GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Garderen: Gods gerechtigheid (André)

28-10-2017 - Geplaatst door Andre Piet
Eerste toespraak tijdens de GoedBericht-conferentie gehouden op 28 oktober 2017 in Garderen. Spreker André Piet.

Inleiding over de betekenis van de 500e verjaardag van de Reformatie. Vooral in het licht van Luthers chronologie. Aansluitend een toespraak over de betekenis van “Gods gerechtigheid”. Is dat de gerechtigheid “die voor God geldt”, zoals Luther zei?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Ter gelegenheid van 500 jaar reformatie wordt gekeken naar Maarten Luthers verwachting dat na een half millennium de grote wereldsabbat zou aanbreken. Hoewel de reformatie bekend staat om genade, tonen Luthers stellingen en theologische documenten zoals de Heidelberger Catechismus vooral een godbeeld gericht op schuld en vereiste betaling. De theologie vat Gods gerechtigheid op als een strenge eis tot genoegdoening, wat leidt tot diepe menselijke angst. De Bijbel daarentegen, met name in de Psalmen en de Romeinenbrief, presenteert Gods gerechtigheid als een reden tot grote vreugde. Het betekent namelijk dat God betrouwbaar is en Zelf Zijn belofte inlost door de mensheid om niet te rechtvaardigen.

“Gods gerechtigheid betekent dat Hij recht doet aan dat wat Hij beloofd heeft.”

Introductie: 500 Jaar Reformatie en de Grote Wereldsabbat ↑ hoofdstukken

Ja, deze dag – het zal u niet ontgaan zijn – staat in het teken van 500 jaar reformatie. Dat klinkt wat hyperig, in die zin dat er de laatste maanden en met name in deze tijd natuurlijk heel veel aandacht is voor Maarten Luther en voor datgene wat er precies vijfhonderd jaar geleden plaatsvond. Je zou kunnen zeggen dat wij ook meesurfen op die hype: de enorme aandacht, ook in de wereld en de gewone pers, voor die gebeurtenissen. En toch zal deze bijeenkomst, deze conferentie, zich in een heel ander vaarwater gepositioneerd hebben. Echt waar, want dat zal vanzelf ook wel blijken.

Het is trouwens opmerkelijk dat het over drie dagen, op de dag nauwkeurig, 500 jaar geleden is dat Maarten Luther – zo heet dat dan – de reformatie startte en de 95 stellingen publiceerde. Ik zeg het maar even zo, want historisch schijnt het wat omstreden te wezen hoe hij dat precies gedaan zou hebben. Dat hij inderdaad pamfletten op de muur of op de deur van de slotkapel van Wittenberg getimmerd zou hebben, schijnt nog maar de vraag te wezen. Maar in ieder geval: op die 31 oktober heeft hij 95 stellingen geponeerd en gepubliceerd, en dat is dus precies 500 jaar geleden.

We zullen het vandaag dus uitgebreid hebben over wat er toen van start is gegaan, maar vooral over de grote motto's van de reformatie. Want zo heet dat dan: 500 jaar reformatie. Dat is trouwens ook een beetje een vreemde naam, want reformatie betekent hervorming. Luther was uit op het hervormen van de kerk, dat wil zeggen: de Rooms-Katholieke Kerk. Maar we weten allemaal dat het helemaal geen reformatie is geworden. Niet de Rooms-Katholieke Kerk werd hervormd; het werd eigenlijk een enorme kerkscheuring en er kwam een instituut bij. Nou, om niet te zeggen: er kwamen instituten bij. Velen. Sinds de reformatie heeft de kerk zich institutair gesproken heel sterk vermeerderd.

Afijn, dat heet dan de reformatie, maar ik wil u op iets anders wijzen. Dat maakt deze conferentie ook heel bijzonder en ik vind het boeiend om dat op deze dag eens te memoreren, zonder daar verder heel uitgebreid bij stil te staan. Het is namelijk zo dat deze Maarten Luther, die de reformatie dus startte op die 31ste oktober in 1517, drieëntwintig jaar later – dan praten we inmiddels over 1540 – een boek publiceerde. Aanvankelijk was dat helemaal niet zijn bedoeling; het waren persoonlijke aantekeningen die hij had gemaakt over de Bijbelse chronologie. Hij heeft dat boek uiteindelijk gepubliceerd onder druk of aanbevelingen van vrienden. Hij publiceerde het in het Latijn, zoals dat gebruikelijk was, en de titel van dat boek vertaal ik meteen maar even in het Nederlands (want mijn Latijn is niet meer wat het geweest is): 'Berekeningen van de jaren van de wereld'.

Dat is heel boeiend, wat Luther daarin naar voren brengt. Je kunt het trouwens allemaal online teruglezen en terugvinden. In dat boek wat hij toen publiceerde, zie je op de eerste bladzijden een beroemd citaat uit de Talmoed. Eigenlijk kleurt dat meteen zijn hele boekwerkje in. Hij heeft het in dat boek over de Bijbelse chronologie, de Bijbelse tijdlijn vanaf Adam, en het leuke is dat hij dan begint met een citaat uit de Talmoed. Dat is wel opmerkelijk, want u weet natuurlijk dat Luther, zeker op latere leeftijd, niet zoveel ophad met het jodendom – en dan zeg ik het nog zacht. Integendeel. Maar goed, hij citeert dan de Talmoed met een bekend woord. Ik geef meteen de vertaling maar: 'De wereld zal 6000 jaar bestaan'. Dit is trouwens een gedachte die je ook veel eerder al bij allerlei kerkvaders aantrof, maar die dus ook in het jodendom al bekend was.

'De wereld zal 6000 jaar bestaan: 2000 jaar in ledigheid' – en bedoeld wordt dan de tijd van Adam tot Mozes of eigenlijk strikt genomen tot Abram – '2000 jaar de periode van de wet en dan 2000 jaar de periode van de Messias'. Dat is eigenlijk de leidraad voor Luther in dat boekwerkje. Als Luther daar vervolgens al zijn berekeningen op loslaat – en hij zit er soms ook wel enorm naast als u het mij vraagt, dat klinkt wat houten en arrogant misschien – dan zegt hij uiteindelijk: wij leven nu in 1540, in het jaar 5500. Eigenlijk is het een jubileumjaar, een jubiljaar dus. Dat betekende voor hem dat vijfhonderd jaar na hem de Sabbat zou gaan aanbreken. Dat wil zeggen: die zevende dag, dat zevende millennium, die zevende dag van duizend jaren.

Dat vind ik nou zo opmerkelijk. Overal hoor je nu de frase van 500 jaar reformatie, maar wie zal er nu aan denken en waar wordt aandacht gegeven aan deze notie die Luther heel sterk in gedachten had? Als je Luther gevraagd zou hebben: 'Wat denk jij, Luther, wat er over 500 jaar gaat gebeuren?', dan zou hij zeggen: 'Nou, dan breekt de Sabbat aan'. De grote wereldsabbat waar al die duizenden jaren vanaf Adam naar uitgekeken is. Met andere woorden: 500 jaar reformatie – en het gaat me nu even niet om het jaar nauwkeurig, ook niet of het 2040 is – maar één ding moet toch wel duidelijk zijn: dit is feitelijk een eschatologisch gebeuren. Dat wil zeggen: als we 500 jaar na de reformatie nu deze conferentie beleggen, betekent dit dat we tegen het einde van deze aion zitten en dat er een nieuwe aion, een nieuw wereldtijdperk, gaat aanbreken.

Dat is toch wel heel eigenaardig. Luther zou absoluut gezegd hebben, als hij hier nu gesproken had: 'Mensen, we leven nu in 2017. 500 jaar geleden sloeg ik die 95 stellingen aan de slotkapel van Wittenberg, maar vergis je niet: deze aion loopt op zijn einde en binnenkort gaat de grote Sabbat voor deze wereld beginnen.' Waarvan akte. Ik vind dat eigenlijk het mooiste om aan te denken als we 500 jaar reformatie, zoals deze dag thema is, centraal stellen. Het is echt heel opmerkelijk dat we nu een half millennium verder inderdaad in zo'n belangrijk scharnierpunt van de geschiedenis ons bevinden. Ik zou zeggen: laten we niet slapen. Laten we wakker zijn, want er is heel veel aan de hand. Ja, daar denken wij dus aan: 500 jaar na Luther.

Dat was even de introductie en nu mag ik meteen verdergaan met mijn eigenlijke spreekbeurt. Ik mag het gaan hebben, als starter van deze dag na deze inleidende overwegingen, over de gerechtigheid van God. Of zoals Luther dat dan zou vertalen: de gerechtigheid die voor God geldt. Goedemorgen nog, en hartelijk welkom. Die gerechtigheid van God, die frase, die uitdrukking speelde een enorme rol in de reformatie. Later op de dag zullen de bijeenkomsten vooral gaan over de grote motto's van de reformatie, maar vergis u niet: deze uitdrukking, de gerechtigheid van God, was buitengewoon belangrijk. Daarover straks meer.

De Verrassende Inhoud van Luthers 95 Stellingen ↑ hoofdstukken

Laten we eerst eens beginnen met die 95 stellingen waar ik zojuist al even wat over zei. Het is algemeen bekend dat Luther 95 stellingen publiceerde, maar waar die stellingen eigenlijk over gingen, is veel minder bekend. Ik moet u eerlijk bekennen dat het mij ook niet zo helder was. Het is nog maar betrekkelijk kort geleden dat ik ze alle 95 eens aandachtig heb doorgelezen, en ik schrok. Natuurlijk kun je er altijd een paar stellingen uithalen waarvan je zegt: "Wauw, geweldig wat hij hier naar voren bracht." Maar ik moet er ook bij zeggen — en dat zeg ik er meteen even bij als we 500 jaar Reformatie gedenken — dat het er niet om gaat om Luther of Calvijn te bewieroken, helemaal niet. Ik denk trouwens ook dat de meesten dat niet zullen vermoeden van deze dag.

Laat ik eens een paar stellingen voor het voetlicht plaatsen en dan uw reactie opmerken. Stelling 7, een van de 95 dus, luidt: "God vergeeft niemand de schuld zonder hem te brengen tot deemoedige gehoorzaamheid aan de priester als zijn plaatsvervanger." Leest u het goed? Ik lees hem nog een keer: "God vergeeft niemand de schuld zonder hem te brengen tot deemoedige gehoorzaamheid aan de priester als zijn plaatsvervanger." Anders gezegd: als u de priester niet erkent als uw plaatsvervanger, dan is uw schuld niet vergeven. Dat is wat Luther in zijn 95 stellingen beweerde. En dan denk je: sola fide? Alleen geloof?

Nog een stelling, nummer 17: "De zielen in het vagevuur zullen zeker behoefte hebben aan vermindering van hun angst en hun verschrikking." Dat vagevuur was de plek waar alle gelovigen volgens het toenmalige idee eerst naartoe gingen om gezuiverd en gereinigd te worden. Hij heeft het hier dus niet eens over de hel, maar over het vagevuur, waar de gelovigen dan kortere of langere tijd zouden verblijven om gezuiverd te worden. Ze hebben het daar niet al te best, want ze verkeren in angst en verschrikking, en die angst kan vermeerderd of verminderd worden. Bij het hele idee van het vagevuur en van angst en verschrikking vraag je je toch echt af: hoezo was het motto van de Reformatie sola gratia?

Dan heb ik er nog een, stelling 30: "Niemand is zeker van de oprechtheid van zijn berouw; nog veel minder zeker kan hij ervan zijn of hij wel volkomen vergeving van zonden ontvangen heeft." Bij die oprechtheid van berouw kan ik me nog wel iets voorstellen, maar als je al zeker mocht zijn van jouw oprechtheid, dan wil dat volgens deze stelling nog helemaal niet zeggen dat je zekerheid zou kunnen hebben over het feit dat je volkomen vergeving van zonden hebt ontvangen. En weer stel ik mij de vraag: sola fide, alleen geloof? Wat hij in het Latijn promootte: alleen genade?

Ik ga nog even verder met stelling 32: "Wie denken door aflaatbrieven zeker te zijn van hun behoud, zullen met hun leraars onder het eeuwig oordeel vallen." Zoals u wellicht weet, was de aflaat de eigenlijke inzet. Luther was door en door een rooms-katholieke man, een augustijner monnik, en hij was van zins om wanpraktijken in zijn kerk aan de kaak te stellen. Het was een binnenkerkelijk gebeuren. Er werden aflaten verkocht waarmee je de straf in het vagevuur kon verminderen. Hoe dat precies allemaal geleerd werd, doet nu even niet ter zake, maar in ieder geval kon je in feite jouw straf in het vagevuur dus afkopen. Daar was Luther het helemaal niet mee eens, omdat hij dat geen goed rooms-katholiek gebruik vond. Maar let op wat hij zegt: wie denken door die aflaatbrieven zeker te zijn van hun behoud, vallen onder het eeuwig oordeel. Ik kan u verklappen dat Luther geen idee had van wat "eeuwig" werkelijk betekent, maar goed. Misschien klinkt dat arrogant en zeker als je dit met rooms-katholieke oren beluistert, kan ik me voorstellen dat het je tegenstaat. Vergeef me dat even; later op de dag hopen we deze dingen echt toe te lichten.

Luther dacht werkelijk heel sterk in termen van angst voor de hel en angst voor het vagevuur, waar de gelovigen dan ingaan. Voor iedereen die daarbuiten valt — buiten de kerk, want buiten de kerk is er geen zaligheid — wacht het eeuwig oordeel, de eindeloze hellestraf. Dat was ook de rooms-katholieke gedachte: buiten de kerk geen zaligheid. Wat hij dus feitelijk zegt over degenen die zo met die aflaatpraktijk bezig zijn, is dat hen die eindeloze hellestraf wacht. Ook dat is Luther; dat zijn ook die 95 stellingen. We zeggen wel dat met die stellingen de Reformatie begon — ja, tot uw dienst — maar in wezen staan deze punten die ik nu naar voren breng haaks op de grote motto's die de rest van deze dag in de schijnwerpers staan, zoals "alleen genade".

Ik heb er nog één, de laatste die ik van de 95 stellingen voor het voetlicht plaats, nummer 71: "Wie de waarheid van de pauselijke aflaat weerspreekt, die zij vervloekt!" Tegen de pauselijke aflaat op zich had hij dus geen bezwaar. Het kerkelijk gezag hield hij in deze tijd nog volledig in stand. Later werd dat natuurlijk anders toen hij zelf geëxcommuniceerd werd, maar we praten nu over 1517. Toen hij deze stellingen publiceerde, ging hij nog helemaal uit van het kerkelijk gezag en van wat de paus als decreet doorgaf vanuit het Vaticaan. Trouwens, die aflaten waar hij tegen protesteerde, waren bedoeld om de Sint-Pieter in Rome te herstellen en te renoveren. Het was dus allemaal vanwege het Vaticaan, maar het gezag zelf hield hij volledig intact. Sterker nog: wie die pauselijke aflaat weerspreekt en dat wat de paus daarover naar voren heeft gebracht, wel, zegt Luther, dan ben je vervloekt.

Als je deze dingen op je laat inwerken en je leest ze, dan denk je: is dat de Reformatie? Is dat Luther? Laten we eerlijk zijn: dit zijn ook de dingen die Maarten Luther naar voren bracht. En ook hiervan kun je weer zeggen: hoe verhoudt dit zich tot sola scriptura? Ik kan u vertellen: het staat er haaks op. Want sola scriptura betekent "alleen de Schrift", en dat is waar het vandaag — dat is in ieder geval het oogmerk — puur om gaat. Het gaat niet om Luther, het gaat niet om Calvijn en het gaat ook niet om die 71ste stelling. Het gaat om de vraag: wat zegt de Schrift en wat staat er geschreven? Dat is het enige wat gezag heeft, en niet wat kerkelijke instituten of geëerde voorgangers naar voren brengen, want dat is volkomen irrelevant. Nou, dan wil ik nog wat vertellen.

Luthers Angst en de Ontdekking in Romeinen 1 ↑ hoofdstukken

Over Romeinen 1 vers 17. Want ik zei al eerder dat die uitdrukking van de gerechtigheid van God voor Luther een enorm grote rol heeft gespeeld. Luther beschrijft later in zijn leven — ik heb me daar de laatste tijd wat intensiever mee beziggehouden, ook vanwege deze conferentie, en ik heb me nog eens verdiept in zijn leven en in zijn memoirs — aan het einde van zijn leven blikt hij terug en dan zegt hij dat hij in de jaren voorafgaand aan 1517, toen hij al hoogleraar was en college gaf over de Psalmen, over de Hebreeënbrief, maar ook over de Romeinenbrief, dat hem toen één ding als een lichtstraal in zijn hart was gaan schijnen. En dat was de waarheid van wat godsgerechtigheid echt is.

En dat is opmerkelijk. U moet zich realiseren: Luther was zo bang. Hij zinderde voor de godsgerechtigheid. Aan het eind van zijn leven bekent hij zelfs dat hij God op een zeker moment gehaat heeft, omdat hij zo’n angst had vanwege de schuld die hij had. Hij heeft alles gedaan — bekend zijn de verhalen daarover — wat Luther in zijn angst ook allemaal gedaan heeft. Hij is naar Rome gegaan en hij heeft zichzelf gekastijd, allemaal om van zijn schuld bevrijd te worden, om oprecht berouw te hebben. Maar die gerechtigheid van God boezemde hem enorme angst in. Als God rechtvaardig is en ik ben schuldig, wie ben ik dan? Hoe kan ik dan bij God komen? Die angst is een enorm leidmotief geweest.

Totdat hij Romeinen 1 las. Romeinen 1 vers 17, en ik stel voor dat we dat even lezen. Waarom was dat voor hem zo’n enorme eye-opener? Laat ik eerst even vers 16 lezen. Ik heb hier een wat letterlijke weergave van deze verzen. Daar schrijft Paulus aan de Romeinen: "Want het evangelie beschaamt mij niet." Of: ik schaam mij het evangelie niet. Dat staat eigenlijk in de middenvorm: het beschaamt mij niet en daarom schaam ik mij ook het evangelie niet. "Want," zegt hij, "het is een godsvermogen, godskracht tot redding voor ieder die gelooft; eerst voor de Jood als ook voor de Griek. Want gerechtigheid van God wordt daarin onthuld, vanuit geloof tot in geloof, zoals het is geschreven: De rechtvaardige echter zal vanuit geloof leven."

Waarom was dit voor Luther zo’n enorme eye-opener? Omdat hij hier gewoon uit de pen van Paulus zelf las dat die gerechtigheid van God evangelie is. Voor hem was tot dat moment het hele begrip van de gerechtigheid van God iets wat hem enorme angst inboezemde. Totdat hij in Romeinen 1 las dat in dat evangelie — een blijde tijding, een goed bericht — gerechtigheid van God wordt onthuld. Met andere woorden: de gerechtigheid van God is een blijde tijding. De gerechtigheid van God is niet iets om bang voor te zijn, maar iets waarin je je kunt verheugen, wat deel uitmaakt van en zelfs de essentie is van dat evangelie. Gerechtigheid van God wordt daarin onthuld.

Daarmee werd hij natuurlijk enorm op het spoor gezet. Maar ik moet er nog bij zeggen: het bleef in het hart van Luther relatief, ondanks deze ontdekking, toch duister. En ik bedoel dat ook zoals ik het zeg. Tot aan het einde van zijn leven heeft hij nooit de werkelijke rust en zekerheid gehad — zoals dat trouwens ook in die vijfennegentig stellingen al doorklinkt. Hij heeft nooit de zekerheid en het vertrouwen gehad voor zijn eigen behoud. En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat het echt allemaal genade is voor heel de mensheid. Die rust, die vrede, die hoop en die diepe zekerheid: die alle ontbraken hem. Die gerechtigheid van God... het klinkt wat dubbel vanmorgen. Ondanks dat die lichtstraal van Romeinen 1 vers 17 in Luthers hart was doorgedrongen en hij zag dat het evangelie is, is de echte aard ervan hem toch ontgaan. Ik kan dat ook laten zien.

De Theologische Misvatting: Gods Gerechtigheid als Eis tot Betaling ↑ hoofdstukken

Wanneer je leest hoe Luther de gerechtigheid van God vertaald heeft, weet u dan hoe dat daar staat? Er staat: de gerechtigheid die voor God geldt. Luther heeft zijn vertaling van het Nieuwe Testament in een paar maanden gemaakt, en Romeinen 1 vers 17 staat in de Lutherse vertaling op deze wijze weergegeven. Wat is de gerechtigheid van God? Het is bij hem geen Bijbelverklaring, maar in zijn Bijbelvertaling heeft hij de gerechtigheid van God vertaald als de gerechtigheid die voor God geldt.

Vertaalkundig gezien is dat vreemd. Want waarom zou de liefde van God de liefde zijn die voor Hem geldt? Is de heiligheid van God de heiligheid die voor Hem geldt? De liefde van God is toch de liefde die God Zelf heeft? En de rechtvaardigheid van God is toch het feit dat God Zelf recht doet, als je de term neemt zoals die zich aandient? Maar nee, hij heeft het vertaald als de gerechtigheid die voor God geldt. Denk nu niet dat dit zomaar een detail is dat verder niet zo belangrijk is. Daar zit namelijk een hele gedachtegang achter. Die is in de Reformatie meegenomen, heeft veel oudere wortels en was al diep verankerd in de theologie van vóór Luther.

Deze gedachte is ook meegekomen in documenten die wij in Nederland maar al te goed kennen, namelijk de Heidelberger Catechismus. Dat zijn documenten die later vanuit de Reformatie tot ons gekomen zijn, en daarin wordt die gerechtigheid van God uitgebreid besproken; het speelt een grote rol. Ik neem u even mee naar zondag 4. Velen van u zullen weten dat de Heidelberger Catechismus uit 52 zondagen bestaat waarin onderwijs wordt gegeven via vragen en antwoorden. In vraag 11 van zondag 4 staat: "Is God dan ook niet barmhartig?" Het antwoord luidt: "God is wel barmhartig, maar Hij is ook rechtvaardig." Let op de wijze waarop dat geformuleerd wordt: Zijn rechtvaardigheid staat hier tegenover Zijn barmhartigheid. "Daarom zo eist Zijn gerechtigheid dat de zonde, welke tegen de allerhoogste majesteit Gods gedaan is, ook met de hoogste, dat is met de eeuwige straf aan lichaam en ziel gestraft worde."

Over de gerechtigheid van God wordt hier dus gezegd dat deze eist dat de zonde eeuwig en eindeloos gestraft wordt. Ik weet dat 'eeuwig' in de Bijbel betrekking heeft op een aioon, een tijdperk. Wellicht dat dit later vandaag nog aan de orde komt, al denk ik het eerlijk gezegd niet. Maar dat is de Bijbelse betekenis. Vanuit de theologie echter betekent 'eeuwig' — zoals het in de oren van verreweg de meeste mensen klinkt — eindeloos. Er komt nooit meer een einde aan. Zo is het ook bedoeld door degenen die de Heidelberger Catechismus hebben opgetekend. Gods gerechtigheid eist dat de zonde gestraft wordt met een eeuwige straf aan lichaam en ziel. Nu heb ik de neiging om de vraag te stellen: is dit Evangelie?

We gaan nog even verder in ons onderzoek naar de Catechismus. We doen vandaag natuurlijk Bijbelstudie vanuit de Schrift alleen, maar we geven aandacht aan 500 jaar Reformatie. Wat is er in de Reformatie naar voren gebracht in de grote documenten die ons sinds die dagen zijn achtergelaten? Wat heeft de Reformatie ons onderwezen over de gerechtigheid van God, die zo'n prominente rol speelt? In zondag 5 lezen we: "God wil aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiede." Hij eist dus genoegdoening. "Daarom moeten wij aan haar, óf door onszelven, óf door een ander, volkomenlijk betalen." Dat wil zeggen: Gods gerechtigheid eist genoegdoening, namelijk dat de schuld die wij hebben, betaald wordt. Dan zie je ook weer dat hele idee van schuld naar voren komen: de mens is schuldig, kan zelf niet voldoen, en wat is dan het Evangelie? Een ander betaalt de schuld aan God. Dat is hoe het kruiswerk vaak wordt uitgelegd.

Ik ga nu even door naar zondag 6; zo gaan we snel door de krant. Zondag 4, 5 en 6 gaan allemaal over die gerechtigheid of de rechtvaardigheid van God. "De gerechtigheid of de rechtvaardigheid Gods vorderde — oftewel eiste — dat de menselijke natuur, die gezondigd had, voor de zonde betaalde." Heel sterk komt altijd weer dat idee terug dat de schuld die wij hebben, betaald moet worden. Dat is dan Gods gerechtigheid. Er wordt hier heel sterk gedacht in termen van Romeins recht. Vrouwe Justitia met de balans: hier heb je debet en daar credit. Dat moet allemaal in balans zijn. De rechtvaardigheid Gods vorderde dat de menselijke natuur die gezondigd had, voor de zonde betaalde.

In zondag 16 komen we op een heel belangrijk punt, namelijk hoe volgens de Reformatie dat probleem van de schuld en de schuldbetaling is opgelost. Vraag 40 luidt: "Waarom heeft Christus Zich tot in de dood moeten vernederen?" Het antwoord: "Daarom dat vanwege de gerechtigheid en waarheid Gods niet anders voor onze zonden kon betaald worden, dan door de dood des Zoons Gods." Met andere woorden: de Zoon van God betaalde door Zijn dood de schuld aan God, omdat Gods gerechtigheid dat eist. Eigenlijk zie je steeds de gedachte van een God die eist, en Christus die de rol heeft van degene die daartussen springt. Als een bliksemafleider neemt Hij de toorn van God op Zich en draagt Hij Gods straf.

Ik kan me voorstellen dat u denkt: "Maar was het dan niet zo dat Jezus Christus onze straf heeft betaald?" Met het stellen van zo'n vraag komt er natuurlijk wel wat los. Dat idee zit zo diep in ons; zeker als je in dit gedachtegoed groot geworden bent, gaat het in je systeem zitten en gaat het er niet zomaar meer uit. Dat weet ik maar al te goed, en ik weet dat er hier mensen in de zaal zitten die dat herkennen, ongeacht of je achtergrond rooms-katholiek, reformatorisch of evangelisch is. Het is het gedachtegoed van Jezus die de straf betaalde voor ons aan een God die genoegdoening eiste aan Zijn gerechtigheid. Toch was er iets wat Luther in ieder geval wel begrepen heeft: dat Gods gerechtigheid inderdaad deel uitmaakt van de blijde boodschap. Dat zie je niet alleen in de Romeinenbrief, waar Luther toen op stuitte.

Gods Gerechtigheid in de Psalmen: een Reden tot Jubel ↑ hoofdstukken

Maar dat zie je met name al in het boek der Psalmen, en ik wil u daar graag een aantal voorbeelden van geven. Gods gerechtigheid; dat is heel anders dan hoe daar in de theologie altijd over nagedacht is en hoe ons dat is onderwezen. In de theologie wordt Gods gerechtigheid altijd meteen geassocieerd met schuld, boete en betalen. Maar als je de Psalmen leest over Gods gerechtigheid, dan wordt er gejubeld. Dat is een heel andere beleving. Men zegt wel over de Romeinenbrief: "Als Paulus daar Gods gerechtigheid bespreekt, dan treden we als het ware een rechtszaal binnen." Waarom denkt men dat? Omdat Paulus daar spreekt over Gods gerechtigheid en wij dat meteen associëren met rechtspraak, boetedoening en straf. Maar dat is niet aan de orde.

Laat ik u eens een paar voorbeelden geven. Psalm 31, waar Luther zelf trouwens ook nog het een en ander over heeft gezegd. Psalm 31 vers 1: "Bij U, JAHWEH, schuil ik, laat mij nimmer beschaamd worden (het evangelie beschaamt mij niet); doe mij ontkomen door Uw gerechtigheid." Dat is eigenaardig. Als je altijd gedacht hebt in termen van een Gods gerechtigheid waardoor je getroffen wordt, die jou achtervolgt vanwege je schuld en die eigenlijk je schande aan het licht brengt en aan de kaak stelt, dan leest vers 1 van Psalm 31 totaal anders. "Bij U, JAHWEH, schuil ik, laat mij nimmer beschaamd worden, doe mij ontkomen" – niet vóór Uw gerechtigheid, maar dóór Uw gerechtigheid. Zie je? Dat is een totaal andere beleving.

Ik ga even verder naar Psalm 96. Ik zou hem zo berijmd kunnen zingen, maar ik zal het u niet aandoen: "Hij komt om daar te richten, de wereld in gerechtigheid." Dat is ontleend aan de onberijmde tekst, want Hij komt... Het gaat hier inderdaad over de grote Sabbat die straks aanbreekt. Ik wou zeggen: is Psalm 96 een lied voor de Sabbatdag? Nee, dat is Psalm 92. Maar goed, even terzijde. Want Hij komt, Hij komt om de aarde te richten. Hij zal de wereld richten in gerechtigheid en – zo staat er in parallel – de volkeren in Zijn trouw. Gerechtigheid, dat is Zijn trouw. Hij is betrouwbaar, Hij is te vertrouwen. Ook hier wordt gejubeld. Hij komt om de aarde te richten, en in de Bijbel is dat een geweldige blijde tijding.

In religie in het algemeen – niet alleen de christelijke religie – wordt de mens geattendeerd op zijn schuld, terwijl er tegelijkertijd een oplossing voor die schuld wordt geboden. Als je het commercieel benadert, zou je dat klantenbinding kunnen noemen. Je attendeert mensen op een probleem en zegt: "Als je dat probleem opgelost wilt zien, dan moet je bij mij wezen." Ideaal! Zo heeft religie in het algemeen de mens klein gehouden en angst aangejaagd om vervolgens de oplossing voor die angst aan te kunnen bieden. Bij "richten" denkt de godsdienstige mens meteen aan eindeloze helstraf en schuld. In de Bijbel is richten echter wat het woord eigenlijk ook gewoon betekent: rechtzetten. Het woordje "richten" zit erin. Rechtzetten en zelfs de gedachte van terechtbrengen. Dat maakt mij blij.

Het feit is dat er in de wereld zoveel krom is. Ik denk dat na zesduizend jaar deze aion op zijn einde loopt. Er is zo enorm veel krom, verdorven en verdraaid, maar er komt er straks Eén die de wereld gaat rechtzetten. De aarde, alles rechtzetten. Hij komt, en dat is een blijde tijding. Dan zal ook blijken dat Hij te vertrouwen is.

In Psalm 97 lezen we: "De hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid en alle volkeren zien Zijn heerlijkheid." Als je dit als een parallellisme opvat, dan zie je dat gerechtigheid overeenkomt met Gods heerlijkheid; dat is Zijn glorie. Nog één: Psalm 98. "JAHWEH heeft Zijn heil" – dat is Zijn redding – "bekendgemaakt, Zijn gerechtigheid geopenbaard voor de ogen van de volkeren." Ook hier zijn heil en redding synoniem met Gods gerechtigheid; het feit dat Hij recht doet.

Nog één, Psalm 145. U bent natuurlijk niet zomaar te overtuigen, dus de bonnetjes erbij graag. Oké. Daar staat over de naties, als ik me niet vergis: "Zij zullen de roem van Uw grote goedheid verkondigen en jubelen over Uw gerechtigheid." Elke gedachte van sidderen voor Gods gericht is hier vreemd; het is juist jubelen. God gaat recht doen, dat is wat gerechtigheid betekent. Gods gerechtigheid betekent dat Hij recht doet, zoals Gods liefde betekent dat Hij liefheeft. Dat is wat het woord betekent.

Dit is niet de gerechtigheid die voor Hem geldig is, of die Hij eist. Gods gerechtigheid is niet de gerechtigheid die Hij eist, waarin Hij genoegdoening vindt en die voor Hem acceptabel is. Nee, Gods gerechtigheid wil zeggen dat Hij recht doet. Waaraan? Aan het feit dat Hij trouw is. Hij is betrouwbaar. Hij heeft gesproken, Hij heeft beloofd en Hij vervult dat. Dat is geweldig. Gods gerechtigheid betekent dat Hij recht doet aan dat wat Hij beloofd heeft.

Belofte Maakt Schuld: de Ware Betekenis van Gods Gerechtigheid ↑ hoofdstukken

En nu krijg je een hele omkering. Want bij Gods gerechtigheid wordt het in de theologische sfeer – als ik het even zo zwart-wit mag zeggen, en in de orthodoxie laat ik het nog wat specifieker zeggen – opgevat als de gerechtigheid die ons zou attenderen op onze schuld. Maar bij Gods gerechtigheid in de Bijbelse sfeer is het God zelf die beloofd heeft en dus schuldig is. Dat weten we toch? Belofte maakt schuld.

Dus als Gods gerechtigheid onthuld wordt, dan wil dat zeggen: Hij doet recht aan Zijn woord, aan Zijn belofte, en lost daarmee de schuld in die Hij op Zich laadde op het moment dat Hij beloofde. Dan krijg je een totaal andere gedachte. Gods gerechtigheid confronteert ons niet alleen met onze schuld, maar confronteert ons met de schuld die Hij op Zich laadde, namelijk door te beloven. God heeft aangekondigd, Hij heeft beloofd, en de onthulling van Zijn gerechtigheid is: Hij is trouw, Hij is te vertrouwen, Hij is betrouwbaar, Hij vervult dat wat Hij heeft aangekondigd. Nu gaan we nog even terug naar de Romeinenbrief.

Romeinen 3: Gerechtvaardigd Om Niet Door het Geloof Ván Christus ↑ hoofdstukken

Ik lees dan nog Romeinen 3 vers 21 en vanmiddag zal Gerard daar ongetwijfeld nog op doorgaan. Maar ik wil eventjes op deze verzen wijzen vanwege die uitdrukking: Gods gerechtigheid. Die in de Romeinenbrief trouwens nog vaker aan de orde komt. Dan zegt Paulus dit in Romeinen 3 vers 21 – moet u eens horen hoe geweldig dat is. En eerlijk is eerlijk, in de 95 stellingen heb ik dat niet vernomen, integendeels zelfs. Maar u moet eens horen wat Paulus heeft gezegd en heeft opgetekend.

"Nu echter, los van wet" – het gaat hier over de wet van Mozes – "is gerechtigheid van God openbaar geworden." Kijk, als een mens in staat zou zijn te doen wat God vraagt, dan zou dat gerechtigheid van de mens zijn. Nee, los van wet, zegt Paulus, is gerechtigheid van God openbaar geworden. Als de mens dan niet recht is, dan openbaart God Zijn recht. En er staat bij: "waarvan getuigenis gegeven wordt onder de wet en de profeten." Dat wil zeggen: in de Hebreeuwse Bijbel. In de Hebreeuwse Bijbel, de wet en de profeten, de Tenach, daar wordt al gesproken over het feit dat God rechtvaardig is en dat Hij Zijn recht zal onthullen. En nu – dat is wat Paulus eigenlijk hier uitroept – gerechtigheid van God is nu openbaar geworden. Dat wat altijd al was aangekondigd en waarvan al voorheen in de Schriften was getuigd, is nu onthuld, aan het licht getreden, openbaar gemaakt.

Echter staat er: "gerechtigheid van God door geloof" – en ongetwijfeld zal ook Gerard daar vanmiddag nog wel op doorgaan – "geloof ván Jezus Christus." Niet geloof ín Jezus Christus, zoals de vertalingen abusievelijk zeggen. Nee, door geloof ván Jezus Christus. Over zulke woordjes zou je misschien niet eens in eerste instantie struikelen, maar geef er eens aandacht aan; dat is een wereld van verschil. Geloof in Jezus, dat is ons geloof. Nee, geloof van Jezus is Zijn eigen geloof.

En dan lees ik nog even verder in vers 23, want Paulus verklaart zich nader. Het gaat over Gods gerechtigheid. "Want allen zondigden en hebben tekort van de heerlijkheid van God." Ja, dat hebben we geweten. Dit is nooit bestreden: dat alle mensen zondaren zijn en tekortschieten en stervelingen zijn. We komen tekort aan Gods heerlijkheid, dat heeft wel geklonken. Maar nu – want allen zondigden, zegt Paulus, en hebben tekort van de heerlijkheid van God – en nu komt het, over Gods gerechtigheid gesproken: "en worden om niet gerechtvaardigd in de genade van Hem door de verlossing die in Christus Jezus is."

Allen zondigden, allen komen tekort aan de heerlijkheid van God en allen worden om niet – dus zonder dat daar iets tegenover staat – gerechtvaardigd. Inderdaad door geloof; dat is het kanaal. Dat is geen beperking, dat is de wijze waarop God dat doet, in de genade van Hem, door de verlossing die in Christus Jezus is. Weet u wat die verlossing trouwens is? In een andere vertaling geven we dat ook weer met "vrijkoping". Dat wil zeggen: er wordt een losprijs betaald. Dat klinkt nog wel door in ons woord verlossing: er wordt een losprijs betaald. De dood van de Heer Jezus Christus was geen schuldbetaling aan God; nee, het was een losprijs aan degene die ons gevangen hield, waardoor wij stervelingen waren en waardoor wij zijn vrijgekocht. Geen schuldbetaling, het was een verlossing.

Maar let vooral hierop: de gerechtigheid van God is dat God recht doet. Hij vervult wat Hij belooft en Hij gaat deze hele wereld, alle mensen die allemaal zondaren en stervelingen zijn, om niet rechtvaardigen. Dat is Gods gerechtigheid.

🎧 Garderen: Gods gerechtigheid (André)
Delen: