreekt wel over de burgerlijke kalender en de godsdienstige kalender – of dat helemaal terecht is, is nog maar de vraag. Je zou ook kunnen spreken over de koninklijke kalender en de priesterlijke kalender; dat zou eigenlijk beter zijn. De koning en de priester. Daar zit precies een half jaar verschil tussen.
Dat is trouwens dezelfde termijn die we elders tegenkomen – ik geef het u zomaar even ter overweging. Dat verschil zat namelijk ook tussen Johannes de Doper, de zoon van de priester, en zijn neef Jezus, de Leeuw van Juda, de Koningszoon. Ook daar zien we weer een verschil van een half jaar, zes maanden. Voortaan zou die zevende maand de eerste maand zijn. Houd dit vast, want waar ik nu mee begin, daar zal ik straks mee afsluiten. Ik weet al waar ik mee ga eindigen, want ik heb de dia’s voor u klaargemaakt. Er is namelijk iets heel opmerkelijks mee aan de hand. Houd dit even in gedachten, dan lezen we nu verder in Exodus 12.
De Tiende Nisan: het Lam in Huis Genomen ↑ hoofdstukken
"Spreek tot de hele vergadering," zegt God dan tegen Mozes, "spreek tot de hele vergadering van Israël als volgt. Op de tiende van deze maand," die de zevende was maar vanaf nu de eerste der maanden is. Die maand heeft trouwens twee namen. Ik noem ze meteen maar, omdat het anders wat verwarrend zou kunnen overkomen als ik ze door elkaar gebruik; dan denkt u misschien dat ik het over twee verschillende maanden heb. Maar die maand heet in uw Bijbeltje doorgaans Abib, of eigenlijk als je het op zijn Hebreeuws zegt: Aviv. Dat herkent u natuurlijk van die bekende stad in Israël, Tel Aviv, wat 'heuvel van de lente' betekent. Aviv is gewoon het Hebreeuwse woord voor lente. Later is er een andere naam in zwang gekomen en dat is de naam Nisan. Maar het is dus dezelfde maand. Als de Heer spreekt over 'deze maand', dan heeft Hij het over de maand die op de Hebreeuwse kalender Aviv wordt genoemd, maar meer gebruikelijk is de naam Nisan. Dat is makkelijk te onthouden; u hoeft alleen maar aan dat oude automerk te denken. Aan de andere kant is Aviv ook erg makkelijk te onthouden, want als je eenmaal weet dat het lente is, dan heeft dit alles te maken met het voorjaar. Hier begint het jaar.
Bij ons hebben we het heel merkwaardige verschijnsel dat het jaar begint in januari, midden in de winter, terwijl we wel spreken over de lente als het voorjaar. Daar zou het jaar eigenlijk moeten beginnen. Vroeger was dat trouwens ook zo, maar dan praten we over een hele tijd geleden; toen begon ons jaar inderdaad met maart. Maart was de eerste maand van het jaar en dat zie je nog steeds in onze maandentelling. Want wat heb je? Dan heb je september; 'sept' betekent de zevende. Oktober is onze tiende maand, maar 'okt' is acht. Dan krijg je november, dat is 'neuf', negen. En dan krijg je december; 'deka', de tiende maand. Januari was dan de elfde maand en februari de twaalfde. Vandaar ook dat februari de schrikkelmaand is; als er nog dagen te verrekenen zijn, doen we dat aan het eind van het jaar, eind februari. Maar goed, toen was er een Romeinse keizer die zei: "Niet zo, we gooien dat helemaal om," ter ere van zichzelf natuurlijk, want zo gaat dat. Maar daar hebben we het nu verder niet over.
Ik wil aandacht vragen voor dit verhaal, voor het feit dat het de tiende van deze maand is: de tiende Aviv of de tiende Nisan. Waar komen we die datum nog meer tegen? Hier wordt gesproken over de tiende Nisan en dan moest er iets gaan gebeuren, maar daarover straks meer. Laat ik eerst iets zeggen over waar je die tiende Nisan nog vaker aantreft, en dat is bij de binnenkomst in het Beloofde Land. In Jozua 4 vers 19 lees je: "Het volk nu is uit de Jordaan opgeklommen op de tiende der eerste maand en zij legerden zich te Gilgal." Ik moet me nu echt inhouden om niet over andere dingen te gaan spreken, maar dat doe ik ook echt niet. Ik wil er alleen op wijzen dat Israël door de Jordaan gaat en dan in het Beloofde Land arriveert, uitdrukkelijk op de tiende van die maand. Vervolgens gingen ze daar ook Pascha vieren en hadden ze diezelfde week nog van het overjarig koren van het land. Dat lees je allemaal in Jozua 3, 4 en 5.
Dat is dus de tiende Nisan. Je vindt hem nog een keer. Die is iets moeilijker te ontdekken, maar ook weer niet zo heel moeilijk. Dat is dan wel weer erg actueel voor degenen die een hoge pet op hebben van de kerkelijke kalender. Vandaag is het namelijk op de kerkelijke kalender, zoals we zeggen: Palmzondag. Palmzondag is de dag dat de Heer van de Olijfberg afdaalde op die ezel, en dat het volk riep: "Hosanna, Hosanna!" Men noemt dat de intocht in Jeruzalem, wat niet helemaal klopt, want het was eigenlijk meer een aftocht van de Olijfberg. De Heer was helemaal niet zo vrolijk; Hij weende bij die gelegenheid, want Hij wist wat Hem te wachten stond. Maar dat was op de tiende Nisan. Ik zal u dat voorlezen in Johannes 12. Ik geef toe dat het geen strikt sluitend bewijs is op basis van alleen deze tekst, omdat je er verschillende andere teksten bij moet nemen, maar je leest in Johannes 12 vers 12: "De volgende dag..." Dat betekent dat je weer terug moet lezen en dan zie je in Johannes 12 vers 1 dat het zes dagen voor Pascha was. Dat betekent dus dat dit inmiddels de tiende Nisan was. Daarover blijft geen twijfel; dat is geloof ik niet omstreden. De dag dat de Heer Zijn intrede deed in de stad Jeruzalem om een paar dagen later gekruisigd te worden, dat was de tiende Nisan.
Dan heb ik er nog één en die is helemaal omstreden, maar ik wil hem toch even vermeld hebben. Ik geloof namelijk — en ik zal later nog andere redenen noemen aan het einde van deze overwegingen — dat de tiende Nisan ook Jezus' geboortedag is geweest. Ik zet er een paar puntjes bij, want er staat nog iets anders. Laat ik u dit zeggen: in Lucas 2 vers 42 gaat het over de geschiedenis dat de Heer Jezus met Zijn ouders meegaat naar Jeruzalem om het Pascha te vieren. In vers 41 lees je: "En zijn ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem voor het feest van het Pascha," zoals elke Joodse ouder dat deed. En toen Hij twaalf jaar was geworden... er staat niet "was geworden", er staat dit: "En toen hij twaalf werd." U moet het me niet kwalijk nemen, maar ik neem dat gewoon letterlijk. Niet dat Hij al twaalf was, maar dat Hij twaalf werd toen zij optrokken naar het feest. Ik geef toe dat dit geen directe aanduiding van een datum is, maar het geeft aan dat zij voor het Pascha naar Jeruzalem gingen. Ze woonden in Nazareth, dus een paar dagen voordat het Pascha zou aanvangen, werd Jezus twaalf jaar. Dat was dus een paar dagen voor het Pascha.
Er is één datum die daar uitspringt, namelijk de tiende Nisan. Waarom? We gaan vervolgens in Exodus 12 lezen dat die tiende Nisan de dag was dat het huis van Israël een lam in huis moest nemen. Het volk Israël moest in hun huizen een lam nemen op de tiende Nisan. Op welke datum zou het Lam Gods in deze wereld, of in het huis van Israël — ik moet het goed zeggen — geïntroduceerd zijn, anders dan juist op die tiende Nisan? In elk geval durf ik met zekerheid te zeggen dat de Heer Jezus inderdaad twaalf jaar werd toen Hij en Zijn ouders optrokken naar Jeruzalem, dus enkele dagen voor het Pascha. Houd dat vast. Ik geef toe dat dit de minst directe aanwijzing is, maar ik wil straks nog een overweging eraan vastknopen. Het is allemaal ter overweging. Er zijn een aantal dingen die ik gewoon heel duidelijk onder bewijs stel en dit geef ik u ter overweging; straks kom ik erop terug om nog iets anders te laten zien. Het is aan u om dit vervolgens kritisch bij het licht van de Schrift te overwegen of deze dingen alzo zijn. Ik vertel u simpelweg in alle bescheidenheid — ik hoop tenminste dat dat een beetje overkomt — wat ik zelf daarover heb gevonden.
Goed, dat wat de tiende Nisan betreft. Die andere keren dat je dat nog tegenkomt in de Bijbel... Ik ga weer even terug naar Exodus 12, want dat was onze uitvalsbasis tot dusver. Er wordt gesproken tot de gehele vergadering van Israël: op de tiende van deze maand, op deze tiende Aviv of tiende Nisan, zal ieder voor zich een stuk kleinvee nemen, familiesgewijs een stuk kleinvee voor hun huis. Dat wil zeggen dat er dan een stuk kleinvee — we zullen zien dat het een lam is — in huis werd genomen.
En dan: een gaaf, mannelijk, eenjarig, een 'zoon van een jaar', dat is een merkwaardige Hebreeuwse uitdrukking. "Een gaaf, mannelijk, eenjarig stuk kleinvee moet gij nemen." Deze beschrijving geeft aan dat het een jong dier moest zijn. Een lammetje. In mijn persoonlijke berekening komen lammetjes ter wereld zo in de maand april, toch? Dat is een mooie tijd van het jaar. In ieder geval in het eerste jaar nog; vandaar ook dat men altijd spreekt over een lammetje.
Het moest gaaf zijn. Volkomen. Dat wil zeggen dat het dier niet ziekelijk mocht zijn of kreupel. Het moest gaaf zijn, het moest een volmaakt bokje zijn — ik zeg een bokje, want het is mannelijk. En jong. Het lijkt mij toch vrij duidelijk welk profiel hier getekend wordt van het lam. Hij moet gaaf zijn, volkomen, mannelijk zijn en bovendien jong. Een jaar. "Een stuk kleinvee moet gij nemen en gij kunt dit nemen van de schapen dan wel van de geiten." Dus een bokje; beide was toegestaan. En in beide gevallen spreken we dan maar voor het gemak van een Paschalam.
We lezen verder. Ik kan natuurlijk niet op al die details nu al te diep ingaan. Ik wil u vooral wijzen op de diverse data en het verband daartussen, want dat is werkelijk zo schitterend. Ik wil u daarvan zoveel mogelijk in een uur tijd laten zien. Er staat dan in vers 6 — ik sla niet één vers over — "En gij zult het bewaren..." En dan komen de volgende data. We hadden het over de tiende Nisan, maar nu staat er...
De Veertiende Nisan: het Pascha Geslacht Tussen Twee Avonden ↑ hoofdstukken
"En gij zult het bewaren tot de veertiende dag van deze maand." Niets anders. Dus een paar dagen had Israël dat lammetje in huis. Daar kreeg je dan ook een band mee. Dat zal allemaal een rol gespeeld hebben. Je had natuurlijk ook een voederbak in huis nodig, een kribbe bijvoorbeeld. Die geef ik u zomaar eventjes als een gratis extraatje mee. Maar gedurende die dagen had Israël dus een lammetje in huis, tot de veertiende dag van die maand.
En dan? "Dan zal de hele vergadering van de gemeente van Israël het slachten in de avondschemering," staat er in de NBG-vertaling. Dat zal wellicht kloppen, maar letterlijk staat er: "tussen twee avonden". Als u een Statenvertaling hebt, dan zult u dat ook zien; dat is precies wat er in het Hebreeuws staat. Gewoon, als je het heel letterlijk één op één vertaalt: tussen twee avonden slachten. Dat is trouwens wel een aardige uitdrukking, want we kennen in het Nederlands een gelijksoortig equivalent: de uitdrukking "tussen de middag". Eigenlijk is het "tussen de middagen". Dat is een heel eigenaardige wijze van uitdrukken, maar je had de middag — het midden van de dag — en je had de voormiddag en de namiddag. "Tussen de middagen" is dus tussen de voormiddag en de namiddag; dat is gewoon in het midden van de dag.
Nou ja, dat wat die uitdrukking "tussen de middagen" betreft. Zo is het soortgelijk met "tussen twee avonden": tussen de vooravond en de naavond, en vandaar dus in de avondschemering als de avond aandrijft. Het Jodendom heeft het anders verstaan en men is dit gaan doen op drie uur 's middags, in het negende uur. Dat is trouwens ook een hele goede. Als u een klein beetje vertrouwd bent met de hele lijdensgeschiedenis, dan zegt u dat wel wat. Het tijdstip dat de lammeren geslacht werden daar op het tempelplein, dat was het negende uur. Dat wil zeggen: drie uur 's middags.
Maar goed, op de veertiende dag, daar gaat het nu even om. Op de veertiende van die maand, Nisan, moest dat lam worden geslacht. Heel uitdrukkelijk: tussen twee avonden. Vervolgens staat er: "zal men van het bloed nemen en dit strijken aan de beide deurposten en de bovendorpel aan die huizen waarin men het eet." Dat is een bekend ritueel geworden dat in die dagen letterlijk vervuld is. Dat wil zeggen: Israël heeft toentertijd bij de uittocht uit Egypte dit ook echt zo gedaan.
De deurposten... dat is de deur eigenlijk. De deur is niet een plank voor het gat; nee, het is gewoon het gat zelf. De deurposten heeft men bestreken met dat bloed van dat lam dat op de veertiende geslacht werd. En dat is een mooi verhaal, want die deur heeft weer alles te maken met... ja, aan wie denk ik bij de deur? Degene die de doorgang is. Er is zelfs een Hebreeuwse letter die "deur" betekent: de dalet, de vierde letter. De vierde letter is de dalet, en dat is eigenlijk het woord voor deur. Ook in het moderne Hebreeuws is het de dalet.
Maar die deur is eigenlijk ook met recht een doorgang. Ons voorzetsel — zeg ik het goed? Ja, ons voorzetsel "door" is ook direct verwant aan ons woord "deur". Want je gaat er namelijk doorheen. Het Engelse woord "door" en trouwens, in hoeveel Nederlandse dialecten — ik weet niet eens hoe het in het Urkers is — maar daar zeg je: "je gaat er deur heen". Een deur is in ieder geval waar je doorheen gaat. En die deur werd gekarakteriseerd door dat bloed van dat lam; het sprak van slachting op die veertiende. En juist daardoor, door die deur, door die doorgang die gekenmerkt werd door slachting, was er leven. Dat zouden we maar eens moeten vragen aan die eerstgeborenen die daar achter die deur zaten. Voor hen was er leven en zij werden gespaard. Alles had te maken met dat bloed dat aan die deurposten gestreken was.
Ongezuurde Broden en het Teken van het Bloed ↑ hoofdstukken
In vers 8 lees je: "het vlees zullen zij diezelfde nacht eten". Van dít land dus. "Zij zullen het eten, op het vuur gebraden, met ongezuurde broden, benevens bittere kruiden." Wat ik nu met nadruk noem, is misschien wel het meest karakteristieke van dit hele feest, van deze hele hoogtijd: dat er ongezuurd brood werd gegeten. Er mocht überhaupt niets gegeten worden waarin zuurdesem zat. Wij noemen het het Feest van de Ongezuurde Broden, maar in het Hebreeuws is het simpelweg het Feest van het Ongezuurde. Er mocht niets aan zuurdesem geconsumeerd worden; zuur was uit den boze. Op de veertiende dag vond de grote schoonmaak plaats, de voorjaarsschoonmaak. Dat was de dag dat al het zuurdesem – alles wat te maken heeft met bederf – het huis uit moest.
Ik vind dat prachtige symboliek. Dat lam wordt geslacht op de veertiende en geeft vervolgens een doorgang naar leven, maar het is tevens de introductie van het feest. De woorden van Paulus resoneren in mijn hoofd: "Ons Pascha is geslacht, Christus; laten wij derhalve feestvieren, niet met oud zuurdeeg, noch met zuurdeeg van slechtheid en boosheid, maar met ongezuurde broden van reinheid en waarheid." Kortom: feest! Feest heeft te maken met de plaats waar geen zuur meer is, waar het bederf weg is. Als het bederf verdwenen is, blijft het onbedorven over. Dat is ook de overwinning op de dood.
Eigenlijk is dát het: dit is brood dat niet bederft. Die ongezuurde, platte koeken – wat je ook van de smaak vindt, want het heeft nauwelijks smaak – ze bederven niet. Dat is de symboliek erachter. Het bederf is niet aanwezig en dat verwijst naar de eigenlijke hoofdbetekenis van deze hoogtijd: het leven dat juist door de slachting aan het licht komt. Eerst het lam dat geslacht wordt, vervolgens ongezuurd brood: leven uit de dood. Leven dat sterker is dan de dood, vandaar dat zuur daar niet bij past. Het is feest, en bij feest kijk je niet zuur. Alle associaties die wij met zuur hebben, hebben te maken met bederf en niet met feest. We hebben reden om feest te vieren, want we kennen de overwinning op de dood, waar we zojuist over hebben gezongen. Dat zit allemaal besloten in dat ongezuurde.
In het dertiende vers lezen we vervolgens: "En het bloed zal u dienen als een teken aan de huizen waar gij zijt. En wanneer Ik," zegt de HEERE, "het bloed zie, dan ga Ik u voorbij." Het ging er dus helemaal niet om hoe men zich daar achter die deur voelde. Dat is volstrekt oninteressant, hoewel velen dat juist erg boeiend vinden. Hoe is jouw bevinding? We zitten hier in de buurt van Urk en daar zijn dat begrippen die op de kansels gepredikt worden. Het gaat dan over: "Mag ik de dingen mij wel toe-eigenen? Is dat wel voor mij? Voel ik dat wel?" Wel, Exodus 12 vers 13 geeft daar een prachtig antwoord op. Het gaat er niet om wat jij voelt, het gaat erom hoe God het ziet. "Als Ik het bloed zie, dan ga Ik u voorbij." Gods opinie is bepalend en beslissend, niet ons gevoel dat – zoals u weet – altijd maar heen en weer gaat. Daar kan een mens nooit stabiliteit of vrede aan ontlenen. Vrede heb je juist door wat je weet: Hij ziet het zo.
Het lam dat geslacht is en dat opgestaan is uit de doden, Hij is de garantie. Hij is de Redder. Dat is Zijn naam: Jezus, Yahweh is Redder. Dat is de boodschap. Er wordt vaak gezegd: "Jezus kan uw Redder worden áls u zus of zo doet." Nee, Hij ís Redder! Dat vind ik het mooiste wat er is. Alles wat je daarvan afdoet, is geen evangelie meer. Op het moment dat je aan die boodschap van redding voorwaarden gaat koppelen, heb je het evangelie om zeep geholpen. Dan is er geen evangelie meer. Hij ís de Redder. Geloof dat!
Ik moet daar nog wel iets bij zeggen, want er staat: "Dan ga Ik u voorbij." In het Hebreeuws staat hier een vervoeging van het woord Pascha. Pascha betekent inderdaad voorbijgaan, maar ik ben ooit gecorrigeerd door een Israëlische collega. Mijn broer, die hier rechts van mij zit, kan dat bevestigen, want ik heb jarenlang met hem samengewerkt. Niftal, een Israëlische jongen, vertelde me: "Ze zeggen altijd dat Pascha of Pesach voorbijgaan betekent, maar dat is niet waar." Ivriet was zijn moedertaal en hij zei: "Pascha betekent niet voorbijgaan; het betekent springen." De Hebreeuwse betekenis van het woord is springen. Dat ben ik nooit vergeten. Spring! Spring is in the air. Ja, ik vind dat een prachtige term voor de lente, wanneer alles openspringt. En als de lammetjes naar buiten gaan, wat doen ze dan? Springen! Als je het in de Hebreeuwse woordenboeken en lexicons nakijkt – en die zijn daarin onomstreden – dan zie je dat het woord inderdaad niet simpelweg voorbijgaan betekent. Dat is veel te mat; het is springen, skippen.
Voor de aardigheid heb ik die haas erbij gedaan op de dia. Misschien dat u nu begrijpt waarom we met Pasen eieren eten. Er is een dier dat wij associëren met springen, en er is – behalve een kangoeroe, die ook heel goed kan skippen – geen dier dat zo goed kan springen als een haas. Het zou me niet verbazen – en ik geef toe dat dit etymologie van de koude grond is – dat de paashaas daar nog mee te maken heeft: met dat overspringen. Ik geef het u maar ter overweging. Belangrijk is dat hier gesproken wordt over Pascha, wat te maken heeft met springen. Daarom past het ook helemaal bij Aviv, bij het voorjaar en de lente.
Ik heb u nu dus wat verteld over de tiende Nisan, de dag dat het lam in huis genomen werd. Een paar dagen later, op de veertiende Nisan, moest dat lam worden geslacht. In Exodus 12 lees je daar nog veel meer over, maar ik heb nu vooral even op de data gewezen.
Leviticus 23 en de Vijftiende Nisan: de Grote Sabbat ↑ hoofdstukken
Er is nog een hoofdstuk dat ons heel veel informeert over die hoogtijden. Je moet eigenlijk niet spreken over de feesttijden van Israël; het zijn de hoogtijden van Jahweh. In Leviticus 23 vind je die uitdrukking. Men zegt wel eens: "Het zijn de Joodse feestdagen." Maar nee, dat heeft men ervan gemaakt; het zijn de hoogtijden van Jahweh, het zijn Mijn tijden. Dan begrijp je ook meteen waarom God bepaalde data heeft vastgelegd en waarom Hij op die data juist ging handelen. Nooit gebeurt er zomaar iets. Als God een hoogtijd vaststelt, dan is dat niet zomaar een aardigheid of omdat er nu eenmaal een datum geprikt moet worden. Nee, daar is een reden voor en dan kom je die data altijd weer tegen. Ze hangen altijd met elkaar samen. Zo blijkt de tiende Nisan inderdaad alles te maken te hebben met het lam dat in huis genomen wordt.
Leviticus 23 is een hoofdstuk dat gaat over de hoogtijden van Jahweh en het geeft een schitterend overzicht van al die zeven hoogtijden die God van origine heeft ingesteld voor Zijn volk Israël. Daarbij tref je eigenlijk twee groepen van hoogtijden aan: de hoogtijden in de eerste maand en de hoogtijden een half jaar later in de zevende maand. De hoogtijden in de eerste maand hebben alles te maken met de eerste komst van de Messias. De hoogtijden in de zevende maand – van het bazuimgeschal, Jom Kippoer en het Loofhuttenfeest – hebben alles te maken met de tweede komst van Christus, wanneer alles zijn vervulling vindt in de zevende maand, het getal van de volheid. In Leviticus 23 vind je dat allemaal in een keurig overzicht uiteengezet.
Maar uiteraard heb ik het nu alleen over de data in verband met het Pascha. Laten we Leviticus 23 vers 5 eens lezen: "In de eerste maand, op de veertiende der maand, tussen twee avonden, is het Pascha voor Jahweh." Dat hadden we al gezien, dus op zich is dat niets nieuws. Het is echter goed om op te merken dat in het Joodse spraakgebruik, tot op de dag van vandaag en ook later in het Nieuwe Testament, Pascha niet alleen de dag van de veertiende is. Het is ook de naam voor het feest dat daarna komt, ook wel Pesach genoemd. Ik zal u een voorbeeld geven uit Lucas 22, waar staat: "Het feest nu der ongezuurde broden, dat Pascha genoemd wordt, naderde." Dat is interessant, want het echte feest begon pas op de vijftiende. Op de veertiende was nog niet het feest; dan werd het lam geslacht. Het feest begon op de vijftiende, waarover straks meer. In het Jodendom zegt men vaak dat Pesach begint op de vijftiende, namelijk het feest van Pesach. Men haalt dat min of meer door elkaar.
Van origine is het Pascha alleen dat dier zelf. De betekenis van dat ene woord is echter uitgebreid. Aanvankelijk was het Pascha gewoon het lam dat geslacht werd: "Gij zult het Pascha slachten." Daarna kreeg het een bredere betekenis voor de veertiende Nisan: de dag van het Pascha. Die naam werd aan de datum gekoppeld. Vervolgens werd het, zoals we in Lucas 22 lezen, de aanduiding van het navolgende feest. Als je vandaag aan een Jood vraagt wanneer Pesach begint, zal hij zeggen: de vijftiende Nisan. Ik wijs hierop omdat het misschien wat gecompliceerd klinkt, maar een begrip kan zo’n bredere betekenis krijgen. Als je de puntjes op de i moet zetten, moet je soms even doorvragen om verwarring te voorkomen.
Wat we over de veertiende Nisan hebben gezien, hoef ik nu verder niet meer te herhalen. In Leviticus 23 lezen we vervolgens: "En op de vijftiende dag..." Aha, nog een datum. Op de tiende werd het lam in huis genomen, op de veertiende werd het geslacht, en op de vijftiende dag van deze maand is het feest van de ongezuurde broden voor Jahweh. Het zuurdesem werd op de veertiende uit de huizen verwijderd en het feest van het ongezuurde begon dus op de vijftiende. Er staat bij: "Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten." Als je de veertiende erbij trekt zijn het acht dagen, maar het feest van de ongezuurde broden is vanaf de vijftiende, de dag na de veertiende.
Ik lees even verder: "Op die eerste dag zult gij een heilige samenkomst hebben; dan zult gij generlei dienstwerk verrichten." Dat betekent dat die vijftiende Nisan in de praktijk een Sabbat was. Men mocht immers geen dienstwerk verrichten. Dat is boeiend en ontzettend belangrijk om de Evangeliën te begrijpen. Want die vijftiende Nisan was een Sabbat, ongeacht op welke dag van de week die viel. De datum was vastgelegd op de vijftiende. Stel je voor dat die vijftiende Nisan een vrijdag was – en dat zeg ik niet voor niets – dan was dat dus in de praktijk een Sabbat. De dag die erop volgde was dan weer een Sabbat, namelijk de gewone wekelijkse Sabbat. Ik geef dit voorbeeld omdat dit precies de situatie is in de dagen van het Nieuwe Testament, de dagen dat de Heer Jezus geslacht werd.
De vijftiende Nisan was dus een dag waarop men geen dienstwerk zou verrichten, in de praktijk een Sabbat. Sabbat betekent eigenlijk gewoon 'staken' of 'ophouden'. Ik neem u mee naar het Nieuwe Testament, want dit was de situatie die we beschreven vinden in alle Evangeliën. Ik citeer uit Marcus 14 vers 1 en 2: "Nu was het na twee dagen Pascha en de ongezuurde broden. En de overpriesters en de schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem door list in handen zouden krijgen en doden. Want zij zeiden: Niet op het feest, opdat er geen opschudding kome onder het volk." Dat wil zeggen: als zij Jezus ter dood wilden brengen – en dat waren ze van zins – dan moest dat afgerond zijn voor het feest. Voor de vijftiende moest het allemaal gebeurd zijn. Want op die vijftiende, de eerste dag van het feest en eigenlijk ook de grootste dag, was er een samenkomst en mocht men geen dienstwerk verrichten. Dat was een grote Sabbat, een jaarlijks terugkerende Sabbat, ongeacht op welke dag van de week het viel. Voor de vijftiende moest Jezus inderdaad uit de weg geruimd zijn.
Ik lees u nog een tekst uit Johannes 19: "De Joden dan, daar het voorbereiding was en de lichamen niet op Sabbat aan het kruis mochten blijven (want de dag van die Sabbat was groot)..." De Sabbat die nu ging aanbreken, de dag na de kruisiging, was een grote Sabbat. De dag van de kruisiging zelf was slechts de dag van voorbereiding.
Dit was een dag van voorbereiding, zodat alles gereedgemaakt wordt: de veertiende nisan. Wel, toen vroegen ze aan Pilatus of de benen van de gekruisigden, waaronder Jezus, gebroken zouden worden en zij weggenomen zouden worden. Dit moest allemaal op stel en sprong geregeld worden omdat het voor het feest, voordat de vijftiende aanving bij zonsondergang, gedaan moest zijn. Want op de vijftiende mocht dat beslist niet.
Ziet u? Waarbij je dus ziet dat de veertiende de dag van de voorbereiding was. Dat is de dag dat het lam geslacht werd, maar ook de dag dat Jezus aan het kruis buiten de poorten hing, precies op die dag dus. En wat daarop volgde, dat was uiteraard die vijftiende: die grote sabbat. Die sabbat waarop men generlei dienstwerk mocht verrichten. Ziet u?
Ik heb nu wat verteld over de veertiende en de vijftiende. We gaan nog even verder lezen in Leviticus 23, want we gaan weer terug naar dat hoofdstuk. Als u niets van de kalender van God weet, dan moet u dit ene hoofdstuk echt niet vergeten. In Leviticus 23 vind je in de kiem alles terug. Daar gaan we nu dus weer naar terug, want we waren daar al bezig met de bespreking en dan lees je:
De Eerstelingsgarf: Daags Na de Sabbat ↑ hoofdstukken
In Leviticus 23 vers 10 lezen we: "Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen: wanneer gij komt..." Ja, want nu wordt het echt mooi. Dit is waar we allemaal naar uitzien. Op de tiende werd het lam in huis genomen, op de veertiende werd het lam geslacht en op de vijftiende moest het allemaal rond zijn. Dat was een dag van rust waarop niets gedaan mocht worden; het was de eerste dag dat Jezus in het graf lag. Hij verrichtte geen enkel dienstwerk meer, want alles is volbracht, zoals zojuist ook in het gebed werd gezegd.
Er was echter nog een hoogtijd die direct aan deze dagen van het Pascha gekoppeld is: de dag van de eerstelingsgarf. Daar gaan we het nu over hebben. Dat is een prachtig verhaal, want daar gaat het uiteindelijk allemaal om. Ik wil u nu gaan uitleggen waarom dat zo is. Ik zal door een aantal zaken echt snel heen moeten gaan, maar ik moet er wel iets over zeggen om mijn onderwerp werkelijk compleet te bespreken.
Tegen Mozes wordt gezegd: "Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen: wanneer gij komt in het land dat Ik u geef en de oogst daarvan binnenhaalt..." Het gaat hier specifiek over de gersteoogst. Dat blijkt uit het vervolg en uit het feit dat er zeven weken later weer een oogst wordt binnengehaald: de tarweoogst. Het betreft hier dus de oogst van gerst. Wij kennen dat hier niet zo goed, behalve van het 'gerstennat', maar ik werd zojuist nog even aangesproken over Hebreeuwse woorden die te maken hebben met sha’ar en sear. Het Hebreeuwse woord voor gerst is eigenlijk ook 'harig'. Als je naar zo'n gerste-aar kijkt, begrijp je meteen waarom dat zo is; het heeft alles te maken met heerschappij.
Over de typologie van gerst ga ik het nu verder niet hebben, maar wat ik er wel over wil vertellen, is dat het hier uitdrukkelijk gaat over het begin van de gersteoogst. Ik ken nog een geschiedenis in de Bijbel die daarover gaat: het boekje Ruth. Aan het einde van Ruth 1 staat dat Naomi met haar schoondochter in Bethlehem arriveert en dat het het begin van de gersteoogst was. Dat is een hoopgevend tijdstip! Dat blijkt ook wel, want daar ontstaat die prachtige romance waar uiteindelijk de Messias uit is voortgekomen.
Wanneer gij de oogst daarvan binnenhaalt, dan zult gij de eerstelingsgarve van uw oogst naar de priester brengen. De oogst werd binnengehaald, maar de eerstelingsschoof moest naar de priester worden gebracht. In vers 11 lees je: "Hij [de priester] zal die garve voor het aangezicht van JAHWEH bewegen." Een swingende priester, dat is het idee. Het moet bewegen, want bewegen symboliseert leven. Het symboliseert aviv: het begin van een grote oogst. Dit was de eersteling van de gersteoogst. Er staat bij: "Hij zal de garve voor het aangezicht van JAHWEH bewegen, opdat gij welgevallig zijt." Denk daar maar eens over na.
En dan: "Daags na de Sabbat." Dit is opvallend. Het is heel frappant dat het zo beschreven wordt. Voor alle hoogtijden in Leviticus 23 wordt een datum genoemd: de tiende, de veertiende, of in de zevende maand de eerste dag (bazuinsgeschal), de tiende dag (Jom Kippur) en de vijftiende dag (Sukkot). Altijd wordt er een datum vastgelegd. Maar voor de hoogtijd van de eerstelingsgarf wordt geen datum genoemd, maar wordt een weekdag vermeld: "Daags na de Sabbat." Dat is het enige wat ervan wordt vermeld. Na de Sabbat, wat wij de zondag noemen, moest de priester die garve bewegen.
Ik lees verder in vers 12: "Gij zult op die dag [de dag waarop gij de garve beweegt] een gaaf eenjarig schaap aan JAHWEH ten brandoffer bereiden." U weet, een brandoffer... alhoewel, het is eigenlijk heel onbekend. Als christenen in het algemeen horen over een offer, denken ze meteen aan Golgotha. En dat is fundamenteel fout. Waarom? Omdat het offer niet Golgotha is. Wat Golgotha uitbeeldt op die veertiende dag, is de slachting. Maar de slachting is op zichzelf nog geen offer. Het was noodzakelijk voor een offer, maar een dier dat geslacht werd, was pas een offer wanneer het vervolgens verhoogd werd op een altaar en opsteeg. Dan was het Gode tot een welkome reuk. Een offer verwijst dus niet primair naar Golgotha, maar naar de verrijzenis; naar dat wat omhoog gaat, wat opstijgt, naar de opstanding.
Het Hebreeuwse woord voor brandoffer is olah, wat te maken heeft met alah. De vliegtuigmaatschappij El Al heeft daar ook mee te maken; het betekent 'naar boven'. Dat is wat een brandoffer is. Ik meen dat de Naardense Vertaling het weergeeft als een 'offer der opstijging'. Het gaat omhoog. "Steeg uit het graf door Zijn Vaders kracht", dat is het brandoffer.
Er moest een brandoffer gebracht worden met een bijbehorend spijsoffer van twee tienden fijn meel. Over die maten zullen we het nu niet hebben, maar het was met olie aangemaakt. Het was dus brood, fijn meel, aangemaakt met olijfolie. Het moest gezalfd zijn. Olijfolie is een beeld van leven. De olijfboom is een boom die nooit sterft, die de dood overwint. Koningen en priesters werden gezalfd met olijfolie. Als je weet waar het een beeld van is, verbaast het je niet meer dat er zoveel geneeskracht aan olijfolie wordt toegekend. Het verwijst naar Hem die uit het graf opsteeg: het Brood des levens, dat fijne meel, gezalfd en overgoten met Geest en leven. Dat is waar de olijf van spreekt.
Even voor de goede orde: als de Bijbel spreekt over olie, dan gaat het nooit over dat spul uit de aardbodem, over aardolie. Het gaat altijd over olie 'uit de hemel', die aan de boom hangt. Wij denken aards en noemen aardolie zelfs het 'zwarte goud', maar de Bijbel heeft het over olijfolie.
Het was een offer voor JAHWEH met als bijbehorend plengoffer een vierde hin wijn. Dat wijn ook iets te maken heeft met opstanding, hoef ik toch niet uit te leggen? Het is een uitbeelding van feestvreugde. Het is dat wat uit de kelder komt, en wanneer het uit de kelder — het graf — komt, is het 'geestrijk vocht' geworden. Dat is waar wijn mee te maken heeft: op het leven! Alles wat op deze dag van de eerstelingsgarf gebeurde, daags na de Sabbat, verwijst naar leven, naar de Eersteling. En dan staat er: "Tot op die dag zult gij geen brood, geen geroosterd of vers koren eten, totdat gij de offergave van uw God gebracht hebt. Het is een altoosdurende inzetting voor uw geslachten in al uw woonplaatsen."
Dit wordt tegen Israël gezegd, maar het idee is natuurlijk dit: dat wil zeggen, jullie mogen van die oogst eten, maar eerst zal die schoof bij de priester gebracht worden, daags na de Sabbat. Het eerste is voor de Heer. Het is de dag van de eersteling.
Het is toch niet moeilijk om te begrijpen dat dit natuurlijk direct verwijst naar de eersteling uit de doden. Hoe vaak wordt Hij niet zo in het Nieuwe Testament genoemd? De eerstgeborene uit de doden. Hij is de eersteling, zo noemt Paulus Hem in 1 Korinthe 15. De eerste, de eersteling. Hij is als eerste uit de dood opgestaan om nooit meer te sterven. Ik weet dat er natuurlijk meer mensen vóór Jezus uit de doden zijn opgestaan, maar die stonden op om vervolgens weer opnieuw te sterven. Zoveel anders is het met de eersteling gesteld.
En ik zal u dit vertellen, ik loop nu een beetje op mijn verhaal vooruit natuurlijk: het is op deze dag — hoe kon het ook anders — dat de Heer verrees uit het graf. Op de 10e Nisan kwam Hij in huis, op de 14e Nisan werd Hij geslacht, en daags na de Sabbat, op de dag van de eersteling, verrees de eersteling uit het graf. Zo was het 1500 jaar voor onze jaartelling al door God vastgelegd. Is dit niet geweldig? En dan staat er nog bij:
De Omertelling: Zeven Volle Sabbatten Naar Pinksteren ↑ hoofdstukken
In vers 15 staat: "Dan zult gij tellen van de dag na de Sabbat." Kijk, en dit is nou zo'n mooie bevestiging van waar ik het al over had. In het Jodendom hebben ze dit gemakkelijk gemaakt door er een datum aan te koppelen, namelijk de 16e Nisan. Maar dat klopt niet. Er wordt namelijk geen datum gekoppeld aan het feest van de eerstelingsgarve. Er wordt een dag in de week voor vastgelegd, namelijk daags na de Sabbat. Vandaar ook dat ze moesten gaan tellen.
Ik zal het u even laten zien. "Dan zult gij tellen van de dag na de Sabbat." Men noemt dit in het Jodendom trouwens terecht nog steeds de omertelling. Die garve heet in het Hebreeuws namelijk een omer, en vandaar dus de omertelling. Vanaf die dag moest men gaan tellen: "Dan zult gij tellen van de dag na de Sabbat, van de dag waarop gij de garven van het beweegoffer overgebracht hebt. Zeven volkomen Sabbatten zullen het zijn." Dat wil zeggen: zeven volle Sabbatten. In mijn NBG-vertaling staat er dan "zeven volle weken". Dat zal wel waar zijn en men komt in de praktijk op hetzelfde neer, dat begrijp ik ook wel, maar er staat: "zeven volle Sabbatten".
Men moest dus gaan tellen. En wat krijg je dan na zeven volle Sabbatten? Dan krijg je de dag na de Sabbat. Vanaf die dag gaan ze elke dag tellen. Laat ik het nog even verder lezen: "Tot de dag na de zevende Sabbat zult gij tellen, vijftig dagen, en dan zult gij een nieuw spijsoffer aan Yahweh brengen." Dat is wat wij kennen als Pinksteren. Pinksteren heeft met de vijftigste dag te maken. Dat is dus na 49 dagen. Je had de dag van de eerstelingsgarve, daags na de Sabbat, en vanaf die dag moest men vijftig dagen gaan tellen. Ook voor het Pinksteren wordt geen datum vastgelegd. Daarom moest men ook tellen; anders was het helemaal niet nodig om te tellen.
Nee, men moest tellen vanaf die dag na de Sabbat. In het Jodendom gebeurt dat nog steeds, ook heel demonstratief. Er zijn ook weer allerlei bepalingen voor, maar elke dag wordt er een blaadje van de kalender afgehaald en heel uitdrukkelijk wordt het geteld. En dat klopt ook, want men moest gaan tellen. Sommige mensen hebben daar een hekel aan, want die denken dat de Bijbel niks met gevoel te maken heeft. Je zou niet moeten rekenen en je moet niet tellen. Maar ik zal u dit vertellen. Vertellen? Nee, je moet je niet ver-tellen, want dan tel je niet goed. Maar als je de Schrift gaat verstaan, dan ga je zien dat woord en getal alles met elkaar te maken hebben. Tellen en vertellen, een verhaal, een woord en getal; dat is uiteindelijk één. Logos. Woord.
Afijn. "Tot de dag na de zevende Sabbat zult gij tellen, vijftig dagen, dan zult gij een nieuw spijsoffer aan Yahweh brengen", en dat is dan Pinksteren. Dan zijn we vijftig dagen verder. Je krijgt dus dit verhaal – ik zal het wat schematisch voorstellen: Je hebt een Sabbat en dan uiteraard, wat volgt daarna? De dag na de Sabbat. En op die dag na de Sabbat wordt de eerstelingsgarve door de priester bewogen en vanaf die dag gaan ze Sabbatten tellen. Zeven Sabbatten ging men tellen. Daarom noemt men deze periode ook wel de periode van de Sabbattentelling of de dagen van de Sabbatten. Men moest namelijk Sabbatten tellen. En zeven Sabbatten ging men tellen en dan kreeg je uiteraard na die 49 dagen de vijftigste dag. En dat is de dag na de zevende Sabbat. En dus uiteraard dan ook weer een dag na de Sabbat, dus ook weer per definitie op een zondag. Zo was dat dus geregeld. En die hele periode heet dus de dag van de Sabbattentelling of de dagen van de omertelling. En het is op deze dag...
Dag Één van de Sabbatten: de Dag van de Eersteling ↑ hoofdstukken
Daags na de sabbat dat de Heer opstond... ik zal u dat laten zien. Er is namelijk iets in de vertaling van onze Bijbels op een bijna 'sneaky' manier verdwenen, en dat is de uitdrukking 'de eerste dag van de week'. Ik zal u vertellen: het klopt wel en het klopt ook weer niet. Ja, dat klinkt misschien alsof er een politicus aan het woord is, maar ik kan het uitleggen.
In Marcus 16 lees je dit: "En zeer vroeg op de eerste dag der week..." Dat is de uitdrukking die we — ik weet niet hoeveel keer — iedere keer weer tegenkomen, ook in Handelingen. Maar ik zal u vertellen, er staat eigenlijk niet 'eerste dag der week'. Er staat dit: "op de dag één van de sabbatten". Om die uitdrukking te begrijpen, moet je de goddelijke kalender kennen. Wat hier gebeurde op de eerste dag der week — ik bedoel dus te zeggen: het klopt feitelijk wel, het was een eerste dag van de week, de dag na de sabbat. Maar het was niet zomaar een dag na de sabbat; het was de dag na de sabbat die specifiek door God was aangewezen als de dag van de eerstelingsgarven. Het was de dag dat men sabbatten moest gaan tellen. Het was de dag één van die sabbatentelling. Dat is het: de periode van de omertelling. Op deze eerste dag dat men moest gaan beginnen met tellen, op de dag van de eerstelingsgarven, dat was de dag dat de Heer uit het graf rees.
Dus als er in onze vertaling staat 'op de eerste dag der week', dan is dat weliswaar zo, maar het doet geen recht aan wat er echt staat. Het was namelijk de dag van de eerstelingsgarve. Dat is het bijzondere. Dat het op een zondag was, prima, tot uw dienst, dat is zeker waar. Maar het was een heel bijzondere dag: de dag van de eersteling. En als je dat begrijpt, dan gaat er een wereld leven. Ja, het betreft ook echt leven, want dit is de dag dat leven naar het licht kwam. Aviv! Alles ging springen. De eerste steen sprong weg, werd weggewenteld, weggerold. Gilgal! Gilgal betekent namelijk 'wentelen'. Als u denkt: waar heeft hij het nu weer over? Welnu, als er staat dat de Heer opstaat op de eerste dag van de week, dan is dat de dag één van de sabbatten.
Op de hele grammaticale kwestie wil ik nu niet te diep ingaan, maar dit moet ik erover vermelden omdat het zo geweldig is: de Heer Jezus Christus is de Eersteling uit de doden, die uitgerekend ook op de dag van de eersteling verrees. Dat wordt in het Nieuwe Testament telkens zo gezegd, alleen wordt het wegvertaald door het gewoon maar tot een zondag te verklaren. Maar het was dag één van de omertelling; het was de dag van de eerstelingsgarven. Dat is dus een hele triomfantelijke introductie van Hem die de dood overwon. Het is een goddelijke aanduiding van de datum en van het tijdstip.
Ik moet hier nog even een paar dingen bij vermelden. Ik hoop niet dat ik teveel buiten mijn tijd praat, maar mij zijn geen limieten opgelegd, dus ik hoop dat u nog even geduld met me hebt. Want nu moeten we toch nog even iets scherpstellen. Ik zei zojuist dat voor de dag van de eerstelingsgarven geen datum is vastgelegd. Maar dat neemt niet weg dat we interesse hebben in de vraag: op welke datum verrees de Heer nu? Dat hoeft niet zo moeilijk te zijn. Ik geef toe dat ik nu vreselijk simplificeer. Ik kan me voorstellen dat als u zich ooit in deze dingen heeft verdiept, u zegt: "Nou André, je passeert nu wel een aantal items." 'Passeren' is trouwens ook een leuk woord, dat heeft ook met Pasen te maken. Maar goed, ik geef direct toe dat ik veel zaken oversla; ik kan dat nu eenmaal niet allemaal in een tijdsbestek van vijf kwartier of anderhalf uur vertellen.
Drie Nachten in het Graf: Opstanding op de Zeventiende Nisan ↑ hoofdstukken
De Heer Jezus stond op, naar mijn vaste overtuiging, na drie nachten. Ik weet dat dit erg omstreden is, maar als u Matteüs 12 vers 40 leest, dan staat het er echt. Ik kan het niet anders lezen. Ik ga hierover geen ruzie maken. Dus als u zegt dat u dat toch anders ziet, dan is dat geen enkel probleem, broeder of zuster. Als u gelooft in Hem die verrezen is uit het graf, dan reik ik u van harte de broederhand. Maar ik hoop inderdaad dat u zult zien dat dit na drie nachten was.
De Heer Jezus zegt in Matteüs 12 – ik heb het niet eens afgedrukt, maar: gelijkerwijs Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de vis was, zo zal ook de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart der aarde zijn. Ik citeer vrij, maar in ieder geval drie nachten. Daar kom je met de gebruikelijke telling natuurlijk nooit uit. Want dan zegt men: de Heere Jezus stierf op Goede Vrijdag. En dan heb je vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag, maar dat zijn slechts twee nachten. En als Hij dan zondagochtend verrees, dan zijn dat twee nachten. De derde dag begrijp ik daar nog wel, maar aan drie nachten kom je niet.
Maar Hij stond op na drie nachten. Tel met mij mee. Hij stierf op de veertiende Aviv of de veertiende Nisan. Dat was de dag dat Hij geslacht werd, gekruisigd werd. Vervolgens kreeg je de vijftiende Aviv. U weet wel, dat was die jaar-sabbat. Dat was dus inmiddels de eerste nacht die gepasseerd was. Vervolgens kreeg je de zestiende Aviv; dat was de wekelijke sabbat. En daarna, na drie nachten, kreeg je dus de zeventiende Aviv, zodat de Heer Jezus op de dag van de Eerstelingsgarve opstond. Dat was toen in dat jaar de zeventiende Aviv of de zeventiende Nisan.
Ik zal u nog iets vertellen daarover, want u leest inderdaad in die teksten die ik hieronder vermeld – lees het maar eens terug – dat de Heere Jezus twee sabbatten in het graf lag. Als je natuurlijk niet een klein beetje vertrouwd bent met de kalender die God gegeven heeft, dan snap je er geen snars van, maar inmiddels moet dat toch niet al te moeilijk zijn. De Heer Jezus werd gekruisigd op de veertiende. Vervolgens kreeg je de jaarlijkse sabbat. In de nacht die volgde, lees je dat er een wacht bij het graf geplaatst werd, want de Joodse autoriteiten waren bang dat het lichaam van Jezus gestolen zou worden. Vervolgens kreeg je de wekelijkse sabbat, de zaterdag dus. En na die sabbat lees je in Marcus 16 vers 1 dat de vrouwen inkopen doen, en dan op de zeventiende Aviv, vroeg in de morgen, stond de Heer op. Dat was dus na twee sabbatten.
Eén ding moet duidelijk zijn: de Heere Jezus stond op op de dag van de Eerstelingsgarve. En het was inderdaad zo dat als je dat telt vanaf de veertiende Nisan, je uitkomt op de zeventiende Nisan. Dat is dus de datum van Zijn opstanding. En nu wil ik u nog twee dingen erover vertellen, twee bijzonderheden.
De Achtste Dag: Besnijdenis als Embleem van Leven uit de Doden ↑ hoofdstukken
Laten we even teruggaan naar dat punt waar ik bij het begin van mijn inleiding al op wees. Jezus werd geboren op 10 Nisan, de dag dat het lam in huis genomen werd. Tel even met mij door: Hij werd geboren op 10 Nisan. Dan krijg je de tweede dag, dat was de elfde; de derde dag was de twaalfde Nisan. Je telt zo door via de zesde en de zevende dag en dan kom je bij de achtste dag: dat was de zeventiende Nisan. Dus als Hij geboren werd op 10 Nisan, dan was de achtste dag de zeventiende Nisan. En dan zegt u: "Ja, en?" Nou, als u een Joodse achtergrond zou hebben, dan zou u niet zeggen "ja, en?", want dan weet u meteen: aha, de achtste dag, dat is de dag van de besnijdenis. Waarom ik dat symbooltje erbij heb gezet, daar moet u maar eens diep over nadenken. Ik vind het een heel toepasselijk, maar ook een heel – hoe noem je dat – net symbool van de besnijdenis. In Lucas 2:21 lees je inderdaad dat Hij na acht dagen besneden werd en toen ook de naam Jezus kreeg.
Het bijzondere van die besnijdenis is – en dat klopt allemaal zo geweldig – dat de besnijdenis als geen ander een embleem is van leven uit de dood. God had ooit Zijn belofte gegeven aan Abraham, die een onvruchtbare vrouw had. Later zou blijken dat hijzelf ook 'verstorven' was, maar God had gezegd: "Door Sara zal van nageslacht gesproken worden en Ik zal leven uit de dood voortbrengen. Jouw nageslacht zal zijn als de sterren des hemels en als het zand aan de oever van de zee." God gaat leven voortbrengen, en hoe doet Hij dat? Door middel van de dood. En welk teken werd daarvoor gegeven? De besnijdenis, als embleem van leven dat voortgebracht wordt en als embleem van opstanding uit de doden.
Ik wil het daar eigenlijk een beetje toe beperken, want waarom de besnijdenis alles te maken heeft met de opstanding voert hier te ver, maar het is schitterend. Als de Heer Jezus op 10 Nisan als het Lam Zijn introductie deed in het huis van Israël, hoe prachtig is het dan niet dat Hij op de achtste dag besneden werd? De acht is trouwens ook het getal van een nieuw begin. Op die achtste dag werd Hij besneden: leven uit de doden. Het was dezelfde datum waarop Hij later als jongeman rees uit het graf. Op die dag was Hij ooit besneden. En dan wil ik u tot slot nog op één ding wijzen.
De Ark van Noach: Rust in de Doodswateren op de Zeventiende Dag ↑ hoofdstukken
En die had ik al bij aanvang beloofd u te laten zien, en dat is deze. Je leest in Genesis 8 vers 4 iets heel eigenaardigs over de ark van Noach. Waar momenteel een film van vertoond wordt, maar daar zal dit – ik heb het niet gezien hoor – waarschijnlijk niet in vermeld worden, dat weet ik eigenlijk wel zeker. Maar dan lees je in Genesis 8 vers 4 dit: "En in de zevende maand..."
Maar wat weten we over die zevende maand toen nog? Dat was in die tijd wat vanaf Exodus 12 de eerste maand zou worden. Dus als je leest... ja, bent u er nog? Want ik geef toe dat hier heel veel data en nummers en getallen vermeld worden en dat je zegt: "Goh, we gaan het een beetje duiden." Maar ik had het toch over twee kalenders? Weet u nog? Wat ooit de zevende maand was, dat werd later, vanaf Exodus 12, de eerste der maanden. Maar hier was het dus, als er staat "in de zevende maand", dat zou later dus de eerste maand zijn. Dat moet u even scherp hebben. In de zevende maand, op de zeventiende dag van die maand – wat dus later de maand Nisan zou zijn – bleef de ark "vastzitten", zegt de NBG-vertaling. Maar die hebben er echt geen kaas van gegeten. Want er staat letterlijk... de Statenvertaling heeft het wel correct hoor. Er staat: "en de ark rustte". Dus de ark bleef niet vastzitten. Nee, de ark rustte op het gebergte van Ararat.
Dat wil zeggen: wanneer vond de ark vastheid in die wateren van de dood? Nou, dat er doodswateren waren, dat hoef ik u toch niet uit te leggen. En in die doodswateren vond de ark – een schitterend type natuurlijk van Christus Zelf, in wie geborgenheid is – maar waar vond die ark... nee, waar, maar vooral ook in welke tijd, op welk tijdstip, op welke datum vond die ark rust? Grond onder de voeten? Dat wil zeggen: in die doodswateren was daar een plaats waar hij rusten kon. En dat was op de zeventiende dag van de maand.
En dat is precies... via via kom je daar dan achter: de dag dat de Heer als Eersteling verrees uit het graf. Hij is de Eerstgeborene uit de doden en God had het al zo in typen vastgelegd. Historisch natuurlijk, maar in typen had Hij het al vastgelegd. Het is niet voor niets dat de ark toen daar op de Ararat kwam te liggen en rust vond. Goddelijke timing was dit. Zo gaat God te werk.
Conclusie: Gods Volmaakte Timing ↑ hoofdstukken
Nou, ik heb u vanmiddag verteld over de dagen van het Pascha, over allerlei data die daarmee verband houden: de tiende, de veertiende, de vijftiende en de zeventiende dag. De dag van de eerstelingsgarve. En één ding moet nog duidelijk zijn: zoals God het allemaal heeft vastgelegd en heeft beschreven, dat is zo typisch Gods design. Dat is typisch de wijze waarop Hij te werk gaat. Gods handtekening staat tussen alles, kun je dat vinden?
Op de weg hiernaartoe heb ik hele gesprekken gehad met mijn broer, dat hebt u wel in de gaten. Toen hadden we het over de Matthäus Passion. Dat is echt het laatste wat ik er nu over wil zeggen, maar ja, dat boeit ons nogal. Niet omdat we nou zo verschrikkelijk muzikaal zijn geloof ik, maar in elk geval, we hadden het over de Matthäus Passion. Dat was afgelopen vrijdag; misschien hebben sommigen van u dat gezien. Bij De Wereld Draait Door was er een special over de Matthäus Passion en toen zaten daar geloof ik alleen maar ongelovige mensen, maar één ding was toch onmiskenbaar. Paul Witteman was daar, de sidekick van de presentator, en één ding moest hij toch wel nageven: dat is zo goddelijk. In een ander verband noemde hij dat woord zo in verband met de Matthäus. Over alles is nagedacht, alles klopt, dat is zo mooi.
Als zelfs atheïsten daarvan zeggen dat dit werk weerspiegelt wat vrede, hoop en leven is, en vergeving — dat alles wordt muzikaal tot uitdrukking gebracht. Met de boodschap hebben ze niks, maar dan begrijp je niet waar het om gaat. De essentie, dat wat tot uitdrukking gebracht wordt, dat is zelf geweldig.
Hetzelfde zie je in de Schrift. Nu heb ik het over een muzikale compositie waarvan je haast zou zeggen dat die goddelijk geïnspireerd is, maar wat er tot uitdrukking gebracht wordt, zijn goddelijke waarheden. En dat is in de Schrift ook zo. Alles klopt! Een heleboel begrijpen we niet, maar alles klopt. Alles is getimed. God laat niets aan het toeval over. En als er van toeval sprake is, dan doet Hij het gewoon "toevallend".
Kijk, dat is de God van de Bijbel. De God die alles plaatst en ook de levende God die overwint over de dood, precies op het geëigende tijdstip. En daar wilde ik het voor vanmiddag maar bij laten. Trouwens, de middag is volgens mij ook voorbij.
UltimateGoodNews