Hel & Verdoemenis
16-02-2014 - Geplaatst door Andre PietPresentatie van de GoedBericht-samenkomst gehouden op 16 februari 2014 in Urk.
Hel en verdoemenis. Geen thema waar je vrolijk van wordt. Totdat je de Bijbelse waarheid ontdekt en gaat verstaan dat zowel het ene als het andere begrip, ongezonde woorden zijn. Niet ontleend aan wat “er staat geschreven” maar d.m.v. verdraaiing een plaats kregen in bijbelvertalingen en daarmee in de woordenschat van ‘gelovigen’. Hoe kon het zover komen? Wie zou er baat bij hebben om God zo inktzwart en duivels af te schilderen? Hoe kon het concept van hel en verdoemenis het Goede Bericht verkeren in haar tegendeel?
Deze studie is bedoeld voor wie wil weten wat “de Schrift” over deze dingen zegt.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding: de Troosteloze Dreiging van Hel en Verdoemenis
- De Bijbel Spreekt Niet over Eeuwigheid, maar over Aionen
- De Voleinding Der Aionen: Wereldtijdperken met een Begin en een Einde
- Het Duivelse Concept van Eindeloze Toorn en Verdoemenis
- Heeft Jezus Werkelijk een Eindeloze Hel Onderwezen?
- De Misleidende Vertaling van Sheol, Hades en Tartarus
- Gehenna Is een Geografische Plaats: het Dal van Hinnom
- Jesaja 66: de Worm Die Niet Sterft en het Onuitblusbare Vuur
- Gods Oordeel en Gericht Is Nooit een Doel, maar Altijd een Middel
- De Theologische Dubbele Tong over de Dood Die Tenietgedaan Wordt
- Openbaring 20: de Grote Witte Troon, de Poel van Vuur en de Tweede Dood
- Korinthe 15: Zoals in Adam Allen Sterven, Zo Zullen in Christus Allen Levend Gemaakt Worden
- Een Schematisch Overzicht: de Tijdlijn van de Tegenwoordige en Toekomende Aionen
- Het Ultieme Einddoel: de Laatste Vijand Onttroond en God Alles in Allen
Inleiding: de Troosteloze Dreiging van Hel en Verdoemenis ↑ hoofdstukken
Het onderwerp dat u hier achter mij ziet geprojecteerd en waarvan u wellicht al wist dat het vanmiddag besproken zou worden, is een onderwerp dat zwaar geladen is. Ik had het al even eerder over een zwartgallig onderwerp, maar het is een onderwerp dat, als je enigszins vertrouwd bent met de christelijke wereld, allesdoordringend is. Het vormt de dreigende achtergrond van alle orthodoxe prediking. Of je het nu hebt over Rooms-Katholiek, Luthers, Calvinistisch, Charismatisch of Evangelisch; alles is er in meerdere of mindere mate mee doordrenkt. Daarin zijn gradaties, maar toch is daar altijd die dreiging van hel en verdoemenis, ook al noemt men het anders.
Ik zal u vertellen, het heeft voor mijzelf ook nog wel een persoonlijke achtergrond, in hoge mate zelfs. Het is geen onderwerp dat mij zozeer al van jongs af aan heeft beziggehouden als deze kwestie. Tot tranen aan toe. Ik herinner me nog heel goed dat ik als klein ventje — hoe oud ik geweest ben op dat moment weet ik niet precies, vier, vijf of zes jaar, iets in die geest zal het geweest zijn — al met die vraag zat. U moet weten, ik heb een reformatorische achtergrond zoals de meesten van u hier wellicht ook. Per slot van rekening zitten we hier op Urk. En in die reformatorische achtergrond, christelijk gereformeerd om precies te zijn, daar speelde dit allemaal een grote rol. Ben ik uitverkoren? En als ik niet uitverkoren ben, wat is dan het lot van de mens? Ja, dat is de hel. Dat is verdoemd worden tot die uitzichtloze plaats. Hoe je het dan ook beschrijft — de ene predikant deed dat dan weer wat anders dan de andere — maar één ding was wel duidelijk: het is een hopeloze situatie.
Het was zo afschuwelijk. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit in mijn leven heb getwijfeld aan het bestaan van God. Dat Hij er is, dat is voor mij even vanzelfsprekend als dat de zon schijnt. Dat is een realiteit. Maar als kind kon ik hier zo mee zitten. Het gekke is, en dan praat ik dus puur even vanuit mijn persoonlijke invalshoek waartoe ik het echt even wil beperken voordat ik de Schrift open doe, om toch even aan te geven hoe belangwekkend het kan zijn en hoezeer het een mens kan raken: ik zat als kind niet zozeer met de vraag of dit het lot was dat mij zou treffen. Ik zat vooral met het idee dat er zoveel mensen om mij heen waren die niet geloofden, die niet naar de kerk gingen. Dat was allemaal hetzelfde in mijn beleving, en daar ga ik nu even zonder commentaar aan voorbij.
Ik dacht over al die mensen na en ik vroeg dan ook aan mijn moeder of aan mijn vader: "Hoe zit dat dan?" Want ik was nogal een denkertje, een beetje filosofisch. Wat betekent eeuwig? Ja, er komt nooit een einde aan. Nooit, nooit. Denk er maar eens eventjes een paar minuten geconcentreerd over na; je kop barst. Zo is het. Want dat zijn begrippen die niet passen in die paar ons grijze hersencelletjes. Dat is eindeloos. En als je er dan aan denkt: eindeloos verdoemd, troostloos, nooit meer een weg naar buiten, geen inkeer mogelijk, geen terugkeer, echt troostloos en zonder hoop. Dat is zo afschuwelijk. Ik kon daar enorm mee zitten.
Concreet dacht ik aan iemand waar ik dagelijks bij over de vloer kwam. Mijn broer zit hier ook en die kan dat wel bevestigen. Dat was een oude buurman en die deed ongeveer alles wat God verbood. Maar ik hield van die man en ik luisterde altijd naar zijn verhalen. Dan kwam ik thuis en zei ik tegen mijn vader: "Buurman gelooft niet in God hè?" "Nee." "En dus de buurman komt dus in de hel." Mijn moeder schrok daar erg voor terug om dat zo te zeggen: "Nou, dat mag je niet zo zeggen." Maar hij geloofde niet, dus ik bleef doorvragen. Uiteindelijk kwam ze er ook niet uit. Want ja, een kleine kinderziel is gauw vertrapt en vertreten, en ze wilde mij daar niet moeilijk mee maken. Maar ik zat daar zo mee. Ook met het loutere feit dat als er een God is, Hij dat bedenkt. Ik vond dat zo haaks op elkaar staan, want aan de andere kant genoot ik van liederen die gezongen werden. We hadden langspeelplaten, die had je in die dagen nog, met als titel: "God heeft de wereld lief, God van mij en jou, God heeft de wereld lief en blijft haar trouw." Dat vond ik prachtig, maar het stond zo haaks op elkaar. Hij houdt van elk mens, van mij en jou, Hij blijft haar trouw... Net zoals in de kerk ook altijd begonnen werd met de woorden — dat weet u allemaal: "Onze hulp is in de naam van de HERE, die hemel en aarde gemaakt heeft; die trouw houdt en nooit laat varen de werken van Zijn handen." Dat wil zeggen: elk schepseltje dus. Het is allemaal werk van Zijn handen en Hij laat hen nooit varen. Misschien laat Hij hen even los, maar nooit varen. En dan dat concept van die hel, hoe past dat daarin? Dat paste niet.
Ik zat daar gigantisch mee, eigenlijk mijn hele jeugd. Het heeft 25 jaar geduurd voordat ik antwoord kreeg op deze vragen. Maar ik zal u vertellen, mijn moeder gaf ooit een antwoord dat de angel uit die hele kwestie voor mij haalde, waardoor ik het los kon laten. Mijn moeder zei tegen mij: "André, laat het nou maar aan God over, dan komt het wel goed." En dat is precies het antwoord. Meer kon zij er niet over zeggen, want het was een naïef antwoord. Dat wil zeggen: een kinderlijk geloof dat als je het aan God overlaat — God is goed — het dan ook goed komt. Ook al snappen we het niet. In feite zit in dat antwoord besloten dat wat je altijd in de kerk verteld werd daarover, nooit waar kan zijn. Dat zei ze niet, maar dat zit er impliciet namelijk in besloten. Want als je zegt: "Als je het aan God overlaat, dan komt het goed", dan kan dit andere niet allemaal waar zijn.
Nou ja, ik praat nu een beetje mijn beurt voorbij, want ik moet die dingen nog bewijzen, maar u voelt wel aan hoe gevoelig dit is. Maar dat antwoord dat mijn moeder gaf: "Laat het aan God over, dan komt het goed", zorgde ervoor dat ik de vraag heb geparkeerd. Soms drong het vraagstuk zich later nog enorm aan me op: die duistere, troosteloze achtergrond, hoe kan dat? En dan weer dat antwoord: laat het maar aan God over. En zo is het inderdaad. Maar u begrijpt, daar zijn we er vanmiddag natuurlijk niet mee. Ik wil ook gewoon laten zien wat de antwoorden zijn vanuit de Schrift die ik heb mogen ontdekken. Ik deel dat met u en ik hoop dat u net zo kritisch hierin bent als dat ik hier zelf ook in stond en nog steeds meen te staan. Neem het niet voor zoete koek aan. Neem niet voor zoete koek aan wat de dominee of wat de kerk zegt, en ook niet wat André Piet hierover zegt. Dat is niet interessant. Wat zijn de feiten? Wat staat er geschreven? Het is elementair om hier zicht op te krijgen: is God echt goed? Nou, die antwoorden die ik later heb ontdekt, gevonden en gekregen — ik weet niet hoe ik het zeggen moet — die kun je uiteensplitsen in allerlei categorieën. Het is natuurlijk ook nogal hooggegrepen om dat zo in een middagje, in een uurtijd de revue te laten passeren. Dat kan ook niet. Maar een aantal elementaire dingen wil ik toch graag met u delen die namelijk tot de kern van het antwoord behoren. En het allerbelangrijkste in deze hele kwestie is dit.
De Bijbel Spreekt Niet over Eeuwigheid, maar over Aionen ↑ hoofdstukken
De Schrift spreekt niet over eeuwigheid of eeuwigheden, wat trouwens op zich al een vreemd idee is. Ik weet niet of u daar ooit wel eens bij hebt stilgestaan, want als een eeuwigheid eindeloos is, wat zijn dan 'eeuwigheden'? En wat zijn dan 'alle eeuwigheden'? Vreemd. De Bijbel kent dat niet. De Schrift — en dan bedoel ik het origineel — spreekt over aionen: wereldtijdperken.
Ik neem u eens mee naar Jesaja 32. Dat is meteen een heel mooi voorbeeld van hoe elementair deze kwestie is en hoe dit antwoordt. Het illustreert perfect waar ik het over heb. Ik citeer uit de Statenvertaling omdat die het in dit geval het beste weergeeft. In Jesaja 32 vers 14 staat een voorzegging over de stad Jeruzalem: "Want het paleis zal verlaten zijn; het gewoel der stad zal ophouden; Ofel en de wachttorens zullen tot spelonken zijn, tot in der eeuwigheid." In het Hebreeuws staat hier Ad-Olam. Olam is het Hebreeuwse woord dat soms vertaald wordt met eeuwigheid, soms met eeuw en soms weer met wereld. Ik kom daar nog op terug, maar de weergave is duidelijk: het is een hopeloze toestand. Het paleis is verlaten, het gewoel van de stad houdt op en dat duurt "tot in der eeuwigheid". Het is een vreugde voor de woudezelen, een weide voor de kudden; met andere woorden: van de stad zelf is gewoon niets meer over.
Maar dan moet u goed letten op wat er staat in vers 15: "TOTDAT over ons uitgegoten worde de Geest uit de hoogte." Hé, maar dat is eigenaardig. Een 'eeuwigheid' die een 'totdat' heeft? Dat past niet in het denken zoals we dat ooit traditioneel hebben meegekregen. Immers, hoe wordt de eeuwigheid gedefinieerd? Pak een woordenboek: de eeuwigheid is een tijd zonder begin en zonder einde. We hebben geen idee wat dat werkelijk betekent, want wij kunnen alleen maar denken in termen van begin en einde. Maar een eeuwigheid zou dan zijn — zo wordt het gedefinieerd — een tijd zonder begin en zonder einde. Hier wordt echter gesproken over een toestand die zal duren "tot in der eeuwigheid", zegt de vertaling, maar het heeft wel een 'totdat': totdat de Geest uit de hoogte over ons uitgegoten wordt. Met andere woorden: er is toekomst voor Jeruzalem. Dat mag dan weliswaar een 'eeuwig' oordeel zijn, maar het is niet voor altijd.
Het punt is dit: het woord 'eeuwigheid' in het Oude Testament betekent in het Hebreeuws niet wat wij erbij denken. U ziet ook hier — en ik zou talloze voorbeelden kunnen geven, maar dat ga ik niet doen omdat ik nog andere dingen wil bespreken — dat 'eeuwigheid' niet eindeloos is, maar een 'totdat' heeft. Ik zal u ook vertellen dat dit helemaal geen verrassing is, hoor, want men weet dit in de academische wereld ook wel. De Bijbelse Encyclopedie is een bekend naslagwerk in de christelijke wereld, uitgegeven bij Kok in Kampen. Daar staat op bladzijde 239: "Het Hebreeuwse woord olam, waarvan in het Oude Testament 'eeuwigheid' de vertaling is, is verwant met een werkwoord dat 'verbergen' betekent. Het duidt dan ook iets aan dat in het verleden of in de toekomst nog verborgen is. Het heeft dus de betekenis van een zeer lange tijd." Het staat gewoon in een naslagwerk. Ik zou u nog tal van andere werken kunnen noemen, zoals de Korte Verklaring van professor Aalders; allemaal autoriteiten die traditioneel zijn binnen de Nederlandse christelijke wereld en die soortgelijke dingen zeggen. Het eigenaardige is dat dit bekend is in de handboeken; je kunt het zo nalezen. Alleen: wordt het gehoord? Wordt het verteld? Vanaf de kansel wordt er verteld en op catechisatie wordt onderwezen: de eeuwigheid heeft geen begin en heeft geen einde. Maar men weet dat het Hebreeuwse woord voor wat vertaald wordt met 'eeuwigheid' absoluut niet iets is zonder einde.
Ik gaf u net een voorbeeld uit het Oude Testament, maar laten we even naar het Nieuwe Testament gaan. Dat is geschreven in het Grieks en ook daar komen we in onze vertalingen heel vaak 'eeuwigheid' tegen. Wat ik u vanmiddag ga vertellen is: altijd als wij in onze vertaling over eeuwigheid lezen, in het Oude of het Nieuwe Testament, dan staat daar in het Hebreeuws olam of in het Grieks aion. Met dit grote verschil: 'eeuwigheid' zou de tijd zijn zonder begin en zonder einde, maar een aion heeft wel degelijk én een begin én een einde. Ik ga u gewoon de bonnetjes overleggen, een paar tenminste. In 1 Korinthe 2 vers 7 lezen we dat Paulus dit schrijft: "Maar wij spreken de verborgen wijsheid Gods, die God reeds van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid." De Statenvertaling zegt hier "eer de wereld", maar weet u wat er werkelijk staat? Niet wat de NBG-vertaling ervan gemaakt heeft en ook niet wat de Statenvertaling ervan gemaakt heeft. Er staat namelijk: "vóór de aionen". Er staat niet "van eeuwigheid af". Het woord voor wereld is een heel ander woord in het Grieks: kosmos, dat kent u trouwens wel. En bovendien staat er geen eeuwigheid in het enkelvoud; er staat aionen. Vóór de aionen. Eén ding weet ik daarmee zeker: de aionen hebben een begin. En bovendien: er is meer dan één aion. Ja, één zo'n zinnetje maakt al heel veel helder. Paulus spreekt over verborgen wijsheid die God voorbeschikt heeft. God is een persoon die plant, die een plan heeft, die voorbeschikt. Welnu, de wijsheid die Paulus mocht spreken, is reeds vóór de aionen voorbeschikt. Niet wat men ervan gemaakt heeft — "eer de wereld" of "van eeuwigheid" — dat is ingekleurd en vertaald vanuit de traditie. Dat is niet wat er staat in het Grieks en niet wat Paulus optekende. Hij had het niet over eeuwigheid, hij had het over aionen. En niet "van eeuwigheid af", maar "vóór de aionen".
Ik neem u nog naar een andere schriftplaats mee: 2 Timotheüs 1 vers 9. Daar wordt gesproken over God, die ons behouden heeft en ons roept met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en de genade die ons in Christus Jezus gegeven is "vóór eeuwige tijden". Let u eens goed op wat u hier leest. Er staat in dit vers trouwens heel veel wat ik schitterend vind, namelijk dat onze redding en onze roeping niet naar onze werken is. Waarom niet? Omdat het al vaststond voordat u en ik er waren. Het was namelijk Gods eigen voornemen. Het is niet onze keuze, het zijn niet onze werken, om een hele simpele reden: God heeft een voornemen, een plan. In dat voornemen is het pure genade die ons in Christus Jezus gegeven is — een geschenk dus. En dan staat erbij: "vóór eeuwige tijden". In de Statenvertaling staat "vóór de tijden der eeuwen", maar dit is exact hetzelfde woord wat men elders weergeeft met 'eeuwigheid'. Echt waar, het woord aion wordt soms weergegeven met 'eeuw' en soms met 'eeuwigheid'. Dat is inconsequent en zelfs innerlijk tegenstrijdig, want een eeuw heeft een begin en een einde, terwijl een eeuwigheid geen begin en geen einde heeft. Hoe kan dat ene Griekse woord twee totaal tegenstrijdige, innerlijk tegenstrijdige betekenissen hebben? Dat is onmogelijk. Dat is ingekleurd vanuit de traditie, maar daarmee wordt de betekenis van de woorden die hier staan geschreven, verdraaid. Hier in de tekst is het volkomen correct: "eeuwige tijden", of letterlijk "aeonische tijden". Maar u ziet hier al: men zegt altijd en men spreekt erover alsof 'tijd en eeuwigheid' twee contrasten zijn.
Hier ziet u — en er zijn een paar andere voorbeelden waar je exact hetzelfde ziet — dat die begrippen helemaal geen tegenstelling zijn. Het is een eeuwige tijd, en er zijn eeuwige tijden; meerdere dus. En bovendien hebben die eeuwige tijden een begin gekregen, want er wordt gesproken over voor-eeuwige tijden. Inderdaad, de Statenvertaling heeft dat weergegeven met "de tijden der eeuwen", daar heb ik helemaal geen probleem mee, maar er staat letterlijk: "voor-eeuwige tijden".
Een eeuwige tijd is dus niet eindeloos. In ieder geval wordt deze weer opgevolgd door een andere eeuwige tijd. Bovendien is het niet beginloos, want er staat: "voor-eeuwige tijden". Daar is zo vreselijk mee geknoeid, en dit is elementair. Want het hele idee van hel en verdoemenis — laten we even bij het onderwerp blijven — waar we voortdurend weer bij bepaald worden, dat is zo zwartgallig omdat het zo hopeloos is.
Het wordt altijd gekoppeld aan dat idee wat men heeft en wat altijd voorgeschilderd wordt: het is zonder einde, het is eeuwig. Dat wil zeggen — dat bedoelt men ermee — zonder einde. Dat klopt niet! Er staat inderdaad "aeonische tijden". Nou, ik ga nog wel een paar Schriftplaatsen noemen.
De Voleinding Der Aionen: Wereldtijdperken met een Begin en een Einde ↑ hoofdstukken
Matteüs 28 vers 20. Zie, dat is een bekend woord, het laatste vers van het Matteüs-evangelie. "Zie, ik ben met u," zegt de Heer Jezus vlak voordat hij ten hemel vaart. "Zie, ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld." Dat is dan niet "wereld"; er staat in het Grieks hier gewoon het woordje aion. De voleinding der aion. Stel je voor dat ze hier het ook weergegeven hadden met "eeuwigheid". "Zie, ik ben met u tot aan de voleinding van de eeuwigheid." Wat krijgen we nou? Dat zou toch volkomen dwars zijn?
Ja, maar het geeft dus aan dat het woord "eeuwigheid" zelf een dwaas bedenksel is van mensen. Maar wel met een enorme impact, met enorme consequenties, dat voelt u wel aan. De hele dogmatiek, de hele prediking is erdoor gekleurd – zwart gekleurd, inktzwart gekleurd zelfs. De voleinding der aion, dat is wat er staat.
Ik neem u nog mee naar een ander schriftblad. Daar zegt Paulus dit: "om in de komende aionen" – letterlijk staat er: "in de aionen die nog komen gaan" – "de overweldigende rijkdom van zijn genade te tonen naar zijn goedertierenheid over ons in Christus Jezus." Hier wordt gesproken over aionen die nog gaan komen. We zagen net: de aion die nu is, dat heet de tegenwoordige boze aion. Die zal voleindigd worden. "Ik ben met u tot aan de voleinding van deze aion." Maar er zijn ook nog aionen te gaan.
Dus niet het idee van: als Jezus straks terugkeert... Nu even in het kort de populaire versie van de eschatologie, van de leer van de laatste dingen die de doorsneekerk aanhangt. Dat is: als Jezus straks terugkeert, dan is het einde verhaal, dan is het eeuwig wel of eeuwig wee. Eén van beiden, zonder dat er nog een weg terug is. Dat is het verhaal. De eindeloze eeuwigheid breekt daarna aan. En dat is zo ver buiten het hele Bijbelse begrip.
Als straks de Heer terugkeert, dan is dat het einde van deze aion, maar dan breekt er een nieuwe aion aan. Sterker nog, dan breken de komende aionen aan. In de Bijbel heet dat de "aionen der aionen". Dat zijn de meest overtreffende aionen. Waarom? Omdat dat de aionen zijn, de wereldtijdperken waarin Christus zal heersen. Komende aionen. Geen eindeloze eeuwigheid breekt straks aan, nee: aionen, wereldtijdperken. Zoals deze aion een begin heeft en een einde. Trouwens, aan de huidige aion zijn ook aionen voorafgegaan.
En als u nooit van het woord aion heeft gehoord, dan neem me niet kwalijk, maar dan wordt het hoog tijd. Als je de Bijbel leest, moet je dat begrip kennen, want dat speelt een enorme rol. En waarom moet u het kennen? Omdat het onherkenbaar is weergegeven in de vertalingen. Dat is de ellende. U weet: nou ja, als u het woordje "eeuwigheid" tegenkomt, dan weet u op voorhand: daar staat in het Grieks het woordje aion. Ja, maar datzelfde woord wordt ook weergegeven met "eeuw" en met "wereld". En zo is de verwarring ingezet. En dat is fataal om een begrip te krijgen van de betekenis van een woord.
Hoe leer je een woord kennen? Gewoon kijken hoe het gebruikt wordt. Pak een concordantie: daar en daar komt het woord voor. Nou, doe dat maar eens met het woordje "eeuwigheid". Dat is meteen al een valse start, want "eeuwigheid" zelf is maar een selectie. Een aantal keren geeft men het weer met "eeuwigheid". Helemaal ingekleurd. Dus waar u mee opgezadeld wordt, is niet met wat er staat geschreven, maar wat de theologie dénkt dat het is. Maar dat is niet wat we willen weten. We willen weten wat er staat, niet wat men denkt dat het is.
Goed, de komende aion. Hebreeën 9 vers 26. Daar wordt gesproken over: "thans is hij eenmaal, met het oog op de voleinding der eeuwen" – letterlijk de voleinding der aionen dus – "verschenen om door zijn offer de zonde weg te doen." Ziet u? Er wordt hier gesproken niet alleen over de aionen, de komende aionen, maar die aionen zullen een voleinding hebben. Een voltooiing. Ze zullen op een gegeven moment klaar zijn. Zoals de aionen ooit aanvingen, zo zullen de aionen ooit ook voleindigd worden. Allemaal in relatie staand, uiteraard, met het ene grote offer in het midden der aionen. Letterlijk hoor. Deze boze aion is de middelste van de aionen. En daar, in het midden van die boze aion, stond het kruis van Golgotha. En drie dagen later verrees hij uit het graf. Het ware offer.
Wel, de voleinding der aionen. Ziet u hoe dwaas het zou zijn, maar hoe fataal daarom ook die weergave is, wanneer men hier had aangegeven: "de voleinding der eeuwigheden"? Kijk, ik had het prima gevonden als men altijd als het woordje aion voorkomt, dat had weergegeven met "eeuwigheid" of "eeuwigheden". Prima. Want dan had u meteen geweten wat een eeuwigheid is, namelijk: niet eindeloos. Dan had hier de Statenvertaling of de NBG-vertaling weergegeven: "de voleinding der eeuwigheden". Aha, dus een eeuwigheid is niet eindeloos.
Wat ik u nu vertel over het woord aion, ook dat is – net als wat ik zojuist zei over het Hebreeuwse woord olam – echt geen nieuws. Ook niet iets wat ik bedacht heb. Dit vindt u ook standaard terug. Het wordt nooit verteld. Wat de dominee weet, vertelt hij lang niet altijd. Kan ook niet, want ja, je hoort je te houden immers aan dat wat gezegd en afgesproken is, et cetera. Maar weet u, ik heb hier een Winkler Prins, uitgave 1950. En dan leest u dit bij het woord aion. Gewoon een standaard, algemeen standaardwerk. "Aion, of de Nederlandse weergave, als je het zo spelt, maakt even niks uit. Betekent niet eindeloze duur maar tijdperk."
Dat zegt dus niet André Piet, dat is niet een of andere vondst van een of andere figuur die zijn fantasie op hol laten slaan heeft. Het is gewoon een volkomen evident feit, wat elke Bijbellezer die gewoon een concordantie op de grondtekst neemt, zelf kan controleren. En inderdaad, de handboeken ontkomen evenmin aan die conclusie; het is bekend. Ik zou een heel aantal andere bronnen ook nog kunnen weergeven, maar laten we dat niet doen. Maar in ieder geval wil ik u ook daarmee aangeven dat dit woord "eeuwigheid" niet deugt. Niet vanuit het Hebreeuws, niet vanuit het Grieks. Dat is een Bijbels feit, maar het is ook een algemeen erkend feit in de handboeken. Dat het niet verteld wordt en dat het volk – neem me niet kwalijk – dom gehouden wordt, dat is een ander ding. Maar ik vind dat als je het werkelijk ernst maakt met de Schrift, dan wil je weten wat er staat. En dan is dit de onontkoombare conclusie.
We gaan nog even naar een ander punt. Want goed, dit is het eerste wat ik moest bespreken: die kwestie van die eeuwigheid. Ja, als een eeuwige straf een eindeloze straf is, als een eeuwig vuur een eindloos vuur is, ja, dan is het inderdaad hopeloos. Maar als eeuwige straf, om maar één voorbeeld te geven, te maken heeft met een eeuw, met een tijdperk, dan wordt het verhaal ineens heel anders. Daarmee heb je de straf of het oordeel niet weggeredeneerd, maar het komt wel in perspectief te staan. Dat wil zeggen: het is niet eindeloos. Het heeft een "totdat". Dat is essentieel. Kijk, en dat is nou precies ook waar ik al op doelde toen ik het antwoord van mijn moeder even weergaf: laat het maar aan God over, dan komt het goed. Inderdaad, die had nooit de Winkler Prins gelezen, die had nooit dat in de concordantie op de grondtekst nagekeken, maar ze voelde aan: als je Godsvertrouwen hebt, dan kan dat niet waar zijn. Dat is onmogelijk, die hel.
Het Duivelse Concept van Eindeloze Toorn en Verdoemenis ↑ hoofdstukken
Want daar moeten we het natuurlijk ook over hebben: verdoemenis. Dus ja, veroordeeld tot een eindeloze hel. Ik heb het nog even in het woordenboek nagekeken. Bij verdoemen staat er in het Koenenwoordenboek — ik zeg het nu even uit mijn hoofd — 'veroordeeld tot de eindeloze hel'. Dat is verdoemen. Het is dus veel zwaarder dan veroordelen. Een crimineel wordt veroordeeld, maar in het menselijk oordeel is iets nooit eindeloos. Het heeft altijd een 'totdat'. Een menselijke straf heeft altijd een 'totdat', maar van God zegt men dat Hij dat eindeloos doet. Je krimpt ineen als je daar echt goed over nadenkt.
Ik moet weer aan een andere uitspraak van mijn moeder denken, die ze me vaak vertelde. Ze zei — u kent wellicht het spreekwoord —: "Kwaad worden is menselijk." Hoe gaat het ook alweer verder? "Kwaad blijven is duivels." Maar dat is precies wat men aan God toeschrijft. Als het idee van die hel en verdoemenis klopt, dan is het de eindeloze, de eeuwige toorn. Maar was dat niet duivels? Denkt u daar eens over na.
Goed, maar hoe zit het met het woord hel? Ik zal u een citaat geven van een orthodox predikant. Zijn naam doet er nu even niet toe, maar ik vond dit op internet. Hij zei dit: "Niemand heeft zoveel en zo ernstig over de hel gesproken als Jezus zelf. Hij onderwees een eindeloze hellestraf van een onuitblusbaar vuur waar de worm van wroeging nooit zal ophouden." Ik ben het in vele toonaarden later nog weer tegengekomen.
Even de tijd in de gaten houden, anders moeten we... Ik voorzie nu al dat het een beetje al te veel wordt. Is het goed als we straks nog even de pauze halen, Jannie? Ik denk dat we het halverwege beter even kunnen onderbreken voor een kopje koffie. Maar goed, we pakken de draad weer even op. Citaat van die orthodoxe predikant die zei: "Niemand heeft zoveel en zo ernstig over de hel gesproken als Jezus zelf. Hij onderwees een eindeloze hellestraf van een onuitblusbaar vuur waar de worm van wroeging nooit zal ophouden." Prima, dat is wat deze predikant zegt. Nou, ik zeg 'prima', maar ik vind het afschuwelijk. Maar laten we gewoon checken: klopt het wat hij zegt?
Heeft Jezus Werkelijk een Eindeloze Hel Onderwezen? ↑ hoofdstukken
Niemand heeft zo veel en zo ernstig over de hel gesproken als Jezus zelf. Nou, is dat zo? Laten we het probleem eens in stukjes hakken en het nauwkeurig bezien. In de Statenvertaling komt het woord hel vierenvijftig keer voor. In het Oude Testament is het de vertaling van het Hebreeuwse woord Sheol. Trouwens, in de NBG-vertaling komt dat woord in het Oude Testament nooit voor; ik kom daar straks misschien nog even op terug.
In het Oude Testament is het de vertaling van het Hebreeuwse woord Sheol, althans, als het zo uitkomt. Men is daar, net zoals met het woord eeuwigheid, erg willekeurig geweest in de weergave. Soms geeft men het met 'eeuw' weer, soms met 'eeuwigheid'. Maar dat is tricky, en met het woord hel is het net zo. Men geeft het in de Statenvertaling soms weer met hel. Ik zal een voorbeeld geven. Numeri 16 vers 30 gaat over de opstand van Korach, Datan en Abiram. En dan lees je in vers 30 dit — ik citeer uit de Statenvertaling, want de NBG-vertaling is hier gewoon veel beter, maar ik beperk me nu even tot deze oude vertaling: "Maar indien de HEERE wat nieuws zal scheppen, en het aardrijk zijn mond zal opendoen, en verslinden hen met alles wat hunner is, en zij levend ter helle zullen nedervaren..." Hier staat dat woord Sheol. In de NBG-vertaling staat 'in het dodenrijk'. Dat klopt hoor.
Ik zal het laten zien, want als we nu even terugbladeren naar Genesis 37 vers 35, ook uit de Statenvertaling, dan lees je over de aartsvader Jakob. Wanneer hij het nieuws hoort over zijn zoon Jozef, dan weigert hij zich te laten troosten en zegt: "Want ik zal, rouw bedrijvende, tot mijn zoon in het graf nederdalen." Alzo beweende hem zijn vader. Maar weet je wat hier staat? Exact hetzelfde woord als wat we in Numeri 16 tegenkwamen. Alleen daar gaf de Statenvertaling het weer met 'de hel'. Maar ja, dat kwam wel uit, want Korach, Datan en Abiram deugden niet; ze waren ongelovig en dus kwamen ze in de hel terecht. Maar Jakob, één van de geloofshelden, dat was een gelovige. Die ging toch niet naar de hel? Nee, maar dat zegt hij wel. Als men het exact hetzelfde weergegeven had als in Numeri 16, dan had men het hier ook moeten weergeven met hel.
Dat heeft men niet gedaan, want dan klopte hun theologie niet meer. Maar sinds wanneer moet een Bijbelvertaling conform de theologie zijn? Volgens mij is het omgekeerd. Je zou je theologie en je opvattingen moeten aanpassen aan wat er staat geschreven, niet omgekeerd. En daarom is dit een hele kwalijke zaak. Er staat hier gewoon ook weer hetzelfde woord, Sheol, namelijk het dodenrijk, de plaats waar de doden zijn. Het gaat me nu even niet om dat woord zelf; ik wil nu alleen maar aangeven hoe inconsequent de Statenvertalers dit hebben gedaan. Laten we naar het Nieuwe Testament gaan, want daar komen we het woord hel ook vaak tegen.
De Misleidende Vertaling van Sheol, Hades en Tartarus ↑ hoofdstukken
Ook weer even nu in de Statenvertaling. In het Nieuwe Testament is het woord 'hel' in de Statenvertaling de weergave van drie totaal verschillende Griekse woorden. Eén keer – die laat ik maar eventjes voor wat het is – komt het woord Tartarus voor. In 2 Petrus 2 staat dat, en dat wordt in de Statenvertaling weergegeven met 'hel'. In het Grieks staat daar dus Tartarus, een plaats, en in de NBG-vertaling wordt dat weergegeven met 'afgrond'.
Negen keer is het de weergave van het Griekse woord Hades. En dat woord Hades komt overeen met het woord waar we het zojuist over hadden: Sheol in het Hebreeuws. Het spijt me als het sommige mensen nu een beetje gaat duizelen met al die Hebreeuwse en Griekse woorden, maar ik ontkom er niet aan om dat toch even naar voren te brengen. Dit Griekse woord Hades is dus gewoon het dodenrijk. De NBG is hier eerlijk gezegd concordant; ze geven het één op één weer. Zo hoort het.
En het is twaalf keer de weergave van een ander Grieks woord, en dat is Gehenna. Dat komen we in de NBG-vertaling ook twaalf keer tegen. Wanneer er in het Grieks sprake is van Gehenna, geven ze dat daar ook weer weer met 'hel'. Maar de Statenvertaling bestaat het dus om drie totaal verschillende woorden weer te geven met 'hel'.
Dus als je zegt: "Geloof je in de hel?", dan moet je eigenlijk vragen: "Welke bedoelt u?" Heb je het over Tartarus, heb je het over Hades — het dodenrijk — of heb je het over Gehenna? Welke van de drie bedoelt u? Dat moet u eens een keer aan iemand vragen. De verwarring die dan ontstaat, is trouwens heel aardig. Want wanneer zo’n wedervraag gesteld wordt, dan weten ze het meteen helemaal niet meer. Dat zeg ik niet als spot, maar ik geef het aan omdat dit simpelweg niet onderwezen wordt.
Nou, we beperken ons nu even tot deze woorden. Tartarus laat ik, omdat het maar één keer voorkomt, even rusten. Over Hades hebben we het al gehad: het is gewoon het dodenrijk en de NBG-vertaling is daarin correct. Trouwens ook concordant, dat wil zeggen: eensluidend in de weergave. En 'hel' is dus ook de weergave van het woord Gehenna.
Maar nu komt een andere vraag. Dat woord Gehenna komt twaalf keer voor in de Griekse Bijbel, waarvan elf keer in de Evangeliën. Daarom zei die predikant ook: "Niemand heeft meer over de hel gesproken dan Jezus zelf." Dat klopt: Jezus sprak er elf keer over, maar niet over de hel, maar over Gehenna. Maar wat is Gehenna eigenlijk?
Gehenna Is een Geografische Plaats: het Dal van Hinnom ↑ hoofdstukken
Nou, dat zou ik u vertellen. Ook dat kun je gewoon in elk willekeurig handboek navinden. Of het nu de Bijbelse Encyclopedie is; kijk naar het woord hel en dan zul je meteen deze informatie aantreffen. Het wordt niet verteld; in de vertaling heeft men het versluierd, maar dat is een ander punt, het is bekend. Het is de Griekse uitspraak van een Hebreeuwse naam. U weet het: als je een bepaalde naam hebt en je zegt het in een andere taal, klinkt het ineens anders. Maar het is eigenlijk Gai Hinnom, dat is in het Hebreeuws. En als je dat op z’n Grieks zegt, dan zeg je Gehenna.
Wat is dan Gai Hinnom of Gehenna? Dat is hetzelfde dus. Nou, dat is een dal in het zuidwesten van de stad Jeruzalem. Daar kun je gewoon naartoe lopen. Ik zal u even een paar plaatjes laten zien. Hier heb je het Tempelplein van het zijaanzicht. Hier heb je de Olijfberg en hier heb je dan het dal van Ben Hinnom. Als je een bezoek aan Jeruzalem brengt, dan moet je ook een bezoek brengen aan het dal van Ben Hinnom; aan wat dan heet 'de hel'. Dat is wat Gehenna is.
Hier hebben we een aanzicht van bovenaf. Hier heb je de Olijfberg en hier het Kidrondal. Dit is het huidige Tempelplein, zoals u ziet, en hier heb je dus het Hinnomdal. Gehenna, Gai Hinnom of wat in de vertalingen wordt weergegeven met hel. Ik kan me voorstellen dat u denkt: 'Ja, maar wat heb ik nou aan mijn fiets hangen? Wat hebben ze gedaan? Hebben ze een plaatsnaam, Gehenna, het Dal van Hinnom, niet gewoon overgezet?' Nee, ze hebben er een theologisch begrip van gemaakt waar men een onderaards oord van heeft gemaakt. Terwijl het een plaatsnaam is. Kijk, dit zijn ook een paar plaatjes van het Dal van Hinnom. Dat is dus de hel. Alsjeblieft, dat ziet er heel liefelijk uit.
Ik neem u mee om te laten zien hoe oneigenlijk dit is en hoe fataal het is wat men gedaan heeft. Ik liet het u zojuist al even zien in verband met het woord aion, dat men weergeeft op twee totaal tegenstrijdige wijzen die innerlijk tegenstrijdig zijn. Met het woordje hel is er ook iets heel eigenaardigs gebeurd. Want wat doe je met plaatsnamen? Elke vertaler weet dat: een plaatsnaam, een geografische aanduiding, vertaal je niet, die zet je over. Oké, in elke taal klinkt dat weer wat anders. Jeruzalem zeg je in het Nederlands als Jeruzalem. En als er in het Grieks Bethlehem staat, dan is dat Bethlehem. Dat is niet vertaald, dat is gewoon de Nederlandse manier van uitspreken. Of Nazareth, dat blijft hetzelfde. Galilea wordt Galilea, Judea wordt Judea en dan krijg je Gehenna. En daar maak ik 'de hel' van. Is dit vertalen? Is dit eerlijk?
Elke geografische plaats, of het nu een rivier is of een dal, wordt gewoon weergegeven naar wat het is. Aanwijsbaar. Je kunt het gewoon op de kaart aanwijzen met precisie. Maar wie weet er, als mensen het over de hel hebben, dat dat Gehenna is en dat dat een dal is bij het zuidwesten van Jeruzalem? Dat weet men niet. Het is onbekend; het wordt onder de duim gehouden.
Ik zal u nog een paar dingen daarover vertellen. Wat is er nu aan de hand met dat Gehenna? In de Bergrede zegt de Heer Jezus — want inderdaad, Jezus heeft het heel dikwijls, elf keer in totaal, over Gehenna — dat wie in toorn leeft tegen zijn broeder zal vervallen aan het gerecht. Paulus heeft het er nog nooit over; kijk het maar na in zijn brieven. Dan lees je nooit dat Paulus het heeft over Gehenna. Nooit. Jezus, die gezonden was tot de verloren schapen van het huis Israëls, zegt in de Bergrede, de grondwet van het Koninkrijk dat straks ook geopenbaard zal worden: "Ik zeg u: eenieder die in toorn leeft tegen zijn broeder zal vervallen aan het gerecht." Zo zal het straks ook gaan. Dat zijn strenge regels, rechtvaardig, maar ook inderdaad met een ijzeren roede. "En wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad." Dat is de NBG-weergave. "En wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het vuur van Gehenna." Niet een hellevuur.
Waar denk je aan bij de hel? Dan denk je aan een onderaards oord. Maar waar denk je aan bij Gehenna? Aan een plaats die je op de kaart kunt aanwijzen. Bij de hel denk je aan een plaats waar doden, mensen na de dood, gepeinigd worden. Maar als je denkt aan Gehenna, dan denk je aan een dal waar mensen zich kunnen bevinden, waar levenden kunnen zijn, waar eventueel lijken neergelegd worden. Dat zeg ik niet zomaar, dat zullen we in de volgende dia's ook zien. Maar in ieder geval: zo zal het straks gaan. Wie zich op deze manier schandelijk uitlaat over zijn broeders, die zal in het ergste geval vervallen aan het vuur van het Gehenna.
Ik neem u mee naar nog een andere tekstplaats in de Evangeliën: "Indien uw oog u tot zonde zou verleiden, ruk het uit. Het is beter dat gij met één oog het Koninkrijk van God binnengaat dan dat gij met twee ogen in de hel geworpen wordt." Dat staat er niet; er staat: "in het Gehenna". En wat is daarmee aan de hand? Daar lees je ook nog dit over. Dat is ook zoiets, want die predikant die ik zojuist citeerde, die had het over die 'worm van wroeging', weet u nog? Welnu, er staat over dat Gehenna — niet de hel, maar met twee ogen in Gehenna geworpen worden — "waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust." Als Jezus dat zegt, dan verwijst Hij naar een Schriftplaats in het Oude Testament. Hij zegt dat Gehenna de plaats is waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust. En weer denken we — want we nemen meteen dat onderwijs van de traditie mee dat we expliciet of impliciet hebben meegekregen, die dreigende ideeën — en zo verstaan we dat dan: dan denken we aan de eindeloze hel. Nou, ik zal u dit zeggen: als Jezus dit zegt, verwijst Hij naar het laatste Bijbelvers van het boek Jesaja.
Jesaja 66: de Worm Die Niet Sterft en het Onuitblusbare Vuur ↑ hoofdstukken
Het laatste vers van Jesaja. Ik neem u meteen mee, want u ziet dat we zo door de hele Bijbel heen gaan. In Jesaja 66 vers 23 staat dit: "En het zal geschieden van nieuwe maan tot nieuwe maan en van sabbat tot sabbat, dat al wat leeft zal komen om zich voor mijn aangezicht neer te buigen, zegt de HEERE." Let op, we hebben hier te maken met een voorzegging over het toekomstige Koninkrijk. Dat blijkt daaruit dat al wat leeft zal komen voor Mijn aangezicht te Jeruzalem. Jeruzalem, het letterlijke Jeruzalem, gewoon daar in het Midden-Oosten waar de Koning der koningen zal heersen in die komende aion, in dat nieuwe wereldtijdperk. In die tijd zal van nieuwe maan tot nieuwe maan en van sabbat tot sabbat al wat leeft komen om zich voor Mijn aangezicht neer te buigen, zegt de Heer.
En nu komen we bij het laatste vers van het boek Jesaja, en daar staat dit: "En zij zullen uitgaan..." Wie zijn die "zij"? Dat zijn de delegaties van alle volkeren die daar in Jeruzalem een bezoek komen brengen op pelgrimage. Alle volkeren zullen onderwezen worden vanuit het Woord in de tempel die dan weer herbouwd zal zijn. Waar het me nu even om gaat, is dat we hier verplaatst worden naar dat Messiaanse Koninkrijk. De bezoekers die vanuit alle landen dan zullen komen, die zullen iets zien: "En zij zullen uitgaan en de lijken aanschouwen van de mannen die van Mij afvallig geworden zijn. Want hun worm zal niet sterven en hun vuur zal niet uitdoven." Of letterlijk: niet uitgedoofd worden, zoals we trouwens ook zagen in het Nieuwe Testament: het zal niet uitgeblust worden. "En ze zullen voor al wat leeft een afgrijzen wezen."
Let goed op wat we hier ontdekken als je Schrift met Schrift vergelijkt. Er wordt hier gesproken over dat alle volken in Jeruzalem zich zullen neerbuigen voor de Heere. En wat passeren ze wanneer ze in Jeruzalem komen? Gehenna inderdaad, het dal van Hinnom. En wat ligt daar in Gehenna? Daar liggen lijken van mannen die afvallig geworden zijn, die rebelleerden tegen Mij. Zij zullen omgekomen zijn; er liggen dus de lijken van mensen die gerebelleerd hebben tegen de Heer en die lijken hebben geen begrafenis gekregen. Nee, die liggen daar gewoon open en bloot. Ik wil het niet mooier maken dan het is – u zegt misschien: "Dit is knap makaber, André, zoals je dit beschrijft" – en dat is ook zo. Ik wil het niet mooi maken, maar ik wil er niet dat duivelse idee van maken wat men ervan gemaakt heeft, namelijk dat het een plaats is waar levende zielen voor eindeloos worden gepijnigd.
Dat is Gehenna niet. Dat is het dal van Hinnom waar straks lijken zullen liggen; er worden geen levende zielen gepijnigd. Nee, lijken zullen daar liggen en die lijken worden voortdurend aangevreten door de worm, door de made. Trouwens, elke eerstejaars biologiestudent weet dat een made niet sterft, maar zich verpopt. Maar afgezien daarvan: die made sterft niet, die is er voortdurend. Misschien zullen daar ook weer nieuwe kadavers komen te liggen, dat weet ik niet, maar hun worm zal niet sterven en hun vuur zal niet uitgeblust of uitgedoofd worden. Dat wil zeggen dat daar lijken liggen die worden aangevreten door de made dan wel door het vuur. Dat is wat er staat, en dat is voor al wat leeft dat daar dat dal passeert een afgrijzen.
Dat is wat er gebeurt met degenen die straks in dat Messiaanse Koninkrijk zullen rebelleren en opstaan tegen Hem. Onder dat strenge regime zullen zij aanschouwelijk onderwijs krijgen over wat er gebeurt met mensen die rebelleren tegen Hem. Maar het heeft niets, maar dan ook helemaal niets te maken met het idee wat ze je verteld hebben. Men kent het begrip Gehenna vaak sowieso niet en denkt dat het zou gaan over een hel waar de "worm van wroeging" je altijd maar aan blijft vreten en waar je gepijnigd wordt door het vuur, al dan niet letterlijk. Alle schrikbeelden die je maar kunt bedenken, heeft men erbij verzonnen en zo is het ook voorgeschoteld. Het staat echter haaks op wat de Schrift zegt. Dit is een concreet beeld; het gaat over een concreet dal waar lijken liggen. Die worm en dat vuur hebben daarmee te maken.
Dit is dus een hele korte introductie voor wat betreft dat woord hel. We hebben het even gehad over de vertaling van "eeuwigheid", die niet deugt, en het woord "hel" deugt ook niet, want hel is in de Bijbel helemaal geen hel. Het is of Tartarus, of het is Hades, of het is Gehenna: letterlijk een dal. Vooral dat laatste moet u goed onthouden, want dat is de wijze waarop de NBG het ook weergeeft en de vertaling waar de meesten wellicht gebruik van zullen maken. Er is echter nog een andere overweging die eigenlijk voor het oprapen ligt als je de punten die ik zojuist doorgaf en deze Bijbelse gedachten aan je voorbij laat trekken.
Gods Oordeel en Gericht Is Nooit een Doel, maar Altijd een Middel ↑ hoofdstukken
Dan kom je als vanzelf tot die logica – ja, ik zeg logica – dat oordeel, straf en gericht in de Bijbel nooit een doel, maar altijd een middel zijn. Ik noem het logica, want we begrijpen dat allemaal. Elke ouder weet dat een kind soms gestraft moet worden. Wie zijn kind liefheeft, zo staat er in de Bijbel, moet het soms disciplineren, tuchtigen, of hoe je het ook maar wilt noemen. Prima. Maar het idee dat je iemand die je liefhebt eindeloos zou pijnigen, zonder dat er een einde mogelijk is, zonder dat er een terugkeer mogelijk is... Wie zou dat nou bedacht hebben van onze God? De ene God. Wie zou Hem zo zwartgallig, zo macaber – ik zou bijna zeggen: zo demonisch – voorstellen? Want het kwaad laten voortbestaan, dat is duivels. En dat is wat men beweert van de God van de Bijbel, die zegt liefde te zijn en trouw te zijn aan al Zijn schepselen. Welnu, Hij oordeelt, Hij richt u, maar dat is nooit een doel; het is een middel.
Ik zal u daarvan een paar voorbeelden geven. In Psalm 30 staat in vers 5: "Gij, Zijn gunstgenoten, looft Zijn heilige naam." Waarom zouden we Hem loven? Waarom is Hij zo geweldig zoals de Schrift Hem predikt? U moet nagaan, de psalmdichter schreef dit ongeveer drieduizend jaar geleden op, honderden jaren voordat het Nieuwe Testament werd opgetekend. Er staat: "Want een ogenblik duurt Zijn toorn, maar een leven lang Zijn welbehagen; des avonds vernacht het geween, maar tegen de morgen is er gejuich." Met andere woorden: al is er geween, dat is nooit het laatste. Dat is nooit het definitieve. Integendeel. Als u Gods toorn afzet tegen Zijn welbehagen, hoe verhouden die zich dan tot elkaar? Ik kan het u precies vertellen, gewoon Bijbels: die verhouding is als een ogenblik tegenover een lang leven. Dát zijn de Bijbelse proporties. Gods toorn verhoudt zich tot Zijn welbehagen als een moment tot een leven lang. En die toorn staat in de Bijbel altijd ten dienste van iets; het heeft nooit een definitief karakter.
Integendeel, het is met recht 'gericht'. Het zet recht. Gericht betekent ook letterlijk: iets rechtzetten, terechtbrengen, recht doen. Dat wat krom is weer recht maken. Het idee dat het een eindeloze foltering zou zijn, is niet alleen in strijd met elke menselijke conceptie van eerlijkheid en rechtvaardigheid, maar ook met het Bijbelse idee. Ik zie dat ik hier een klein foutje heb gemaakt in mijn aantekeningen; er staat Psalm 30, maar de tekst die ik nu in gedachten heb, komt uit Klaagliederen 3. In Klaagliederen 3 staat dit in vers 32. Ik laat het vers dat daaraan voorafgaat – overigens ook erg interessant in dit geval – even voorbijgaan, maar dan leest u dit in vers 32: "Als Hij – met een hoofdletter, God dus – als Hij bedroefd heeft, ontfermt Hij Zich."
Het gaat daar in de Klaagliederen over de val van Jeruzalem. Gods oordelen gingen over de stad en dat kan soms hevig zijn, dat kan brandend zijn. Ik doe niets af aan de ernst van Gods oordeel. Ik zeg alleen dit: het is nooit, nooit, nooit – ben ik duidelijk genoeg? – eindeloos. Het heeft altijd een 'totdat'. Als Hij bedroefd heeft en het heeft zijn uitwerking gehad – dat wat Hij beoogde – dan ontfermt Hij Zich naar de grootheid van Zijn gunstbewijzen. Immers, niet van harte verdrukt Hij en bedroeft Hij de mensenkinderen. Dat zit niet in Zijn aard. Als Hij het doet, dan is het noodzakelijk om te ordenen. Dat is niet Zijn intentie, dat is niet Zijn oogmerk; het is een middel tot het doel.
Ja, en dan heb ik nog een punt. Maar ik stel voor dat we eerst even een korte pauze houden, dan zullen we dat laatste straks voortzetten. Er bleven nog een paar dia's over die ik graag nog eens met u wilde bespreken. Het zou net even te veel geweest zijn om dat allemaal in één keer te behappen, vandaar dat ik even een korte pauze heb ingelast. Oh, alles moet rechtgezet worden, nietwaar? Dat is gerichtig. Ja, dat is gerichtig. En het laatste thema dat ik onder uw aandacht wil brengen...
De Theologische Dubbele Tong over de Dood Die Tenietgedaan Wordt ↑ hoofdstukken
Dat is de dood, die wordt tenietgedaan. En dat is zo geweldig. Als ik het zo zeg en u luistert met christelijke oortjes, dan zegt u: "Ja, dat is geen nieuws. Dat weet ik, dat wordt altijd verteld." Ja, dat zegt men wel, maar dat is nu juist het hele punt: men spreekt met dubbele tongen. Dat was met het woord "eeuwigheid" het geval; dat is een dubbel begrip geworden. En dat was met het woord "hel" het geval; daar was niet alleen sprake van een gespleten tong, er was zelfs sprake van een driedubbel gespleten tong. Maar dat is met deze waarheid ook het geval.
Men viert Pasen en dan zeggen ze: "De Heer is waarlijk opgestaan, de dood wordt tenietgedaan." Aha, de dood wordt tenietgedaan? Dus alles en iedereen wat dood is, zal eens weer leven? "Nou, nee, dat niet." Aha, dus de dood wordt niet tenietgedaan. Nee, want dan zegt men: "Er is een eeuwige dood." Dat is precies wat men ook bedoelt. Een van de termen die men daarvoor gebruikt is de hel of de verdoemenis, of men spreekt over de eeuwige dood. En men bedoelt dan met eeuwige dood niet "eeuwig" in verband met een eeuw of een aeon, maar dan bedoelt men echt een eindeloze dood. Maar dat staat dus weer haaks op elkaar. Aan de ene kant wordt verteld dat de dood wordt tenietgedaan, en aan de andere kant spreekt men over een eeuwige dood in de betekenis van een eindeloze dood. Dat kan dus niet.
Dat is juist het grote probleem, de verlegenheid die mensen hebben. Aan de ene kant vertelt men het Evangelie, maar wat de dominee in de prediking met de ene hand geeft, dat pakt hij met de andere hand weer terug. Zodat u er als persoon nog niets mee opgeschoten bent. Ik bedoel, je kunt aan het begin wel vertellen dat Hij de werken van Zijn handen nooit laat varen, maar als je vervolgens in de rest van de anderhalf uur gaat vertellen dat Hij de werken van Zijn handen wel laat varen, wat ben je dan opgeschoten als je na afloop weer buiten staat? Wat ben je dan wijzer geworden? Sommige mensen vinden dan wel troost bij de waarheid dat Hij de werken van Zijn handen nooit laat varen, maar bij een heel groot deel blijft dít hangen: "Ja, maar er is toch wel degelijk een eeuwige verlating, de verdoemenis, de eeuwige dood." Dat kun je nooit klein krijgen.
Ook met de uitspraak dat de dood wordt tenietgedaan is dat het geval. Aan de ene kant zegt men het wel... (Ik sta hier de hele tijd met zo'n ding, ik had het zelf eigenlijk niet in de gaten, maar nu staat hij wel aan en u hoort het nu beter. Oké, heel goed.) De dood wordt tenietgedaan. Ik zou u nog meenemen naar een schriftgedeelte dat bekend is, over wat men dan noemt het Laatste Oordeel. Ik geloof dat er in mijn Bijbel ook boven staat: "Het Laatste Oordeel".
Openbaring 20: de Grote Witte Troon, de Poel van Vuur en de Tweede Dood ↑ hoofdstukken
Bij de voorstelling van Openbaring 20 wordt in de traditie altijd weer dat idee van hel en verdoemenis geprojecteerd. Ik zal u even meenemen naar dat gedeelte. In Openbaring 20 lezen we vers 12 – ik kan niet anders dan even inhaken op een paar verzen, want het totaal zou te ver voeren – maar er staat dit: "En ik zag," zegt Johannes in de Openbaring, "en ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon." Dat wil zeggen: die grote witte troon die al een paar verzen eerder was genoemd. Let op, het was een witte troon. Geen duistere, geen zwarte, maar een witte troon.
Bovendien zag hij doden die staan. Dat is eigenaardig, want dat is toch niet de gebruikelijke houding van een dode? Een dode die staat, dat kan maar één ding betekenen, en dat is ook precies wat hier wordt verteld en weergegeven: die doden zijn opgestaan. Vandaar dat hij die doden zag staan. Ze waren dood en nu zijn ze levend geworden. Waarbij ik aan moet tekenen – we hadden het er in de pauze zojuist nog even over – dat in de Bijbel dood ook echt dood is. Dat is eigenlijk weer een onderwerp apart, maar ik ga u wel vertellen: dood is dood. Dood is niet een andere vorm van leven. Nee, dood is dood; dan ben je er niet meer. Er is geen wetenschap, geen kennis en geen overleg in het dodenrijk waarheen jij gaat. Je bent dood. Ik geef toe dat ik dat nu vanmiddag niet uitgebreid kan toelichten, maar het is wel een belangrijk punt, ook voor het verstaan van dit gedeelte.
In elk geval zag Johannes die doden staan, klein en groot, voor de troon. En er werden boeken geopend. Het is een indrukwekkend gedeelte als je dit leest. In het begin van Openbaring 20 wordt gesproken over de duizend jaren waarin Christus zal heersen vanuit Jeruzalem. Aan het einde van die duizend jaren vind je dan die beschrijving van een grote witte troon. Daar staan de doden op die tot dusver dood gebleven waren en in het graf waren achtergebleven. Zij staan daar voor de troon en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend: het boek des levens. De doden werden geoordeeld, gericht op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken. Daar is een witte troon en daar is een Rechter.
Alles zal daar openbaar worden. Het wordt heel sober beschreven – niet somber, maar sober. Indrukwekkend, oog in oog met de Schepper, met God Zelf, die daar inderdaad alles aan het licht zal brengen en alles recht gaat zetten. En dan staat er in vers 14: "En de dood en het dodenrijk werden in de poel van vuur geworpen." Dat is de tweede dood: de poel van vuur.
Als we dat laatste begrip erbij betrekken – het is een onderwerp apart waar ik niet te veel over wil zeggen – dan moet ik in verband met het grote thema van vanmiddag dit opmerken. Men zegt hierover vaak: "Kijk, hier in Openbaring 20:14 wordt de dood tenietgedaan." Je leest immers dat de dood en het dodenrijk in de poel van vuur worden geworpen, en dat heet dan de tweede dood. Maar dat is geen tenietdoen van de dood. De dood en het dodenrijk, de hades of sheol, worden in de poel van vuur geworpen en dat heet dan de tweede dood. Wat er gebeurt, is dat alle mensen die daar staan – de doden – daarin geworpen worden als hun naam namelijk niet staat in het boek des levens. Dan worden ze geworpen in de poel van vuur en dan staat erbij: dat is de tweede dood. Allen die daarin geworpen worden, zijn daar voor de tweede keer dood of gaan voor de tweede keer dood.
Dit is geen tenietdoen van de dood; dit is een voortzetting van de dood. De dood en alles wat zich in het dodenrijk bevindt, werden in de poel van vuur geworpen. En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs. Dit is van belang om ook zicht te hebben op wat er gebeurt met de doden. Degenen die niet geloven, degenen van wie de naam niet staat – zoals de formulering hier ook luidt – in het boek des levens. Wat gebeurt er met hen? Zij worden gericht, want de boeken gaan open naar hun werken. Dat gebeurt met ieder die daar staat. Maar dat niet alleen: als hun naam niet staat in het boek des levens, zo worden ze geworpen in de poel van vuur en sterven daar een tweede dood. Zodat alle mensen die daarin terechtkomen voor een tweede keer dood zijn. Vandaar ook de tweede dood.
Hier vindt, en dat vind ik van groot belang, geen tenietdoen van de dood plaats. Hier vindt een voortzetting van de dood plaats. Ik weet dat de meeste mensen denken: "Oh, dit is dus einde oefening, dit is het einde van het verhaal. Als je naam niet geschreven staat in het boek des levens, dan word je gekremeerd in de poel van vuur en dat is dan de tweede dood en dat is het einde." Als dat zo zou zijn, dan wordt de dood niet tenietgedaan. Dan wordt de dood voortgezet en hier is er nog steeds sprake van dood. Velen zullen in de dood zijn. U zegt: "Ja, de tweede dood." Wat maakt het uit? De tweede dood is ook dood. Mijn tweede auto is ook een auto. Ik wou zeggen mijn tweede vakantiehuis, maar dat heb ik nog niet. Maar ik bedoel: dat woordje 'tweede' geeft alleen aan dat het een tweede in de reeks is, maar het verandert niets aan de definitie van het begrip. Die mensen zijn voor de tweede keer dood. Wat gebeurt er met hen? Ze zijn daarin geworpen en het grote hoofdstuk wordt vervolgd.
Korinthe 15: Zoals in Adam Allen Sterven, Zo Zullen in Christus Allen Levend Gemaakt Worden ↑ hoofdstukken
Wat gaat over wat er uiteindelijk zal gebeuren met de dood en allen die ook voor de tweede keer in de dood terecht zijn gekomen? Dat vinden we in 1 Korinthe 15, het hoofdstuk bij uitstek dat spreekt over de triomf van het leven. De dood staat ergens in dat hoofdstuk ook, maar de dood wordt verzwolgen in de overwinning. Er is maar één manier waarop de dood tenietgedaan kan worden. Weet u hoe? Door alle doden levend te maken. Als alle doden levend gemaakt zijn, dan is er geen dood meer. En dat is precies wat de Schrift zegt: alle doden, ongeacht of ze voor de eerste of de tweede keer dood zijn, alle doden worden levend gemaakt.
In 1 Korinthe 15 vers 22 staat: "Want evenals in Adam allen sterven" – dat wil zeggen: allen stervende zijn, stervelingen zijn – "zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden." Dat is een vergelijking die we ook elders in de brieven vinden, zoals in Romeinen 5. De eerste keer dat ik hier op deze plaats mocht zijn, op 31 oktober, hebben we ons beziggehouden met Romeinen 5, waar Paulus ook die vergelijking maakt tussen Adam en Christus. In Adam is de veroordeling universeel en in Christus is daar de rechtvaardiging en het leven. Welnu, evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus – niet 'alleen degenen die in Christus zijn', zo wordt het vaak verdraaid – maar zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.
Maar, staat er dan: ieder in zijn eigen rangorde. Dat wil zeggen: iedereen in zijn eigen afdeling. Niet allemaal tegelijk. Christus als eersteling is verleden tijd. Tweeduizend jaar geleden verrees Hij uit het graf als eersteling die levend gemaakt werd. Oké, er waren al mensen daarvoor opgestaan uit de doden, maar dat is geen levendmaking. Hij is als eersteling levend gemaakt. Dat wil zeggen dat de dood geen heerschappij meer over Hem heeft; Hij is definitief in leven, in heerlijkheid en in kracht. Zo is Hij opgewekt.
Wel, zoals Christus als eersteling is levend gemaakt, zo zullen allen worden levend gemaakt. Alleen dus ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij Zijn komst. In de vertaling staat letterlijk "in Zijn parousia", in Zijn aanwezigheid, als Hij straks present is. Zoals eerst de bazuin zal klinken; dat is ook nog een hele reeks van gebeurtenissen, want Zijn parousia is niet één moment, maar een hele periode. Die details laat ik nu allemaal liggen. Het gaat er nu even om dat er hier twee categorieën worden genoemd: eerst Christus, de eersteling, en vervolgens die van Christus zijn in Zijn parousia.
En dan blijft er dus nog één categorie over: allen. Want allen die in Adam sterven, zullen in Christus levend gemaakt worden. We hebben Christus als eerste, dan die van Christus zijn in Zijn parousia, en dan blijft er nog één categorie over. Wanneer wordt die levend gemaakt? Laten we verder lezen: "Daarna het einde." Het einde waarvan? Waar ging het over? Het ging over een reeks, de volgorde, de rangorde van opstandingen en levendmakingen. Daarna komt dus het einde, namelijk het einde van de levendmaking, wanneer Hij, Christus, het Koninkrijk aan God de Vader overdraagt en wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben.
Want Hij moet als Koning heersen totdat Hij al Zijn vijanden onder Zijn voeten gelegd heeft. Dat is wat hier staat: Hij gaat Zijn heerschappij succesvol afronden. Ik weet niet of u zulke liederen kent, maar ik heb ze vaak genoeg gezongen. Dan zijn er liederen als: Christus heerst tot in alle eeuwigheid, tot in de eeuwigheid der eeuwigheden. Maar Hij moet heersen totdat. Hoe kan dat? In Openbaring 11 vers 15 staat in de Statenvertaling en de NBG-vertaling dat Hij moet heersen tot in alle eeuwigheid. Maar dat staat er niet hoor; er staat "tot in de aionen der aionen". Ziet u hoe belangrijk dat is? Zo'n vers kun je niet begrijpen als je leeft met het idee van een eindeloze eeuwigheid. Hij moet heersen tot in de aionen. In de toekomende aion van de duizend jaren zal Hij heersen, maar ook in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde daarna zal Hij heersen.
Een Schematisch Overzicht: de Tijdlijn van de Tegenwoordige en Toekomende Aionen ↑ hoofdstukken
Ik geef u een korte tijdlijn om een schematisch overzicht te hebben van de zaken waar we het over hebben. Wij leven momenteel in de tegenwoordige boze aion; dat is het tijdperk aan de linkerkant. Deze aion zal worden afgesloten door de wederkomst, wat de voleinding van deze aion markeert.
Vervolgens vangt er een nieuwe aion aan: de toekomende aion. Dit zijn de duizend jaren waar Openbaring 20 over spreekt, waarin Christus zal heersen. Deze twee aionen samen worden de 'aionen der aionen' genoemd. Waarom? Omdat dit overtreffende aionen zijn. Het zijn de wereldtijdperken die alle voorafgaande wereldtijdperken zullen overtreffen.
Die duizend jaren worden afgesloten en vervolgens vindt het oordeel plaats bij de grote witte troon. Daar zullen de doden geoordeeld worden en zij van wie de naam niet geschreven staat in het boek des levens, zullen in de tweede dood komen. Daarna beschrijft Openbaring 21 en 22 de nieuwe hemel, de nieuwe aarde en de nieuwe schepping, maar ook daarin zal Christus nog steeds heersen. Waarom heerst Hij daar ook nog? Dat is heel eenvoudig: er is nog één vijand overgebleven. De dood is nog steeds niet tenietgedaan. Dat blijkt ook uit Openbaring, want daar bevinden mensen zich voor de tweede keer in de dood.
Wanneer wordt dat afgesloten? Dat gebeurt bij de voleinding der aionen, wanneer Christus het koninkrijk overdraagt. Ik laat het u zien in 1 Korinthe 15, waar we in vers 25 lezen dat Christus als koning moet heersen totdat Hij al Zijn vijanden onder Zijn voeten gelegd heeft. De laatste vijand die ontroond wordt – of letterlijk 'tenietgedaan' wordt – is de dood. Want alles heeft Hij aan Zijn voeten onderworpen.
Hoe wordt die dood tenietgedaan? We hadden het er net al over: Hij doet de dood teniet door allen levend te maken. Zijn allen al levend gemaakt bij Zijn parousia? Nee, dat geldt alleen voor hen die van Christus zijn. Degenen die niet van Christus zijn, de laatste categorie, zijn op dat moment nog steeds dood. Wat gebeurt er met hen? Ook zij zullen levend gemaakt worden, zoals Christus als Eersteling levend werd gemaakt.
Wanneer vindt dat plaats? Dat zal pas gebeuren aan het einde van de heerschappij van Christus. Zij zullen dus geen deel hebben aan de heerschappij van Christus of aan het koninkrijk waarin Hij al heerst. Degenen die niet van Christus zijn, zullen aan deze aionen en aan deze aionische heerlijkheid geen deel hebben. Dit is ook de aionische straf, de 'eeuwige straf', die te maken heeft met deze wereldtijdperken.
Is dat het einde? Nee. De dood wordt tenietgedaan en dat betekent dat er geen dood meer zal zijn. Allen die dood waren, zullen dan levend gemaakt zijn. Allen; namelijk allen die ooit stervelingen waren in Adam, zullen vanwege Adam in Christus levend gemaakt worden. De laatste vijand die ontroond wordt, dat is de dood.
Het Ultieme Einddoel: de Laatste Vijand Onttroond en God Alles in Allen ↑ hoofdstukken
Want alles heeft Hij aan zijn voeten onderworpen, inclusief die laatste vijand. En als ook die vijand zal zijn tenietgedaan... Vers 28 van 1 Korinthe 15 zegt: wanneer alles Hem onderworpen is, dan zal ook de Zoon zelf Zich aan Hem onderwerpen – dat wil zeggen aan zijn God en Vader, die Hem alles onderworpen heeft – opdat God zij alles in allen. En wie zijn die allen? Dat zijn dezen die in Adam sterven: álle mensen. En God wordt alles in allen. Zonder uitzondering, daar is geen dood meer; daar leven allen. Dat is de opstandingskracht, de levenskracht van Christus. Daarom heet Christus ook de laatste Adam, de levendmakende geest. Hij omvat heel de mensheid en Hij zal heel de mensheid leven geven, ieder in zijn eigen rangorde.
Degenen die van Christus zijn in zijn parousia, en degenen die niet van Christus zijn? Aan het einde, aan het einde van zijn heerschappij. En als dat gebeurd zal zijn, als de dood tenietgedaan is, wel, dan zal Christus een volmaakt koninkrijk aan zijn God en Vader teruggeven. Het is volbracht. Volkomen, geen smet, geen ongeloof, geen dood, helemaal niets; een volmaakt, een perfect koninkrijk zal er overblijven. En dan wordt God alles in allen. Dat is een God die werkelijk God is en die alles op zijn tijd en op zijn wijze recht gaat zetten en terecht gaat brengen door middel van oordeel en gericht.
Dus ga alsjeblieft niet vertellen dat André Piet niet gelooft in het oordeel, of wat er vanmiddag verteld werd; dat is een bagatellisering van het gericht. Absoluut niet! Integendeel, het geeft juist betekenis aan het gericht: namelijk dat Hij rechtzet. Hij doet het zodanig, zo perfect als Christus waardig is, en Hij zal het zover brengen dat alles Hem onderworpen is en God alles in allen zal worden. Dus het is waar. Het is waar wat ooit gezegd werd tegen mij als klein ventje: laat het maar aan God over, dan komt het goed.
UltimateGoodNews