GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de vrucht van het licht

05-02-2017 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie van samenkomst gehouden te Rotterdam op zondag 5 februari 2017

‘Vrucht’ staat in de Schrift tegenover ‘werken’. Vrucht is een creatie van God en niet van iets wat de mens maakt of presteert. ‘Vrucht’ is ook het resultaat van licht dat God geeft. Je kunt niet beginnen bij ‘vrucht’. Ook overdrachtelijk is dat zo. Het begint bij GOD die zich openbaart. Met het leren van kennen van zijn woord. Met weten dus. En van daaruit groeit ‘vrucht’ dat bestaat in louter goedheid, rechtvaardigheid en waarheid. Als een logisch en organisch gevolg.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie trekt een parallel tussen het natuurlijke licht in de lente dat leven brengt en het geestelijke licht van Gods openbaring. Wie in de duisternis wandelt, leeft in onwetendheid en ervaart zinloosheid omdat God niet als Schepper erkend en gedankt wordt. Wanneer het licht van God echter in het hart schijnt, brengt dit werkelijk leven, diepe vrede en uitzicht. Gelovigen worden opgeroepen om ongekunsteld als kinderen van het licht te wandelen te midden van een verduisterde wereld. Dit goddelijke licht produceert vervolgens als vanzelf een vrucht die bestaat uit goedheid, rechtvaardigheid en waarheid.

“Want dat is echt belangrijk: begin niet bij de vrucht, begin bij het licht. Dan groeit die vrucht vanzelf.”

Inleiding: de Potentie van Licht in de Schepping ↑ hoofdstukken

Een hele goedemorgen vrienden, ik ben blij weer eens in uw midden te mogen zijn. U ziet waarheen ik u vanmorgen graag wil meenemen: de vrucht van het licht. Dat is de uitdrukking die we zojuist ook hebben gelezen in Efeze 5. Het zijn een paar verzen die ik er even wil uitlichten, omdat dat eigenlijk al voldoende is om daar zomaar eens een uur als dit met elkaar over na te denken.

Het gaat over wat licht vermag en hoe belangrijk licht is, maar ook over de enorme kracht en de potentie die licht heeft. We zitten momenteel in de wisseling van de jaargetijden; het is net februari. Voor degenen die een klein beetje opmerkzaam zijn op wat er in de natuur plaatsvindt: de dagen lengen al. Het is nog niet heel dramatisch, maar toch komt er elke dag een paar minuten bij.

En wat doet dat licht vervolgens in de natuur? U hebt ze wellicht al gezien: de sneeuwklokjes. De narcissen komen er ook aan. Terwijl de natuur voor een groot gedeelte nog heel erg dood schijnt, begint alles weer te werken en te ontluiken vanwege het feit dat het licht toeneemt. Dat gebeurt niet alleen in daglengte, maar ook qua lichtintensiteit. Wij hebben dat misschien nog niet zo in de gaten, maar in de natuur gaat alles weer werken en ontluiken.

Licht brengt leven met zich mee. Sterker nog, eigenlijk zijn die jaargetijden ook een prachtige uitbeelding van de Bijbelse boodschap, namelijk dat het leven sterker is dan de dood. Wat we in de herfst zien, is dat de natuur gaat sterven. De winter is een uitbeelding van de dood, van het graf; alles is ogenschijnlijk doods. Maar als dan het licht weer doorbreekt, komt het leven tevoorschijn en daarmee ook de bloemen. Feitelijk is dat het begin van de vrucht.

Dat is een prachtig fenomeen. Wat wij vernemen in de Schriften, wat God heeft laten optekenen en wat Hij gesproken heeft, loopt volkomen parallel aan en is volledig in overeenstemming met wat Hij gemaakt heeft. Dat is niet zo vreemd, want het komt allemaal uit één bron. Het is één Creator die gesproken heeft en die uitbeeldt wat Hij zegt, of zegt wat Hij uitbeeldt – het is maar hoe u het hebben wilt. Heb ik nog een mooi voorbeeld voor u?

De Amandelboom en de Menorah als Beeld van Ontwaken ↑ hoofdstukken

Wat zou dit voor een boom zijn, denkt u? Ik hoor het al: een amandelboom. Ja, die zien we hier in Nederland niet zo vaak, maar als je wat zuidelijker gaat, richting de Middellandse Zee, dan is dit de boom die je ziet. Het is de boom die als eerste ontwaakt in de natuur. Dat was in Israël zo en in al die landen rond de Middellandse Zee; ik meen dat deze boom halverwege februari al gaat bloeien. Als eersteling – ik vind dat een mooi woord, maar daarover straks meer – kondigt hij het nieuwe leven van de lente aan.

Het is prachtig, want in het Hebraeus – en dat ontgaat ons als Nederlanders en Bijbellezers vaak – is het woord voor amandel hetzelfde als het woord voor waken en ontwaken. We komen dat op het spoor in Jeremia 1, waar Jeremia als jonge profeet geroepen wordt. Hij krijgt een gezicht en ziet een amandeltwijg. De Heer vraagt: "Wat zie jij, Jeremia?" En Jeremia antwoordt: "Een amandeltwijg." Vervolgens zegt de Heer tegen hem: "Zo waak Ik over Mijn woord." Dan slikken wij als Nederlanders even: wat is de link? Welnu, dat zit hem hierin: wie in het Hebraeus 'amandel' zegt – of het nu gaat om de amandelboom, een amandeltak of de amandelvrucht – die zegt daarmee ook 'waken' en 'ontwaken'.

Dus als je in het Hebraeus zegt: "Ik zie een amandeltwijg", dan zeg je eigenlijk: "Ik zie ontwaken." En de Heer zegt: "Zo waak Ik over Mijn woord." Daarin zit niet alleen de gedachte dat Hij doet wat Hij zegt en erover waakt dat het woord ook daadwerkelijk vervuld wordt, maar het betekent ook dat dit woord leven uit de dood voortbrengt. En dat brengt mij op nog een andere gedachte.

Kijk maar eens naar het plaatje rechtsonder. Daar zie je een hogepriester in het heiligdom die de kandelaar, de menorah, verzorgt. Hij gaat er dagelijks naartoe om de lampen bij te vullen met olijfolie. Dat heeft een prachtige betekenis, maar daar ga ik het nu verder niet over hebben. Wat u echter moet weten, is dat die menorah, die kandelaar die licht voortbrengt, feitelijk niets anders is dan een gestileerde amandelboom. Daarmee is het dus eigenlijk een uitbeelding van de vrucht van het licht. Ik zeg een gestileerde amandelboom, en dat zit hem hierin: als de menorah beschreven wordt in de Mozaïsche wet, dan lees je de instructies dat er amandelbloesem, amandelvruchten en kelken in uitgebeeld moesten worden. Telkens komt dat woordje 'amandel' erin terug.

Het is feitelijk dus een boom, een stam met takken. En wat voor boom? Een amandelboom. Dus in het heiligdom staat, bij wijze van spreken, een amandelboom; een volkomen gouden boom. Maar die boom beeldt uiteraard uit wat zich vandaag de dag feitelijk ook in het heiligdom bevindt. In de wereld mag het dan wel donker zijn, maar in het heiligdom, daar bij God, is het licht. Daar brandt en daar schijnt de amandelboom. Daar geeft de amandelboom haar vrucht: haar licht. Dat zijn schitterende gedachten. Je ziet hoe de natuur daarin dezelfde taal spreekt als wat we in de Schrift vinden. De hogepriester die het heiligdom binnenging, zorgde er eigenlijk voor dat die boom, de menorah, daar licht gaf. De vrucht van het licht. Zo zetten deze beelden en gedachten vanuit de natuur ons meteen op het juiste spoor.

Efeze 4: de Zinloosheid van Wandelen in de Duisternis ↑ hoofdstukken

Laten we de overstap maken naar Efeze 5. Ik sla een paar verzen over die zojuist zijn voorgelezen, omwille van de tijd. In vers 8 herinnert Paulus de Efeziërs – degenen die hij aanschrijft, of misschien zijn het wel alle geheiligden in Christus Jezus, dat is een vraag apart, maar laten we voor het gemak zeggen de Efeziërs – aan hun eigen verleden. Hij zegt: "Want jullie waren eens duisternis." Hij herinnert hen eraan dat zij uit de natiën kwamen en ooit in de duisternis wandelden. Daar had hij in het voorgaande hoofdstuk, Efeze 4, al over gesproken.

Ik wil graag nog eens dat contrast laten zien: duisternis tegenover licht, en daarmee feitelijk ook dood tegenover leven. Zoals duisternis gelieerd is aan de dood, zo is licht gelieerd aan het leven. De Bijbel spreekt over het 'licht des levens', het licht van het leven, maar omgekeerd ook over de 'schaduwen des doods'. Daar waar duisternis is, daar is geen leven. Er kán ook geen leven zijn, want leven is afhankelijk van licht. In Efeze 4 wees hij de Efeziërs hier al op. Wat ik u vanmorgen vooral wil laten zien, is hoe enorm belangrijk licht is. Dat wil zeggen: dat wat alleen God kan creëren en hoe alleen daardoor leven en vrucht ontstaat. Het begint bij het licht. Houd dat vast.

In Efeze 4 staat het volgende: "Dit zeg ik dan en betuig in de Heer." Paulus spreekt hier nadat hij inmiddels geweldige dingen had gezegd over de verborgenheid die God hem geopenbaard had en die hij mocht optekenen. Hij zegt: "Niet langer te wandelen zoals ook de natiën wandelen." Daarmee bedoelt hij de heidenwereld waar zij zelf ook deel van uitmaakten. Zij wandelen in de "zinloosheid van hun denken". Dit is een wat letterlijke weergave die misschien wat afwijkt van de vertaling die u voor u hebt in de Statenvertaling of de NBG-vertaling, maar zo staat het er.

Hij zegt dus dat we niet langer moeten wandelen zoals de natiën, die leven in de zinloosheid van hun denken, de ijdelheid. Het gaat eigenlijk nergens over. Dat heeft overigens helemaal niets te maken met intelligentie. Zinloosheid van denken wil niet zeggen dat het domme mensen zijn die niet weten hoe ze moeten denken. Nee, het punt is dat zij verduisterd zijn. Het ontbreekt hun niet aan IQ, maar voor het werkelijk verstaan van de zin der dingen heb je licht nodig. Je moet weten waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat, en dan ben je afhankelijk van openbaring. God moet dat tonen en bekendmaken. Zonder dat ben je gewoon in de zinloosheid van je denken bezig.

Dit is overigens helemaal geen belediging, want vraag het maar eens aan willekeurige hooggeleerde mensen in deze wereld. Zij zullen vaak zeggen dat alles in deze wereld volkomen zinloos is en nergens over gaat. We komen voort uit een Big Bang, er is geen doel, geen ontwerp en het bestaan is zinloos. Ik zou zo heel wat namen kunnen noemen van bekende Nederlanders die de reputatie hebben zeer ontwikkeld en belezen te zijn, veel meer dan ik, en toch zeggen zij: "Het is allemaal zinloos." Dat is precies waar Paulus het over heeft: de zinloosheid van hun denken.

Dat dit inderdaad te maken heeft met het ontbreken van licht, blijkt wel uit het vervolg. De natiën wandelen in de zinloosheid van hun denken. Het gaat er niet om dat ze niet weten hoe ze de ene stap voor de andere moeten zetten, maar dat in hun wandel de inhoud ontbreekt; in hun denken weten ze niet wat het doel is. Het is essentieel om zin in je bestaan te hebben – en dat bedoel ik dubbelzinnig. Mensen zeggen vaak: "Het bestaan heeft geen zin, je moet er zelf maar zin in hebben." Maar dat is subjectief. Het gaat er juist om dat het bestaan objectief zin hééft. Of je die zin altijd ervaart, is een ander verhaal. Emoties gaan op en neer, daar moet je vooral niet op afgaan.

Paulus vervolgt: "Verduisterd zijnde in de denkwijze." Daar zie je precies dat het te maken heeft met het ontbreken van licht, want dat is wat duisternis is. Duisternis is niet een 'ding' op zich; het is juist het ontbreken van iets, namelijk licht. Zoals de dood ook niet iets op zich is, maar het ontbreken van leven. De natiën, de wereld als geheel, zijn verduisterd in de denkwijze. Deze hele aion leeft in de duisternis, zo zegt de Schrift dat ook. Zij zijn "vervreemd van het leven van de God". Zij kennen God niet en daarmee ook het leven niet, omdat ze verduisterd zijn.

En waarom? Paulus zegt: "Vanwege de onwetendheid die in hen is, vanwege de verstening van hun hart." Zo staat het er letterlijk: de verharding. Dat heeft alles met elkaar te maken en het een heeft het ander tot gevolg; dat gaat hand in hand. Daar waar duisternis is, ontstaat ook vervreemding. Dat is logisch, want als je in het donker wandelt, zie je elkaar niet meer en raak je elkaar kwijt. Het schiet me ter plekke te binnen: in 1 Johannes 1 staat dat indien wij in het licht wandelen, wij gemeenschap hebben met elkaar. Het deelhebben aan elkaar, elkaar kunnen zien en met elkaar wandelen, heeft alles te maken met wandelen in het licht. Zo'n geloofsgemeenschap maak je niet door dingen te organiseren, dat is een gevolg van het wandelen in dat licht. Dat is een geweldige ervaring.

Enfin, die duisternis heeft vervreemding tot gevolg. Je kent God daardoor niet. Paulus spreekt over de onwetendheid die in hen is. Wie verduisterd is, mist het licht, en dan wordt het hart heel hard; het versteent. Maar dat is allemaal het gevolg van onwetendheid: geen weet hebben van wie God is en wat Hij te vertellen heeft. Want dat is licht. Als je dat licht niet hebt, wandel je in de duisternis met alle effecten en gevolgen van dien.

Hier zie je hoe fataal onwetendheid is. Het begint met de dingen weten, en dan moet je de dingen van God wel écht weten. Je moet het niet zelf verzinnen, want dan loop je juist nog in de duisternis. Licht heeft te maken met wat God geeft: klaarheid, helderheid en zin. Je gaat ook de oorsprong verstaan, zodat je je kunt oriënteren. Dat heeft alles met elkaar te maken: als je wilt weten waar je naartoe gaat, moet je eerst weten waar je bent. Het heeft alles te maken met de vraag: waar kom ik eigenlijk vandaan? Je oriënteren.

Wat trouwens ook een mooi woord is, want dat betekent letterlijk je richten op de oriënt, het oosten. Dat wil zeggen: waar het licht opkomt, waar de zon opkomt. Maar goed, licht... Je moet de dingen weten. En dat is ook precies wat het Woord doet. Het Woord is licht, dat weet u toch? Hoe vaak staat dat niet in de Schrift? In de Psalmen al: "Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad." En Johannes 1: "In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen." Altijd weer. Zoek het maar eens op in de Bijbel; je krijgt een hele waslijst van teksten waarin diezelfde waarheid naar voren gebracht wordt.

Je moet weten wie de God is. Als je eenmaal weet dat de God, de Ene die alles gemaakt heeft, werkelijk God is en Hij alles een plek geeft, dan weet je dat er niets en niemand buiten dat plan omgaat. En dat Hij alle dingen daarom, omdat Hij God is, ook tot een goed einde gaat brengen. Ja, dan heb je weer zin. Dan weet je misschien nog niet zo heel veel – dat wil helemaal niet zeggen dat je ineens een hoog IQ hebt, dat heeft er allemaal niks mee te maken – maar je hebt licht! Je weet hoe het zit. En omdat je weet hoe het zit, heeft je bestaan uitzicht en daarmee ook inhoud. Dan gaan de dingen ook stralen.

Als ik het zo zeg, denk ik: het is allemaal heel ABC, het is zo logisch. Maar dat is nu juist zo mooi. Licht is niet gecompliceerd. Nou ja, als u mij gaat vragen om uit te leggen hoe dat natuurkundige fenomeen in elkaar zit, dan ben ik bang dat ik al gauw over mijn woorden ga struikelen. Dan houd ik gewoon mijn mond, want daar komt heel wat bij kijken. Maar om licht te zien, daar is niet veel voor nodig.

Nog een tekst, uit Efeze 4. Paulus herinnerde die Efeziërs aan de duisternis waarin ze ooit wandelden. Ze wisten dat nog maar al te goed; dat contrast kenden zij aan den lijve. Ze zijn van de duisternis overgegaan in het licht. Ze waren onwetend over wie de God is en omtrent Zijn Woord en dat wat Hij te melden heeft. En nu weten ze het. Oftewel: ze kennen het licht.

Romeinen 1: God Niet als God Danken Brengt Verduistering ↑ hoofdstukken

Romeinen 1 is ook zo’n mooie. Die tekst heb ik wel eens vaker voorbij horen komen, dat klopt. Hij hoort bij mijn favorieten en ik vind hem ook erg essentieel. Want daar lees je dat Paulus het eigenlijk over hetzelfde fenomeen heeft; hij kenschetst de wereld die in de duisternis wandelt. Hij zegt dat iedereen diep in zijn hart weet dat God er is. Je kijkt gewoon om je heen en ziet overal in de natuur dat alles 'ontworpen design' schreeuwt. Op het moment dat je daar kennis van neemt, dan gaat het je duizelen. Hoe is het mogelijk? Als je dat ontgaat, weet u wat je dan bent? Dan ga ik iets heel onherbiedigs zeggen: dan ben je stupide. De Bijbel zegt het zo: dan ben je dwaas. Met al die intelligentie ben je nog volkomen dwaas en ben je eigenlijk meteen al helemaal de draad kwijt.

Dat is wat Paulus dus zegt: mensen weten dat God er is. Ik ben zelf grootgeworden met categorisatielessen en daar heb ik het een en ander van opgestoken. Ik kreeg altijd de uitdrukking 'ingeschapen godskennis' door. Ik heb die term nooit letterlijk in de Bijbel gevonden, maar de waarheid ervan lijkt mij nogal evident bijbels. Dat wil zeggen dat elk mens weet dat God er is. Het loutere feit dat een mens zoekt naar de zin van zijn bestaan, veronderstelt al dat God er is. Er is kennelijk iemand die zijn bestaan zin geeft, anders zoek je er niet naar, toch? Dus zelfs in die veronderstelling zit al die wetenschap, dat intuïtieve weten: Hij is er.

Paulus zegt dit: "Immers, hoewel zij de God kennen..." Die ene, die hemel en aarde gemaakt heeft en die zich kenbaar maakt in de schepping, verheerlijken of danken zij Hem niet als God. Ze weten dat Hij er is, maar de consequentie daarvan ontbreekt. Want als Hij de Schepper is, ben ik een schepsel, een creatuurtje, werk van Zijn handen. Dat betekent dat mijn bestaan volkomen betekenis ontleent aan het feit dat Hij er is. Het gaat niet om mij, het gaat om Hem. En dat betekent dat je Hem, Zijn heerlijkheid, in het licht mag gaan stellen. Dat is de zin van je bestaan. Waarom ben ik hier? Gewoon om Zijn heerlijkheid in het licht te stellen. En die is groot, hoor! De heerlijkheid van de schepping is al zo geweldig. Hoe groot moet degene zijn die daarachter zit en die mij liefheeft? Kijk, dat is Hem de heerlijkheid geven. Als je adem in je longen hebt, waarom is dat? Alles wat adem heeft, love de Here. Waarom halen we adem? Om Hem te loven.

Hoewel ze de God kennen, verheerlijken of danken zij Hem niet als God. Dat danken gaat hand in hand met Zijn God-zijn. Als Hij God is en achter alles zit, dan geeft Hij alles een plaats in tijd en ruimte. Laten we wel wezen: we begrijpen er vaak niets van. Er zijn van die perioden in je leven dat je daar zo vaak bij bepaald wordt dat we eigenlijk niks begrijpen van waarom de dingen gaan zoals ze gaan, of dat nu in je persoonlijk leven is of in het grote geheel. Waarom? Geen idee. Maar weet u wat ik nou zo mooi vind? Als je God kent, hoef je het ook niet eens meer te weten. Dan is het meer dan genoeg om te weten dat Hij het al weet. Wie ben ik om dat allemaal te overzien? Ik overzie niet eens mijn eigen leventje, laat staan het grote geheel. We weten niet eens wat de dag van morgen zal brengen of dat we die zelfs zullen meemaken. We weten helemaal niks.

Maar Hij, de Schepper, plaatst alles. En als je dat weet, dan krijg je de vrede van God; de vrede die Hij zelf heeft. Want het loopt Hem niet uit de hand, hoor. Onze paniek is niet de Zijne. De vrede van Hem wordt jouw deel. Die vrede gaat echt alle verstand te boven, zegt Paulus ook ergens in de Filippenzenbrief. Daar kun je met je grijze hersenzellen echt niet bij. Dat betekent dus: als Hij God is, dan plaatst Hij alles, maar dat betekent ook dat ik de dingen uit Zijn hand krijg. Als Hij God is en ik werk van Zijn handen ben, dan ben ik kennelijk ook geliefd. Hij heeft mij gewild; ik ben een origineel concept van Hemzelf. En als Hij God is en alles tot een goed einde brengt, want Hij is God, wat past mij dan anders dan de ganse dag Hem te danken? Dat klinkt misschien wat overdreven, maar het is toch echt de logische consequentie. Hem daarmee de eer geven, Hem verheerlijken en danken.

Weet u wat het mooie is? Als je dat gaat doen, dan word je een heel gelukkig mens. Als je God gaat danken voor alles, niet omdat jij het ziet of omdat je het snapt, maar gewoon omdat je weet dat Hij het in Zijn handen heeft, dan krijg je een vrede en een rust. Dan weet je dat het allemaal goed komt. Ga jij Hem maar danken. Danken heeft ook alles met vreugde te maken. Afgelopen vrijdag hadden we een trouwdienst en ik heb daar mogen vertellen over de verwantschap tussen danken en blijdschap en vreugde. Danken ontketent de vreugde in je leven. Het begint met danken en vreugde is daarvan het gevolg, niet omgekeerd. Dat is belangrijk.

Hoewel ze God kennen, verheerlijken of danken zij Hem niet als God. Ze zijn misschien wel religieus en verheerlijken Hem misschien wel, maar niet als God. Ze hebben hun eigen godje, niet de God die alles beschikt, alles in handen heeft en alles tot een goed einde brengt. Weet u, dat is licht. Dit is zo essentieel. Want als je niet ziet dat Hij God is, dan is het duister. En u zegt van: "Ja, maar ik ben christelijk." Dat zegt niks. De vraag is: ken je God als God? Zo niet, dan is het duister. Dit raakt de basis.

Hoewel ze God kennen, verheerlijken of danken zij Hem niet als God, maar in de redeneringen van hen worden ze vereideld. Weet u wie dat vooral doen? Dat zijn vooral de mensen die daarvoor geleerd hebben. Die kunnen heel goed redeneren; dat hebben ze geleerd in hun opleiding en daar zijn ze in getraind. Maar in hun redeneringen worden ze vereideld. Vereideld wil zeggen dat het leeg is en nergens over gaat. Het is lucht en leegte, ijdel. Met al je redeneringen op niveau, waar je misschien op gepromoveerd bent, zijn ze ijdel omdat je niet bij het goede startpunt bent begonnen. Want u weet het hè, dat staat al ergens in de Spreuken: het begin van wijsheid is de vreze van Yahweh. Daar begint wijsheid. Dat is het startpunt. Als je daar niet start, maak je een valse start en kun je gewoon al je huiswerk weer opnieuw doen. Dan moet je weer helemaal terug naar af, je ontvangt geen 400 euro – zo was het toch? – en moet je weer helemaal beginnen bij het begin. Namelijk: Hij is God, ik ben een schepseltje en Hij is zo ontzagwekkend. Dat is de vreze van Yahweh. Daar begint wijsheid.

Als je daar niet begint, dan word je met al die redeneringen vereideld. Het staat erbij: "in hun onverstandig hart." Ondanks misschien een tegengestelde reputatie is het hart onverstandig en hun onverstandig hart wordt verduisterd. Daar heb je het weer. Men heeft de wetenschap dat Hij er is ten onder gehouden. Dat is het ergste wat je kunt doen: de waarheid kennen, maar die ten onder houden. Dat lees je trouwens ook in Romeinen 1.

Waarheid heeft de neiging om altijd aan het licht te komen. Dat is wel een mooie eigenschap van waarheid, omdat het ook weer te maken heeft met licht.

Waarheid moet je ten onder houden. Ik vergelijk het graag met een bal, een opgeblazen bal; probeer die maar eens onder water te houden. Dat kan, daar moet je altijd moeite voor doen. Zodra je hem loslaat, komt hij boven water, komt het aan het licht. Dat is de waarheid.

Maar men houdt de waarheid krampachtig ten onder, want het heeft consequenties als je God kent. Maar als je die God dus niet als God verheerlijkt of dankt, dan worden je redeneringen ijdel, dan is je hart onverstandig en dan wordt het gewoon donker van binnen. En ook heel koud.

Dat zullen we straks ook nog zien, maar daar moet ik wel snel doorgaan, want we hebben nu eigenlijk alleen nog maar over die duisternis gehad. Nou ja, en passant heb je het dan toch over dat licht; dat kan niet missen.

Efeze 5: Wandelen als Ongekunstelde Kinderen van het Licht ↑ hoofdstukken

Ik ga weer even terug naar Efeze 5. Jullie waren duisternis, zoals Paulus dat in het voorgaande Efeze 4, maar ook Romeinen 1 en andere plaatsen laat zien. Jullie waren duisternis; onwetend dus van wie Ik ben en wat Ik te zeggen heb. Maar nu zijn jullie licht in de Heer. En dat wil zeggen: die onwetendheid heeft plaatsgemaakt voor wetenschap, en daarmee ook voor uitzicht. Maar dit is allemaal vanwege het feit dat Hij Zich openbaart. Hij maakt Zich bekend, Hij laat Zijn licht schijnen. Dat is allemaal Zijn werk. Ja, dat is dat Woord. Als je dat Woord hoort, dan word je bekendgemaakt met wie Hij is. Dan word je voorgelicht.

Het 'ligt' ons ook op... nou, je moet heel erg uitkijken met zulke woordspelletjes, maar het doet ons oplichten. Wauw! Dat is wat dat licht doet. Dat is openbaring. Jullie waren duisternis, maar nu zijn jullie licht in de Heer, en dan zegt Paulus: "Wandelt als kinderen van licht." Dat is een heel groot voorrecht. Kijk, voorrecht één is dat je verlicht wordt. Dat is iets geweldigs. Als je altijd in de duisternis getast hebt en dat je dan het licht mag zien, het licht in de ogen krijgt en dat je uitzicht krijgt op een open hemel, op een geweldige toekomst, op je positie en zoveel meer. Je gaat de rijkdommen ervan zien. Dat is verlichting; dat is geweldig. Dat is voorrecht één.

Vervolgens heb je je bestaan hier op aarde natuurlijk, in deze boze aion en in dit sterfelijke lichaam. Het is allemaal vergankelijk en allemaal toestanden enzovoort. Maar het is zo geweldig, want je hebt dat licht in je hart. En weet u wat? Dat is ook een kenmerk van waarheid, maar daarmee dus ook van licht: dat wil eruit. Je mag andere mensen vervolgens ook weer verlichten. Dat licht wil schijnen. Dat doet licht toch? Het gaat stralen, waar anderen dan ook weer vervolgens van kunnen profiteren die ook in de duisternis wandelden.

Ik weet het, je ogen moeten ervoor geopend worden. Dat is waar. Je oren moeten ervoor geopend worden, je hart moet ervoor geopend worden. Maar hoe? Dat blijf ik zeggen – trouwens, dat zegt Paulus ook – hoe zou men geloven als ze het niet te horen krijgen? Dat is toch zo? Dat is toch logisch? Hoe zouden mensen nou kunnen weten wie Hij is als het niet verteld wordt? En als je het licht nu hebt gezien, dan zeg ik: mensen, doe nou niet moeilijk, wees een kind van dat licht. Je bent zelf geproduceerd door dat licht: een kind van het licht. Nou, wandel als kinderen van het licht. Verspreid het licht.

Dat is ook precies eigenlijk wat 'evangelie' betekent. Het evangelie betekent: het is een blijde tijding, het is een goed bericht. Ja, wat wil een goed bericht nou? Wat moet je ermee doen? Nou, daar hoef je helemaal niks mee te doen; dat doet heel veel met jou. En als je er wat mee wilt doen, zou ik zeggen: geef het door. Daar is het voor. Dat is wat een bericht maakt. Wandelt als kinderen van licht.

In Filippi 2 zegt Paulus dit: "Doet alles zonder gemor en redeneringen." Dat is wel belangrijk. Want er wordt wat gemopperd hoor, en bedenkingen enzovoort – moeilijk doen. Maar moet je opletten wat Paulus nu zegt. Dat is in wezen de denkwijze en ook de wijze waarop we in de wereld wandelen: allemaal mopperen, zaniken... daar zijn nog heel wat andere woorden voor. Maar dan ben je geen kind van het licht natuurlijk. Doe alles zonder gemor en redeneringen, opdat jullie zullen worden: onberispelijke, ongekunstelde kinderen van God. Niet moeilijk doen.

U zegt: "Maar het bestaan is zo moeilijk." Ja oké, het bestaan kan moeilijk zijn, daar doe ik niks van af. Maar dat licht van Hem, mensen, doe daar niet moeilijk over. Vertel het gewoon. Leef er gewoon ongecompliceerd uit. Zo is het en zo mogen we leven. That's it. Moeilijker is het niet. Wandelt zo ongekunsteld als kinderen van God, smetteloos te midden van een kromme en een verdraaide generatie.

Krom en verdraaid, dat is de wereld om ons heen. Wat men doet met de waarheid: men maakt het allemaal krom met alternatieve waarheden. Die uitdrukking hebt u de laatste weken ook wel voorbij horen komen. Licht, kunstlicht... het verdraait allemaal. In het midden van een kromme en verdraaide generatie waarin jullie verschijnen als lichtgevers in de wereld. Als sterren. Kijk, het is onze taak niet om het licht te maken in de wereld. Het is vandaag de nacht nog. De dag gaat komen; dan zal de zon opkomen. Dat is allemaal Bijbeltaal. Als de zon – de Zoon – opkomt over deze wereld, dan verdwijnt de duisternis in deze hele wereld. Maar nu is het nacht. Nu zijn er ook lichtjes, maar dat zijn sterren. En dat is precies onze taak. Die aan de hemel geplaatst zijn – dat is ook een mooie – die aan de hemel geplaatst zijn, en zo mogen we ons licht in een donkere wereld verspreiden. Het licht van Hem. Schitterend, toch?

De Vrucht van het Licht: Goedheid, Rechtvaardigheid en Waarheid ↑ hoofdstukken

Even terug naar Efeze 5 vers 9. Hij zegt: "Want de vrucht van het licht..." We hadden het dus over duisternis en over licht, en nu over de vrucht van het licht. Dus dat wat licht veroorzaakt, wat het bewerkt — of liever gezegd: wat het als vrucht geeft.

In Galaten 5, als u trouwens een Statenvertaling hebt, dan staat er in dit vers, Efeze 5 vers 9... maar dat is een handschriftenkwestie. Daar staat abusievelijk: "de vrucht van de Geest". Maar er staat: "de vrucht van het licht". Het lijkt echter als twee druppels water op wat Paulus schrijft in Galaten 5, in die beroemde tekst over de vrucht van de Geest. Dat is liefde. Eigenlijk is de vrucht van de Geest liefde. En wat is liefde? Nou, dan zegt hij dat dit blijdschap is, vrede, lankmoedigheid; acht kenmerken volgen er dan. Het zijn allemaal eigenschappen van de liefde Gods. Als je de liefde Gods leert kennen, dan produceert dat een vrucht.

En dat is ook mooi, die moet u ook even vasthouden: die vrucht van de Geest in Galaten 5 staat tegenover de werken van het vlees. Dus vlees tegenover Geest. Geest is dat wat Hij doet; vlees is dat wat de mens allemaal doet. Het ene zijn werken, het andere is een vrucht. Dat groeit organisch. Er komt heel wat bij kijken, dat weet ik, voordat er een vrucht is, maar het gaat als het ware vanzelf. Het gaat erom dat het licht krijgt en water krijgt. Eigenlijk is dat hetzelfde beeld: dan groeit de vrucht. Daar hoef je dus helemaal niet moeilijk over te doen in de zin van 'werken'; laat gewoon dat licht schijnen.

En de vrucht van het licht — ja, dat staat hier, want nu ga ik weer even terug naar Efeze 5 — daar staat: "de vrucht van het licht". Als je twee verzen doorleest, in vers 11, dan wordt er gesproken — ik ga daar nu verder niet diep op in — over de onvruchtbare werken van de duisternis. Dat is eigenlijk dezelfde tegenstelling. Dus: de vrucht van de Geest tegenover de werken van het vlees, en in Efeze 5 de vrucht van het licht tegenover de werken van de duisternis. Nou, dat zijn zo drie contrasten: licht tegenover duisternis, en vrucht tegenover werk. Het wordt zelfs zo genoemd: onvruchtbare werken. Werken is misschien wel heel erg je best doen, een heleboel doen, een heleboel gedoe en kabaal, maar het leidt tot niets; het is onvruchtbaar. En dan is er ook nog het contrast tussen enkelvoud en meervoud. Dat wil zeggen: de vrucht, die ene vrucht van wat Hij produceert, tegenover de werken.

Het is mooi zoals Paulus naar voren brengt wat die vrucht van het licht is. Nou, hij zegt eigenlijk niet zozeer wát die vrucht van het licht is, maar hij zegt wel in welk domein het zich bevindt. Die vrucht van het licht bevindt zich in alle goedheid en rechtvaardigheid en waarheid. Even dat woord 'goedheid'. In de NBG-vertaling, zoals die juist is voorgelezen, ging het over louter goedheid. In alle goedheid. Goedheid heeft te maken met wat een gunstige uitwerking heeft. Je hebt in het Grieks verschillende woorden daarvoor. 'Goed' kan iets van goede kwaliteit zijn, bijvoorbeeld dat de wijn van goede kwaliteit is. Maar hier is 'goed' dat wat een gunstige, nuttige, moreel goede uitwerking heeft.

Wel, weet u wat het licht doet? Het licht heeft zo'n geweldige uitwerking als je God leert kennen, als je Zijn toekomst kent en het goede bericht van Hem mag verstaan. Weet u wat het uitwerkt? Goedheid. Dat is een vrucht van dat licht. Dat is nuttig voor andere mensen, die hebben daar wat aan, in allerlei opzichten. Ongeacht ook weer in welke plaats je in de maatschappij gezet bent — als man of als vrouw, als werknemer of werkgever, whatever — in al die posities heeft het een goede uitwerking, in alle goedheid.

En rechtvaardigheid. Dat is ook zo'n consequentie als je het licht leert kennen. Dan is de vrucht daarvan — en u weet het, dat is niet van de ene op de andere dag — dat het groeit. Geef elkaar ook alsjeblieft een beetje de ruimte daarin. Zorg ervoor dat het in het licht staat en dat het licht schijnt, dan groeit die vrucht wel. Don’t worry. Want dat is echt belangrijk: begin niet bij de vrucht, begin bij het licht. Dan groeit die vrucht vanzelf. Dat is precies het tegenovergestelde van die werken, van dat menselijke gedoe; dit is ongekunsteld allemaal.

Rechtvaardigheid is in de Bijbel eigenlijk een heel simpel idee. God rekent geloof tot rechtvaardigheid. God is Zelf rechtvaardig, dat wil zeggen: Hij doet recht aan Zijn woord. Hij belooft het, en dan doet Hij het. Ja, dat is wat rechtvaardigheid is: een kostbare eigenschap, ook in deze wereld. Dat je doet wat je zegt, dat je bent wie je bent. Als je het zegt, dan doe je het; dat men op je aan kan. Het is ook een logische vrucht, moet ik zeggen, als je God zo kent en Hem daarin juist ook zo waardeert dat Hij vervult wat Hij belooft. Ja, wat zou de consequentie daar nou van zijn? Wat zou de vrucht van dat denken nou zijn? Nou, gewoon: dat ga je kopiëren, om het zo te zeggen.

Waarheid is een derde eigenschap. Daar kun je heel filosofisch over doen, maar het heeft in ieder geval te maken met feiten. Dat wat waar is, wat echt is, wat aan het licht komt. En waarachtigheid heeft ook te maken met een houding van eerlijk zijn naar de feiten. "Dat staat geschreven, hoe staat het er precies?" Maar ook in het algemeen: elkaar recht doen, de waarheid recht doen.

Goedheid, rechtvaardigheid, waarheid; het zijn allemaal zulke kostbare, elementaire begrippen. Waarden, met recht waarden. En die leer je, die gaan zich ontwikkelen en worden geproduceerd als vrucht van het licht. Geweldig, want dat betekent dus ook dat als dat vervolgens gaat uitwerken in je leven, ja, dat dóét Hij dan. Dat is Zijn eer. Mooi hè, Zijn eer. Dat is niet onze prestatie; het is Zijn eer. Hij heeft onze ogen geopend en dat licht gaat zo zijn werk doen en produceert vrucht. Nou.

Samenvatting: de Openbarende en Levenwekkende Kracht van Licht ↑ hoofdstukken

Om even samen te vatten – en daar moet ik nu toch echt aan beginnen –: het licht. Wat doet dat licht? Het maakt openbaar. Je zou zelfs kunnen zeggen, als je een paar verzen doorleest – we hebben het vanmorgen nog gelezen in vers 13 van Efeze 5 –: "Al wat openbaar maakt, is licht." Dat is een definitie. Wat is licht? Welnu, dat is al wat openbaar maakt. Licht maakt openbaar. In het licht, het Woord van God, openbaart Hij wie Hij is; wat het verleden is, het heden en de toekomst. Kortom, het maakt openbaar.

Want licht – dat is ook zo'n goddelijke eigenschap – produceert leven. Echt leven. Dan zie je trouwens ook echt dat het van God komt; als er licht is, dan produceert dat leven. Dat is het geweldige: je krijgt ook echt leven. Al de woorden die God ons gegeven heeft, getuigen van leven. Het is levenwekkend, maar alles getuigt ook van leven. Dan lees je al die geschiedenissen in de Bijbel van figuren die al lang overleden zijn, maar zij komen tot leven op het moment dat je weet waar het betrekking op heeft. Alles is leven! Licht brengt leven voort.

Het geeft ook nog eens warmte. Dat staat tegenover de verstening die te maken heeft met duisternis. Er is veel kou in de wereld, maar als je God leert kennen... Ja, dat is licht, maar het is ook warmte. Want je leert verstaan: ik ben geliefd. En die ander, met wie je zo moeilijk door één deur kunt, is net zo geliefd. Dat besef gaat je veranderen. Het geeft warmte; het maakt je hart warm, maar het geeft ook een warmte in de gemeenschap onderling. Een hartelijkheid.

En de laatste heb ik voor het laatst bewaard: het doet stralen. Dat is precies wat licht doet; licht schittert en licht straalt. De Efeze-brief, daar was hoofdstuk 1 al mee begonnen: dat God de ogen van het hart verlicht – ja, met je hart kun je kijken – zodat je dingen gaat zien. En weet u wat het mooie is? Als je hart dat gaat zien, dan gaan je ogen dat ook weerspiegelen. Als een reflector weerspiegelt het; je ogen gaan schitteren en gaan stralen. Kortom, licht doet zoveel en ik ben zo verschrikkelijk blij dat God het zo geregeld heeft dat het licht vrucht produceert.

🎧 de vrucht van het licht
Delen: