English blog | Oude Artikelen

personificatie

03-01-2012 - Geplaatst door Andre Piet

Van een bezoeker van GoedBericht.nl ontving ik een mail met o.a. de volgende vraag:

Ik maak van deze gelegenheid wel gelijk gebruik om je een vraag te stellen. Met  veel belangstelling volg ik je recente weblogs die gaan over Jezus en dan met name zoals je het noemt de “pre-existentie van Christus”. Dat Jezus voor zijn geboorte er alleen was als het Woord van God. In welk licht moeten we Spreuken 8 vs 23 tot 31 lezen? Verwijst dit bijbelgedeelte naar het voormenselijk bestaan of moeten we dit anders verstaan?

Een vraag die de moeite waard is om nader op in te gaan!

personificatie

Spreuken 8 hanteert een stijlfiguur dat personificatie heet. Dat wil zeggen: dingen of abstracte begrippen worden voorgesteld als persoon. Dat is niet alleen een literair middel in gedichten (“wekt de liefde niet op, voordat het haar behaagt”; Hooglied 2:7) maar ook in het dagelijks spraakgebruik veel voorkomend:

  • de bodem smacht naar regen
  • het gevaar ligt op de loer
  • het lot is mij welgezind
  • vrouwe justitia oordeelt
  • vadertje staat zorgt
  • moeder natuur heeft dat geregeld

In al deze voorbeelden worden dingen of begrippen voorgesteld als een persoon. Maar ook in formeler spraakgebruik personificeren we, wanneer we b.v. zeggen:

  • dit hoofdstuk bespreekt …;
  • de regering vindt…;
  • GoedBericht.nl verkondigt …

Hoewel minder bloemrijk, worden ook hier aan onpersoonlijke onderwerpen, persoonlijke eigenschappen toegekend.

de wijsheid in Spreuken 8

In Spreuken 8 wordt “de wijsheid” (Hebr. chokmah, waar ons woord goochem van afgeleid is) voorgesteld als een persoon. Zo begint hoofdstuk 8 met:

Roept de Wijsheid niet en verheft de Verstandigheid niet haar stem?

“De wijsheid” wordt sprekend ingevoerd en in vers 12 zegt ze:

Ik, de Wijsheid, woon bij de schranderheid en ik verkrijg kennis door overleggingen.

Vanaf vers 22 tot en met 31 spreekt “de wijsheid” over haar oorsprong:

22 De HERE heeft mij tot aanzijn geroepen als het begin van zijn wegen, voor zijn werken van ouds af.
23 Van eeuwigheid aan (lett. vanaf aeon) ben ik geformeerd (lett. ingewijd), van den beginne, eer de aarde bestond.
24 Toen er nog geen oceaan was, ben ik geboren, toen er nog geen bronnen waren, rijk aan water.
25 Eer de bergen omlaaggezonken waren, voor de heuvelen ben ik geboren;
26 toen Hij het aardrijk en de velden nog niet had gemaakt, noch de eerste stofdeeltjes der wereld.
27 Toen Hij de hemel bereidde, was ik daar; toen Hij een kring trok op het oppervlak van de oceaan,
28 toen Hij de wolken daarboven bevestigde, en de bronnen van de oceaan met kracht opborrelden,
29 toen Hij aan de zee haar perk stelde, opdat de wateren zijn gebod niet zouden overtreden, en Hij de grondslagen der aarde bepaalde,
30 toen was ik een troetelkind bij Hem, ik was een en al verrukking dag aan dag, te allen tijde mij verheugend voor zijn aangezicht,
31 mij verheugend in de wereld van zijn aardrijk, en mijn vreugde was met de mensenkinderen.

Hier stelt “de wijsheid” zich voor als “het begin van Gods wegen” en als Gods metgezellin  bij de schepping. Dienen we daarbij letterlijk aan een persoon te denken die God bijstond en vergezelde bij de schepping van hemel en aarde? Zou God assistentie van “de wijsheid” nodig hebben? Kent de Schrift niet slechts één Schepper (Jes.44:24), “de alleen wijze God” (Rom.16:26)?

Het zal evident zijn, dat we in Spreuken 8 van doen hebben met een stijlfiguur. En zoals in de mail terecht werd aangegeven, de echo daarvan klinkt door in de proloog van Johannes 1. Het is niet moeilijk om in de beschrijving van “het woord” (logos), “de wijsheid” van Spreuken 8, te herkennen.

…  in den beginne bij God… alle dingen zijn door het woord geworden… in het woord was leven en het leven was het licht der mensen…

Sinds het woord vlees werd, is niet alleen overdrachtelijk maar ook letterlijk van iemand sprake. “… een eniggeborene van de Vader…” (Joh.1:14). De stijlfiguur van personificatie in Spreuken 8 is veelbetekenend: het is een heenwijzing naar het vleesgeworden woord, oftewel naar Christus, “de wijsheid Gods” (1Kor.1:24).

 

Delen: