GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

“Hoe Leest Gij?”

10-01-2015 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie van André Piet gehouden tijdens de tweede RevaGo-conferentie op 10 januari 2015 in Garderen.

In deze toespraak aandacht voor de vraag hoe we de Bijbel lezen. Met welke houding? Gaat het om de Schrift? En heel de Schrift? En alleen de Schrift? Laten we Schrift ook zichzelf uitleggen? En aanvaarden we daarbij ook de van God gegeven leraar?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt vijf fundamentele regels voor het lezen en juist verstaan van de Bijbel. Allereerst wordt het belang benadrukt van het lezen van de exact geschreven tekst zonder woorden van menselijke wijsheid. Ten tweede moet men alles geloven wat de profeten hebben gesproken, oftewel de hele Schrift accepteren zonder er iets van af te doen. Ten derde mag er niets aan de Schrift worden toegevoegd, ook niet vanuit eeuwenoude religieuze tradities. De vierde regel stelt dat profetieën in de Bijbel geen eigen uitlegging hebben, wat betekent dat de Schriften elkaar onderling uitleggen. Tot slot is het voor gelovigen uit de natiën cruciaal dat Paulus wordt erkend als de door God gegeven leermeester.

“Niet afgaan op je gevoel of op je eigen creatieve 'mind', je gedachten of je eigen concepten. Nee, het enige wat telt is: wat staat er geschreven?”

Introductie: Wat Staat Er Geschreven en Hoe Leest Gij? ↑ hoofdstukken

Een betere start van deze dag had ik me eigenlijk niet kunnen voorstellen. Zojuist is door Menno gesproken over de enorme waarde van het Woord van God, het onderliggende thema van deze dag. Ik vind het prachtig en een geweldige gelegenheid om daarop voort te borduren, hoewel het niet eens zo direct gepland is, maar het sluit geweldig aan. Ik zal daarbij trouwens ook iedere keer – u zult het vanzelf ook zien – dat programma gebruiken wat zojuist al in de eerste bespreking is genoemd. Namelijk dat ISA-programma, waarbij u inderdaad niet alleen de Bijbeltekst kunt zien zoals we die lezen in de NBG-vertaling, zoals ik die meestal gebruik, maar ook in de interlineair woord voor woord tussen de regels door kunt vergelijken en checken.

U zag in de aankondiging trouwens een titel staan, maar ik heb me de vrijheid genomen die wat aan te passen. Aanvankelijk had ik gepland om deze bijeenkomst te doen onder de titel 'Bijbeluitleg of Bijbelinleg'. Maar aangezien ik er erg op gesteld ben om de thema's, de titels en mijn woordgebruik zo dicht mogelijk aan te sluiten bij de Schrift zelf en bij de woorden die de Schrift ons aanreikt, dacht ik: ik ga het vanmorgen hebben over 'Hoe leest gij?'. Die term, die vraag, is ontleend aan Lucas 10. Dat is een bekend gesprek dat de Heer had met een wetgeleerde. Naar aanleiding van de vraag die daar gesteld wordt, vindt er een bekend verhaal plaats: de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan wordt daar verteld.

Jezus zei tot de wetgeleerde: "Wat staat er in de wet geschreven?" De vraag van de wetgeleerde was namelijk: "Wat moet ik doen om het eeuwige leven, dat aionische leven, te beërven?" De Heer stelt dan een wedervraag: "Wat staat er in de wet geschreven?" En vervolgens: "Hoe leest gij?" Vandaar dus de titel. Dit zijn twee vragen. De eerste is: "Wat staat er?" Gewoon, wat is de tekst? En de tweede vraag is: "Hoe lees je?" Waarbij ik met "hoe lees je" uiteraard niet de gedachte heb van met of zonder bril, op een tablet of in een boekvorm, of van links naar rechts. Nee, het gaat om de vraag: hoe lees je qua houding? Dat maakt een heel groot verschil.

Ik wil dat graag illustreren aan de hand van de geschiedenis zoals je die beschreven vindt in Mattheüs 2. De magiërs die uit het oosten komen naar aanleiding van een ster die ze hebben gezien, komen in Jeruzalem aan en stellen de vraag: "Wij weten dat de Koning der Joden geboren is." Hoe ze dat wisten is een verhaal apart, maar de vraag was: waar dan specifiek? De schriftgeleerden moeten opdraven en die geven perfect het antwoord. Koning Herodes laat die schriftgeleerden het antwoord geven en die konden het haarfijn en duidelijk vanuit Micha vertellen: die geboorte zou plaatsvinden in Bethlehem, want dat was voorzegd. Maar wat je dan zo apart leest: zij wisten weliswaar wat er geschreven stond, maar geloven deden ze het niet. Ze waren niet geïnteresseerd. Die magiërs waren enorm geïnteresseerd, die wilden het weten, maar die schriftgeleerden wisten weliswaar wat er stond geschreven, maar uiteindelijk interesseerde het hen niet echt. Dat blijkt ook wel, want die magiërs gingen kijken en zij niet. Het gaat er dus om wat er geschreven staat, maar ook wat dat woord voor ons betekent.

Zoals we dat in de eerste samenkomst ook al hebben gezien: dat Woord is alles. De Heer Zelf was een slaaf; het ging Hem maar om één ding en dat is wat Zijn hemelse Vader, God, Hem te zeggen had. Dat is het enige wat telt. Ik wil u dat laten zien aan de hand van een bekende geschiedenis in Mattheüs 4: de verzoeking in de woestijn. Je leest daar dat als het erop aankomt, de Heer telkens één antwoord geeft, één uitgangspunt: "Er staat geschreven." Hij wordt verzocht door de tegenstander, satan. Dan staat er in vers 4 van Mattheüs 4: "Maar Hij antwoordde en zeide: Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord dat uit de mond Gods uitgaat (of letterlijk: door Gods mond uitgaat)." Daar leeft een mens van. Hoe wist de Heer dat te zeggen? Er staat geschreven. Dat was Zijn antwoord op de vraag die Hem gesteld werd en op de verzoeking die Hem tegemoet kwam.

Altijd weer: "Er staat geschreven." Ik geef dit als illustratie omdat het hier echt ergens om spande, maar het is illustratief voor de hele bediening die de Heer hier op aarde gehad heeft. Wat zeg ik: voor heel de Schriften. We zullen dat straks ook op allerlei andere plaatsen nog zien. Het gaat om één ding: er staat geschreven, de Schriften. Als je nog even verder leest, dan staat er in vers 7 dat de tegenstander ook de Bijbel citeert. Hij zegt: "Ja, maar er staat toch geschreven..." en dan citeert hij uit het boek de Psalmen. Wat hij doet, is een tekst uit zijn verband rukken. Hij kent de Bijbel wel; hij is een theoloog, die tegenstander. Het eerste wat hij doet is over Gods Woord gaan spreken, het betwijfelen en verdraaien. Hij is beroepsmatig altijd bezig met het Woord van God, alleen wat hij doet is verdraaien. Daar ontleent hij zijn naam ook aan: Diabolos, de dooreenwerper.

Wat de Heer dan vervolgens als antwoord geeft als Hij inderdaad verzocht wordt met een tekst die uit zijn verband is gerukt, is: "Er staat ook geschreven," of "Er staat weer geschreven: Gij zult de Here, uw God, niet verzoeken." Iets later lees je de derde keer, en dat blijkt ook het definitieve antwoord te zijn. Toen zei Jezus tot hem: "Ga weg, satan! Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen." De vorige conferentie hebben we het over dat vers nog gehad, omdat dit ook een hele mooie aanzegging is van wat er met satan uiteindelijk gaat gebeuren. De Heer zegt hier tegen satan: "Je bent nu weliswaar een tegenstander, maar Ik zeg je dit: jij zult de Here, je God, gaan aanbidden en Hem alleen dienen." Dan is hij dus geen satan meer. Dat vond hij niet leuk, want hij ging toen ook meteen weg. Het gaat mij erom aan te geven dat het altijd weer om één ding gaat: er staat geschreven. Niet afgaan op je gevoel of op je eigen creatieve 'mind', je gedachten of je eigen concepten. Nee, het enige wat telt is: wat staat er geschreven?

Regel 1: de Schrift (gezonde Woorden Versus Menselijke Theologie) ↑ hoofdstukken

Ik wil u in deze bijeenkomst een vijftal regels of tips aandragen – hoe je het ook maar zeggen wilt. De eerste zijn echt zeer fundamenteel – ja, die andere ook – maar het begint hiermee. De eerste fundamentele regels zijn deze, en laat ik dat even illustreren aan de hand van dit plaatje. Dit is een man die zijn hand houdt op de Holy Bible. Hoe zeggen ze dat in de Amerikaanse rechtbank? "The truth, the whole truth and nothing but the truth." Oftewel: de waarheid, de hele waarheid en niets dan de waarheid. Oftewel alleen de waarheid. En alle drie die uitspraken zijn ongelooflijk belangrijk. Want het is ook niet drie keer hetzelfde wat op drie manieren gezegd wordt; het onderstreept inderdaad waar het om gaat, namelijk de waarheid. Oftewel, maar nu hebben we het over de waarheid met allemaal hoofdletters. Namelijk: uw woord is de waarheid. Makkelijk te onthouden, Johannes 17 vers 17: uw woord is de waarheid.

Daar geldt exact hetzelfde voor, namelijk de Schrift. Dat wat er staat geschreven, niet de vertaling daarvan, nee, de Schrift. En bovendien de hele Schrift en ook niets dan de Schrift, alleen de Schrift. Dat zou ik ook nog op z’n Latijns kunnen zeggen – meer Latijn ken ik niet: sola scriptura. Oftewel, de Schrift en dat wat er staat geschreven onveranderd, precies zoals het er staat. En de hele Schrift, daar niets aan afdoen, en bovendien ook niets dan de Schrift, dat wil zeggen alleen de Schrift, daar dus ook niks aan toedoen. Dus niets aan veranderen, niets aan afdoen en niets aan toedoen. Dus de Schrift, de hele Schrift, niets dan de Schrift. Die laatste twee uitdrukkingen zijn dan weer ontleend aan wat we lezen in de laatste Bijbelverzen van het boek Openbaring. In Openbaring 22 lees je dat je niets van de woorden van die profetie zou afdoen en evenmin daar iets aan zou toedoen. En feitelijk zijn het allemaal varianten. Meestal is het zo dat als je je bezondigt aan één regel, dat de andere regels daarbij ook dikwijls in het geding komen.

Maar laat ik ze eventjes wat nader toelichten, eerst deze drie fundamentele regels: de Schrift, heel de Schrift en niets dan de Schrift. Niets daarin veranderen. Ik neem u mee naar nogal wat Schriftplaatsen. Nu vervolgens naar 1 Timotheüs 1. Je kunt natuurlijk meebladeren, je kunt ook gewoon meekijken. Het grote voordeel daarvan is dat je dan ook dat meteen in de interlineair mee kunt lezen. Daar staat dit, daar lees je dat er tegen Timotheüs wordt gezegd, of liever, hij wordt aangeschreven door Paulus en dan zegt Paulus dit: neem tot voorbeeld de gezonde woorden. Of letterlijk, zoals je dat ook ziet in die interlineair: heb een patroon, een model van gezonde woorden. En Timotheüs wist waar hij het over had, want dat waren namelijk precies de woorden die hij ook van Paulus vernam. Gezonde woorden, woorden die ontleend zijn aan de Schriften, woorden die Paulus sprak.

Als we die tekst dan lezen, wat Paulus dan in zijn geestelijk testament – want het is de laatste brief die hij heeft geschreven aan Timotheüs – doorgeeft en op het hart bindt, dan zegt hij: heb een voorbeeld van, heb een patroon van gezonde woorden. Woorden die je van mij hebt gehoord, woorden van de Schrift zelf. Zuiver en gezond betekent natuurlijk ook dat het in balans is. Het is ook gezondmakend, helend. Het andere staat daar uiteraard tegenover: ziekmakend, wat de balans verstoort. En dat blijkt ook wel, want er wordt erbij gezegd dat het woorden zijn van geloof en van gezonde woorden, en in geloof en de liefde die in Christus Jezus is. Een geliefde term die je uitsluitend bij Paulus vindt: Christus Jezus, Hij die daarboven is.

Gezonde woorden staan tegenover ongezonde woorden, maar ik kan nog een variant daarop noemen en dat is een uitdrukking die we vinden in 1 Korinthe 2. Daar staat in vers 13 dit. In die hoofdstukken schrijft Paulus over de wijsheid van deze wereld, tussen aanhalingstekens. Want dat is voor God namelijk de waarheid. Zoals vice versa trouwens ook het geval is, want de wijsheid van God is de waarheid voor de wereld. Dat matcht niet, totaal niet zelfs. En sprekend over die wijsheid van God zegt hij: hiervan spreken wij dan ook met woorden die niet door menselijke wijsheid... En u ziet, letterlijk staat er: geen woorden van menselijke wijsheid. Let op, woorden van menselijke wijsheid. Dat betekent dus dat het woorden zijn die knap bedacht zijn door geleerde mensen. Juist woorden van menselijke wijsheid vind je niet bij de ongeletterden; nee, die vind je juist bij de academici, mensen die ervoor gestudeerd hebben. Maar Paulus zegt: ik spreek over die wijsheid van God niet met woorden van menselijke wijsheid, maar die door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke – of letterlijk staat er: die onderwezen zijn van Geest, geestelijk onderwezen – zodat wij het geestelijke, de inhoud, met het geestelijke vergelijken.

De wijsheid van God is geestelijk. Die spreken wij ook, en die brengen wij ook, die communiceren wij ook met geestelijke woorden. Dus het is niet alleen de inhoud, maar ook het woordgebruik. Het hele vocabulaire, de woordenschat, die is van Hem. Geestelijk. En dat is geen menselijke constructie. Woorden van menselijke wijsheid zijn erger dan waardeloos als we het hebben over het doorgeven van de wijsheid van God en Zijn woord. Daar moet je niks aan veranderen zoals Hij het gesproken heeft, zoals Hij het heeft laten optekenen. Dat is gezond. Verander dat niet, en hoe knap het ook bedacht is en hoe een geweldige reputatie het misschien ook mogen hebben in de wereld... dat zou je op zich al... juist, dat is geen aanbeveling hoor. Integendeel, dan zouden alle alarmlichten moeten gaan branden als dat het geval is, als het in de wereld in achting is. Menselijke wijsheid. Mensen zeggen misschien: nou, dat lijkt mij een aanbeveling. Nee, voor Paulus is het juist een predicaat van: dat betekent dus dat het niet deugt. Kan niet deugen. Gods wijsheid wordt gesproken ook met Gods woorden, met Zijn woordenschat.

En woorden van menselijke wijsheid, wat zijn dat? Nou, dat zijn woorden die door mensen bedacht zijn als het gaat om de dingen van God. Als het gaat om de Schriften, als het gaat om de Bijbel, als het gaat om dat wat God gezegd heeft. Dan zijn er talloze voorbeelden van woorden die een heel hoge reputatie hebben, waar je ook niet aan mag zitten zelfs, omdat ze eigenlijk al heilig verklaard zijn. Dat is de top van menselijke wijsheid. Maar hoe kun je ze onderscheiden? Wel, heel simpel: staat het in de Schrift of niet? Ik zal een paar woorden noemen, woorden van menselijke wijsheid. En dit zijn geen beschuldigingen, dit zijn vaststellingen. Ik vind het belangrijk om dat eventjes nu ook heel duidelijk te zeggen: dit zijn geen beschuldigingen, dit zijn vaststellingen. In de Schrift vind je dit woord niet. U zegt: maar is daar dan niet heel lang over nagedacht? En is daar niet over gedubt? Zijn er geen conferenties of concilies over gehouden? En zijn niet de knapste koppen daarmee bezig geweest? Ja, dat bedoel ik. Dus het zijn echt woorden van menselijke wijsheid, dat wel, maar het staat niet in de Schrift. Het is een woord van menselijke wijsheid. Of de definitie daarvan: één wezen, drie personen. Kijk het maar na in uw Bijbel, in een concordantie en dan vooral zoals het in het origineel staat. Uiteraard vindt u het niet terug. Of de uitdrukking God de Zoon. De Bijbel spreekt over de Zoon van God. Tientallen keren ook over God de Vader.

Maar "God de Zoon" is een woord voor menselijke wijsheid. Of wat dacht u van een "onsterfelijke ziel"? Kijk het maar na. Weet u wat de Bijbel wel zegt? De ziel die zondigt, die zal sterven. Of een andere term... Dit zijn allemaal van die woorden die standaard... Ja zeker, dat hangt er ook een klein beetje vanaf in welk segment van de christenheid je spreekt, maar in ieder geval zijn ze in de theologie zo algemeen gangbaar. Ze worden zo algemeen gebruikt.

Neem in elk geval ook in het volksgeloof: "erfzonde". Bent u het woord ooit in de Bijbel tegengekomen? Nou, als u het in de Bijbel bent tegengekomen, dan staat het in ieder geval niet in de Schrift. Of neem "de menselijke natuur" of de "verdorvenheid van de menselijke natuur". Zegt de Schrift dat? Die term is ook een theologisch geëikte frase. Of "particuliere verzoening"... nou ja, die spreekt misschien wat minder tot de verbeelding, maar voor degenen die enigszins theologisch geschoold zijn – wat ik trouwens niet ben, en dat wou ik zo houden ook – dan weet u van: hé, dat ben ik daar nog nooit tegengekomen.

Maar het woord "hel", dat is wat ingewikkelder. Want de kans is groot dat u zegt: "Ja, maar dit woord kom ik wel in de Bijbel tegen." Ja, in de Bijbelvertalingen? Jazeker! Maar elk handboek kan u bevestigen, op het moment dat je dit gaat nazoeken, dat het niet in het origineel staat. Daar staat, als het al in de NBG bijvoorbeeld gebruikt wordt, twaalf keer... 'tussen aanhalingstekens', want het is helemaal geen vertaling. Het is een verandering van het woord. Het is namelijk Gehenna, en dat is een plaatsaanduiding: een dal van Hinnom namelijk. Dat ziet er totaal anders uit. Maar dat is een verandering van het woord. Dat is niet de waarheid; dat is niet wat er staat geschreven. Dat is projectie.

Woorden voor menselijke wijsheid of voor menselijke onzin, het maakt me niet uit, maar het is projectie in de Schrift. Men heeft het in de Bijbel gebracht. Ja, daarom is dat zo enorm nauwgezet werk als je de Schrift doorgeeft om inderdaad de waarheid te vernemen. Daarom vind ik zo'n interlinear, een één-op-één weergave, een geschenk uit de hemel, zodat je echt kan controleren. Zodat je de Schriften kan nagaan zoals die Bereërs dat ooit deden: of het inderdaad zo is.

Nou ja, we hoorden zojuist trouwens al een ander woord: "eeuwigheid". Hoeveel keer was het ook alweer, Menno? In ieder geval heel veel keren, honderden keren komen we het tegen in de vertalingen. Maar in de Schrift staat, en de Schrift spreekt van Aion. Of "verzoening door voldoening"... nou ja, ik kan nog wel even doorgaan, maar ik wil daar niet te veel op focussen. Ik wil u alleen maar even wat voorbeelden geven van woorden van menselijke wijsheid. Dat wanneer er over de Bijbel gesproken wordt, dat soort vocabulaire dikwijls gebezigd wordt terwijl het er niet staat geschreven. Het zet je op een dwaalspoort. Het is niet de Schrift.

Regel 2: Heel de Schrift (alles Geloven Wat de Profeten Spraken) ↑ hoofdstukken

En dan regel twee: de hele Schrift. Dat wil zeggen: niets van die Schrift afdoen. Ik wil u dat toelichten aan de hand van een bekende geschiedenis in Lukas 24. Het is de dag dat de Heer opstond uit de doden, opgewekt was uit de doden, en zich dan incognito vervoegt bij twee mensen, twee mannen die op weg zijn naar het plaatsje Emmaüs. En dan doen zij hun relaas over alles wat er gebeurd is met Jezus van Nazareth. Ik ga er gemakshalve vanuit dat u de geschiedenis kent, anders moet ik het helemaal gaan vertellen.

Jezus hoort hen al die tijd aan, ook hun commentaar en hoe erg het is. "En thans is het reeds de derde dag," zeggen ze dan. Dat is dan ongeveer het laatste wat ze zeggen. Het is nu dus wel heel duidelijk hopeloos, want het is al de derde dag. Als ze de Schrift hadden gekend, dan hadden ze zichzelf bij het zeggen van "het is thans reeds de derde dag" erop kunnen betrappen: "O, maar wacht even!" En dan neemt die vreemdeling — want zij weten niet met wie ze van doen hebben — het woord. En Jezus zei tot hen... ik moet altijd denken aan Fons Jans, die had het over de "M.S.-gangsters", maar dat terzijde... de Emmaüsgangers. Hij zei tot hen: "O onverstandigen." Je begrijpt het niet.

Onverstandig kun je trouwens ook zeer goed zijn als je zeer geleerd bent, maar desondanks geen begrip hebt van wat er werkelijk aan de hand is en wat er werkelijk staat geschreven. Dat je misschien wel geleerd bent, maar dat je het niet verstaat en geen verstand hebt. En hoe komt dat? Omdat je traag van hart bent. Langzaam, traag van hart. Hoezo dan? Omdat ge niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben. Kijk, deze mannen hadden een Messiasverwachting. Daar geven ze ook blijk van tijdens dat gesprek, want ze zeggen: "Ja, wij hadden gehoopt dat Hij het was die Israël zou verlossen." Kortom, ze hadden gedacht dat dit de beloofde Messias was. Welnu, als die verwachting gebaseerd was op wat er staat geschreven, waarom dan nu niet meer? "Ja, omdat Hij was omgekomen en Hij was gekruisigd. En nu was het inmiddels al de derde dag na Zijn overlijden." Of na Zijn kruisiging.

Met andere woorden: de Jezus over wie ze het hadden, paste totaal niet in het profiel dat zij hadden van de Messias, van wie de Messias moest zijn. Dat is precies wat het Jodendom nog steeds heeft: als de Messias komt, dan zal Hij Israël verlossen. Maar al die profetieën die spreken over een Messias die eerst lijdt, die zelfs wordt verworpen door Zijn volk — en er zijn nogal wat Schriftplaatsen die daarover spreken — die pasten niet in hun systeem, in hun theologie of in hun leerstellingen. En dus kenden ze dat niet en rekenden ze er daarom niet mee.

Dan is het de Heer die reageert: "O onverstandigen en tragen van hart, gelooft alles wat de profeten gesproken hebben." Ze geloofden namelijk maar een deel van de profetieën. Het is eigenlijk heel opmerkelijk: ze geloofden precies dat deel van de profetieën waar de christenen, traditioneel gezien, weer niet in geloven of zoveel moeite mee hebben. Namelijk een Messias die Israël gaat verlossen, die zal regeren in Jeruzalem en die daar Zijn koninkrijk zal opbouwen. Je zou die twee eens een keer bij elkaar moeten zetten: de één die het ene deel van de profetie gelooft en de ander, de christenen — even over één kam scherend — die het andere deel van de profetie weer gelooft. Als je hen laat praten over wie de Messias is, begrijpen ze niets van elkaar. Hoe komt dat? Omdat ze niet alles geloven wat de profeten gesproken hebben.

Weet u, het gaat niet alleen over dit onderwerp, maar in het algemeen is het zo enorm belangrijk voor het verstaan van de Schrift om alles te geloven. Het een én het ander. Ik heb heel vaak dat ik in een gesprek — juist vorige week ging het er ook weer over — spreek over de eindbestemming van de schepping en de mensheid. Dan wordt het zo voorgesteld: "Geloof je in een eeuwige straf, een aionische straf? Of geloof je dat alles verzoend wordt?" Hoezo "of, of"? Als de Bijbel het ene leert en de Bijbel leert ook het ander, dan zou je alles moeten geloven. Het probleem is natuurlijk dat er dan weer vertalingen tussen staan die het de mens onmogelijk maken. Als je denkt dat "eeuwig" eindeloos is, dan kun je het niet beide geloven. Dan ziet u hoe tricky dat allemaal is en hoe er ook een meesterbrein aan de gang is dat er beroepsmatig en systematisch mee bezig is om het Woord te verdraaien, zodat mensen het niet begrijpen, hoe geïnteresseerd ze ook mogen zijn.

Het is zo belangrijk om alles te geloven wat de profeten gesproken hebben, wat er staat geschreven. De Heer gaat dan uitleggen: "Moest de Christus dit niet lijden om in Zijn heerlijkheid in te gaan?" Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hen uit wat in al de Schriften op Hem betrekking had. Weet u dat hier het woord hermeneuo staat in het Grieks? Sommigen van u zullen dat wel herkennen in het woord hermeneutiek, bijbeluitlegkunde. Maar strikt genomen betekent dat woord hermeneuo: vertalen. Dan zie je hoe belangrijk het is voor het verstaan van de Schrift dat er recht wordt overgezet, dat daar niets aan veranderd wordt. Vertalen is geen creatieve bezigheid. Zodra het creatief wordt, berg je dan; als mensen hun eigen inventiviteit erin gaan leggen. Nee, het gaat erom dat je getrouw overzet. Hij legde hen uit — Hij vertaalde voor hen — alles wat in de Schrift op Hem betrekking had. Nog een punt.

Regel 3: Niets Dan de Schrift (het Gevaar van Religieuze Traditie) ↑ hoofdstukken

Niets dan de Schrift. Dat is regel drie. Na "de Schrift" en "heel de Schrift" komen we nu bij punt drie: niets dan de Schrift. Dat wil zeggen: alleen de Schrift en daar dus ook niets aan toedoen.

We gaan even helemaal terug naar het begin van de Bijbel: Genesis 3. Daar lees je over het eerste theologische gesprek dat in de Bijbel wordt vermeld – ik zinspeelde er zojuist al even op. Het was een gesprek over Gods Woord: "Wat heeft God gezegd?" In de strikte zin van het woord was dit "theologiseren". In het woordenboek staat daarvoor geloof ik "redeneren". Theologiseren betekent redeneren over geloofszaken. Nou, dat deden ze daar in de hof.

En dan lees je over de slang. Er zit nog wel meer aan vast, maar ik ga er nu snel overheen, want anders kom ik niet aan mijn zestigste dia toe. De slang was het listigste van alle dieren des velds die de HERE God gemaakt had, en zij zeide tot de vrouw: "God heeft zeker wel gezegd dat gij niet zult eten van enige boom in de hof?" In de eerste plaats zet hij een vraagteken bij wat God gezegd heeft. Dat is een hele goede manier om vervolgens twijfel te zaaien. Vervolgens verdraait hij meteen het Woord. Want dat had God juist niet gezegd; van alle bomen mochten ze eten, op één boom na. Dit was dus een regelrechte verdraaiing.

Oké, en dan reageert de vrouw; zij gaat het gesprek aan. Dat is niet erg verstandig geweest van deze dame, maar goed, we zullen niet te kwaad over haar spreken, want zij is wel ons aller moeder. Toen zei de vrouw tot de slang: "Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, maar van de vrucht van de boom die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten, noch die aanraken, anders zult gij sterven."

Dit is meteen in het begin van de Bijbel al een hele fraaie illustratie van iets toevoegen aan wat God gezegd had. Want kijk het maar na in Genesis 2: God had gezegd dat je van die boom niet mocht eten, maar er staat niet "noch die aanraken". Daarmee maak je het misschien wel "heiliger", maar dat heeft Gods Woord helemaal niet nodig. Het grootste respect bewijs je ten opzichte van het Woord niet door eraan toe te voegen – ook al lijkt dat heel vroom en heilig – maar juist door het gewoon te nemen zoals het er staat.

Dit is een toevoeging aan het Woord van God. En dat gebeurt wat, hoor! Men voegt toe aan het Woord van God, kennelijk met de gedachte dat het Woord niet compleet zou zijn. Ik wil daar nu niet al te veel over vertellen, want de volgende spreker zal daar dieper op ingaan. Maar één Schriftplaats wil ik in dit verband even vermeld hebben: Marcus 7. Daar lees je dat de Heer in gesprek is met Schriftgeleerden, met degenen die ook weer bezig zijn met de Schrift. Maar juist daar had de Heer zoveel problemen mee – of liever gezegd: zij hadden zoveel problemen met Hem. In ieder geval was er altijd conflict; altijd conflict met wat "mainstream" was, met wat men zei over Gods Woord.

De Heer sprak niet óver het Woord van God, maar sprak vanuit het Woord. "Er staat geschreven," en van daaruit onderwees Hij. Dat is een wereld van verschil. Theologie is over Gods Woord spreken. Wat gezond is – dat is geen menselijke wijze, maar geloof – is vertrouwen op wat Hij gezegd heeft en dat gewoon naspreken. Weet u dat het woordje "belijden" eigenlijk ook gewoon "hetzelfde zeggen" betekent? Gewoon napraten, als een papegaai: Hij heeft het gezegd, en dus is het zo.

In dat gesprek in Marcus 7 – u moet de context zelf maar eens nalezen – komt de Heer tot een conclusie. Hij zegt dan: "Zo maakt gij..." Er waren namelijk inmiddels al diverse voorbeelden van gegeven. Dit is de conclusie uit de voorbeelden die tot dusver ter sprake zijn gebracht, en Hij beschuldigt hen nu: "Zo maakt gij het Woord van God krachteloos" – of eigenlijk: ongeldig – "door uw overlevering die gij overgeleverd hebt." Overlevering is traditie.

O, er is zo enorm veel traditie! En hoe ouder die traditie is, hoe meer het door de generaties en de eeuwen heen is overgeleverd, hoe respectabeler het wordt. Het krijgt een aura van onaantastbaarheid. Waag het niet om daaraan te komen, want dan breekt de hel los: aan de traditie van mensen zitten.

Maar dat is karakteristiek. Want u zegt misschien: "Ja, dat was toen, in de dagen van het jodendom, in de dagen van de Here Jezus; toen waren er die tradities, maar wij hebben dat vandaag niet." Maar alles wat doorgaat voor geloof is vergeven van traditietoevoegingen aan het Woord. Echt waar. Het zijn juist die toevoegingen die het Woord van God krachteloos maken. En, zegt de Heer – Hij voegt er nog eentje aan toe –: "En dergelijke dingen doet gij vele." Dat was toen zo, maar vandaag is het echt niet anders. Dan heb ik er nog één.

Regel 4: Geen Eigen Uitlegging (de Schriften Leggen Elkaar Uit) ↑ hoofdstukken

We hebben tot dusver de eerste drie regels gehad, ontleend aan wat er in de rechtbank gevraagd wordt: de waarheid, heel de waarheid en alleen de waarheid. Er zijn nog een tweetal dingen die ik graag genoemd wil hebben, zonder daarmee te suggereren dat ik daarin compleet ben, maar die van eminent belang zijn voor het verstaan van de Schrift. Dat dit inderdaad enorm belangrijk is, blijkt wel als we naar het gedeelte toegaan waar ik op zinspeel, namelijk in 2 Petrus 1. Dat is Petrus’ geestelijk testament. Hij weet dat hij binnenkort zal komen te overlijden — of omgebracht zal worden — en dan zegt hij: "Dit vooral moet gij weten. Dit eerst. Dit moet gij eerst weten: dat geen profetie van de Schrift een eigen uitlegging heeft."

In de NBG-vertaling staat "een eigenmachtige", maar "een eigen uitlegging" is hoe de Statenvertaling het ook weergeeft: "niet van eigen uitlegging is". Het idee daarbij is dat een profetie of een godspraak — vanuit het Hebreeuws is profetie een godspraak — geen eigen uitlegging heeft. Ik heb daar met opzet de illustratie van een puzzel bij gegeven, want weet u, de Bijbel is eigenlijk een bibliotheek. Het woord "Bijbel" suggereert het al; het betekent bibliotheek. Het is een verzameling boeken, zeventig boeken. Ja, daar gaat straks een vraag over komen, dat voorspel ik u.

Die bibliotheek is inderdaad als een puzzel. Al die geschriften en al die profetieën der Schrift hebben geen eigen uitlegging; ze hangen allemaal met elkaar samen en het geheel geeft een totaalbeeld. Dat is het geweldige van de Schrift, waarin de Schriften zichzelf bewijzen. Het feit dat al die boeken en geschriften een eenheid vormen, bewijst dat er feitelijk één Auteur achter zit die de hand geleid heeft. Daarom heeft geen profetie van de Schrift een eigen uitlegging. Het betekent dat de profetieën der Schrift elkaar uitleggen. Vandaar ook die gouden regel: Schrift met Schrift vergelijken.

Omdat een Schriftdeel geen eigen uitlegging heeft, mag je ook geen eigenmachtige uitlegging geven. Dat wil zeggen dat je niet zelf zomaar in de weer mag gaan en je eigen wijsheid daarin mag projecteren. Vertrouw op je eigen inzicht niet, dat staat ook al in de Spreuken. De Schriften leggen elkaar uit; het één kan niet zonder het ander. Het geweldige is dat als je overtuigd bent van die goddelijke oorsprong en van die eenheid, je er ook in bevestigd wordt dat het één het ander completeert. Het geheel geeft zo’n geweldig panorama. Omgekeerd is het dus ook zo dat als je niet uitgaat van die eenheid van de Schrift, je nooit op het idee zult komen dat de ene profetie der Schrift uitgelegd wordt door een andere. Dan zijn het immers in jouw ogen allemaal menselijke boeken die niets met elkaar van doen hebben.

Geen profetie der Schrift heeft een eigen uitlegging, want — en dat motiveert Petrus dan ook — nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens. Een mens kan helemaal niet voorzeggen; een mens kan geen godspraak uitspreken. Ik kan het wel pretenderen of claimen, maar nooit is werkelijke profetie voortgekomen uit de wil van een mens. Maar onder de Heilige Geest gedreven zijnde, spraken zij namens of vanwege God. Heel die Schrift is een eenheid en daarom hebben al die profetieën der Schrift geen eigen uitlegging. Dat is regel nummer vier. Ten slotte wil ik er nog op één wijze naar kijken.

Regel 5: Paulus als de Aangestelde Leermeester voor de Natiën ↑ hoofdstukken

Om de Schrift te verstaan, hebben we een leermeester echt nodig. En de eerste reden daarvoor wil ik toelichten aan de hand van Romeinen 3. Daar staat... ik weet eigenlijk niet hoe laat het is. Hoe lang heb ik nog? Zo snel mogelijk, oké. We hebben zo'n mooie geavanceerde zaal, maar ik zie geen klok, dus ik heb wel een goed excuus.

Waarom hebben we een leermeester nodig? In Romeinen 3 schrijft Paulus dit: "Wat is het voorrecht van de Jood, of anders, wat is het nut van de besnijdenis?" Dus het nut om tot dat volk te behoren dat besneden is. En dan geeft Paulus het antwoord: "Velerlei in elk opzicht." Hij zegt primair, in de eerste plaats, toch dit: dat aan hen — dat wil zeggen de Jood, de besnijdenis — de woorden Gods zijn toevertrouwd. De orakels van Hem zijn aan hen toevertrouwd. Zo heeft Hij aan geen enkel ander volk gedaan; aan dat volk van de besnijdenis heeft Hij de woorden Gods gegeven. Die Bijbel is dus een Hebreeuwse, een Joodse aangelegenheid. En wij, ik zeg dat even gemakshalve zo, wij die tot de natiën behoren, hebben daar feitelijk geen sjoegen van. Het is niet ons ding; de woorden Gods zijn aan dat volk toevertrouwd. Maar hoe versta je dan wat die Schriften zeggen? Voor die woorden Gods heb je een leermeester nodig.

Het is precies zoals Menno dat al aangaf in die geschiedenis: "Hoe zal ik het kunnen begrijpen, als niet iemand mij het uitlegt?" Je hebt een leraar nodig die je inwijdt. En het geweldige is: die leraar hebben wij ook van Godswege gekregen. En daarom is het zo belangrijk om de Schriften te openen. Niet op eigen houtje, maar door daarvoor de leraar te raadplegen die je inleidt in heel de Schrift.

Dat dat inderdaad zo is, daar wil ik u een voorbeeld van geven. In 1 Timotheüs 2 schrijft Paulus dit. Hij had net zijn 'mission statement' afgeleverd, zoals dat tegenwoordig zo deftig heet — een woord van menselijke wijsheid trouwens. Hij had aangegeven waartoe hij gezonden was: om bekend te maken dat er één God is die wil dat alle mensen gered worden. Dat stond in vers 3 tot en met 6. Eén God die wil dat alle mensen gered worden en komen tot besef van de waarheid. Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen: de mens Christus Jezus, die Zichzelf geeft tot een losprijs voor allen.

En dan zegt hij: "Ik ben daartoe gesteld om dit te vertellen, om dit uit te dragen. Ik ben daartoe als een verkondiger en een apostel gesteld." Eigenlijk is dat letterlijk een heraut; gewoon iemand die dat aankondigt. En hij is afgevaardigd, hoogstpersoonlijk geroepen vanuit de hemel door Christus Jezus Zelf. Een apostel, een afgevaardigde van Christus Jezus. Paulus zegt: "Ik ben als een heraut en een apostel gesteld." Hij benadrukt: "Ik spreek waarheid, denk erom, geen leugen, als een leermeester der natiën in geloof en waarheid." Vaak staat er "een leraar der heidenen", maar er staat gewoon het woord "natiën".

Wij uit de natiën... God gaat vandaag een weg — ik ga dat nu niet toelichten — maar God gaat vandaag een weg buiten Israël om. Door hun val is het heil naar de natiën gegaan en Paulus is die apostel der natiën. Vandaag zouden wij ons oor te luisteren leggen bij hem. Niet omdat de rest van de Schrift niet van belang zou zijn, integendeel: hij voert ons juist in de geheimen van die Schrift in. Maar bij hem moeten we wezen. Hoe weet ik dat? Wel, God heeft hem daartoe gesteld als een leraar van de natiën. Begin bij Paulus. Dan ben je trouwens nog niet zomaar klaar hoor. Als je daar begint, begin maar met de Romeinenbrief, met de fundamentele uiteenzettingen en met al die geheimen die hij te melden heeft. Ontdek dan ook inderdaad hoe je in heel de Schrift ingewijd wordt. Het is geweldig om zo de Schrift te verstaan en een leraar te hebben om die Bijbel te begrijpen.

Samenvatting: de Vijf Fundamentele Regels op een Rij ↑ hoofdstukken

Nou, het is tijd voor een samenvatting. "Hoe lees je?", dat was de vraag. Niet alleen: wat lees je, maar hoe lees je?

In de eerste plaats: de Schrift. Verander daar niets aan. Ten tweede: heel de Schrift. Niets daaraan afdoen natuurlijk. Ik maakte even een foutje in de presentatie, maar heel de Schrift betekent: niets daaraan afdoen. Dat moet hem wezen.

En regel drie: alleen de Schrift. Niets daaraan toedoen. Bedenk daarbij dat geen profetie van de Schrift een eigen uitlegging heeft. Dat wil zeggen: Schrift met Schrift vergelijken.

En punt vijf: we hebben een leraar nodig. Wij uit de natiën hebben een leraar nodig om de Schrift te verstaan. God heeft die leraar gegeven, namelijk Paulus. Bij hem moet je wezen.

Daarover valt nog veel meer te vertellen, maar deze dag duurt ook nog langer. Dus ik zou zeggen: daar gaan we het in het vervolg over hebben.

🎧 Garderen - Hoe Leest Gij? (André)
Delen: