GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

4. Kolosse 1:15-20

24-05-2012 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie van studieavond gehouden op 24 mei 2012 in Rijnsburg

15 Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, 16 want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; 17 en Hij is voor alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; 18 en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is. 19 Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken, 20 en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is.

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de identiteit van de Zoon van Gods liefde, specifiek als het beeld van de onzichtbare God en de eerstgeborene van de hele schepping. Er wordt uitgelegd dat de Zoon niet de Schepper is, maar het eerste schepsel en de voornaamste erfgenaam. De schepping van alle dingen in, door en tot Hem betekent dat God de Zoon als goddelijk ontwerp of blauwdruk voor ogen had toen Hij alles maakte. De Zoon fungeert zodoende als de samenbindende factor die aan de hele schepping ten grondslag ligt.

“De Zoon van God is dat Beeld waardoor God alles gemaakt heeft. Hij is niet een medeschepper.”

Context en Terugblik op Kolossenzen 1 ↑ hoofdstukken

Wij gaan verder met onze studie over de Kolossenzenbrief; inmiddels de vierde avond dat we hier bij elkaar zijn. Voordat we verdergaan met het vijftiende vers, stel ik voor om – al is het maar om ons geheugen even op te frissen, maar ook om het hele verband in gedachten te houden – eerst het voorgaande nog eens met elkaar te lezen.

Paulus schrijft in het eerste vers van Kolossenzen 1: “Paulus, door de wil van God een apostel van Christus Jezus, en Timoteus onze broeder, aan de heilige en gelovige broeders in Christus te Kolosse: genade en vrede zij u van God, onze Vader. Wij danken God, de Vader van onze Here Jezus Christus, te allen tijde bij ons bidden voor u, daar wij gehoord hebben van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde, die gij al de heiligen toedraagt, om de hoop, die voor u is weggelegd in de hemelen. Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking der waarheid, het evangelie dat tot u gekomen is.”

“Immers, in de gehele wereld draagt het vrucht en wast het op, zoals ook bij u, vanaf de dag dat gij het gehoord hebt en de genade Gods in waarheid beseften. Ja, ‘beseften’ was het inderdaad; dat had ik nog niet gecorrigeerd. Zoals gij het vernomen hebt van Epafras, onze geliefde mededienstknecht, die voor u een getrouw dienaar van Christus is, en ons ook kenbaar gemaakt heeft uw liefde in de Geest.”

“Daarom houden ook wij vanaf de dag dat we dit gehoord hebben niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met het besef van Zijn wil vervuld mocht worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in het besef van God. Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de macht Zijner heerlijkheid tot alle volharding en geduld, en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht. Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden.”

Daarmee zijn we ongeveer gekomen bij het punt waar we de vorige Bijbelavond, drie weken geleden, gestopt zijn. Hoewel ik me herinner dat ik al een klein beginnetje heb gemaakt met dat vijftiende vers. Ik moet erbij zeggen: ik dacht dat vorige keer al bereikt te hebben, maar dat is een misvatting gebleken. Het gaat altijd nog weer wat langzamer dan je van tevoren plant.

Maar we zijn nu aangekomen bij dat deel waarvan ik rustig kan zeggen – en dat lijkt me ook tamelijk onomstreden – dat het het hoogtepunt is van deze brief. Waarom? Omdat hier de glorie en de heerlijkheid van de Zoon Zijner liefde – want zo wordt Hij genoemd in vers 13 – in al Zijn luister wordt beschreven. Wie is Hij? Het was al enigszins in het voorgaande gezegd: Hij is de Zoon Zijner liefde, Hij is degene die de verlossing, dat wil zeggen de vrijkoping, tot stand bracht. En dan worden vervolgens in vers 15 echt volop de schijnwerpers geplaatst op Zijn identiteit. Wie is Hij nou, de Zoon van Gods liefde?

Het Beeld van de Onzichtbare God ↑ hoofdstukken

En dan begint dat met deze vaststelling: Hij is het beeld van de onzichtbare God. Daar heb ik de vorige keer al wat over gezegd, herinner ik me nu: van de onzichtbare God. God is altijd in de Bijbel – en dat is min of meer een open deur intrappen, want het wordt in allerlei Bijbelgedeelten in het Oude Testament, maar ook in het Nieuwe Testament als bekend verondersteld – de onzienlijke. Hij kan per definitie niet gezien worden. Zo staat er in Johannes 1 dat niemand ooit God heeft gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem van de Vader is, die heeft Hem doen kennen. Nou, zo heb ik de vorige keer ook al een paar van die passages laten zien. Hier wordt het ook gewoon als bekend verondersteld: Hij, God, is de onzienlijke, de onzichtbare. Maar Hij heeft een beeld.

Wanneer Paulus dat hier zo naar voren brengt, dan refereert hij feitelijk al aan het eerste Bijbelhoofdstuk van ons Oude Testament, het boek Genesis, waarin ook gesproken wordt over het beeld van God. Het is belangrijk om dat vast te houden, want we zullen dat de komende verzen nog vaker herhalen omdat Paulus hierop voortborduurt. De Zoon van Gods liefde: Hij is het beeld van God, die de onzienlijke is. Maar dat beeld komt hier in de Kolossense brief niet zomaar voor de eerste keer ter sprake. Nee, Paulus refereert aan dat wat al staat opgetekend vanaf het begin, wat ooit door Adam al is opgeschreven. Want zo is het naar mijn overtuiging: het boek Genesis, althans die eerste hoofdstukken, zijn opgeschreven door Adam zelf. De eerste mens, onze allervoorvader.

Laat ik dat eens even lezen. Daar lees je in Genesis 1 vers 26 – het is redelijk bekend mag ik aannemen: “En God zeide: Laat ons mensen maken.” Nou ja, dan kom ik meteen natuurlijk in een heel ingewikkelde kwestie, althans een ingewikkeld gemaakte kwestie, want waarom is hier sprake van ‘ons’? Dat is heel vreemd, want voor de rest is het werkwoord dat gebruikt wordt weer enkelvoud. Maar toch: ‘ons’. Het zou niet al te zeer moeten verbazen. Wij spreken ook over het majesteitsmeervoud: “Wij, Koningin der Nederlanden”. Ook het Hebreeuws kent dat fenomeen van een majesteitsmeervoud; daar houd ik het dan ook maar op. Ik geef toe dat als ik het zo zeg zonder de bonnetjes daarbij te leveren, ik misschien wat kort door de bocht ga. Maar waarom doe ik dat? Omdat ik nu simpelweg niet alles erbij kan halen. Het gaat er even om dat er vervolgens staat: “God zeide: Laat ons mensen maken naar” – of letterlijk staat er “in” – “ons beeld”. Ook daar wijs ik nu alvast even op, omdat dat voorzetsel “in” ook hier weer, of althans in Kolossensen 1, weer gebruikt wordt. Maar daarover straks meer.

“Laat ons mensen maken in ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee…” Nou ja, en over de dieren des velds, en dan worden nog een aantal dingen zo genoemd. En dan lees je nog een vers verder, vers 27: “En God schiep de mens in Zijn beeld; in Gods beeld schiep Hij hem.” Let op trouwens: “hem”. Adam wordt geschapen in Gods beeld. In eerste instantie is het Adam die als hoofd van de schepping wordt aangesteld, want hij wordt tot heerschappij gesteld over al Gods werken. Adam als de top van de piramide, als ik het zo mag zeggen. Hij wordt geschapen – hij, niet eens zijn vrouw, let op. “In Gods beeld schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.” Dat is dan meervoudig.

Maar strikt genomen wordt in eerste instantie Adam geschapen in Gods beeld. Zoals dat trouwens in Genesis allemaal beschreven wordt, dat de dingen tevoorschijn geroepen worden – licht wordt geroepen en de dingen worden gemaakt of geschapen of geformeerd, of welk woord daar ook voor gebruikt wordt. Maar van dat beeld van God wordt niet gezegd dat het geschapen is. Dat beeld is er. Dat wordt als bekend verondersteld; nou, of in elk geval, er wordt verondersteld: dat beeld is er. Hier in Genesis lees je dat Adam in dat beeld geschapen wordt. Maar ik zal u laten zien – maar dat komt straks nog – dat heel de schepping in dat beeld geschapen is. Voordat ik daar echter nog wat meer over wil vertellen, wil ik eerst nog even op iets anders wijzen.

De Theologische Dynamiek van de Eerstgeborene ↑ hoofdstukken

Namelijk, er staat: “de eerstgeborene der ganse schepping”. Oei, oei. Dit is meteen een hele heftige theologische dynamiek, mag ik wel zeggen. Want hier raken we aan hele complexe leringen. Ik noem alleen maar het woord ‘drie-eenheid’ of de term ‘God de Zoon’. Waarom zeg ik dat? Omdat hier niet gesproken wordt over God de Zoon, maar over de Zoon van God, de Zoon zijner liefde. En daar staat het: de eerstgeborene – daarover straks meer – der ganse schepping. Letterlijk staat er: “van elk schepsel” of van ieder creatuur. Ik kan het niet genoeg benadrukken, maar daarmee is iets heel belangrijks door Paulus in een pennenstreek opgetekend: namelijk dat de Zoon zijner liefde inderdaad een uitermate hoge plaats inneemt. Hij is de eerstgeborene van elk schepsel, maar niettemin is hij niet de Schepper. Hij is de eerstgeborene van elk schepsel. Dat wil zeggen: te midden van die schepselen, te midden van elk schepsel, is hij de eerstgeborene.

Ik kom zoals gezegd terug op dat woord ‘eerstgeborene’, maar nu wil ik even vastgesteld hebben dat hij dus gerekend wordt tot al die schepsels. Ik bedoel: de eerste van de ministers is een minister. De beste van de leerlingen is een leerling. En de eerstgeborene van elk schepsel? Hij neemt te midden van al die schepselen de eerste plaats in, maar daarmee is dus gezegd: hij is niet de Schepper, hij is een schepsel – het hoogste of het eerste schepsel. Ik heb daarmee heel veel gezegd en ik hoef me daar niet voor te excuseren. Per slot van rekening ben ik niet degene die de Kolossenzenbrief geschreven heeft; Paulus heeft dit opgetekend. Maar het is heftig. Ja, heftig voor als je natuurlijk groot geworden bent in denkbeelden dat er één God is, maar dat het eigenlijk een familie is. Nee, je moet gewoon vasthouden aan: er is één God, de onzichtbare, en Hij heeft een Zoon. En ook dat moet je niet mystificeren, dat wil zeggen wazig maken. Dat is gewoon heel concreet en letterlijk een Zoon.

Sterker nog, hij wordt genoemd de eniggeboren Zoon van God. En ook dat is er letterlijk. Want er is maar één iemand, één mens van al die miljarden die er zelfs nu zijn of die ooit geleefd hebben, die verwekt is door God Zelf. Die wel een moeder had, maar geen menselijke vader. Zo was het. Ik heb het nu niet in de PowerPoint opgenomen, maar ik kan er wel zo even uit het hoofd aan refereren. In Lukas 1 lees je dat tot Maria gezegd wordt – dat is een belangrijk punt, Lukas 1 vers 35 als ik me niet vergis – daar wordt tegen Maria gezegd: “De kracht van de Allerhoogste zal over u komen en daarom zal dat heilige dat uit u voortkomt, Zoon Gods genaamd worden.” Maria verbaast zich: “Ik beken, ik heb geen gemeenschap met een man, hoe kan dat gebeuren?” Nou, het punt is: de kracht van de Allerhoogste kwam over haar en verwekte in haar een Zoon. En daarom staat er ook bij: “daarom zal hij die uit u geboren wordt genoemd worden Zoon van de Allerhoogste of Zoon Gods.” Als je het zo zegt en deze dingen leest, dan zeg ik: een kind kan de was doen. Het is heel begrijpelijk. Waarom is hij de Zoon? Wel, heel simpel: hij is door God Zelf verwekt. Daarom is hij de Zoon van God.

Wat hier in dit gedeelte naar voren gebracht wordt, is dat die Zoon van God weliswaar ooit, duizenden jaren na Adam, geboren werd – verwekt werd, vervolgens hier leefde, stierf en opstond uit de doden – maar ver dáárvoor (en Paulus gaat met de schijnwerper heel ver terug in de tijd) voor alle dingen was die Zoon er al. Namelijk als beeld. Ook daarmee kom ik weer op een tricky kwestie. En ik moet eerlijkheidshalve toegeven: ik heb dat tot voor kort ook zelf altijd anders verstaan. Maar een mens is nooit te oud om te leren, nietwaar? En ik geef deze dingen door, laat ik dat dan even zo zeggen in alle bescheidenheid. Ik sta hier misschien in uw ogen erg zelfverzekerd te praten, en ik ben inderdaad wel tamelijk zeker van dat wat ik naar voren breng, maar ik moet erbij zeggen: de dingen die ik hierover heb ontdekt, dat heet dan het voorbestaan van de Zoon, daar dacht ik vroeger anders over. Ik dacht dat de Zoon ook medeschepper was, maar door schriftstudie ben ik tot andere gedachten gekomen.

Ik geef dat nu ook vanavond zo door, vanwege het feit dat ik nu op een passage ben gekomen die daarover handelt. Ik geef door datgene wat ik zelf ontdekt heb en u moet dat gewoon… ik zeg ‘moet’, waarom? Omdat ik het namelijk heel belangrijk vind dat u niet mij daarin navolgt, maar zelf daarover nadenkt. En zelf de Schriften daarover naleest en bestudeert. Kijk, een ander kan niet voor u nadenken. U kunt natuurlijk wel een ander napraten, maar ik kan niet voor u nadenken. Dat moet je ook niet willen. Nee, maar goed, dat gaat dus over de Zoon van God. Die Zoon van God is geboren uit de maagd Maria. Hij was in zekere zin daarvoor al, maar Paulus vertelt ook in welke zin hij voor alle dingen was, namelijk als beeld.

De Logos en de Tabernakel als Voorafgaand Concept ↑ hoofdstukken

Misschien dat het even goed is om een klein uitstapje te maken naar het Johannes-evangelie. Daar wordt de Heer Jezus beschreven als het Woord, de logos. En dan lees je in Johannes 1 vers 14 dat het Woord vlees is geworden en onder ons heeft getabernakeld. Het Woord, dat wil zeggen de expressie van God, de gedachte, het idee. God heeft vanaf het begin gesproken en dat Woord is op een bepaald punt in de tijd vlees geworden en heeft onder ons getabernakeld. Dat is een heel mooie beeldspraak die Johannes daarin bezigt.

Want u weet hoe het met de tabernakel ging. De tabernakel werd vlees en bloed door die mannen die daaraan bouwden. Wie waren dat ook alweer? Dat waren Aholiab en Bezaliel – eigenlijk onder leiding van Bezaliel, die twee mannen. Het is een mooi verhaal en ook heel typerend allemaal, want ook daarin vind je al voorafschaduwingen van de Zoon, hoewel de Zoon er nog niet was. Het zou nog duizenden jaren duren voordat Hij geboren werd, maar ook daarin vind je die voorafschaduwingen al. Maar waarom zeg ik dat? Wel, die tabernakel werd gebouwd door die twee mannen, maar toch was die tabernakel er al voordat hij gebouwd was. Er was over gesproken; het hele begrip, het concept, het woord bestond al.

Bovendien was die tabernakel zelfs al gezien door Mozes. Het hele beeld was daar al. Het was zelfs zo sterk dat God op de berg Sinaï het hele beeld toonde, de tabernakel al toonde. Het hele project – hoe moet je dat zeggen – het ontwerp, het concept. Hij toonde de tabernakel; Mozes heeft daarvan een visioen gezien. Het beeld zag hij, het wordt ook in detail allemaal al beschreven, en vervolgens wordt die tabernakel gemaakt en gebouwd, precies conform de tabernakel die Mozes gezien had op de berg.

Dus als je nu de vraag stelt vanaf wanneer die tabernakel er was, dan moet je zeggen: concreet en letterlijk natuurlijk vanaf het moment dat hij gebouwd werd. Maar feitelijk bestond die tabernakel als idee, als beeld en als woord al daarvoor. Ik zeg deze dingen om ook de gedachtegang te volgen zoals Johannes dat vertelt over het Woord. Het Woord is vlees geworden, het heeft onder ons getabernakeld. Maar het is ook wat Paulus naar voren brengt in Kolossenzen 1. Laten we even weer teruggaan naar dit gedeelte. Eerst nog één keer: de Zoon wordt dus gerekend tot elk schepsel, tot de schepselen.

Eerstgeboorterecht als een Kwestie van Erfrecht ↑ hoofdstukken

En dan staat er: Hij is de eerstgeborene van elk schepsel. Wat betekent die uitdrukking, de eerstgeborene? Daar kun je een heel simpel antwoord op geven. Ja, het heeft met rechten te maken. In de Bijbel wel. Als je gewoon op de klank afgaat, zou je zeggen: “Dat is nogal wiedes. Een eerstgeborene is natuurlijk degene die het eerst geboren is.”

Dan raad ik u toch aan om het boek Genesis nog eens heel goed te bestuderen. Want u zal dan de ontdekking doen dat een eerstgeborene eigenlijk per definitie niet degene was die het eerst geboren werd. Het is namelijk een rechtskwestie, precies wat Gerard al zei. Het heeft met erfrecht te maken. Degene die het eerst geboren is, heeft recht op het dubbeldeel van de erfenis. Dat is weer een verhaal apart, maar het heeft te maken met erfrecht. Daarom kon je ook je eerstgeboorterecht kopen of verkopen; vraag maar eens aan Jakob en Esau. Die wisten er alles van.

Waarom is de Here Jezus de eerstgeborene van elk schepsel? Is Hij letterlijk het eerst geboren? Nee, echt niet. Hij is duizenden jaren na Adam geboren, en toch is Hij de eerstgeborene. Als Paulus dit hier optekent in Kolossense 1, verwijst hij ook weer naar een passage in de Hebreeuwse Bijbel. Eerst door te zeggen: “Hij is het beeld van de onzichtbare God,” waarmee hij verwijst naar Genesis 1. Maar als hij zegt dat Hij de eerstgeborene van elk schepsel is, dan verwijst hij naar Psalm 89. Ik zal u dat laten zien.

Psalm 89:28 is een psalm die gaat over de Messias die zou komen, over de Zoon van David. Er staat in dit specifieke vers: “Ja, Ik” — dat is de Here God Zelf — “Ik zal hem tot een eerstgeborene stellen, tot de hoogste van de koningen der aarde.” Als u goed luistert, dan hoort u daarin zelfs de woorden van het boek Openbaring: “De eerstgeborene uit de doden, de overste van de koningen der aarde.” Degenen die gewend zijn om naar een protestantse kerk te gaan, herkennen deze woorden wel, omdat ze vaak bij aanvang van een kerkdienst worden voorgelezen.

Hier wordt gesproken over de Messias; het is een profetie, een voorzegging. Er wordt gezegd: “Ik zal hem tot een eerstgeborene stellen.” Is Hij de eerstgeborene? Nee, dat is Hij niet, maar Hij wordt wel tot de eerstgeborene gesteld. Dat wil zeggen: tot de hoogste, de voornaamste erfgenaam. Daar wil ik het even bij laten, want dat houdt nog veel meer in, maar Hij is de belangrijkste erfgenaam; dat is één ding wat zeker is. Feitelijk wordt ook verklaard wat dat betekent, want Hij is de hoogste van de koningen der aarde. Sterker nog, dat wordt ook weer uitgelegd, want er wordt gezegd dat Hij de Koning der koningen is.

Dat Hij de hoogste van de koningen der aarde is, betekent niet dat Hij slechts de eerste of de belangrijkste koning is. Nee, het wil gewoon zeggen dat Hij de Koning van de koningen is. Feitelijk zijn alle koningen onderkoningen, als u begrijpt wat ik bedoel. Hij is de Koning der koningen; dat is wat deze uitdrukking betekent. Hij wordt, kort en goed, tot eerstgeborene gesteld.

Als u zo ook de woorden leest die Paulus beschrijft over de Zoon van Gods liefde: wie is Hij? Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van elk schepsel. Dat wil zeggen: Hij is tot eerstgeborene gesteld van elk creatuur. Te midden van elke creatuur is Hij de eerstgeborene. Is Hij God? Nee, Hij is het beeld van God. Is Hij de Schepper? Nee, Hij is het eerste schepsel bij uitstek. Eerste in de zin van rangorde: de hoogste.

In Hem Geschapen: de Zoon als Goddelijke Blauwdruk ↑ hoofdstukken

Want in Hem zijn alle dingen geschapen. In Hem, dat wil zeggen: in dat beeld van de onzichtbare God. Waarom is Hij de eerstgeborene van elk schepsel? Wel, in Hem zijn alle dingen geschapen. Wat betekent dat: in Hem?

Ik was bezig met de voorbereiding en stuitte op dit plaatje. Ik heb het helaas nog nooit in levenden lijve kunnen waarnemen. Ik ben nog niet zo lang geleden wel in Italië geweest, maar dat was in Milaan. Dit is een plaatje uit Rome, de Sixtijnse Kapel. Een geweldig schilderij van Michelangelo, bekend als de schepping van de mens. Er zit ook veel fantasie bij natuurlijk, kerkelijke fantasie, maar het is toch een indrukwekkend verhaal. Recentelijk hoorde ik iemand uitleggen dat dit God de Vader is; dat is dan de voorstelling. Hoe een schilder de onzienlijke God op het doek zet, blijft een moeilijk verhaal, maar over dat bezwaar stappen we heen.

Waarom wordt hier een vrouw voorgesteld? Misschien ziet u het plaatje niet al te duidelijk, maar het is overduidelijk een dame. Hier bij de creatie van Adam bevindt zich in dat gezelschap een vrouw die omarmd wordt. Voor de Bijbelkenners: dat is ‘Vrouwen-Sofia’, de vrouwenwijsheid. Dat refereert aan Spreuken 8, waar je leest over de wijsheid, Chogma, die de eerste van de schepselen is. Dat is beeldspraak natuurlijk, maar het is een vrouwspersoon. Goed, als u dat niet interessant vindt, begrijp ik dat ook wel weer. U zegt: ik kom hier om Bijbelstudie te doen en niet om een schilderij van Michelangelo te bespreken. Nee? Oké, dan vergeten we dat allemaal even.

Maar even bij de schepping van de mens: Adam wordt geschapen in Gods beeld. Toen God hem schiep, en niet alleen hem schiep, maar zelfs alle dingen schiep, schiep Hij hem in Gods beeld. God had dat beeld voor ogen, namelijk het beeld van de Zoon. Ik heb dat even creatief voorgesteld met een kruis en een kroon, wat trouwens vrij dicht bij de symboliek van de Kolossensebrief komt. Hier in Kolosse 1 wordt immers ook al gesproken over het bloed van het kruis en over de Vorst.

Toen God alle dingen schiep, had Hij een beeld voor ogen. Dat moet u niet verbazen, want dat doet elke schepper. Op menselijk vlak geldt dat ook: als je een schilder bent, heb je eerst een beeld voor ogen. Dat concept, dat idee, dat beeld zet je vervolgens op het doek. Hoe beter je daartoe in staat bent, hoe grotere schilder je bent. Het geldt niet alleen voor de schilder, het geldt ook voor iemand die een huis bouwt of een keuken verbouwt. Je hebt een beeld in gedachten, of je maakt letterlijk een concept of een tekening, en conform dat beeld wordt het gemaakt. In alles wat er gemaakt wordt, heeft dat beeld of dat concept al een plaats. Door middel van dat beeld maakt de schepper iets.

Dat is waar Paulus het over heeft: het beeld van God waarin alle dingen geschapen zijn. Dat beeld dat God voor ogen had, is Zijn Zoon, de Zoon van Zijn liefde. Voordat er ook maar iets was, had God de Zoon in gedachten; het kruis van Golgotha en het feit dat Hij de eerstgeborene zou zijn van elk schepsel en de eerste plaats zou innemen te midden van de hele schepping. Dat idee, dat beeld, had God vanaf de aanvang voordat er ook maar iets was in gedachten.

Ik haal met opzet even 1 Petrus 1 aan. Daar lees je over dat kostbare bloed van Christus als van een onberispelijk en vlekkeloos lam. Er staat bij dat Hij tevoren gekend was, voor de nederwerping der wereld, maar bij het einde der tijden geopenbaard is ter wille van u. Waar het natuurlijk hier om gaat, is dat Hij inderdaad pas later in de tijd geopenbaard is, maar Hij is tevoren al gekend. De Zoon is eigenlijk het hele idee van de schepping.

Dat is een prachtig onderwerp op zich: hoe in de hele natuur, in de hele schepping, in de zon, de maan en de sterren de Zoon van God geëtaleerd is. Wat dacht u van de sterrenbeelden? Ik ga nu geen vragen stellen, want dan ben ik bang dat we echt niet meer voorbij vers 16 komen, maar het is een geweldig onderwerp. Hoe in alles, zelfs in een granaatappel, in honing of in een wijnstok – ik noem maar wat – de Zoon van God te zien is. Dat is met gemak te ontdekken. En wat dacht u van de seizoenen? Dat de dingen sterven, maar vervolgens weer tot nieuw leven komen. God had de Zoon in gedachten toen Hij alle dingen schiep.

Daar heeft Paulus het over: de schepping van alle dingen. Hij zegt dat in Hem, in de Zoon, met dat beeld voor ogen, God alle dingen gemaakt heeft. Die in de hemelen en die op de aarde zijn, boven en onder, de zichtbare en de onzichtbare. Het zijn tronen, heerschappijen, overheden of machten. Het is trouwens opmerkelijk dat hier juist die heerschappijen en tronen genoemd worden. In Genesis 1 las je al dat Adam als kroon op Gods schepping geschapen is in dat beeld van God. Het komt er feitelijk op neer dat toen God Adam schiep, Hij de laatste Adam op het oog had.

Nu kun je je de vraag stellen: wie was er nu eigenlijk eerder? Adam is geschapen naar het model van Hem die na hem zou komen. Het model was er eerder: het Beeld. Hij is het Beeld Gods. God had dat beeld voor ogen toen Hij Adam schiep. Hij is vóór alle dingen en in dat Beeld zijn alle dingen geschapen. Dat is wat Paulus hier naar voren brengt: de luister van de Zoon van God. Of het nu tronen, heerschappijen, overheden of machten zijn – kortom: gewoon alles. Hier wordt meteen de toplaag genoemd en daarmee wordt al het andere inbegrepen.

Alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen. Ik moet er weer even bij zeggen: die ‘Hem’, dat is dat Beeld Gods. De Zoon is geen Schepper, maar Hij is de eerstgeborene van elk schepsel. Hij wordt niet de Schepper genoemd, maar de eerstgeborene van elk schepsel. De Zoon is dat Beeld waarin, waardoor en waartoe God alles schiep.

Het is dorstig weer; water is trouwens ook een prachtig beeld. Dat Beeld dat God voor ogen had toen Hij alle dingen schiep, dat was Zijn Zoon. Daarin, daardoor en daartoe heeft God alles gemaakt. Tot Hem, dus toen God de schepping schiep, deed Hij dat met het oog op Hem. Door middel van dat Beeld heeft Hij alles gemodelleerd; in die mal past alles. Hij is het ontwerp. De Zoon van God is dat Beeld waardoor God alles gemaakt heeft. Hij is niet een medeschepper. Het hele idee dat er nog iemand anders ook zou hebben geschapen, moeten we loslaten.

Dat idee hebt u ook, en goed, ik geef het nu even door ter overweging. Ik ben erachter gekomen… sorry? Ja, natuurlijk.

Ik heb hier al gezegd dat bij het ‘door’ hebben – in het Grieks ‘in’ hebben – dat op de goede weg zit, denk ik. Dat is ‘door Hem’ om mee te werken. Ja, maar dat is dus de verklaring. Er wordt gezegd: als je zegt dat God heeft geschapen ‘door Hem’, dan kan dat betekenen dat Hij medeschepper is.

Het kan echter ook betekenen dat God, door Hem als beeld te gebruiken, alles heeft gemaakt. Door middel daarvan heeft Hij alles gemaakt. Dat is het hele punt. En het idee dat Hij de medeschepper zou zijn, dat strijdt met wat je met name in het Oude Testament aantreft. God is de Schepper.

De Ene Schepper en de Volmaakte Samenhang Aller Dingen ↑ hoofdstukken

Er is maar één Schepper. Ik wil daarvoor graag een paar passages lezen. In Job 9 is God Zelf aan het woord; daar wordt gesproken over God als Schepper en er staat dat Hij geheel alleen de hemel uitspant. Dat is een mooi onderwerp: de hemel als uitspansel. Ik heb toevallig vorige week nog een programma op televisie zitten kijken — misschien u ook wel, bij De Wereld Draait Door. Er was een uitzending van drie kwartier die ging over de oerknal, maar het ging er ook over dat de hemelen zich uitbreiden. Hier in de Schrift wordt eveneens gesproken over de hemel die uitgespannen wordt. We gaan het nu niet over de oerknal hebben, maar ik houd ervan om eraan te denken dat aan de schepping geen explosie ten grondslag ligt, maar een Intelligent Design: een Schepper die alles ontworpen heeft.

En dan staat er: een Schepper, niet ‘scheppers’. God is de Schepper, in het enkelvoud. Dat wordt niet alleen maar zo gezegd, maar het wordt zelfs benadrukt en uitgelegd: ‘Hij spant geheel alleen de hemel uit.’ Hij schrijdt voort over de hoogten van de zee. Ik lees er nog eentje, Jesaja 44 vers 24. Daar is de Heere trouwens Zelf aan het woord: ‘Ik ben de HEERE, die alles gemaakt heeft; die de hemel heb uitgespannen, IK ALLEEN; die de aarde uitgebreid heb door eigen kracht.’ Ook hier weer die beklemtoning dat er één Iemand is: God, de Onzienlijke, de Schepper. Maar Hij had als de goede Creator een Beeld voor ogen, en daarin, daardoor en daartoe heeft Hij alle dingen gemaakt. Hij is het Beeld, het ontwerp of het concept — hoe je het ook maar zeggen wilt.

Emily merkt op dat die hemel nog steeds uitgebreid wordt. In deze tekst worden beide vormen in de verleden tijd genoemd: ‘die de hemel heb uitgespannen.’ Ik zou er nu niet direct blind op varen als het gaat om die tijdsvormen, want daarvoor zou je de interlineaire tekst erop na moeten slaan. In dit verband denk ik dat het ook niet zo heel veel ter zake doet, maar je bent een opmerkzame lezer, Emily. Hier staat: ‘die de hemel heb uitgespannen.’ Dat is wat duidelijk is. ‘Ik alleen, die de aarde uitgebreid heb door eigen kracht.’

Er is dus één Schepper, en Hij heeft geschapen door, in en tot de Zoon die zou komen. Dus als je nu vraagt: was die Zoon er al voordat Hij geschapen werd? Dan zeg ik: jazeker, Hij was er als idee, als Logos, en Hij was er ook al als Beeld — zoals de tabernakel als beeld ook al bestond voordat hij gebouwd werd. Althans, zo versta ik deze dingen en zo heb ik ze nu ook doorgegeven.

Er staat in vers 17 nog bij: ‘En Hij is vóór alle dingen.’ Ja, dat is logisch, want als Hij het ontwerp is, dan ligt Hij ten grondslag aan alles. Voordat God ook maar iets had, was daar dat Beeld, namelijk de Zoon van God die geboren zou worden uit de maagd Maria. Hij is vóór alles, en ‘alle dingen hebben hun bestaan in Hem.’ Letterlijk staat hier een woord dat duidt op samenhang of cohesie. Ik vraag me even af hoe het ook weer in de Statenvertaling staat… ‘alle dingen bestaan tezamen door Hem.’ De Statenvertaling is hier correcter. Alle dingen bestaan tezamen door Hem. Dat wil zeggen: Hij is de samenbindende factor die alles bij elkaar brengt. Hij is het idee dat aan alles ten grondslag ligt.

De schepping is een eenheid. Niet vanwege het feit dat we uit één oerknal komen, maar doordat we uit één Schepper en uit één ontwerp, één Beeld voortgebracht zijn. Dus alles heeft zijn samenhang in Hem. Niets bestaat zomaar; over alles is nagedacht. Die Zoon van God is de lichtende Persoon voor alle dingen.

We gaan verder, want het zou natuurlijk niet moeilijk zijn om bij deze passages en bij deze verzen nog veel langer stil te staan, maar dan zou je meer onderwerpstudies krijgen. Ik denk dat we er verstandig aan doen om toch een klein beetje voort te maken. In vers 18 staat dan over die Zoon van Gods liefde: ‘Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente.’ Trouwens, nu ik bij een nieuw vers ben aangekomen, bedenk ik me dat we er wellicht verstandig aan doen om eerst even pauze te houden. Dan gaan we straks over een kwartiertje weer verder. Akkoord?

🎧 4 Kolosse 1:15-20


Powered by RedCircle

Powered by RedCircle

Delen: