English blog | Oude Artikelen

is het hemelse Jeruzalem onze moeder?

22-01-2018 - Geplaatst door Andre Piet

In Galaten 4 ondersteunt Paulus zijn betoog tegen de dwaalleraars in Galatië, met een illustratie uit het boek Genesis. Een geschiedenis die hij typologisch, of zoals Paulus het zelf letterlijk formuleert (4:24), allegorisch leest. Niet in plaats van de geschiedenis maar als een diepere laag onder deze geschiedenis.

Paulus voert de Egyptische slavin Hagar op als type van de berg Sinaï in Arabië. Beiden voeren tot in slavernij. Een nogal stevige statement van de apostel. Elders (2Kor.3:6) verklaart hij: “de letter doodt”, daarbij doelend op de letters in de stenen tafelen gegrift, die het volk veroordeelde en ook daadwerkelijk drieduizend man onder hen, deed omkomen. Hagar staat voor “het vlees”: de menselijke constructies om God een handje te helpen in de vervulling van zijn belofte. Zoals Israël eenparig bij de berg Sinaï de gelofte deed: alles wat JAHWEH gesproken heeft, zullen WIJ doen (Ex.19:8). Het is dit verbond dat vanaf de aanvang bedoeld was om vervangen te worden door een nieuw en onvoorwaardelijk verbond. Abrams exercitie met Hagar typeert het Sinaï-verbond van de wet. GOD zou daaraan een einde maken door het beloofde zaad van Abraham geboren te doen worden, buiten ieder menselijk vermogen om. Abraham en Sara waren ‘verstorven’ maar God verwekte leven uit de doden. Zoals Hagar de slavernij en het vleselijk pogen uitbeeldt, zo vertegenwoordigt Sara de vrijheid en de belofte die GOD zelf in vervulling doet gaan.

Hagar ligt in Paulus’ uitleg, “op één lijn met het huidige Jeruzalem” (4:25). Paulus doelt op de stad als godsdienstig middelpunt van het Jodendom. Deze stad is met haar kinderen in slavernij, zoals dat destijds het geval was met Hagar en Ismaël.

En dan schrijft Paulus in vers 26:

Maar het opwaartse Jeruzalem is een vrije [vrouw] en dat is onze moeder.

Bovenstaande weergave wijkt af de gangbare vertalingen. Zo leest de NBG51:

Maar het hemelse Jeruzalem is vrij; en dat is onze moeder.

En de Staten Vertaling:

Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder.

Wat opvalt is dat de gangbare vertalingen spreken van een stad die boven of in de hemel is. Toch ligt dat niet besloten in het voorzetsel waarvan “hemelse” en “dat boven is”, de weergave is. Het Griekse woord ‘anoo’  betekent primair: ‘naar boven’ of ‘opwaarts’ (zie Joh.11:41). ‘Anoo’ is de tegenstelling van het voorzetsel ‘kata’ dat ‘naar beneden’ of ‘neerwaarts’ betekent. ‘Anoo’ geeft een richting aan. Paulus doelt niet op een Jeruzalem dat boven is maar op een Jeruzalem dat naar boven gericht is.

Er is nog iets opvallends aan de tegenstelling die Paulus maakt. In vers 25 spreekt hij van “het huidige Jeruzalem”. Je zou verwachten dat hij in het contrast daarmee, zou spreken over “het toekomstige Jeruzalem”. Maar hij noemt dat niet zo. Hij spreekt van “het opwaartse Jeruzalem”. Maakt Paulus daarin een denkfout? Nee, beslist niet. Want het toekomstige Jeruzalem is het opwaarts gerichte Jeruzalem. Zoals “het huidige Jeruzalem” gericht is op “het vlees” zo zal de stad in de toekomst gericht zijn op boven! Paulus doelt op het herstelde Jeruzalem in het Messiaanse rijk. Dat blijkt vervolgens uit het citaat dat hij geeft in vers 27:

Want er staat geschreven: wees blij, onvruchtbare, die niet voortbrengt. Barst uit en roep, jij die geen barensweeën hebt. Want vele zijn de kinderen van de eenzame, meer dan van haar die de man heeft.

Paulus ondersteunt zijn uitspraak over “het opwaartse Jeruzalem” met een citaat uit Jesaja 54 waar het toekomstig herstel van de stad Jeruzalem wordt beschreven (vergl. ook Jes.62:1-5). Het gaat daar over het geografische Jeruzalem dat in heerlijkheid zal worden hersteld nadat ze tot (h)erkenning van haar Messias is gekomen. Jesaja 54 gaat in vervulling wanneer het volk de belijdenis van Jesaja 53 in de mond zal nemen (“om onze overtredingen werd hij doorboord…”). Jesaja 54 spreekt niet van een Jeruzalem dat boven is, maar van een Jeruzalem dat het van boven verwacht!

Er blijft wellicht één vraag over bij deze uitleg: hoe kan een toekomstige stad Jeruzalem nu reeds onze moeder zijn? Mijn  antwoord is: niet (het toekomstige) Jeruzalem is onze moeder maar de vrije vrouw, Sara. Hagar is een type van het huidige Jeruzalem. Sara daarentegen is een type van het toekomstige, opwaarts gerichte Jeruzalem. En zij, Sara is onze moeder.

Ik citeer nogmaals Galaten 4:26

Maar het opwaartse Jeruzalem is een vrije [vrouw] en dat is onze moeder.

De “vrije” in deze passage (:22,23, 26,30,31) is consequent, vijf keer achtereen, Sara. Het is ook een vrouwelijk woord. Welnu, Sara is onze moeder. Zoals Paulus ook eindigt in 4:31 met te verklaren:

Daarom broeders, wij zijn geen kinderen van een dienstmeisje maar van de vrije [vrouw].

Delen: