ga naar thuis-pagina

laatste wijziging: 8 juli 2011

Onanie?

Zelfbevrediging (of masturbatie) heette vroeger onanie. Het is volkomen terecht dat deze term in onbruik is geraakt. Onanie herinnert aan de Bijbelse naam Onan. Van hem lezen we dat hij zijn zaad verspilde op de grond en deed wat kwaad was in de ogen des HEREN (Genesis 38:8-10). Traditioneel heeft men geconcludeerd dat het kwaad dat Onan deed, zijn zaadverspilling zou zijn geweest. Onterecht. Wat Onan trouwens deed was geen zelfbevrediging maar de oudst bekende vorm van anti-conceptie, deftig coïtus interruptus geheten (in de volksmond: 'voor het zingen de kerk uitgaan'). Maar ook dát was Onan's zonde niet. Onan wilde geen nakroost verwekken voor zijn overleden broer. Dát werd hem door God aangerekend.

Van oudsher worden een aantal Bijbelteksten in verband gebracht met zelfbevrediging. Hier volgen er een paar:

Romeinen 1:24 De Lutherse vertaling is hier nogal suggestief: "om hunne eigene lichamen te schenden aan zichzelve...". Zelfs in deze weergave dient men de gedachte van zelfbevrediging er éérst in te leggen om deze vervolgens er weer te kunnen uithalen. Bovendien, de Staten Vertaling die hier veel correcter is, luidt: "om hun lichamen onder elkander te onteren". Het verwijst naar de homosexuele praktijken die genoemd worden in de navolgende verzen (let op het 'daarom' van vers 26).
2Timotheüs 2:22: "de begeerten der jeugd". Ook hier geen enkele reden om aan zelfbevrediging te denken.
1Korinthe 7:5: "opdat niet de satan u verzoeke wegens uw gemis aan zelfbeheersing". Paulus doelt hier niet op zelfbevrediging maar "op de gevallen van hoererij" (7:2).
Matteüs 5:27,28: "Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult niet echtbreken. Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd."
Niet de sexuele begeerte an sich wordt hier veroordeeld maar het begeren "uws naasten vrouw" (Exodus 20:17). Het in bezit willen nemen van een vrouw die niet de jouwe is. Vandaar de verwijzing naar echtbreuk.

Op de keper beschouwd treffen we zelfs niet één vermelding van zelfbevrediging aan in de Bijbel. Er wordt gesproken over "wanneer bij een man een zaaduitstorting plaats heeft" (b.v. Leviticus 15:16), maar de wijze waarop deze tot stand komt speelt geen rol.

Dat zelfbevrediging zondig kán zijn, staat overigens buiten de discussie. Dat is b.v. het geval wanneer een mens "verslaafd is aan velerlei begeerten en zingenot" en dus geen meester meer is over zichzelf (Titus 3:3). Of in een huwelijk waarin de één zich onttrekt aan zijn (of haar) partner (1Korinthe 7:3-6).

Door de eeuwen heen heeft 'de kerk' mensen angst aangepraat voor 'het lijf'. Vanaf de kansel werd opgeroepen te strijden tegen 'het vlees'. Dat zo'n strijd tegen de menselijke natuur ingaat (immers, "niemand haat ooit zijn eigen vlees"; Efeze 5:29), bevestigde slechts de kerkelijke opvatting dat de menselijke natuur totaal verdorven is. Ook weer zo'n kanjer van een dwaling, want in de Schrift is niet het natuurlijke zondig maar juist het tegennatuurlijke (Rom.1:26).
Het hoeft niet te verbazen dat bovengenoemde opvattingen tot op vandaag, tot onnoemelijk veel sexuele frustratie hebben geleid. En niet te vergeten: tot hypocrisie...

ga naar thuis-pagina