GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

David Op De Citer

19-09-2010 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 19 september 2010 in 2B-Home te Zoetermeer n.a.v. 1Samuël 16.

Nadat David gezalfd is tot koning greep de Geest van Yahweh hem aan. In contrast daarmee vernemen we dat diezelfde Geest van Saul juist week en plaatst maakte voor een kwade geest die hem angst aanjoeg. Het is David, de jonge man uit Bethlehem, “een dapper held, een krijgsman”, die in staat is citer te spelen, zodanig dat de boze geest van Saul wordt verdreven.

Dat de figuur David verwijst naar “de Zoon van David” mag als bekend worden verondersteld. Maar waar staat Saul voor? En de citer en het citerspel?
Hoe dan ook, een bijbelstudie waar muziek in zit!

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De geschiedenis van David die op de citer speelt voor koning Saul, vormt een schitterend beeld van de ware Zoon van David, Jezus Christus. Waar Saul het tijdelijke Oude Verbond en de heerschappij van de wet vertegenwoordigt die angst aanjaagt, wijst de met een oliehoorn gezalfde David op het onvergankelijke leven van het Nieuwe Verbond. Net zoals David destijds bij de citer de boze geest verdreef, brengt de Zoon van David blijdschap, harmonie en nieuw leven door de lieflijke klanken van Zijn evangelie. Zijn opstanding op de derde dag wordt prachtig vergeleken met muziek in de grote terts die de mineurstemming voorgoed doorbreekt.

“Waarom doet muziek dat? Omdat muziek een beeld is van de lieflijke klanken van het Woord van God.”

Inleiding: de Zalving van David ↑ hoofdstukken

Ook van mijn kant een hele goede morgen, vrienden, broeders en zusters, jongens en meisjes daar op de achtergrond. Ik wil u vanmorgen meenemen naar een geschiedenis die de meesten van ons denk ik wel zullen kennen, al was het maar van de zondagsschool van vroeger: de geschiedenis dat David uitgenodigd wordt bij Saul om op de citer te spelen.

Maar wat wij gaan doen, is niet alleen het verhaal lezen en daar enkele toelichtingen op geven. We willen werkelijk — dat klinkt misschien wat zwaarder dan dat het in werkelijkheid is, want het is in wezen een eenvoudige bezigheid — we gaan onderzoeken. Dat wil zeggen: we lezen wat er staat geschreven, dat is één ding. Maar wat ligt er onder die oppervlakte allemaal aan rijkdom verborgen? Hoe wijst deze geschiedenis op de grote Zoon van David? Ik kan u op voorhand al verklappen: dat is op een schitterende wijze het geval.

'David op de citer', zo heb ik het erboven geschreven. Dat heb ik als titel aan deze bijeenkomst, aan deze studie meegegeven. En u vindt die geschiedenis in 1 Samuël 16, vanaf vers 13 tot 23. Eigenlijk vanaf vers 14 tot 23, maar dat dertiende vers neem ik er nog even bij om het in een goede samenhang te zien. In de eerste verzen van 1 Samuël 16, vers 1 tot en met 13, wordt David voor het eerst geïntroduceerd. Samuël gaat op weg naar Betlehem, naar de familie van Isaï, die we tot dusver helemaal niet kenden. En dan wordt David uitgezocht en uiteindelijk gezalfd. Niet al die oudere broers van hem, niet die zeven broers die ouder waren dan hij, nee, de achtste. Anderen zeggen dat het de zevende was, maar dat is nog een verhaal apart. Daar zullen we het nu even niet over hebben. In elk geval: David wordt gezalfd.

Dan komen we in vers 13 en daar lezen we: 'En Samuël nam de oliehoorn en zalfde hem.' Dat wil zeggen David, zoals dat op dit mooie plaatje wordt geïllustreerd: een hoorn. Hij nam de oliehoorn en zalfde hem met olijfolie, zo weten we. De priesters werden daarmee gezalfd, koningen werden daarmee gezalfd. En dat heeft allemaal weer te maken met de schitterende betekenis van de olijfboom, van olijven en olijfolie, en welke functies olijfolie allemaal wel niet heeft in de Bijbel.

Het geeft licht; vroeger was het hét brandstofmiddel bij uitstek. In de tabernakel werd de kandelaar ook brandend gehouden en die gaf licht. Waarom? Door olijfolie, door gestoten olijfolie. Het heeft ook alles te maken met het feit dat olijfolie in de Bijbel — en niet alleen in de Bijbel — een geneeskrachtige werking heeft. Het heeft alles te maken met leven dat sterker is dan de dood. Een olijfboom is ook zo'n boom die niet doodgaat, weet u wel? Die zichzelf, zoals dat in de biologie heet, regenereert. Hij overwint de dood. Een prachtig embleem! Daar spreekt olijfolie van. David werd daarmee gezalfd en hij werd gezalfd te midden van zijn broeders, die dat ongetwijfeld met lede ogen hebben aangezien.

De Oliehoorn Versus de Oliekruik ↑ hoofdstukken

En dan wil ik nog even speciaal wijzen op het feit dat het een oliehoorn was. "Een hoorn van olie" staat er dan in het Hebreeuws. Een hoorn... want dat is opmerkelijk. Weet u waarom? Omdat we eerder lezen dat Samuel veertig jaar daarvoor Saul had gezalfd, ook met olijfolie, maar dat was niet met een hoorn gebeurd, maar met een kruik. Dat lees je in 1 Samuel 10, een aantal hoofdstukken eerder. In 1 Samuel 10 vers 1 lees je: "Toen nam Samuel de oliekruik, goot haar uit over zijn hoofd" – dat wil zeggen Sauls hoofd – "en hij kuste hem en zei: Heeft de HERE u niet tot vorst over Zijn erfdeel gezalfd?"

Tijdelijk overigens, want uiteindelijk zou het koningschap voor altijd naar het huis van David gaan. Maar ja, en dat is... als ik dat zo zeg, dan geef ik daarmee feitelijk ook meteen al de verklaring aan. Want een kruik in de Bijbel, een aardevat, heeft te maken met vergankelijkheid. Iets wat voorbijgaat. Wij hebben, zegt Paulus om maar een voorbeeld te geven, een schat hierbinnen. Zijn woord, het kennen van Hem, dat is een schat die niemand van je afpakt. Maar we moeten erbij zeggen – en daar worden we vrijwel dagelijks mee geconfronteerd – dat we die schat hebben in aardevaten. Dat is dit lichaam. Een aardevat: breekbaar, broos. Het is niet alleen maar breekbaar, het wordt ook gebroken. Het is ook aan verval onderhevig. Dat kun je bij jezelf en bij elkaar vaststellen. Dat is gewoon een gegeven; het is een aardevat. En een aardevat heeft in de Bijbel altijd te maken met vergankelijkheid. Dat ziet inderdaad op dat koningschap van Saul. Dat was een vergankelijke aangelegenheid. Het koningschap kwam aan hem toe, maar slechts voor een tijd. Op voorhand stond dat al vast. Het volk kreeg een koning naar haar hart, en pas later zou God de koning kiezen naar Zijn hart.

En dat vindt dan plaats met een hoorn. Een hoorn, een ramshoorn is dat. Je zou het in de psalmen eens na moeten lezen hoe vaak David dat ook niet zegt. "Gij hebt mijn hoorn verhoogd, een hoorn des heils." Hoe vaak staat dat niet in de psalmen? Of later in het boek Samuel, als David in de benauwdheid is en voor Saul moet vluchten, dan zegt hij: "O God, Gij zijt mijn steenrots" en "de hoorn van mijn heil". Dat wil zeggen: de hoorn van mijn redding. De hoorn. En dat herinnert aan het begin van zijn carrière als koning, toen God hem uitgekozen had te midden van zijn broeders. Een hoorn spreekt altijd van koningschap. En als u het niet geloven wilt, dan moet u dat maar eens een keertje in Daniël lezen. Daar lees je ook over visioenen van een ram en een bok of over dat beest met die tien hoorns. En dan wordt het uitgelegd: die tien hoorns zijn tien koningen. In het boek Openbaring wordt dat ook weer uitgelegd. Een hoorn spreekt van koningschap.

Eigenlijk – en ik wijs er al even op zonder het verder te kunnen toelichten – is het feitelijk zo mooi: een hoorn is dat wat overgebleven is van een ram die geslacht is. Moet u daar maar eens over nadenken. Eerst wordt de ram geslacht en wat daarvan overblijft, is de hoorn. Die kun je dan ook weer blazen; die brengt geluid voort. De ramshoorn, de shofar. Die roept het volk bij elkaar; dat is de functie van een hoorn. Dat is een Bijbelstudie op zich. Maar goed, Samuel zalft David dus te midden van zijn broeders met de oliehoorn, in contrast met Saul die ooit zoveel jaren daarvoor met een kruik gezalfd werd. Dat zijn van die kleine details waar je zomaar overheen zou lezen, maar ik wil u er graag op wijzen.

David als Messias: Aangegrepen Door de Geest ↑ hoofdstukken

In vers 13 staat: "Van die dag af greep de Geest des HEREN David aan." Dat was vanaf de dag dat hij gezalfd werd. Als ik het op zijn Hebreeuws zou zeggen, dan zou ik zeggen: David werd vanaf die dag de Mashiach. Want Mashiach, of ons woord Messias, betekent 'gezalfde'. Je kunt het ook nog op zijn Grieks zeggen: Christus. Dat is het Griekse woord voor gezalfde. David werd de gezalfde; hij werd gemaakt tot mashiach.

Het zou trouwens nog een hele tijd duren voordat hij daadwerkelijk koning werd over Israël. Als ik het zo zeg, dan begrijpt u meteen waarom David een beeld is, een type van Hem die duizend jaar later zou komen: de Zoon van David, uit zijn lendenen voortgekomen, het zaad van David. Ook geboren in diezelfde stad waar hij zelf vandaan kwam: Bethlehem. Ja, het zou nog een hele tijd duren voordat hij daadwerkelijk koning werd over Israël. Hij was gezalfd, maar het zou nog een hele tijd duren voordat hij het koningschap daadwerkelijk op zich zou nemen en de troon in Jeruzalem zou bekleden en in bezit zou nemen om te regeren over Israël en zelfs over zijn vijanden.

Prachtig type, toch? Daartussen ligt nog die tijd van vervolging. Dat heeft alles te maken met de tijd die er ligt tussen de zalving van de Zoon van David — dat wil zeggen: toen Hij opstond uit de doden — en het moment dat Hij daadwerkelijk in Jeruzalem de heerschappij zal hebben aanvaard over Zijn volk en over de volkeren van deze aarde. Alleen daarin is hij al zo’n schitterende vooruitwijzing.

Afijn, vers 13: "Van die dag af greep de Geest des HEREN David aan en daarna stond Samuel op en hij ging naar Rama." Rama betekent 'de hoge plaats'. Als ik dit zo allemaal zeg en je houdt zo’n geschiedenis tegen het licht — ik bedoel tegen het licht van wat we weten over de Zoon van David — dan stapelen de associaties zich op. Dan zie je de linken achter elkaar. Want toen de Zoon van David de gezalfde werd, de Christus werd, de Geest kreeg... U weet toch: als je de geest geeft, dan geef je het leven, dat is sterven. Maar als je de Geest krijgt, dan ontvang je leven. Welnu, vanaf de dag dat de Zoon van David leven ontving — en dan met allemaal hoofdletters: ONVERGANKELIJK leven — toen ontving Hij daadwerkelijk de Geest. Toen werd Hij aangegrepen door de Geest.

Petrus zegt het in Handelingen 2 ook: dat Hij als eerste de Geest heeft ontvangen en zo ook tot Christus is geworden. Ja, en toen stond Hij op uit de doden en toen ging Hij naar de hoge plaats. Het heeft alles met elkaar te maken. Samuel en David vormen in feite één plaatje in dit geval: degene die Israël richtte en degene die Israël zou gaan richten en koning over haar zou worden. Die associatie van zalving, de Geest des HEREN ontvangen, opstaan en naar de hoge plaats gaan... het spreekt van de Zoon van David, van de Heer Jezus Christus.

Saul en de Heerschappij van het Oude Verbond ↑ hoofdstukken

En dan staat er in vers 14 – want we moeten natuurlijk wel wat verder gaan – dat de Geest des HEREN van Saul was geweken. Aan de ene kant vind je in vers 13 dat vanaf die dag de Geest des HEREN David aangrijpt. David was vanaf die dag niet meer dezelfde. Hij was al die goede herder enzovoort, maar de Geest des HEREN had hem aangegrepen. In contrast daarmee wordt dan in vers 14 gezegd: "Maar van Saul was de Geest des HEREN geweken."

Als toelichting op dit gegeven vindt u hier vervolgens de geschiedenis beschreven. Ik moet erbij zeggen dat chronologisch – dat is een moeilijk woord, maar het betekent tijdrekenkundig – de geschiedenis die we hier vinden, waar David op de citer speelt enzovoort, plaatsvindt na hoofdstuk 18. Dat wil zeggen dat dit gedeelte van vers 13 tot en met 23 chronologisch plaatsvindt na het verslaan van Goliath. Dat blijkt gewoon als je dit gedeelte goed leest en vergelijkt met het navolgende. De plaatsing van deze pericoop, van deze passage, is thematisch. Het is een toelichting op het gegeven dat aan de ene kant David de Geest ontvangt en dat bij Saul juist de Geest wijkt. Daarom wordt dit gedeelte hier geplaatst; dat heeft een thematische reden. Thematisch volgen deze twee gegevens elkaar op, maar in de tijd hoort dit geplaatst te worden na hoofdstuk 18.

Dat blijkt uit allerlei details in dit gedeelte. Dan lees je bijvoorbeeld dat David geroepen wordt – u zult het straks vanzelf nog wel zien – en er wordt gezegd: "Ja, David is een geweldig krijgsman." Krijgsman? Hoezo? Nou, dat is niet zo gek, want inmiddels had hij die grote reus, Goliath, al ontslagen – moet je mij horen – ja, hij was ook uit zijn functie gezet, dat is waar, maar ik bedoel verslagen. Zijn kop eraf. Die werd vervolgens afgehakt en naar Jeruzalem gebracht, en sindsdien is daar een 'hoofdschedelplaats'. Nou ja, afijn. Dit zeg ik even ter toelichting, want anders snap je sommige details in dit gedeelte en ook in de navolgende hoofdstukken niet. Ik wijs er alleen even op dat dit tijdrekenkundig na hoofdstuk 18 vers 2 tot 4 geplaatst moet worden.

Ik lees verder. Maar van Saul was dus de Geest des HEREN geweken. En dan staat erbij: "een boze geest". Het staat er heel eigenaardig, een heleboel mensen struikelen daar ook over, maar het is opmerkelijk: die boze geest kwam van de HERE, van Yahweh, en die joeg hem angst aan. Dus de Geest van God, de Geest van Yahweh, die David aangreep, week juist van Saul. En in plaats daarvan zond God een boze geest. Wat dat dan ook geweest moge zijn; een geest betekent ruach, wind. Het zet hem in beweging, het joeg hem angst aan. "Deze verschrikte hem," staat er in de Statenvertaling. En u zegt: "Van een boze geest?" Van de HERE, ja. Dat vind je wel vaker trouwens in de Bijbel. Job zou zeggen: "Zouden we het goede van God aannemen en het kwade niet?" En er staat nog bij: "In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet."

Kijk, God is de goede God, dat is waar. En Hij heeft altijd het heil, het allerbeste met Zijn creaturen op het oog. Maar dat neemt niet weg dat Hij soms het kwaad inzet om Zijn doel te bereiken. Hier lees je dus over een boze geest die van de HERE kwam en hem angst aanjoeg. Hij is de goede God en door de weg die Hij gaat, zal Hij ook bewijzen de beste God te zijn die er is, de al-goede God. Maar het was een boze geest en hij kwam van de HERE; het was de HERE Zelf die dat geïnitieerd had en die joeg hem angst aan.

Als je dit in het licht van het Nieuwe Testament ziet – ik wil dat straks nog wel even wat nader toelichten, maar ik wil er nu alvast even op wijzen – dan is Saul een type van de heerschappij van het tijdelijke Oude Verbond. Dat klinkt misschien wat ingewikkeld als ik het zo zeg, maar eigenlijk komt het erop neer dat de zalving van David het grote keerpunt is. Hij ontvangt de Geest van de HERE, hij wordt aangegrepen door de Geest en vanaf dat moment wijkt de Geest van Saul en krijgt hij daarvoor in de plaats een boze geest die hem angst aanjaagt. Het staat model voor de Zoon van David die gezalfd werd, die aangegrepen werd door de Geest van de HERE en die opstond uit de doden; de verheerlijkte Messias op die hoge plaats.

De heerschappij die voorheen gold, tot de opstanding van de Heere Jezus, was de heerschappij van het Oude Verbond, die trouwens altijd al bedoeld was voor een tijd. Niet voor altijd. Zoals Paulus dat uiteenzet in de Galatenbrief: God heeft met Israël een verbond gesloten bij de Sinaï en Hij heeft hen de wet gegeven. Niet om de mensen beter te maken, wat altijd maar wordt verteld. Men zegt dat God de wet aan Israël oplegde om de zonde in te dammen, maar je zou Paulus' commentaar daarop moeten lezen in bijvoorbeeld Romeinen 5. Waarom is de wet er dan bij gekomen? In de vertalingen wordt geprobeerd het weg te moffelen, maar zelfs dat lukt niet eens, zo krachtig formuleert Paulus het. Hij zegt: "De wet is erbij gekomen om de zonde te doen toenemen." Maar waar de zonde toeneemt, daar is de genade alleen maar overvloediger geworden. Kijk, daar ging het God om. God gaf iets 'kwaads', de wet, om juist het goede te doen blijken. Onder die heerschappij van de wet heeft Israël gedurende 1500 jaar geleefd, onder dat juk dat zij niet konden dragen. Petrus zegt later ook dat zij dat juk niet konden dragen; het was een last. Zo is het Oude Verbond ervaren.

Toen David, de zoon van David, de Gezalfde werd, was het over met het Oude Verbond en de heerschappij van de wet. Het was over met de bediening van veroordeling die alleen maar angst aanjaagt. Zo wordt de heerschappij van de wet ook genoemd in 2 Korinthe 3, waar Paulus het heeft over Israël dat onder de wet leeft. Hij noemt het een bediening van veroordeling, een bediening des doods. Daar is Saul eigenlijk een beeld van: van hem die staat voor de wet en voor het Oude Verbond.

In het Nieuwe Testament komen we ook weer zo'n Saulus tegen, ook uit de stam van Benjamin. De Saulus die u kent uit het Nieuwe Testament was ook die man die de Zoon van David vervolgde. Hij was een hartstochtelijk ijveraar voor zijn voorvaderlijke overleveringen en had het in het Jodendom verder gebracht dan vele van zijn tijdgenoten. Eigenlijk was hij de belichaming van het Oude Verbond. Hij wilde eraan vasthouden, totdat hij in zijn kraag gegrepen werd: "Saul, Saul, wat vervolg je Mij?" Daar staat Saul voor: voor dat Oude Verbond en het vasthouden aan dat Oude Verbond dat angst aanjaagt.

Ik lees even verder. "Toen zeiden de dienaren van Saul tot hem: Zie toch, een boze geest van God jaagt u angst aan." Je probeert je zo'n geschiedenis voor te stellen hoe dat gegaan is, maar Saul krijgt dan zo'n boze geest over zich.

En dan wordt hij verschrikt en raakt hij ook in de put, lezen we in andere gedeelten of woorden van gelijke strekking. Maar goed, en dan zijn het zijn hofdienaren die hem een advies geven. Zij zeggen: "Zie toch, een boze geest Gods jaagt u angst aan. En laat onze heer toch zeggen dat uw knechten, die in uw dienst staan, iemand zoeken die op de citer kan spelen. Als dan de boze geest Gods over u komt..."

Dat is heel opmerkelijk, hè? Ze zeggen: "Als dan die boze geest Gods over u komt, dan moet hij de citer bespelen en dan zult u zich beter voelen."

De Citer (kinoor) en het Meer van Kinneret ↑ hoofdstukken

Maar even over dat woord citer. Het woord citer is in het Hebreeuws kinoor. Dat komen we nogal eens tegen. De citer speelt in het leven van David natuurlijk een heel grote rol. Ook later nog als hij koning is; David heeft bij snarenspel heel veel liederen gecomponeerd en geschreven. Maar in het leven van de Zoon van David speelt de kinoor ook een heel grote rol. Op een andere wijze, maar niettemin wel degelijk.

Want waar vond het grootste gedeelte van het leven van de Zoon van David plaats, zoals we dat beschreven vinden in de evangeliën? Dat was daar rondom het Meer van Genesareth. Het heet de Zee van Tiberias of het Meer van Galilea, maar het heet doorgaans – en dat is feitelijk de Hebreeuwse benaming – het Meer van Genesareth. Het Meer van Genesareth is afgeleid van het Hebreeuwse woord Kinnereth, en dat is weer afgeleid van kinoor. Het is niet zo moeilijk waarom dat meer zo heet: het is namelijk gewoon een harp; het heeft de vorm van een harp.

Dus als je leest dat de Heer Jezus daar zat bij het Meer van Genesareth, dan klinkt daar in het Hebreeuws de benaming van de harp gewoon door. Zoals in het leven van David de harp zo’n grote rol speelde en David woorden zong bij de harp, zo heeft de Zoon van David het Woord doorgegeven, ook bij de harp, namelijk bij Kinnereth.

Je zou dat eens in de Psalmen moeten opslaan. Dan lees je bijvoorbeeld in Psalm 49: "Ik zal mijn geheimenis bij de citer ontsluieren." Maar wat deed de Zoon van David? Die deed niets anders. De Zoon van David ontsluierde ook geheimenissen. Dan ging hij bijvoorbeeld naar de Zee van Kinnereth of het Meer van Kinnereth, van Genesareth. En wat deed hij dan? Dan ging hij gelijkenissen vertellen, verborgenheden, geheimenissen.

Dan ging hij bijvoorbeeld bij de zee zitten, lees je, heel demonstratief. Eerst was hij aan de kust en dan ging hij in een bootje, van wal – mooi gezicht hè. Hij stak van wal en dan ging hij vanaf het scheepje de scharen toespreken. Dan ging hij een gelijkenis vertellen. Er staat dan nog bij: hij vertelde hun gelijkenissen, maar hij verklaarde het hun niet. Later, afzonderlijk, vertelt hij het wel aan de twaalven. Dat zijn schitterende dingen. Daar bij de Kinnereth, bij de citer, vertelt de Heer gewoon een geheimenis.

Maar ik zal u vertellen: hij demonstreerde het ook. Ze hadden het gewoon voor hun eigen ogen kunnen zien. Want het feit dat hij daar vanaf de zee de scharen op het land toespreekt, is een beeld van de tegenwoordige tijd waarin het heil naar de volkerenzee is gegaan. En vanaf de volkerenzee wordt het volk op het land toegesproken. Maar goed, daar gaat het nu verder niet om. Ik wil alleen maar aangeven: David sprak geheimenissen bij de citer en hij zong daar muziek bij, maar het is de Zoon van David die ook geheimenissen, het Woord, deed klinken bij Kinnereth. Bij de harp, bij de citer. Goed, ik lees nog even verder.

Muziek, Mineur en de Opstanding in de Grote Terts ↑ hoofdstukken

In vers 16 zeggen die hofdienaren: "Laat onze heer toch zeggen dat uw knechten, die in uw dienst staan, iemand zoeken die op de citer kan spelen. Als dan de boze geest Gods over u komt, moet hij die bespelen en gij zult u beter voelen." Wil ik daar nog iets over zeggen? Want wat zo bekend is van David, zijn natuurlijk de psalmen. Maar het woord 'psalm' is eigenlijk een Grieks woord. Ons woord 'psalm' komt van het Griekse woord psallo. En psallo betekent eigenlijk gewoon tokkelen bij een snaarinstrument, of meer in het algemeen gewoon muziek maken, musiceren. Dat is eigenlijk wat een psalm is.

Soms is het helemaal niet duidelijk of het dan gaat over de psalmen in het Nieuwe Testament — ik bedoel de honderdvijftig psalmen zoals we die aantreffen in onze Bijbel — of gaat het gewoon in het algemeen over muziek of muziek maken? Je leest, om een voorbeeld te geven, in Romeinen 15 waar wordt geciteerd uit het Oude Testament. Dan zegt Paulus: "Daarom zal ik U loven onder de heidenen en Uw naam met snarenspel prijzen." Daar staat dat Griekse woordje psallo. Maar als je ditzelfde gedeelte in de Statenvertaling leest, vertalen ze het met 'lofzingen'. En als je een Concordant Version hebt, die het woord consequent weergeeft, die zegt: "playing music". Dus muziek spelen. "Daarom zal ik U loven onder de natiën en voor Uw naam muziek spelen." Dat is eigenlijk wat een psalm is: muziek spelen, muziek maken.

Ik zal nog een voorbeeld geven. In Jakobus 5 lees je — dat is een mooie hoor — "Heeft iemand onder u leed te dragen? Laat hij bidden." Dat schrijft Jakobus aan de twaalf stammen in de verstrooiing. Hij voegt eraan toe: "Is iemand blij te moede?" Blij te moede, blij van gemoed. Dat betekent niet dat je te moe bent om blij te zijn. Nee, is iemand blij te moede, laat hij lofzingen. Maar er staat ook weer dat woordje dat afgeleid is van psallo. In de Statenvertaling staat trouwens: "Laat hij dan psalmzingen." Maar in de Concordant Version staat ook weer gewoon: "Laat hem muziek maken." Play music! Is iemand blij? Weet je wat je dan moet doen? Gewoon muziek maken, musiceren. Dat vind ik schitterend, want dan zie je ook wat muziek feitelijk doet en waar het een beeld van is. Wat doen mensen als ze vrolijk zijn? Dan ga je muziek maken.

Tegenwoordig hebben we de luxe dat je helemaal niet zelf een gitaar hoeft te pakken of achter de piano hoeft te gaan zitten. We zetten gewoon de radio aan of stoppen een cd in een apparaat en je wordt omgeven door muziek. Dan maak je ook muziek hoor. U bent muzikaler en ik ben muzikaler dan je ooit zou denken, maar feitelijk is dat ook muziek maken. Ben je vrolijk? Laat je je omgeven door muziek. Muziek, dat weten we allemaal, raakt je tot in het hart. Muziek is een gave Gods, omdat muziek werkelijk je stemming kan veranderen. Nou, dat wordt tegen Saul ook gezegd. Muziek kan je blij maken. Je hoort ook weleens klanken waarvan je zegt: "Dat is muziek," maar het maakt me ziek. Maar dat vind ik ook geen muziek. Muziek is dat wat je blij maakt.

Zal ik nog eens wat vertellen? Hoe noemen we dat als iemand droevig is? Dan zeggen we: "Je bent in mineur." Maar mineur is eigenlijk een muzikale term. Iets wordt in mineur gespeeld of in majeur. Dat is heel grappig met dat soort terminologie die we gebruiken als iemand depressief is. Als ik het woord 'depressief' gebruik, is dat feitelijk een metafoor, een beeld ontleend aan de weerkunde; een meteorologische term. Ik bedoel Henk Krol... of hoe heet hij? Henk Krol is weer een ander, ja, van het COC. Nee, Erwin Krol, zo heet hij. Als Erwin Krol het heeft over een depressie die eraan komt, dan heeft hij het niet over een psychiatrische aandoening. Nee, dan bedoelt hij gewoon: "Ja jongens, dan kun je je paraplu wel pakken, want de zon zal niet gaan schijnen." Dat is mooi hè, hoe wij ons humeur associëren met het weer.

Iemand heeft bijvoorbeeld een zonnig karakter, of ziet er bedrukt uit. Dat is ook zo'n mooie: bedrukt, depressief. Dat wil zeggen: de zon schijnt niet, het is bewolkt. Het mooiste wat je trouwens iemand kunt vertellen die depressief is, is: "Joh, ook al zie je de zon niet, hij schijnt wel hoor." Dat is waar, ik bedoel ook geestelijk. De zon schijnt altijd, ook al zie je hem niet en al voel je de warmte ervan niet. Die zon staat er altijd uitbundig te schijnen, volop. Maar goed, even ter zake. We zeggen: "In mineur." Ja, weet u, ik heb heel weinig verstand van muziek. Ik ben wel vrij muzikaal groot geworden, nietwaar Dirk? Er stond altijd een gigantisch orgel bij ons in huis en mijn vader is nog steeds een niet onverdienstelijk pianospeler. Ook bij de snaren dus. Ik dacht altijd dat een piano... ik kon nooit begrijpen dat het een snaarinstrument was. Het is toch eigenlijk een slaginstrument? Je zit erop te timmeren. Maar dat is dus niet zo. Goed, ik zit nu dus mijn onkunde te demonstreren.

Maar kijk, dit heb ik dan gehoord — want ik heb geen verstand van muziek — maar dan hoor ik: "Ja, in majeur, een ander woord daarvoor is de grote terts." En 'terts' is de derde, en dat betekent zoiets als dat bij de derde toon vanaf de grondtoon de muziek omhooggaat. Bij de derde gaat het omhoog en dat is majeur; dat staat tegenover mineur. Dan vindt er geen verhoging plaats bij de derde. Ik wou zeggen: "Ik ben in mineur," want mijn stem wordt ook wat minder. Dat betekent 'mineur' trouwens: kleiner. Maar goed, het gaat dus omhoog, bij de derde omhoog. Dat is zo schitterend. Muziek in mineur is meestal droevige muziek, maar majeur is vrolijke muziek waar je blij van wordt. Ja, dat is zo mooi. Want wat maakt een mens nu werkelijk blij? Dat zijn toch de klanken aangaande Hem Die op de derde dag, bij de derde, verhoogd werd. Gezalfd werd. Nieuw leven aan het licht bracht voor de hele schepping. Dat maakt een mens vrolijk. Daar wil je naar blijven kijken, en muziek is daar een schitterende uitbeelding van. Het is een gave van God; hoe het een mens kan raken en hoe het een mens vrolijk kan maken.

Dat is feitelijk wat David deed. David verdrijft bij Saul de mineur — dat was de bedoeling, en dat zou ook werkelijk gebeuren. Het zou uiteindelijk trouwens ook jaloezie oproepen, maar dat is weer een ander verhaal; dat is een hele lange geschiedenis. Maar ziet u wat muziek kan doen? En ook hoe daarachter zoveel rijkdom zit. Feitelijk straalt daar gewoon het licht van het evangelie in door: de grote terts, de grote derde. Ik verneem daar dan veel meer dingen van. Men heeft het over een octaaf; hoeveel klanken zijn er? Ja, er zijn er acht. En bij de achtste is er weer een nieuw begin. Dat is natuurlijk niet zo gek: na de zeven, net als bij een week. Maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag... en dan krijg je de achtste dag, dat is weer de zondag. Het is de eerste. De achtste is eigenlijk weer de eerste. Net als in de muziek: do, re, mi, fa, sol, la, si... en dan weer do. De achtste is feitelijk weer de eerste: een nieuw begin.

Het is gewoon een uitbeelding van een door en door Bijbelse waarheid: een nieuw begin bij de achtste. Wanneer stond de Heere Jezus op? Je kunt zeggen: bij de grote terts, de derde dag. Maar dat was de dag na de Sabbat, de zevende, dus de achtste dag. En wanneer wordt een Joods jongetje besneden? Precies, de achtste dag. En wanneer stond de Heere Jezus op? Op de grote dag van het feest.

De Held uit Bethlehem Brengt Brood en Wijn ↑ hoofdstukken

Zo onthouden we hem gewoon. En dan staat er in vers 17: "Saul zeide tot zijn dienaren: Ziet voor mij uit naar iemand, die goed speelt en brengt hem tot mij." Toen antwoordde een van de knechten: "Ik heb een zoon van de Betlehemiet Isai gezien, die spelen kan." Die kende hij inmiddels. De Betlehemiet uit Betlehem – uit het broodhuis – die spelen kan.

Hij is een dapper held. Van David lees je ook dat hij zijn leven inzette voor zijn schapen en daarbij zelfs leeuwen en beren verscheurde. Wij zeggen wel eens: "iemand is een held op sokken", maar hij versloeg letterlijk leeuwen en beren. Hij was een krijgsman. Ik zei al: deze geschiedenis moet chronologisch geplaatst worden na het verslaan van Goliath.

Goed, hij is een krijgsman, wel ter tale – dat wil zeggen: hij hanteert het woord goed, hij brengt een goed woord voort – schoon van gestalte, en de HEERE is met hem. Dat was onmiskenbaar. Dit is een prachtig plaatje van de Zoon van David. Uiteindelijk gaat het in de hele Bijbel maar over één iemand: een man uit Betlehem die geweldige klanken kan voortbrengen, die wel ter tale is en een goed woord spreekt. Een dapper held, een krijgsman die de overwinning behaalt en die schoon van gestalte is. Je moet dan meteen denken aan het boek Hooglied: alles aan hem is gans begeerlijk. Schoon van gestalte, en de HEERE is met hem. Ja, wat dacht je? De HEERE zegent Hem in alles. Die man – wat de hofhouding tegen Saul zegt: "Bij Hem moet je wezen!"

Daarop zond Saul boden naar Isai met het verzoek: "Zend mij uw zoon David, die bij de schapen is." Ja, dat was hij. Hij zou koning over Israël worden, maar hij was ooit die schaapherder. De goede herder, zo wordt hij beschreven, die zijn leven inzet voor de kudde. Daarom was hij later ook zo’n goede koning; hij begon ooit als herder.

Toen nam Isai – dat was de vader van David; "De HEERE leeft" betekent zijn naam. Dat is mooi. In Jesaja 11 vers 1 lees je: "Er zal een scheutje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isai." We hebben daar een tijd geleden bij stilgestaan, over die Nazireeër, de "netzer". Sommigen van u herinneren zich dat wellicht. De HEERE leeft en Hij maakt ook levend. Al mag de stamboom van Isai dan helemaal afgehouwen zijn en aan een einde lijken gekomen – zoals bij het koningshuis van David – God brengt nieuw leven voort. Hij doet een scheutje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isai. Dat is Isai.

Isai nam een ezel. De ezel speelt trouwens wel vaker een grote rol in het boek Samuël. Dat zou u eens aan Saul moeten vragen. Toen hij koning werd, zo’n 45 jaar daarvoor, was hij op zoek naar een stel ezelinnen. Hij vond de ezelinnen, maar eigenlijk vond hij nog veel meer: hij vond het koningschap. Het is nog niet zo lang geleden dat ik daarover gesproken heb, dus ik zou zomaar in de verleiding kunnen komen om daar meer over te vertellen, maar goed: die ezel.

Isai nam een ezel, brood en een zak wijn. Dat sluit mooi aan op vorige week, nietwaar? Toen hadden we het ook over brood en wijn. Er staat ook nog een geitebokje bij; een geslacht bokje. Brood en wijn, precies waar we het vorige week over hadden. Het is niet zo moeilijk hoor. Weet u waar je dat ook leest? In Genesis 14, die schitterende geschiedenis over Melchizedek die Abraham tegemoet komt na een veldtocht. Melchizedek, de koning-priester van Salem, zegende Abraham en gaf hem brood en wijn. Leven en overvloed, dat is waar het van spreekt. Ik hoef niet te herhalen wat we vorige week hebben gememoreerd, maar het spreekt uiteraard van de Zoon van David, de grote Overwinnaar.

Isai nam dus een ezel, brood en een zak wijn. Wijn in zakken? Ja hoor, in de Bijbel al. "Je moet geen nieuwe wijn in oude zakken doen", zo was het toch? Of ook geen oude wijn in nieuwe zakken... Als u aan "oude zakken" denkt, denkt u hopelijk niet aan iemand anders. Maar goed, Isai liet dat door zijn zoon David aan Saul brengen. Dat wil zeggen: aan Saul wordt iets geweldigs aangeboden. Zijn heerschappij kwam ten einde en hij zou dit moeten herkennen als het allerbeste, want de HEERE had iemand uitgekozen die beter was dan hij.

David brengt dat allemaal mee voor Saul, en nog zoveel meer. Want wat lezen we? "Zo kwam David bij Saul en werd zijn dienaar." Saul hield veel van hem, zeker in het begin, en David werd zijn wapendrager. Ook dit is precies wat ik al eerder aangaf wat betreft de plaatsing van dit gedeelte. In 1 Samuël 18 lees je immers dat Jonatan – de zoon van Saul – zijn mantel uittrok en aan David gaf, evenals zijn wapenrok, zijn zwaard, zijn boog en zijn gordel. David werd de wapendrager van Saul.

Daarom zond Saul tot Isai de boodschap: "Laat David toch in mijn dienst blijven, want hij heeft mijn genegenheid gewonnen." In de Statenvertaling staat er: "Hij heeft genade in mijn ogen gevonden."

De Genezende Klanken van de Zoon van David ↑ hoofdstukken

En telkens – dat is het laatste vers van dit gedeelte – als die geest Gods over Saul kwam, ja, die boze geest dus, nam David de citer. En hij speelde dat het een lieve lust was, ben ik geneigd erbij te denken. En het schonk Saul verlichting; hij voelde zich beter en de boze geest week van hem. Jij pleegt het nog wel eens een keer te zeggen, Huib, als we hier samenkomen: laten we eerst de boze geesten eens verdrijven. Dan zouden we zeggen: laten we een lied zingen. Ja, dan gaan we in majeur zingen. Het is hier een ontlening natuurlijk, dat kan niet missen.

Het beste advies wat ik kan geven aan mensen die in mineur zijn, die depressief zijn, dan zeg ik: weet je wat je dan moet doen? Er zijn misschien hier ook wel mensen die daarmee tobben. Ik ben ook wel eens in mineur. Weet je wat je dan moet doen? Dan moet je die man uit Bethlehem uitnodigen. Die sterke held, die wel ter tale is, die schitterende klanken voortbrengt, die mooie... ja, die een boodschap brengt die als muziek in de oren klinkt. Dat is Hij die de grote terts speelt. En dat is muziek, dat geeft rust, want dat is wat muziek toch allemaal met een mens kan doen.

Waarom doet muziek dat? Omdat muziek een beeld is van de lieflijke klanken van het Woord van God. Die een mens tot in het hart raakt en rust geeft, harmonie geeft – dat is ook zo'n muzikale term – harmonie geeft, blijdschap geeft, blij maakt. Dat is wat die Zoon van David doet op de citer. En in een wereld waar we allemaal, waarbij het nieuws wat we volgen en de dingen die je meemaakt je zo kunnen deprimeren, in mineurstemming – stemming is ook een muzikale term trouwens – ja, weet je wat je daar nodig hebt? Iemand die de citer kan spelen. De man uit Bethlehem, wel ter tale, die een goed woord spreekt, een sterke held. Hij is de grote overwinnaar en Hij brengt klanken voort die de boze geesten verdrijven. Het maakt plaats voor genade, dat wil zeggen blijdschap, voor vreugde en vrede die alleen Hij kan geven. Amen.

Ik stel voor trouwens dat we daar een prachtig lied over zingen. Ton? 'Daar juicht een toon'. Ik heb dit lied heel bewust gekozen. 'Daar juicht een toon, daar klinkt een stem die galmt straks door gans Jeruzalem.' Want Jeruzalem wordt ineens gewaar dat de Zoon van David is opgestaan. Die grote derde, de grote terts. Geen graf hield Davids Zoon omkneld, Hij overwon. Die sterke held, die krijgsman. Hij steeg uit het graf door zijn Vaders kracht. Isai... de Heere leeft, want Hij is God, bekleed met macht.

🎧 David Op De Citer
Delen: