GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Redder van alle mensen – André

24-03-2018 - Geplaatst door Andre Piet
Conferentie Garderen, 24 maart 2018, toespraak André Piet

In 1Timotheüs 4:9-11 geeft Paulus in PR-termen gesproken, zijn mission statement af. Op trefzekere wijze vat hij de boodschap samen zoals hij deze onder de natiën mocht verkondigen.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie behandelt de kernboodschap uit 1 Timotheüs 4 dat de levende God de Redder is van álle mensen. Er wordt afgerekend met het traditionele theologische concept van een eindeloze eeuwigheid en straf, door aan te tonen dat de Bijbel spreekt over opeenvolgende aionen of wereldtijdperken. God zal uiteindelijk de dood volledig tenietdoen door iedereen levend te maken, hoewel gelovigen nu al een speciale positie innemen met het oog op de toekomende eeuwen. Deze redding is het betrouwbare evangelie, gebaseerd op louter genade en Gods onfeilbare voornemen.

“De boodschap is zo simpel: de levende God, Hij maakt allen levend. Oftewel: de dood wordt tenietgedaan. Hij redt van de dood, zonder mitsen en maren, zonder condities, zonder voorwaarden, want het is om niet – genade.”

Persoonlijke Worsteling met de Eeuwige Straf ↑ hoofdstukken

We gaan beginnen met de eerste toespraak, die zoals gezegd gaat over: "betrouwbaar is het woord". Het algehele thema van deze dag is "De Redder van alle mensen". Waaraan dat precies ontleend is, zal ik u straks voorlezen, maar misschien is het goed om deze dag eerst even in te leiden. Voordat ik dat ga doen vanuit de Schrift — want dat gaat echt gebeuren — wil ik er om te beginnen een persoonlijke noot aan toevoegen.

Dit onderwerp ligt mij, zo mag ik wel zeggen, zeer na aan het hart. Dat is al het geval van kindsbeen af. U moet weten, ik heb een echt orthodox-christelijke opvoeding genoten. Van jongs af aan is mijn hart altijd al uitgegaan naar de Bijbel en de boodschap van een God die van deze wereld houdt. Maar vanaf mijn kleuterjaren heb ik getobt met de wijze waarop ons dat altijd verteld werd.

Met name dat idee van een eeuwige straf, een eeuwige toorn en een eindeloze, nimmer eindigende dood; daar heb ik nooit vrede mee kunnen hebben. Als jonge jongen, zelfs als kleuter al, bestookte ik mijn ouders met vragen daarover. Ik was een denkertje en ik kon het niet rijmen met wat er verteld werd over een God die liefde en almachtig is. Hoe kan het dat het ooit fout gegaan zou zijn en dat het uiteindelijk voor een groot gedeelte van de schepping — of voor mijn part een kleiner gedeelte — dramatisch, eindeloos en noodlottig zal aflopen? Hoe kan dat? Godzijdank heb ik ook tijden gehad dat ik die vraag weer kon parkeren, maar vrede had ik er niet mee. Hoe kan dat?

De Ontdekking van de Ware Betekenis van Aion ↑ hoofdstukken

Het was pas in 1992; ik was eenendertig jaar oud en juist een halfjaar tevoren getrouwd. In september 1992 kon ik eindelijk mijn vinger leggen op de vraag waar ik al die tijd mee rondliep. Ik mag wel zeggen dat ik toen ontdekte dat ik altijd verblind was geweest, in die zin dat mij altijd een concept was voorgehouden: namelijk dat een aion een eeuwigheid zou zijn.

De aanleiding was een artikel. In die dagen gaf ik op vele plaatsen al Bijbelstudies en toespraken over de Schrift. Zo had ik een Bijbelstudie gegeven in Veenendaal, bij een huisarts thuis. In de pauze kwam er iemand naar mij toe en die liet mij een artikel lezen dat juist die maand was gepubliceerd in het blad van Christenen voor Israël. Het werd mij onder ogen gelegd; het was een artikel van drs. A. Keizer. Een naam die mij wel bekend was omdat hij veel had geschreven, ook over wetenschappelijke onderwerpen. Het is trouwens interessant dat een dochter, een zoon en een kleinzoon van hem nu ook hier in deze zaal aanwezig zijn.

Dat artikel van drs. Keizer betekende voor mij een complete revolutie in mijn denken. Het gaf antwoord op mijn vragen. Het heeft nog weken geduurd voordat ik het allemaal gecheckt had en voordat ik het verwerkt had – weken, misschien wel maanden. Maar het was zo duidelijk. Het was echt, zoals de Engelsen zouden zeggen, mind blowing. Het was een schitterend artikel en ik heb het vele malen herlezen. Het was trouwens een samenvatting van een boek dat hij destijds juist geschreven had: De grote toekomst van Israël, de kerk en de volkeren. Daarin werd alles veel uitgebreider toegelicht, maar in dat artikel stond een samenvatting en daar stond onder andere dit: "De Bijbel weet niets van een eindeloze eeuwigheid, een eindeloze straf, een eindeloze dood, een eindeloze verdoeming en een eindeloze toorn." De Bijbel, de Schrift, heeft steeds het oog gericht op elkaar opvolgende eeuwen, aionen, van Gods heilsplan dat door Jezus Christus ten uitvoer wordt gebracht.

Vervolgens haalt Keizer met instemming de bekende hoogleraar professor G.C. van Niftrik aan, die in de Winkler Prins Encyclopedie van 1950 schreef: "Aion betekent niet eindeloze duur, maar tijdperk." Keizer vervolgde met deze opmerking: "De meeste theologen kennen voldoende Grieks om te weten dat aion een periode aanduidt, ook al weet men er de lengte niet van, maar zij durven het niet te gebruiken in hun exegese, waarschijnlijk uit vrees voor mensen."

Ik ben dit gaan nagaan, want als dit waar is, dan valt ineens alles op zijn plek. Dat hele idee van een eindeloze eeuwigheid verblindde mij voor de waarheid die ik op zoveel bladzijden in de Bijbel zag: namelijk dat God werkelijk God is en alles in Zijn hand heeft. Wat Zijn liefde wil bewerken, wordt niet ontzegd door Zijn vermogen. Hij heeft de redding van alle mensen op het oog. Ik las het allemaal wel, maar ik kon het niet zien; ik was verblind. Want als er zoiets bestaat als een eindeloze straf of een eindeloze toorn, dan kan God niet de Redder van alle mensen zijn. Kortom, het verblindde mij; ik kon het niet zien.

Het was dubbel, wat er al die jaren daarvoor aan de hand was. Aan de ene kant werd er verteld over God, over Zijn liefde en Zijn almacht, maar tegelijkertijd werd het puur tegenovergestelde beweerd. Wat met de ene hand gegeven werd, werd met de andere hand weer weggenomen door dat idee van een eindeloze toorn en een eeuwige straf. Met het idee dat dit zonder einde zou zijn, kunnen beide zaken niet waar zijn. Pas toen dit kwartje ging vallen, was de verblinding weg. Toen was ik in staat om het Evangelie te zien. En wat bedoel ik daarmee?

De Missieverklaring uit 1 Timotheüs 4 ↑ hoofdstukken

Het onderwerp voor deze dag is 1 Timotheüs 4. Eigenlijk 1 Timotheüs 4 vers 9, 10 en 11, en met name dan vers 10. Maar goed, vers 9 en vers 11 betrek ik er nu even bij, omdat dat helemaal hoort bij deze passage. Laat ik hem even voorlezen: "Betrouwbaar is het woord en alle verwelkoming waardig, want hiertoe zwoegen wij en strijden wij, omdat we onze hoop hebben gevestigd op de levende God, die redder is van alle mensen, vooral van gelovigen. Nou, beveel en leer deze dingen."

Is dat een geweldig onderwerp om op een dag als deze te bespreken of niet? Eigenlijk is dit een mission statement, om het even in moderne PR-termen te zeggen. Dat wil zeggen: in een korte samenvatting waar Paulus toe gezonden werd, waar hij zich voor inzette om dat wereldkundig te maken, waarom hij ook bestreden werd en waarom hij gesmaad werd, maar waarvan hij zegt: dit is waar het allemaal om gaat.

Ik zal trouwens nog wat anders presenteren wat de structuur van deze korte passage betreft. Dan zie je al dat het rode het middelpunt is waar het eigenlijk helemaal om draait. Het begint en het eindigt met het belang van het woord. Het is betrouwbaar, het is alle verwelkoming waardig en het zou bevolen worden. Dat wil zeggen, dit zou gesproken worden en ook onderwezen en geleerd worden. Dat onderstreept het belang van het woord.

Vervolgens gaat het hier over de gelovigen; degenen die zwoegen of die zware arbeid verrichten, die bestreden worden en die hun hoop hebben gevestigd op God. En u ziet het in deze structuur: vooral van gelovigen. Het gaat hier over gelovigen. En dit middelpunt, dat is de inhoud van het woord: namelijk de levende God die de redder is van alle mensen. Zo heb ik het eigenlijk in perspectief geplaatst. De volgende sprekers, Gerard en Menno, zullen daar vanuit hun invalshoek en vanuit hun optiek nog veel meer over zeggen.

Maar laten we gewoon — en dat is de taak waar ik mij vanmorgen toe gesteld zie — deze passage wat nader bezien. En dan zal inderdaad Gerard gaan inzoomen op dat 'alle mensen', en dat ook vanuit andere Schriftgedeelten betogen en laten zien. En Menno over deze zinsnede met name. En ik wil u in het algemeen wat vertellen over dit gedeelte.

Laat ik dan inderdaad bij vers 9 beginnen, waar Paulus schrijft: betrouwbaar is het woord. Solide, vast, waarachtig en ook alle verwelkoming waardig. Dat is trouwens mooi, want in de MBG-vertaling staat 'alle aanneming waardig', maar eigenlijk is dat nog net even te minimaal. Het is meer; het is niet alleen alle aanneming waardig, maar het zou verwelkomd worden. Het is namelijk zo geweldig. Het is net als vrienden die bij je op bezoek komen: die heet je welkom, je bent namelijk blij dat ze komen. Zo is het met dit woord. Het is niet alleen maar vast, het is niet alleen solide en betrouwbaar, maar het is ook werkelijk zo geweldig dat je het verwelkomen mag en zou. En dat is het ook waardig; het is alle verwelkoming waardig.

Het bijzondere is trouwens dat Paulus al eerder in deze brief — sterker nog, in de persoonlijke brieven — dit meer naar voren brengt, deze zin of een soortgelijke zin. En de eerste keer was in de Timotheüsbrief, deze persoonlijke brief die hij schreef.

Christus Kwam in de Wereld Om Zondaren te Redden ↑ hoofdstukken

De eerste keer dat we deze uitdrukking tegenkomen is in hoofdstuk 1, en ik wil u graag daar eventjes mee naartoe nemen. In hoofdstuk 1 vers 15 gebruikt Paulus exact dezelfde uitdrukking. Wat ik u ook wil laten zien, is dat er een logische connectie bestaat tussen de vermelding in hoofdstuk 1 en de vermeldingen in hoofdstuk 4. In feite bouwt hij in hoofdstuk 4 voort op wat hij in hoofdstuk 1 impliciet of meer expliciet al had gezegd en opgetekend.

In 1 Timotheüs 1 schrijft Paulus dit, en zoals ik al zei, begint hij exact hetzelfde: "Betrouwbaar is het woord en alle verwelkoming waardig." Maar nu zegt hij dat Christus Jezus tot in de wereld kwam om zondaren te redden. En dan voegt de apostel daaraan toe: "Van wie ik een eerste ben." Ik ben de eerste van de zondaren.

Mijn vraag is: betekent dat gewoon dat Paulus daar refereert aan zijn eigen verleden? Er was nooit zo'n felle tegenstander van het evangelie van die Christus Jezus waar hij het hier over heeft als Paulus — toen nog Saulus. Hij was de meest prominente tegenstander, om niet te zeggen een terrorist, een geweldenaar. Zo zegt hij dat trouwens ook in hoofdstuk 1 van deze brief: hij was een geweldenaar en hij was de meest prominente tegenstander van die Christus Jezus. Dus hij zegt: "Als er nou een zondaar aangewezen moet worden van al die stervelingen, dan ben ik de eerste."

Maar let nog even op dat andere: Christus Jezus kwam tot in de wereld om zondaren te redden. Er wordt niet bijgezegd welke groep; gewoon "zondaren te redden". Dat was zijn missie. Waarom kwam Christus Jezus in de wereld? Wel, om zondaren te redden. Wie zijn de zondaren? Dat zijn alle mensen. Dus hij kwam op aarde, hij kwam in de wereld, om alle mensen te redden.

De grote vraag is: is hij daartoe ook in staat? Of is dat voor hem een mission impossible? Nee. De vraag stellen is eigenlijk haar beantwoorden. Nou ja, lijkt mij. En er zit trouwens nog iets in waaruit dat blijkt, en dat is wat Paulus zegt: "Van wie ik een eerste ben." De suggestie die in deze uitspraak besloten ligt, is: "Nou, als er nou hoop is voor de eerste der zondaren, dan is er hoop voor alle zondaren."

Als er één is geweest die zo'n fanatieke tegenstander was en die zo onwillig was om de boodschap van Jezus de Messias te aanvaarden, dan was hij het. Hij was een uitgesproken vijand. En God — dat zegt hij trouwens ook, ik heb het nu niet op een dia staan, maar in dit hoofdstuk zegt hij het ook — de genade van God heeft mij overweldigd. Als een tsunami kwam het over hem heen. Dat was geen kwestie van keuze. Hij werd gewoon helemaal, ja, als ik het zo mag zeggen — dat is misschien een beetje een raar woord in dit verband — maar verpletterd door die waarheid: de genade van God.

Die mocht hij vervolgens ook gaan uitstallen en gaan bazuinen over de hele wereld. Dat heeft hij ook gedaan: de genade van God die zondaren redt, puur om niet, zelfs de eerste der zondaren. Hij is eigenlijk een levend voorbeeld van de genade van God. Ziet u wat hier staat? Dit is feitelijk al een soort intro voor wat hij later in hoofdstuk 4 ook naar voren zou brengen. Trouwens, we zullen ook nog andere tussenliggende passages daarin bezien waarin het zo zorgvuldig wordt opgebouwd. Maar eerst nog even dit.

Zwoegen en Strijden voor de Boodschap van Genade ↑ hoofdstukken

We gaan nog even weer terug naar 1 Timotheüs 4. Dat is onze uitvalsbasis, zeg maar. "Betrouwbaar is het woord en alle verwelkoming waardig." Want, zegt hij, hiertoe – dat wil zeggen: vanwege dat betrouwbare woord dat alle verwelkoming waardig is – hiertoe zwoegen wij en strijden wij. Dat zwoegen, in de MBG-vertaling staat daar: "getroosten wij ons moeite". Maar het is de gedachte van het woord dat inderdaad wijst op het verrichten van zware arbeid.

Ik heb er eventjes een plaatje van gemaakt. Dit specifieke Griekse woord, dit Strongnummer zoals dat heet, wordt in al zijn varianten vertaald met: zich moeite geven, arbeiden, inspannen, moe worden. Dat zijn allemaal wat vrije weergaven, maar het idee is telkens inderdaad dat van zware arbeid, belasten, zich moeite getroosten, enzovoort. Het idee is telkens dat van zwoegen. En Paulus zegt: "Hiertoe zwoegen wij..."

Eigenlijk is dat op zich al eigenaardig. Want je zou zeggen: als er nu zo’n betrouwbaar woord is, dat alle verwelkoming waardig is en zo geweldig – we zullen dat straks ook zien – dan vertel je dat en dan vertelt het zichzelf. Iedereen zou dan toch zeggen: "Wauw, geweldig!" Het is zo vast, zo duidelijk te bewijzen en het is ook zo geweldig. Maar tegelijkertijd zal degene die het vertelt, ondervinden – en ik kan het inmiddels beamen uit ervaring, en er zijn er veel meer – dat het vertellen ervan zware arbeid blijkt te zijn.

Het is dus niet zoals wanneer je bijvoorbeeld geslaagd bent voor je examen en dat doorgeeft, of dat je vader of moeder bent geworden van een gezonde baby en een geboortekaartje stuurt. Goed nieuws, geweldig! Nou, vertel het maar. Dat is geen zware arbeid, toch? Dan vertel je ook een goed bericht, een blijde tijding, en daar word je niet om bestreden. Maar van déze boodschap zegt Paulus: wij zwoegen. Het is echt zware arbeid.

En dat wordt ook weer bevestigd in het andere woord: "wij strijden". Daarin zit de gedachte dat het wordt bestreden. Anders hoef je niet te strijden, toch? Het leidt tot confrontatie op het moment dat je het vertelt. Hoe betrouwbaar het ook mag zijn en hoeveel verwelkoming het ook waardig is: het is strijd. Het wordt bestreden, het wordt verdraaid. Dat zullen we straks ook nog zien.

Of laat ik het nog anders zeggen, want er zit hier nog een handschriftenkwestie bij. Als je een Statenvertaling hebt, dan wordt hier niet gesproken over strijden, maar staat er: "wij worden gesmaad". Dat heeft niets te maken met vertalen, dat is een handschriftenkwestie. Dat wil zeggen: sommige oude handschriften zeggen "wij worden gesmaad" en andere zeggen "wij strijden". Ik wil daar trouwens nu niet over strijden, want ik geloof namelijk dat het beide waar is. Eigenlijk liggen beide betekenissen ook heel dicht bij elkaar. Misschien is "wij worden gesmaad" nog erger, want daarin zit de gedachte dat je erom uitgescholden wordt en allerlei etiketten opgeplakt krijgt waarin zoveel smaad en minachting meekomt.

In beide gevallen komt naar voren dat Paulus zich inspande om deze boodschap wereldkundig te maken. Dat was zware arbeid, het werd fanatiek bestreden en hij werd er zelfs om uitgescholden. Wij worden daartoe gesmaad, en waarom was dat nu? Nou, dan zegt hij: "omdat we onze hoop hebben gevestigd". En dat is eigenlijk precies wat geloof is, toch? Een gelovige is iemand die – ja, het woord geloven betekent vertrouwen – zijn vertrouwen stelt op, of zijn hoop heeft gevestigd op. Dat is wat geloof en vertrouwen betekent.

Paulus zegt: we hebben een solide woord, het is alle verwelkoming waardig, en om het te vertellen moeten wij zwoegen en worden we bestreden en zelfs gesmaad. Maar waarom is dat? Wel, omdat we ons vertrouwen hebben gevestigd, of liever: onze hoop hebben gevestigd. Het is namelijk altijd zo bij vertrouwen: je vertrouwt je toe aan iemand, maar waarom? Omdat je daar je hoop en je verwachting op vestigt. Paulus zegt dat dit de hoop en verwachting is die wij wereldkundig maken.

Paulus is daar actief in geweest. Hij heeft stad en land en werelddelen afgereisd. Trouwens, alleen dat afreizen was al een enorme zware arbeid. Dat ging natuurlijk niet met de luxe waarmee wij vandaag reizen. Dus ook in die zin was het al zware arbeid om overal naartoe te gaan: in Turkije, in Zuid-Europa, Italië, Spanje. Hij is er allemaal geweest, en misschien nog veel verder. Maar in ieder geval heeft hij zich daartoe ingezet, omdat we onze hoop hebben gevestigd.

De Levende God en de Aionische Tijden ↑ hoofdstukken

En dan zegt hij – en nu komen we eigenlijk bij de clou: wat is de inhoud nu van dat woord? Wat was nu precies datgene wat hij ging vertellen, waartoe hij arbeidde en waartoe hij werd gesmaad? Wel, dit: omdat hij zijn hoop gevestigd had op de levende God. De levende God; dat betekent niet alleen maar dat die God niet dood is. Dat is trouwens in de theologie helemaal niet zo vanzelfsprekend, want je hebt een stroming die zelfs de 'God is dood'-theologie heet. Ja, die bestaat sinds Nietzsche; God zou dood zijn. Maar eigenlijk is dat min of meer nogal evident: natuurlijk, als God er is, dan leeft Hij. Maar waarom heet Hij de levende God? Wel, later in deze zelfde brief, in 1 Timotheüs 6, verklaart Paulus dat ook. Want die levende God is namelijk de God die allen levend maakt. Zo zegt hij dat. Hij is een God die leven geeft. Hij leeft, jawel, maar Hij geeft ook leven.

En dan heb ik het niet over wat wij feitelijk leven noemen. Want dat heet in de Bijbel meestal, als het wordt gecontrasteerd, sterven. Dat is het proces waarin wij ons eigenlijk allemaal bevinden, gewoon naar het lichaam. Wij zijn bezig dood te gaan, hoe macaber dat ook mag klinken. We zijn stervende. Nee, als Paulus het over leven heeft, dan heeft hij het over leven dat de dood heeft overwonnen en dat daarom onvergankelijk is. Dat de dood achter zich heeft; werkelijk Leven, met allemaal hoofdletters. De levende God is de God die zelf onvergankelijk leeft, maar die dat ook geeft. De God die allen levend maakt.

Ik neem u nog mee naar een andere Timotheüsbrief, de volgende. Lees met me mee in 2 Timotheüs 1, daar zegt Paulus dit over God – ik begin dan midden in de zin te lezen: "God, die ons redt en roept in een heilige roeping." Dat was een aparte roeping. "Niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, gegeven wordend aan ons." Het is een wat letterlijke weergave van wat er oorspronkelijk staat: "...in Christus Jezus voor eeuw-ige tijden." Eerst even dit: hij zegt dat als God redt, Hij roept, en dat staat volkomen los van onze prestaties of onze verdiensten. Waarom? Wel, God heeft een voornemen. En God geeft om niet – dat is wat het woord genade ook betekent: gewoon om niet. Hij heeft een plan. Voordat wij er waren, of ter wereld waren gekomen, had God al een plan. Hij had een voornemen. En hier wordt gezegd wanneer Hij dat voornemen had: daar staat "gegeven wordend aan ons in Christus Jezus voor eeuw-ige tijden".

Kijk, nu komen we trouwens meteen op dat punt waar ik het al even over had naar aanleiding van dat artikel waar ik zojuist op wees: de betekenis van dat woordje aion. Hier staat ook aion, in de bijvoeglijke vorm: aionisch, eeuwig. Dit is een hele bijzondere term die meteen veel licht werpt op wat aion is. Men zegt altijd dat eeuwigheid tegenover tijd staat, maar Paulus zegt dat die genade die ons is gegeven naar Gods voornemen, ons is gegeven voor aionische tijden. Dat wil zeggen: aionen worden kennelijk gelinkt aan tijden. Dat hele idee van eeuwigheid en tijd kent de Bijbel op die manier niet. En die tijden – let op het meervoud – er zijn dus aionische tijden. Eeuw-ige tijden. Je mag het woordje eeuwig best gebruiken, maar dan wel met een streepje tussen 'eeuw' en de rest van het woord. Dan zie je ook meteen waar het aan gekoppeld is: niet aan eeuwigheid, maar aan een eeuw. Dat wil zeggen: aan een wereldtijdperk. En die wereldtijdperken – want er zijn meerdere aionen – volgen elkaar op. Dus een eeuw-ige tijd is niet eindeloos; nee, hij wordt weer opgevolgd door een andere eeuw-ige tijd.

Bovendien zijn ze ook niet beginloos, want er wordt gezegd dat die redding die ons ten deel is gevallen naar Gods voornemen is, en dat dit ons al gegeven was voor de eeuw-ige tijden. Dus voordat die tijden der eeuwen – dat is de Statenvertaling trouwens – aanvingen, was dat al geregeld. Dat is Gods plan. Gods voornemen heeft dus niets te maken met wat wij ervan vinden, met onze keuze of onze prestatie. Het staat er volkomen los van. Dit vind ik geweldig. Weet u waarom? Hier kan niets stukgaan. Het is helemaal afhankelijk van God, die een plan heeft en dat uitvoert. Maar ziet u trouwens ook hoe enorm belangrijk het is om zicht te hebben op die eeuw-ige tijden? Het is gegeven voor eeuw-ige tijden.

En nu komt het, want daarom haal ik dit vers ook aan: die redding en roeping is ons gegeven naar Gods voornemen, en dat was al gegeven voor eeuw-ige tijden, maar – zegt Paulus – ze wordt nu geopenbaard door de verschijning van onze Redder. Heb je Hem weer: de Redder! Christus Jezus, die de dood tenietdoet. Kijk, daar gaat het allemaal om. Christus Jezus, wat doet Hij? Hij doet de dood teniet. Wij zijn allemaal stervelingen en zondaars, en de goede tijding is: de dood wordt tenietgedaan. Het is de laatste vijand, zegt Paulus elders in 1 Korinthiërs 15, maar de dood wordt tenietgedaan. Hoe? Wel, door alle mensen levend te maken. Want als alle mensen levend gemaakt zijn, is er geen dood meer. Christus Jezus doet de dood teniet en daarmee brengt Hij leven en onvergankelijkheid aan het licht. Dat gebeurt, zegt hij hierbij, door het goede bericht, ofwel door het evangelie. Want evangelie betekent goed bericht, blijde tijding of soortgelijke uitdrukkingen.

Dus wat wordt er door het goede bericht dat Paulus naar voren bracht verteld? Wel, dat Christus Jezus de dood tenietdoet. Het hele orthodoxe idee van een eeuwige – in de zin van eindeloze – dood weerspreekt het goede bericht. Want het goede bericht is juist de boodschap dat Christus Jezus de dood tenietdoet en daarmee leven en onvergankelijkheid aan het licht brengt. Ziet u hoe enorm basaal dit is? De boodschap is: Christus Jezus doet de dood teniet. Dat is precies wat Paulus door het evangelie te vertellen aan het licht brengt. En vertel je dus niet dat de dood tenietgedaan wordt? Nou, dan vertel je dus niet het evangelie zoals Paulus het vertelt.

Hij zegt er nog bij in vers 11: "Waartoe ik werd geplaatst." Neergezet. Dat is ook zo mooi, hè? Zo van: "Ga jij dat maar eens vertellen, Paulus." Hij begint zijn brieven heel vaak met: "Paulus, apostel of een afgevaardigde van Christus Jezus door de wil van God." Daar zit eigenlijk een knipoogje in; tenminste, dat lees ik erin. Zo van: het is niet mijn keuze geweest, hoor. En als je zijn persoonlijke verhaal kent, dan begrijp je dat ook. Maar hij zegt: waartoe ik werd geplaatst als heraut en afgevaardigde, apostel, een leraar van natiën. Dat mocht hij onder de natiën gaan bekendmaken en onderwijzen. Hij werd ertoe afgevaardigd naar de natiën, ongeacht welke natie ook. Hij was een heraut, dat wil zeggen: hij mocht het uittetteren en uitbazuinen. De boodschap is zo simpel: de levende God, Hij maakt allen levend. Oftewel: de dood wordt tenietgedaan. Hij redt van de dood, zonder mitsen en maren, zonder condities, zonder voorwaarden, want het is om niet – genade. Is dat moeilijk? Nee. Maar goed, laten we even verder gaan: de levende God, die de Redder is van alle mensen. Eigenlijk staat dat bepaalde lidwoord er niet bij, maar goed: die een Redder is. En weet u, we hadden het al even over...

De Redder van Álle Mensen: Weerstand in Bijbelvertalingen ↑ hoofdstukken

Deze boodschap wordt zo bestreden en dat zie je zelfs terug in de Bijbelvertalingen. Want alleen al dit zinnetje wordt op zoveel manieren weer verdraaid. Men heeft kennelijk de kracht van deze frase, van deze zin, niet kunnen verdragen. En dus heeft men geprobeerd het te minimaliseren en in te kaderen, zodat het toch een beetje te behappen zou zijn. Maar ik moet erbij zeggen: zelfs als je dat doet, dan nog is het niet in staat om het licht tegen te houden.

Hij is een Redder, een Heiland. Daar heb ik ook geen moeite mee, als je maar weet wat een Heiland is; een Heiland betekent gewoon Redder. Niet zoals de Telos-vertaling — wat trouwens een heel goede Bijbelvertaling is, vrij letterlijk, daar niet van — maar de Telos-vertaling zegt hier: "die een onderhouder is van alle mensen". En het is wel weer geestig, of grappig eigenlijk, in de voetnoot. De Telos-vertaling heeft namelijk een vertaling met voetnoten en daar zeggen ze erbij: "elders wordt dit woord altijd weergegeven met redder". Ja, echt waar, kijk maar in de voetnoot. Dus hier heeft men in dit verband gekozen voor "onderhouder". Want ja, dan zou het de betekenis kunnen hebben dat God aan alle mensen eten en drinken en onderhoud geeft, wat dat ook precies mag betekenen. Maar in ieder geval: men heeft het woord van zijn echte kracht ontdaan door het weer te geven met "onderhouder". Maar ze waren dan wel zo eerlijk, en dat moet ik ze nageven, dat ze daarmee eigenlijk alleen maar demonstreerden dat ze hier leerstellig geen vrede mee kunnen hebben. Want als Hij een Redder is van alle mensen... ja, dat is voor velen toch een dwaalleer.

Dan weet u inderdaad waar u vandaag op afgekomen bent. Het is ook niet voor niets dat we het in Bilderberg doen... nou ja, dat is een geintje. Maar in ieder geval: die Redder is geen onderhouder, het is echt een Redder. En die Redder is "van alle mensen". Dat is ook belangrijk, want wat heeft men daarvan gemaakt? Hier staat in het Grieks gewoon de onmiskenbare tweede naamval. En dat betekent: "van alle mensen". Of zoals in het oudere Nederlands van de Statenvertaling, die het trouwens correct weergeeft: "die een behouder is aller", oftewel "van alle mensen". Er staat hier gewoon een tweede naamval.

Maar wat heeft bijvoorbeeld de NBG-vertaling — dat wil zeggen de NBG '51... Ik moet er trouwens bij zeggen dat de nieuwste vertaling dit vers wel correct heeft weergegeven. Ere wie ere toekomt. Maar de NBG '51, die ik persoonlijk altijd gebruik, heeft ervan gemaakt dat Hij een Heiland is "vóór alle mensen". Ah, maar daarmee maak je de tekst heel anders! Want "vóór alle mensen" betekent dat Hij een Redder is in potentie; dat wil zeggen: Hij bíedt het aan. Maar als Hij een Redder is "van alle mensen", dan betekent dat gewoon puur taalkundig, zwart-op-wit: dat Hij alle mensen redt. Ongeacht wanneer. Een Redder "vóór alle mensen" zou alleen maar een aanbod zijn, maar dat is niet wat hier staat.

Dan zie je dus dat Paulus zelfs in de Bijbelvertalingen wordt bestreden om deze boodschap. Feitelijk hebben de Bijbelvertalingen er zelfs aan meegewerkt om te illustreren wat hij hier zegt, door dit zo te verdraaien. Of laat ik het aardiger zeggen: het licht is zo groot, zo duidelijk, zo helder en zo krachtig dat men gedacht heeft: "Ja, maar dit is teveel, dat is te groots, dat kan toch niet waar zijn?" Ja, het is wél waar: Hij is een Redder van alle mensen.

Dat "alle" kun je trouwens ook nog minimaliseren. Dat heeft bijvoorbeeld de Nieuwe Wereldvertaling van de Jehova’s Getuigen van het Wachttorengenootschap gedaan; die heeft van "alle" "allerlei" gemaakt. Zo zie je hoe men zich van een waarheid die zo duidelijk is probeert af te maken door ervan te maken: Hij is een Heiland "vóór" alle mensen, of Hij is een "onderhouder" van alle mensen, of een Redder van "allerlei" mensen. Maar er staat hier gewoon "alle" hoor. Net zo goed als er staat dat alle mensen zondaars en stervelingen zijn, staat hier "alle mensen". U ziet hoe men moeite heeft gedaan om dit te verdraaien, maar er staat gewoon dít.

En Paulus zegt: dit is de boodschap waarop we onze hoop hebben gevestigd. Dat vertellen we, en het is betrouwbaar, het is solide. Zo hebben we het te nemen: een Redder van alle mensen. Ja, er staat trouwens nog bij waarom Hij een Redder van alle mensen is. Daarin ligt besloten dat Hij alle mensen redt. En waarom is dat? Wel, God wil dat alle mensen gered worden. Dat had Paulus twee hoofdstukken eerder geschreven. Zojuist nam ik u mee naar hoofdstuk 1, maar laten we nu even naar hoofdstuk 2 gaan.

Eén God, Één Middelaar en de Losprijs voor Allen ↑ hoofdstukken

In 1 Timotheüs 2 staat dit: "Dit is voortreffelijk en welkom voor God." Heb je hier trouwens hetzelfde woord? "Welkom", "aangenaam" staat er in de NBG-vertaling. Dit is voortreffelijk en welkom voor God, onze Redder, die wil dat alle mensen gered worden en tot besef van de waarheid komen. Welke waarheid? Nou, ik zou zeggen: de sleutel hangt bij de deur. De waarheid dat God wil dat alle mensen gered worden en dat God wil dat alle mensen daarvan de waarheid inzien. Dus één: daar begint het natuurlijk mee, en vervolgens dat ze dat zouden gaan beseffen.

Want, zegt Paulus, er is één God. Want ja, ik weet het, natuurlijk wordt er verteld: dat wil God wel, maar als de mens het niet wil, gebeurt het niet. Kijk, het probleem met die opvatting is dat je dan niet meer één God hebt, maar dan heb je eigenlijk miljoenen, ja miljarden goden die allemaal zo'n eigen willetje hebben en die Gods wil kunnen dwarsbomen. Nee, er is één God. En die ene God die alles plaatst, alles beschikt, die nooit fouten maakt en die wat Hij wil bewerken in Zijn liefde, ook niet ontzegd wordt door Zijn vermogen. Nee, Hij is die ene God.

En trouwens, er is ook maar één middelaar van God en mensen, namelijk de mens Christus Jezus. Het is trouwens ook een "ketterij" wat Paulus hier optekent, maar dat terzijde. Dus één God en één middelaar van God en mensen, de mens Christus Jezus. Laten we het verder lezen, want zegt hij over die mens Christus Jezus: die zichzelf geeft tot een losprijs ten behoeve van allen. Aha! Dus die ene God die wil dat alle mensen gered worden, die realiseert dat door die ene mens die een middelaar is. God komt tot de mensen door Christus Jezus en de mensen komen door Christus Jezus tot God. Dat is wat een middelaar is: degene die de verbinding aanbrengt, die hemel en aarde verenigt, die God en de mensheid bij elkaar brengt. Die mens, Christus Jezus, die gaf zichzelf, of Hij geeft zichzelf gewoon, ongeacht wanneer. Hij geeft zichzelf tot een losprijs. En Golgotha is het bewijs; Hij stierf, daar betaalde Hij de prijs voor alle mensen. Alle mensen zijn gekocht en betaald. Dat is wat hier staat. Die ene God en die ene middelaar is degene die dat gaat realiseren.

En dat is het getuigenis bij gelegenheden. En Paulus zegt ook hier weer: "waarin ik werd gesteld." Dat wil zeggen, dat is de boodschap waarin ik werd neergezet als heraut en afgevaardigde. Dan ziet u: hij brengt iedere keer als hij dit naar voren brengt zijn afvaardiging, zijn papieren mee. Hij zegt: dit is waar God mij voor heeft neergezet om dat uit te bazuinen als een heraut. Ik ben daartoe afgevaardigd. En dan benadrukt hij het nog weer eens bij: waarheid spreek ik, ik lieg niet. Ga dit nou niet omdraaien, ga dit nou niet minimaliseren, ga hier nou niks van afdoen. Neem dit zo zoals het er staat! Een heraut en een afgevaardigde, een leraar van de natiën. Dat wil zeggen, hij onderwees dit ook. Hij herautte het niet alleen, maar hij ging ook vertellen waarom het zo is. Dat gaat Gerard straks ook een keer doen; hij gaat nader uitleggen waarom dat ook zo logisch is. Ik hoop u inmiddels wel duidelijk gemaakt te hebben, alleen al vanuit deze plaatsen, waarom het zo logisch is. God is God. Hij is een levende God. Wel, dat alles mocht Paulus vertellen: de leraar van de natiën in geloof en waarheid. Nog eventjes dit, want we gaan nog even verder in deze korte passage.

De Toekomende Aionen en de Speciale Positie van Gelovigen ↑ hoofdstukken

De levende God, Hij is een Redder van alle mensen, en dan staat erbij: vooral van gelovigen. Niet zoals men er in andere vertalingen van gemaakt heeft. Hoe stond het ook alweer in de verklaring van de studie? O ja, daar stond namelijk: "te weten alle gelovigen". Nee, dat stond er net even anders... daar kom ik nu even niet op. Ja, "inzonderheid". Dat is wat er in de NBG-vertaling staat: inzonderheid. En de Statenvertaling zegt, ook correct: "allermeest".

Men heeft hiervan willen maken: God is de Redder van alle mensen, namelijk alle gelovigen. Maar dat is niet wat er staat. Het is hier een bijzondere groep. Hij redt alle mensen, Hij is namelijk de Redder van alle mensen... en speciaal, op een bijzondere wijze, eigenlijk letterlijk "allermeest" van gelovigen. Want gelovigen zijn zij die – en dat is trouwens ook geen verdienste – iets horen en het beamen. Wat is een gelovige? Dat is iemand die niet werkt, maar die iets hoort en dat beaamt. Dat is wat geloven is.

Zo was het Paulus ook overkomen. Hij was overweldigd en hij mocht dit doorgeven. En God is het die ogen opent, die harten opent, die oren opent. Dat bewerkt Hij. Geweldig, hè? Zo realiseert God dat. Ook dat is weer puur "om niet". Maar vooral gelovigen ontvangen iets bijzonders. God redt alle mensen, maar in het bijzonder, allermeest, de gelovigen. Alleen gelovigen – dat moet ik er ook bij zeggen – ontvangen eeuwig leven. En u weet hopelijk inmiddels wat dat betekent: namelijk aionisch leven.

Laat ik het even in een schema zetten. Er zullen hier wellicht nog vragen over komen, maar dat maakt niet uit; de dag is nog lang. We leven nu in wat de Bijbel noemt: "de boze aion". Maar die wordt binnenkort, mag ik wel zeggen, afgesloten. Afgesloten, en dan volgt de toekomende aion. Dat is die aion van de duizend jaren waarin Christus zal heersen hier op deze aarde vanuit Israël. De duizend jaar, dat is de komende aion.

Maar dat is niet slechts nóg een wereldtijdperk dat gaat komen. Als Christus Jezus terugkomt, breekt er niet een eindeloze eeuwigheid aan – van "eeuwig wel" en "eeuwig wee", zoals het altijd is verteld. Nee, er breekt geen eindeloze eeuwigheid aan; er breken aionen aan. Toekomende aionen waarin God Zijn plan verder en steeds voller gaat openbaren, tot ontwikkeling brengen en realiseren. Eerst de duizend jaren. Maar daaropvolgend – dit is Openbaring 20, en dan Openbaring 21 – krijg je een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarbij het nieuwe Jeruzalem uit de hemel zal neerdalen. Dat is nog overtreffender. Dit zijn die komende aionen.

Alleen gelovigen zullen hierin een rol spelen. Het leven in deze aionen heet het aionische leven; het leven van de toekomende eeuw of de toekomende eeuwen. Dat betekent dus dat eeuwig leven niet eindeloos leven is; het is het leven van die toekomende eeuwen. En Christus zal in deze aionen heersen. Niet altijd – ook dat wordt vaak gedacht, dat Christus eindeloos zal heersen. Nee, Christus moet heersen "totdat". En wanneer dat is? Ik refereerde er al even aan: er komt namelijk een moment dat de dood tenietgedaan wordt. Dat is het Evangelie, in fasen, in rangorde.

Christus als Eersteling, zegt Paulus. Gerard zal er ongetwijfeld vanmiddag meer over vertellen. Eerst zij die van Christus zijn, maar uiteindelijk alle mensen. En als de dood tenietgedaan wordt – dat is de laatste vijand – dan is dat het moment waarop alle mensen worden levend gemaakt. Dit zeggen is hetzelfde als dat zeggen. En dan, ja, dan zijn alle mensen gered, levend gemaakt, gerechtvaardigd en verzoend. Daar zal het voor de rest denk ik niet zozeer meer over gaan.

Dan wordt, zoals Paulus dat ook zegt: God alles in allen. Dan hebben alle mensen onvergankelijk leven. Kijk, dit is geen eeuwig leven meer; dan zijn de eeuwen voorbij en voltooid. Hier ontvangen alle mensen het onvergankelijke leven. Maar hier nog hebben de gelovigen een belangrijk aandeel in de toekomende eeuwen; dit is het eeuwige leven van die toekomende eeuwen. En dan begrijp je ook waarom Paulus zegt: Hij is een Redder van alle mensen, maar speciaal, allermeest, van de gelovigen.

Ik moet afsluiten, en dat doet Paulus ook als slotverklaring wanneer het gaat om deze passage. "Beveel", zegt hij er nog bij, "en leer deze dingen". Dit is niet optioneel, zo van: "Nou, als deze boodschap een klankbodem bij jou vindt, vertel het dan maar, of probeer het eens duidelijk te maken." Wat wij vandaag ook doen, is niet zeggen: "Nou ja, er bestaan allemaal stromingen in het christendom en dan heb je ook nog – ik hoor die term weleens voorbij komen – evangelisch universalisme." Wij vragen niet om een plekje in dat pluriforme christendom, zo van: "Jullie zeggen dat het een dwaalleer is, maar dat valt wel mee hoor; mogen wij misschien ook wat zeggen?" Nee. Nee.

Ik heb zelf ook lange tijd zo gedacht, alsof je hiervoor zou... Omdat het zó bestreden wordt, was je al blij als je een keer mocht vertellen wat je mening was. Lieve mensen, de benadering van deze dag is veel – noem het voor mijn part – arroganter. Het is niet zo van: dit is een opinie waar wij aandacht voor vragen. Het is gewoon de waarheid. En inderdaad, elke waarheidsclaim is per definitie arrogant. Want ja, u weet, als ik vraag wat vijf maal vijf is, dan is er maar één waar antwoord. Ik kan er oneindig veel onware antwoorden op geven, maar er is maar één waar antwoord.

En er is maar één woord in verband met redding dat betrouwbaar is en alle verwelkoming waardig. Daarvan zegt Paulus: "Beveel dit." Niets anders. En: "Onderwijs deze dingen." Niet de redding van alle mensen, maar de Redder van alle mensen. Een groot verschil. Ook niet de boodschap dat alle mensen al gered zijn – want zo kun je het niet zeggen – maar: God redt alle mensen. Wat een waarheid. Dat is wat we vandaag onder ogen mogen zien. Zoals Paulus dat optekende en opschreef aan Timotheüs, nemen wij dat ter harte. En we geven het door, precies zoals hij het heeft geschreven. Dat is de intentie.

🎧 Redder van alle mensen – André
Delen: