GoedBericht.nl logo

ontzag voor haar man

02-12-2012 - Geplaatst door Andre Piet

Intussen ook gij, laat ieder voor zich
zijn eigen vrouw zo liefhebben als zichzelf
en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.
Efeze 5:33 (NBG)

Paulus spreekt in Efeze 5 over de verhouding tussen de getrouwde man en zijn vrouw. Daarin stelt hij de relatie tussen Christus (als hoofd) en de ekklesia (als lichaam) aan hen ten voorbeeld. Zoals een hoofd leiding geeft aan het lichaam, zo zou de man leiding geven aan zijn vrouw. Een hoofd is geen dictator maar een organische aanvoerder die voortdurend feeling heeft met de signalen die het krijgt. In onze gefeminiseerde samenleving mag de rol van de man als hoofd vreemd zijn, in de Bijbel is ze een vanzelfsprekendheid. Het vrouwelijke staat voor gevoel en zachtheid zoals  het mannelijke staat voor kracht en fermheid (1Kor.16:13) en daarom ook voor leiding. In de Griekse taal waarin Paulus deze woorden noteerde, is het woord voor vrouwelijk (thelus) afgeleid van tepel, daarmee verwijzend naar de zachtheid van de moederborst. Het woord voor mannelijk (arsen > airo) daarentegen is afgeleid van ‘omhoog komen’ wat verwijst naar de fiere (opstandings)kracht van het mannelijk geslacht.

Zoals de man zijn vrouw zou liefhebben, zo zou de vrouw ontzag hebben voor haar man, schrijft Paulus. Niet zoals de NBG-vertaling ten onrechte weergeeft “de vrouw moet ontzag hebben voor haar man”. Het woord voor ‘moeten’ ontbreekt sowieso in Paulus’ woorden maar bovendien is het niet de vrouw maar juist de man die hier indirect wordt aangesproken. Hij zou iemand zijn naar wie zij kan opkijken. Naar een hoofd boven zich. Een rots in de branding. Iemand die emoties kan relativeren (humor!) en het hoofd koel weet te houden. Een kerel, een vent die is opgewassen tegen de stemmingswisselingen waar zij als vrouw van nature veel meer aan onderhevig is dan hij.

Van ouds gelden zon en maan als emblemen van het mannelijke en vrouwelijke. Ook in de Bijbel waar b.v. de zon wordt vergeleken met een bruidegom (Ps.19:4,5). De zon is een constante – altijd dezelfde gloed gevend. De maan daarentegen is onderhevig aan (maandelijkse!) cyclussen. Het licht dat zij geeft is niet van haarzelf maar afkomstig van de zon. Zo mag de man, zonnig, zijn vrouw laten stralen (“stralend”; Ef.5:27).

Reageer op Facebook

Delen: